straathoek
Zoals wellicht bekend, staan social media vol met foto’s van dikke stapels geld, dure Gucci-schoenen en Cartier horloges, maken veel jongeren selfies met schotwonden en vereren ze er hun ‘voorbeelden’, zoals Willem Holleeder.

Jongeren die voorheen op straat rondhingen, meten zich online ‘een criminele identiteit’ aan – ze doen ‘alles voor respect’. En wie respect wil, of stoer wil overkomen, moet daarvoor eerst bewijs aanleveren: een foto, een posting, een tweet. Van den Broek bestudeerde een jaar lang berichten en foto’s die straatjongeren, grotendeels uit de Rotterdamse wijk Spangen, op social media zetten.

‘Straatcultuur speelt zich steeds meer af op social media in plaats van op straat.’ Dat zegt criminoloog Jeroen van den Broek tegenover Govrien Oldenburger van Sevendays. Met zijn scriptie over het social mediagedrag van criminele jongeren won hij de Rotterdamse Scriptieprijs 2014. ‘Ik had nooit gedacht dat ik zoveel informatie over deze groep zou kunnen verzamelen.’  Inmiddels wordt het begrip straatcultuur niet alleen maar toegepast in onderzoek naar (ongewenst) gedrag van jongeren op straat, maar ook op scholen en op social media.

Onderstaande definitie van de Jong over straatcultuur lijkt daarmee vandaag de dag wat achterhaald:
‘Alle gedeelde ervaringen, kennis, betekenissen en symbolen die relevant zijn in het dagelijkse doen en laten van straatjongens die samen hun vrije tijd doorbrengen in de openbare ruimte van hun
(achterstands)buurt.’ (de Jong, 2007: 149).
‘Ik wilde graag de link leggen tussen straatcultuur en social media’, vertelt Van den Broek, die liever social media dan sociale media gebruikt, definieert het als volgt”het geheel aan user generated content dat wordt gecreëerd en gedeeld via digitale platformen die dienen voor het overdragen van informatie”. Hij begon zijn onderzoek met een YouTube-filmpje van een crimineel jeugdnetwerk dat iemand hem liet zien. ‘Daarna ben ik die jongens één voor één gaan onderzoeken.’ Daarbij maakte hij uitsluitend gebruikt van openbare netwerken, zoals YouTube, Instagram, Twitter en Keek (waar je filmpjes op kunt zetten). Wat bleek? Online was héél veel over ze te vinden. ‘Die jongens houden een soort performance om status te krijgen. Ze zetten een beeld van zichzelf neer dat zo straat mogelijk is.’ Daarbij is stapels geld showen heel belangrijk, volgens Van den Broek. Net als het vertonen van criminele activiteiten. ‘Ze poseren met geld, wapens of zakken drugs. En scheppen erover op dat ze iemand beroofd hebben.’ De meesten waren begin twintig, schat hij. ‘Maar er zaten er ook een paar van vijftien en zestien tussen.’
Status
Is het niet een beetje dom om openlijk op te scheppen over je criminele gedrag? ‘Misschien wel, maar ze vinden het respect dat ze op die manier verkrijgen belangrijker. Ik denk dat het een kosten batenafweging is.’ Van den Broek kwam het in ieder geval bijzonder goed uit, voor zijn onderzoek. ‘Ik had nooit gedacht dat ik zoveel informatie over deze groep zou kunnen verzamelen.’ Aanvankelijk probeerde hij zelfs contact met ze te leggen. ‘Ik wilde van hún horen waarom ze zich zo uiten in het openbaar.’ Dat wilden ze helaas niet. ‘Geeft niet’, oordeelde Van den Broek. ‘Het maakte mijn onderzoek alleen maar sterker. Zo kon ik aantonen hoeveel informatie je al kunt vinden over zo’n netwerk zonder ze ooit gesproken te hebben.’ Hun gegevens anonimiseerde hij. Nooit overwoog hij de politie in te schakelen. ‘Als onderzoeker moet je onafhankelijk zijn.’ Nu hij is afgestudeerd, werkt hij voor de gemeente en het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Daar legt hij uit hoe je social media kunt gebruiken om informatie te krijgen over een jeugdcultuur. Op 1 september moet hij nog even terug naar zijn oude universiteit, de Erasmus Universiteit. Dan krijgt hij zijn oorkonde en 1500 euro uitgereikt. Wat gaat hij met het geld doen? ‘Een mooie auto kopen’, grinnikt hij. ‘Dat is goed voor míjn status.’
Niet verrassend concludeert hij dat social media ‘een dankbaar platform’ vormen voor jongeren die zich een crimineel imago willen aanmeten. In een straatcultuur waar het draait om geld en ‘laten zien hoeveel je hebt’, zijn deze media bij uitstek geschikt om te pronken – jongeren posten zelfs foto’s van een bonnetje van twee flessen bacardi à 150 euro. En een brief van de politie waarin je wordt gevraagd om dna af te staan, bewijst dat je ‘een vrij ernstig delict’ hebt gepleegd en ‘dat is statusverhogend’.
Volgens Van den Broek is er door social media veel veranderd. Jongeren ontmoeten elkaar minder dan voorheen, hun hang naar respect is het allerbelangrijkst. Dat de politie meekijkt op social media, interesseert ze niet. Als ze iets illegaals posten en niet worden gepakt, levert dat extra respect op. Bovendien gebruiken ze straattaal en allerlei verbasteringen, ‘voor buitenstaanders onbegrijpelijk’. Volgens Van den Broek heeft zijn onderzoek vooral aangetoond dat het voor de criminologie ‘van groot belang is zich op een serieuze manier bezig te (gaan) houden met social media’.

Virtuele etnografie
Van den Broek gebuikte als onderzoeksmethode virtuele etnografie, een term die werd geïntroduceerd door Christine Hine in 2000 en doelt op etnografisch onderzoek op het internet. Hij beschrijft het als volgt:

“Doordat veel van onze sociale interactie zich steeds meer richting het digitale domein begeeft, wordt het voor sociale wetenschappers steeds belangrijker om ook deze online gedragingen van mensen in ogenschouw te nemen. Kozinets (2010) definieert in zijn boek virtuele etnografie (door hem omgedoopt tot netnografie) als een gespecialiseerde vorm van etnografie die rekening houdt met de mogelijkheden die digitale communicatie ons biedt binnen onze huidige sociale netwerken. Virtuele etnografie is dus vooral zinvol in onderzoek naar gemeenschappen waarbinnen digitale communicatie een belangrijke rol speelt (Hine, 2000). Volgens Kozinets zijn er een aantal significante verschillen tussen ‘normale’ etnografie en de virtuele tegenhanger die het bestaansrecht van een zelfstandige methode rechtvaardigen. Ten eerste verschilt het verkrijgen van toegang tot een groep op internet wezenlijk van real life-toegang. Zowel ‘participeren’ als ‘observeren’ (etnografie wordt ook wel aangeduid als ‘participerende observatie’) betekenen binnen het digitale domein iets wezenlijk anders dan in real life-etnografie. Ten tweede biedt virtuele etnografie zowel enkele nieuwe uitdagingen als nieuwe mogelijkheden ten opzichte van de klassieke vorm. Het gebruik van bijvoorbeeld aantekeningen verandert wezenlijk, omdat men alle tijd en ruimte heeft om precies te noteren wat men tegenkomt. Binnen de virtuele etnografie zijn kladblok en potlood daarom overbodig geworden. Mede door deze ontwikkeling verandert ook de hoeveelheid data die men verkrijgt uit beide vormen enorm. Ten slotte verschilt ook de manier waarop data geanalyseerd dient te worden, vanwege het feit dat bij virtuele etnografie de data al in digitale vorm verkregen wordt. Als derde benoemt Kozinets het verschil met betrekking tot ethische principes op het gebied van veldwerk. Bestaande ethische principes zijn heel duidelijk gebaseerd op de klassieke
vormen van veldwerk en lenen zich niet goed voor toepassing op virtuele etnografie. Dit komt het duidelijkst naar voren op het gebied van informed consent.

Binnen de virtuele etnografie bestaan verschillende onderzoeksmethoden, zoals bijvoorbeeld een sociaalnetwerkanalyse tracht men bepaalde structuren en patronen van relaties tussen bepaalde mensen binnen een netwerk te analyseren (Kozinets, 2010).”

Inline image 2

Formele en informele leiders
Van den Broek leert uit gesprekken met een jongerenwerker dat binnen de straatgroepen groepen sprake is van, zoals hij deze zelf benoemde, formeel en informeel leiders.
“Formeel leiders waren voor mij ook op social media duidelijk te onderscheiden en kenmerkten zich door nadrukkelijke aanwezigheid en door het uitoefenen van invloed op andere gebruikers. Informeel leiders zijn jongens die zich niet zo nadrukkelijk aan het front melden, maar buiten beeld juist veel macht hebben binnen de groepen. Een goed voorbeeld van een dergelijke informeel leider wordt gevormd door een van mijn respondenten die de beste vriend is van mijn hoofdrespondent. Ik heb gedurende mijn onderzoek uren gezocht op social media naar data over deze betreffende respondent, nadat hij in videoclips van de jongens een vooraanstaande rol vertolkte. De respondent in kwestie bleek echter onvindbaar op platformen als Twitter, Instagram en Keek. Toen ik in het voorgenoemde gesprek met de jongerenwerker vertelde over het feit dat ik over de betreffende respondent geen data kon vinden, vertrouwde hij mij toe dat dit een schoolvoorbeeld was van een informeel leider; iemand die zich niet zoveel op de voorgrond begeeft, maar tegelijkertijd veel macht kan uitoefenen.
Inline image 1
Self disclosure
Elke vorm van social media voldoet aan een of meerdere building blocks en trekt daardoor een bepaalde doelgroep. Deze functies worden door Kietzmann (2011) in zijn tekst benoemd aan de hand van zeven zogenaamde building blocks. De zeven functionaliteiten zoals deze worden benoemd in de tekst zijn als volgt; identiteit,  conversaties, delen, aanwezigheid, relaties, reputatie en groepen (Kietzmann, 2011). De functionaliteit ‘identiteit’ staat voor de mate waarin individuen zichzelf kenbaar maken op social media (Kietzmann, 2011 ).
Dit heeft niet alleen betrekking op het feit of iemand zijn naam wel of niet bekendmaakt, maar omvat een veel complexer proces wat door Kaplan wordt aangemerkt als self-disclosure. Self-disclosure is de bereidheid van iemand om zich bloot te stellen aan anderen. In relatie tot social media beslaat dit de bewuste en onbewuste bekendmaking van persoonlijke informatie die gelijk is aan hoe iemand zichzelf wil presenteren (Kaplan, 2010). Deze self-disclosure kan men op social media concreet terugvinden in de mate waarin iemand zijn of haar gevoelens en gedachten deelt en in de manier waarop mensen bepaalde zaken liken of disliken11(Tufekci, 2008b). Self-disclosure kan zowel expliciete als impliciete vormen aannemen. Waar het plaatsen van bepaalde foto’s een vrij impliciete vorm behelst, zijn beschreven persoonlijkheidskenmerken of aangegeven interesses een expliciete vorm van self-disclosure (Zhao e.a., 2008).
De self-presentation theorie, zoals deze door Goffman in 1959 werd gepresenteerd, stelt dat individuen in alle sociale interacties waarin zij zich bevinden de indruk die anderen van hen hebben zoveel mogelijk trachten te controleren. Dit proces dient twee doelen. Enerzijds probeert men op deze manier indruk te maken op anderen en op deze manier respect of waardering te verdienen. Anderzijds dient dit proces ertoe een consistent zelfbeeld te behouden. Uit onderzoek van Schau en Gilly (2003) blijkt dat persoonlijke websites uitstekend geschikt zijn om aan deze aspecten van self-presentation te voldoen. Deze websites stellen gebruikers in staat zich te profileren zoals zij in het echte leven graag zouden willen zijn, omdat zij de belemmeringen die mensen hiertoe in face-to-face situaties ervaren, wegnemen (Zhao e.a., 2008). Het (digitale) zelfbeeld wat op deze manier ontstaat kan een positieve invloed hebben op de self-presentation van iemand in het echte leven en ervoor zorgen dat een persoon dichter tot zijn gewenste zelfbeeld komt.
Culturen
Het overgrote deel van de respondenten is van Kaapverdiaanse, Surinaamse en Antilliaanse afkomst is en slechts enkele lijken volledig Nederlands te zijn. Opvallend is dat zich op de social media die ik heb onderzocht bijna geen Marokkaanse of Turkse jongeren begeven, terwijl algemeen bekend is dat zij ruim vertegenwoordigd zijn binnen de straatcultuur.

Bronnen: CopsInCyberspaceSevendays, WegwijzerJeugdenVeiligheid

Bekijk ook de uitzending Bijna 18 nog eens van Holland doc, die ook ingaat op de straatcultuur in onder andere Spangen:

Tot slot nog een gerelateerd documenten:

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

One Response to Van de straathoek naar Facebook

  1. […] te pochen (met de buit) of de daad nog eens kracht bij te zetten en angst in te boezemen (zoals bendes op Facebook doen als boodschap naar andere bendes, of zoals de Mexicaanse drugscartels doen om […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *