Gross, H. & W.E.T.M van der Does de Willebois (1912). De nasporing van het strafbaar feit: een leidraad voor ambtenaren en beambten van justitie en politie. L.J. Veerman, Heusden.

Leiddraad bij wat er in de eerste plaats te doen is om het gepleegde misdrijf tot klaarheid te brengen. Behandelt niet de geheele kriminalistiek, maar slechts het noodzakelijkste daarvan, wat in de praktijk bij het onderzoek naar de toedracht der zaak van toepassing is. Uit de inhoud: 1. Van hem, die het onderzoek leidt. 2. Het verhoor. 3. De plaatsopneming. 4. De deskundigen. 5. Misleiding van het onderzoek en middelen daartegen. 6. Het bijgeloof. 7. Over wapens. 8. Van sporen. 9. Teekenen en verwante kunst. 10. Onderzoekingen in het buitenland. 11. Post, telegraaf en telefoon en strafrechterlijk onderzoek. 12. Verwondingen en andere beleedigingen van het menschelijk lichaam. 13. Misdrijven tegen de zeden. 14. Diefstal. 15. Bedrog en valschheid. 16. Brandstichting. 17. Ongevallen in fabrieken en werkplaatsen.

Gerelateerde berichten:

  • Geen gerelateerde berichten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *