De VN-organisatie Global Pulse, vrij vertaald de ‘polsslag van de wereld’, is opgericht na de wereldwijde economische crisis, op verzoek?van Ban Ki-moon (VN-secretaris-generaal). Deze organisatie laat zien dat Big Data enorme kansen biedt om wereldwijd oplossingen aan te reiken. Via analyse van sociale media en van radiogesprekken is deze organisatie sneller in staat om op epidemie?n te reageren, voedselschaarste op te sporen of sneller te weten waar de grootste problemen in Nepal zijn. Robert Kirkpatrick is de directeur van Global Pulse, dat pas sinds?2010 bestaat.

Uit alle uithoeken van de wereld kreeg de VN-secretaris-generaal de vraag wat er elders leefde, of?welk regime?als volgende zou vallen. Naast het hoofdkantoor in New York zijn er ook laboratoria in Jakarta (Indonesi?) en Kampala (Oeganda). In deze laboratoria worden gegevens van digitale gebruikers verwerkt, met het doel die informatie te gebruiken bij wereldwijde ontwikkelingsvraagstukken. Global Pulse werkt samen met priv?bedrijven en universiteiten om informatie te verwerken die via Facebook en Twitter, en via telefoon- en sms-verkeer wordt verspreid. Er wordt alleen gewerkt met gegevens die gebruikers publiek beschikbaar stellen, hun namen worden niet gebruikt. Tevens geeft het sms-verkeer een beeld van het aantal inwoners van een regio.

Als aanvulling op?offici?le data worden deze nieuwe digitale rooksignalen opgevangen, waarmee landen en ontwikkelingsorganisaties aan de slag kunnen gaan. Het laboratorium van Global Pulse heeft al vele vernieuwende projecten rond big data uitgewerkt, in samenwerking met andere VN-organisaties, regeringen en universiteiten. Zo heeft Global Pulse samen met UNAids in Brazili? via sociale media onderzocht in welke mate er een stigma rust op hiv en aids. In Oeganda was het VN-Bevolkingsfonds een partner om de houding van jongeren tegenover anticonceptie en tienerzwangerschappen te onderzoeken. Behalve sociale media is daarbij ook een gratis sms-systeem (‘U-report’, een project van Unicef dat in Oeganda veel succes kent) gebruikt. Uit de verzamelde gegevens blijkt dat Oegandese jongeren erg vaak praten over condooms, het veel minder vaak hebben over geheelonthouding of de pil, en dat sterilisatie van de man al helemaal bitter weinig gespreksstof oplevert.

In gebieden waar sociale media of mobiele telefoons te weinig worden gebruikt, kunnen radiogolven de digitale kloof dichten. Daarom peilt het laboratorium in Kampala via de radio naar wat er onder de bevolking echt leeft. Als je bedenkt dat Afrikanen voortdurend naar radioprogramma’s bellen om hun mening te geven, en Oeganda alleen al 216 FM-radiostations telt, die vanuit 299 radiomasten uitzenden, dan kan dat een schat aan informatie opleveren. Er hoeft overigens niet naar al die uren radio te worden geluisterd om relevante informatie te detecteren. Via spraaktechnologie en vertaalprogramma’s is er een programma ontwikkeld dat gesproken taal omzet in geschreven tekst. Het computerprogramma kan nu al het gesproken woord herkennen, in het Engels en in de lokale talen. Daarnaast wordt net als elders via Twitter en Facebook geanalyseerd welke thema’s prominent opduiken. Zo kunnen terugkerende thema’s een indruk geven van wat er onder (een deel van) de bevolking leeft.

Jaarverslag 2014

Bronnen:?The New york Times, www.scidev.net, Deccan Herald, De Standaard,

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *