Misdaden voorspellen

Big data’ zijn grote dataverzamelingen. Door die slim te analyseren kunnen onderzoekers er wetmatigheden in ontdekken en op grond daarvan voorspellingen doen. Wereldwijd kijkt de politie met grote belangstelling naar de mogelijkheden van ‘big data’, aldus het nieuwe boek van Smilda en De Vries. Door bijvoorbeeld misdaadgegevens te analyseren kun je misschien voorzien wie, waar je wanneer extra goed in de gaten zou moeten houden, omdat statistische berekeningen uitwijzen dat de kans op een misdrijf of overtreding onder soortgelijke omstandigheden in het verleden relatief groot is gebleken.

In Los Angeles gebruikt de politie bijvoorbeeld speciale software om misdaden te zien aankomen: PredPol. “Deze software analyseert oude misdaadstatistieken en plot die op een kaart,” schrijven de auteurs. Heel handig, want “zo kan de politie per gebiedje zien wat er daar allemaal is gebeurd en wat er vermoedelijk gaat gebeuren, waarbij zelfs de weersvoorspellingen worden meegewogen.” In een blinde proef bleek dat PredPol tot betere resultaten leidde dan wanneer agenten gebruik maakten van traditionele ‘hotspotkaarten’: papieren stadsplattegronden waarop gekleurde naalden zijn geprikt om de locatie van eerdere misdrijven en overtredingen aan te geven. “Niet alleen vonden er meer arrestaties plaats, maar er was vooral sprake van dalende misdaadcijfers. In het gebied dat door PredPol in Los Angeles wordt bestreken, daalde de misdaad met dertien procent. In Santa Cruz ging het aantal inbraken zelfs met 27 procent omlaag.” Dat is opmerkelijk, zeker omdat de politie in dat laatste gebied aardig onderbemand is: “Hier zijn voor 60.000 inwoners – en 150.000 in het hoogseizoen – slechts 94 politiemensen beschikbaar, en geld voor meer personeel is er niet.” Het voorspellen van misdaden, ook wel ‘predictive policing’ genoemd zal volgens Smilda en De Vries daarom groot worden, “want het scheelt mankracht en het is effectiever. Software als PredPol maakt het eenvoudiger om efficiënt te surveilleren. Niet meer blauw op straat, maar gerichter blauw op straat.”

Data verzamelen

Het gebruik van dit soort technieken zal niet tot Amerika beperkt zal blijven. In Nederland experimenteert de politie inmiddels ook met het gebruik van big data. “De politie van Amsterdam werkt samen met onderzoekers van het Centrum Wiskunde & Informatica en de Vrije Universiteit Amsterdam aan een soortgelijk systeem om te voorspellen welke incidenten waar plaats gaan vinden en hoe laat. En ook TNO is samen met de Amsterdamse politie bezig om het ontwikkelde Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS) te optimaliseren.”

Om big data te kunnen analyseren, moet je ze natuurlijk wel hebben. “In New York werkt de politie samen met Microsoft aan een zeer geavanceerde analysetool, het Domain Awareness System. Die analyseert straks de beelden van de meer dan drieduizend politiecamera’s in de stad.” Het doel van deze dataverzameling is niet zozeer om toekomstige misdaden te voorspellen, maar meer om die te kunnen oplossen: “Gecombineerd met alle databases die de politie tot haar beschikking heeft wordt het bijvoorbeeld precies mogelijk na te gaan waar een verdachte auto in de weken voor een misdrijf is gesignaleerd.”

Aangegeven door Facebook

Volgens Smilda en De Vries kan het gebruik van dit soort voorspellingssoftware verrassende gevolgen hebben. Zeker omdat de politie niet de enige partij is die deze software gebruikt. Allerlei online dienstverleners gebruiken dit soort applicaties namelijk al. Ze houden hun gebruikers angstvallig in de gaten omdat ze liever niet het risico lopen om beschuldigd te worden van het verlenen van medewerking aan criminele praktijken. “De meeste mensen weten het niet, maar bedrijven als Facebook werken al met big data en algoritmen om hun klanten te screenen. Schrijf je bijvoorbeeld altijd berichtjes aan meisjes van dertien jaar, en gebruik je ook het trefwoord ‘seks’ een beetje te vaak, dan kan Facebook jou als verdachte aanmerken en de politie waarschuwen.” Is dat zo erg? “Dat een pedofiel wordt opgepakt zullen we allemaal niet zo erg vinden, maar wat als Facebook straks voorspellingen gaat doen over mogelijk drugsgebruik, of wie er straks allemaal naar alle waarschijnlijkheid mee zullen doen met nieuwe rellen in Londen?” Het punt is bovendien, aldus Smilda en De Vries, dat Facebook geen gerechtelijk bevel nodig heeft om privégegevens in te zien, in tegenstelling tot de politie. “Straks worden we door Facebook bij de politie aangegeven voordat we ook maar iets hebben gedaan. Of een privédetective koopt je data. Of je wordt op grond van de Nederlandse versie van PredPol staande gehouden terwijl je geheel onschuldig met een gereedschapskist door een buurt loopt waar statistisch op dat moment veel wordt ingebroken. Dan heb je als burger ineens veel uit te leggen.” Als we uitgaan van een dergelijk zwart scenario dan wordt het volgens Smilda en de Vries in de toekomst voor burgers opeens heel belangrijk om te weten hoe je kunt voorkomen dat je als ‘verdacht’ wordt aangemerkt. “Heeft elke burger straks een app die hem adviseert om maar een blokje om te gaan, op basis van crimemaps met duizenden misdrijven, waarvan de analyses vrijelijk beschikbaar zijn?”

Google Glass

Niet alleen big data maar ook technologieën als Google Glass en verwante producten gaan een grote invloed hebben op ons leven, voorspellen Smilda en De Vries. “Een Googlebril maakt foto’s en video’s van alles wat je doet, op elk moment.” Dat klinkt leuk, maar “als iedereen dat gedachteloos doet, dan staat het web straks vol met beelden van mensen die daar helemaal nooit om hebben gevraagd.” Zeker niet omdat we in veel gevallen niet eens zullen weten dat we gefilmd zijn. “Met Google Glass wordt je – anders kunnen we het niet zeggen – stiekem opgenomen. Iedereen wordt dus een wandelende surveillancecamera en alles wat we doen kan zomaar openbaar worden gemaakt, zonder dat we er erg in hebben.” Dat heeft overigens ook voordelen, aldus de auteurs. Zo zullen ooggetuigenverslagen objectiever worden. “Er is nogal een verschil tussen het opgewonden verhaal van een getuige van een roofoverval en iemand die de video van zijn Google Glass aan de politie stuurt, met een haarscherpe registratie van de roof waarbij de overvallers je niet hebben zien filmen.” Ook zullen dankzij Google Glass onschuldigen in de toekomst misschien minder vaak achter de tralies verdwijnen: “Omgekeerd zullen mensen Google Glass ook kunnen gebruiken om te bewijzen dat ze ergens waren.”

En wat als de politie zelf massaal Google Glass-achtige producten gaat dragen? “Stel, je draagt als agent een Google Glass en je ziet iemand lopen waarvan je vermoedt dat hij een crimineel is. Dan roep je snel even alle recente gegevens over deze persoon op en projecteert die in je rechterooghoek.” Agenten krijgen zo niet alleen realtime toegang tot informatie die tot de aanhouding van criminelen kan leiden, ook het verzamelen van bewijs wordt eenvoudiger. Daarnaast kunnen diensten dit soort technologie gebruiken om op afstand een oogje in het zeil te houden: “Het is een kwestie van tijd voordat andere eenheden mee kunnen kijken met wat een agent ziet op zijn of haar ‘personal device’. Ze kunnen vervolgens real-time advies geven.”

Internet of things

Behalve Googlebrillen zullen agenten en burgers volgens Smilda en de Vries in de nabije toekomst ook andere draagbare technologie benutten: “Draagbare minicomputers breken echt door. Ze zijn als een tweede huid en straks niet meer weg te denken uit het straatbeeld: Applehorloges, Nike+-schoenen en intelligente kleding. Burgers, agenten en criminelen zullen gebruikmaken van deze nieuwe mogelijkheden.” Ook vliegende minicomputers zullen in de toekomst volgens Smilda en De Vries vaker ingezet  worden: “Minidrones met camera kunnen voor ons bijvoorbeeld kijken wat er om de hoek gebeurt.”

Onze wereld zal meer en meer vergeven worden van kleine apparaatjes met allerlei sensoren die van alles opslaan en online delen. Omdat ze zo handig zijn zullen consumenten ze met graagte gebruiken. Ze zullen daarbij hun best doen om hun privacy te beschermen, maar dat zal steeds ingewikkelder blijken: . Ze zullen niet alles willen delen. “Veel informatie uit het Internet der Dingen zal echt niet door iedereen publiekelijk worden gedeeld. Niemand heeft er iets mee te maken hoeveel drank je in de koelkast hebt staan. Maar het is wel waarschijnlijk dat mensen deze informatie zullen delen in groepen waar zoiets er wel toe doet: een vriendengroep, de lokale sportclub of het gezin. Aangezien social media-diensten, zoals Facebook, deze meer persoonlijke informatie-uitwisseling ondersteunen, kunnen zij er ook over beschikken. Nu gebruiken ze deze vooral voor commerciële toepassingen, zoals het relevanter maken van de aangeboden advertenties. Maar wie zegt dat andere toepassingen – zoals veiligheid – in de nabije toekomst niet ook mogelijk worden?” Als dat gebeurt zullen politiediensten in de toekomst toegang hebben tot een onwaarschijnlijk hoeveelheid informatie. Ze zullen in de toekomst aan Google of Facebook bijvoorbeeld kunnen vragen: “Wie was er om acht uur vanochtend in de buurt van een bepaald plaats delict en heeft op dat moment foto’s gemaakt?”

Big Brother?

Allerlei technologische ontwikkelingen zullen in de toekomst niet alleen leiden tot verbeterde opsporing, maar ook tot allerlei privacyproblemen. Om dat duidelijk te maken citeren de auteurs de Amerikaanse ict-expert Raj Goel: ‘Niet Big Brother, maar een samenleving vol Little Sisters moeten we vrezen. We leven niet in een maatschappij waarin één oog iedereen in de gaten houdt, maar waarin miljarden ogen elkaar in toenemende mate bespioneren. Dat is een controlesysteem dat zelfs George Orwell niet had kunnen bedenken.”

Bron:  Jolein de Rooij

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *