Schakel, J., e.a. (2012). Kennis-gestuurd politiewerk. Werken in een verrijkte werkelijkheid met respect voor privacy. Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), Driebergen.

Informatie-gestuurd politiewerk of IGP als concept is ontstaan in de jaren negentig in Engeland.Maguire noemt ‘informatie-gestuurde misdaadbestrijding’ (Lint 2006):

“een strategische, toekomst-georiënteerde en gerichte aanpak van de misdaadbestrijding, gericht op de herkenning, analyse en ‘beheersing’ van aanhoudende en zich ontwikkelende ‘problemen of ‘risico’s’” (Maguire 2000:316).

Het Britse NIM geldt tot op de dag van vandaag als rolmodel voor het opzetten van een NIM in Nederland, waar IGP aan het begin van deze eeuw in zwang raakte (Abrio 2005, Hert e.a. 2005). IGP is formeel opgenomen in het National Intelligence Model (NIM), het basismodel voor het politiewerk en heeft als doel: ‘Het herkennen van criminele patronen en het mogelijk maken van een fundamentelere aanpak van probleemoplossingen waarin capaciteiten doelmatig kunnen worden toegewezen’ (Centrex 2005:10).

De hieruit voortgekomen IGP-praktijken zijn, tenminste in Nederland, zeer sterk gericht op het scheppen van informatieproducten (grotendeels in tekstuele en numerieke vorm) om politieacties te sturen. Ze zijn gericht hetzij op individuele gevallen (rapporten), of ze worden gestuurd (en beperkt) door statistieken gebaseerd op vastgelegde gegevens, zoals criminele trends, hotspots, hot moments, en analyses van sociale netwerken.

Alhoewel deze cijfers en feiten zinvol kunnen zijn voor het stellen van prioriteiten (bijv. het kiezen van hotspots waaraan extra aandacht moet worden besteed) en als zodanig kunnen helpen bij het terugdringen van de misdaad (zie Makkai e.a. 2004), geven deze informatieproducten weinig in zicht in de structuur van criminele verschijnselen, het functioneren van criminele netwerken of typische signalen die wijzen op criminele activiteit (op heterdaad).

Binnen de hieruit voortvloeiende visie (solutionism) is de aandacht volledig gericht op de verwerking van

geëxpliciteerde, gedecontextualiseerde (digitale) gegevens. In de praktijk gaat dit ten koste van de (sociale) rijkdom aan ‘zachte’ kennis van bijvoorbeeld rechercheurs (impliciete en onbewuste vormen van kennis) (Innes e.a. 2005). Dit heeft oa. te maken met werkverdeling: rechercheurs, werken veelal met ‘oude’ kennis (van geval-specifieke strafrechtelijke onderzoeken) terwijl analisten veelal met ‘nieuwe’ kennis werken (bijv. patroonanalyses) (Ratcliffe 2008).

Het hedendaagse informatie-gestuurde politiewerk (IGP), en trouwens ook het kennis-gestuurde politiewerk (KGP), grotendeels beperkt blijft tot strategische en tactische informatie als overzichten van hot crimes, hot times, hotspots en hot shots. Tot nu toe is IGP er onvoldoende in geslaagd om echte operationele meerwaarde in de actie op te leveren. Het gebruik van de mogelijkheden van deze ‘nieuwe’ vorm van kennis is bekend geworden als IGP, hetgeen zich in Nederland tot een doctrine heeft ontwikkeld (Kop en Klerks 2009).

Dit houdt in dat vormen van samenwerking tussen informatie-organisatie en uitvoeringsorganisatie moet worden gestimuleerd teneinde een proces in gang te zetten van wederzijds informeren (dialoog) en van elkaar leren en op elkaar inspelen, d.w.z. dat men leert om als één team samen te werken (ook bekend als parallelle samenwerking (Puonti 2007)).

En hij eindigt met een oplossingsrichting waarin hij de digitale wereld van de analist ‘ augmented’ zou willen gebruiken in de echte wereld van bijvoorbeeld de plaats delict waar de rechercheur werkt. En ze geven het voorbeeld van ANPR als (augmented) techniek die ‘ nieuwe’ kennis oplevert, welke geintegreerd wordt met de ‘oude’ recherchekennis die realtime en dus virtueel wordt toegevoegd bij de aanpak van drugshandel.

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *