De aanpak van overvallen is een steeds terugkerend thema in Nederland. Enige tijd terug stond een mooi achtergrondartikel over dit onderwerp van Gerlof Leistra in de Elsevier. Deze blog is een weergave van dit artikel waarbij er veel materiaal is toegevoegd.

Wet- en regelgeving overval en straatroof
Van het begrip overval bestaat geen sluitende en eenduidige definitie, mede omdat de strafwetgeving hierin niet expliciet voorziet. De delicten die met de term overval worden aangeduid, zijn met name in art. 312 Sr en art. 317 Sr terug te vinden. In eerstgenoemd artikel is sprake van diefstal voorafgegaan, vergezeld, of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld jegens personen. In art. 317 Sr gaat het om door geweld of bedreiging met geweld iemand dwingen tot afgifte van een goed. Ter onderscheiding van beroving op straat (straatroof) en diefstal gevolgd door geweld wordt een overval veelal gedefinieerd als: het met geweld of
bedreiging met geweld wegnemen of afpersen van enig goed, gepleegd tegen personen in een afgeschermde ruimte of op een gepland danwel georganiseerd waardetransport of de poging daartoe. Deze definitie ligt ook ten grondslag aan het centrale registratiesysteem LORS (Landelijk Overvallen en Ramkraken Systeem).

Een gewelddadige overval op uw huis is een nachtmerrie. Grote kans dat er gewonden vallen. Vorig jaar lieten vijftien Nederlanders er zelfs het leven bij. Ook het aantal ‘gewone’ inbraken nam toe, tot 80.000. De oplossingspercentages? Dramatisch laag: een kwart van de overvallen en 11 procent van de inbraken.

Donkere dagen

De Donkere Dagen vormen de perfecte dekmantel voor overvallers. In het duister slaan zij hun slag en verdwijnen doorgaans spoorloos met hun buit. Oktober tot en met maart laten steevast een piek in het aantal overvallen zien. Rovers zijn nog net geen seizoenarbeiders. Overvallen zijn een nachtmerrie voor de slachtoffers en veroorzaken grote maatschappelijke onrust, zeker in het geval van dodelijk geweld.

In de nacht van 11 op 12 januari werd in Ede de 59-jarige veilingmeester Cees Lieftink het slachtoffer van een roofmoord. In zijn villa is hij doodgeschoten toen hij het masker van een van de overvallers afrukte. De daders wisten weg te komen. De dodelijke overval past in een trend. In 2010 werden volgens eigen onderzoek door Elsevier zeventien roofmoorden gepleegd, waarvan vijftien in huizen. Dat zijn er bijna twee keer zoveel als in voorgaande jaren.

Onderzoek overval van Cees Lieftink in Opsporing Verzocht

Tussen 2000 en 2009 steeg het aantal woningovervallen met 80 procent, vooral als gevolg van betere beveiliging van banken, tankstations, supermarkten en winkels. In 2010 daalde dat cijfer met 9 procent, maar het zijn er toch nog 767, gemiddeld ruim twee per dag.

De impact voor de slachtoffers is groot: in hun eigen huis zijn ze bedreigd en soms ernstig mishandeld. De omgeving reageert angstig: straks komen ze bij ons! Het lijkt kinderlijk eenvoudig: ruim 55 procent van de overvallers komt via de voordeur. Ze bellen aan met een smoes, soms verkleed als agent of postbezorger. Of ze forceren de deur en overrompelen de bewoners.

Overvallen op woningen zijn de meest gewelddadige categorie. De kans op gewonden is 35 procent. Dat is ruim drie keer zoveel als bij overvallen op winkels (11 procent). Overvallen op pizzakoeriers (8 procent) en tankstations (5 procent) leiden het minst vaak tot gewonden.

Nederland is de afgelopen decennia onveiliger geworden. Het aantal overvallen groeide vanaf midden jaren zeventig tot 1994 vrij constant. Daarna schommelde het jaarlijks rond de 2.500. Vanaf 2007 steeg het tot het absolute record van 2.898 in 2009, in 2010 daalde het met 11 procent naar 2.572. Woningovervallen vormen ruim een kwart van het totaal. In een reactie op de stijging heeft de minister van Justitie in oktober 2009 een Taskforce Overvallen ingesteld, onder voorzitterschap van burgemeester Ahmed Aboutaleb (PvdA) van Rotterdam. Die moet ‘knelpunten signaleren bij de aanpak van overvallen en maatregelen formuleren om deze knelpunten op te lossen’.

Lancering publiekscampagne door burgemeester Ahmed Aboutaleb

Op verzoek van de Taskforce bracht de Tilburgse criminoloog Cyrille Fijnaut met collega-onderzoekers aard, omvang en aanpak van het probleem in kaart. In hun onlangs verschenen rapport Overvallen in Nederland leveren Fijnaut en zijn collega’s harde kritiek op justitie en politie. Met circa 25 procent van alle overvallen worden veel te weinig zaken opgelost en een samenhangend beleid ontbreekt. Alsof de opsporingsinstanties door de ernst van het probleem zijn verrast en vooral op incidenten reageren.

Rapport Fijnaut

Hoe ziet de doorsnee-overvaller eruit? Wie lopen het meeste risico te worden vervallen? Omdat de meeste overvallen niet worden opgelost, is het lastig algemene uitspraken te doen. Toch valt er op basis van informatie van politie en justitie wel een profiel te schetsen van daders en slachtoffers. Bij woningovervallen springen er vier risicogroepen uit. Allereerst ouderen, de groep 55-plus. In 2010 werden zij 184 keer thuis overvallen, een stijging van 16 procent ten opzichte van 2009. Juist bij overvallen op ouderen is sprake van een bovengemiddelde kans op gewonden: zij hebben de neiging zich in paniek te verzetten. Intussen bedraagt de buit soms maar een paar tientjes.

Een tweede risicogroep vormen ondernemers die bij de zaak wonen of van wie overvallers vermoeden dat ze de dagopbrengst thuis bewaren. Van marktkooplieden en vertegenwoordigers tot garagehouders en winkeliers. In 2010 waren er 157 overvallen op deze groep, 8 procent meer dan in 2009.

Een derde groep vormen criminelen. Hierbij gaat het vooral om ripdeals: onder bedreiging worden handelaren en thuiskwekers beroofd van drugs en geld. Een deel van de slachtoffers meldt de beroving niet bij de politie, maar gaat zelf op jacht. Schietpartijen en liquidaties hebben vaak met ruzie over drugs(geld) te maken.

De laatste risicogroep bestaat uit mensen die thuis een escortdame of -heer bestellen en dan worden beroofd. Uit schaamte melden ook zij zich lang niet allemaal bij de politie, zeker niet als de buit gering was.

Een zeldzame variant is homejacking . Daarbij is het de rovers te doen om de sleutels van de dure auto voor de deur. Alleen als die onder bedreiging zijn afgestaan, is er sprake van een overval. Als de sleutels na een inbraak van de vensterbank of uit een jaszak aan de kapstok zijn weggenomen zonder confrontatie met de bewoner(s), is het een inbraak gevolgd door autodiefstal.

Stedelingen lopen meer risico dan bewoners van het platteland. De regio’s Amsterdam (20 procent) en Rotterdam (17 procent) voeren de ranglijst aan, gevolgd door Den Haag (7 procent), Utrecht (6 procent) en de verstedelijkte gebieden in Brabant (4 tot 7 procent) en Limburg-Zuid (4 procent).

Mobiele bendes

Overvallers blijven het liefst dicht bij huis: ruim 70 procent wordt gepleegd in de eigen regio, bij voorkeur in een straal van 3 kilometer. Dat geldt nog sterker voor minderjarige overvallers: 86 procent. Doorgewinterde overvallers zijn actief door het hele land. Ook Surinaamse en Antilliaanse daders zoeken hun doelwitten vaker dan gemiddeld buiten de eigen regio: circa eenderde van de gevallen.

De politie heeft weinig zicht op zogenoemde (buitenlandse) mobiele bendes. Af en toe duiken die op in onderzoeken van Bovenregionale Rechercheteams, maar die kunnen door gebrek aan capaciteit maar een fractie van alle zaken oppakken. Iets meer dan de helft van de overvallers is tussen de 20 en 35 jaar en eenderde is 20 jaar of jonger. Het gaat voornamelijk om mannen. Onder hen bevinden zich relatief veel ‘negroïde’ en ‘getinte’ daders: in tweederde van de gevallen. Voor de trouwe kijkers van Opsporing Verzocht geen verrassing.

Impuls

Tweederde van de zaken is het werk van impulsovervallers. Vaak zijn het ‘beginners’ die een sigarenzaak of tankstation binnenrennen en de inhoud van de kassa eisen. Ervaren overvallers willen de inhoud van de kluis: zo’n overval vergt meer voorbereiding en tijd. Overvallers zijn meestal bekenden van de politie. In 2009 had 87 procent van de verdachten antecedenten voor onder meer diefstal en inbraken. Het is dus geen ‘instapdelict’, maar een volgende fase in een criminele loopbaan.

Bij woningovervallen gaat het vaak om ervaren criminelen. Ze houden rekening met camera’s en alarm, beschikken over informatie over wat er is te halen, hebben tape bij zich om slachtoffers vast te binden en de mond te snoeren, saboteren eventuele beveiliging, maken de telefoon onklaar en barricaderen vluchtwegen. Bij bejaarden slaan vaak minder ervaren daders toe, onder wie veel verslaafden en relatief vaak vrouwen.

Achtergrondinformatie woningovervallen in 1 Vandaag

sitestat

Ongeveer 80 procent van de overvallers werkt alleen of met één handlanger. Tussen 2000 en 2009 nam het aantal overvallen door drie of meer daders toe van 500 naar 736, een groei van 47 procent. Bij woningovervallen zijn vaak meerdere daders betrokken.

Bij gemiddeld één op de vijf overvallen wordt niets buitgemaakt. Een enkele ‘klapper’ uitgezonderd – juwelen, contant geld, een dure auto – is de opbrengst niet spectaculair. In 2009 ging het in tweederde van de gevallen om minder dan 1.000 euro. De meeste buit wordt gemaakt bij ondernemers, de minste bij ouderen. Dat laatste verklaart het vaak buitensporige geweld.

In de helft van alle gevallen zwaaien overvallers met een vuurwapen. Na 2006 nam het gebruik van vuurwapens toe met 77 procent. Bij overvallen op bejaarden is doorgaans alleen sprake van fysiek geweld: schoppen en slaan. De laatste jaren vallen er in ongeveer 20 procent van de gevallen gewonden en doden. Dat is een verdubbeling ten opzichte van tien jaar geleden. In het geval van woningovervallen ligt het percentage nog hoger (35 procent).

Het is niet verstandig je te verzetten, zeggen experts. Werknemers in de horeca leren te handelen volgens de methode RAAK: Rustig Accepteren, Afgeven, Kijken. Wie zichzelf verdedigt, hoeft volgens minister Ivo Opstelten (VVD) van Veiligheid en Justitie en diens staatssecretaris Fred Teeven (VVD) geen arrestatie te vrezen. Een ongelukkig advies van de bewindslieden: tegenover zenuwachtige of doorgewinterde overvallers is dat spelen met je leven.

Achtergrondinformatie rond overval en bedreiging

Natuurlijk gaat het overvallers in eerste instantie om de buit, maar daarnaast spelen motieven als wraak, de kick, groepsdruk en status mee. Het slachtoffer is dikwijls minder willekeurig dan het lijkt. In veel zaken is de dader familie, vriend, bekende, seksrelatie, (ex-)klant, (ex-)werknemer, buurtgenoot, klasgenoot of een bekende uit het criminele milieu.

Slechts een fractie van alle overvallen wordt opgelost. In driekwart van de gevallen wordt er niemand gepakt. De percentages verschillen per regio. In Friesland worden ruim twee keer zoveel overvallen opgelost als in Amsterdam (51 versus 20 procent). Van woningovervallen wordt 39 procent opgelost.

Het oplossingspercentage moet fors omhoog, zegt Landelijk Overvalcoördinator Jos van der Stap (50). ‘Dat kan onder meer door verhogen van de “heterdaad”, preventie en een persoonsgerichte aanpak’. Op het plegen van een overval staan stevige straffen – maximaal vijftien jaar, in het geval van moord zelfs levenslang – maar de gemiddelde straf is ruim twee jaar. Daders die niet in Nederland zijn geboren, krijgen hogere straffen dan autochtonen. Antillianen gemiddeld zelfs een jaar langer.

Sinds kort eist het Openbaar Ministerie zwaardere straffen voor woningovervallen. Maar zodra de veroordeelde vrij komt, begint de ellende vaak van voren af aan: de recidive is hoog. Zeker de helft loopt binnen twee jaar opnieuw tegen de lamp. Korpschef Frans Heeres van Midden- en West-Brabant en portefeuillehouder Overvallen, pleit in het politievakblad Blauw voor een kortere gevangenisstraf en lang toezicht door middel van een elektronische enkelband. ‘De maatschappij is er alleen maar bij gebaat als de overvallen daardoor afnemen.’

Toch ontspringt het merendeel van de daders de dans. Geregeld zijn er wel aanwijzingen, maar is er geen bewijs. Rovers hebben nog net geen vrij spel en richten zich op makkelijke doelwitten. De stijging van het aantal woningovervallen hangt ook samen met vergrijzing en de populariteit van wietteelt. Andere criminelen ruiken feilloos wanneer er is geoogst of er veel geld in huis moet zijn.

Enkele politiekorpsen hebben aparte overvalteams, maar de meeste reageren op incidenten. Ondanks nieuwe technieken als automatische nummerbordherkenning, sms-alert en DNA-spray lukt het maar niet om meer verdachten te pakken.

Preventie is daarom net zo hard nodig als repressie. Naast het verstrekken van adviezen aan burgers, probeert de politie potentiële overvallers goed in de gaten te houden. Uit de duizenden namen in de bestanden selecteren de korpsen een top-10, een top-20 of zelfs een top-100, en de personen daaruit worden thuis bezocht. Een bekende overvaller die werk en een gezin heeft, krijgt minder aandacht dan wie werkloos is en volop criminele contacten onderhoudt.

Bij het aantreden zei de Taskforce Overvallen te streven naar een reductie van het aantal overvallen in 2010 met minimaal 20 procent. De daling bedroeg vorig jaar 11 procent, maar het aantal woningovervallen op bejaarden en ondernemers steeg. Om overvallers het werk onmogelijk te maken, voeren veel korpsen een Donkere Dagen Offensief door het ‘blauw verven’ van de omgeving van ‘hot spots’. Maar er zijn steeds andere prioriteiten.

De politie kan moeilijk bij elke voordeur een agent zetten. Door alle aandacht voor overvallen op bedrijven dreigen individuele burgers het kind van de rekening te worden. Bijna achthonderd woningovervallen en 80.000 inbraken per jaar zijn er veel te veel.

Hoofdinspecteur Jos van der Stap (50) is sinds eind 2009 Landelijk Overvalcoördinator. Driekwart van de overvallers gaat vrijuit. hem werd gevraagd: faalt de politie? Jos van der Stap: ‘De politie reageert nog te veel op incidenten en werkt fragmentarisch. Door voortdurend nieuwe prioriteiten te stellen, ontstaat discontinuïteit en verdwijnt expertise. Wij zijn een informatiebedrijf dat snel moet kunnen inspelen op ontwikkelingen. Binnenkort hebben we alle overvalgegevens uit het hele land permanent online. Bij een melding kun je meteen de signalementen en adressen oproepen van overvallers die in de buurt wonen. Ook kan het systeem ontmoetingsplekken weergeven waar overvallers bijvoorbeeld van scooter wisselen.’

De doelgroep is bekend. Hoe wordt die informatie gebruikt? Van der Stap: ‘We streven naar een persoonsgerichte aanpak. Criminelen met een verhoogd risico kun je permanent in de gaten houden en thuis bezoeken. Doorgewinterde overvallers laten zich daar niet door weerhouden, maar het werkt wel bij jongeren. We moeten voorkomen dat die doorgroeien. Verder bepleiten wij langdurig elektronisch toezicht als overvallers hun straf hebben uitgezeten. Nu is de recidive veel te hoog.’

Wat kunnen burgers zelf doen om een overval te voorkomen? Van der Stap: ‘Niet voor iedereen de deur opendoen. Mochten overvallers toch binnenkomen, probeer dan rustig te blijven en kijk goed. Die informatie kan vitaal zijn voor de opsporing. Verder moeten burgers sneller 112 bellen als ze iets verdachts zien. Niet pas als het bloed er al uit loopt. Met een aanhouding op heterdaad heb je direct een ronde zaak.’

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *