kopschoppers-621x328 Burgers betrekken bij de opsporing loont. Dit was eind januari te zien bij een mishandelingszaak in Eindhoven. Deze mishandeling in Eindhoven leidde tot een fel debat over de inzet van burgers bij opsporing. Nu de politie steeds vaker burgers betrekt bij politiewerk zal het debat over burgeropsporing nog wel een tijdje doorgaan. Deze blogpost geeft achtergrond en inzicht in het debat. Opmerkingen uit de media van gezaghebbende specialisten worden op een rijtje gezet.

Een reconstructie
Acht jongens (15 tot 19 jaar oud) uit Turnhout en omgeving gingen een nachtje stappen in Eindhoven. Op een gegeven moment ontstond er enige irritatie waarbij er eentje sloeg met een ketting tegen een fiets. Een voorbijganger – een 22-jarige student uit Oirschot – zei daar wat van. Dat schoot de jongens in het verkeerde keelgat. Ze sloegen en schopten de voorbijganger en lieten hem voor dood achter.
Drie weken later zorgde de politie ervoor dat de beelden van de mishandeling werden getoond op de regionale televisiezender Omroep Brabant. Een zaak die eerst niet opschoot beleeft door het raadplegen van burgers plots een doorbraak. Het filmpje werd door geschokte burgers verspreid via Facebook en Twitter. Binnen een paar dagen meldden drie Nederlandse jongens zich bij de politie in Eindhoven. Zij werden direct aangehouden en vastgezet.

Burgeropsporing:
Steeds vaker betrekt de politie burgers bij de opsporing, via de televisie, tiplijnen, en door het vrijgeven van beelden via internet. En het werkt: misdaden worden vaker opgelost. Sterker nog, verdachten melden zich vaak spontaan bij de politie vanwege de publiciteit. Maar er is een keerzijde, want wat als de vrijgegeven beelden leiden tot een klopjacht op de daders? Foto’s en namen van de vermeende daders verschenen voluit op sociale media en sites als GeenStijl. Een onschuldige naamgenoot van een van de betichte mannen kreeg tientallen dreigtelefoontjes.

Het raadplegen en betrekken van burgers bij politiewerk is een trend. Niet voor niets vertelde hoofdofficier bij het OM in Arnhem Nicole Zandee bij Pauw Witteman dat het ,,goed” is om burgers te betrekken. Het is effectief, vertelde ze: tv-programma Opsporing Verzocht heeft volgens wetenschappelijk onderzoek geleid tot een significant hoger oplossingspercentage van misdaden.

Hier het fragment uit Pauw en Witteman:

Hier het onderzoek ten aanzien van Opsporing Verzocht:

In de NRC zegt universitair docent strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen Nico Kwakman er het volgende over:

Maar het betrekken van burgers maakt het OM ,,tot op zekere hoogte” verantwoordelijk voor de ,,dynamiek” die daarna onder burgers ontstaat. ,,Als je burgers betrekt, bestaat het risico dat sommigen van hen te ver gaan.” Kwakman noemt Winschoten, waar de politie afgelopen najaar op zoek was naar een pyromaan. ,,De politie betrok de burgers. ‘Wees oplettend’, zei ze. Daar is op zich niets mis mee, maar burgers kunnen zo’n instructie ook verkeerd opvatten. Zo van: als we de dader vinden, dan zullen we die eens een lesje leren.” Tot dusver blijft het bij harde woorden van burgers die zich opwinden over de betreffende misdaad, zegt Kwakman. ,,Maar ik houd mijn hart weleens vast, als ik merk hoe sommige burgers praten over laffe vonnissen, of hoe ze praten over het recht op zelfverdediging in noodweersituaties.” En daarom, zegt Kwakman, moet het OM duidelijk de grenzen aangeven aan de burger. Hij prijst het persbericht van het OM dat opriep tot het stoppen met eigenrichting. ,,Maar stel: de politie raadpleegt burgers, en vervolgens gaat er iets fout. Dan moet de politie zich wel achter de oren krabben”, aldus Kwakman. ,,Is er wel de goede afweging gemaakt? Was er geen risico voor de verdachten?”

In hetzelfde NRC artikel reageert Diederik Greive, hoofdofficier van justitie verantwoordelijk voor de manier waarop de media worden ingezet om misdaden op te lossen:

“Zo’n afweging maken wij juist altijd. Zo wegen wij het privacybelang van de in beeld verschijnende verdachten af tegen het opsporingsbelang.” De inbreuk op de  privacy, zegt Greive, wordt ,,beïnvloed door wat er gebeurt op sociale media. Dat wegen wij dus mee.” Maar, zegt hij, als het delict ernstig is, andere opsporingsmethoden tot niets leiden, en verwacht wordt dat het betrekken van burgers effectief kan zijn, dan ,,kunnen we de beelden naar buiten brengen”. Verantwoordelijkheid voor de klopjacht werpt het OM verre van zich. Greive: ,,Wij staan voor de dingen die wij doen. Niet voor de dingen die anderen doen.” Het zijn gebruikers van sociale media, het is GeenStijl, die besluiten om verdachten om te dopen tot daders, en hun namen te publiceren. ,,Zeker”, zegt Greive, ,,je kunt redeneren: als wij de beelden niet hadden vrijgegeven, was de hetze niet ontstaan. Maar daarmee hebben wij die niet veroorzaakt.” Laat één ding duidelijk zijn, zegt Greive: ,,Ik ben niet bereid de veiligheid van de burger, of de gerechtigheid van een zaak op te offeren vanwege de grillen van twitterende burgers en Facebook-users.”
Draai het eens om, zegt Greive. ,,Als we de beelden hadden achtergehouden, had u mij ook gebeld. Dan
had ik Kamervragen gekregen. Men had gezegd: on-be-grij-pe-lijk dat het OM geen beelden laat zien! Dan had de roep om veiligheid en gerechtigheid de boventoon gevoerd. En dat mogen burgers ook van justitie verwachten.” Het OM zal, zo zegt hoofdofficier Greive, niet uit zichzelf optreden tegen media die hebben bijgedragen aan de klopjacht. ,,Dat moeten we niet willen.” In geval van smaad, of van laster, kan men aangifte doen. Voor zover bekend heeft nog geen van de verdachten dat gedaan.

Hier de reactie van Diederik Greive bij het NOS-journaal:

Het succes heeft ook duidelijk gemaakt hoeveel moeite politie en justitie nog steeds hebben om de krachten van internet in te schatten, en waar nodig in bedwang te houden. De tijd is allang voorbij dat filmpjes alleen door handige computergebruikers verspreid konden worden. Iedereen kan dat, met de telefoon in de hand. En steeds vaker staat de politie voor de keuze: als zij niet zelf de beelden uitzenden, doen de ‘brutale media’ of burgers dat zelf wel. Dat vergt nieuwe afwegingen en nieuwe inschattingen in de opsporing. Bijvoorbeeld: moet het altijd het filmpje zelf zijn dat wordt uitgezonden, of is het soms beter om stilstaande beelden te kiezen? Of: wat moeten de waarborgen zijn als de verdachten nog minderjarig lijken?

Het OM werkt met een richtlijn voor opsporingsberichtgeving. Het is van belang, meldt die richtlijn, dat er rekening wordt gehouden met ‘het grote (en steeds grotere) bereik van verschillende mediavormen zoals het internet. Ook moet rekening worden gehouden met de omstandigheid dat eenmaal gepubliceerde berichtgeving zich niet meer zonder meer laat verwijderen of herroepen’. En wat betekent het als je naam en je foto online altijd geassocieerd worden met een misdrijf waarvoor je je straf hebt uitgezeten, of – ernstiger – voor een misdrijf dat je niet hebt gepleegd?
De Rotterdamse criminoloog Judith van Erp schreef: ‘Opsporing via internet leidt tot een gelijkwaardiger relatie tussen politie en burger, maar dat leidt er ook toe dat burgers hun eigen invulling geven aan de opsporing. Dit kan een aanvulling zijn op formele handhaving, maar ze kan ook tot gevolg hebben dat opsporing gestart door de politie uitmondt in willekeurig en disproportionele reacties.’ Dat opsporing geholpen kan worden door internet – daar is iedereen het over eens. Maar een oplossing voor de nadelen die daaraan kleven, lijkt voorlopig niet in zicht.

De eis van het Openbaar Ministerie:

Uitspraak rechter
Vanwege de ,,buitengewoon grote media-aandacht” voor hun daad gaf de strafrechter in Den Bosch twee van de vier verdachten van ernstig uitgaansgeweld lagere straffen dan geëist. De hoofdverdachte Brent L. (nu 18) kreeg tien maanden jeugddetentie, waarvan vier voorwaardelijk, terwijl twee jaar was geëist. Verdachte Tom K. (17) kreeg een half jaar, waarvan drie maanden voorwaardelijk. De rechter woog daarbij ook mee dat de jongens niet eerder delicten hadden gepleegd en spijt hebben betuigd.

De rechter verweet het openbaar ministerie dat het de beelden van deze ,,geweldsexplosie” aan de regionale televisie ter beschikking stelde zonder zich af te vragen of de identiteit van de verdachten ook op een minder belastende manier achterhaald kon worden. Niet alleen voor de verdachten, maar ook voor het slachtoffer, aldus de rechter. Als ,,minder ingrijpende opsporingsmiddelen” zag de strafrechter het verspreiden van stilstaande beelden van de afzonderlijke verdachten. Door ook de ,,geweldsexplosie” te laten zien kon het openbaar ministerie een golf media-aandacht verwachten, die ,,grote gevolgen zou hebben voor de persoonlijke levenssfeer van de verdachten, maar ook, zoals ook feitelijk is gebleken, van het slachtoffer”. De rechter zegt in het dossier geen aanwijzingen te hebben kunnen vinden dat het Openbaar Ministerie hierover heeft nagedacht. De officier van Justitie in Eindhoven had evenmin toestemming voor uitzending gevraagd aan de hoofdofficier, zoals wettelijk verplicht. De rechter weegt mee dat twee verdachten na de uitzending niet meer bij hun werkgever en hun opleiding welkom waren en ook niet bij sportscholen en uitgaansgelegenheden. De rechter neemt aan dat de beelden nog lang op internet beschikbaar blijven en ,,verstrekkende gevolgen” hebben voor de rest van hun leven. Een derde verdachte, die een gering aandeel had, kreeg een straf van twee maanden. Deze dader werd ontslagen, raakte zijn partner kwijt en werd tijdens zijn voorarrest zo ernstig bedreigd dat hij moest worden overgeplaatst. In de publieke opinie werd hij bovendien verantwoordelijk gehouden voor ,,veel verder gaande handelingen” dan hij had verricht. Deze verdachte moest enige tijd door de politie worden beveiligd. Een vierde verdachte werd vrijgesproken. Weliswaar stond hij ,,dicht op het geweldincident” maar hij leverde geen bijdrage.

Uitspraak van de rechter en achtergrond:

Super PG Herman Bolhaar over het hoger beroep in Pauw en Witteman:

Hoofdverdachte heeft spijt:

Onderzoek: “Boeven vangen” via internet: beelden over criminaliteit in opsporingsberichtgeving

Rede over burger en opsporing van Mr. F. W. Bleichrodt

Bronnen: NRC, NOS, Geenstijl, PenW,

Gerelateerde berichten:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *