In het meest recente magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing schrijft Mirko Tobias Schäfer over ‘het onzinnige sociale mediabeleid in de integrale aanpak van Jijadisme’. Mirko is universitair docent op de universiteit van Utrecht, Instituut Media en Cultuurwetenschap en medeoprichter en directeur van de Utrecht Data School. Hij doet onderzoek naar de impact van sociale media op burgerparticipatie, politiek en democratie. In 2011 is zijn boek “Bastard Culture! How User Participation Transforms Cultural Production” verschenen bij Amsterdam University Press. Hieronder zijn stuk en de reactie van de NCTV daarop:

censored

Sinds de zogenaamde Arabische Lente staan sociale media bekend als instrumenten voor politiek activisme en massamobilisatie. Na de rellen in Haren omtrent Project X hadden sociale media in de ogen van politie en openbaar bestuur hun onschuld verloren. Tweets die vergelijkbare evenementen in Hoorn, Amsterdam of Arnhem aankondigden, leidden toen tot wanhopige en overhaaste reacties van de kant van de politie en overheid. De reacties waren op zijn zachtst gezegd gênant (Hoorn). In het ergste geval waren ze een inbreuk op de burgerrechten (Arnhem). De aanwezigheid van terroristische groepen op sociale media leidt nu tot vragen over de noodzakelijkheid van een verscherpt beleid en de expliciete oproep tot censuur.

In het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme wordt voorgesteld om propaganda op sociale media te bestrijden. De auteurs vestigen hoop op een ‘notice and take down’ procedure waarbij ze zich baseren op het wetsvoorstel computercriminaliteit III. Het is hierbij de bedoeling dat een team van de Nationale Politie haatzaaiende (jihadistische) content verwijdert. Het actieprogramma verwijst naar een ‘vrijwillige gedragscode’ die internetbedrijven moet stimuleren om “radicaliserende, haatzaaiende, jihadistische content” te verwijderen. Het gebruik van het woord ‘vrijwillig’ in verband met de gedragscode is dubieus, wat blijkt uit het vervolg van de tekst: “bedrijven die aan deze gedragscode tekortkomen, zullen worden gedwongen om twijfelachtige content te verwijderen door de toepassing van verschillende bestaande of nog te creëren wetten”.

De voorgestelde aanpak is op verschillende punten zorgwekkend. Hij laat zien dat er een schrikbarend gebrek heerst aan kennis bij politici en bestuurders wat betreft internettechnologie en het gebruik daarvan.

Het is het niet verwonderlijk dat iedereen gebruik maakt van de goedkope communicatiekanalen van sociale media. Ook terroristische groeperingen zijn geen uitzondering op de regel. Vrijwel alle partijen die een rol spelen in het conflict in het Midden-Oosten zijn te vinden op sociale media. Ook andere media worden ten behoeve van propaganda ingezet: het Amerikaanse leger maakt bijvoorbeeld gebruik van de online-game America’s Army om op een speelse manier soldaten te werven. Hezbollah tracht de moraal van haar jonge achterban te bevorderen door de computer game Special Force, en de Islamitische Staat haalde onlangs het nieuws met een gemodificeerde versie van Grand Theft Auto die zij voor propagandadoeleinden gebruiken.

gta ISIS

Tevens verspreiden niet alleen jihadisten hun haatzaaiende berichten via internet; ook de racistische Stormfront, de Ku Klux Klan, diverse linksradicale groeperingen, nationalisten en chauvinisten van elke etnische minderheid en nationaliteit verspreiden hun radicale opvattingen via dezelfde kanalen. Op websites zoals 4chan is een oneindige stroom aan vernederende, haatzaaiende en politiek meer dan incorrecte uitingen te vinden. Moet deze content niet ook allemaal gecensureerd worden? Een les die te leren valt uit het proces tegen politicus Geert Wilders is dat het niet makkelijk is om te bepalen wat haatzaaiende content is. Maar als het actieplan omgezet wordt, zal deze definitie in toekomst zonder tussenkomst van een rechter in handen van de politie zijn.

Het actieplan suggereert dat jihadistische content doelgericht verwijderd kan worden. Er wordt echter met de internationale dimensies van deze klus – de verschillende regelgevingen van de landen waar de content uiteindelijk ligt opgeslagen – geen rekening gehouden.

Hoewel de auteurs benadrukken dat het actieplan ondersteuning moet bieden voor een actieve maatschappij waarin diverse stemmen gehoor krijgen, wordt er geen enkele moeite gedaan om elke burger het recht op vrije meningsuiting te garanderen. Er wordt met geen enkel woord benoemd, wie de procedure van censuur – en dit is waar het verwijderen van content op neerkomt – zou moeten controleren. Tevens wordt niet duidelijk welke criteria voor het censureren gehanteerd zullen worden of hoe de censuur gedocumenteerd zal worden. Is het de bedoeling dat een politieagent zelfstandig de opdracht geeft om content te verwijderen zoals dat nu in Turkije het geval is?

De affaire omtrent de samenwerking van de AIVD met buitenlandse diensten heeft duidelijk laten zien dat onze gekozen volksvertegenwoordigers, die de controle over dergelijke procedures zouden moeten uitoefenen, hooguit een symbolische functie hebben. Ze bleken zelfs uitermate slecht over de gang van zaken geïnformeerd. Is het in dit licht verstandig om het verwijderen van willekeurige content onder het mom van terrorismebestrijding ongecontroleerd over te dragen aan de executieve? Zonder enige juridische of parlementaire controle? Het zal een kwestie van tijd zijn voordat copyright-houders, politici of bedrijven druk uitoefenen om ongewenste content zonder tussenkomst van een rechter te laten verwijderen.

Met een censuur van het internet plaatsen we ons land in hetzelfde schuitje met landen zoals Turkije, Wit-Rusland, Rusland, China, Egypte en talloze andere landen. Deze landen staan terecht elk jaar opnieuw op de lijst van de onderdrukkers van het internet en de vrije meningsuiting. Censuur blijkt echter vooral de civiele maatschappij te onderdrukken, in plaats van dat deze maatregel terroristen efficiënt in het nastreven van hun doelen belemmert.

Het actieplan suggereert dat door het verwijderen van haatzaaiende content de radicalisering van internetgebruikers tegengehouden zou kunnen worden. Deze suggestie geeft blijk van een incorrect begrip van media-effecten. Radicalisering is nooit het effect van het lezen van twijfelachtige content hetzij op online media of in de printmedia. De Britse cultuurtheoreticus Stuart Hall ontkrachte dit idee al in de jaren ‘70 van de vorige eeuw op basis van zijn beroemde encoding-decoding-model. Politieke opvattingen formeren zich als gevolg van de individuele situatie en de sociale context van een individu.

Ook om andere redenen is een extreme en nauwelijks gecontroleerde censuur van sociale media een volledig ineffectief middel. Aan de ene kant worden alle activiteiten in de context van sociale media al nauwkeurig gecontroleerd door de platformaanbieder zelf. Verder zijn deze activiteiten openbaar toegankelijk voor analyse door social media monitoring, welke niet alleen door marketingbedrijven maar ook door politie en AIVD toegepast wordt. Een censuur zal voor deze diensten echter betekenen dat waardevolle informatie verloren gaat.

Aan de andere kant betekent de censuur van bepaalde online media niet dat de communicatiestromen zullen afbreken. Terroristische groeperingen zullen andere, wellicht minder goed te monitoren platformen vinden om hun opvattingen te verspreiden. Internet Relay Chat of het TOR-netwerk zijn slechts twee voorbeelden van media die moeilijker te traceren communicatievormen voor gebruikers aanbieden. Er kan voorondersteld worden dat veel bestuurders niet eens weten hoe deze software te vinden, te installeren en te gebruiken is. Volgens onderzoek van het Oxford Internet Institute gebruiken in Nederland dagelijks tussen de 100.000 en 200.000 mensen het TOR-netwerk. Sociale media en het door Google te doorzoeken web stellen maar een kleine percentage van het internet voor.

Tor_Hexagons

Wat echter wel een oplossing kan bieden, is de inzet van goed geïnformeerde en meertalige rechercheurs met kennis van interculturele aspecten. Tegenwoordig doorzoekt al een aantal rechercheurs openbaar toegankelijke bronnen online om strafbare handelingen op te sporen. De afdelingen binnen de politie die zich met deze waardevolle taak bezighouden, verdienen de steun van de politiek en de waakzame toezicht van de rechterlijke macht. De censuur van sociale media is slechts symboolpolitiek en bovendien gevaarlijker voor de democratische samenleving dan de haatzaaiende content die op sociale media te vinden is.


De reactie van het NCTV, programmadirectie Contraterrorisme, ten aanzien van de bestrijding van jihadistische content online:

Internationaal – en in Nederland – spelen het internet en sociale media een belangrijke rol bij jihadistische radicalisering. De jihadistische content biedt een platform om de gewelddadige jihadistische ideologie te verspreiden en draagt bij aan verdere radicalisering en het binnen halen van nieuwe aanwas. Zoals geconcludeerd door de AIVD in zijn rapport Transformatie van het jihadisme in Nederland hebben sociale media de jihadistische beweging in Nederland gestimuleerd. Waar voorheen propaganda verticaal verspreid werd via vrij ontoegankelijke webfora (van enkelen naar velen), gebeurt dit nu op horizontale wijze (van velen naar velen). Dit heeft de professionalisering van vervaardigers en verspreiders doen toenemen, waardoor de propaganda een groter bereik en meer impact heeft. Hierdoor is de jihadistische boodschap toegankelijker en makkelijker te verspreiden. Het internet en sociale media spelen daarmee een belangrijke rol bij jihadistische radicalisering. Er zijn websites en sociale mediakanalen die Nederlandstalige jihadistische propaganda verspreiden, de strijd verheerlijken en oproepen tot jihadgang. Het is onacceptabel dat terroristische organisaties propaganda vrijelijk verspreiden via onder andere Nederlandse websites en social media. Ook tegen uitingsdelicten online dient opgetreden te worden.

Onderdeel van het actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme is de bestrijding van online jihadistische propaganda met als doel het reduceren van de impact, hoeveelheid en toegankelijkheid van jihadistische propaganda. Hiervoor wordt ingezet op samenwerking met sociale media bedrijven en Internet Service Providers, hosting partijen etc. die de door hun aangeboden internetdiensten misbruikt zien worden voor jihadistische doeleinden. De NCTV is in gesprek met sociale media bedrijven, internet service providers en hosting partijen over de wijze waarop zij, binnen hun bestaande (juridische) mogelijkheden, kunnen bijdragen aan het bestrijden van de online jihadistische content. De NCTV ervaart deze gesprekken als zeer constructief. Sociale media bedrijven kennen en erkennen het probleem en ook internet service providers en hosting partijen denken mee over het verbeteren van bestaande (juridische) procedures.

Gerelateerde berichten:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *