leger

Prima dat er buurtwachten zijn, maar jammer dat het nodig is, zo luidt de conclusie van de deelnemers aan de Stelling van de Dag. „Dan wordt de boel tenminste in de gaten gehouden”, stelt een respondent, „want politie zie je niet”.

Het aantal vrijwillige buurtpreventieteams is de afgelopen jaren fors toegenomen. Bijna 40 procent vindt dat geen positieve ontwikkeling. „Dat er buurtwachten nodig zijn is van de zotte. Dat geeft precies aan hoe ver wij in Nederland zijn afgezakt met politie, aanpak en rechtspraak”, reageert iemand verbolgen.

Mensen voelen zich door de overheid en daardoor ook de politie, niet gehoord en in de steek gelaten, redeneren veel respondenten. Logisch dat steeds meer mensen zich aanmelden als buurtwacht. Een van hen merkt op: „Probleem is dat de politie niets kan, niets mag en geen gezag meer uitstraalt. Er gebeurt pas iets als de buurt de problemen in het nieuws brengt.”

Zie Maassluis, waar bewoners het afgelopen weekend het heft in eigen hand dreigden te nemen omdat zij vonden dat gemeente en politie niet adequaat ingrepen bij overlastgevende jongeren. Ruim 90 procent kan zich de frustratie van die bewoners heel goed voorstellen. „De overheid faalt en mensen zien geen andere mogelijkheid.”

De overgrote meerderheid is van mening dat burgerwachten zeker van nut kunnen zijn. Ze hebben een preventieve werking, zorgen voor saamhorigheid in de wijk en kunnen een gevoel van veiligheid creëren, worden als voordelen genoemd.

Maar voor sommigen kleven er ook wel wat nadelen aan, zoals het risico op eigen rechter spelen, een tekort aan kennis van wet en regelgeving en beperkte kunde over hoe het best te reageren op bepaalde situaties.

De ervaringen met buurtpreventieteams zijn niet altijd positief. Een respondent vertelt: „Hier lopen buurtwachten in de wijk, de afvalbakken staan de hele week op straat maar er wordt niets van gezegd. Het zijn gewoon kletsclubjes, die niets aan de veiligheid in de wijk toevoegen, integendeel zelfs.” Een ander: „Mijn persoonlijke ervaring is dat buurtwachten zichzelf enorm belangrijk vinden en zich willen bewijzen.”

Een buurtwacht kan ook stigmatisering in de hand werken, meent een op de vijf. „Het grote nadeel is dat zij zelf bepalen wie of wat gevaarlijk of verdacht is. En zeer vaak vindt dit plaats onder hun eigen oordeel, een vooroordeel. Mijn man is al vier keer aangehouden in onze buurt omdat hij de vuilniszakken wegbracht.”

De meeste respondenten vinden het dan ook van groot belang dat de preventieteams samenwerken met politie en gemeenten. „Stel eisen aan de deelnemers van deze teams; stel een landelijk beleid op (kaders, bevoegdheden en taken); zorg voor een centraal meldpunt.”

Tegenwoordig kunnen buren elkaar ook via een digitale buurtwacht op Whatsapp attenderen op overlastgevend gedrag of verdachte situaties. Niet iedereen ziet daar het voordeel van in. „Iedereen is verdacht en bij elk geluid wordt een appje gestuurd. Hoe maak je de hele buurt bang voor niets”.

Twee derde is echter van mening dat zo’n app de buurt veiliger maakt. Een gebruiker stelt: „Sinds wij zelf een whatsapp buurtpreventie hebben, wordt er een stuk minder ingebroken”.

Burgerwacht: zegen of vloek?

De overheid is maar wat blij met de duizenden burgers die via buurtpreventie een oogje in het zeil houden. Maar het gevaar is dat bezorgde buurtwachten voor eigen rechter spelen, zoals afgelopen weekend dreigde in Maassluis. Wat mag je wel verwachten van de burgerwacht?

Boos over de overlast van vernielzuchtige jongeren togen buurtwachten en bewoners in Maassluis zaterdagavond de straat op, waar het tot een handgemeen kwam met een van de jongeren. Burgemeester Haan vond de situatie zo dreigend, dat hij een noodbevel uitvaardigde.

Gemeenten moedigen buurtpreventie aan om criminaliteit in de buurt te signaleren. Burgers geven daar massaal gehoor aan: er bestaan ruim vijfduizend WhatsAppgroepen die veiligheid in de buurt moeten vergroten. Maar wat wordt er eigenlijk verwacht van de onbetaalde vrijwilligers van buurtpreventieteams?

Boze burgers

Juridisch gezien ligt het simpel, legt Jan Brouwer, hoogleraar Algemene Rechtswetenschap uit. „Burgerwachten mogen niks meer dan jij en ik. Als je iemand op heterdaad betrapt bij het plegen van een strafbaar feit, mag je die staande houden tot de politie er is. Als het nodig is, mag je iemand zelfs vastbinden.”

Toch liggen de mogelijkheden van de burgerwacht in de praktijk ingewikkelder. Bij asociaal gedrag is het voor politieagenten vaak al moeilijk om met normloze hangjongeren om te gaan. Voor boze burgers, die zich in de steek gelaten voelen door de gemeente en politie, is dat niet eenvoudiger.

Voor hetzelfde probleem gebruiken burgerwachten ook heel verschillende oplossingen. Zo verbieden gemeente en politie de mensen van de ’nachtpreventie’ in het Haagse Laakkwartier met hangjongeren te praten. „Als ze overlast veroorzaken, melden we dat meteen aan de wijkagenten’, zegt aanvoerder Jan Zuiderhoek van deze buurtwacht.

In Capelle aan den IJssel maakt Alex Weekhout van buurtpreventieteam De Diepen juist steevast een praatje met de jeugd. „Als je aardig tegen ze doet, zijn ze ook flex tegen jou”, is de ervaring die hij opdeed in het half jaar dat de buurtwacht nu actief is. „Maar gaan ze te ver, dan is er van ons ook meteen een waarschuwing”, vervolgt hij. „Nog één keer en dan sturen we de handhavers van de gemeente op je af.” In Capelle moet de buurtwacht nog getraind worden door de gemeente. Wel is er al een zes pagina’s tellend document met regels, waaruit blijkt wat absoluut verboden is. „Iemand staande houden mag wel, iemand meesleuren niet”, noemt hij als voorbeeld.

Zaterdagnacht had zijn team waakzame burgers voor het eerst ’beet’. Een vermoedelijke inbreker gooide een ruit in, lieten buren weten via de app. Via de portofoons, aangestuurd door Weekhouts vrouw die aan haar keukentafel een provisorische ’meldkamer’ beheert, wordt iedereen op straat gewaarschuwd. „We hebben ons opgesplitst en zijn gaan zoeken. Het was uiteindelijk een hele achtervolging, waarbij de inbreker in de sloot sprong. Toen kon hij niet meer weg, en kwam de politie om hem op te halen.”

Zo spannend werd het tijdens de buurtwacht in Laak nooit, zegt Zuiderwijk. „En ik doe het al sinds het begin in 2003. Wat we vaak tegenkomen, is dat bedrijven niet goed afsluiten. Of mensen die vergeten zijn de auto op slot te doen.” In zo’n geval laten ze de wijkagent het kenteken natrekken. Woont iemand in de straat dan belt burgerwacht Zuiderwijk even aan. „Laatst bracht ik nog een motorhelm terug die iemand inderhaast had laten liggen. Je kan je voorstellen hoe blij hij was.”

Zowel in Capelle als in Den Haag worden de vrijwilligers vooraf gescreend. De gemeente en de wijkagent kijken of de deelnemers geen crimineel verleden hebben.

Verschillende gemeenten controleren de burgerwachten via vooraf opgelegde spelregels. Gelokt met subsidie voor bijvoorbeeld kleding, portofoons en zaklampen ondertekenen de buurtwachten een convenant, waarin is vastgelegd wat de burgerwachten wel en niet mogen.

„Het is vooral belangrijk dat het contact met de politie goed is geregeld”, zegt een woordvoerder van de Haagse burgemeester Van Aartsen. Een wijkagent heeft bijvoorbeeld geen zin om de hele dag allerlei berichten uit WhatsApp-groepen in zijn gebied te ontvangen. Belangrijke tips worden daarom via de telefoon aan de politie doorgegeven.

Iedereen mag een buurtwacht oprichten. Ook zonder visie op veiligheidsproblemen. Vasco Lub, socioloog aan de Erasmus Universiteit en onderzoeker naar buurtpreventie, pleit voor meer duidelijkheid over wat buurtwachten precies mogen. „Zij zijn de ogen en oren van de politie bij verdachte situaties. Maar wat onveilig of verdacht is, is voor iedereen weer anders.”

Gerrit van de Kamp, voorzitter van de politievakbond ACP, waarschuwt al langer voor de burgerwacht. „Ik vind het wel logisch dat burgers boos zijn. Te vaak wil, kan of durft de gemeente haar bevoegdheden niet in te zetten. Dan blijft de irritatie toenemen.”

Hoe vaak buurtpreventie uit de hand loopt, is niet duidelijk. „Maar schimmige groepjes zijn er wel degelijk. Ze hebben het gevoel dat ze problemen beter zelf kunnen oplossen, voelen zich in de steek gelaten door politie en gemeente”, zegt Eric Bervoets, die onderzoek deed naar problemen in Ede. „Zij moeten echt aangesproken worden om niet als The A-team door de buurt te rijden.”

Toch handelen burgerwachten over het algemeen niet gewelddadig, volgens onderzoeker Vasco Lub. „De problematiek bij buurtpreventie zit over het algemeen meer in passieve agressie: een controlecultuur is de wens voor een veilige wijk.”

Voor Zuiderwijk en Weekhout staat vast dat het hebben van een buurtwacht preventief werkt tegen criminaliteit.

Weekhout: „Sinds wij zes dagen in de week rondlopen, is er nog maar één keer ingebroken. En dat was in een steegje dat pikdonker was omdat een lantaarnpaal het niet deed. Hadden wij al weken eerder aan de gemeente doorgegeven, maar die deed niks met de melding.”

Maar het leger op straat, is dat het waard?

buurtwacht-pekela

‘Een buurtwacht voelt veilig’

Martin Romijn en Rachid Aityahya Leden buurtwacht Maassluis
“Sinds de onrust heeft de buurt twee buurtwachten”, zegt Martin Romijn. Hij loopt al drie jaar als vrijwilliger mee. De Marokkaanse vaders lopen sinds drie dagen. Als reactie op de ‘raddraaiers’, zegt Rachid Aityahya. “Ik heb zelf vijf kinderen en voel me verantwoordelijk voor deze wijk.” “Jongens van 12 tot 16 veroorzaken ellende”, zegt Romijn. “Gewoon pubers dus. Maar naar mij luisteren de Marokkaanse jongens niet.” “En naar mij de Nederlandse niet”, zegt Aityahya. Samen lopen ze nu rondes door de wijk om ellende te voorkomen. “Ik ben begonnen wegens de inbraken. Nu spreek ik ook jongeren aan. Wijkbewoners reageren positief, een buurtwacht voelt veilig.”
‘Zo lang het nodig is, gaan we door’

Paul Röbbecke Initiatiefnemer burgerwacht Oude Pekela
Sinds twee weken surveilleert een burgerwacht in Oude Pekela. In het dorp is onrust ontstaan door incidenten met asielzoekers. “Mensen uit Oost-Europa zorgen voor overlast”, zegt initiatiefnemer Paul Röbbecke. “Ze drinken bier in het park, plegen winkeldiefstallen en roepen naar dames. We zijn met twaalf tot vijftien man. Zodra we iets signaleren schakelen we de politie in.” De burgerwacht is spontaan opgericht ‘door bezorgde vaders en boze Pekelders omdat de politie weinig doet’. Volgens Röbbecke voelen dorpelingen zich nu veiliger. “Zolang het rumoerig blijft, gaan we hiermee door”, zegt hij. De burgerwacht is inmiddels in gesprek met de gemeente Pekela.

Bronnen: De Telegraaf (1, 2),  Trouw, NRC

 

 

Gerelateerde berichten:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *