9200000046267442 jamie bartlett

De Britse journalist Jamie Bartlett trok voor zijn boek The Dark Net naar de verborgen zelfkant van internet: wapens, drugs, porno, neonazi’s en anorexiafans. En? ‘Niets was zoals ik het verwachtte.’

Wat als je harddrugs zou kunnen kopen in een keurige winkel, met de ecstasy, marihuana en cocaïne netjes geëtaleerd in de schappen? Tegen schappelijke prijzen en zonder de angst dat de narcoticabrigade op de loer ligt? Op een plek waar je een praatje kunt aanknopen met andere shoppers, die je graag helpen bij je keuze? ‘Heb je de aanbieding van de week gezien? Dat is puike heroïne! Zou ik zeker 20 gram van meenemen.’

Die winkels bestaan, zegt de Britse researcher en journalist Jamie Bartlett: online. Op hetzelfde wereldwijde computernetwerk waar we terechtkunnen voor boeken, dvd’s, smartphones en hotelkamers kunnen we terecht voor GHB, LSA, poppers, speed, 2C-B, kanna, ibogaïne, kratom, DMT en andere drugs. Op websites die in vorm en opzet niet veel afwijken van een Marktplaats of eBay. De drugshandelaren houden zich op het dark net op, een deel van internet dat alleen met een speciale webbrowser valt te ontdekken.

Bartlett schreef er een boek over, dat in een Nederlandse vertaling is verschenen. The Dark Net gaat niet alleen over de drugshandel online, maar over een heel parallel universum op internet bevolkt door neonazi’s, cyberpesters, pornografen, anorexiafans en pedofielen. Een apart hoofdstuk wijdt Bartlett aan de cypherpunks, die in technologie het middel zien om zich te bevrijden van de staat. Uit hun kringen kwam de bitcoin voort, de virtuele munt die anonieme, elektronische betalingen mogelijk maakt. De bitcoin is het smeermiddel voor schimmige zaakjes online.

Vier jaar dompelde Bartlett zich onder in de zelfkant van het internet. Je zou denken dat hij door genoeg digitale drek waadde om er een depressie aan over te houden. Maar in een gesprek via Skype – om in stijl te blijven – blijkt Bartlett (36) een montere, laconieke Brit, die zijn geloof in de mensheid nog niet heeft verloren. ‘Dat is het gekke. Veel mensen die online de vreselijkste dingen doen en zeggen blijken als je ze persoonlijk ontmoet heel aardig. Dat levert ook weer een probleem op. Je kunt ze zo sympathiek gaan vinden dat je uit het oog verliest wat voor ergs ze op internet uitspoken.’

-0-0-820-540

Een wereld vol pedofielen, cyberpesters en neonazi’s. Het beeld dat je schetst van internet in The Dark Net stemt wel somber.

‘Het boek bestrijkt niet het hele internet. Ik heb geprobeerd een accuraat beeld te geven van de duistere plekken, niet een perfect gebalanceerd verhaal met ook de mooie dingen. Ik had van mezelf verwacht dat ik meer geschokt zou zijn over wat ik online heb aangetroffen, maar ik ben eerder minder bezorgd en juist meer relaxt. Het is vaak niet zo beroerd als je denkt.

‘Niets was zoals ik het verwachtte, op basis van wat ik er in de media over had gelezen. Neem Silk Road, de verborgen marktplaats waar je drugs en wapens kon kopen. Ik dacht dat het een schimmige boel zou zijn, net als de drugsdeals op straat. Het bleek een professionele, concurrerende markt, die kwalitatief geweldige producten bood met een uitstekende klantenservice. Het is net als eBay.

‘Ik had ook een heel ander beeld van de websites waarop mensen die aan anorexia lijden elkaar ontmoeten en tips geven over hoe je nog verder kunt vermageren. Ik verwachtte dat die pro-ana-sites sinistere ontmoetingsplekken zouden zijn, donker en boosaardig. Maar de gebruikers zijn juist heel meelevend, zorgzaam en aardig voor elkaar. Dat is misschien wel gevaarlijker. Want mensen die deze stoornis hebben, vinden daar een sympathiek oor. Ze kunnen verslingerd raken aan die positieve reacties en nog extremer worden in hun gedrag.’

Je hebt de mensen achter antimoslim-forums, sekscams en pedofielenwebsites opgezocht. Was dat moeilijk?

‘Als wetenschapper en journalist heb je dankzij internet meer mogelijkheden dan tien jaar terug. Ik kan in een paar muisklikken aan de praat raken met iemand die een pro-anorexia-website beheert in de Verenigde Staten. Iedereen wil met je praten, maar vooral online, anoniem. Je weet dan niet of ze de hele waarheid spreken, en of ze zijn wie ze zeggen te zijn.

‘Het meeste werk is gaan zitten in mensen zover te krijgen dat ze je face-to-face willen ontmoeten. Als je ze als journalist weet te overtuigen dat je eerlijk over hen zult schrijven, kun je hun vertrouwen winnen. De ander kan op internet checken of je wel deugt. Aan de andere kant: veel van deze groepen voelen zich onbegrepen. Ze willen dolgraag hun verhaal kwijt.’

Bartlett zegt dat hij zijn gesprekspartners nog eens heeft benaderd nadat The Dark Net was verschenen. Alleen Paul, een werkloze dertiger in het noorden van Groot-Brittannië die in blogs en forums de superioriteit van het blanke ras propageert, had achteraf iets te klagen. ‘Misschien niet eens omdat ik hem als een neonazi wegzet. Paul heeft er meer moeite mee dat ik hem omschrijf als een goedlachse, beleefde en attente man in het echte leven, terwijl hij zich op internet gedraagt als een racistische fanaticus. Hij ziet geen verschil tussen zijn offline- en onlinekarakter.’

Eén keer in het boek valt Bartlett uit zijn rol als toeschouwer, onbedoeld. De journalist woont een ‘live-optreden’ bij van Vex, Auryn en Blath, drie meiden die seks met elkaar hebben voor een webcam terwijl duizenden mannen toekijken. De mannen zijn bezoekers van de website Chaturbate en ze kunnen tegen betaling de meiden extra handelingen laten verrichten. De tarieven voor ‘tepels kussen’ en ‘vibratorgebruik’ staan keurig vermeld op het scherm.

pistool

‘We hebben vandaag een schrijver te gast, mensen’, zegt Vex opeens tegen de camera. Ik begin met mijn hoofd te schudden. Heftig. ‘En als jullie de komende minuut duizend tokens fooi geven, komt hij even in beeld.’ Ping! Ping! Ping! Vex springt van het bed en trekt me mee, in beeld.

‘Hallo allemaal’, zeg ik.

‘Hallo’, antwoorden een stuk of tien licht- en donkerblauwe namen op het computerscherm.

‘Ik schrijf ook een “boek”‘, typt iemand.

‘Ik betaal tienduizend tokens als je hem pijpt’, zegt een ander.

‘Jongens! Niet doen! Hoe zullen we hem op Chaturbate noemen?’

‘De Pen Is Machtiger!’

Ik trek me haastig terug.

Opmerkelijk aan The Dark Net is dat sommige ontluisterende verschijnselen die pas onlangs lijken te zijn ontstaan al een hele tijd meegaan. Neem het fenomeen trolling, waarbij internetters de grofste middelen inzetten om een ander online tot op het bot te vernederen, om die voor het oog van de hele wereld voor schut te zetten. Anoniem.

In Nederland maakten we in 2003 kennis met het verschijnsel reaguurder (‘Ga nou es deaud’) toen de website GeenStijl werd opgericht. Maar al bijna dertig jaar eerder, toen de voorganger van het internet nog het speeltje was van een handvol academici, klotste het vitriool tegen de virtuele plinten.

Een chatgroep die in 1976 werd opgericht om te debatteren over technische vernieuwingen op dat Arpanet ontaarde binnen de kortste keren in een wedstrijd moddergooien. Vooral nieuwkomers die de etiquette nog niet kenden en de cultuur niet begrepen kregen de volle laag. Oprichter Ken Harrenstein zou de deelnemers van de chatgroep later omschrijven als ‘een stel bevlogen vechtjassen die een paardenkadaver aan gruzelementen beukten’.

Sommigen hebben het online kwetsen tot ‘kunst’ verheven, zo blijkt uit The Dark Net. Bartlett spoorde een van de trollen op, Zack. Hij is begin 30 en haalt al tien jaar anderen op internet het bloed onder de nagels vandaan door elk debat met gestrekt been in te gaan en dat vol te houden tot de tegenpartij in de touwen hangt. Zack laat zien hoe hij op een obscuur forum een slachtoffer ‘binnenhengelt’ met een ogenschijnlijk onschuldig politiek commentaar. Als het doelwit hapt, overlaadt Zack hem met een stortvloed aan vileine opmerkingen, citaten van Cervantes en Shakespeare en video’s van zijn penis in diverse standjes.

‘Wat heeft dat nou voor zin’, vraagt Bartlett aan de trol.

Na een korte stilte zegt Zack: ‘Weet ik niet, maar het was wel leuk. Het doet er eigenlijk niet toe dat het verder zinloos was.’

Wat maakt dat mensen zich op internet zo gemakkelijk laten gaan?

‘Mensen wanen zich achter een computerscherm onbespied, zeker als ze anoniem reageren. Er is niemand die weet wie je bent. Er is geen sociale controle, er is geen repercussie voor als je je misdraagt. Je mist ook de aanwijzingen die je in een gewoon gesprek oppikt, de lichaamstaal, dus je reageert misschien feller. Het medium lijkt onbeschoftheid in de hand te werken.

‘Vroeger schreeuwden we tegen de televisie als we daar iemand zagen met wie we het niet eens waren. Als we indertijd in elke huiskamer microfoons hadden opgehangen en al die uitbarstingen hadden verzameld en geturfd, hadden we toen al geconstateerd dat het land ontspoort. Zoals we nu denken dat het mis is met de wereld omdat iedereen op Facebook en Twitter zo tekeergaat. Het probleem van internet is dat een kleine groep mensen zo’n grote stem krijgt. Het ongenoegen is beter zichtbaar.’

We willen kennelijk gehoord worden – ook als er niemand luistert. We leveren commentaar, ook al is het de 423ste reactie onder een bericht. Waarom?

‘Om dezelfde reden als waarom mensen hele lemma’s volschrijven op Wikipedia, zonder daar de credits voor te krijgen. Het is een natuurlijke aandrang tot zelfexpressie. Het is een manier om stoom af te blazen. Er wordt nooit over gesproken, maar volgens mij is een van de drijvende krachten achter negatief gedrag verveling. Je hebt niks te doen, dus ga je maar online. Internet is een oneindige bron van vermaak.’

In een lezing die op YouTube is te zien, stel je dat het dark net mainstream gaat. Hoe zie je dat?

‘Het zal niet zo zijn dat iedereen de technologie gaat gebruiken om zijn mail onleesbaar te maken of anoniem te surfen. Maar je ziet wel dat mensen zich zorgen maken over hun privacy, dat elk aspect van het leven in data wordt gevangen. Waardoor je bijvoorbeeld advertenties ziet over zaken waar je zes maanden geleden naar hebt gekeken. Dus als er alternatieven komen waarin dat niet gebeurt worden die populairder. Hoe meer ze worden gebruikt, hoe meer mensen zich zullen aansluiten. Zie de apps als Whatsapp en Telegram die je berichten versleutelen. Daar had twee jaar geleden nog niemand van gehoord. Nu hebben ze honderden miljoenen gebruikers.’

Assassination Market: een premie op het hoofd van Obama, Wilders en Ayaan Hirsi Ali. 

Van alle vijanden die Barack Obama dood wensen, zijn er een paar die werkelijk een premie hebben gezet op het hoofd van de Amerikaanse president. Ze zijn te vinden op de Assassination Market, een website waarop de deelnemers geld inzetten op de datum waarop iemand komt te overlijden. Hoeveel mensen hebben gegokt op het overlijden van Obama is niet bekend. Wel hoeveel ze gezamenlijk hebben ingezet: rond de 40 bitcoin, een virtuele munteenheid. De huidige koers van een bitcoin is 335 euro.

De Assassination Market is alleen te bezoeken met een Tor-webbrowser. Tor staat voor een netwerk dat onafhankelijk opereert van het zichtbare internet en waarop gebruikers kunnen surfen zonder dat ze te traceren zijn. De technologie achter Tor werd ontwikkeld door computerwetenschappers in dienst van de Amerikaanse marine, dat de blauwdrukken in 2004 vrijgaf. Met Tor kunnen mensen in landen met een zware internetcensuur toch vrijuit communiceren, maar de technologie wordt ook gebruikt door criminelen, verspreiders van kinderporno en terroristen.

De Assassination Market is gebaseerd op ideeën die de Amerikaan Jim Bell in 1995 in een essay vastlegde. Volgens Bell zouden politici zich correcter gedragen als ze weten dat er een premie op hun hoofd staat, of kan komen te staan. Er zit een adder onder het gras, signaleert Bartlett in The Dark Net: als er maar genoeg mensen kwaad worden op een gezagsdrager zal het prijzengeld zo hoog worden dat iemand een voorspelling doet om die vervolgens te laten uitkomen en zo zeker te zijn van de beloning.

Vandaar dat de laatste instructie op de Assassination Market luidt: ‘Of je je voorspelling wilt laten uitkomen is helemaal aan jou.’

KLEIN LEXICON VAN HET ‘DARK NET’

De duistere kanten van internet hebben hun eigen jargon voortgebracht. Hier een greep uit termen die aan de orde komen in het boek van Jamie Bartlett.

Doxing  – privégegevens van een gebruiker achterhalen en op internet publiceren

Trolling – opzettelijk online discussies saboteren, puur voor de lol

Flaming – oudere term voor trolling

Crap-flooding – nieuwsgroepen of forums overladen met onzincontent

Click bait – ‘lokaaslink’, verwijzing die bezoeker moet verleiden tot klikken, leidt vaak naar webpagina die boodschap in verwijzing helemaal niet waarmaakt

Screenie – synoniem voor screendump, schermafbeelding

Cryptograaf – specialist in digitale versleuteling of geheimcode

Crypto-currency – virtuele munt, niet te traceren, niet uitgegeven door een land, bijvoorbeeld de bitcoin. Betalingen zijn versleuteld.

Cypherpunk – anarchist die in encryptie een middel ziet tot sociale en politieke omwentelingen

Hash – digitale handtekening uniek voor een enkel bestand

Tor Hidden Services – websites die alleen zijn te bezoeken met TOR-browser

Tor – afkorting van The Onion Router, netwerk dat communicatie tussen computers zodanig versleutelt (de originele boodschap krijgt steeds meer lagen eromheen, zoals een ui lagen heeft) en omleidt dat bron niet meer valt te achterhalen

Hidden Wiki – index van Tor Hidden Services

Camshow – videokanaal waarop live seks wordt bedreven voor een webcam

Thread – lopende discussie van deelnemers op een forum

Pro-ana – aanduiding voor website waarop lijders aan anorexia nervosa onder andere tips uitwisselen om er nog magerder uit te zien

Rickrolling – internetters onder valse voorwendselen lokken naar videoclip van Rick Astley, met de song Never Gonna Give You Up uit 1987

Bronnen: De Volkskrant

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *