Door: Vina Wijkhuijs, Anouk Ros, Menno van Duin, uit Lessen uit crises en mini-crises 2015

Inleiding
In de zomer van 2015 is het opnieuw onrustig in de Haagse Schilderswijk. Vonden er een jaar eerder verschillende demonstraties plaats voor en tegen de Islamitische Staat (IS), deze zomer is de wijk het toneel van rellen naar aanleiding van de dood van Mitch Henriquez. De 42-jarige Arubaan overlijdt op zondag 28 juni in het ziekenhuis, nadat hij de avond ervoor bij het verlaten van een festival in het Zuiderpark was gearresteerd. Op maandag 29 juni en de daaropvolgende avonden breken er heftige rellen uit op en rond het Hobbemaplein. De politie, en in het bijzonder de politie-eenheid Den Haag, wordt verweten racistisch te zijn en bij de aanhouding van Mitch Henriquez buitenproportioneel geweld te hebben gebruikt.

Het overlijden van Mitch Henriquez en de rellen die daarop volgen, trekken landelijke aandacht in de media en politiek. De Haagse driehoek staat voor de lastige taak de gemoederen tot bedaren te brengen. Het gaat aanvankelijk om de vraag in hoeverre er ruimte kan worden geboden aan een betoging om emoties over het drama te uiten, met het risico dat er openbare orde-problemen ontstaan. Wanneer zich eenmaal meerdere avonden achtereen rellen hebben voorgedaan en verschillende agenten zijn bedreigd, ziet de driehoek zich gesteld voor de vraag hoe de rust in de wijk te doen terugkeren.

In dit stuk komen deze twee dilemma’s aan de orde. Het hoofdstuk is mede gebaseerd op gesprekken met respectievelijk burgemeester Van Aartsen van Den Haag, voormalig plaatsvervangend hoofdofficier van justitie Nooy, politiechef Van Musscher en de heer Van der Vet, directeur Veiligheid bij de gemeente Den Haag.

Feitenrelaas
Zaterdagavond 27 juni vindt in het Haagse Zuiderpark het drukbezochte popfestival ‘Night at the Park’ plaats; het festival trekt zo’n 30.000 bezoekers (bron). Bij het verlaten van het festivalterrein, zo rond 21.45 uur, spreekt Mitch Henriquez enkele politieagenten aan. Hij zou hebben geroepen dat hij een wapen had. De agenten willen hem aanhouden, maar Henriquez verzet zich. Er volgt een worsteling, waarbij Henriquez door agenten op zijn buik tegen de grond wordt gewerkt en in bedwang wordt gehouden. Omstanders die van de worsteling getuige zijn en dichterbij proberen te komen, worden op afstand gehouden. Enkelen van hen maken van de worsteling beeldopnamen, die de dagen erna veel bekeken worden op YouTube. Daarop is te zien hoe Henriquez uiteindelijk door twee politieagenten moeizaam in een ME-busje wordt gedragen, waarmee hij naar het politiebureau zou worden vervoerd. Onderweg blijkt echter dat hij per ambulance moet worden overgebracht naar het ziekenhuis, alwaar hij zondagavond 28 juni overlijdt.

De premier van Aruba en de Arubaanse gevolmachtigd minister in Den Haag worden maandag 29 juni door minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van het overlijden van hun landgenoot op de hoogte gebracht. Plasterk verzekert hen dat er door de Rijksrecherche een onafhankelijk onderzoek naar de omstandigheden rond zijn dood zal plaatsvinden (bron). Het OM, dat de avond van zijn overlijden een eerste bericht naar buiten had gebracht, komt maandag met een aangepaste verklaring over wat er die bewuste zaterdagavond is gebeurd (bron):

‘De man verzette zich tegen zijn aanhouding en de politie gebruikte daarom geweld tegen de man om hem over te brengen naar het politiebureau. Wat er vervolgens gebeurde, wordt nader onderzocht.’

Onderwijl zijn via sociale media de beelden verspreid die omstanders van de aanhouding hebben gemaakt. Ook verschijnen er op sociale media berichten om te protesteren tegen het politieoptreden en de dood van Mitch Henriquez. Volgens de berichten vindt de demonstratie maandagavond om 20.30 uur plaats bij het politiebureau De Heemstraat in de Schilderswijk. De signalen bereiken ook de Haagse driehoek: burgemeester Van Aartsen, hoofdofficier van justitie Nooy en politiechef Van Musscher. Hoewel bij de burgemeester geen officieel verzoek tot het houden van een demonstratie is ingediend, worden de nodige voorbereidingen getroffen.

Zoals de berichten deden vermoeden, verzamelen zich maandagavond zo’n vijfhonderd mensen bij politiebureau De Heemstraat. De demonstratie begint vreedzaam, maar loopt vanaf 21.15 uur ernstig uit de hand. Politiemensen worden bedreigd en bekogeld met stenen. Als een aantal betogers probeert het politiebureau te bestormen, grijpt de ME in. De demonstranten verspreiden zich door de wijk en richten talloze vernielingen aan. Ook worden er winkels geplunderd. Tot diep in de nacht blijft het onrustig; er worden zestien mensen gearresteerd.

De volgende dag gaat burgemeester Van Aartsen samen met politiechef van Musscher naar de Schilderswijk om met buurtbewoners en ondernemers te spreken die vanzelfsprekend aangedaan zijn door de rellen. De familie van Mitch Henriquez, alsook burgemeester Van Aartsen en minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie (VenJ) roepen op de kalmte te bewaren. Desondanks is het dinsdagavond opnieuw onrustig in de Schilderswijk. Elf mensen worden aangehouden voor openlijke geweldpleging en vandalisme.

Op woensdag 1 juli geven hoofdofficier Nooy, burgemeester Van Aartsen en politiechef Van Musscher gezamenlijk een persconferentie. Op de persconferentie maakt de hoofdofficier van justitie de voorlopige uitkomsten van de sectie op het lichaam van Mitch Henriquez bekend (bron):

‘Volgens het sectierapport kan het overlijden van het slachtoffer zeer waarschijnlijk worden verklaard door een bij hem ontstaan zuurstoftekort. Het is aannemelijk dat dit zuurstoftekort is ontstaan als gevolg van het politieoptreden.’

De vijf agenten die bij de aanhouding van Mitch Henriquez betrokken waren, heeft politiechef Van Musscher met onmiddellijke ingang buiten functie gesteld, zo meldt hij tijdens de persconferentie. Het betekent dat zij voor de duur van het onderzoek hun functie niet mogen vervullen en ook geen andere werkzaamheden mogen doen.

Die avond verzamelen zich opnieuw enkele honderden jongeren bij bureau De Heemstraat en op en rond het Hobbemaplein. Zij richten voor de derde achtereenvolgende avond vernielingen aan, stichten brand en bekogelen de politie met flessen en stenen (bron). Dit keer moet onder meer het theater De Vaillant het ontgelden, waarvan de ruiten worden ingegooid en meubilair wordt vernield.

De volgende dag, donderdag 2 juli, geeft de Haagse driehoek een gezamenlijke persconferentie, waarin wordt aangekondigd dat streng zal worden opgetreden tegen relschoppers. Naast het samenscholingsverbod dat in de Schilderswijk al geldt, zal worden verhinderd dat jongeren op scooters en motoren de wijk in komen. Op het stadhuis vindt die dag overleg plaats tussen burgemeester Van Aartsen, politiechef Van Musscher en onder meer jongeren en andere sleutelfiguren en organisaties uit de Schilderswijk. Mede op verzoek van de burgemeester zullen die avond tientallen jongeren uit de Schilderswijk met gele vestjes de straat op gaan om te surveilleren en zo nodig de gemoederen te sussen. Ouders zijn al eerder opgeroepen om hun kinderen voorlopig in de avonden thuis te houden.

Het blijft die avond tot ongeveer 22.30 uur rustig, maar dan verschijnen er jongeren die volgens verschillende betrokkenen niet uit de Schilderswijk komen en wederom rellen aanstichten. Er worden die nacht maar liefst 200 aanhoudingen verricht. In de dagen erna blijven ongeregeldheden uit.

Het gebruik van de nekklem De dood van Mitch Henriquez werd mede geweten aan het gebruik van de zogenoemde nekklem, een fysieke techniek die bedoeld is om een persoon onder bedwang te krijgen. Enkele dagen na het overlijden van Mitch Henriquez heeft minister Van der Steur de Inspectie VenJ gevraagd naar het gebruik van de nekklem onderzoek te doen. Terwijl de Inspectie dit onderzoek ter hand nam, diende bij de rechtbank in Den Haag een kort geding tegen de Nederlandse Staat om het gebruik van de nekklem per direct te stoppen. Op 17 september oordeelde de voorzieningenrechter dat een algeheel verbod op de nekklem niet op zijn plaats is, omdat de toepassing niet altijd onrechtmatig is. De rechtbank achtte het aan de minister van VenJ om – mede op basis van de uitkomst van het inspectieonderzoek – een nader standpunt in te nemen. Uitspraak Rechtbank Den Haag d.d. 17 september 2016 in zaaknr. C/09/493516/KG ZA 15/1149 (ECLI:NL:RBDHA:2015:10831).

In maart 2016 verscheen het rapport van de Inspectie VenJ. Op basis daarvan stelde minister Van der Steur dat, gelet op de risico’s die aan de nekklem verbonden zijn, het gebruik ervan beperkt dient te blijven tot die gevallen waarin er geen alternatief voorhanden is (bron: TK 2015-2016, 29 628 nr. 623). Ook zou de nekklem in principe alleen mogen worden toegepast door personeel dat adequaat getraind is in de techniek. Verder gaf de minister aan dat hij de politie heeft verzocht een eenduidige, landelijke instructie op te stellen voor het trainen en toepassen van de nekklem, waarbij aandacht wordt besteed aan de (verstikkings)risico’s die zich kunnen voordoen bij de toepassing ervan.

Op zaterdag 4 juli lopen familieleden en vrienden van Mitch Henriquez, bij elkaar ongeveer driehonderd mensen, een stille tocht van station Moerdijk naar het Zuiderpark. Burgemeester Van Aartsen en politiechef Van Musscher brengen de volgende dag een bezoek aan de familie. Ook de hoofdofficier van justitie onderhoudt met de familie contact. Enkele dagen later start de familie van Mitch Henriquez op Facebook een petitie, ‘Justice for Mitch Henriquez’, waarin premier Rutte onder meer wordt opgeroepen raciale profilering en discriminatie van minderheden aan te pakken (bron).

Woensdag 8 juli vindt er in de Haagse gemeenteraad een ruim zeven uur durend debat plaats over de dood van Mitch Henriquez en de rellen die daarop volgden. Burgemeester Van Aartsen, maar ook hoofdofficier Nooy en politiechef Van Musscher geven een toelichting op wat er in de afgelopen week is gebeurd en hoe daarop door de autoriteiten is gereageerd. Sommige raadsfracties zijn kritisch, andere meer begripvol voor de dilemma’s die speelden. Vooral de woorden van de zichtbaar aangedane politiechef Van Musscher maken duidelijk hoe moeilijk de situatie ook voor hem en de Haagse politie is geweest.

Emoties om dood arrestant versus handhaving openbare orde
Deze casus speelde zich af op het grensvlak van enerzijds handhaving van de openbare orde en anderzijds handhaving van de rechtsorde. Daarmee betrof deze casus bij uitstek een driehoek-aangelegenheid. Binnen de driehoek hebben de partijen en dan met name de burgemeester en de hoofdofficier van justitie elk hun eigen rol en verantwoordelijkheid.

Naast het feit dat burgemeester Van Aartsen tal van lastige beslissingen te nemen had, stond vooral politiechef Van Musscher voor een lastig dilemma. Terwijl een strafrechtelijk onderzoek naar de handelwijze van een aantal politiemensen van de politie-eenheid Den Haag werd gestart en mensen op straat hun ongenoegen over het politieoptreden uitten, was het tegelijkertijd aan het Haagse politiekorps om de openbare orde en veiligheid in de stad te handhaven, ook tijdens de rellen.

Er zijn in deze casus ten minste twee kritieke momenten te onderscheiden. Het eerste moment deed zich voor op maandag 29 juni, toen op sociale media werd aangekondigd dat er een herdenkingsbijeenkomst zou plaatsvinden bij politiebureau De Heemstraat in de Schilderswijk. In hoeverre kon en moest er ruimte worden geboden aan de behoefte emoties te uiten, met het risico dat er openbare orde-problemen zouden ontstaan?

Het tweede kritieke moment ontstond nadat de demonstratie op maandagavond uit de hand was gelopen en zich nog twee avonden met (vooral op woensdag heftige) rellen in de Schilderswijk hadden voorgedaan. Voor de driehoek was toen de maat vol. Er werd besloten alles in het werk te zetten om de rellen te stoppen. De vraag was alleen hoe?

Analyse

De lastige taak aan de driehoek
In de dagen na de dood van Mitch Henriquez had de Haagse driehoek een belangrijke rol. De burgemeester, de hoofdofficier van justitie en de politiechef hadden elke een eigen verantwoordelijkheid, maar kwamen wel dagelijks – soms enkele keren per dag – bij elkaar en overlegden ook nog veel telefonisch om zaken af te stemmen. Veel informatie werd binnen de driehoek (vertrouwelijk) gedeeld.

Voor burgemeester Van Aartsen was het handhaven van de openbare orde en veiligheid het belangrijkste doel. Het was helder dat onderzoek zou moeten uitwijzen wat er tijdens de aanhouding van Mitch Henriquez fout was gegaan. Dat onderzoek diende zo snel mogelijk, maar ook zorgvuldig te geschieden. In zijn reactie op kritiek op het politieoptreden hanteerde de burgemeester het credo: ‘Wat goed is, is goed en wat fout is, is fout’. Tegelijkertijd was het noodzaak ruimte te bieden aan diegenen die vanwege de dood van Mitch Henriquez bijeen wilden komen en tegen het politieoptreden wilden demonstreren. Burgemeester Van Aartsen vervulde de rol van burgervader door empathie te tonen voor de nabestaanden van het slachtoffer, alsook voor diegenen die door de rellen gedupeerd waren. Onderwijl was hij verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid en veroordeelde hij – als verantwoordelijk gezag voor de politie – de bedreigingen jegens agenten.

Voor hoofdofficier van justitie Nooy was het primaire doel om duidelijkheid te krijgen over wat er die zaterdagavond precies was gebeurd. Het onhandige voorval dat het eerste persbericht van zondag 28 juni niet leek te kloppen met de beelden van de aanhouding voedde aanvankelijk de geruchtenstroom dat de autoriteiten het incident ‘onder de pet’ zouden houden. Het zette de
beeldvorming over het OM als onafhankelijke organisatie onder druk en maakte zorgvuldigheid in het vervolg des te noodzakelijker. Naar de inhoud van het eerste persbericht (en de tijdslijn van deze eerste minuten) zal tevens onderzoek worden gedaan, aldus de hoofdofficier van justitie tijdens de raadsvergadering van 8 juli 2015. Daarnaast was er vooral in de eerste dagen – met het oog op mogelijke openbare orde-problemen – grote snelheid geboden bij het verkrijgen van duidelijkheid over primaire vragen als: Was er wel of geen wapen? Wat was de doodsoorzaak? Vanaf het moment dat uit het sectieonderzoek was gebleken dat Mitch Henriquez zeer waarschijnlijk was overleden door zuurstofgebrek dat waarschijnlijk was veroorzaakt door het politieoptreden, startte het OM een strafrechtelijk onderzoek naar de betrokken agenten. De Rijksrecherche werd ingeschakeld om het onderzoek te verrichten, hetgeen standaard gebeurt bij dergelijke incidenten. Hoewel het strafrechtelijk onderzoek duidelijk prioriteit had, was er steeds voldoende oog voor andere belangen, zoals de dreigende ordeverstoringen. Er mocht echter op geen enkele wijze twijfel kunnen ontstaan over de onafhankelijkheid van het strafrechtelijk traject. Daartoe werd er, naast de twee officieren van justitie die de leiding kregen over het onderzoek, een derde officier van justitie uit een ander arrondissement aan het onderzoeksteam toegevoegd, die ten behoeve van de objectiviteit en distantie gedurende het proces zou meekijken (aldus de hoofdofficier van justitie tijdens de raadsvergadering van 8 juli 2015). Verder zou datgene wat te zijner tijd uit het onderzoek naar voren zou komen, worden voorgelegd aan een reflectiekamer, bestaande uit mensen met verschillende achtergronden die de conclusies van het onderzoek zouden toetsen.

De gebeurtenissen vielen politiechef Van Musscher waarschijnlijk nog het zwaarst. Dat Van Musscher het ook echt moeilijk had, werd duidelijk tijdens de raadsvergadering van 8 juli 2015, toen hij even een moment nodig had om zijn emoties te bedwingen. Aan hem was de taak om enerzijds als werkgever zorg te verlenen aan de vijf betrokken agenten en anderzijds voldoende afstand te bewaren tot het strafrechtelijk onderzoek dat naar hun handelen was ingesteld. Bovendien vergde de casus van hem veel aan personeelszorg richting al die andere politieagenten van de politie-eenheid Den Haag die wekenlang voor racist (of erger) werden uitgemaakt. Via sociale media werden foto’s van politieagenten verspreid met daarbij teksten als ‘Dit is de moordenaar van Mitch’ (bron).

Desalniettemin stonden de politieagenten van het Haagse korps in die dagen voor de opgave om de openbare orde in de stad te bewaren. Hoe kon de politie het in dit geval nog ‘goed’ doen?
Als gevolg van de gebeurtenissen stond de politie-eenheid Den Haag volop in de schijnwerpers. Wat daarbij meespeelde was dat de Haagse politie-eenheid in het verleden al eerder veel aandacht had gekregen vanwege vermeend discriminerend politieoptreden (zie hieronder). Na de dood van Mitch Henriquez verscheen er op de opiniepagina in De Volkskrant een oproep van onder andere enkele bekende presentatoren en artiesten (als Jörgen Raymann, Sylvana Simons, Typhoon en Anousha Nzume) waarin het aftreden van politiechef Van Musscher werd geëist (bron).

Klachten en feiten over discriminerend politieoptreden
Al sinds oktober 2013 wordt de politie-eenheid Den Haag verweten racistisch op te treden en overmatig geweld te gebruiken. De aantijgingen zijn onder meer afkomstig van de links-extremistische Anti-Fascistische Actie (AFA) en deels ook direct aan politiechef Van Musscher gericht.

Een zaak die door de AFA wordt aangedragen is de vermeende mishandeling van Mustafa Seatili op politiebureau De Heemstraat. In 2011 zou Mustafa Sealiti (die na een aanrijding door een motoragent was aangehouden) op dit politiebureau zijn mishandeld. De Nationale ombudsman, die naar aanleiding van klachten van Sealiti de zaak heeft onderzocht, kwam echter tot de conclusie dat dit niet aannemelijk was (Nationale ombudsman, 2015). De Nationale ombudsman citeert in zijn rapport het gerechtshof dat eerder in deze zaak een klacht had afgewezen:
‘Op de door de raadsman van klager opgegeven fragmenten (…) is evenwel niet te zien dat beklaagde de klager opzettelijk heeft mishandeld, noch kan naar het oordeel van het hof uit de beelden een vermoeden van opzettelijk mishandelen worden afgeleid. Evenmin kan het hof uit het dossier en de beelden afleiden dat nader onderzoek alsnog bewijs van de beweerlijke mishandeling zou kunnen worden verkregen. Het hof is met de advocaat-generaal en de hoofdofficier van justitie van oordeel dat ook overigens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot vervolging van beklaagde over te gaan. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beklag dient te worden afgewezen.’

Een andere zaak die in de discussie wordt aangedragen, betreft de dood van de Haagse scholier Rishi Chandrikasing, die in 2012 op station Hollands Spoor door een politiekogel werd geraakt en korte tijd later overleed. De politieagent die het schot loste was – vanwege een melding van NS-personeel – in de veronderstelling dat het slachtoffer een wapen bij zich had. Eind 2013 werd de politieagent door de rechter vrijgesproken en ontslagen van alle rechtsvervolging. Zie uitspraak Rechtbank Den Haag d.d. 23 december 2013 in zaaknr. 09/711963-12(ECLI:NL:RBDHA:2013:18257).

De rechterlijke uitspraak was aanleiding voor een demonstratie van zo’n vijftig personen van wie er enkelen werden aangehouden voor geweld tegen politieagenten (bron).

De discussie over het al dan niet rechtmatig optreden van de politie laaide zo de afgelopen jaren bij tijd en wijlen op. De politie zou met name in de Schilderswijk buitensporig geweld toepassen. Die stelling vormde in januari 2014 het uitgangspunt van een discussie in het tvprogramma Pauw & Witteman, waarin door het actiecomité ‘Herstel van Vertrouwen’ voorbeelden werden aangedragen van onheuse bejegening van buurtbewoners door agenten. In de beeldvorming over het politieoptreden spelen daarnaast ook gebeurtenissen in de VS een rol, waaronder de demonstraties in Ferguson (2014).

Vanuit de Universiteit Leiden is enkele jaren geleden onderzoek gedaan naar de mate waarin onder politieagenten in Den Haag (feitelijk) sprake is van ‘etnisch profileren’. Onder die term wordt verstaan: ‘het disproportioneel vaak staande houden van burgers op grond van hun zichtbare etnische achtergrond en/of huidskleur, zonder dat daar een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor bestaat’ (Van der Leun et al., 2014, p. 6; zie ook Bovenkerk, 2015). Uit het onderzoek volgde dat politiefunctionarissen in Den Haag niet zo maar te pas en te onpas personen op grond van etnische kenmerken staande houden. In veruit de meeste gevallen was het politieoptreden te rechtvaardigen op grond van concrete gedragingen, informatie of situationele omstandigheden; in een zeer beperkt aantal gevallen was dat niet het geval. Desondanks meenden jongvolwassenen van met name Turkse en Marokkaanse afkomst, met wie in het kader van het onderzoek een straatinterview had plaatsgevonden, dat zij onnodig vaak werden staande gehouden om identiteitspapieren te laten zien. De onderzoekers kwamen dan ook tot de conclusie dat er een sterke discrepantie bestaat ‘tussen de observaties van het politie- handelen, de uitleg die hierover wordt gegeven door de politiefunctionarissen en de percepties van de jongvolwassenen op straat’ (Van der Leun et al., 2014, p. 40). Tot eenzelfde conclusie kwam ook de Nationale ombudsman die naar aanleiding van signalen in de media en klachten van het actiecomité ‘Herstel van Vertrouwen’ uit eigen beweging onderzoek deed naar specifiek het optreden van politieambtenaren van bureau De Heemstraat (zie Nationale ombudsman, 2014).


Herdenkingsbijeenkomst annex demonstratie wel of niet bewilligen?

Kort na het overlijden van Mitch Henriquez verschenen er berichten op sociale media over een bijeenkomst die op maandagavond 29 juni zou plaatsvinden om bij de dramatische gebeurtenis stil te staan en te demonstreren tegen (discriminerend) politiegeweld. De demonstratie zou plaatsvinden bij politiebureau De Heemstraat in de Schilderswijk. De keuze voor deze locatie was opmerkelijk, omdat er geen enkele relatie bestond tussen dit politiebureau en hetgeen zich die bewuste zaterdagavond had voorgedaan. Bij de aanhouding van Mitch Henriquez waren geen politiefunctionarissen van bureau De Heemstraat betrokken geweest. Wel was er eerder veel te doen geweest over het optreden van de politie in de Schilderswijk en was bureau De Heemstraat symbool geworden van vermeend discriminerend politieoptreden. De aankondiging van de bijeenkomst annex demonstratie werd maandagmiddag in de Haagse driehoek besproken. In een relatief kort tijdsbestek moest burgemeester Van Aartsen een besluit nemen hoe met deze betoging in de Schilderswijk om te gaan. Er moest een afweging worden gemaakt wat de risico’s van een demonstratie waren en wat eventuele alternatieven zouden zijn. Ook was het de vraag of er voldoende middelen waren om het verloop van de demonstratie in de gaten te houden.

In de gemeenteraadsvergadering van 8 juli 2015 hebben verschillende partijen kritische vragen gesteld over het toestaan van de demonstratie bij bureau De Heemstraat. Was niet bijvoorbeeld het Malieveld of het Zuiderpark een betere locatie geweest? De Schilderswijk was immers al te vaak het toneel van demonstraties geweest. Sommige raadsleden bekritiseerden de burgemeester uiterst stevig over de gemaakte keuze. Volgens de burgemeester waren er echter in de uren waarin een beslissing moest worden genomen weinig argumenten om te veronderstellen dat een betoging elders in de stad minder problemen zou geven. De wens om te betogen en aan frustraties uiting te geven leefde onder meer bij de familie van Henriquez en de Arubaanse gemeenschap. Er was geen aanleiding te denken dat zij uit waren op ongeregeldheden. Familieleden van Mitch Henriquez hadden juist (ook in de media) aangegeven dat zijn aanhouding niets met racisme van doen had (bron). De betoging zou echter aangegrepen kunnen worden door anderen, onder wie personen van wie – gezien de ervaringen uit het verleden – de motieven twijfelachtig waren. Omdat de demonstratie echter niet officieel bij de gemeente was aangemeld, was niet duidelijk wie nu precies de organisatoren van de demonstratie waren. Er is getracht om met hen in contact te komen om vooraf eventuele afspraken te maken. Die pogingen waren echter tevergeefs en feitelijk was er dus geen mogelijkheid geweest om een andere locatie voor de betoging aan te wijzen. Bovendien had het toewijzen van een andere locatie voor het houden van een betoging of het opleggen van beperkingen mogelijk juist aanleiding kunnen geven tot weerstand of ontevredenheid en daarmee tot ongeregeldheden kunnen leiden. Als demonstranten het gevoel zouden krijgen dat hun recht om te demonstreren zou worden beperkt, zou dat de verhoudingen mogelijk extra op scherp hebben gezet. Uiteindelijk is de aanleiding voor de betoging – de dood van Mitch Henriquez – de doorslaggevende reden geweest om de bijeenkomst niet te beletten.

‘Uit piëteit en gezien de ernstige aanleiding heb ik de ruimte gegeven en de gelegenheid geboden om uiting te geven aan die frustraties, die gevoelens en die emoties’, aldus burgemeester Van Aartsen tijdens het raadsdebat van 8 juli 2015.

Om geen aanstoot te geven was er in de driehoek afgesproken dat de politie in normaal tenue bij de betoging aanwezig zou zijn. Er was echter ook de nodige politie achter de hand voor het geval de situatie uit de hand zo lopen: twee pelotons van de Mobiele Eenheid (ME), een aanhoudingseenheid, een verkenningseenheid, beredenen en bikers. Aanvankelijk verliep de bijeenkomst op maandagavond rustig en probeerde de politie alsnog om met vertegenwoordigers van de demonstranten in gesprek te gaan. Maar juist op het moment dat de politie op het bureau met een vertegenwoordiging van de demonstranten in gesprek was, grepen anderen dit aan om de agenten buiten met stenen en vuurwerk te belagen. Om de belaagde agenten te beschermen en te voorkomen dat deze groep het bureau zou binnendringen, moest de ME worden ingezet (bron). Nadien gaf burgemeester Van Aartsen aan dat de problemen niet waren veroorzaakt door de groep mensen die gevoelens over het overlijden van Mitch Henriquez wilde uiten. Er waren mensen omheen geweest, ‘een beetje van de groep “all cops are bastards”’, die voor ellende ‘en meer dan dat’ hadden gezorgd (bron).

Naar herstel van de status quo
Hoewel tijdens de persconferentie op woensdagmiddag de waarschijnlijke doodsoorzaak van Mitch Henriquez bekend was gemaakt en de vijf agenten die bij zijn aanhouding betrokken waren op non-actief waren gesteld, deden zich die avond opnieuw hevige rellen voor in de Schilderswijk. Er was niet alleen sprake van gevechten met de politie, maar ook van vernielingen en vandalisme. ‘Dat had niets meer met de dood van Mitch Henriquez te maken’, aldus Van Aartsen. Na drie onrustige avonden in de Schilderswijk (die in het verleden ook al het nodige te verduren had gekregen), was voor de burgemeester, maar eigenlijk voor de gehele driehoek, de maat vol. Het kon niet zo zijn dat het avond na avond onrustig was en sprake zou zijn van een kat-en-muisspel tussen demonstranten en de politie. Ook vanuit de Schilderswijk kwam een duidelijk signaal dat het nu eens afgelopen moest zijn. Inmiddels was wel duidelijk geworden dat het overgrote deel van de relschoppers niet afkomstig was uit de wijk. Velen kwamen van elders en sloten zich niet zozeer uit ideologisch motief, maar eerder rel-gedreven bij de demonstraties aan. De demonstratie op woensdagavond was wederom niet bij de gemeente aangemeld. Wel had de politie die avond nog geprobeerd de demonstranten te bewegen naar het Malieveld te gaan, maar dat had eerder een averechts effect gehad. De driehoek vreesde dat het donderdagavond nogmaals uit de hand zou lopen.

Om de rust in de Schilderswijk te herstellen deed de burgemeester een beroep op de relaties die de afgelopen jaren zowel vanuit de gemeente als de politie met bewoners van de wijk waren opgebouwd. Op donderdag 2 juli vroeg en kreeg de burgemeester de hulp van zo’n 150 tot 200 jongeren uit de Schilderswijk. Zij zouden die avond proberen de politie te helpen de rust te bewaren en vechtpartijen te voorkomen. Daarmee zou tegelijkertijd het signaal worden afgeven dat inwoners van de Schilderswijk ook zelf weer de rust wilden doen terugkeren. Uiteraard werd hiermee een groot risico genomen, niet alleen door de jongeren die op pad gingen om te surveilleren, maar ook door de burgemeester. Het kon immers ook misgaan.

Met deze wijze van ingrijpen werd in feite aangesloten bij de methode die in Den Haag al een aantal jaren met oudjaarsnacht wordt gehanteerd: de hulp van rolmodellen inschakelen om de rust
te bewaren. Zonder de investeringen van de afgelopen jaren om in de Schilderswijk voor verbinding te zorgen zou dit niet zijn gelukt. Natuurlijk zaten er risico’s aan deze methode en was er bij de verantwoordelijken grote aarzeling geweest of deze methode in dit geval wel kon worden gebruikt. Zouden de jongeren uit de Schilderswijk wel willen meewerken; mochten de jongeren wel aan de risico’s worden blootgesteld en zou met deze aanpak niet de opgebouwde band geheel of ten dele teniet worden gedaan? In een mooie documentaire van Omroep West wordt ingegaan op met name de inzet van de groep jongeren en hoe dat proces verlopen is (bron).

Bekijk hier die uitzending.

Afronding
Het overlijden van Mitch Henriquez leidde tot een ingewikkelde casus voor de Haagse driehoek. Via sociale media waren beelden van zijn arrestatie verspreid en daarmee rezen vragen over de manier waarop de politie had opgetreden. Er werd veel kritiek op het Haagse politiekorps geuit. Kritiek die inhield dat de politie-eenheid Den Haag zich schuldig zou maken aan discriminatoir optreden en overmatig geweldgebruik. De vraag waar de Haagse driehoek voor stond, was hoe ruimte te laten voor emoties om de dood van Mitch Henriquez en tegelijkertijd de openbare orde te bewaken.
Wij kunnen concluderen dat het verleden in deze casus een tweeledige rol heeft gespeeld. Enerzijds speelde het verleden mee als aanleiding van de rellen; anderzijds boden de initiatieven die de laatste jaren in de Schilderswijk zijn ontplooid een basis voor de remedie. De afgelopen jaren hebben de gemeente en de politie-eenheid Den Haag met verschillende programma’s en de inzet van wijkagenten getracht om de banden met en binnen de Schilderswijk te vergroten. Het betrekken van de jongeren bij het beheersen van de rellen kan gezien worden als een belangrijke indicatie dat dit beleid succesvol is geweest. Zonder de reeds opgebouwde contacten was er immers geen groep jongeren geweest die men kon benaderen, terwijl de jongeren ook hadden kunnen weigeren de burgemeester te helpen.

Vanzelfsprekend speelde in deze casus de politie een centrale rol, zowel bij de dood van Mitch Henriquez als bij de rellen nadien. Toch zou in deze casus blijken dat ook de andere hulpdiensten voldoende bij de aanpak aangehaakt moeten zijn en dat gaandeweg ook waren. In eerste instantie werden de brandweer en ambulancezorg/GHOR wat verrast door de onrust die zich maandagavond in de Schilderswijk voordeed. Zonder dat zij vooraf waren geïnformeerd, had de situatie wel gelijk effect op hun optreden en het aantal spoedmeldingen uit het gebied. Zo moest de brandweer al die maandagavond onder lastige omstandigheden optreden op het Hobbemaplein. Vanaf dinsdag participeerden de andere hulpdiensten in de Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) van de politie (en was er dus feitelijk sprake van een SGBO+). Daardoor verliep de samenwerking tussen de diensten steeds beter. De brandweer kon zelfs bijdragen aan de de-escalatie door mee te werken aan een ‘waterfeest’ voor kinderen uit de wijk. Door het Sigma-team van het Rode Kruis werd ondersteuning geboden aan de (mobiele) politie-eenheden die – vanwege de hitte in die dagen – met een ware uitputtingsslag te maken kregen.

Bronnen: Lessen uit crises en mini-crises 2015


Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *