In dit derde deel van dit blog gaan we in op de aanbevelingen, deels komen die uit het rapport van Cohen en deels voegen wij daar een en ander toe. Het eerste deel besprak de digitale reconstructie van ProjectX en daarna volgde een social media analyseEerder publiceerde TNO een persbericht met de essentie, nog voor het uitkomen van het rapport Cohen: 

Uit een grondige analyse door TNO van meer dan 1 miljoen social media berichten in de periode voorafgaand aan Project X in Haren, blijkt dat zowel bestuurders als politie moeilijk konden zien aankomen dat het zó uit de hand zou lopen. En als ze het hadden kunnen voorzien, beschikten ze ook niet over de middelen en instrumenten om het te stoppen of te verminderen. De oplossing voor de toekomst moet volgens TNO uit een aantal aspecten bestaan: 1. betere monitoring en analyse-tools, 2. meer en betere kennis bij de overheid hoe om te gaan met dit aspect van social media en 3. een uitgebreider interventiepalet voor bestuurders en politie. Maar er is ook te winnen bij meer oplettendheid bij betrokken burgers.

Iedereen die meedeed heeft een verantwoordelijkheid voor het verloop van Project X: van bestuurders, de politie, de media, ouders en niet in de laatste plaats de jongeren zelf. De schuldvraag is dus niet de meest interessante, wel wat de maatschappij als geheel hiervan heeft geleerd. Niets wijst er immers op dat Project X Haren een incident was. Daarom moeten we ook het maatschappelijk debat over de sociale norm op het internet niet uit de weg gaan.

Aan zien komen?

De analyse van TNO laat zien dat de eerste fase uitsluitend op Facebook plaatsvond en er slechts tientallen berichten waren die op ernstige risico’s of dreigingen zouden kunnen duiden. Er was geen kern van organisatoren die kon worden aangesproken en vaak was niet duidelijk of de berichten als grap waren bedoeld. Daarnaast kon alleen het publieke deel van Facebook en Twitter worden gevolgd: besloten communicatie op Facebook of in bijvoorbeeld Whatsapp-groepen,, bleef buiten beeld. Het was, mede door de toenemende aandacht van de traditionele media wel al dagen duidelijk dat er iets groeiende was met op vrijdag de 21e een enorme piek van meer dan 2000 berichten per seconde, vooral veroorzaakt door de live verslaggeving van diverse aanwezige media.

Een belangrijke rol was weggelegd voor geruchten. Zo heeft één goed getimede tweet van de Hell’s Angels tot het hardnekkige gerucht geleid dat ze zouden komen. Twitteraars en Facebookers corrigeerden elkaar nauwelijks zelf en de autoriteiten gaven geen officiële antwoorden.

Slim ingrijpen bijvoorbeeld met “digitaal prikkelen” in plaats van noodrem

Door beperkte kennis, monitoringtools en ervaring bij bestuurders en politiek was voor hen onvoldoende in te schatten dat het ‘feestje’ op een gewelddadige manier uit de hand zou lopen. In de maanden na Project X grepen autoriteiten vroegtijdiger in bij copycats van Project X. Zo sloot Arnhem met een noodbevel de hele stad af. Premier David Cameron bepleitte zelfs een zogenoemde “killswitch” om álle verkeer lam te kunnen leggen na de gebeurtenissen bij de Londense rellen als allerlaatste redmiddel. Bij dit paardenmiddel gaat de zelfredzaamheid van burgers tijdens een incident vrijwel volledig verloren.

Minder ingrijpend was een het laten verdwijnen van een landingspagina voor een feest of het aanspreken van tweeps op hun online gedrag. Niet alleen praktisch zitten daar beperkingen aan, ook juridisch is de aanpak van opruiende tweets moeilijk. TNO bepleit om het interventiepalet in de digitale wereld uit te breiden. Zo experimenteert TNO momenteel met “digitaal prikkelen” bij digitale surveillance. Vergelijkbaar met het aankijken en aanspreken van bezoekers aan een winkel, is het mogelijk personen die door geavanceerde monitoringtools vroegtijdig opvallen, duidelijk maken dat ze zijn opgevallen. Bijvoorbeeld door ze te volgen, te retweeten of ze een vraag te stellen. Dat kunnen overheden zijn, opsporingsinstanties, maar bijvoorbeeld ook scholen.

Veel leidinggevenden snappen deze wereld niet

Arnout2De Volkskrant plaatste een interview met Arnout de Vries, onderzoeker en adviseur op het gebied van social media en veiligheid met als titel “veel leidinggevenden snappen deze wereld niet”. Hieronder een groot deel van dat interview: 

De politie heeft te weinig expertise in sociale media, zegt De Vries en ‘In Haren is het relatief goed afgelopen.’. ‘Je moet niet vergeten: de politie is grotendeels een mbo-organisatie. Politiechefs zijn vaak boven de 50, terwijl sociale media iets van jonge mensen is. Veel leidinggevenden snappen deze wereld niet. Deze trein gaat zo snel dat het voor de politie lastig is bij te houden. Een paar jaar geleden zaten agenten nog op Hyves. Nu zit niemand meer op Hyves. Wat wij in Nederland wel hebben, dat zijn twitterende wijkagenten. Dat is heel goed. Maar op het moment dat er een crisis ontstaat, zoals in Haren, mogen die wijkagenten niets meer zeggen. ‘

Hoe moet de politie dit oppakken?

‘Bijscholing is noodzakelijk. Op de politieacademie krijg je geen les in sociale media. Je hebt, zeg maar, nerds nodig, die met computers kunnen omgaan, en die ook nog vanuit hun politieachtergrond informatie kunnen duiden. Je kunt niet een machine aanzetten die sociale media monitort. Hooligans spreken over ‘een dobber uitgooien’ als ze relschoppen bedoelen. Daar heb je specialisten voor nodig.’

Wat te doen met een nieuwe verdachte Facebookuitnodiging?

‘Die uitnodigingspagina voor Project X Haren was opruiend. Een van de organisatoren, Jesse Hobson, komt uit Nieuw-Zeeland. Dat is moeilijk in goede banen te leiden. Dus die moet je aanspreken. Reageert hij daar niet op, dan moet je de politie in Nieuw-Zeeland verzoeken om in te grijpen. Mocht dat niet snel genoeg gaan, dan moet je tegen Facebook zeggen: die pagina is ongepast, die moet weg. Facebook is alleen maar blij als de politie ze opbelt. Die willen ook een veilige omgeving voor tieners.’

Nu gebeurt dat niet?

‘Dat hoor je mij niet zeggen. Maar het nummer van Facebook staat niet bovenaan in hun telefoonklapper. Dit raakt internationale betrekkingen. Sluit je die Project X-pagina, dan kan Nieuw-Zeeland zeggen: Nederland hindert de vrijheid van meningsuiting van onze staatsburger. Je moet dus werkafspraken maken met andere landen, Facebook, andere sociale media. Die willen dat ook. Niemand wil een herhaling van Project X.’

Hoe kan de politie inspelen op verdachte sociale media-berichten?

‘In de fysieke wereld heb je de agent achter de boom, die oogcontact maakt als iemand langsloopt. Als de reactie hem niet bevalt, kan hij diegene aanspreken. In de digitale wereld moet je dat ook doen. Stel: een jongen twittert: ‘Haren affikken.’ De politie kan zo’n tweet aanklikken. Zo’n jongen weet: ik ben gezien door de politie. Of ze spreken hem aan: ‘Haren affikken, wat bedoel je daarmee?’

Stel: de politie laat het Facebookfeest gebeuren, maar bereidt zich op straat wel goed voor.

‘Om een evenement goed te organiseren, trekken autoriteiten normaal maanden uit. Dat moet hier in één of twee weken. Dat kan bijna niet. Je ziet dat de overheid naar paardenmiddelen grijpt. Vlak na de rellen in Haren is Arnhem afgegrendeld vanwege een Project X-dreiging. Dat is sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer gebeurd. In Arnhem is het overschat, in Haren onderschat.’ Ik weet dat veilig-heidsorganisaties nu sociale media in de gaten houden voor de aanstaande kroning.

Verder volgde die dag veel berichtgeving, maar laten we beginnen met het belangrijkste: het rapport van de commissie Cohen. Met name benieuwd zijn we naar de aanbevelingen op het gebied van social media in relatie tot openbare orde en handhaving. Vooral het hoofdrapport en het deelrapport 2 is hierin interessant. Hieronder nog even de links: 

Samen 1500 pagina’s dik, maar alvast een aantal opmerkelijke bevindingen, die anders zijn dan wat het algemene beeld was of interessant zijn om extra te benadrukken. 

De kaping

De commissie Cohen heeft de jongen uit de buurt van Haren gesproken (Peter Petersen?) gesproken die het feest als eerste kaapte met de lading Project X. “… ergens in de provincie is een evenementpagina aangemaakt, PROJECT X – Haren, die snel de aandacht trekt en niet meer van internet zal verdwijnen. De oorspronkelijke beheerder van dat evenement, die de commissie ook gesproken heeft, vindt die aandacht voor het feestje aan de ene kant mooi, maar wil er aan de andere kant niet de verantwoordelijkheid voor dragen. Hij draagt het beheer over aan Jesse Hobson, een jongen in Nieuw Zeeland – ver weg van de Nederlandse autoriteiten – en aan iemand die onder de schuilnaam Ibe derFührer opereert. Zo wordt het feest gekaapt”. De kaping kwam dus vrij snel in Nieuw Zeeland en bij de onduidelijke compagnon Ibe der Fuhrer te liggen, waarna de pagina niet meer verdween ondanks verzoeken aan hun adres.

Nieuwe wereld vs oude wereld

Nieuwe termen in een evaluatie rapport als “Yolo” (You Only Live Once) en EPIC! geven aan dat er wel een nieuwe wind is gaan waaien in de commissie met de toetreding van student Thomas Boeschoten. Het rapport Cohen spreekt van “een gapend gat tussen jongeren en ouderen”. Een jongerenwereld waarin sociale media een wezenlijke rol spelen, en een wereld van ouderen, die geen idee hebben wat zich daar afspeelt, laat staan dat ze weten hoe daarop te reageren. Ja, de term ‘sociale media’ is bij hen natuurlijk bekend, ook door de rol van de sociale media in de Arabische lente, maar wat het precies betekent, en wat zich daar afspeelt… een blinde vlek. Zo hoort ook de burgemeester van Haren, in een redelijk vroeg stadium, voor het eerst over Project X-Haren van zijn zoon. Een paar jonge(!) stagiaires bij Trouw bellen met de gemeente Haren en vragen om een reactie.

Het spreekt over “De wereld van speelruimte, ruimte om je gang te gaan, met daartegenover een wereld waarin veiligheid geëist wordt. Geen van beide werelden zijn absoluut, het gaat erom telkens weer een balans tussen beide te vinden, een balans waarin beide werelden tot hun recht komen. Niet alleen de wereld van de veiligheid, maar ook de wereld waarin mensen, met name jongeren, ruimte hebben om iets bijzonders mee te maken.”

Haren was er niet klaar voor

In de week waarin Project X Haren speelde, was er opnieuw sprake van een bestuurscrisis; een van de wethouders trad af, een andere aan. De aandacht van de burgemeester, voorzitter van het College van B&W en tevens verantwoordelijk voor de openbare orde, was in eerste instantie vooral hierop gericht.Het is duidelijk dat de bestuurlijke ondersteuning in een gemeente als Haren relatief beperkt is. Voor de openbare orde is er één medewerker, voor communicatie een halve. Men vreest voor een ongeorganiseerde bende en de gedachte is dat je dan maar beter zelf een feest kan organiseren. En in de conclusies “De driehoek heeft van meet af aan geen greep gehad op de gebeurtenissen. Het was de eerste keer dat jongeren in Nederland met gebruik van sociale media op deze schaal een dergelijk feest organiseerden en het was voor de autoriteiten daardoor niet alleen moeilijk greep te krijgen op het feest zelf, maar ook op de potentiële omvang ervan. Binnen het politiekorps is men wel op zoek gegaan naar nadere informatie ten aanzien van wat zich in de sociale media afspeelde, maar erg uitvoerig is dat niet geweest, en veel heeft het niet opgeleverd. Daar komt bij, wij zeiden het eerder, dat Haren een kleine gemeente is, met beperkte mogelijkheden.”

Geen landelijk feestje, of toch wel?

Het onderzoek stelt dat zo’n 250 mensen, meest mannen, meest tussen de 20-25 jaar, zich enorm hebben ingespannen op Facebook. “Verreweg de meesten van die 250 wonen in de provincie Groningen. Wie denkt dat hier sprake was van een landelijk evenement, heeft het mis. Verreweg de meeste deelnemers op internet komen uit de noordelijke provincies”, aldus het rapport. Hier moet de kanttekening bij geplaatst worden dat dit alleen Facebook gebruikers betreft, en een aantal van 250 is natuurlijk een klein deel van de meer dan 200.000 mensen die actief waren op social media voorafgaand aan het feestje. Bovendien is uit de analyse van Cohen niet duidelijk of deze 250 ook in Haren zijn komen opdagen. “Tenslotte een relativerende opmerking. Verreweg de meeste jongeren die een uitnodiging voor Project X Haren hebben gekregen, hebben die onmiddellijk afgeslagen of genegeerd. Er gingen in totaal zo’n 200.000 uitnodigingen de deur uit, waarvan er 30.000 werden geaccepteerd, terwijl er uiteindelijk zo tussen de drie- en vijfduizend jongeren uiteindelijk naar Haren zijn gegaan. Tweederde van de Noord-Nederlandse jongeren tussen de 15 en 25 heeft niet of nauwelijks overwogen om naar Haren te gaan; meer dan de helft zelfs helemaal niet. Twintig procent heeft dat wel overwogen. Vuistregels om te schatten hoeveel mensen er daadwerkelijk naar een evenement komen, zoals “10% van het aantal aanmeldingen”, die door sommigen wel worden gehanteerd, zijn problematisch omdat er teveel verschillende factoren een rol spelen en omdat lang niet alle deelnemers zich via Facebook aanmelden (Project X Amsterdam bijvoorbeeld, had 5000 aanmeldingen, maar daar kwamen minder dan honderd mensen opdagen). Daarnaast spelen omstandigheden zoals het weer en de afstand die iemand moet afleggen, een rol. Hoe dichter men bij Haren woonde, hoe groter de aantrekkingskracht.”

Dit gaat uit van de aanname dat alleen het accepteren van een Facebookuitnodiging een indicatie zou geven van hoeveel mensen er komen. Dat terwijl op Twitter en andere media (ook besloten) veel meer berichtgeving te vinden is van mensen die zeggen dat ze naar Haren gaan, terwijl ze niet netjes de uitnodiging accepteren op de pagina van projectX. 

” Uit een onder verantwoordelijkheid van de commissie uitgevoerde websurvey die uitgevoerd is onder 885 jongeren bleek dat de belangrijkste stimulans om naar Haren te gaan de sociale media en vrienden waren (deelrapport De weg naar Haren). Belangrijkste redenen om niet te gaan waren het oordeel van ouders en politie en in mindere mate de TV.”

Monitoren

Het verdient aanbeveling om sociale media als een vast onderdeel van het dagelijks leven te monitoren, waarbij het moet gaan om het vinden van collectieve patronen die opmerkelijk zijn en mogelijk actie vereisen, niet om het stelselmatig volgen van individuen. Monitoren is geen technische kwestie, maar een inhoudelijke. Wat zich op de sociale media afspeelt, moet geduid worden, en die duiding vraagt om brede maatschappelijke kennis en inzicht. Dat vraagt om een samenspel op landelijk en lokaal niveau. Landelijke specialistische expertise, waarin de Nationale Politie een prominente rol moet spelen, moet gecombineerd worden met lokale kennis: feeling hebben met wat er leeft onder de bevolking – in Haren met wat er leeft onder de jongeren in het noorden van het land. Verbinding tussen die beide niveaus vraagt om een actieve en open houding aan beide kanten. Maar monitoren is niet genoeg, interveniëren kan een prominente rol spelen om een evenement in goede banen te leiden. Interventies op de sociale media zijn een belangrijke bron van communicatie. Autoriteiten doen er goed aan daar snel en veel ervaring mee op te doen. Verder verdient het aanbeveling om de verschillende analyseteams op het gebied van sociale media die er nu landelijk zijn, bij de NCTV (nationaal coördinator terrorisme en veiligheid), bij de politie, en bij de AIVD beter op elkaar af te stemmen. Het beeld van de commissie is dat er op verschillende plekken, onafhankelijk van elkaar, hetzelfde werk gedaan wordt.

Sociale media: diffuus onderscheid tussen publiek en privaat

Sociale media maken van alles publiek, wat eerder privaat was. Gebruikers moeten daar, in de eerste plaats door de aanbieders, beter op gewezen worden. Dat is vooral voor jongeren van belang, die de risico’s niet zo snel in de gaten hebben. Ook ouders kunnen hier een rol vervullen. Deze vervaging van publiek en privaat kan juridische gevolgen hebben. Neem het begrip “opruiing”. Wie opruiende taal in het café slaakt, doet iets anders dan wanneer hij dat in de semi-openbaarheid van de sociale media doet. Of opruiing off-line een andere betekenis heeft dan on-line, moet nog duidelijk worden. Rechterlijke uitspraken zullen ons hier de weg moeten wijzen welke consequenties dat heeft, met in het verlengde daarvan wellicht wetswijziging als resultaat.

Snelheid

“Het ontstaan deze flashmobs razendsnel en zijn ze moeilijk controleerbaar, terwijl onze instituties, vaak op goede gronden, langzaam zijn. Dat maakt het, nog helemaal afgezien van de vraag hoe het optreden in Haren beoordeeld wordt, moeilijk om adequaat te reageren. Wij zullen dat moeten leren. Het tweede probleem is dat flashmobs ongereguleerd zijn en vaak onmiddellijk botsen met de gang van zaken in ons sterk gereguleerde land. Neem het voorbeeld van het alternatieve feest. Dat moest binnen een etmaal georganiseerd worden – waar voor vergunningverlening, wederom op redelijke gronden, zes weken staat.”

De media

Maar Haren was ook voor journalisten een wake-up-call; ‘misschien waren wij ook wel naïef’, oordeelde één van de journalisten op een van deze bijeenkomsten. Project X-evenementen die kort na Haren geagendeerd werden, werden anders benaderd. Men realiseert zich nu dat het met flashmobs ook werkelijk verkeerd kan aflopen. Massamedia worden wel de vijfde macht genoemd. Zij houden de vinger bij het kloppende hart van de samenleving, rapporteren daarover, becommentariëren die en openbaren wat verborgen blijft. Die rol vervulden zij in Haren, maar sommige deden meer: zij werden onderdeel van het evenement, waarbij zij, omdat het om massamedia gaat, een prominente functie vervullen. Dat leidde terecht tot debat en introspectie binnen de journalistiek. Dat valt toe te juichen, en zou uitgebreid kunnen worden. De ombudsfunctie die nu bij sommige kranten bestaat, programma’s als De leugen regeert en De kunst van het maken, het zijn instrumenten om dat debat niet alleen binnen de journalistiek te voeren, maar ook in het openbaar. Zo kunnen ook deze media verantwoording afleggen over hun daden.

Digitale interventies

Ook rapport Cohen noemt “waar monitoren al lastig was, kwam men aan interveniëren op internet vrijwel helemaal niet toe”. ” Er werd wel gepoogd om meer informatie te krijgen over wat daar gebeurde, maar dat was beperkt en niet gecoördineerd. Veelzeggend is dat vooral gezocht werd op Twitter, terwijl de mobilisatie grotendeels via Facebook tot stand kwam.” Kortom, de manier waarop door autoriteiten en overheden gereageerd wordt op wat in onder andere de sociale media teweeg is gebracht, spoort nog helemaal niet met de gevestigde plaats die zij in onze samenleving inmiddels hebben ingenomen. Het zijn twee werelden, die beter met elkaar in verband gebracht moeten worden. “Jongeren zien onvoldoende risico’s en worden lang niet altijd voldoende afgeremd in hun zoektocht naar uitdaging” wordt gesteld, en dat gecombineerd met een gegroeide feestcultuur in Nederland en verkoop en gebruik van alcohol op de koopavond in Haren is vragen om problemen.

Wil je de rapporten er nog even op naslaan, dat kan hieronder. Lees het hoofdrapport met de conclusies:

Of deelrapport 1 over het optreden van de autoriteiten:

Of deelrapport 2 over de rol van (sociale) media:

Of deelrapport 3 waarin Dionysos (feest en plezier) en Apollo (god van voorspelbaarheid) tegenover elkaar staan:

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *