dark web3

Waar koop je de beste heroïne? En hoe vind je een geschikte huur­moordenaar? Gewoon vanachter de computer, terwijl je volledig anoniem surft op het ”dark web”. Opsporingsdiensten krijgen er nauwelijks greep op.

Nederland is wereldwijd koploper in de online verkoop van drugs. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van instituut RAND Europe in Brussel. De handel op internet in allerlei soorten verdovende middelen groeit explosief. En voor de politie is het niet makkelijk om grip te krijgen op deze schimmige wereld.

De grote hoeveelheden drugs worden verkocht via illegale marktplaatsen op internet. Cryptomarkten, heten ze in jargon. Deze websites zijn verstopt achter een TOR-browser voor extra anonimiteit. De drugs worden na betaling met bitcoins vaak gewoon via de post verstuurd.
Nederlandse verkopers zijn verantwoordelijk voor minstens 8 procent van de wereldwijde maandelijkse online drugsomzet. Vooral XTC en speed zijn favoriete exportproducten.
De online handel in drugs floreert ook wereldwijd. Tussen 2013 en 2016 is het aantal drugstransacties verdrievoudigd. In EenVandaag spreken we hierover met Gert Ras, die aan het hoofd staat van het Team High Tech Crime van de Landelijke Eenheid. Ook een gesprek met IT-specialist en “ethisch hacker” Arjen Kamphuis.

De Duitse politie gaat zich meer richten op de bestrijding van criminaliteit op het ‘dark web’. Het wapen dat gebruikt werd bij de recente schietpartij in München werd via een digitale zwarte markt gekocht.

Voor zuivere drugs tegen een betaalbare prijs surfen de slimste verslaafden met een speciale internetbrowser naar een online zwarte markt. Silk Road is met zijn miljarden aan omzet en gelikt design ongetwijfeld de bekendste illegale onlinemarktplaats. Met een beetje geluk en heel veel mankracht kreeg de Amerikaanse opsporingsdienst FBI de eigenaar van de website in het vizier. Maar ook talloze andere handelsplekken, met namen als Alphabay, Abraxas en Nucleus, trekken maandelijks honderdduizenden duistere bezoekers. De 18-jarige jongeman die twee weken geleden een aanslag pleegde in München, kocht zijn wapen op het ”dark web”.

Je kunt het zo gek niet bedenken of het is te koop op deze marktplaatsen. Niet alleen wapens, drugs en kinderporno, maar ook het Amerikaanse staatsburgerschap, een vals paspoort of een onherleidbare creditcard worden via deze plaatsen bemachtigd.

Betalen kan er met de virtuele bitcoin. Anonimiteit van ver­zender en ontvanger zijn daarmee gegarandeerd. Het product belandt enkele dagen na bestelling via de post op de deurmat. Dankzij de reviews van andere gebruikers zijn verkopers zeer betrouwbaar.

Toen Jamie Bartlett zich in de krochten van het web begaf, viel het hem vooral op hoe klantvriendelijk de dealers zijn. „Ze adverteren met kwaliteit, stunten met prijzen en sturen zeer correcte berichten.” Niet zo verwonderlijk, want klant­beoordelingen zijn de enige manier om zich op die verder volledig anonieme marktplaats te kunnen onderscheiden. „Er was zelfs iemand die fairtradedrugs aanbood. Niet die van drugs­baronnen, maar van Colombiaanse boeren. De verkoper beloofde zelfs 20 procent van de opbrengst te investeren in educatieprogramma’s”, zei hij op een conferentie van Technology, Entertainment en Design (TED) in september vorig jaar. Op die jaarlijkse TED-bijeenkomst worden vooraanstaande mensen gevraagd om laag­drempelig een „goed idee” met het grote publiek te delen. Ondertussen vloeien er miljarden euro’s over de internationale zwarte markt. Volledig buiten het zicht van de bovenwereld.

Lesje cybercrime

Drugsdealers en -gebruikers hoeven dankzij het dark web hun stoel niet meer uit. Er zijn geen rivaliserende straatbendes, geen overlastgevende dealers en geen vervuilde drugs. De concurrentie is internationaal. „Zeecontainers worden de wereld rond gestuurd tussen producerende, bestellende en doorvoerlanden”, ervaart de internationale politieorganisatie Interpol. „Om deze criminaliteit en bedreiging voor de volks­gezondheid te bestrijden, moeten wetshandhavingsinstanties hun eigen cybercrime-eenheden ontwikkelen”, stelt de organisatie in een rapport uit februari vorig jaar.

Het duistere internet is voor de politie een groot internationaal probleem. Toch wagen opsporings­instanties pogingen om criminelen te ontmoedigen gebruik te maken van deze onlineplatforms. Volgens Rolf van Wegberg, cybercrimeonderzoeker en verbonden aan de Technische Universiteit Delft en het onderzoeksinstituut TNO, moet de nadruk niet enkel liggen op het „vangen van boeven”, maar dient de politie te proberen „hun ecosysteem om zeep te helpen.” Hij traint regelmatig klassen van twintig internationale politie- en opsporingsmedewerkers om criminelen online het leven zuur te maken.

Anonimiteit is volgens de 28-jarige wetenschapper de voedingsbodem voor illegaal gedrag. Deze vorm van criminaliteit is volgens hem interessant voor lieden met onzuivere bedoelingen omdat ze gegarandeerd buiten het zicht van politie en justitie kunnen handelen en betalen. De politie moet uit die anonieme infrastructuur juist haar kracht putten, vindt Van Wegberg.

Als voorbeeld neemt hij de Zweedse politie. „Toen zij een illegale marktplaats offline wilde en kon halen, zorgde ze er eerst voor dat ze de gebruikersnamen van de twintig grootste handelaren in beeld had. Daarna haalden ze de site offline. Voordat een crimineel zich kon registreren op een nieuwe website, die vaak binnen enkele dagen of weken na een ”takedown” online komt, registreerde de politie een account met de gebruikersnaam van de crimineel. Daarachter zetten ze, in grote letters: politie.”

Data vangen boeven

Op die manier richt de politie in één keer de zorgvuldig online opgebouwde reputatie van een crimineel te gronde, volgens Van Wegberg. „Zo’n boef moet weer bij nul beginnen. Zo maak je het dark web minder aantrekkelijk voor criminele activiteiten.”

Zo nu en dan worden er ook boeven gevangen. Meestal personen die nooit eerder in aanraking kwamen met politie en justitie. Van Wegberg kreeg inzicht in een database van arrestanten die in verband werden gebracht met drugshandel en het dark web. „Vaak zijn het jonge mannen. Verder kan ik er niet veel over zeggen, omdat er gewoon te weinig mensen zijn opgepakt.”

Een crimineel is in deze om­geving vaak alleen op te pakken wanneer hij een foutje maakt. De eigenaar van zwartemarktplaats Silk Road liep tegen de lamp toen hij ergens op een forum zijn e-mailadres liet rondslingeren in combinatie met zijn gebruikers­naam. Een tweede kiest een gebruikersnaam die lijkt op zijn echte naam, en een derde wisselt de bitcoins waarmee drugs zijn verkocht in tegen euro’s. Ook pedofiel Robert M. was actief op het dark web. Na zijn arrestatie in 2013 werkte hij mee met het politieonderzoek. De politie dook in zijn onlinenetwerk en bracht meer dan 500 kinderpornozaken aan het licht.

Bitcoins zijn volledig anoniem, maar de politie heeft één voordeel; het kasboek is openbaar. Van ieder account is precies bekend hoeveel bitcoins erop staan, wie er geld op de virtuele rekening stort en aan wie geld wordt toegestuurd. Het enige wat niet bekend is, is het antwoord op de vraag van welk ”natuurlijke persoon” de rekening is.

Met ”big data”-analyses probeert de politie daar de vinger achter te krijgen. Alle gegevens worden op één hoop gegooid en door de politie geanalyseerd. Zo weet ze welke rekeninghouders met elkaar samenwerken, en of het om een handelaar of een koper gaat.

En eens wil een crimineel zijn bitcoins weer omzetten in valuta waarmee hij een auto kan kopen, of een broodje bij de bakker. Daar raakt de virtuele wereld de werkelijke wereld. Een foutje is zo gemaakt, en met een beetje geluk pakt de politie dan niet alleen een enkel crimineel individu, maar rolt ze het hele netwerk op dat ze met die analyse in kaart bracht.

Kopten

Op deze manier internet afspeuren, kost opsporingsinstanties wel veel meer mankracht dan wanneer mensen met Firefox, Google Chrome of Internet Explorer op het web surfen. „Steeds vaker zijn we niet in staat om te achterhalen wat terroristen met elkaar bespreken. Dat geeft hun een enorme voorsprong op ons”, klaagde FBI-directeur James Comey vorig jaar over het dark web.

„Dat is te kort door de bocht”-reageert Van Wegberg. „Het is op zich zuiver om gebruik te maken van technologieën die je communicatie versleutelen. Sinds kort heeft ook WhatsApp een ”encrypted” berichtenservice. Niet om gebruikers dingen te laten doen die het daglicht niet kunnen verdragen, maar om hun privacy te gunnen. Het is kortzichtig om te roepen dat het vervelend is wanneer gesprekken tussen onverdachte individuen de strijd tegen terrorisme bemoeilijken.”

Interpol stelt in zijn werelddrug­rapport uit 2014 dat de onlinemarktplaats voor drugs steeds groter en brutaler wordt. „Als deze trend doorzet, heeft het dark web met verboden goederen het potentieel om uit te groeien tot een populaire koopplaats”, waarschuwt de UNODC, de VN-organisatie tegen drugs en misdaad.

Toch is het dark web niet enkel aantrekkelijk voor criminelen, pedo­fielen en rekruterings­websites van Islamitische Staat. „Voor alle minderheidsgroeperingen in een ondemocratische samenleving kan anoniem surfen meerwaarde hebben.” Jaap-Henk Hoepman, universitair hoofd­docent digital security aan de Radboud Universiteit Nijmegen: „Ik kan me voorstellen dat ook de kopten in Egypte een eigen website op het dark web zouden willen.”

„Anonieme browser bevordert democratie”

Iets wat via het anonieme Tor-netwerk wordt verstuurd, reist via een aantal wille­keurige servers van het netwerk. Tor staat voor The Onion Router, omdat het netwerk de versleutelde bestanden als een ui laag voor laag afpelt en decodeert. De Amerikaanse marine ontwikkelde de technologie in de jaren 70 van de vorige eeuw om veilig te kunnen communiceren.

Jaap-Henk Hoepman, universitair hoofddocent digitale veiligheid aan de Radboud Universiteit Nijmegen, biedt vrijwillig zijn computer aan als tussenstation. Op zijn weg op internet bevat het verstuurde bestand slechts de informatie van een verzendende server en een ontvangende server. De berichten zijn bovendien versleuteld, zodat geen van de servers de inhoud kan lezen.

Hoepman erkent dat er via het Tor-netwerk bestanden verstuurd worden die het daglicht niet kunnen verdragen. „Maar dat gebeurt op het normale internet ook. Ik bied een snelweg aan waarover mensen met hun bestanden kunnen reizen. Dat ze daar vervolgens ook misbruik van kunnen maken, is hun eigen verantwoordelijkheid.”

Voor Hoepman is privacy de belangrijke motivatie om onderdeel te zijn van het Tor-netwerk. „De opsporingsdiensten van nu kunnen meer dan de Stasi uit toenmalig Oost-Duitsland. Denk alleen al aan het feit dat de politie van iedereen met een smartphone precies kan zien waar je de hele dag bent geweest.”

Anoniem surfen is voor Hoepman dan ook „een druppel op een gloeiende plaat.” Meewerken doet hij uit ideële overwegingen. „Het helpt te voorkomen dat veiligheidsdiensten in bulk álle informatie over iederéén verzamelen. Dat kan vooral schadelijk zijn voor kwetsbare groepen in de samenleving.”

 

Jamie Bartlett zei in zijn TEDTalk in september vorig jaar al de voordelen van het Tor-netwerk te zien voor burgers die bezorgd zijn over hun privacy. „In de jaren 70 is internet begonnen als een militair project. In de jaren 80 ontdekten academici het. In de jaren 90 omarmden commerciële bedrijven internet, en in 2000 kwamen de socialemedianetwerken op. En nu evolueert internet weer.”

Het ‘nieuwe’ internet is volgens Bartett „veilig, volledig anoniem en moeilijk te censureren.” Dat is goed nieuws als je illegale pornografie wilt bekijken of ongestraft goede drugs wilt bestellen. Maar het is ook goed nieuws als je geeft om vrijheid en democratie.

Eén praktisch nadeel heeft surfen via de Tor-browser tot nu toe wel. Doordat informatie via servers over de hele wereld wordt gestuurd, is het snel bekijken van een YouTubefilmpje er vooralsnog niet bij.

„Oprollen Silk Road verdient geen schoonheidsprijs”

Met veel bombarie maakte de Amerikaanse opsporingsdienst FBI in oktober 2013 bekend dat hij de ‘drugsmarktplaats’ Silk Road 1.0 had opgerold. „Niet zo slim”, oordeelt Rolf van Wegberg. Enkele weken daarna ging Silk Road 2.0 online. Die marktplaats trok –mede door de media-aandacht en FBI-pers­berichten– meer gebruikers dan zijn voorganger.

Twee, drie beheerders van Silk Road 1.0 werden opgepakt. „Bepaald geen label voor succes”, vindt Van Wegberg. „De FBI had daar veel meer uit kunnen halen”, stelt de onderzoeker, die verbonden is aan de TU Delft en TNO. „Op de site waren minimaal 5000 handelaren actief. De FBI was succes­vol geïnfiltreerd in de website. Ze konden de achterkant van de website in kaart brengen. De administratie, de bitcoin­adressen, alles.”

Ze deden het niet. Dat het probleem Silk Road niet was opgelost, bleek toen er enkele weken later een nieuwe versie van de marktplaats op het dark web verscheen. „De server van Silk Road 2.0 stond in Nederland. De Nederlandse politie heeft, voordat die website werd opgedoekt, daar een kopie van gemaakt. Die data worden nu geanalyseerd.”

Inmiddels is Silk Road 3.0 in de lucht.

De documentaire “Down the Deep, Dark Web” verkent de kansen en de gevaren van de dit deel van het web dat niet geïndexeerd wordt door zoekmachines. Yuval Orr, een Israëlische journalist, werd gefascineerd door het Dark Web en voerde maandenlang gesprekken met technische experts en crypto-anarchisten over de diverse mogelijkheden ervan. In bovenstaand fragment is Orr aan het begin van zijn reis: een niet-gereglementeerde markt, een ruimte voor verborgen revoluties, drugs, terrorisme en kinderporno.

Bronnen: Reformatorisch dagblad, The Atlantic

Gerelateerde berichten:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *