“We waren niet blij maar opgelucht toen de dader gepakt werd” – Burgemeester Albert Rodenboog van Loppersum over de serie brandstichtingen die ’t Zandt in zijn
greep hield.

Met de arrestatie van een 20-jarige verdachte wordt in 2007 een reeks van brandstichtingen in ’t Zandt gestopt. Burgemeester Albert Rodenboog van Loppersum kijkt terug op een periode waarin de ontwikkelingen elkaar in hoog tempo opvolgden en de kleine dorpsgemeenschap op het Groninger platteland werd geteisterd door 19 branden.

De reeks van branden start volgens burgemeester Rodenboog direct met een bijzondere brand. ‘De eerste brand vond op 4 augustus 2007 plaats in een leegstaand pand, in het midden van het dorp’, zo vertelt Rodenboog. ‘Omdat het een oud huis van een aalmoezenier was, werd van meet af aan rekening gehouden met het feit dat er mogelijk nog munitie in het huis lag. Het hele dorp was uitgelopen om te zien wat er gaande was. De hulpverlening was groots opgeschaald. Als burgemeester moest ik op enig moment zelfs het besluit nemen om een van de muren met een shovel naar binnen te drukken. Dat maakte de brand in dat opzicht wel bijzonder. Gelukkig bleek dat er geen munitie in het pand lag en dus spraken we gekscherend nog van een “mooie oefening”. Rodenboog weet op dat moment nog niet dat de bewuste brand het werk is van een pyromaan.

Onrust onder bewoners
´Het idee dat er mogelijk sprake was van een pyromaan begon echter al snel te dagen. De tweede brand vond ook in een leegstaande woning plaats. Ook hier was het gas en licht al afgesloten.Toen zetten wij de eerste vraagtekens. De hulpdiensten maakten al de opmerking dat muizen niet met vuur spelen. We waren op ons hoede.´ De branden volgen elkaar daarna in hoog tempo op. Naarmate het aantal branden toeneemt, beginnen de lokale media zich ook steeds sterker op ´t Zandt te richten. ´Week na week kwamen de branden terug. Naarmate de situatie langer aanhield begon ook de onrust onder de bewoners toe te nemen.´ De burgemeester vertelt hoe hij naar manieren zocht om de rust in het dorp te behouden. ´Ik bemerkte bij mijzelf dat ik keer op keer hetzelfde verhaal hield tegen de media. Vanuit de gemeenschap kwamen er signalen op mij af dat de kinderen slechter sliepen, uit angst voor nieuwe branden. Dat was voor mij de aanleiding om nadrukkelijk iets richting de bevolking te doen. Ik wilde de bevolking bijpraten en laten zien dat we er vanuit de overheid bovenop zaten.´ De politie was op dat moment nog niet zover om een gezamenlijke bewonersbijeenkomst te organiseren. ´De politie vroeg zich in eerste instantie af of überhaupt iets er verteld kon worden. Het onderzoek was immers nog in volle gang en een bijeenkomst zou het verloop daarvan kunnen schaden. Na een gezamenlijk overleg waren ze gelukkig toch bereid om mee te werken aan een ontmoeting met de dorpsbewoners. Op een besloten bijeenkomst hebben we hen ingelicht en betrokkenheid getoond. De politie heeft vooral verteld over de dingen die zij sinds de eerste brand had ondernomen. Al met al was het een goede avond.´ Later wordt de bijeenkomst nog drie keer herhaald. ‘Er kwamen per keer circa 120 mensen op de bijeenkomsten af. Op een van de bijeenkomsten heb ik mensen erop gewezen dat er een gerede kans was dat de pyromaan op dat moment in de zaal zat. Op een dergelijk moment wordt het dan ijzig stil. Later blijkt dat de jongen die als verdachte is opgepakt ook daadwerkelijk aanwezig is geweest bij een van die bijeenkomsten. We zaten er dus niet ver naast met onze inschatting.’

Politiepost in het dorp
Omdat de angst en zorgen onder de bevolking blijven, zoekt Rodenboog naar nieuwe strategieën. ‘Ik pleitte voor een politiepost in het dorp. Terwijl in heel Nederland her en der politieposten waren gesloten, pleitte ik ervoor om in een dorp een 24-uurs post te bemannen. Het idee is tot aan de korpsleiding doorgesproken. Uiteindelijk is in het dorpshuis een post geopend, waar men in de dagsituatie kon binnenlopen, een babbeltje kon maken en opvallende zaken kon melden. Dat heeft uiteindelijk erg goed gewerkt.’ Waar gedurende de eerste branden vooral de lokale en regionale media als het Dagblad van het Noorden en RTV Noord op de branden afkomen, merkt Rodenboog bij de tiende brand dat ´t Zandt inmiddels onderdeel is geworden van een heuse landelijke mediahype. ´Ik dacht nog, wat gebeurt me hier? Zo’ n beetje heel Nederland was naar ’t Zandt gekomen om verslag te doen. Om hen tegemoet te komen hebben we op een gegeven moment een persconferentie gegeven met de laatste stand van zaken.’ Rodenboog staat stil bij deze persconferentie. ‘We hebben toen de fout gemaakt om de persconferentie echt aan te kondigen, waardoor er bij de pers verwachtingen ontstonden dat wij met groot nieuws zouden komen. Toen bleek dat we alleen het nieuws van de tijdelijke politiepost konden geven en nog niet met de aanhouding van een mogelijke dader naar buiten kwamen, was dat voor de aanwezige media een teleurstelling. We dachten alles juist te coördineren door de filmploegen tegelijkertijd te woord te staan. Maar onder deze omstandigheden werkte dat averechts.’ Lange tijd is de voormalige blusploeg uit ’t Zandt bij veel dorpsbewoners verdachte nummer één. ‘Het was een buitengewoon vervelende situatie. In 2006 had de gemeenteraad besloten om de brandweerpost in het dorp op te heffen. Al bij de eerste brand bij het pand van de aalmoezenier kreeg ik dat besluit weer terug op mijn bord, door dorpsbewoners die me toevertrouwden dat de “aig’n brandweer ’t met ain stroaltje nog had kunn’n bluss’n”. Hoe dan ook, het besluit is indertijd weloverwogen genomen. Via een herverdeling van de posten was de dekking in ’t Zandt gegarandeerd, waardoor de brandweerpost in het dorp niet langer in stand hoefde te worden gehouden. Toen de branden ontstonden, hadden veel mensen richting de oude blusgroep iets van ‘het zal wel iemand van de brandweer zijn’. Dat was voor de betrokken jongens heel  vervelend, juist omdat ze zo geworteld zijn in de lokale samenleving. Ze kregen het ook moeilijk toen de politie hen wilde horen. Er bestaat een verschil tussen “verhoren” en “horen”. In het eerste geval ben je verdachte, in het tweede geval niet. Toch leverde ook het “horen” van de blusploeg spanning op in het dorp. Aan de pers hebben ze doorlopend uitgelegd dat zij het niet waren. Gelukkig had de jongen die uiteindelijk is opgepakt niets van doen met de voormalige blusploeg uit ’t Zandt’.

Tips van basisscholen
Achter de schermen wordt hard gewerkt om de dader te pakken te krijgen. Ook defensie wordt betrokken bij de operatie en biedt onder meer technische ondersteuning met nachtkijkers. Op het hoogtepunt zijn veertig rechercheurs betrokken bij het onderzoek. ‘De recherche kreeg daarnaast ondersteuning uit onverwachte hoek’, zo vertelt Rodenboog lachend. ‘Op een gegeven moment kreeg ik een e-mailtje binnen van een basisschool uit Staphorst. Zij hadden in een kringgesprek over de pyromaan gesproken en mailden een aantal tips door. Ik heb hen keurig teruggemaild dat ik hen bedankte voor de tips en dat ik deze aan de politie zou doorgeven.’ Het e-mailtje uit Staphorst blijkt de voorbode te zijn voor stapels post die in de dagen daarna op het bureau van de burgemeester landen. ‘Ik wist niet wat me overkwam. Totdat mij later bleek dat er wekelijks op de basisscholen een actueel thema wordt gekozen, waar de groepen over spreken. Laat nou net de pyromaan van ’t Zandt die week als landelijk thema voor de basisscholen te zijn gekozen.’ Rodenboog bladert door de mappen vol met tips die hij van basisscholen uit het hele land mocht ontvangen. ‘We kregen tal van tips binnen. Zoals deze: “Als ze de pyromaan vinden, sluit hem dan levenslang op, dan kunnen de kinderen rustig slapen. Groetjes van Nathalie” of deze: “U moet overal camera’s ophangen en spioneren. Als u de pyromaan pakt dan is mijn bankrekeningnummer dit-en-dit”.’ Een minder wenselijke ”tip” komt van een paragnost, die op een congres in Groningen zegt dat de pyromaan “Edwin” heet en uit het dorp komt. ‘Dat stond vervolgens op de voorpagina van het Dagblad van het Noorden. Diezelfde ochtend hing Edwin bij mij aan de lijn. Hij woonde middenin het dorp en was helemaal overstuur.’ De jongen is gebeld door RTL4 en SBS6, die al met een filmploeg onderweg zijn naar ’t Zandt om opnamen te maken van zijn ontkenning. ‘In een goed gesprek heb ik hem ervan kunnen overtuigen dat het beter was om af te zien van het interview, om te voorkomen dat hij de situatie, zowel voor zichzelf als voor het dorp, van kwaad tot erger zou maken.  De volgende dag was het vijf december en ik wilde voorkomen dat we dan nog meer heisa in het dorp zouden krijgen.’ Dan slaat het noodlot toch toe. ‘We zaten middenin de cyclus van branden, toen midden op de dag een grote bewoonde boerderij afbrandde. Het hele dorp was weer overstuur. Later bleek dat het een “gewone” brand met een technische oorzaak was. Het leidde tot een vreemd gevoel. Enerzijds was ik opgelucht dat het niet het werk van de pyromaan was, anderzijds was het een nieuw drama voor iemand wiens huis was afgebrand.’ Naarmate het aantal branden groeit, neemt ook de zorg toe dat de medewerking van de burgers omslaat naar kritiek. ‘In totaal heeft het vier maanden geduurd. Je verwacht dat het geduld op een gegeven moment opraakt. Het is vooral dankzij de grootschalige inzet en de zichtbaarheid van de politie geweest, dat het omslagpunt nooit is bereikt. Zo zijn huis-aan-huis bezoeken afgelegd om mensen te bevragen over de mogelijke dader. Het was duidelijk dat ook de politie alles uit de kast haalde om het probleem uit de wereld te helpen.’

Aanhouding
De opsporing leidt op 19 december 2007 tot de aanhouding van de 20-jarige verdachte, een inwoner uit het dorp. ‘Ik heb gedurende het hele onderzoek tegen de politie gezegd dat ik geen namen wilde horen. Ik had al moeite genoeg om mij te concentreren op mijn eigen rol als boegbeeld richting het dorp. Dat wilde ik niet laten vertroebelen door kennis over mensen die mogelijk verdacht werden van betrokkenheid bij de branden.’ Het bericht dat tot een aanhouding wordt overgegaan bereikt Rodenboog, wanneer hij een bezoek brengt aan de politiepost in het dorpshuis. ‘De politie kwam uit het hele land om het onderzoek te ondersteunen en de post te bemannen. Daar hing een aparte sfeer. Voor veel van de politieagenten was het een kleine reünie, mensen die elkaar jaren niet hadden gezien kwamen elkaar in ’t Zandt tegen.’ Als Rodenboog op de post arriveert wordt hij verzocht om naar Groningen te komen, alwaar hij door het hoofd van het onderzoeksteam nader zal worden bijgepraat. ‘Toen ik daar de naam van de verdachte vernam en het gegeven dat hij en zijn familie daadwerkelijk uit ’t Zandt kwamen, bekroop mij direct het gevoel van “dit is niet best”. Bij de politie was een lichte euforie waar te nemen. Ik had op dat moment veel meer oog voor de kant van de verdachte en zijn familie. Ik stelde mij een jonge jongen voor, die hiermee de ruiten van zijn eigen leven ingooide.’

Opgelucht
Op de latere persconferentie kiest Rodenboog, daarin bijgestaan door voorlichter Hans Coenraads, zijn woorden zorgvuldig. ‘Vanuit de Voorlichterspool van de veiligheidsregio ben ik een aantal weken ondersteund door Hans Coenraads, die toen nog bij de gemeente Stadskanaal werkte. Samen stelden we vast dat we vooral ”opgelucht” waren. We waren niet zozeer “blij” dat we een mogelijke dader te pakken hadden, maar we waren vooral “opgelucht” omdat het mysterie in ’t Zandt was opgelost en er een einde zou komen aan de periode van onrust.’ Nog voor de persconferentie op het hoofdbureau van politie legt Rodenboog contact met de familie van de verdachte. Ook in de dagen na de aanhouding buigt Rodenboog zich nadrukkelijk over de familie van de dader. ‘Op de afsluitende bewonersbijeenkomst heb ik nog nadrukkelijk het verzoek gedaan om de familie niet met de nek aan te kijken. Dat is gelukkig ook niet gebeurd. Die zijn enorm goed opgevangen door het dorp. Daar ben ik ontzettend blij om.’

Collegiaal sparren
‘Ik heb in die weken onder meer contact gehad met Jan Mans en het Genootschap, om te sparren over de aanpak die we hadden gekozen. Mans stuurde me nog een sms’je, nadat ik in Nova had toegelicht dat we een verdachte te pakken hadden. Dat zijn zaken die je enorm goed doen. Ook de betrokkenheid van de korpsleiding, de commissaris van de Koningin en collegaburgemeesters hebben me goed gedaan. Juist die collegiale betrokkenheid is enorm belangrijk voor je functioneren in dergelijke unieke situaties.’ De waardering richting de burgemeester wordt ook gedeeld door de eigen inwoners. ‘Op de nieuwjaarsbijeenkomst werd aan de branden in ’t Zandt gememoreerd. Men sprak zijn waardering uit voor mijn optreden. Mijn echtgenote en ik werden in het zonnetje gezet. Het was fijn om die waardering ook uit de eigen gemeenschap te vernemen.’

Bovenstaand stuk is ontleend uit ‘Ingrijpende gebeurtenissen. Bestuurlijke ervairngen bij crises met lokale impact‘ van het NGB.

Naschrift: In 2008 is Johnny B. door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 9 voorwaardelijk. Er kwam geen hoger beroep. In 2012 werd hij opnieuw bestraft vanwege een nieuwe reeks brandstichtingen en (pogingen tot) inbraken. Voor die feiten kreeg hij vijf jaar cel opgelegd.

Impact op de opsporing

Een week nadat de pyromaan van ’t Zandt na een gevangenisstraf van twee jaar vrijkwam, brak er weer een brand uit. Ondanks verwoede pogingen slaagde de politie er niet in de man op heterdaad te betrappen. Opvallend was echter wel dat de man direct toen hij thuiskwam na de brand was gaan kijken of er al iets over op de 112-website te vinden was.

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *