dynamic

In een tijd waarin jihadisten met elkaar via Facebook communiceren, werknemers en ambtenaren in problemen komen door ongewenste uitlatingen op onder meer Twitter, en de vakliteratuur schrijft over ‘sociale-mediaonrust’ (zie het Tijdschrift voor de Politie, 2013, nr. 7, pag. 6 e.v.), verschijnt Social media: het nieuwe DNA van Arnout de Vries en Frank Smilda. Het overkomt mij niet vaak dat een boek mij overrompelt. Dat je door een publicatie zodanig geïntrigeerd wordt dat je steeds meer wilt weten van wat de auteurs met de lezer willen delen. Dit keer is dat wel het geval! Niet alleen vanwege zijn timing, vooral door de veelomvattende inhoud en de professionele en eigentijdse vormgeving mag deze uitgave voor mij ‘een topper’ worden genoemd.

Burgeropsporing

In een zevental hoofdstukken wordt op een prettige wijze de omvang, impact en gevolgen van social media voor de opsporingspraktijk beschreven. Uiteenlopende onderwerpen passeren daarbij de revue, gelardeerd met vele recente praktijkvoorbeelden. In de eerste hoofdstukken beschrijven de auteurs in feite de essentie van hun uitgave. De overgang – en de daaruit voortvloeiende gevolgen – van burgerparticipatie naar burgeropsporing als gevolg van de digitale revolutie. Social-mediagebruik niet alleen om – in een eenrichtingsverkeer – informatie te verspreiden aan een groot publiek, het web 1.0, waarbij het consumeren van informatie centraal staat. Neen, social media worden in toenemende mate in een tweerichtingsverkeer gebruikt om met diezelfde burger de dialoog aan te gaan over de opsporing en hem daar actief bij te betrekken; de interactie van web 2.0, waarbij afnemer en producent van informatie in elkaar overgaan.

Natuurlijk zijn de auteurs daarbij niet blind voor risico’s en dilemma’s die – naast de voordelen – onderkend kunnen worden bij onder meer ‘user generated content’, het werken met de ‘long tail’, het gebruiken van ‘the wisdom of the crowd’ of het raadplegen van experts met ‘prosourcing’: (te vroege) transparantie is immers niet altijd gunstig voor de opsporing. En de praktijk heeft eerder in een aantal geruchtmakende zaken aangetoond hoe ongebreidelde ‘burgerparticipatie’ onder omstandigheden kan ontaarden en de voortgang van een opsporingsonderzoek ernstig kan belemmeren. Ook hiervan in het boek vele voorbeelden.

Diversiteit

Veel beschreven onderwerpen zijn het lezen zeker waard. Of het nu gaat over de toepassing van de 8 Gouden W’s op social media, hun invloed op de keuze, timing en gebruik van reguliere recherchetactieken, het opsporen met behulp van social media of de 10 dilemma’s waarmee iedere professional geconfronteerd wordt zodra deze bereid is zichzelf t.a.v. het gebruik van social media enkele kritische vragen te stellen. Wat dat betreft had het voor mij zeker meerwaarde om na de meer informatieve hoofdstukken uiteindelijk ook tot deze reflectie geprikkeld te worden.

Aanvullende verdieping noodzakelijk

Het is de grote verdienste van dit boek dat het de lezer niet alleen informeert, maar daarbij ook scherper en alerter maakt op een aantal fundamentele vraagstukken die met de omschreven problematiek samenhangen. Zo realiseerde ik mij tijdens het lezen steeds meer de essentiële rol van de informatiecoördinatie in lopende onderzoeken, al is het alleen al om bij het gebruiken en waarderen van opsporingsgegevens het (juridisch relevante) onderscheid tussen sturings- en bewijsinformatie scherp te hanteren. Informatie, verkregen via social media, dient immers tegen deze achtergrond gekwalificeerd en gebruikt te worden. Zo ook de absolute noodzaak om in een steeds meer hybride wordende informatie-omgeving van de hedendaagse opsporingspraktijk nadrukkelijk aandacht te schenken aan het verifiëren en falsificeren van bronnen en informatieresultaten. Want hoe anders om te gaan met de situatie waarin data deels direct en deels via derden (lees: social media) in de beeldvorming van de onderzoekers een rol gaan spelen? En in hoeverre kan, mag en moet daarop actief gestuurd worden, bv. door in een interactieve opsporingsstrategie actief en bewust van de (door)werking van social media gebruik te maken? Vragen waarop in deze uitgave – begrijpelijkerwijs – geen duidelijk antwoord wordt gegeven, maar waarvan het belang juist door dit boek extra onder de aandacht wordt gebracht.

State of the art

Zoals gezegd, dit boek leest bijzonder prettig en makkelijk. Het taalgebruik in combinatie met vormgeving en recente praktijkvoorbeelden bevorderen een goed zicht op ‘the state of the art’ ten aanzien van het social-mediagebruik in de opsporing. Doordat noten en referenties per hoofdstuk keurig worden aangegeven, is het verder zoeken op relevante onderdelen goed te doen. Met het social-media-ABC en een misdaad-ABC wordt de uitgave afgesloten: een tweetal alfabetisch opgezette overzichten van veelvoorkomende begrippen en praktijkgevallen met verwijzing naar relevante internetsites. Een stukje naslagwerk als afsluiter van een uitstekend boek, dat ik iedereen wil aanbevelen die – belast met opsporing – met social media te maken heeft. En wie is dat niet?

A. de Vries, F. Smilda (2014), Social media: het nieuwe DNA. Een revolutie in opsporing, uitgeverij Reed Business Education, 247 pagina’s, ISBN 978 90 352 4702 4.

Recensent Gerard Blonk is forensisch consultant en directeur van ForensicPlaza BV. Hij traint en adviseert (semi-)publieke en private instanties in de organisatie en effectuering van besluitvorming in (complexe) intelligence- en onderzoeksprojecten.

Bronnen: Tijdschrift voor de politie (2013, nr. 7, pag. 6 e.v.)

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *