Burgers die de afgelopen weken hebben gezocht naar sporen van de Zeister broertjes Ruben en Julian, hebben dinsdag besloten een landelijk netwerk van particuliere zoekteams op te richten. BiND (Burgerinitiatief Nederland), zoals het netwerk gaat heten, kan de politie helpen bij vermissingen. Dat hebben Wanda van den Bovenkamp en Marc Satijn van het Burgerinitiatief Heuvelrug laten weten. Zij richten het netwerk samen met Burgerinitiatief Beek op. Volgens de oprichters van BiND steunt de nationale politie het plan. Vele honderden vrijwilligers kamden de natuurgebieden tussen Doorn en Rhenen uit en speurden de bossen in Zuid-Limburg af. Er is ook een grote zoekactie gehouden in de omgeving van Zeist, waar de kinderen woonden. Aangezien de moeder van de jongens bij de brandweer in Zeist werkt, waren veel zoekers uit de wereld van de hulpdiensten afkomstig en konden zij speuracties goed opzetten. De oprichters van BiND verwachten dat zich zeker 1000 mensen zullen aanmelden. Het aantal likes heeft dat getal na 1 dag inmiddels al gepasseerd.

BiND

Eerder verscheen in het Algemeen Dagblad een achtergrondstuk over de rol van social media bij de vermissingszaak.

Nooit eerder heeft de politie zoveel informatie gedeeld met de burgers als in de vermissingszaak van Ruben en Julian. Hoewel de vondst van de jongens uiteindelijk ‘toeval’ was, zal de politie het publiek en social media steeds vaker inzetten om zaken te helpen oplossen, zegt TNO-onderzoeker Arnout de Vries.

Wijkagent Peter Boekweg twitterde in 2010 al over 4 vermiste kinderen in Groningen. Dat bericht verspreidde zich al snel en leverde uiteindelijk een bijdrage aan de oplossing; Dezelfde dag werd het viertal gevonden. Ze bleken te zijn weggelopen uit een jeugdinstelling.
,,Het is een van de vele voorbeelden, waarbij burgers van doorslaggevend belang zijn gebleken voor de oplossing van een zaak,’’ zegt Arnout de Vries, die voor TNO onderzoek doet naar social media en maatschappelijke veiligheid. ,,En dat aantal neemt toe.’’
Dat de burger graag meehelpt, is afgelopen weken wel gebleken. Nooit eerder hebben zoveel mensen actief meegeholpen in de zoektocht naar de broertjes Ruben en Julian. Nooit eerder heeft de politie ook zoveel informatie gedeeld.
Hoewel de vermiste broertjes uiteindelijk bij toeval zijn gevonden, zal de politie steeds vaker de aandacht en hulp van het publiek inroepen bij het oplossen van zaken, zegt De Vries.
,,Vooral zaken waarbij de maatschappelijke impact groot is, snelheid is geboden, en waar de politie weinig aanwijzingen heeft, zie je dat de politie sneller de hulp van het publiek inschakelt. Vermissingszaken lenen zich daar bij uitstek voor. Zeker in die gevallen waarbij elke minuut telt. De privacy, die bij de klassieke opsporing vooral telde, wordt nu meer gezien als ondergeschikt belang.’’
Ook bij misdrijven als overvallen en inbraken, worden signalementen en zelfs namen en foto’s van verdachten steeds vaker vrijgegeven om de dader op te sporen. ,,Daar blijkt dat het merendeel van de tips zelfs cruciaal is om de zaak op te lossen.’’
De politie vraagt niet alleen om tips. In sommige moordzaken vragen ze het publiek zelfs om mee te denken met scenario’s. Toen het onderzoek naar de moord op Steenwijker Halil Erol volledig vastliep, liet de recherche een website maken en publiceerde daarop de aanwijzingen die er tot dan toe waren gevonden. Daarbij stelde de politie specifieke onderzoeksvragen.
En soms roept de politie ook veel sneller de hulp bij moordzaken. Zoals bij de moord op Nico Leeuwe in Groningen. ,,Dat bleek al gauw een complexe zaak, de moord op een boodschappenman van de rosse buurt. Buurtonderzoek leverde weinig op en dus vroeg de politie de burgers al na twee weken om mee te denken over scenario’s.’’
De burgerrechercheur kent ook een keerzijde. Hoe voorkom je een openbare heksenjacht? Na de aanslag in Boston verspreidden de foto’s van mensen die mogelijk afwijkend gedrag vertoonden zich als een olievlek. ,,Er ontstond een massale tunnelvisie. Er werden zelfs namen bij de foto’s gezet, namen van onschuldigen.’’
Maar ook in eigen land moesten vermeende daders zelfs onderduiken. De dierenpolitie plaatste een tweet en foto van een dode hond in een tas, waarna de adresgegevens van de vermoedelijke dader al snel rondging op internet en de man moest vluchten. GeenStijl plaatste de acht daders van de geruchtmakende schoppartij in Eindhoven op de site, met als voordeel dat ze snel werden gepakt. Maar een jongen met dezelfde naam als een van de daders werd wel lastiggevallen.
Van belang is wel, zegt De Vries, dat de politie de regie moet zien te houden over de inzet van burgers. ,,Dat is lastig, want op internet kan informatie al snel een eigen leven gaan leiden. Daar moet over worden nagedacht, want burgerparticipatie in het politie-onderzoek zal alleen maar toenemen.’’

Een enorm aantal twitteraars een geruchtenstroom. Zo lieten zij in emotionele tweets veel mensen geloven dat de broertjes echt waren gevonden in een visvijver in een recreatiegebied in Geulle. Dit blijkt uit de eerste resultaten van onderzoek van de lectoraten Regie van Veiligheid en Crossmediale Communicatie in het Publieke Domein van Hogeschool Utrecht (HU). Hoewel de politie bij de visvijver zocht, werden de jongens daar uiteindelijk niet gevonden.

Volgens het HU-onderzoek waren er tijdens de zoektocht in de visvijver in Geulle veel retweets met emotioneel taalgebruik, die speculeerden op een tragische afloop, zoals ‘het is mis!’. Ook waren er veel uitingen van hoop en vrees, zoals: ‘hopelijk zijn ze gevonden’. Op enig moment zouden ze zijn gevonden, waarbij twitteraars verwijzen naar wat ze op internet hadden gelezen. Het lot van de broertjes werd als voldongen feit gebracht, aldus de studie.

Een uur later ontkende de politie dat de broertjes waren gevonden, via een tweet van RTV Utrecht die heel veel werd geretweet. De twitteraars gingen elkaar daarna aanspreken dat ze geruchten aan het verspreiden waren. Maar opmerkelijker daarbij was dat het gerucht van de vondst bleef voortbestaan, ondanks het tegengeluid van de politie. Tijdens de zoektocht bij de visvijver werden volgens de onderzoekers tussen 19.00 en 21.00 uur in totaal 800 tweets verzonden. Zes dagen later werden de lichamen van de jongens in een duiker in een sloot bij Cothen gevonden.

Bron: AD, Utrecht Nieuws

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *