De BuurtWhatsApp: ogen en oren van de buurt

Steeds meer burgers melden zich aan voor een BuurtWhatsApp. Via speciale groepen in de berichtendienst WhatsApp waarschuwen ze elkaar als ze iets verdachts zien. Wordt de buurt daar echt veiliger van? Over succesverhalen, kinderziektes en commotie.

Steeds meer burgers delen verdachte situaties digitaal. Dat gebeurt vooral via de berichtendienst WhatsApp. Op de website website www.wabp.nl kunnen mensen hun zogenaamde BuurtWhatsApp registreren en bijhouden. Bij het schrijven van dit artikel staan er meer dan duizend op de site. Via Google zijn allerlei groepen te vinden die zich daar niet hebben geregistreerd, en er zijn ook gemeenten waarin een BuurtWhatsApp gaat starten. Het aantal deelnemers wisselt sterk. In mening gemeente doen honderden bewoners mee.

Dat zoveel burgers een BuurtWhatsApp starten is volkomen logisch, zegt Arnout de Vries, onderzoeker en adviseur bij TNO op het gebied van social media en maatschappelijke veiligheid. ‘Iedere burger wil in een veilige buurt wonen. En de techniek gaat razendsnel. Aangezien ruim de helft van alle Nederlanders WhatsApp gebruikt, kon je die opmars zien aankomen.’

Het internet staat dan ook vol met succesverhalen. Een kop als ‘Dieven aangehouden dankzij BuurtWhatsApp’ staat in veel lokale media en daarmee lijkt WhatsApp een mooi wapen tegen criminelen. Volgens De Vries kan een BuurtWhatsApp zeker helpen de buurt veiliger te maken. ‘Dit is nu goede burgerparticipatie in de praktijk. Het is een uitstekende toevoeging aan de opsporing van criminelen. Er komen meer ogen en oren op straat.’

Beginnen met een BuurtWhatsApp is heel simpel. Een nieuwe groep aanmaken, mensen verzamelen die mee willen doen, en delen maar. Een BuurtWhatsApp goed beheren is echter een stuk complexer, benadrukt De Vries.

inbreker

Een BuurtWhatsApp kan een verkeerde werking hebben. Zoals recent in de gemeente Aalburg. Een verslaggever van Omroep Brabant meldde zich aan bij de groep, en kwam in september met een verhaal terug over Oost-Europeanen die gestigmatiseerd zouden worden. Hier de berichten over de oprichting van de groep in februari 2015  en daarna diverse berichten (1, 2, 3) over de commotie tot de uiteindelijke opheffing van de groep in september 2015. Twee voorbeelden: ‘Er houdt zich een Pools of Roemeens obscuur persoon verdacht op bij de boekenwinkel’ en ‘Er rijden twee busjes met Pools kenteken op een verdachte manier in het dorp Veen, politie wordt gebeld’. Volgens Omroep Brabant zou het slechts om een kleine selectie te gaan.

stekker

In het Brabants Dagblad reageerden diverse raadsleden kritisch. De meesten benadrukten wel dat een WhatsApp-groep een belangrijke meerwaarde kan zijn. Volgens de twee beheerders van de buurtapp in Aalburg, die gestart naar aanleiding van een inbraakgolf, zagen zij wel degelijk strikt toe op de berichten. ‘En wij vertellen het gewoon zoals het is, net als Opsporing Verzocht doet.’ Inmiddels zijn de beheerders gestopt. Inhoudelijk wil de gemeente voorlopig niet reageren. Burgemeester Fons Naterop zei in het Brabants Dagblad voorstander te zijn van digitale buurtpreventie, en graag mee te denken over een alternatief.

Ook De Vries weet dat het fout kan gaan. Een sterke beheerder noemt hij essentieel. ‘Ik heb ook groepen uit elkaar zien vallen door burenruzies. Als beheerder ben je niet te benijden. Je moet de berichten streng scannen, mensen durven aan te spreken op hun taalgebruik en ze desnoods uit de groep durven gooien. Maar groepen die zo’n sterke beheerder hebben kunnen dan ook echt veel betekenen voor de buurt’.

 


BuurtWhatsApp Vlaardingen

In Vlaardingen doen inmiddels ruim 2.500 inwoners mee aan de BuurtWhatsApp. Kor de Jong en Josette Hogewoning beheren de groepen. De Jong is ook wijkagent in Vlaardingen, maar benadrukt dat hij zijn beheertaken uitvoert als burger. ‘Er is een kort lijntje me de politie, dus dat helpt. Maar we maken deelnemers duidelijk dat wij geen vervanging zijn van de politie. Onze belangrijkste spelregel is: eerst waarnemen, vervolgens alarmeren via 112 en dan gaan appen.’

‘Dankzij de BuurtWhatsApp zijn al diverse inbrekers opgepakt’, zegt Hogewoning. ‘Dankzij oplettende buurtbewoners zijn ook verdachten aangehouden voor autobranden en fietsen stelen. En er zijn hondjes teruggevonden. Minder spannend misschien, maar voor de eigenaars wel heel fijn.’

Succesverhalen genoeg, maar bij het beheren komt wel veel kijken, merken ook De Jong en Hogewoning. Problemen zoals in Aalburg kun je volgens hen alleen voorkomen als je als beheerder meteen vanaf het begin helder bent. ‘Iedere nieuwe deelnemer weet bij ons meteen waar hij aan toe is. Houd je je niet aan de regels, gooien we je uit de groep. Dat betekent: niet discrimineren, niet kwetsen, en ook geen zogenaamd grappige acties. Een voorbeeld van dat laatste: de politie zocht een verwarde vrouw, waarop iemand een foto postte van een vrouw in alleen een regenjas. Dat pikken wij dus niet.”

Onderstaande spelregels voor een BuurtWhatsApp komen van de website www.buurtwhatsapp.nl:

  • Een minimumleeftijd van 18 jaar;
  • Momenteel kunnen via WhatsApp maximaal 100 deelnemers in één groep;
  • Wijkagent laten meelezen. Onderzoeker Arnout de Vries raadt dit vooralsnog af, oa vanwege (privacy en politie)wetgeving. Hij pleit voor een aparte overleggroep met beheerders, politie en andere partners;
  • Nooit voor eigen rechter spelen;
  • Bij 112 bellen dit ook melden aan de groep, zodat de politie geen vijftig telefoontjes krijgt;
  • Terughoudend zijn met delen van foto’s van personen;
  • Geen overbodige berichten. Voor gezelligheid eventueel een aparte groep openen.

Dienend

‘Een groep moet bovenal dienend zijn aan de politie. Dus niet voor eigen rechter spelen, maar puur signalen met elkaar delen. Ziet u een inbreker of denkt u dat er iets verdachts gebeurt, dan 112 bellen. ’ Een lastige vraag die altijd om de hoek komt kijken: moet de politie ook meedoen in zo’n groep, of juist niet? De Vries merkt dat bepaalde buurten dat nadrukkelijk niet willen, terwijl anderen de wijkagent juist zelf vragen om mee te kijken.

‘Mijn advies is om de wijkagent niet in de groep te laten meekijken. Daar heb ik een aantal redenen voor. Als een wijkagent meekijkt in de groep kan dat te hoge verwachtingen creëren. Zo’n groep draait 24/7, maar een wijkagent kan niet overal tegelijk zijn. Ook vanwege de privacy is het af te raden. Bij WhatsApp ziet iedereen je mobiele nummer en de politie heeft die gegevens dan dus ook. Wettelijk gezien kan dat problemen geven. De Wet bescherming persoonsgegevens zegt wel iets over gegevens digitaal delen, maar er is in dit geval nog geen jurisprudentie.’

Korte lijntjes met de politie zijn echter wel heel belangrijk. Daarom stelt De Vries andere varianten voor. ‘Laat de beheerders van zo’n BuurtWhatsApp bijvoorbeeld in een aparte WhatsApp-groep overleggen met bijvoorbeeld politie, gemeente, ondernemers en wijkteams. En overleg alleen als je echt moet opschalen. Bijvoorbeeld na een inbraak. Je zit dan nog steeds met de privacy, maar het delen wordt al overzichtelijker.’

Sociale cohesie

De BuurtWhatsApp past in een bredere beweging van digitaal informatie delen. Aan die beweging kunnen professionals in zorg en welzijn ook veel hebben, denkt De Vries. ‘Er zijn talloze voorbeelden van effectieve apps en websites die de sociale cohesie versterken. Op de website wehelpen.nl kunnen mensen hulp zoeken en aanbieden in de buurt. Via de app Peerby kunnen buren spullen van elkaar lenen.’ Net nieuw is de app Aware, waarmee alleenstaande ouderen aan familie en vrienden kunnen laten weten hoe het met ze gaat. Handig, want als het niet goed gaat kunnen die snel helpen. Het is nog allemaal experimenteren, maar burgers vinden elkaar digitaal toch wel, dus als overheid en als professional kun je maar beter aansluiting zoeken.’

Een sociaal wijkteam zou bijvoorbeeld ook een eigen WhatsApp-groep kunnen beginnen. De initiatiefnemers van de BuurtWhatsApp in Vlaardingen bekijken momenteel of zo’n groep meerwaarde heeft. De Vries verwacht zelf ook veel van de samenwerking met ondernemers. ‘Taxichauffeurs en horecapersoneel zien heel veel, dus zij kunnen ook helpen de buurt veiliger te maken. Wij onderzoeken momenteel wat er nodig is om social media effectiever in te zetten. Hoe kun je de informatie die er is nog beter kanaliseren? Welke aanpassingen in de wet zijn nodig, en welke systemen kunnen we het beste gebruiken?’ Hij geeft professionals mee dat zij extra alert moeten zijn op wat burgers doen. ‘Bij burgers zit namelijk enorm veel kennis. Creëer dus mogelijkheden om die kennis effectief te delen en let vervolgens goed op.’

Bronnen: Zorg en Welzijn

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *