Op sociale media gaat het afgelopen weken veel over vermissingen. Na het dramatische nieuws van de dood van twee jonge meisjes in Hoevelaken en Bunschoten draait de geruchtenmolen op volle toeren. Iedere vermissing is voer voor geruchten. In de regio Tilburg zijn twee meisjes, allebei op de fiets, sinds zondag spoorloos. Daarvoor is een burgernetmelding uitgestuurd. En ook in Leeuwarden en Groningen zijn er vermissingen.

Op Twitter en Facebook leiden zulke berichten tot grote zorgen. Met name uit het Gooi komen er verhalen. Daar zijn er meerdere meldingen van jonge meisjes die klemgereden zouden zijn door een auto. Er zou sprake zijn van poging tot ontvoering.

Een eerste melding kwam uit Soest, waar een meisje is achtervolgd door twee mannen in een kleine donkere auto. En een soortgelijke auto met twee mannen werd bij een vergelijkbare melding uit Bunschoten-Spakenburg gezien. Of deze meldingen te met elkaar te maken hebben is volstrekt onduidelijk, maar het leidt tot enorm veel ophef en ongerustheid op sociale media. Even terug naar Tilburg, op sociale media is veel verontwaardiging over de vaagheid van de burgernet melding. Waarom geen foto’s van de meisjes, is de vraag die op sociale media wordt gesteld.

Een woordvoerster vertelde eerder op radio1 dat ze de foto’s van de meisjes niet verspreiden omdat dat de kansen van de meisjes in kwestie op het vinden van werk in de toekomst  zou verkleinen. “Werkgevers gaan natuurlijk op internet zoeken als er iemand bij ze solliciteert. En dan wil je dit niet tegenkomen”, zei ze.

De politiewoordvoerder liet ook weten deze burgernet melding vooral te beschouwen als een oproep aan de meisjes zelf, zodat ze zien dat het serieus en ze zich zullen melden.  Volgens heel veel mensen is zo’n alarmerende oproep via de media niet bedoeld voor 2 stoute weglopers.

Romy en Savannah
De vondst van de dode tienermeisjes Romy en Savannah zorgde voor een gitzwart pinksterweekeinde. Dat jongens uit dezelfde leeftijdscategorie hen mogelijk om het leven brachten, komt eveneens keihard aan. Politie en OM kregen aanvankelijk kritiek, maar lijken de zaak toch pijlsnel op te lossen. Recherchechef Johan van Hartskamp en rechercheofficier van justitie Hans Mos blikken terug.

Exact een week na de melding dat een 14-jarig meisje niet terugkeerde bij haar ouderlijke woning in Bunschoten, zitten recherchechef Johan van Hartskamp en rechercheofficier van justitie Hans Mos haast gelaten aan een tafel in het hoofdbureau van politie in Utrecht. Licht brengen in twee ernstige delicten in amper vijf dagen tijd, zou normaal gesproken beroepstrots doen opzwellen. Dit keer niet. „Deze zaak kent alleen maar verliezers”, meent Van Hartskamp. Zijn OM-collega Hans Mos knikt. „Ook de ouders van de minderjarige verdachten zijn in zekere zin slachtoffers.”
Politie en OM kwamen snel na de moorden op Romy en Savannah met resultaten, maar deelden maar zeer beperkt informatie met het publiek. Daardoor ontstond veel onrust. Vanwaar die terughoudendheid?

Van Hartskamp: „De melding dat Savannah was vermist, namen we direct serieus. Er werden onderzoekshandelingen verricht als het napluizen van telefoongegevens en het verhoren van mensen uit haar omgeving. Dat gaf ons het idee dat haar situatie niet direct levensbedreigend was. Bovendien was de vermissing al veel in de media. We besloten daarom geen Amber Alert uit te brengen. Er waren nog andere mogelijkheden om Savannah terug te vinden, vonden we op dat moment.”

„Een Amber Alert is een uiterst middel”, vult Hans Mos aan. „Als het te vaak wordt gebruikt, verliest het zijn attentiewaarde.”

Met de kennis van nu: had een Amber Alert het leven van Savannah kunnen redden? Met andere woorden: is het meisje kort na haar vermissing vermoord of pas na enige tijd?
Beide mannen zwijgen een ogenblik. Dan zegt Van Hartskamp: „Over het moment van de moorden willen we niets kwijt. Het onderzoek is nog in volle gang.” Hans Mos: „De verdachten zitten nog in beperkingen, wat ook inhoudt dat politie en OM inhoudelijk niets over de zaken mogen zeggen.”

Burgers die zoeken naar sporen van Savannah

De vraag of een Amber Alert in de zaak van Savannah een verschil had gemaakt, wordt op dit moment dus niet door politie en OM beantwoord.

Een dag na de vermissing van Savannah werd niet ver van de plek waar haar fiets was teruggevonden een jong meisje dood in het water aangetroffen. Wat was jullie eerste reactie?
„Natuurlijk hielden wij ernstig rekening met de mogelijkheid dat het om Savannah ging”, zegt Van Hartskamp. „Het kost dan enige tijd om zekerheid te krijgen, ook omdat het sporenonderzoek zeer zorgvuldig moet gebeuren en eigenlijk nog vóór identificatie gaat. Je kunt een lichaam pas goed onderzoeken op het moment dat alle sporen eromheen zijn veiliggesteld. Het laatste wat je wilt, is dat door haast fouten worden gemaakt, die later in een eventueel strafproces fataal zijn. Daarom kostte het identificeren enige tijd. Uiteindelijk konden we aan de hand van signalementen toch vrij snel vaststellen dat het niet om Savannah maar om een ander meisje ging. Dat betekende weer enige hoop voor de ouders van Savannah, maar diepe verslagenheid voor de familie van Romy.”

Hans Mos: „De vondst, twee dagen later, van opnieuw een dood meisje in het water, gaf ons allemaal een dreun. Iedereen hield meteen rekening met de gedachte dat hier iets seriematigs aan de gang was. Toch besloten we twee ’teams grootschalig optreden’, zogeheten TGO’s, in te zetten. De zaaksofficier van justitie die de vermissing behandelde, zorgde voor verbinding tussen de teams. Al snel werd duidelijk dat de zaken niet in verband met elkaar kónden staan.”

Het ontdekken van twee vermoorde meisjes in een paar dagen tijd bracht veel emoties met zich mee. In hoeverre beïnvloedden die het onderzoek?
Aanklager Hans Mos: „Ik geef de politie een groot compliment over hoe beide zaken zijn aangepakt. De werkwijze getuigt van heel veel professionaliteit. Veel rechercheurs en OM’ers hebben zelf kinderen en zijn extra geraakt door het leed dat de ouders van de meisjes overkomt. Toch heeft die emotionele lading het onderzoek nooit geschaad. Het zorgde alleen maar voor extra gedrevenheid.” Van Hartskamp: „De betrokkenheid ging zo ver dat we van collega’s uit het hele land steun en hulpaanbiedingen kregen. Het was best een uitdaging om in een pinksterweekeinde waarin veel collega’s vrij zijn, snel twee teams op te tuigen. Maar het voordeel van de nationale politie is, dat er niet veel organisatorische belemmeringen zijn om collega’s uit andere regio’s in te schakelen. Een van de twee onderzoeken werd gedaan door rechercheurs uit Oost-Nederland.”

Wanneer kwamen beide daders in beeld?
„Dat gebeurde niet ver voor hun aanhouding in de nacht van zondag op maandag”, antwoordt Johan van Hartskamp. „Over hoe we bij de jongens kwamen, kunnen we nu nog niets zeggen”, vult Hans Mos aan. „Het openbaren van die wetenschap kan het onderzoek op dit moment schaden, net zo goed als wanneer we nu iets zouden zeggen over het motief of hoe de meisjes om het leven zijn gebracht. Aan de dood van Romy is seksueel misbruik voorafgegaan, heeft de 14-jarige verdachte bekend. Over de moord of doodslag van Savannah kunnen we nog niets zeggen, ook omdat de 16-jarige verdachte nog in beperking zit.”

Hoe reageerden de ouders van de verdachten?
„Ook die mensen gaan door een hel”, zegt Hans Mos. Van Hartskamp knikt bevestigend. „In dit soort zaken zorgen we dat de nabestaanden van de slachtoffers worden bijgestaan door familierechercheurs. Dat zijn speciaal opgeleide politiemensen, die nabestaanden kunnen helpen met praktische zaken. Dit keer hebben we ervoor gekozen ook de ouders van de verdachten te laten bijstaan. Dit gebeurde door de teamleider en de officier van justitie. Dat is ongebruikelijk, maar in onze optiek zijn zij evenzeer slachtoffer. De ouders belemmeren de onderzoeken niet.”

Er was kritiek dat de politie zondag niet meedeed aan een zoektocht naar Savannah en niet alert reageerde op meldingen over eerdere pogingen tot ontvoering van jonge meisjes.
„Voor het meedoen aan de speuractie was op basis van informatie uit het lopende vermissingsonderzoek geen reden”, zegt Hans Mos. „Dat neemt niet weg dat we die betrokkenheid van de gemeenschap zeer waardeerden.”

„Daarom hebben we de zoektocht ook gefaciliteerd”, antwoordt Van Hartskamp. „Maar deelnemen aan de zoektocht vergde op dat moment te veel capaciteit, die broodnodig was om het onderzoek naar de vermissing zo intensief mogelijk te doen. Sociale media speelden in deze zaak een grote rol, zowel positief als negatief. De meldingen over de inzittenden van een zwarte auto die meisjes zouden aanranden, namen we uiteraard zeer serieus. Van een verband met beide delicten is niets gebleken. Het hele circus op sociale media werkte een geruchtenstroom, angst en verwarring in de hand. Dat heeft ons echt gehinderd. Aan de andere kant was het indrukwekkend om te zien hoe de maatschappelijke betrokkenheid heel veel tips opleverde en de gemeenschappen waarin de drama’s zich afspeelden, samenkwamen om alle getroffenen steun te geven.”

Hans Mos: „En het geeft toch een goed gevoel dat we de nabestaanden relatief snel duidelijkheid konden verschaffen. Weliswaar een hele schrale troost, maar een wetenschap die enige rust gaf.”

Gebruik van sociale media bij vermissingen door burgers
Aandachtspunten bij het gebruik van social media zijn te vinden op de website van het landelijk initiatief ZoekJeMee. Sociale media goede middelen zijn om een vermist persoon te helpen vinden. Ook geven de sociale mediaberichten steun aan de achterblijver (steuntje in de rug) en aan de vermiste persoon. Die ziet achteraf namelijk welke moeite is gedaan om hem of haar terug te vinden. De punten zijn afkomstig uit een onderzoek van Wieke de Zwart (VU Amsterdam, MA Criminologie) “Vermist, een onderzoek naar het aandeel en de impact van het gebruik van sociale media door burgers bij vermissingen”.

Vooraf

  • Het vermelden van de vermissing op de sociale media is een schending van de privacy van de vermiste.
    • Geef niet te veel gevoelige informatie over een vermist persoon, zoals informatie over de toestand (boos of verward). Geef een feitelijke beschrijving van de persoon zodat anderen deze kunnen herkennen
    • De politie kan adviseren over het al dan niet plaatsen van een vermissing op de sociale media. Een andere partij is Stichting ZoekJeMee: specialisten in communicatie rondom vermissingen en voor praktische hulp voor achterblijvers.

Tijdens

  • Naast mogelijk positieve kunnen er ook negatieve reacties gegeven worden, zoals opmerkingen over het uiterlijk of (ongenuanceerde) oordelen, zoals: “Wie laat nou iemand met Alzheimer alleen op pad gaan?”;
  • De bruikbare tips zijn wellicht moeilijk verifieerbaar (zonder hulp van de politie);
  • Meer bekendheid kan soms nadelig uitpakken voor de veiligheid van een vermiste.
    Bijvoorbeeld als deze in handen is van een loverboy of een ontvoerder.

Na afloop

  • Het weghalen van vermissingsbericht lukt niet altijd voor 100%.
    • Er kan een blijvende confrontatie met de vermissing ontstaan, ook lang na afloop.
      Voor de vermiste persoon kan het ook carrièreproblemen opleveren, bijvoorbeeld als nog online staat dat een vermiste in verwarde toestand is weggegaan;
    • Het vermissingsbericht en/of de foto kan door anderen (opnieuw) online worden gedeeld. Het lijkt daardoor dat de vermiste opnieuw óf nog steeds is vermist.

 

Bronnen: De Telegraaf, EenVandaag

Gerelateerde berichten:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *