De kracht van online opsporing; Een onderzoek naar het gebruik van Twitter binnen de opsporing.

wordcloudZoeyPlanjer

 – Masterscriptie Zoey PlanjerUniversiteit Utrecht

‘’Ojee! Een foto van de DADERS van het teringtiefustuigh uit Eindhoven. U weet wel, die acht helden die als groepsactiviteit met z’n allen één andere jongen in elkaar trapten en ondertussen het woord van het jaar 2013 introduceerden: kopschoppen’’.

Op 22 januari 2013 werd door Omroep Brabant een filmpje getoond waarop te zien was hoe acht (onherkenbaar gemaakte) mannen één man mishandelen. Twee van de acht verdachten waren bij de politie reeds bekend, naar de overige zes werd nog gezocht. Een dag later circuleert op internet een foto waarop de verdachten volledig zichtbaar zijn. De foto wordt middels social media massaal verspreid en binnen twee uur zijn alle verdachten, met volledige naam, in heel Nederland bekend.

Dit voorbeeld dat bekend staat als ‘de kopschoppers van Eindhoven‘ illustreert de kracht van social media binnen de opsporing, een fenomeen dat meegroeit met het internetgebruik in Nederland. Ook de zoektocht naar de daders van de bomaanslagen tijdens de Boston marathon (april 2013) werd middels social media uitgezet. In een mum van tijd werden foto’s van verdachten gedeeld en burgers gingen actief op zoek naar informatie over deze verdachten. Naast het opsporen van verdachten of vermiste personen, wordt social media ingezet bij de zoektocht naar gestolen goederen zoals fietsen, scooters en auto’s. Zo zette een vrouw uit Maastricht in 2012 een foto van haar gestolen scooter op Facebook en Twitter met begeleidende tekst: ‘’ Scooter gestolen op de markt van Maastricht. Helpen jullie mee zoeken?’’. De foto en tekst werden massaal gedeeld en een dag later was de scooter terecht.

De inzet van social media binnen de opsporing zorgt voor veel discussie. Burgers zijn in mindere mate afhankelijk van bepaalde regels, protocollen en privacyrichtlijnen. Hierdoor kan bewijsmateriaal, opgespoord door burgers, niet altijd rechtmatig zijn en verhoogt het de kans op de stigmatisering van verdachten welke nog niet strafrechtelijk vervolgd zijn2. Dit gebeurde bij de klopjacht op de geweldplegers in Eindhoven waarbij een onschuldige Tom Kantelberg werd verdacht enkel en alleen omdat hij dezelfde naam had als een van de daders. Ook bij de zoektocht naar de daders van de aanslagen in Boston werden onschuldige burgers aangewezen als verdachten.

Ondanks deze moeilijke discussie kunnen we niet meer terug; social media is een onderdeel van de huidige samenleving en speelt een steeds grotere rol in het veiligheidsbeleid en binnen opsporingsactiviteiten. Het is nu zaak om te anticiperen op de toekomst en zo effectief mogelijk gebruik te maken van de nieuwe mogelijkheden die social media in de opsporing met zich mee brengt. Maar hoe zet je social media op de juiste manier in, zodat het zorgt voor succesvolle opsporing?

Centrale vraag in deze masterscriptie is ‘’Onder welke voorwaarden leidt de inzet van social media tot succes in de opsporing?”​

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *