buurtonderzoek1

Op 28 december 2012 hield de politie een passantenonderzoek naar aanleiding van een gewapende overval op een Shellstation in Gouda. Best omslachtig, want dit betekent dat agenten op verschillende plekken rond de benzinepomp moesten gaan staan om voorbijgangers te bevragen. Het ging om twee lichtgetinte daders die oranje veiligheidsvesten droegen, de medewerker met een vuurwapen bedreigden en deze ook met een vloeistof in zijn gezicht spoten. Daarna vluchtten ze in een grijze Seat Toledo. De auto werd later teruggevonden.

Buurtonderzoek 1.0

buurtonderzoekZoals in het boek ‘Rechercheportret’, over dilemma’s in de opsporing door van De Poot et al (2004: 138) wordt beschreven, wordt bij (ernstige) misdrijven doorgaans een buurtonderzoek verricht rond de plaats van het delict. Traditioneel gezien worden bij misdrijven die in of bij woningen zijn gepleegd – en dat zijn de meeste – de bewoners van omliggende straten bezocht met de vraag of ze wat gezien hebben. Dat is in de eerste plaats van belang om te achterhalen of er mogelijk getuigen zijn: van het misdrijf, van verdachte personen, auto’s of andere verdachte situaties. Daarnaast is het buurtonderzoek zinvol om zich al vrij snel een beeld te kunnen vormen van het slachtoffer. Dat is vooral nodig als het slachtoffer niet meer leeft of als het slachtoffer niet in staat is een verklaring af te leggen.

Een buurt- en passantenonderzoek kost veel mankracht en het is altijd maar afwachten of de juiste passanten worden bevraagd.

M!

Daarom maakt de politie ook graag gebruik van bijvoorbeeld Meld Misdaad Anoniem 0800-7000.  M. is de meldlijn waar je anoniem informatie kunt geven over ernstige misdaden, zoals moord en doodslag, overvallen, brandstichting, wapen- of mensenhandel.

M. is een onafhankelijke stichting en is geen politie, maar stuurt de informatie naar de politie of andere opsporingsdiensten door. De politie kreeg in 2012 via Meld Misdaad Anoniem 15.000 waardevolle anonieme tips door. Dit is een stijging van 12% ten opzichte van 2011 en een record sinds de oprichting 2002. 89% van de meldingen is bruikbaar. Hiervan is 89% in onderzoek genomen. Dankzij deze tips worden ook steeds meer zaken opgelost (1.031 misdrijven, +23%) en voorkomen (116 misdrijven, +27%). Mensen bellen bovendien steeds vaker over ernstige misdrijven, zoals mensenhandel en -smokkel (+46%, 198), geweld (+33%, 1.598 tips) en overvallen (+22%, 659 tips).

Burgernet

Maar ook Burgernet is een manier om virtueel buurtonderzoek te doen. Burgernet is een samenwerkingsverband tussen burgers, gemeente en politie om de veiligheid in de woon- en werkomgeving te bevorderen door het vergroten van de pakkans van daders. Burgernet wordt ingezet bij tijdkritische incidenten om de heterdaadkracht te vergroten zoals bij woninginbraak, straatroof, overvallen en bij vermissingen, en in toenemende mate voor niet-tijdkritische acties (preventie, aanvullend buurtonderzoek recherche). Bij deze zaken moet een duidelijk signalement beschikbaar zijn.

SMS bom

En er zijn meer creatieve methoden. In 2005 stuurde de politie na ongeregeldheden 17 duizend sms’jes naar personen die zich bij de Kuip bevonden. De nummers, werden gevorderd bij de providers. Het OM vergelijkt het sms-bombardement met een standaard buurtonderzoek. ‘Na een misdrijf gaan we langs de deuren met de vragen: heeft u iets gezien en zo ja, wat. Dat hebben we nu ook gedaan, zij het via de mobiele weg.’ Dit sms-bombardement heeft de internetfora van de Feyenoord-fans destijds behoorlijk in beroering gebracht en de hooligans onder hen flink angst aangejaagd. Martijn: ‘Vrienden van Feyenoord, ik werd net opgeschrikt door een sms van de politie. Ik dacht eerst dat ik genaaid werd door iemand.’ Nog voor de thuiswedstrijd tegen Ajax begon, brak een massale vechtpartij uit. Al een paar maanden publiceert de politie op haar website foto’s van relschoppers van wie de identiteit nog niet vaststaat. In het sms’je, waarin de geadresseerde nog eens fijntjes wordt herinnerd aan zijn verblijfplaats op dat tijdstip, vraagt de politie getuigen naar de site te kijken en een hem bekende hooligan op de foto’s aan te geven. Gistermiddag hadden al twaalf gesignaleerde relschoppers zich eigener beweging gemeld. ‘Het werd ze kennelijk te heet onder de voeten’, aldus een politiewoordvoerder. Hij vindt het justitiële sms-offensief meer dan gerechtvaardigd. ‘Hier was sprake van puur liederlijk gedrag.’

Vrijwilligerswerk

Het klassieke buurtonderzoek wordt nu ook al gedaan door vrijwilligers. Als vrijwilliger buurtonderzoek ben je vooral actief in de wijk en draag je bij aan de communicatie rondom een misdrijf of ondersteun je bij het oplossen daarvan. Samen met agenten bezoek je alle huizen in de directe omgeving van bijvoorbeeld woningen waar recent is ingebroken. Tijdens die bezoeken vraag je niet alleen of de bewoners iets van de inbraak hebben gezien, maar geef je tegelijkertijd preventietips.

Social Media

‘Kennis van de virtuele wereld is onmisbaar voor de politie’ zegt Richard Vriesde. ‘Na een overval kijken we meteen wie daarover twittert. Je kunt in veel gevallen zelfs zien waar vandaan die tweet verstuurd is. Wij kunnen eventuele getuigen op die manier snel benaderen. Zie het als een virtueel buurtonderzoek’. Beluister een interview over het GOBI project dat in 2010 begon, waarin de politie Haaglanden in tien maanden tijd geleid heeft tot de oplossing van 460 delicten en vermissingszaken. In het project “Gebruik Openbare Bronnen Internet” worden internetbronnen structureel ingezet bij de opsporing.

Want niet alleen kan de politie zelf op zoek gaan naar informatie op internet om te kijken wie er potentieel ooggetuige zou kunnen zijn, ze kunnen iedereen ook aanspreken door te crowdsourcen. Een herontwerp van het buurtonderzoek, op grond van co-creatie 2.0, is een fundamentele breuk met het verleden en dat betekent een veranderingsproces dat eisen stelt aan de wijze waarop dit veranderingsproces plaatsvindt. Uit het onderzoek van Ellis Jeurissen en Richard Vriesde blijkt dat buurtonderzoek 1.0 over het algemeen niet veel opsporingsinformatie oplevert en de effectiviteit van een buurtonderzoek in de huidige vorm binnen de politiepraktijk niet zo groot is.

digitaal buurtonderzoek

De effectiviteit van een buurtonderzoek kan naar verwachting aanzienlijk worden vergroot om middels co-creatie en social media breder buurtonderzoek te doen waarbij ook buurtvrijwilligers of een interventieteam worden betrokken. Hun zichtbare aanwezigheid in de wijk en contacten met burgers zijn een factor van belang in het vergroten van de kans op het verkrijgen van relevante informatie. Uit ons onderzoek is voorts gebleken dat van een buurtonderzoek een belangrijke preventieve werking kan uitgaan. Door het contact dat wordt gemaakt tussen burger en politie ontstaat er een dialoog waarbij meer zaken aandacht krijgen dan louter het misdrijf bij de buren. In de interactie tussen de politie met de burger ontstaat er kennelijk een grotere mate van bewustwording. Dit kan leiden tot een verhoogde waakzaamheid en alertheid bij buurtbewoners. Hierdoor kan de bereidheid om verdachte omstandigheden aan de politie te melden als motiverende factor toenemen.

Politie app

Een recenter voorbeeld voor buurtonderzoek is de politie app. De politie hoeft na een inbraak niet meer langs alle deuren voor een buurtonderzoek. Dit jaar start een proef waarbij getuigen zich kunnen melden via een app op de smartphone.

Bij een buurtonderzoek gaan agenten langs de deur, in de hoop mensen te spreken die iets vreemds of verdachts hebben gezien. Dat gebeurt tientallen keren per dag in Nederland. Alleen al in Amsterdam zijn er jaarlijks meer dan zevenduizend buurtonderzoeken. ,,Dat kan een stuk slimmer”, zegt Adrian Proos, verantwoordelijk voor de politie-app bij de Nationale Politie. ,,Het vergaren van informatie in een buurt vergt kostbare tijd en mankracht. Omwonenden zijn vaak niet thuis als er wordt aangebeld. Kortom: zo’n buurtonderzoek is niet heel efficiënt.”

Daarom bedachten twee Amsterdamse rechercheurs een oplossing: het digitale buurtonderzoek. Iedereen die de app van de politie op zijn mobiele telefoon heeft geïnstalleerd, kan zich op die manier als getuige melden na een misdrijf. Het idee is simpel. Als er bijvoorbeeld is ingebroken, stuurt de politie een pushbericht naar gebruikers die hebben aangegeven in een bepaalde straat of wijk te wonen. In dat bericht wordt informatie gegeven over de inbraak, met de vraag of de ontvanger iets verdachts heeft gezien.

Is het antwoord ja, dan verschijnt een formulier waarop een telefoonnummer kan worden ingevuld, net als het tijdstip waarop de getuige gebeld wenst te worden door een rechercheur. Is het antwoord nee, dan is het mogelijk om het eigen adres op te geven. De politie belt dan niet meer aan. ,,Als je niets weet, word je ook niet meer lastiggevallen aan de deur”, zegt Proos. Hij ziet het als aanvulling, niet als vervanging van het traditionele buurtonderzoek. Bij mensen die de app niet gebruiken, kan de recherche nog steeds aanbellen.

Proef
Dit jaar begint een proef met het digitale buurtonderzoek in Amsterdam-West. Als het aanslaat, wordt de nieuwe hulpmethode bij de opsporing mogelijk landelijk ingevoerd. De politie wil het nieuwe middel niet gebruiken om digitaal tips binnen te krijgen. ,,Via de app vragen we alleen of iemand iets heeft gezien. Als dat zo is, zullen we altijd bellen of op bezoek komen om die verklaring op te nemen.” Volgens Proos biedt het middel uitkomst bij veelvoorkomende criminaliteit, zoals vernielingen, bedreiging en fietsendiefstal. ,,Nu is er niet altijd genoeg mankracht om in al die gevallen een buurtonderzoek op te starten. Maar op deze manier kan het wel. Het doel is om meer misdrijven op te lossen.” Roy Johannink, expert op het gebied van crisismanagement, is positief over de proef. ,,Het is een prachtig middel om snel informatie van getuigen te krijgen.”

Ernst Pols, officier kwaliteit opsporing en vervolging: “Het digitale buurtonderzoek geeft het klassieke buurtonderzoek een veel groter bereik en is daarmee een interessante ontwikkeling in opsporingsland. Met één druk op de knop kan, bij wijze van spreken, het digitale buurtonderzoek worden uitgevoerd. Het OM is in een vroeg stadium bij deze nieuwe ontwikkeling betrokken.”

De politie-app is door ongeveer 500.000 Nederlanders gedownload.

Bronnen: AD, Het Parool, CrimetechVolkskrant, Poot, de C.J., Bokhorst, R.J. van Koppen, P.J., Muller, E.R. (2004) Rechercheportret, over dilemma’s in de opsporing, opsporen en bewijs, Alphen aan den Rijn, COT, WODC.

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *