banner-IUTYOp 5 november 2012 verscheen een advertentie in de Twentsche Courant Tubantia. Er werd hierin een ondubbelzinnig verband gelegd tussen de zelfmoord van de twintigjarige scholier Tim uit Tilligte en pesten (zie ons blog hierover). Nederland reageerde geschokt. De dood van Tim werd direct trending topic en onderwerp van een journalistiek onderzoek dat moest bewijzen dat hij helemaal niet werd gepest. Pesten kan dodelijk zijn en digitaal pesten dus ook. Amanda Todd was het slachtoffer van online pesten. Zij was ooit zo dom geweest om haar borsten op het web te laten zien. Daar was een foto van genomen waarmee ze werd gechanteerd. In een video vertelde Amanda haar verhaal over de pesterijen, die een jaar en twee verhuizingen voortduurden. Ze gaf er haar digitale lifestyle voor op, maar bleef vindbaar via de social media. Ook voor haar oud-klasgenoten. Op 10 oktober 2012 – een maand na het posten van de video op YouTube – pleegde ze zelfmoord. Een klein jaar later werd de veel geprezen documentaire Submit gemaakt dat op indringende wijze aandacht vraagt voor cyberpesten en het nieuwere fenomeen sexting.
Vier op de tien kinderen worden gepest via internet of mobiele telefoon. Scholen en hulpverleners slaan alarm. Ouders weten vaak van niets. Uit onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen in 2008 onder 13.000 jongeren blijkt dat 4 procent van alle kinderen zich zelf schuldig maakt aan cyberpesten. De Millennials, de generatie tussen 12 en 25, drukt zich uit in 140 tekens op Twitter. Maar de digitale revolutie leidt ook tot sociaal (on)handige tieners.


Dit digitale- ofwel elektronisch pesten is harder en agressiever dan het traditionele ‘straatpesten’, licht de Nijmeegse onderzoeker dr. Maerten Prins toe. Uit zijn studie ‘De deugd van tegenwoordig’ blijkt ook dat jongeren, naast school, gemiddeld bijna drie uur per dag achter de computer zitten, waarvan 2,6 uur online. Aan MSN besteden ze de meeste tijd: 2,3 uur. Meer dan 96,8 procent van alle jongeren tussen de 12 en 18 jaar ‘chat’ via MSN. Vooral daar gaat het mis. Het gaat er niet zachtzinnig aan toe. Een kwart van de jongeren gebruikt grove taal, ruim 14 procent scheldt. En 4 procent daarvan durft toe te geven echt te pesten.Ik vrees dat veel meer jongeren het doen, maar dit verzwijgen of het niet eens zo benoemen”.

cyberpesten

Ook voor Truusje Diepenmaat, medewerkster gezondheidsbevordering bij de GGD Zuid-Limburg, is dat geen
reden om te denken dat het probleem wel meevalt. Vele onderzoeken produceren vele verschillende cijfers.” Diepenmaat twijfelt over de juistheid van de onlangs gepresenteerde cijfers. Als ik de pesters vraag, dan zou dat cijfer hoger moeten liggen. Maar al zou maar één op de 25 kinderen langdurig en systematisch worden gepest, dan nog vind ik dat het alle aandacht verdient.” Diepenbeek weet uit eigen studie dat lieve kleine meisjes achter een beeldscherm soms de grootste monstertjes kunnen worden”. Het begint onschuldig. Kinderen realiseren zich niet wat ze typen. Ze hebben
weinig empathie voor hun slachtoffers en beseffen niet de impact als ze bijvoorbeeld schrijven: ik maak je dood.”
Pesten is pubergedrag. Onderzoek wijst uit dat vooral jongeren tussen de tien en veertien jaar er een sport van maken hun slachtoffers via de digitale snelweg te treiteren. Dat terwijl tussen de 60 tot 80 procent van de kinderen het niet vertelt als ze slachtoffer zijn van (cyber)pesten.

Omdat dader en slachtoffer vaak enkel via de computer verbonden zijn, verschuiven hierdoor grenzen en is het effect op slachtoffers vele malen groter. Ouders en leerkrachten hebben vaak veel moeite om te  ontdekken dat hun kind slachtoffer is van pesterijen of zelf iemand pest. Men weet gewoon vaak niet wat kinderen uitspoken achter de computer, en tegenwoordig ook achter hun mobieltje of iPad”, zegt Diepenbeek. Vooral meisjes zijn nogal eens slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Door elkaars wachtwoorden te achterhalen, wordt in naam van andere kinderen vaak ook valse of compromitterende compromitterende informatie doorgegeven. Kinderen moeten leren fietsen.

Ze zijn technisch heel vaardig, maar realiseren zich vaak nog niet wat ze anderen emotioneel kunnen aandoen.” Diepenbeek pleit voor een harde aanpak van pesters, maar ook voor meer alertheid bij ouders en leerkrachten. En goede voorlichting. Het gaat om vroegtijdig signaleren, het probleem in de kiem smoren. Vaak zeggen ouders: mijn kind pest niet. Vaak weten ze echter niet wat zich achter het beeldscherm op de kinderkamer afspeelt. Ze zouden hun kind niet alleen moeten vragen: wat heb je vandaag op school gedaan, maar ook: wat heb je op de computer gedaan?”

Een voorbeeld

Dat het met de ‘digitale kletsclub’ MSN behoorlijk mis kan gaan, ondervond Noor (15), vierdeklasser vwo. Zij werd via een omweg slachtoffer van pesterij. Een van haar ‘beste vriendinnen’ hackte haar MSN-account en de lijst met alle contacten. Noor kwam er pas achter dat er iets mis was, nadat ze dagen niet met haar eigen wachtwoord kon inloggen. Het kwaad was geschied. De ‘vriendin’ was uit naam van Noor behoorlijk aan het pesten en beledigen geslagen. Klasgenoten negeerden vervolgens Noor. Een meisje vroeg me: ‘Waarom scheld je me op MSN zo uit voor stomme hoer en trut en zeg je dat ik niet zo dom moet doen?’ Ze had de prints waar alles op stond al aan de mentrix van onze klas laten zien.

Ik zei dat ik het echt niet had gedaan.” Ook Noor’s neef belde. Of ze het wel normaal vond hem ‘lekker ding’ te noemen en hem te vragen om met haar naar bed te gaan?” Clara, de moeder van Noor, zag de ernst van de situatie in. Mijn man en ik zijn meteen ouders gaan bellen om uit te leggen wat er aan de hand was, maar vooral om te vertellen dat het niet Noor was die zo pestte.We hebben ook MSN hotmail ingeschakeld. Zij werkten goed mee en zo achterhaalden we dat die vriendin het had gedaan.We vonden een mail van haar waarin ze schreef: ‘Goed hè, ik heb haar gehackt’.” Toen alles uitkwam, bood een medeplichtige vriendin excuses aan. Clara: De hoofdschuldige niet. Haar ouders wilden niet geloven dat hun dochter zoiets had gedaan. Maar die snapten ook helemaal niet waar het over ging.”
Noors ouders deden aangifte bij de politie. Ze namen het heel serieus, maar wisten niet precies hoe ze het moesten aanpakken, onder welk artikel van hetWetboek van Strafrecht cyberpesten viel. Jammer alleen dat de politie er verder nooit meer iets mee heeft gedaan. Anderhalf jaar later kreeg ik een telefoontje of het goed was dat het dossier werd gesloten? Ik heb maar ‘ja’ gezegd.”

Ondanks de nare ervaringen in het verleden, logt Noor nog steeds in op MSN en speelt ze virtuele spelletjes. Ze wil erbij blijven horen. Meestal is het ‘gezellig’, maar Noor, die vaak zwarte kleding draagt, wordt ook nog steeds ‘gewoon’ gepest. Ze schelden me uit voor ‘kutgothic’ en ‘zelfmoordje’. Daar word ik echt niet vrolijk van. Als het me echt te gek wordt, blok ik iemand gewoon af en dan praat die maar niet meer mee.”

Om privacyredenen zijn de namen van Noor en Clara gefingeerd.

Dat cyberpesten tot heftige consequenties kan leiden, is te zien in onderstaand filmpje (echt gebeurd):

Deskundigen

Bamber Delver, een van de belangrijkste cyberpest-deskundigen in ons land. Hij is directeur van de stichting De Kinderconsument, die onder meer voorlichting geeft over cyberpesten. Ook heeft Delver een gezinscoachingspraktijk op het gebied van jeugd en media. Samen met Kinderconsument-collega Liesbeth Hop schreef hij het boek: “Pesten is Laf ! Cyberpesten is laffer”.  Delver: Cyberpesten is echt anders dan pesten op het schoolplein. Het is veel harder. Degene die pest, is onzichtbaar. En kinderen en jongeren hebben nog nooit zoveel privacy gehad als nu door de digitale technieken. Ouders weten niet wat er gaande is. Opvoeders bevinden zich niet in de digitale wereld. Dat maakt de slachtoffers die nare verwensingen krijgen of zelfs met de dood worden bedreigd, des te eenzamer.” Niet alleen ouders, ook leerkrachten, hulpverleners, politie en justitie, weten zich volgens Delver met cyberpesten vaak geen raad: Ze zitten met hun handen in het haar. Ze snappen het niet.”

Ondertussen grijpt het cyberpesten als een inktvis met zijn tentakels om zich heen. Elektronisch pesten is veel meer dan schelden via de pc en netiquette. Naaktfoto’s, gemaakt in kleedhokjes van de gymzaal, worden verspreid per mobiele telefoon.

Scholen

Scholen zijn cyberpestprojecten gestart , bijvoorbeeld met behulp van lespakketten die steeds meer beschikbaar komen, maken protocols voor correct computergebruik en geven voorlichting aan ouders. Schoolpedagoog: Marjoke Laan daarover: Wat wij op school zien, is soms te erg voor woorden. Meiden hebben ‘s nachts en ‘s ochtends gechat op MSN en als dat uit de hand is gelopen, gaat het op school met woorden door. Er is veel ruzie en onrust.”

Was een veilige school vroeger een school die brandveilig was en voldeed aan de arbo-wet, tegenwoordig komt er veel meer bij kijken, zegt Wim de Luij, vertrouwenspersoon, orthopedagoog en veiligheidscoördinator van de Helicon vmbo Groen Eindhoven. Er is veel meer aandacht voor de sociale veiligheid: (cyber)pesten, agressie, geweld en seksuele intimidatie.

Docenten en ouders

Veel docenten en ouders onderschatten echter het probleem, vindt ook Marjoke Laan. Ze denken dat het wel meevalt, maar vaak weten ze eigenlijk helemaal niet waar het over gaat.We vragen ouders ook wel of ze zich realiseren hoeveel uren hun kind achter de computer zit? Ze weten het niet. Kinderen zijn zó vingervlug, met één druk op de knop zitten ze op een andere site. Jongeren hebben een geheimtaal op internet. De kloof tussen ouders en kinderen is echt heel groot.”
Deskundige Delver is het daar mee eens: Kinderen hebben recht op begeleiding en steun. Maar ze staan op die drukke digitale snelweg helemaal alleen.”

Innovatie en wetenschap

Momenteel loopt er een project bij de Open universiteit op het gebied van cyberpesten, gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs. Het cyberpesten project is een project waarbij brugklassers van het VMBO drie online adviezen op maat ontvangen. Het doel van deze adviezen is om deze jongeren te leren zich beter te weren tegen de negatieve effecten van cyberpesten. Dit wordt gedaan door ze inzicht te geven in het 5G-schema, dat gebaseerd is op Rationeel Emotieve Gedrags Therapie.

  • Ze krijgen bij het eerste advies inzicht in:
  • Een negatieve cyberpest-ervaring (gebeurtenis)
  • Veroorzaakt irrationele negatieve gedachtes (gedachtes)
  • Leidt tot erg negatieve emoties (gevoel)
  • Resulteert in passieve of provocatieve reacties (gedrag) naar de cyber-pester
  • Welke een escalatie van het pestgedrag laat plaatsnemen (gevolg)

De interventie richt zich vooral op de gedachtes, gevoelens en gedragingen van slachtoffers van cyberpesten. Een cyberpest gebeurtenis kan makkelijk lijden tot negatieve gedachtes over jezelf. Deze negatieve gedachtes veroorzaken een negatief gevoel, waardoor je op een bepaalde (vaak ongunstige) manier reageert (gedrag). Via het online advies op maat wordt gepoogd deze negatieve gedachtes om te zetten in behulpzame, positieve gedachtes. Ook worden emotieregulatie vaardigheden aangeleerd.

Het tweede advies bestaat uit het vervangen van ineffectieve coping strategieën voor effectieve coping strategieën. Uit onderzoek blijkt dat er twee types slachtoffers zijn, die ieder op hun eigen manier copen met cyberpesten. Deze twee types slachtoffers zijn; slachtoffers en pesters/slachtoffers.

Het derde advies is een booster interventie waarin de jongeren beloond worden voor positieve veranderingen (rationele/behulpzame gedachtes en effectieve coping strategieën) die hen aanmoedigt om constructieve overtuigingen te internaliseren en om effectief te copen met cyberpesten. De interventie wordt volgens de Intervention Mapping benadering opgebouwd. Met behulp van gedragsdoelen voor de slachtoffers van cyberpesten en de determinanten van dit gedrag worden veranderdoelen gemaakt. Deze veranderdoelen worden met behulp van theorieën en methodes uit de wetenschappelijke literatuur omgezet naar een praktische aanpak. Om de effectiviteit van de interventie te bepalen, wordt gekeken naar of onder andere zelfvertrouwen en self-efficacy toenemen, en of concentratie problemen en spijbelen afnemen.

Bronnen: “Van hoer tot dreigen met de dood” (Limburger). “Draaiboek veilige school”(Eindhovens dagblad).

De fact sheet van IACP (USA) over cyberpesten vanuit de politie:

Er zijn heel veel onderzoeken op het gebied van cyberpesten, maar toch wordt er nog (te) weinig gedaan aan de diverse vormen, ook omdat die aan variëteit toenemen. Hieronder een aantal van die onderzoeken:

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *