Brand-Veendam

“Alleen de rol van boegbeeld is wat mij betreft een te karige invulling van het ambt” – Oud-burgemeester Ab Meijerman van Veendam over een omgekomen brandweerman en een reeksvan brandstichtingen in Veendam

Na een aantal eerdere brandstichtingen in Veendam gaat het op 8 maart 2010 opnieuw mis. Op die dag ontstaat rond 3.15 uur een brand in de Kerkstraat. De brand heeft fatale gevolgen. De 44-jarige brandweerman Wiebe de Vries komt om het leven nadat hij onder een vallende muur terecht is gekomen. Ab Meijerman blikt terug op de impact van de brand en zijn rol als voorzitter van het beleidsteam. 

‘In een aantal maanden tijd hebben wij in het centrum twaalf of dertien keer brand gehad’, zegt Ab Meijerman. ‘Je zag per brand de onrust in de samenleving toenemen. Het ging in een aantal gevallen om horecapanden waar de brandstichting ook kon worden aangetoond. Dat waren doorgaans verzekeringskwesties. Maar het merendeel van de branden is nog niet opgelost. Dat blijft frustrerend. Voor iedereen. De bewoners, de winkeliers, maar ook voor de politie en mijzelf. Wij hebben het cameratoezicht in het centrum in de loop van de tijd opgeschaald. Ook is het toezicht op straat van stadswachten en politie toegenomen. Maar omdat je zoiets niet tot in lengte van jaren kunt volhouden is dat in januari 2009 weer afgeschaald. Vervolgens bleven de branden doorgaan, niet alleen in Veendam maar ook in de buurgemeente Menterwolde. Toen op 8 maart 2010 weer een brand in het centrum was uitgebroken, werd ik volgens afspraak opgepiept. Terwijl ik er naartoe reedt schaalde het al vrij snel op van middelbrand naar zeer grote brand. Onderweg kreeg ik al het bericht dat er twee gewonden waren, vermoedelijk brandweerlieden. Vlak nadat ik ter plaatse was is de partner van Wiebe gealarmeerd, omdat het toen al duidelijk werd dat het een zorgelijke situatie was. Kort daarna is Wiebe overleden.’

Gemeentehuis
Wiebe is voor de burgemeester geen onbekende. ‘Hij werkte niet alleen bij de vrijwillige brandweer, hij werkte ook op het gemeentehuis. Vanuit de personeelsvereniging had hij mij drie jaar geleden eerder of ik Sinterklaas wilde spelen op het gemeentelijke kinderfeest. Hij speelde samen met zijn kinderen en partner Zwarte Piet. Daar kende ik hen van.’ De burgemeester besluit om met de partner van Wiebe mee naar huis te gaan om het verschrikkelijke nieuws over zijn dood aan de kinderen te vertellen. ‘Op het moment dat wij bij de brand vertrokken had de pers bij de brand al gehoord om wie het ging. Dat gerucht ging razendsnel. Na een half uur ben ik bij het gezin van Wiebe weggegaan en ben ik naar het gemeentehuis gereden. Daar hebben we conform de plannen van Crisismanagement Groningen met de regionaal commandant het gemeentelijk beleidsteam gestart. Inmiddels was de eigen brandweer teruggetrokken van de brand. Het blussen werd overgenomen door naburige korpsen. De brandweer kwam bijeen op de kazerne om samen de dood van Wiebe te verwerken. Wij gingen op het gemeentehuis aan de slag met alles dat geregeld moest worden. Om kwart voor acht hebben wij in de raadzaal bekend gemaakt dat er inderdaad een dodelijk slachtoffer was gevallen en om wie het ging. Vervolgens is er nog een driehoeksoverleg geweest, omdat brandstichting niet werd uitgesloten. Tussendoor zijn de eigen gemeentewerkers geïnformeerd. Om half tien was er nogmaals een beleidsteam, daarna hadden wij rond tienen een persconferentie.’ Tijdens de persconferentie wordt een slag om de arm gehouden over de oorzaak van de brand. ‘Wij hebben gecommuniceerd dat we het sterke vermoeden van brandstichting hadden. Dat was mede ingegeven door het feit dat een discotheek op 200 meter afstand op hetzelfde moment ook had vlamgevat. Maar uiteraard staat het pas vast wanneer het bewijs ervoor op tafel ligt. Wij hebben niet om onze vermoedens heen gedraaid. Gezegd hoe het zat’, zegt Meijerman. ‘In de driehoek besloten wij om het toezicht weer op te schalen en waar nodig ook de juridische voorbereidingen te treffen voor extra maatregelen op het gebied van toezicht en handhaving.’

Onderzoeken
Terwijl de hele dag vergaderd wordt, bieden diverse partijen hun hulp aan. ‘Het NGB heeft ook hulp aangeboden. Op basis van eerdere ervaringen, niet alleen uit ’t Zandt maar ook elders, gaven zij een aantal concrete aandachtspunten mee. Een van die aandachtspunten ging over de onderzoeksinstanties die zich op een crisis als deze storten. Wij zijn er heel alert op geweest dat de Inspectie OOV en de Arbeidsinspectie snel tot overeenstemming zouden komen om gezamenlijk hun onderzoeken uit te voeren. Het is een les die onder meer is opgedaan na het ongeval met een brandweerduiker in Terneuzen; daar werden brandweerlieden door verschillende onderzoeksinstanties over hetzelfde onderwerp ondervraagd, wat een zware last voor de mensen werd. Met die les in het achterhoofd is het ons gelukt om de onderzoekers te bewegen samen een feitenrelaas op te laten stellen en de rest van het onderzoek zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Ook worden alle onderzoeken op dezelfde dag gepresenteerd, zodat wij niet maandenlang van het ene rapport naar het andere rapport leven.’

Naaste familie
In zijn rol als voorzitter van het beleidsteam heeft Ab Meijerman goed voor ogen hoe hij in crisissituaties de regie in eigen hand wil houden. ‘In situaties wordt je van veel kanten
ondersteund. Wanneer je alle hulp toelaat is het risico groot dat je de leiding uit handen geeft aan de adviseurs om je heen. Ik ben mij daar heel bewust van geweest. Dat gold niet alleen voor de adviseurs op het gebied van crisis management, maar ook ten aanzien van het Begrafenis Bijstand Team van de brandweer. Uit het rapport over de brand in De Punt (2008) was mij bijgebleven dat het BBT goed werk verrichtte, maar soms ook een overdonderend gevoel kon achterlaten bij de mensen waarmee het samenwerkte. Dat gevoel wilde ik voorkomen. Met goede afspraken hebben gemeente en BBT samen een mooie herdenking voor Wiebe kunnen opzetten.’ Mede omdat Meijerman de partner van Wiebe kent, heeft hij bij de opzet van de herdenking extra aandacht voor de plek die de familie inneemt. ‘Wiebe was een brandweerman in hart en nieren. Hij had eerder de herdenkingsbijeenkomsten naar aanleiding van de brand in De Punt meegemaakt. Kort voor de brand had hij tegen zijn partner gezegd dat hij dat ook wilde, als hij ooit als brandweerman zou overlijden. De bijeenkomst werd een herdenking met korpseer, maar wel dusdanig dat de familie zich er in kon herkennen. Het was een mooie bijeenkomst met een openbaar deel en een besloten deel, waar de familie met goed gevoel op terugkijkt.’

Bewonersavonden
Kort na de brand organiseert de gemeente ook een bijeenkomst voor de bewoners uit het centrum van Veendam. Het is een bijeenkomst met veel emoties. ‘Er was veel boosheid in de zaal, maar ik heb daar gezegd dat ik die boosheid bij mijzelf herkende. Uiteindelijk begreep men dat het opsporen van brandstichtingen heel lastig is. Wij deden wat wij konden. Het camerasysteem was uitgebreid en er werd energie in extra stadswachten gestoken. Tegelijkertijd heb was duidelijk dat de gemeente deze maatregelen niet tot in de eeuwigheid kon blijven volhouden. Mensen droegen zelf tips aan, bijvoorbeeld om een aantal bosjes weg te halen zodat het zicht op de openbare ruimte zou verbeteren. Daar zijn wij de volgende dag direct mee aan de slag gegaan.’ Na een week neemt de brandweer van Veendam zelf weer de diensten over van de omringende korpsen. De eerste brand waar het korps mee te maken krijgt is nota bene het buurpand van de winkel waar Wiebe de Vries omkwam. ´Men pakte het professioneel op, maar het ging brandweer en omwonenden uiteraard niet in de koude kleren zitten. Wij zijn die nacht doorgegaan. Met het college zijn we de volgende dag de straat opgegaan, om met ondernemers en buurtbewoners te praten. Opnieuw hebben we een bewonersavond georganiseerd. Dit keer kwamen er ongeveer 150 mensen op af. Waar de eerste keer het gevoel van verslagenheid, angst en boosheid domineerde, waren het nu vooral daadkracht en solidariteit die overheersten. Het gevoel van “Hoe kunnen we samen erger voorkomen?”´ In nauw overleg met het Openbaar Ministerie heeft burgemeester Meijerman gekeken in hoeverre een noodverordening kan bijdragen aan de snelle opsporing van de mogelijke dader of daders. ´Al vrij snel na de fatale brand kwam in de driehoek ter sprake of we tot preventief fouilleren moesten overgaan. Uiteindelijk is besloten om het in een noodverordening te vervatten, omdat daarmee de kans van slagen bij een uiteindelijke rechtszaak groter is. Als preventief fouilleren op basis van een veiligheidsrisicogebied wordt ingesteld, dan is er een samenhang nodig met de Wet Wapens en munitie. In deze situatie wilden wij niet specifiek op wapens fouilleren, maar op zaken die zouden kunnen worden gebruikt voor brandstichting. De politie krijgt in de noodverordening de bevoegdheid om in het kader van de noodverordening passanten te fouilleren, waarmee materieel gezien hetzelfde wordt bereikt. Alleen is de slagingskans bij een eventuele rechtszaak nu groter.’

Rollen van burgemeester
Als Ab Meijerman terugkijkt naar de periode van de branden, komt hij te spreken over de adviseurs in het gemeentelijke en regionale beleidsteam. ‘Van het begin af aan heb ik voor ogen gehouden dat ik de situatie zo klein als mogelijk en zo groot als nodig wilde maken. Dat vereist maatwerk en hier en daar ook wat tegendruk richting adviseurs. Om mij heen heb ik adviseurs gezien die met de beste bedoelingen advies gaven dat niet op de wens aansloot. Een adviseur moet voor ogen houden wat voor burgemeester hij tegenover zich heeft. Dat lessen van de pyromaan uit ’t Zandt mogelijk relevant zijn, maar dat tegelijkertijd niet elke situatie één-op-één vergelijkbaar is. Dat de sociale controle en cohesie in ’t Zandt met 900 inwoners anders zijn dan in het centrum van Veendam. Die flexibiliteit heb ik bij sommigen wel gemist.´ Daarnaast valt het Meijerman op dat de adviseurs om hem heen sterk geneigd waren op hem in de rol van “burgervader” te duwen. ´De rest zouden zij bij wijze van spreken wel regelen. Met die visie ben ik het principieel oneens.
Vanuit de wet is de burgemeester de rol van opperbevelhebber gegeven, die moet je dan ook waarmaken. Pak de regie en laat zien wie de keuzes maakt. Waarbij je best wat weerstand mag ontvangen als je jezelf overschat. Maar alleen de rol van boegbeeld op mij nemen is wat mij betreft een te karige invulling van het ambt.´

Bovenstaand stuk is ontleend uit ‘Ingrijpende gebeurtenissen. Bestuurlijke ervairngen bij crises met lokale impact‘ van het NGB.

Opsporing en social media
De Groningse politie heeft Twitter ingezet om razendsnel berichtjes te versturen naar en te ontvangen van burgers over een reeks branden die Veendam in 2010 hebben geteistert. Ze hoopt dat de gouden tip over de pyromaan er snel bij zal zitten. De politie hoopt zo informatie binnen te halen die ze anders via de klassieke manieren niet had gekregen. Vooral de jeugd zit veel achter het computerscherm en is een interessante doelgroep.
Tevens wordt het drukbezochte YouTube ook ingezet. De politie draait er een bewakingsfilmpje op, dat gemaakt werd toen een brand in een winkel het leven kostte van een brandweerman. De opnamen van de bewakingscamera in het centrum van Veendam worden verwerkt in een opsporingsfilmpje op het YouTube-kanaal politiegrn. De politie Groningen vermoedt dat de verdachte betrokken is bij brandstichting. Hoewel de bewakingsbeelden weinig onthullen, komen er toch tips binnen van mensen die de persoon menen te herkennen. In mei 2010, nadat het filmpje 48.000 keer is bekeken, werd een verdachte aangehouden.

Opsporingsbericht op Youtube branden Veendam

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *