zoekjemee_logo_nw

Stichting ZoekJeMee is opgericht naar aanleiding van een spontaan initiatief tijdens de vermissing van de vermiste broertjes Julian & Ruben uit Zeist (mei 2013).

Vanuit een Twitter-account werd een groot publiek bereikt (ca. 12.000 volgers) dat, naast real-time informatie, oproepen kreeg waar hulp van burgers nodig bleek. Dit particuliere initiatief werd door het publiek en overheid gewaardeerd en bleek in een belangrijke behoefte te voorzien.

Na de vermissing van de twee broertjes bleek er behoefte te bestaan om ons werk uit te breiden. Nu geven wij afhankelijk van een hulpvraag van de familie informatie aan een breed publiek en ondersteunen op breder vlak. Hierbij werken wij nauw samen met verschillende andere (maatschappelijke) organisaties.

ZoekjeMee heeft ook een raad van advies:

Wouter Jong is Adviseur Crisisbeheersing bij het Nederlands Genootschap van Burgemeesters. Verder is Wouter jurist en econoom. Zijn ervaring en inzicht in crisisbeheersing zullen een grote aanvulling zijn bij het verder professionaliseren van onze organisatie.

Carlo Schippers is hoofdinspecteur en gedragskundige. Ook Carlo heeft jarenlange ervaring binnen de politie. Zijn ervaring en expertise zijn en blijven van grote waarde voor ons werk.

De Raad van Advies kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen bij onze werkzaamheden. Het is de bedoeling dat de Raad van Advies vier keer per jaar bijeenkomt om samen met ons het beleid door te spreken. De functie is onbetaald en wordt dus door de leden van de Raad vrijwillig verricht.

Lees meer over de stichting in onderstaande bedrijfsanalyse:



In de regionale bladen stond in augustus 2013 een artikel over ZoekjeMee.nl
Twitteraar verandert in speurneus

Het was niet de eerste keer dat Milo (11) wegliep. Maar deze keer bleef hij wel heel lang weg.

Vermiste en verdachte personen sneller vinden via de sociale media

De Amsterdamse jongen was niet meer gezien sinds hij rond het middaguur niet in de taxi was gestapt die hem van zijn school voor speciaal onderwijs naar het gezinshuis moest brengen. „Het was inmiddels 19.00 uur en ik dacht, jeetje, het wordt straks donker. Wat als hij toch in de trein naar Nijmegen is gestapt, naar zijn biologische vader?”, vertelt Simone van der Hurk, schoonzus van Milo, over die beruchte dag in april.

De politie schakelde Burgernet in. „Maar dat was alleen een omschrijving, geen foto. Die moet er toch bij?”, dacht Simone. En dus besloot ze haar eigen netwerk in te schakelen. „WhatsApp, Facebook, Twitter. Op zo’n moment wil je dat hij zo snel mogelijk gevonden wordt.”

Het bericht verspreidde zich razendsnel: op Facebook werd het 58 keer gedeeld, via Twitter werd het 45 keer geretweet. Het bereikte zo’n 150.000 mensen. Ze werd dan ook overspoeld met reacties. Iemand dacht dat hij Milo in Amsterdam-Zuidoost had gezien, een ander meende hem in de supermarkt daar te hebben gesignaleerd. „Dat was zo’n geruststelling, dat hij in ieder geval in de buurt was.”

De tips bleken te kloppen. Milo had op school ruzie gehad en was weggerend. In zijn oude buurt in Amsterdam-Zuidoost had hij de hele middag met vriendjes gespeeld. Van wat gevonden geld haalde hij een blikje cola in de supermarkt. Toen hij honger kreeg, belde hij bij zijn moeder aan. Die informeerde gelijk de politie dat Milo terecht was.

Simone is niet de enige die het heft in eigen hand nam om iemand op te sporen. Steeds vaker beginnen burgers als een soort virtuele Sherlock Holmes een zoektocht via sociale media. Het afgelopen jaar werden bijna een kwart miljoen berichten met het woord ’vermist’ erin de wereld in geslingerd, retweets nog uitgesloten. Het jaar daarvoor waren dat er nog zo’n 165.000, blijkt uit cijfers van Coosto, een bedrijf dat sociale media monitort.

Actief gedeeld

Slechts 5 procent van de meldingen van vermissing was geplaatst door de politie. De berichten werden actief gedeeld: het totaal aantal berichten met het woord ’vermist’ erin kwam daarmee afgelopen jaar uit op 731.752. Sociale media zijn snel en hebben een groot bereik. „Vroeger wilden we ook iemand heel graag terugvinden, maar we konden weinig. Je belde misschien de klassenlijst af. Nu kunnen we het makkelijk op Facebook zetten”, verklaart mediapsycholoog Mischa Coster.

Frank Smilda, politiecommissaris in Noord-Nederland, werkt aan een boek over de invloed van sociale media op het politiewerk. „Ik denk dat het ook te maken heeft met frustratie over de politie. Mensen willen gelijk geholpen worden, terwijl de politie keuzes moet maken omdat ze veel te veel te doen heeft. Er gebeuren jaarlijks vier miljoen misdrijven in Nederland, waarvan maar één miljoen aangiftes worden gedaan. De overige drie miljoen die niet bij ons komen, zijn nu sneller zichtbaar via sociale media. Daar was eerder geen medium voor.”

Burgers hebben dankzij Facebook, Twitter en andere sociale media een eigen opsporingsmiddel in handen en kunnen zo de politie helpen, zegt Smilda. „Ik weet dat iemand zijn auto weer terugvond nadat hij een foto online zette.” Maar zo’n burgeractie kan aardig uit de hand lopen. In Nijmegen ontstond een klopjacht toen duizenden Twitteraars de naam en het adres deelden van een man die zijn hond zou hebben verdronken.

Ponypletten

Nadat een filmpje op het net was geplaatst waarop was te zien was hoe een extreem dikke vrouw een pony onder haar gewicht liet bezwijken, moest de familie van de ’ponypletter’ onderduiken vanwege bedreigingen. En in Eindhoven werd een jongen ten onrechte aangezien voor een van de daders van de ernstige mishandeling in die stad in januari van dit jaar.

Smilda: „We hebben in Nederland afgesproken dat de politie de opsporing doet, het Openbaar Ministerie de vervolging en de rechter de strafoplegging. Burgers die zelf overgaan tot vervolging, dat kan echt niet. Dan krijg je de terugkeer van de schandpaal.”

Volkswoede

De rechter kan zelfs beslissen dat de verdachte al genoeg is gestraft door de (sociale) media. De politie kan weinig anders dan de volkswoede proberen te kanaliseren. „Je moet mensen erop wijzen dat ze zelf ook strafbaar zijn als ze overgaan tot eigenrichting.”

Juist mensen met een groot empathisch vermogen, mensen dus die goed in staat zijn zich in iemand anders in te leven, kunnen zich soms niet bedwingen zelf actie te ondernemen, zegt mediapsycholoog Coster. „En het zijn vaak mensen die de middelen en tijd hebben om iets te doen.”

Hoe meer ogen, des te sneller we iemand (terug)vinden, is het idee. Of het echt helpt, is onbekend. De meest bekende vermissingszaak waar sociale media een grote rol speelden, is die van de broertjes Ruben en Julian uit Zeist. Alle burgerzoektochten ten spijt werden hun lichamen uiteindelijk bij toeval gevonden.

De een voelt zich sterker emotioneel verbonden met een opsporingszaak dan de ander en dat bepaalt of iets wel of niet gedeeld wordt. Coster: „Je kan je bericht opstellen als ’help, mijn dochter is vermist’, of je geeft het verhaal emotie door iets over haar te vertellen of er een filmpje bij te doen. Dan verhoog je de kans dat je bericht gedeeld wordt. Daarbij moet je wel rekening houden met wat schadelijk kan zijn als iemand wordt teruggevonden.” De vermiste persoon is voor altijd op internet terug te vinden, inclusief eventuele details over bijvoorbeeld drugsgebruik of iemands labiele toestand.

Sneeuwbal

De melding van vermissing is intussen als een sneeuwbal die maar blijft doorrollen, ook al meld je op gegeven moment dat iemand weer gevonden is. Uit cijfers van Coosto blijkt dat die ’weer terecht’-berichten minder mensen bereiken dan die over de vermissing zelf.

Je moet je bovendien afvragen of de gemelde verdwijning waar is of niet. Er zijn voorbeelden dat mensen ten onrechte als vermist werden opgegeven, zoals van een meisje uit Winschoten, van wie de vermissing 4.000 keer werd gedeeld. Van haar werden zelfs posters opgehangen. „Ikzelf kijk altijd of de melding van officiële instanties komt, of van iemand die ik ken”, vertelt Johannink van veiligheidsbureau VDMMP.

Hetzelfde geldt voor de reacties die je krijgt. Zijn die wel waar? Valse tips kunnen de zoektocht een heel verkeerde kant opsturen. Het kunnen ook vervelende reacties zijn. Huizenga van zoekjemee.nl: „Als het gerucht gaat dat je dochter is meegegaan met een loverboy, krijgen ouders soms te horen dat ze maar beter hadden moeten opletten op die hoer van ze. Daar ben je niet op voorbereid.”

Massale betrokkenheid

De massale betrokkenheid bij de vermissing van de broertjes Ruben en Julian uit Zeist toont aan dat onder burgers behoefte is om mee te denken bij zulke zaken. De website Zoekjemee.nl is een van de burgerinitiatieven die daarop inspringt. „Toen Ruben en Julian gevonden waren, hadden we 12.000 volgers op Twitter. We wisten niet wat we ermee moesten, tot een meisje vroeg of we haar wilden helpen haar vader te vinden”, vertelt oprichter Hans Huizenga.

Inmiddels hebben ze al ruim twintig ‘dossiers’ afgesloten. Alleen vermissingen waarvan aangifte is gedaan, worden behandeld. „Je hebt inderdaad pubers die weglopen, maar die zijn vaak snel weer terug. Zo was er onlangs veel onrust op Twitter over twee meisjes uit Westervoort. We hebben de politie daarover gesproken. Die vroeg ons of we ons er even niet mee wilden bemoeien, omdat ze er waarschijnlijk gewoon samen van tussen waren gegaan. Na een paar uur werden ze inderdaad gevonden.”

In het reformatorisch dagblad stond onlangs ook nog een artikel naar aanleiding van een vermissingszaak:

Vermiste Neder­landers opsporen. Met hulp van internetters. Het is de passie van Hans Huizenga (44), coördinator van de stichting ZoekJeMee.

Opgetogen is Huizenga over het nieuws dat de 13-jarige Lisa Tuk uit Spijkenisse gisteren is gevonden (zie ”Arrestatie na opduiken meisje”). Dat laat onverlet dat Huizenga twijfels heeft over de pogingen van burgers om het meisje op te sporen met behulp van internetters. „Op Facebook werd veelvuldig geopperd dat het meisje mogelijk in handen was van een loverboy. Terwijl dat zeer de vraag is.”

Als mensen via bijvoorbeeld Facebook alarm slaan over de vermissing van een geliefde, doen ze er wijs aan hun woorden te wegen, zegt Huizenga. „Natuurlijk kan het heel nuttig zijn om mensen via internet snel te informeren over een vermissing, maar bedenk wel dat je met vermelding van naam en plaatsing van een foto iemands privacy schendt. Als achterblijvers bijvoorbeeld schrijven dat hun tienerdochter in handen is van een loverboy, kan zo’n meisje daar veel schade van ondervinden. Ooit hoorde ik een moeder van zo’n meisje zeggen: „Mijn dochter wordt uitgemaakt voor hoer.””

Foto

Sinds 2013 speurt Huizenga, samen met een vijftal andere vrijwilligers, via sociale media naar vermisten. Daartoe is de stichting ZoekJeMee opgericht. Aanleiding was de verdwijning van de broertjes Ruben (9) en Julian (7) uit Zeist. Ze zijn omgebracht door hun vader, die ook de hand aan zichzelf sloeg.

ZoekJeMee krijgt jaarlijks zo’n 150 verzoeken van achterblijvers om een vermissing onder de aandacht te brengen. Altijd wordt in ieder geval een foto van de vermiste op sociale media geplaatst. In de hoop dat mensen de vermiste ergens zien opduiken, vertelt Huizenga, voormalig winkelier en nu werkzoekend. „Je ziet vaak dat het net rond een vermiste zich sluit. Onlangs was er een jongen vermist. Via onder meer Facebook riepen we mensen op alert te zijn. Iemand zag hem zitten in een bushokje in een Fries dorpje.”

Stichting ZoekJeMee werkt samen met de politie, benadrukt Huizenga. „We adviseren mensen die zich bij ons melden altijd aangifte te doen. We overleggen geregeld met het Landelijk Bureau Vermiste Personen van de politie. Als de politie een vermissing op politie.nl plaatst, zetten wij die ook op onze sociale media.”

Patiënt

Soms zitten politie en ZoekJeMee niet op één lijn, beaamt hij. „Zo wilde een meisje graag contact met haar vermiste vader, een psychiatrisch patiënt. De politie had telefonisch contact met de vader. Hij vertelde te willen zwerven. De politie vond dat hij daar het recht toe had en stopte de zoektocht. Maar wij bleven speuren. Met resultaat. De dochter vond haar vader op een terras. Hij stemde ermee in dat hij weer werd opgenomen.”

ZoekJeMee moet alert zijn op kwaadwillenden, geeft de coördinator aan. „Er meldde zich bij ons een man die op zoek was naar zijn vrouw. Toen bleek dat hij geen aangifte zou doen, kregen we argwaan. Van de politie hoorden we dat de vrouw was ondergedoken in een blijf-van-mijn-lijfhuis. Dan gaan wij haar gegevens niet verspreiden.”

Lastig zijn zaken waarbij ouders strijden om een kind. „Als bijvoorbeeld een moeder na een scheiding een kind ten onrechte weghoudt bij de vader, is er sprake van onttrekking aan het ouderlijk gezag. Als wij voor de vader het kind proberen op te sporen, krijgen onze vrijwilligers door de tegenpartij van alles naar hun hoofd geslingerd.”

Geregeld heeft Huizenga contact met achterblijvers. „Ze zijn dankbaar dat wij een luisterend oor bieden.” In een enkel geval is hij erbij als een vermiste wordt gevonden. „Zo wist ons team via WhattsApp contact te leggen met een meisje dat in handen was van een loverboy. Toen ze ons haar verblijfplaats gaf in Amsterdam lichtten we de politie in en zijn we er met vijf mensen naar toegereden. Op een afstandje zagen we hoe een arrestatieteam de deur intrapte en het meisje bevrijdde.”

Arrestatie na opduiken meisje

Een 41-jarige man uit Koudekerk aan den Rijn is opgepakt omdat hij mogelijk iets te maken heeft met de dagenlange vermissing van de 13-jarige Lisa Tuk. Agenten vonden haar gisterochtend in Koudekerk aan den Rijn. Het meisje zat in een bus richting Rotterdam. Ze zou in goede gezondheid verkeren. De politie zou haar hebben getraceerd met behulp van telefoon­gegevens.

Lisa Tuk was sinds donderdag vermist, nadat ze was weg­gelopen vanaf een bungalowpark in het Veluwse Nieuw-Milligen (in de buurt van Apeldoorn). Via sociale media werd aandacht voor de zaak gevraagd.

Volgens haar vader had een onbekende jongen of man zijn dochter benaderd via Facebook. Het AD meldde dat Lisa Tuk haar internetgeschiedenis voor haar vertrek heeft gewist.

Bron: Zoekjemee.nl, regionaal kranten artikel, Reformatorisch dagblad

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *