In het vandaag gepresenteerde boek ‘Lessen uit crises en mini-crises 2013’ blikken professionals uit verschillende geledingen terug op achttien bijzondere gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Daaronder zijn bekende casus als de vermissing van Ruben en Julian, de brand in Leeuwarden, de dreiging van een school shooting in Leiden en de examenfraude op de Ibn Ghaldoun. Maar ook een aantal ‘gekke’ casus, zoals de duizend bommen en granaten in Den Helder en de huisarts uit Tuitjenhorn passeert de revue.

Crisisbeheersing anno 2013: sociale media en burgerhulp vergen improvisatievermogen
Groot was de spontane hulp na de vermissing van de broertjes Ruben en Julian; vergelijkbaar was de respons van ‘058helpt’ na de brand in Leeuwarden. In 2013 werden zoektochten georganiseerd om de vermiste broertjes te vinden en werd huisraad ingezameld voor diegenen van wie de woning bij de brand verloren was gegaan. Hulp ten tijde van rampen en crises is van alle tijden; sociale media blijken daarbij een hulpmiddel, maar zijn soms ook stoorzender. ‘Gedoe’ rond de eigenlijke crisis, mede door de impact van sociale media en burgerhulp, vraagt vooral groot vermogen tot improviseren van de betrokken professionals.

Bij vrijwel elk van deze gebeurtenissen speelden sociale media – soms ten positieve, maar soms ook in negatieve zin – een rol. Vanwege berichten op sociale media ontstond een heksenjacht op ‘de kopschoppers’ van Eindhoven, werden bestuursleden van de pedoseksuelenvereniging Martijn belaagd, en werd in Leiden rekening gehouden met een schietincident. Tegelijkertijd zou de chaos bij de najaarsstorm zonder sociale media groter zijn geweest.

De auteurs concluderen dat bij veel casus zich ontwikkelingen voordoen, onder andere onder invloed van sociale media, waardoor bestuurlijke en operationele zaken anders verlopen dan verwacht. Dit maakt, hoewel een zekere voorbereiding natuurlijk ook nodig is, vooral het vermogen tot improvisatie cruciaal voor crisisbeheersing. Auteur en lector Crisisbeheersing Menno van Duin: “Het gedoe rondom de gebeurtenissen neemt almaar toe. Zeker ook door de impact van sociale media. Vroeger deed je als hulpdienst gewoon je stinkende best, en dat doen ze nog steeds. Maar tegelijkertijd voltrekken zich allerlei processen waar men geen invloed op heeft. De noodzaak tot flexibiliteit en nuchterheid is daarom misschien wel de belangrijkste les om te trekken. Geen calamiteit of mini-crisis verloopt conform een vooraf uitgewerkt scenario.”

De terugblik op crises uit 2013 biedt inzicht in de bestuurlijke en operationele dilemma’s van de situaties afzonderlijk en daarmee lessen voor de crisisbeheersing. Het geeft ook aan wat verschillende gemeenschappen in 2013 zoal bezighield en hoe bestuurders en hulpdiensten hiermee omgingen. De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van het lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en de Politieacademie. Het eerste exemplaar wordt op 7 oktober aangeboden aan Henri Lenferink, burgemeester van Leiden.

Iedere dag wordt een nieuwe casus online geplaatst, en hieronder kun je de eerste lezen:

De kopschoppers van Eindhoven

kopschoppers2

Door: Vina Wijkhuijs, Arnout de Vries, verschenen in “Lessen uit crises en mini-crises 2013” van het IFV

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van 18 kleine en grotere crises die speelden in 2013 een korte beschrijving gegeven, waarna een of meerdere dilemma’s aan de orde komen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media.  Het gaat er hierin vooral om cruciale dilemma’s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad. 

1. Inleiding 

Op 4 januari 2013 wordt in Eindhoven een 22-jarige student door een aantal jongens in elkaar geslagen. Hij wordt daarbij meerdere malen tegen zijn hoofd geschopt en vervolgens bewusteloos achtergelaten. Het incident blijkt op bewakingscamera’s te zijn vastgelegd. De beelden worden door het Openbaar Ministerie (OM) vrijgegeven aan de regionale televisiezender Omroep Brabant, die ze op maandagavond 21 januari vertoont in een opsporingsprogramma. De beelden zijn schokkend en de reacties erop vinden hun weg via sociale media. Binnen enkele dagen melden de jongens zich bij de politie.

Burgerhulp bij opsporingszaken is een al langer bestaand fenomeen. Met de opkomst van sociale media zijn de mogelijkheden alleen maar toegenomen. Burgers kunnen een belangrijke rol spelen bij het oplossen van zaken, maar aan het inschakelen van burgers bij de opsporing van strafbare feiten kleven ook nadelen. In dit geval ontstond door de uitgebreide verspreiding van de beelden via sociale media een heuse klopjacht op de jongens die bij het incident betrokken waren. Daardoor nam voor hen de druk toe om zich bij de politie te melden, maar uiteindelijk kende de rechter, zowel in eerste instantie als later in hoger beroep, aan de daders een strafvermindering toe, omdat door het integraal uitzenden van de beelden hun privacy ernstig was geschaad. Daarmee staan politie en het OM voor een dilemma: Hoe in het huidige media-tijdperk burgers bij de opsporing te (blijven) betrekken en te voorkomen dat daardoor sociale onrust ontstaat en/of de strafvervolging wordt geschaad? Eerst volgt het feitenrelaas. Aansluitend gaan we in op het dilemma. Het hoofdstuk is gebaseerd op wetenschappelijke literatuur, een gesprek met hoofdofficier Greive en berichten uit diverse media met daarin ook duiding door experts.

2. Feitenrelaas

Acht jongens (15 tot 19 jaar oud) gaan op 4 januari 2013 een nachtje stappen in Eindhoven. Op een gegeven moment ontstaat er enige irritatie, waarbij een van hen zich op enkele fietsen botviert. Een voorbijganger, een 22-jarige student uit Oirschot, zegt daar wat van. Dat schiet de jongens in het verkeerde keelgat. Ze slaan en schoppen de voorbijganger en laten hem bewusteloos achter. Het slachtoffer is er, met een zware hersenschudding en verwondingen aan kaak en mond, nog relatief goed vanaf gekomen. Van de daders ontbreekt nadien elk spoor. Het incident blijkt echter door bewakingscamera’s te zijn vastgelegd.

Op maandagavond 21 januari laat het OM de beelden van de mishandeling tonen in het opsporingsprogramma Bureau Brabant. Te zien is hoe een groepje jongens van het Stratumseind richting de Vestdijk lopen. ‘Ze zijn op oorlogspad lijkt het wel’, luidt het commentaar van Omroep Brabant. Wanneer twee andere jongens die op weg zijn naar huis hun pad kruisen, wordt een van de twee omver geduwd. Hij probeert weer overeind te komen, maar krijgt rake klappen op zijn hoofd. Hij wordt vervolgens herhaaldelijk geschopt en geslagen en wordt, al bewusteloos, tegen zijn hoofd geschopt. Dan rennen de jongens weg en laten het slachtoffer alleen achter.[1]

Het filmpje wordt veelvuldig verspreid via sociale media. GeenStijl plaatst het filmpje nog diezelfde avond online. Op Facebook, Twitter en andere sociale media wordt opgeroepen om de beelden zoveel mogelijk te delen. Ook het zangduo Nick en Simon, Peter R. de Vries en enkele andere publieke figuren roepen via Twitter op om de video te verspreiden.[2] Er volgt een golf van afkeer en ongeloof. Daarnaast is er ook veel medeleven voor het slachtoffer.


De volgende dag, dinsdag 22 januari, melden twee jongens zich bij de politie in Eindhoven; zij worden direct aangehouden en vastgezet. Op woensdag 23 januari meldt een derde jongen zich. Diezelfde dag doet de persofficier van het OM via Omroep Brabant de oproep niet langer gegevens van mogelijke verdachten via internet te verspreiden, omdat dit averechts kan werken voor de uitkomst van het strafproces.[3] Donderdag 24 januari melden de vijf andere jongens zich bij de politie in hun woonplaats Turnhout.

Burgemeester Brentjens van de Belgische gemeente Turnhout brengt op vrijdag 25 januari een bezoek aan burgemeester Van Gijzel van Eindhoven om mede namens de Turnhoutse bevolking zijn medeleven te betuigen over het hetgeen gebeurd is. Hij laat weten dat zijn stad (met 41.000 inwoners) erg geschokt is door het geweld, maar maakt zich ook zorgen over de heksenjacht naar de verdachten op sociale media. Daar verschijnen foto’s en adressen van de verdachten en oproepen om ze aan te pakken. ‘Het leeft enorm in Turnhout. Ik word zelf veel aangeklampt, gemaild, gebeld, maar zie ook allerlei reacties via de sociale media’, aldus Brentjens.[4] Op het online magazine GeenStijl zijn bij een groepsfoto de namen van zes van de acht jongens gepubliceerd.[5]

Van de drie jongens die zich bij de politie in Eindhoven hadden gemeld, wordt er één op 28 januari vrijgelaten, omdat hij volgens het OM niet actief aan het geweld had deelgenomen. Voor de vijf jongens die nog in België zijn, dient het OM bij de Belgische autoriteiten een uitleveringsverzoek in. Voor drie van hen wordt dat verzoek later weer ingetrokken.[6] Over het uitleveringsverzoek van de andere twee dient eerst een Belgische rechter te beslissen. In het voorjaar van 2013 bepaalt het Hof van Cassatie in Brussel dat de twee verdachten, ondanks dat zij ten tijde van de mishandeling minderjarig waren, aan Nederland mogen worden uitgeleverd.[7]

De uiteindelijk vier verdachten van de mishandeling verschijnen op 14 augustus voor de strafrechter; door het OM is hen poging tot doodslag ten laste gelegd. De rechtszaak heeft echter een iets andere uitkomst dan het OM had gedacht. De rechtbank veroordeelt weliswaar drie van de vier verdachten, maar gunt hen in hun veroordeling een strafkorting van twee maanden, omdat volgens de rechtbank het OM bij het vrijgeven van de beelden niet de juiste afweging heeft gemaakt. Door het vrijgeven van de beelden is volgens de rechtbank de privacy van de jongens ernstig geschaad.[8]

Tegen de uitspraak in de zaken van twee daders (de hoofdverdachten) stelt het OM hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Bosch. Op 11 december 2013 doet het gerechtshof uitspraak: aan één dader wordt een iets hogere straf opgelegd, maar het gerechtshof is het eens met het oordeel van de rechtbank dat voor beide daders een strafkorting van twee maanden passend is. Volgens het gerechtshof had het OM minder zware middelen (dan het volledig tonen van bewakingsbeelden) kunnen inzetten om de daders op te sporen.
Door het OM is na deze uitspraak cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Daarin staat niet meer de veroordeling van de daders centraal,[9] maar de vraag of het gerechtshof, met het toekennen van een strafvermindering van twee maanden, aan de schending van de privacy van verdachten de juiste consequenties verbonden heeft. Op het moment van schrijven, moest de uitspraak in cassatie nog volgen.

3. Dilemma

De politie en het OM doen al jaren bij de opsporing van strafbare feiten een beroep op burgers. Aangezien dit voornamelijk via de media gebeurt, biedt de opkomst van sociale media nieuwe mogelijkheden. Een bericht op Twitter of YouTube waarin de politie om tips vraagt over bijvoorbeeld een overval of inbraak, is allang geen unicum meer, maar eerder dagelijkse praktijk. Ook het aantal burgers dat via Amber Alert, NL-Alert of Burgernet van een vermissings- op opsporingszaak op de hoogte gebracht wil worden, is groeiende. Aan sociale media zijn voor de opsporingspraktijk echter ook nadelen verbonden. Niet alleen verschijnen op sociale media allerlei berichten waaruit een reële dreiging zou kunnen spreken en die daarom door de politie wel moeten worden gemonitord (alleen al op Twitter worden per dag 35.000 meer of minder ernstige bedreigingen geuit).[10]

Daarnaast kan een officieel opsporingsbericht door de uitgebreide mogelijkheden van sociale media ongewenste effecten tot gevolg hebben, bijvoorbeeld een inbreuk op de privacy of bedreiging van personen of zelfs eigenrichting. Na de uitzending van de beelden van het incident in Eindhoven werd door de actieve verspreiding van informatie over de verdachten de privacy van personen zodanig geschaad dat dit voor de rechter reden was aan de daders een strafvermindering toe te kennen. De vraag is hoe met dit soort mogelijke effecten van opsporingsberichtgeving om te gaan? Het dilemma dat hier centraal staat is: Hoe kunnen het OM en de politie in het huidige media-tijdperk burgers bij de opsporing blijven betrekken en tegelijkertijd voorkomen dat dit tot maatschappelijke onrust leidt die de strafvervolging schaadt?In het nu volgende wordt hier op ingegaan.

4. Analyse

Opsporingsberichtgeving en strafvervolging

Het tonen van beelden van verdachten of het verspreiden van andere informatie over delicten met als primair doel de hulp van het publiek in te schakelen bij het oplossen van deze zaken, wordt opsporingsberichtgeving genoemd (Van Erp, 2012). Een klassieke vorm van opsporingsberichtgeving zijn de korte, urgente politieberichten, waarin aan de hand van een signalement van een vermist persoon of slachtoffer van een geweldsdelict het publiek om nadere informatie wordt gevraagd. Ook het AVRO-programma Opsporing Verzocht is een bekend voorbeeld. Het programma dat inmiddels al zo’n dertig jaar bestaat, trekt nog steeds ruim een miljoen kijkers per uitzending. Door Van Erp et al. (2012) is de bijdrage van dit programma aan de oplossing van opsporingszaken onderzocht. Uit hun onderzoek bleek dat het uitzenden van een opsporingsbericht Opsporing Verzocht de kans op het oplossen van een zaak verhoogt van ongeveer 25 naar 40 procent.[11] Een goed bekeken uitzending van het programma Opsporing Verzocht kan dus een wezenlijke bijdrage leveren aan de oplossing van een zaak. Wat de bijdrage van regionale opsporingsprogramma’s in deze is, is vooralsnog niet onderzocht.

Zonder de uitzending van de beelden van het incident in Eindhoven in het opsporingsprogramma van Omroep Brabant waren de daarbij betrokken jongensnaar alle waarschijnlijkheid niet aangehouden. De verdachten waren bij de politie niet bekend en daarom werd de hulp van het publiek ingeschakeld. Voor de mishandeling zijn uiteindelijk drie jongens veroordeeld. Zij kregen jeugddetentie opgelegd variërend van zes tot tien maanden. De rechter kende echter, ook in hoger beroep, aan de jongens een strafvermindering toe. In eerste aanleg oordeelde de rechtbank dat een strafvermindering van toepassing was, mede vanwege de buitengewoon grote media-aandacht voor de uitgezonden beelden en de gevolgen die dit voor de verdachten en hun familie heeft gehad.

‘De verdachten zijn door bekende en onbekende personen benaderd. Hun namen, telefoonnummers en adressen stonden op internet. Ze zijn op straat herkend en tot in hun woning achtervolgt. Ze zijn hun opleiding of hun werk kwijtgeraakt. Ze zijn bedreigd’, aldus de rechtbankvoorzitter. [12]

De rechtbank achtte de privacy-schending verwijtbaar aan het OM, omdat toestemming was gegeven de beelden integraal uit te zenden en op internet te plaatsen, terwijl te voorzien was dat de beelden ook door andere omroepen zouden worden gebruikt en (onder andere) op YouTube en Facebook zouden worden geplaatst. Het Gerechtshof Den Bosch bevestigde het oordeel van de rechtbank en stelde dat met het integraal uitzenden van de camerabeelden de privacy van de verdachten onnodig vergaand was geschonden. Er had (conform de eis van subsidiariteit) door het OM gezocht moeten worden naar ‘voor de verdachten minst ingrijpende opsporingsmiddelen.’ Volgens het gerechtshof had in deze zaak voor een minder zwaar opsporingsmiddel gekozen kunnen worden, zoals het tonen van ‘stills’ (stilstaande beelden uit de opname).[13]

Proportionaliteit en subsidiariteit

Volgens de Aanwijzing Opsporingsberichtgeving van het College van Procureurs-Generaal dient het OM bij de beslissing om al dan niet van opsporingsberichtgeving gebruik te maken altijd een afweging te maken tussen enerzijds de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en anderzijds de persoonlijke levenssfeer van verdachten, slachtoffers en getuigen. Bescherming van de persoonlijke levenssfeer is zowel een grondrecht (art. 10 Grondwet) als een mensenrecht, omschreven in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Bij het gebruik van opsporingsberichtgeving hoort het OM daarom nadrukkelijk rekening te houden met ‘het grote (en steeds grotere) bereik van verschillende mediavormen zoals het internet en de omstandigheid dat eenmaal gepubliceerde berichtgeving zich niet zonder meer laat verwijderen of herroepen’ (zie par. 4.4 Aanwijzing Opsporingsberichtgeving). De zwaarte van het in te zetten middel moet in verhouding staan tot het beoogde doel (proportionaliteit); hierbij speelt ook de ernst van het delict een rol. Voor opsporingsonderzoek naar verdachten die niet bij de politie bekend zijn, is bijvoorbeeld opsporingsberichtgeving pas toegestaan als het een delict betreft waarvoor een gevangenisstraf van vier jaar of meer kan worden opgelegd. Voor de mishandeling in Eindhoven was dit het geval. Daarnaast hoort het middel pas te worden ingezet als een eventueel lichter middel niet tot voldoende resultaat heeft geleid of zal kunnen leiden (subsidiariteit). Naar het oordeel van de rechter was aan dit vereiste niet voldaan en had met een andere, lichtere, vorm van opsporingsberichtgeving kunnen worden volstaan.[14]

In deze zaak heeft het OM de rechter er dus niet van weten te overtuigen waarom de beelden van de bewakingscamera’s integraal zijn uitgezonden. De motivatie van het OM was, dat daar bewust voor was gekozen vanwege de ernst van de zaak, aldus de hoofdadvocaat-generaal van het Ressortparket Den Bosch, dat namens het OM de strafzaak in hoger beroep behandelde.[15] Eerder, na de uitspraak van de rechtbank in augustus 2013, lichtte de landelijk persofficier het standpunt van het OM als volgt toe:

‘We hebben ons afgevraagd of we hetzelfde resultaat zouden krijgen met minder ingrijpende opsporingsmethoden en kwamen tot de conclusie dat dat niet kon (… ). Onze ervaring is dat naarmate de beelden intenser en ingrijpender zijn de bereidheid bij het publiek groter is om ons te helpen. Het is alleen nu moeilijker om in te schatten wat het effect van het vrijgeven van de beelden is.’ [16]

Behalve dat het OM naar het oordeel van de rechter een lichter vorm van opsporingsberichtgeving had kunnen inzetten, had het OM in deze zaak ook een vormfout gemaakt, die door de rechter werd meegewogen in het oordeel over de strafmaat. De beslissing tot het uitzenden van de beelden was niet door de hoofdofficier van justitie genomen, zoals in de Aanwijzing opsporingsberichtgeving is voorgeschreven, maar feitelijk door een officier van justitie in opleiding.

Reacties van het publiek

De vraag waar ook het OM voor staat, is in hoeverre de reacties van burgers op opsporingsberichten zijn te voorzien en hoe met onvoorziene reacties om te gaan. In deze casus volgde na de uitzending van de beelden een golf aan verontwaardigde reacties en oproepen om de daders op te sporen. Al na een dag verscheen op internet een groepsfoto van de verdachten; op het online magazine GeenStijl werden daarbij de namen van zes van de acht jongens vermeld. Het naming and shaming was begonnen. De jongens die op het filmpje te zien waren, ondervonden daarvan de gevolgen. Werd eerst gesproken over de ‘acht van Eindhoven’, na hun aanhouding raakte de term ‘kopschoppers’ in zwang. Dat woord werd zelfs door Van Dale genomineerd om als woord van het jaar 2013 te worden verkozen. Het woord ‘kopschopper’ legde het uiteindelijk af tegen ‘selfie’, maar is desalniettemin in het woordenboek opgenomen als ‘een geweldpleger die zijn slachtoffer (zwaar) lichamelijk letsel toebrengt door deze tegen het hoofd te schoppen, ook als hij of zij al (gewond en/of hulpeloos) op de grond ligt.’

Met de term ‘kopschoppers’ werd niet alleen uitdrukking gegeven aan de ernst van het incident, maar ook de situatie zogezegd ‘geframed’. De aangehouden jongens werden in de media als ‘kopschoppers’ aangesproken en daarmee bij voorbaat schuldig bevonden. Of alle acht jongens die op de beelden te zien waren ook daadwerkelijk geweld hadden gepleegd, stond op dat moment echter nog niet vast. Een ander gevolg van het naming and shaming was dat ook een naamgenoot die niets met het incident te maken had, werd bedreigd.[17]

In NRC Handelsblad stelde universitair docent strafrecht Kwakman dat het OM, door burgers bij de opsporing te betrekken, tot op zekere hoogte verantwoordelijk is voor de “dynamiek” die daarna onder burgers ontstaat. ‘Als je burgers betrekt, bestaat het risico dat sommigen van hen te ver gaan’, aldus Kwakman,[18] en hij gaf daarbij als voorbeeld de casus van Winschoten, waar de politie in 2012 op zoek was naar een pyromaan:

‘De politie betrok de burgers. “Wees oplettend”, zei ze. Daar is op zich niets mis mee. Maar burgers kunnen zo’n instructie ook verkeerd opvatten. Zo van: als we de dader vinden, dan zullen we die eens een lesje leren.’[19]

Hoofdofficier van justitie Greive, die binnen het OM verantwoordelijk is voor de manier waarop de media worden ingezet, stelde zich in hetzelfde artikel op het standpunt dat het OM niet verantwoordelijk is voor de klopjacht die na de uitzending van het opsporingsprogramma ontstond. Het OM houdt in de opsporingsberichtgeving rekening met een mogelijke inbreuk op de privacy van personen. Beelden van omstanders en ook slachtoffers worden daarom veelal onherkenbaar gemaakt. Als een opsporingsbericht echter niet door het publiek wordt opgepakt, mist het zijn doel. Een opsporingsbericht zal daarom altijd voldoende aandachttrekkend alsook aandachtrichtend moeten zijn. Wat het uiteindelijke “media-effect” van een opsporingsbericht is, blijft evenwel moeilijk te voorspellen, aldus Greive.

Voor beide argumenten valt natuurlijk iets te zeggen. Het OM zal (ook gezien de uitspraak van de rechter) in haar opsporingsberichtgeving met de reactie van het publiek rekening moeten houden, maar geheel voorkomen dat anderen de zaak op de spits drijven kan het niet. Daarvoor zijn de krachten van sociale media te onvoorspelbaar. Over de storm aan reacties na de uitzending van de beelden was ook het OM enigszins verbaasd.[20] De beelden werden op sociale media veelvuldig geraadpleegd en gedeeld. Zowel enkele prominente Nederlanders als online forums speelden hierbij een rol.

Dat in dit geval de beelden van de mishandeling zulke heftige emoties opriepen, kwam echter ook door het commentaar van Omroep Brabant bij het filmpje. Met frases als ‘Ze zijn op oorlogspad, lijkt het wel’ en ‘Nog is het niet genoeg’ was dat van een geheel andere toon, dan die we van het programma Opsporing Verzocht gewend zijn. Met een ander commentaar bij de beelden (bijvoorbeeld: uiteindelijk is het wel goed afgelopen) en een meer nauwgezette selectie van beeldmateriaal waren de reacties van het publiek mogelijk minder heftig geweest, maar dat valt niet met zekerheid te zeggen. Er zijn nu eenmaal mensen die er een ‘sport’ of soms hun beroep van maken om daders van strafbare feiten op te sporen. We spreken dan alleen niet meer van burgerparticipatie, maar van burgeropsporing (zie hierna).

Afstemming met burgemeesters

Voor situaties waarin naar aanleiding van een opsporingsbericht maatschappelijke onrust dreigt te ontstaan, is ook de opmerking van burgemeester Brentjens van de Belgische gemeente Turnhout van belang. Naar zijn mening zouden burgemeesters (meer) betrokken moeten worden bij de opsporingsberichtgeving, zodat zij vooraf kunnen inschatten wat een opsporingsbericht in hun gemeente teweeg kan brengen.[21] In dit geval was echter bij de politie en het OM de identiteit en ook de woonplaats van de jongens niet bekend en was dit juist reden de beelden te vertonen. Vooraf contact opnemen met de burgemeester van de eventuele woonplaats dus was feitelijk onmogelijk.

De situatie waar burgemeester Brentjens evenwel mee te maken kreeg, was een situatie van maatschappelijke onrust. Inwoners uit zijn gemeente waren geschokt over wat er in Eindhoven was gebeurd en ook hoe daarop werd gereageerd. Vanwege de klopjacht op de vijf jongens uit Turnhout werd zelfs door de Belgische politie bij hun woningen gepatrouilleerd.[22] Brentjens bracht daarom een bezoek aan burgemeester Van Gijzel om, mede namens de Turnhoutse bevolking, zijn medeleven met het slachtoffer over te brengen en zijn ontsteltenis over de ontstane situatie te uiten. Na afloop van hun overleg gaven beide burgemeesters een korte persverklaring, waarin zij opriepen de hetze tegen de verdachten te staken en te vertrouwen op de strafrechtelijke afhandeling van de zaak.[23]

Met hun oproep hoopten zij dat de rust in hun gemeenten zou terugkeren.

Burgemeester Van Gijzel werd overigens enkele dagen later wel geïnformeerd over het voornemen van het OM om opnieuw beelden van een mishandeling (in Oosterhout) vrij te geven. De hoofdofficier van justitie, de politiechef en de burgemeester lieten op 28 januari 2013 een gezamenlijke verklaring uitgaan, waarin zij aankondigden dat er – ondanks de commotie over het filmpje van de mishandeling aan de Vestdijk in Eindhoven – opnieuw beelden van een mishandeling zouden worden uitgezonden in het opsporingsprogramma Bureau Brabant.[24] Die uitzending leidde nauwelijks tot commotie en leverde een groot aantal tips op. Maar ook in deze zaak werd het OM later door de rechter zogezegd op de vingers getikt en aan de verdachten een strafvermindering toegekend. Omdat de politie in deze zaak al verdachten op het oog had, had de politie eerst de verdachten zelf met de camerabeelden kunnen confronteren, alvorens over te gaan tot uitzending in het opsporingsprogramma, aldus de rechter.[25]

Van burgerparticipatie naar burgeropsporing

Wanneer via opsporingsberichtgeving de hulp van het publiek wordt ingeroepen voor de opsporing van verdachten van misdrijven ligt het initiatief, en daarmee in principe ook de regie, bij het OM en de politie. Deze casus toont hoe lastig het is om in het huidige media-tijdperk die regie te voeren. Na uitzending van de beelden van de mishandeling in Eindhoven namen burgers het initiatief over; eigenrichting lag op de loer.

Bij burgeropsporing gaat het om acties als het observeren en horen van mensen, het opvragen van gegevens, en het gebruik van verborgen camera’s. Het zijn rechercheactiviteiten waaraan voor de politie, wil zij die kunnen uitvoeren, voorwaarden verbonden zijn (voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris, verplichting tot nauwkeurige verslagleggen en dergelijke). Voor burgers zijn dergelijke voorwaarden niet opgesteld, wat niet wil zeggen dat ‘alles maar mag, zolang het aan de opheldering van misdrijven bijdraagt’.[26] Ook als burgers informatie over (vermeende) verdachten verzamelen en verspreiden, is dat aan privacy-normen gebonden. Lastig in het huidige media-tijdperk is wel dat eenmaal gepubliceerde informatie die onjuist blijkt en/of de privacy van personen schaadt, al binnen korte tijd – via bijvoorbeeld een retweet of een reactieveld op een site – onder velen kan zijn verspreid. Menigeen verschuilt zich dan achter het excuus niet ‘de bron’ van de informatie te zijn.

Er bestaan tegenwoordig meerdere particuliere websites waarop informatie over verdachten van misdrijven te vinden is (zie Van Erp, 2011). Boevenvangen.nl biedt bijvoorbeeld naast een overzicht van alle uitstaande opsporingsberichten ook een iphone-app waarmee de gebruiker een attendering krijgt als hij zich op een locatie bevindt waar een delict is gepleegd. Daardoor krijgen delicten die vaak niet meer dan lokale aandacht genieten een landelijk bereik. De website is bovendien recent een samenwerking met SBS6 aangegaan: in april 2014 zond de omroep de eerste aflevering van het misdaadprogramma Boeven Vangen uit.[27]

GeenStijl roept op zijn beurt bezoekers op om zelf op zoek te gaan naar de verdachten en “namen en rugnummers” te leveren. Met slogans als “herken ze allemaal” en “tijd gaat nu in” activeert GeenStijl de bezoeker als het ware tot ‘een jacht op de dader’ (Van Erp, 2011). Hoewel de toon verschilt, zijn de motieven van de site vergelijkbaar met die van bijvoorbeeld misdaadverslaggever Peter R. de Vries, wiens interventies de afgelopen jaren tot de oplossing van enkele geruchtmakende moordzaken en tot de invrijheidstelling van onschuldig veroordeelde burgers hebben geleid. Bekend is ook zijn televisie-uitzending over Joran van der Sloot, waarin met verborgen camera’s opgenomen gesprekken werden getoond.

Voor het opnemen en uitzenden van beelden is tegenwoordig geen eigen televisieprogramma meer nodig. Vrijwel iedereen kan vrij eenvoudig foto’s of een filmpje op internet plaatsen, zonder een weloverwogen afweging te maken waar het OM aan gehouden is. Die beelden zullen bovendien visueel eerder van een betere kwaliteit zijn dan die van bewakingscamera’s die doorgaans door het OM worden gebruikt. Het is vervolgens voor burgers een kleine stap om via sociale media een netwerk te mobiliseren om een zaak ‘op te lossen’.

De politie en het OM hebben dus al lang niet meer het monopolie op het verzamelen en verspreiden van informatie over verdachten van misdrijven. Buurtonderzoek vindt nu ook online door burgers zelf plaats. Inmiddels zijn er op YouTube al tal van beelden te vinden van particuliere bewakingscamera’s waarop verdachten van een diefstal of inbraak te zien zijn, gepubliceerd door winkeliers, tankstationhouders of burgers (Van Erp, 2011). We staan nog maar aan het begin van deze ontwikkelingen en onduidelijk is nog wat de mogelijke gevolgen hiervan kunnen of zullen zijn.

5. Afronding

Bij de zware mishandeling in Eindhoven op 4 januari 2013 waren minderjarige jongens betrokken die, onder invloed van alcohol, kennelijk niet beseften wat zij feitelijk deden. Het was deels toeval dat het incident plaatsvond op een hoek van een straat die binnen het bereik van een bewakingscamera lag. Er waren daardoor beelden met het hele verloop van het incident vastgelegd.

De zaak van de ‘kopschoppers’ van Eindhoven toont hoeveel moeite het OM en de politie hebben om de krachten van sociale media in te schatten en, waar nodig, in bedwang te houden. Nadat – twee dagen na de uitzending van de beelden – drie verdachten zich bij de politie hadden gemeld (en ook de andere verdachten bekend waren), deed het OM een dringende oproep om niet langer informatie over de verdachten via internet te delen. Een oproep die enkele dagen later door de burgemeesters van Eindhoven en Turnhout werd herhaald, om een einde te maken aan de sociale onrust in hun gemeenten.Het bleek tevergeefs. Met de term ‘kopschoppers’ was de toon gezet en werd de klopjacht op de verdachten voortgezet.

De opsporingsberichtgeving had in deze casus desondanks een positief effect in de zin dat de verdachten zijn aangehouden en konden worden berecht. De beelden van de mishandeling leidden echter ook tot reacties jegens de verdachten (en derden!), die hun privacy in ernstige mate schaadden. Nog voordat de rechter in eerste aanleg uitspraak had gedaan, mengden zelfs Tweede Kamerleden zich in de discussie hoe de schending van de privacy zich zou verhouden tot het belang om de beelden uit te zenden.[28] Dat is opmerkelijk, aangezien het in onze rechtsstaat niet past dat politici zich mengen in een zaak die nog in handen van de rechter is. Het is aan de rechter om te bepalen welke straf in een concreet geval moet worden opgelegd.

Uiteindelijk zijn drie jongens veroordeeld; de andere vijf gingen vrijuit. Ook van hen zijn echter persoonsgerelateerde gegevens via internet en sociale media verspreid, die er vandaag de dag nog steeds op staan. Hetzelfde geldt voor het slachtoffer, voor naamgenoten van verdachten en voor bijvoorbeeld diegene die door GeenStijl onterecht in het rijtje van verdachten werd genoemd, zonder dit later te rectificeren. Ook voor hen zal het lastig zijn deze (digitale) ‘sporen’ te wissen.

Opsporingsberichtgeving is van alle tijden. Al in de tijd van het Wilde Westen werden opsporingsplakkaten gebruikt. De opkomst van sociale media, waarmee beelden en informatie gemakkelijker onder een grote groep mensen kunnen worden gedeeld, stelt echter het OM en ook de politie voor een nieuw dilemma waarmee nog maar weinig ervaring is opgedaan. De uitingen op sociale media naar aanleiding van opsporingsberichtgeving doen soms weer denken aan het Wilde Westen. Burgerparticipatie bij de opsporing van strafbare feiten krijgt onder invloed van sociale media een nieuwe dimensie; de grens met burgeropsporing vervaagt en burgervervolging ligt op de loer.

Literatuur

–      Erp, J. van (2011). “Boeven vangen” via internet: beelden over criminaliteit in opsporingsberichtgeving, Tijdschrift voor Cultuur en Criminologie, nr. 1, p. 51-69.

–      Erp, J.G. van, Gastel, F. van & Wemmink, H.D. (2012). Opsporing verzocht. Een quasi-experimentele studie naar de bijdrage van het programma Opsporing Verzocht aan de oplossing van delicten.. Amsterdam: Reed Business.

[1]      Omroep Brabant (2013, 21 januari). Nieuws: Afkeer en ongeloof om filmpje zware mishandeling Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?video/79339912/Beelden+Bureau+Brabant+van+de+mishandeling+in+Eindhoven.aspx.

[2]      Zie voor de tweets: https://twitter.com/nickensimon/status/293480798122815489; https://twitter.com/PeterRdeV/statuses/372730756801757184; https://twitter.com/dijkhoff/statuses/372685900003942400.

[3]      Omroep Brabant (2013, 23 januari). Nieuws: Justitie: stop met verspreiden gegevens ‘daders’ mishandeling Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1874291183/Justitie+stop+met+verspreiden+gegevens+daders+mishandeling+Eindhoven.

[4]      Omroep Brabant (2013, 24 januari). Nieuws: Burgemeester Turnhout betuigt medeleven slachtoffer mishandeling Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1874581273/Burgemeester+Turnhout+betuigt+medeleven+slachtoffer+mishandeling+Eindhoven.aspx.

[5]      GeenStijl (2013, 24 januari). Archief: GeenStijl levert 8 doodschoppers aan politie. Op 1 juni 2014 ontleend aan www.geenstijl.nl/mt/archieven/2013/01/geenstijl_levert_acht_doodscho.html.

[6]      Omdat zij niet actief bij de vechtpartij betrokken zouden zijn geweest.

[7]      NOS (2013, 11 juni). Nieuws binnenland: Uitlevering verdachte Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nos.nl/artikel/516652-uitlevering-verdachte-eindhoven.html.

[8]      De vierde verdachte wordt vrijgesproken omdat hij geen aandeel had in de geweldpleging.

[9]      Het OM heeft er bewust voor gekozen alleen cassatie in te stellen in de zaak van de dader die zijn straf al had uitgezeten, en niet in de zaak van de andere jongen die nog een deel van zijn straf moest uitzitten. Door in die zaak geen cassatie in te stellen, is de uitspraak van het gerechtshof onherroepelijk geworden. Zie OM (2013, 24 december). Nieuws- en persberichten: OM in cassatie in één zaak mishandeling Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.om.nl/@162007/cassatie-zaak/.

[10]     Aldus Martine Vis, landelijk portefeuillehouder Sociale Media bij de Nationale Politie, in Pauw & Witteman van 31 oktober 2013.

[11]     De onderzoekers merken daarbij op dat bij een substantieel deel van de getoonde opsporingsberichten de politie al een verdachte op het oog had en voldoende recherchecapaciteit inzette voor de opvolging van tips.

[12]     Uitspraak Rechtbank Oost-Brabant, 28 augustus 2013 (ECLI:NL:RBOBR:2013:4796). Zie ook Volkskrant (2013, 28 augustus). Archief: Justitie fors in de fout met beelden van schoppartij. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/3500150/2013/08/29/Justitie-fors-in-de-fout-met-beelden-van-schoppartij.dhtml.

[13]     Uitspraak Gerechtshof Den Bosch, 11 december 2013 (ECLI:NL:GHSHE:2013:5955).

[14]     In een nagenoeg vergelijkbare zaak van een mishandeling in Oosterhout oordeelde de rechtbank in Breda dat het uitzenden van camerabeelden onnodig was, omdat de verdachte reeds bij de politie bekend was (Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2013 (ECLI:NL:RBZWB:2013:5619). Zie ook: NOS (2013, 25 juni). Nieuws Binnenland: Lagere straf vanwege camerabeeld. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nos.nl/artikel/522273-lagere-straf-vanwege-camerabeeld.html.

[15]     Omroep Brabant (2013, 11 december). Nieuws: Eindhovense kopschopper Tom K. moet één maand langer zitten. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/203631562/Eindhovense+kopschopper+Tom+K.+moet+%C3%A9%C3%A9n+maand+langer+zitten.aspx.

[16]     NOS (2013, 29 augustus). Nieuws binnenland: OM blijft beelden vrijgeven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nosc.nl/artikel/545612-om-blijft-beelden-vrijgeven.html.

[17]     Omroep Brabant (2013, 23 januari). Nieuws: Tom Kantelberg uit Aalst-Waalre bedreigd na mishandeling op Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1873871323/Tom+Kantelberg+uit+Aalst-Waalre+bedreigd+na+mishandeling+op+Vestdijk+Eindhoven.aspx.

[18]     Bron: ‘Het loont de burger te betrekken bij opsporing. En het leidt tot heisa’, NRC Handelsblad, 25 januari 2013.

[19]     Bron: ‘Het loont de burger te betrekken bij opsporing. En het leidt tot heisa’, NRC Handelsblad, 25 januari 2013. Zie ook Johannik & Tromp in Lessen uit crises en mini-crises 2012, p. 79-86.

[20]     Omroep Brabant (2013, 26 maart). Nieuws: Bureau Brabant: Beelden mishandeling Eindhoven zijn niet voor niets geweest. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/190860812/Bureau+Brabant+%E2%80%98Beelden+mishandeling+Eindhoven+zijn+niet+voor+niets+geweest%E2%80%99.aspx.

[21]     Omroep Brabant (2013, 26januari). Nieuws: Ook na mishandeling Eindhoven blijft justitie beelden vrijgeven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/187603802/Ook+na+mishandeling+Eindhoven+blijft+justitie+beelden+vrijgeven+.aspx.

[22]     Trouw (2013, 28 januari). Nieuws politiek: OM gaat in tegen eigen opsporingsrichtlijn. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3384170/2013/01/28/OM-gaat-in-tegen-eigen-opsporingsrichtlijn.dhtml.

[23]     ‘Burgemeesters: Laat omgeving daders met rust’, Volkskrant, 25 januari 2013.

[24]     Trouw (2013, 28 januari). Nieuws politiek: OM gaat in tegen eigen opsporingsrichtlijn. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3384170/2013/01/28/OM-gaat-in-tegen-eigen-opsporingsrichtlijn.dhtml.

[25]     Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2013 (ECLI:NL:RBZWB:2013:5621) en uitspraak Gerechtshof Den Bosch, 22 januari 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:63).

[26]     Aldus Harm Brouwer, tot 2011 voorzitter van het College van procureurs-generaal, in ‘Baas OM waarschuwt voor “burgeropsporing”’, de Volkskrant, 25 februari 2008.

[27]     Zie http://www.sbs6.nl/programmas/boeven-vangen/.

[28]     Omroep Brabant (2013, 24 januari). Nieuws: Tweede Kamerleden: beelden verdachten mishandeling Vestdijk Eindhoven belangrijker dan privacy. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/187505882/Tweede+Kamerleden+beelden+verdachten+mishandeling+Vestdijk+Eindhoven+belangrijker+dan+privacy.aspx.

Hier de casus in PDF:

Gerelateerd aan deze casus:

Beeldmateriaal in de opsporing; privacyschending of niet?
Onderzoek naar de grenzen van het gebruik van beeldmateriaal in de opsporing via de social media
Auteur: Wiebe Penterman

Hier het onderzoek ten aanzien van Opsporing Verzocht:

Gerelateerde berichten:

One Response to De kopschoppers van Eindhoven

  1. […] good example of the power of Open Journalism is in my opinion the situation with the ‘Eindhovense kopschoppers’. About a year ago eight Dutch/Belgian youngsters beat an (as it seems) innocent passenger up […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *