Tagarchief: facebook

?Facebookvrienden worden met de verdachte.? Over online undercover operaties op internet

In het?themanummer?van Justiti?le Verkenningen over ?De digitalisering van georganiseerde misdaad? is een artikel van Jan-Jaap Oerlemans over online undercover operaties verschenen. In het?artikel?(.pdf) legt hij uit wat?online?undercover operaties zo uniek en aantrekkelijk maken voor de opsporing en welke regels gelden voor de politi?le undercover bevoegdheden.

In het kader van zijn proefschrift (?Investigating Cybercrime?) heeft hij zich al eerder met het onderwerp bezig gehouden. Door recente jurisprudentie over de?accountovername en de?breed uitgelichte online undercover operatie over de darknet market ?Hansa??vond hij het tijd hier nog een artikel over te schrijven. Het artikel is een uitvloeisel van een paper die hij had geschreven voor het NVC-congres van afgelopen zomer.

Wat online undercover operaties zo aantrekkelijk maakt voor de opsporing

In cybercrimezaken kunnen online undercoveroperaties een effectief opsporingsmiddel zijn om bewijs te verzamelen met een online handle als digitaal spoor, zoals een nickname, e-mailadres of profiel op sociale media. Onder de omstandigheid dat verdachten consistent gebruik maken van anonimiseringstechnieken die het IP-adres verhullen van het netwerk waar zij gebruik van maken, is de toepassing van online undercover opsporingsmethoden ??n van de weinige middelen om bewijs te verzamelen in opsporingsonderzoeken met betrekking tot cybercriminaliteit.

Een bijkomende voordeel van de?online?toepassing van undercover opsporingsbevoegdheden, is dat opsporingsambtenaren net zo anoniem kunnen communiceren als de betrokken van het opsporingsonderzoek, zonder (direct) lijflijk risico en zonder de bureaustoel te hoeven verlaten met een wereldwijd bereik van de opsporingsmethode. Bij een accountovername kunnen opsporingsambtenaren zelfs door de bril van een crimineel of een persoon met toegang tot besloten omgevingen meekijken en bewijs verzamelen voor een opsporingsonderzoek. In reguliere opsporingsonderzoeken (geen cybercrime) waarbij verdachten online actief zijn, biedt de toepassing van online undercoverbevoegdheden additionele mogelijkheden ten opzichte van de bevoegdheden die in de fysieke wereld kunnen worden toegepast.

?BOB? gaat digitaal

Dezelfde regels gelden voor de toepassing van undercover bevoegdheden als 20 jaar geleden, zoals die in de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden (Wet BOB) zijn geformuleerd. Toch is de context waarbinnen de bevoegdheden worden toegepast stevig verandert. Dat levert de vraag op of de huidige regeling nieuwe toepassingen nog ?dekt?. In verband met het legaliteitsbeginsel staat namelijk in de wet welke indringende opsporingsmethoden opsporingsinstanties mogen gebruiken. Door de techniekonafhankelijke formulering van de bevoegdheden zijn de BOB-bevoegdheden prima toepasbaar in een online context. Mijn artikel laat zien aan welke toepassingen je in de hedendaagse gedigitaliseerde wereld moet denken.

Jurisdictie

Het wereldwijde bereik van online undercover opsporingsmethoden levert echter wel een flink jurisdictievraagstuk op. In het artikel ga ik daar kort op in. Daarbij herhaal ik het standpunt dat ik in mijn dissertatie heb ingenomen, namelijk dat unilaterale online opsporing onder dekmantel onder omstandigheden moet worden toegestaan. Daarbij denk ik in het bijzonder aan de situatie dat verdachten anonimiseringsmaatregelen nemen en de fysieke locatie van de verdachte redelijkerwijs niet kan worden vastgesteld. Het artikel sluit ik af met een betoog dat de stormachtige ontwikkeling van cybercriminaliteit en de noodzakelijke inzet van digitale opsporingsbevoegdheden om bewijs te verzamelen staten er toe dwingt om afspraken met elkaar te maken onder welke omstandigheden grensoverschrijdende online undercover operaties zijn toegestaan.

Lees het artikel hier:

[slideshare id=123392438&doc=j-181119091946&type=d]

Bron: OerlemansBlog

Internettrollen vervuilen het web met gevaarlijk gedrag

Op het internet duiken steeds meer spookaccounts op, die nepnieuws verspreiden. Deze internettrollen zijn ook verantwoordelijk voor online haatmisdrijven en kunnen de rechtsorde bedreigen. Hoe kunnen online veiligheid en leefbaarheid gewaarborgd worden in de 21ste eeuw?

– Een artikel van Arnout de Vries geplaatst in Secondant

Sociale media zijn breed beschikbaar en worden door jong en oud en onschuldige maar soms ook kwaadwillende personen gebruikt. We kennen sociale media vooral als een geweldig middel om met elkaar verbonden te raken via chat en door (vakantie)foto?s te delen. Toch kan je niet alleen je hart luchten met andere gebruikers, maar ook mensen isoleren, van anderen vervreemden en vernederen. Dit varieert van kleine pesterijen tot regelrechte oorlogsvoering. Want kinderen?gamen online, maar in dezelfde spelletjes zitten vaak ook neonazi?s, zoals in het online oorlogsspel Clash of Clans. Soms zitten zij in eenzelfde chatsessie met jonge, zeer be?nvloedbare kinderen. Toezicht op de online normoverschrijdingen is beperkt, of afwezig.

Het zogeheten trollen als vorm van normoverschrijdend gedrag online neemt toe. Trollen kan beginnen met pesten, maar verergeren tot intimideren en stalken. Het kan slachtoffers zelfs tot zelfmoord drijven. Als dit online gedrag de veiligheid en leefbaarheid schaadt, komt het als verschijnsel in beeld bij de overheid.

Veiligheidsconferentie

In mei dit jaar werd in Londen een internationale veiligheidsconferentie gehouden over ?trolling?. Onderzoekers en specialisten uit bedrijfsleven en overheden vanuit meer dan 15 Europese landen kwamen bijeen om de kansen voor een vernieuwde aanpak te bespreken. Ook de bedreigingen van deze ontwikkelingen kwamen aan bod. Al deze partijen uit de veiligheidssector hebben als doel om het internet veiliger en leefbaarder te maken.*

De techniek heeft zich in de afgelopen jaren zodanig ontwikkeld dat internet een vanzelfsprekendheid is voor veel mensen. Echter, ook anonimiteit door encryptietechnieken en het gebruik van kunstmatige intelligentie worden steeds normaler. De internetgedragscodes veranderen sinds het ontstaan ervan mee, maar: Wat is acceptabel en wat niet? Wat staan we met moderne technologie toe en wat niet? Nieuwe ontwikkelingen bieden nieuwe kansen, maar vormen ook nieuwe bedreigingen. Op het wereldwijde web zijn de meningen verdeeld over hoe ver vrijheid van meningsuiting mag gaan en elk socialemediaplatform hanteert hierbij zijn eigen huisregels. Socialemediaplatforms dulden bijvoorbeeld alleen echte mensen en toch duiken steeds meer valse en machinegestuurde accounts op om te trollen.

Dilemma?s in moeizame aanpak trollen

De conferentie focuste op preventie en interventies in handhaving en vervolging met aandacht voor sociale en technologische innovaties.?Best practices?werden gedeeld, zoals die van John Donovan, werkzaam bij?The Online Hate Crime Hub?van de Metropolitan Police. Sinds 2017 pakken de speciaal getrainde politieagenten online misstanden aan. De Hub onderzoekt meldingen van online haatmisdrijven, waaronder racisme en discriminatie gericht op beperking, religie, of geaardheid en acteren hierop, voor zover mogelijk. Donovan benoemde diverse juridische obstakels bij het trollen, zoals onduidelijke wettelijke kaders die de vervolging van trollen bemoeilijken. Ondersteuning van het slachtoffer staat dan wel centraal bij de Hub, maar als slachtoffers niet willen meewerken aan verdere actie blijven trollen vaak anoniem en ongestraft. Daarmee gaat dan weer geen afschrikkende werking uit tegen herhaling.

Normloosheid van gamingplatforms

Gamingplatforms werden expliciet uitgelicht, omdat het normoverschrijdende gedrag hierin n?g prominenter lijkt. Cybercriminoloog Thomas-Gabriel R?diger vergeleek online games met een fysieke speeltuin: rond de spelende kinderen zien we borden met simpele gedragsregels en ouders die vanaf een bankje wat toezicht houden. Online houdt niemand zo toezicht. Via online??speeltuinen??zoals Minecraft, Roblox en MovieStarPlanet worden steeds meer kinderen het slachtoffer van?grooming, terwijl ouders denken dat ze een onschuldig spelletje spelen.

Online zijn gedragsregels op zijn minst anders te noemen, maar eigenlijk vaak afwezig. Wat vinden we van deze normloosheid? R?diger liet zien hoeveel online groepen met nazinamen in de game Clash of Clans te vinden zijn, hoe die gesprekken verlopen en ook met welk gebrek aan online normen het spel soms gespeeld wordt. Naast dit spel zijn er vele games waarin gecommuniceerd wordt, via tekst, maar ook via spraak, zoals bijvoorbeeld het populaire schietspel Fortnite: 100 spelers strijden tot de laatste overblijft. Een spel waarin de norm lijkt dat online alles geoorloofd is om maar die laatste te zijn.

Sterkte-zwakteanalyse

De conferentie resulteerde op grond van de vele voorbeelden in een sterkte-zwakteanalyse, waarbij kansen en bedreigingen werden benoemd voor een effectievere aanpak voor veiligheidspartijen die trollen willen aanpakken: *

Figuur 1> SWOT-analyse van aanpak trollen door veiligheidsdiensten

Trollen bedreigen de rechtsorde

Trollen vindt niet alleen plaats op individueel niveau. Uit?onderzoek?van?NRC?bleek dat Russische internettrollen op Twitter probeerden anti-islamsentimenten in Nederland aan te wakkeren. Dit gebeurde vanuit een??trollenfabriek? in Sint-Petersburg, het beruchte Internet Research Agency (IRA). Dat beheerde zeker 3841 trol-accounts. Sommige tweets zijn door de nepaccounts verstuurd op de dag van de aanslagen in Brussel, 22 maart 2016, andere ten tijde van de Nederlandse verkiezingen.

Volgens Facebook is 2 tot 3 procent van hun accounts vals, maar experts schatten dat het eerder 10 procent is. Ook Twitter heeft last van miljoenen spookaccounts. Bij de grote zomerschoonmaak verwijderde Twitter?70 miljoen nepaccounts. Facebook blokkeerde zelfs?1.3 miljard accounts.

Internettechnologie

Twitter-directeur Jack Dorsey beklaagde zich er onlangs over hoe fictieve accounts zijn berichtendienst misbruiken. Hij wil weer een gezond debat met echte mensen, maar heeft geen idee hoe de klok terug te draaien. Internettechnologie ontwikkelt zich intussen verder. Volgens sommige trendwatchers is 2018 het jaar van de??social bot??(online robotaccounts die communiceren). Veel omarmen dat in hun klantgerichte dienstverlening. Nu al kan een computer kunstmatig aangemaakte portretfoto?s genereren en voorzien van namen. Accounts aangedreven door kunstmatige intelligentie worden dan een?chatbot. Je kunt nu al een bot maken die praat als president Trump en nieuwe ?Trump-uitspraken? doet op basis van oude uitspraken.

Onder kinderen zijn social bots enorm populair. Opeens kunnen ze chatten met Minions, die precies praten zoals in de film. Minion-bots bieden ook producten aan: ?Heb je al aan papa en mama verteld dat een nieuwe Minion-film uitkomt?? Chinese kinderen vertrouwen hun diepste geheimen toe aan dit soort?bots, terwijl kinderen vaak erg be?nvloedbaar zijn. Papa en mama weten ondertussen niet welke informatie hun kinderen delen en welke informatie gedeeld wordt.

Nederlandse trollen hadden in 2012 al een aantal keren flinke impact. Een jongen twitterde bijvoorbeeld tijdens Project X dat een meisje was overleden. Hij deed dit voor de lol en noemde zich ?hoax creator?, maar dat wisten hulpdiensten, media en maatschappij niet, met alle gevolgen van dien. De jongen werd niet vervolgd, omdat wat hij deed dan wel niet ethisch, maar ook niet ?zomaar? strafbaar was.

Offline en online maatschappij

We stevenen af op een kantelpunt waarin het onderscheid tussen echt of nep steeds lastiger wordt. De jeugd praat graag online met Justin Bieber, ook al weten ze ergens wel dat hij niet echt is. Vele partijen spelen, goed en kwaad, in op deze ontwikkelingen. Alleen met bewustzijn en verantwoordelijkheid, ook onder technologieaanbieders en overheden, kunnen online leefbaarheid en veiligheid in de 21ste eeuw geborgd worden. Samenwerking, juist internationaal, moet hierom volwassener worden. Passende wet- en regelgeving moet die samenwerking ondersteunen.

Door gebrekkige kennis van sociale media en gamen wordt de kloof tussen de offline en online maatschappij alleen maar verder vergroot, zolang hier niks mee gedaan wordt. Die kloof kan kleiner worden door relaties te versterken tussen specifieke groepen en veiligheidsinstanties. Wat staan we toe en waar ligt de grens? Er bestaan al genoeg voorbeelden van bedreigingen die de leefbaarheid verminderen en die de grens al ver gepasseerd zijn. Gelukkig bestaan ook genoeg kansen. Als we deze samen aangrijpen hoeft het niet van kwaad tot nog erger te gaan. <<

Europees project

Het onderzoeksproject MEDI@4SEC brengt de kansen en bedreigingen in kaart die nieuwe communicatietechnologie?n teweegbrengen voor de veiligheid en veiligheidsinstanties. Dit artikel is het derde van een serie artikelen over specifieke thema’s binnen dit onderwerp als: Do It Yourself (DIY) Policing; Rellen en massabijeenkomsten; Dagelijks politiewerk; Dark Web; Trolling en; Innovatieve marktoplossingen. Lees ook het inleidende artikel in Secondant over de kansen van nieuwe communicatietechnieken voor justitie en politie.

Meer informatie over MEDI@4SEC is te vinden op de projectwebsite. Hier zijn ook de volledige onderzoeksrapporten te downloaden zodra deze openbaar zijn.

Bron: Secondant

Onderzoek: Buurtpreventie-apps geven burgers veilig gevoel

Het gebruik van buurtpreventie-apps bezorgt de burgers een veiliger gevoel. Het idee dat digitale buurtpreventie burgers juist bang maakt, is onjuist. Dat blijkt uit een onderzoek van Avans Hogeschool dat vandaag gepresenteerd wordt.

In opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid deed het lectoraat Digitalisering en Veiligheid onderzoek naar de effecten van digitale buurtpreventie. Aangespoord door de politie en gemeentebesturen sluiten steeds meer Nederlanders zich aan bij groepjes die elkaar via smartphones wijzen op verdachte situaties in hun buurt. Zo zijn er al meer dan 650.000 Nederlanders aangesloten bij Whatsapp Buurtpreventie. Onderzoek van de Universiteit Tilburg wees in 2016 uit dat in Tilburgse buurten waar zulke whatsappgroepen actief waren, het aantal inbraken was gehalveerd.

Whatsapp?

Avans-lector Ben Kokkeler ziet de whatsapp-groepen niet als beste platform voor digitale buurtpreventie. ,,Een app als veiligebuurt.nl is veel doelgerichter dan whatsapp. Daar zetten mensen ook hele andere zaken op, die niks met veiligheid te maken hebben. Aan veiligebuurt.nl kun je, anders dan bij whatsapp, ook anoniem meedoen. Het onderzoek laat zien dat de bereidheid om verdachte zaken uit je eigen buurt te melden dan groter is.” De buurtpreventie-app veiligebuurt.nl werd in 2015 in Den Bosch opgericht en kent nu 200.000 deelnemers. In diverse plaatsen werkt de politie al aan deze app mee.

Kokkeler wijst er ook op dat whatsapp een Amerikaanse eigenaar heeft: Facebook. ,,En sinds een jaar weten we hoe makkelijk die gehackt kan worden. We denken dat het voor de politie beter is om samenwerking te zoeken met? Nederlandse apps. Daar denken ze overigens ook al volop over na.”

Houvast

De politie communiceert ook op andere digitale kanalen met de burger, bijvoorbeeld op Facebook, Instagram en Twitter. Verstandig, vindt Kokkeler: ,,Ze zetten zo veel mogelijk instrumenten in, over een paar jaar zullen de vier of vijf beste overblijven. De digitale samenwerking tussen burgers en politie staat nog maar in de kinderschoenen, het wordt alleen maar meer. Uit ons onderzoek blijkt ook dat de buurtpreventie-apps mensen houvast bieden, ze weten wanneer ze de politie moeten bellen en wanneer niet. Al blijft het wel van belang dat de politie erin slaagt om een vervolg te geven aan de tips die ze krijgt.”

Literatuuronderzoek, expertinterviews en de eigen expertise binnen het lectoraat vormen de basis van het evaluatiemodel. Aan de hand van dit model is?veldonderzoek gedaan?naar Whatsapp-groepen en het gebruik van Veiligebuurt.nl. Lees het onderzoeksrapport hier, of download het:

[slideshare id=117092932&doc=onderzoeksrapportavans-denvdigitalebuurtpreventie-180928125443&type=d]

Het advies over digitale buurtpreventie dat het lectoraat Digitalisering en Veiligheid doet aan het ministerie is een bouwsteen van een meerjarig project over inbraakvrije wijken. In dit project organiseren verschillende gemeenten en de politie diverse pilots. Dit doen zij in opdracht van het ministerie en onder regie van het Dutch Institute for Technology, Safety & Security.

Het lectoraat treedt hierin op als kennispartner, samen met de Jheronimus Academy of Data Science.

Bronnen: BD, Avans

Onderzoek: Social media gebruik onder politiezones Belgi

Op 25 september is er een inspiratiedag voor de politie over het inzetten op sociale media, georganiseerd door socialemediaburo.be en CPL Belgium. Sprekers zijn onder andere Ron De Milde (directeur nieuwe media politie Nederland), procureur des Konings Dominique Reyniers en federaal minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Jan Jambon. In de aanloop van deze dag hebben de organisatoren?een? onderzoek gehouden?naar het gebruik van sociale media bij politiezones, waarvan hieronder een verslag.

Inspiratiedag 25 september

Sociale media zijn uitermate geschikte kanalen om in te zetten voor politiewerk. Niet alleen voor corporate communicatie, maar ook om de dienstverlening uit te bouwen (webcare) en de dialoog aan te gaan op het online dorpsplein. Bovendien bieden sociale media ook heel wat kansen voor de vijf pijlers van de gemeenschapsgerichte politiezorg. Door te monitoren wat reilt en zeilt op dat online dorpsplein, vangt u ook signalen op en weet u wat er leeft. Net?als patrouilleren op de wekelijkse markt. Door sociale media tenslotte, kunnen ploegen aangestuurd worden in de meldkamer. Evenementen worden gemonitord op sociale media, zodat u als organisatie aanwezig en bereikbaar bent vanuit de broekzak.

De inspiratiedag focust op de mogelijkheden van sociale media voor bestuurlijke politie en openbare orde (en niet voor gerechtelijke politie en recherche). Net als de sociale mediaplatformen, trekt de organisatie daar de grens. Ze zoeken de grijze zone op en laten experts hier ook over reflecteren.

Door als politiezone zeer laagdrempelig aanwezig te zijn op sociale media en daar ook open en transparant in interactie te gaan met de bevolking ?n verantwoording af te leggen, kan dit tot meer respect voor politiewerk leiden.

1. Facebook wordt het populairste kanaal

Bij politiezones is Facebook met grote voorsprong het populairste platform. Zo heeft 80% van de Vlaamse politiezones een corporate Facebook-account. Wanneer we naar Twitter kijken is dit 68% en met 21% zien we dat veel politiezones Instagram nog aan het ontdekken zijn, of nog moeten ontdekken.
Voor het eerst is Facebook het populairste kanaal, vorig jaar was dit nog Twitter (met 68% versus Facebook toen 64%).

2. Nog te weinig interactie?

We merken dat politiezones sociale media nog altijd te veel inzetten als ?pushkanaal? om vooral berichten te sturen naar hun doelgroep. Slechts 37% van de politiezones gaan ook effectief de interactie aan op Facebook en 29% op Twitter. We zien wel dat er op Facebook een stijging is in het aantal interacties en conversaties als we vergelijken met 2017 (terwijl dit op Twitter vermindert).

3. Drempels

13% van de politiezones geeft aan geen drempels te hebben om actiever in te zetten op sociale media. Ervaren de zones wel drempels, dan staat een ?gebrek aan capaciteit? op de eerste plaats met bijna 59%. Een andere veel voorkomende drempel is ?tijdsgebrek? (57%). Bijna 20% geeft aan dat het algemeen kennisniveau over sociale media in de organisatie te laag is.? Gebrek aan visie wordt niet als een drempel ervaren, terwijl net visie nodig is om stappen vooruit te kunnen zetten.

Met wat scoort de politie op sociale media?

Posts over dieren scoren over het algemeen heel goed op sociale media bij de politie. Van een verloren gelopen hond, dieren in de auto tot een zeehondje op het strand. Ook deze inhaker op Werelddierendag met een politiehond deed het bijzonder goed. Andere goed scorende posts gaan over nieuw materiaal zoals voertuigen of verkeerscontroles, zoals een flitsmarathon.

Hoe goed scoort elke politiezone op sociale media?

Ontdek het zelf op?deze interactieve kaart.

Het volledig rapport?van het kwantitatief onderzoek?vind je hier?als download of lees het hieronder online:

[slideshare id=116301516&doc=onderzoekgebruiksocialemediabijpolitiezones2018-180924153204&type=d]

Bronnen: VanDenBroele Uitgeverij, Sociale Media Buro

Nederlandse politie schiet burgers te hulp met chatbot Wout

De Nederlandse politie ontwikkelt een digitale robot die meldingen aanneemt en de meldkamer alarmeert. De chatmachine zorgt voor betere bereikbaarheid en tijdswinst.

We bespraken al eerder chatbots die in politie- en justitiecontext gebruikt worden, zoals de 911 chatbot uit de VS, DoNotPay voor rechtshulpverzoeken, Sweetie at wordt toegepast bij online grooming, of hoe social bots door statelijke actoren en criminele netwerken worden ingezet. Ook de Nederlandse politie experimenteert nu met mogelijkheden om Artifici?le Intelligentie (AI) in te zetten in de interactie met burgers, bijvoorbeeld voor het opnemen van aangiftes. Chatbots, dwz interactie met technologie op basis van natuurlijke taal (tekst of spraak), wordt steeds toegankelijker en potentieel zeer belangrijk (William Hill, J., Ford, W. R., & Farreras, I. G. (2015). Alle grote techbedrijven investeren fors in chatbots als platformen voor interactie en dienstverlening.

Communicatie met AI is steeds normaler geworden, niet in de laatste plaats omdat mensen in zijn algemeenheid op een andere manier communiceren (Dale, 2016). Miljoenen Nederlanders gebruiken bijvoorbeeld Whatsapp om met elkaar te communiceren waardoor de acceptatie van korte, getypte, interacties is toegenomen.

De robot, die wordt ontwikkeld door het programma dienstverlening in Oost Nederland, volgt op de start met een?webcareteam?in mei dit jaar bij diezelfde eenheid. ?In eerste instantie is het de bedoeling dat de meest voorkomende meldingen, zoals over geluidsoverlast, via de chatbot kunnen worden doorgegeven?, legt programmamanager Bert Visser van de politie uit aan?De Gelderlander. ?Op die manier zijn we voor burgers veel beter bereikbaar. Niet alleen omdat er aan de telefoon soms wachttijden zijn, maar ook omdat er een extra kanaal is waarop contact kan worden gelegd.?

Image result for 911 chatbot

Gespreksbomen
Een chatgesprek beginnen kan in eerste instantie alleen via Facebook Messenger, waarna Wout de informatie over de problematiek en de locatie opslaat en doorstuurt naar een meldkamer. Vanuit daar worden de dichtstbijzijnde agenten op straat naar de meldlocatie gestuurd. Op termijn moet het mogelijk zijn om via allerlei verschillende media, zoals ook WhatsApp, contact te leggen met de politiebot.

In de eerste week van augustus zijn de eerste testsessies met echte meldingen gehouden. ?We hebben mensen die de politie belden of via social media contact legden, gevraagd of ze hun melding via de robot wilden doorgeven. Het ging in de meeste gevallen om geluidsoverlast of burenoverlast. De ervaringen waren heel positief?, aldus Visser. Achter de chatbot zitten veel verschillende ?gespreksbomen?: combinaties van vragen, mogelijke antwoorden en vervolgvragen die samen het gesprek vormen. Deze gespreksbomen worden door de politie ontwikkeld en moeten alle informatie opleveren om een juiste inschatting te maken over de prioriteit van de melding te kunnen maken.

Privacy belangrijk

De politie omschrijft het verwerken van alle privacygevoelige gegevens als een van de belangrijkste zaken waar aan gewerkt moet worden.??Voor we kunnen beginnen moet helemaal duidelijk zijn waar de gegevens opgeslagen worden, voor hoe lang, en wie er allemaal toegang toe heeft. Maar opvallend genoeg kregen we er van melders tijdens de testsessies helemaal geen vragen over.?

Op termijn moet de chatrobot alle binnenkomende meldingen kunnen verwerken.??In de testfase waren er bijvoorbeeld al mensen die aangaven een woninginbraak wel via de chat te willen registreren. Maar we weten natuurlijk ook dat er incidenten zijn waarbij altijd menselijk contact zal worden gezocht?, aldus Visser. ?Is er bijvoorbeeld sprake van een overval of een verkrachting, dan ga je dat niet aan een robot vertellen.?

Kunstmatige intelligentie

De techniek achter politierobot Wout lijkt op het eerste oog eenvoudig. Maar om de techniek helemaal gebruiksklaar te maken moet er veel ontwikkeld worden.

Wie wil dat politieagenten direct een einde komen maken aan bijvoorbeeld geluidsoverlast of drugsoverlast kan binnenkort op Facebook een gesprek beginnen met chatrobot Wout. De ?politiebot? stelt de eerste vraag – ?waarmee kan ik je helpen?? – en daarna begint de conversatie.

Vooralsnog stelt Wout alleen gesloten vragen. ?Maar op termijn is het de bedoeling dat burgers ook open vragen kunnen stellen?, verduidelijkt Visser. ?Daar moet kunstmatige intelligentie bij gaan helpen, want de robot moet zelflerend worden. Daar zit echter nog een heel ontwikkelproces achter.?

De melder heeft in de proefopstelling de keuze uit verschillende opties: ?overlast?, ?diefstal?, ?gevonden/verloren? of ?anders?. Na een klik op de juiste categorie loodst de robot de melder door een aantal korte vragen, waarmee de benodigde informatie wordt ingewonnen: de oorzaak van het probleem, de locatie, en andere praktische zaken. Vervolgens wordt de meldkamer gealarmeerd om agenten naar de melder te laten gaan, of wordt de melder doorverwezen naar een instantie die het probleem kan oplossen.

Nadat het gesprek op Facebook is afgerond krijgt de melder een link naar een beveiligde website waarop staat wat er met de melding gebeurt. ?Dat biedt de melder ook een voordeel. Je hebt niet alleen altijd zicht op de status van je melding, maar kunt ook extra informatie of foto?s toevoegen. En dat helpt ons ook weer, want onze agenten komen beter voorbereid ter plaatse.?

Wat mag wel en niet?

Toch biedt het schakelen tussen verschillende media – in dit geval Facebook en een internetsite van de politie – ook problemen. ?We moeten voor ieder medium onderzoeken en vastleggen wat er met de informatie gebeurt. We zijn natuurlijk zelf gebonden aan de Wet politiegegevens, maar zijn nu ook afhankelijk van wat Facebook met de gesprekken doet. Dat moeten we goed uitzoeken voor we de techniek in de praktijk gaan gebruiken.?

Een uitdaging voor interactie met AI is om de conversatie nog meer natuurlijk te laten verlopen: in plaats van een dialoog als een reeks ?actie-reacties? te beschouwen, zou ook de? context van de dialoog een rol moeten spelen. Door de context in beschouwing te nemen kunnen uitingen van gebruikers beter op hun betekenis worden beoordeeld en zal de acceptatie en kwaliteit van de interactie toenemen.

In zijn algemeenheid blijkt uit onderzoek dat mensen zich niet ongemakkelijk of onzeker voelen in de interactie met een chatbot (William Hill, J., Ford, W. R., & Farreras, I. G. (2015). Ook kunnen ze minder sociaal zijn?in interactie met robots (bijvoorbeeld ongepast of grof taakgebruik) dan met mensen (Mou & Xu, 2017; Shechtman and Horowitz, 2003). De reden dat mensen wat kortere zinnen en minder woorden in interactie met een chatbot gebruiken, is waarschijnlijk omdat zij hun taalgebruik aanpassen aan die van de chatbot, net als bij kinderen of bij mensen die de taal slecht spreken (Hill et al., 2015). Dit zou betekenen dat als de chatbot zich wat natuurlijker zou gedragen de kwaliteit en wellicht acceptatie van de algehele communicatie toe zou nemen.

Ondanks dat er nog veel moet gebeuren om Wout gebruiksklaar te maken, is die inspanning volgens Visser de moeite meer dan waard. ?Informatie is voor de politie het grootste goed. Zonder informatie is opsporen en oplossen voor ons onmogelijk. Daarom moeten we er alles aan doen om informatie zo gemakkelijk mogelijk tot ons te krijgen. En dat betekent dat we daarvoor ook kanalen moeten gaan gebruiken die in de huidige maatschappij populair zijn.?

De politie hoopt robot Wout in het derde kwartaal van 2019 in gebruik te kunnen nemen. De komende tijd zullen verschillende ontwikkelingen en onderzoeken plaatsvinden op dit gebied, waarover we op deze website verslag proberen te blijven doen wanneer mogelijk.

Update januari 2019: Resultaten Proef

85% van de burgers die contact hebben gehad met politie-chatbot Wout, is bereid om opnieuw meldingen te doen via de bot. Driekwart van de respondenten beveelt Wout aan, blijkt uit een evaluatie van de politie Oost-Nederland.

De politie in Hengelo hield eind 2018 een week lang een pilot met de eigen chatbot Wout om meldingen van vuurwerkoverlast te verwerken. De evaluatie leert dat het experiment positief is verlopen. Dankzij de bot nemen burgers vaker contact op met de politie: er is een stijging van 200 meldingen ten opzichte van het jaar ervoor. Respondenten becijferen het contact met Wout gemiddeld met een 7.

Burgerwensen
De survey toont aan dat burgers de snelheid en laagdrempeligheid van het contact prettig vinden. ?Ook al is Wout niet persoonlijk, het is prettig dat je ergens direct terecht kunt?, klinkt het. Tot dusver willen respondenten Wout voornamelijk gebruiken om algemene vragen te stellen (58%). Echter zegt 36 procent van de ondervraagde burgers de bot te willen gebruiken om aangifte te doen.

Bronnen: Tubantia, Customer First.

App: Solomon’s Shield

Helaas is het zo dat je er in de VS niet altijd op kunt vertrouwen dat politieagenten de wet netjes volgen. Solomon’s Shield is een app (iOS) die onlangs is gelanceerd om burgers cameramogelijkheden en rechtsondersteuning te bieden als agenten besluiten hun bodycam niet aan te zetten. Bodycambeelden van de politie worden steeds vaker opgevraagd of door de politie zelf op internet geplaatst bij ongeregeldheden. Toch komt het ook voor dat bodycams niet aangezet worden door agenten, iets wat toch nog steeds in controversi?le situaties voorkomt:

Solomon’s Shield laat je de video live op Facebook streamen, en geeft uitgebreid uitleg over je burgerrechten:

Als u de app toestemming geeft om uw camera en microfoon te gebruiken, en toegang geeft tot uw locatie en contacten, verbindt u de app met uw Facebook-account via een andere app die Village Keepers heet. Van daaruit kan je een ontmoeting met de politie op Facebook live gedeeld worden, evenals een selecte lijst van contacten uit je persoonlijke omgeving die je wilt waarschuwen.

De app bestaat uit twee delen: ‘Encounter’ is bedoeld voor ontmoetingen met de politie en ‘Mijn rechten’ is een gedeelte dat de juridische kant van civiele en strafrechtelijke interacties belicht. “Encounter” bevat een handleiding voor situaties waarin de politie kan optreden, zoals: in de auto, in de woning, in de buurt en met andere burgers. Als u een van deze situaties kiest, dan krijgt u een aantal tips.

Details over hoe je je niet moet verzetten tijdens een arrestatie in het “Encounter” deel van de app.

“Mijn rechten” bevat een overzicht van scenario’s en een lijst van rechten wanneer een ambtenaar van de wet u staande houdt, aankomt bij u thuis of een zoeking wil doen. Er is ook een woordenboek voor dergelijke politie-zoekopdrachten, met bekende Amerikaanse termen ‘probable cause‘ en ‘plain view doctrine‘.

Het ‘Mijn rechten’ deel van de app.Volgens de app-ontwikkelaar’s neef, is de man achter de app een advocaat:

Helaas is informatie niet altijd genoeg om burgers te beschermen tegen de politie. Afro-Amerikanen hebben een kans die 3 keer zo groot is om gedood te worden door politieagenten volgens data die is samengesteld over politiegeweld. Die data geeft aan dat er in 2017 160 afro-amerikanen door politieagenten zijn gedood.

Toch is zelfs een live Facebook-stream niet genoeg om politiegeweld te stoppen in de VS, zoals blijkt uit de casus van Philando Castile.

Toch willen de makers van deze app een beter geinformeerde en veiligere samenleving cre?ren. De app is daarom gratis te downloaden.

Bronnen: Inverse

Opsporingsberichtgeving: Facebook advertenties

De politie wil vaker Facebookadvertenties inzetten om misdrijven op te lossen. Al voor 500 euro blijkt het mogelijk om tienduizenden mensen te bereiken die misschien getuige waren van een overval of moord.

Een landelijke proef met betaalde advertenties op Facebook is een succes, blijkt uit een interne evaluatie van de politie. De advertenties leverden extra tips op, onder meer over de onthoofding van Nabil Amzieb in Amsterdam en over de verblijfplaats van een gezochte crimineel in Den Haag.

Specifieke doelgroep

” Deze informatie kunnen wij gebruiken om de doelgroep samen te stellen die we graag willen bereiken” – Jard Hagoort, projectleider politie

,,Met een Facebookadvertentie kun je een bericht op de tijdlijn van specifieke doelgroepen plaatsen”, zegt Jard Hagoort, projectleider opsporing bij het Programma Sociale Media van de politie. ,,Elke gebruiker deelt veel informatie met Facebook. Deze informatie kunnen wij gebruiken om de doelgroep samen te stellen die we graag willen bereiken.”

Als voorbeeld noemt hij een zoektocht naar getuigen van rellen rond de fictieve voetbalwedstrijd FC Groningen-Vitesse. ,,Een onderzoeksteam kan er dan voor kiezen een Facebookadvertentie te plaatsen onder mannen tussen de 18 en 40 jaar, die ge?nteresseerd zijn in FC Groningen en Vitesse en die onlangs in de buurt van stadion Euroborg in Groningen zijn geweest.”

Vondst van hoofd

Het opsporingsmiddel werd vorig jaar voor het eerst ingezet na de vondst van het hoofd van Nabil Amzieb (23) in Amsterdam. De politie plaatste een getuigenoproep in de tijdlijn van duizenden Facebookgebruikers die zich in de buurt van het hoofd en een uitgebrande auto bevonden.

Uit de evaluatie blijkt dat het niet altijd goed gaat. Zo verzamelde de politie in Den Haag vorig jaar de namen van maar liefst 9.000 Facebookgebruikers uit de omgeving van moordverdachte Robertico Inesia. Een tijdrovende klus. Het bleek echter niet mogelijk om die 9.000 mensen individueel een opsporingsbericht te sturen via Facebook.

De inzet van Facebookadvertising voor opsporingsdoeleinden was toen relatief nieuw. Omdat de verdachte van origine uit Cura?ao komt, krijgen tienduizenden inwoners van dit Caribische eiland ? mannen en vrouwen tussen de 14 en 65 jaar – een?Facebookadvertentie van de politie. De advertentie bestaat uit een opsporingsbericht, zowel in het Nederlands als in het Papiamentu en het Engels. In het bericht staat een link naar aanvullende informatie en het tipformulier op?www.politie.nl. Hetzelfde bericht wordt ook via Instagram onder duizenden eilandbewoners verspreid. Via socialmedia-accounts van de Nederlandse politie en van de politie op de Antilliaanse eilanden St. Maarten, St. Eustasius, Saba, Aruba, Bonaire en Cura?ao wordt het bericht bovendien gedeeld.

De advertising op social media maakt samen met de?beloning van 15.000 euro voor de gouden tip,?flyers?en de plaatsing van Inesia?s opsporingsbericht op?Europe?s Most Wanted?van Europol deel uit van de extra inspanning van OM en politie om deze verdachte aan te houden.

Tips over verblijfplaats

Daarop werden alsnog twee gebiedsgebonden advertenties ? van 500 euro per stuk ? geplaatst, die door ruim 130.000 Facebookgebruikers werden gezien. Uiteindelijk kreeg de politie 18 tips over de verblijfplaats van Inesia. Hij is nog altijd niet gevonden.

Afgelopen maart betaalde de politie 1.000 euro voor een advertentie om Nederlandse IS-strijders in Syri? en Irak te bereiken. Dat bericht werd door ruim 400.000 jongeren in het Midden-Oosten gezien. Een groot gebied in Syri? werd niet bereikt, omdat Facebook daar was geblokkeerd.

De politie zegt terughoudend te willen zijn met het plaatsen van Facebookadvertenties. ,,Zet je het middel voor eenzelfde doelgroep te vaak in, dan kan dat als spam worden ervaren”, zegt Hagoort. ,,In dat geval zullen mensen aanvinken dat ze nooit meer een advertentie van de politie willen ontvangen.”

Bronnen: AD

Facebook bestrijdt terroristen met speciale eenheid

Op Facebook is er geen plek voor terroristen?. Het sociale netwerk licht tipje van de sluier op.?Rob Goossens en Silvan Schoonhoven gaven in De Telegraaf?een klein inkijkje:?

Facebook bestrijdt terroristen met een speciale eenheid. Het bedrijf heeft 150 mensen die zich alleen bezighouden met speuren naar terreurcontent op het platform. Facebook gaf een zeldzaam inkijkje. ?Voor terroristen willen wij een erg vijandige omgeving zijn.?

In twee schema?s is te zien hoe geheime diensten Facebookprofielen van jihadisten aan elkaar knopen. In het bovenste schema van een paar jaar geleden treden jihadisten nog open en bloot met foto en al naar buiten. Toen gooide IS het beleid om en kozen jihadi?s voor anonieme lege profielen (onder). The Interdisciplinary Cyber Rese

?Succes met de strijd in Raqqah?, wenst een Facebookvriend zijn Nederlandse broeder Marouane B. toe. ?Moge Allah je bijstaan.? Marouane maakt op zijn Facebookpagina geen geheim van het feit dat hij in Syri? aan het strijden is met foto?s van triomfantelijke mannen met zwarte banden om en de tekst ?Roestige wapens? We lopen nog steeds met de mode mee!?.

De pagina van de Arnhemse ex-rapper en jihadist B., tegen wie nu een rechtszaak loopt, verdwijnt af en toe en verschijnt dan onder een iets andere naam opnieuw online. Maar vertel Monika Bickert, directeur Global Policy Management van Facebook, niet dat het bedrijf niet actief aan terrorismebestrijding doet.

Bickert: ?Mensen vragen ons: zitten jullie te wachten totdat mensen een account rapporteren? Natuurlijk niet! We hebben 150 mensen in dienst die zich op terrorismebestrijding richten en zij beheersen dertig verschillende talen.?

Facebook gebruikt algoritmes om te herkennen of pagina?s gelijkenissen vertonen met eerder verwijderde pagina?s. Daarbij kijkt het niet alleen naar de inhoud, maar ook naar de mensen die een pagina leuk vinden.

?De opvattingen van Facebook zijn altijd helder geweest?, stelt Bickert. ?Het is onze eerste prioriteit om terroristische content te verwijderen. In de meeste gevallen slagen we erin om pagina?s al te verwijderen voordat ze door gebruikers zijn gerapporteerd.?

Rapporteren

Feilloos is het systeem niet, zo bewijst het voorbeeld van Marouane. Het blijft dan ook belangrijk dat gebruikers tevens blijven opletten. Bickert: ?Als we een rapportering binnenkrijgen op basis van terrorisme, dan heeft die prioriteit.?

Ook de context van foto?s en video?s blijft een lastig aspect. Voor mensen is het vaak duidelijk wat de intentie is als iemand een foto of bericht met een bepaalde lading plaatst. Maar algoritmes komen daar niet altijd uit.

Bickert: ?Als we bijvoorbeeld kinderporno detecteren, wordt die altijd verwijderd. Er is simpelweg geen goede reden om die te delen. Maar een IS-vlag kan ook boven een nieuwsartikel staan. In dat laatste geval zullen we de afbeelding natuurlijk niet verwijderen.?

Ondergronds

Volgens de Isra?lische cyberjihadexpert Daniel Cohen van het International Center of Security Studies werpt de aanpak van Facebook vruchten af. IS heeft het roer sinds enige tijd volledig omgegooid en sindsdien wordt ervoor gezorgd dat strijders zoveel mogelijk offline blijven. ?Op een gegeven moment zagen we dat ze allemaal ondergronds gingen?, stelt Cohen. ?Ze realiseerden zich dat de informatie werd gebruikt en dat er in Europa online bewijs tegen hen werd verzameld.?

Dat is anders geweest, vertelt hij. ?Die lui worden tegenwoordig opgeleid in online anonimiteit. Toen strijders net begonnen terug te keren uit Syri? was het makkelijk om hun online-sporen te vinden. Ze plaatsen gewoon foto?s met afgehakte hoofden en selfies op het slagveld.?

?Het beroemdste voorbeeld is de ?Kiwi Jihadi? uit Nieuw-Zeeland. Hij zette de hele dag door van alles op sociale media met de co?rdinaten erbij. Een prima informatiebron voor de diensten dus. Zijn schuilplaatsen werden voortdurend gebombardeerd. Inmiddels keren de jihadisten zich af van de traditionele sociale media zoals Facebook. Ze durven ook minder WhatsApp te gebruiken, omdat dat van Facebook is. Berichtendienst Telegram zit veel minder fanatiek achter jihadisten aan.?

Als het bedrijf naar aanleiding van een melding vermoedens heeft dat een gebruiker gevaarlijke plannen heeft, kan het de autoriteiten inschakelen. Denk bijvoorbeeld aan iemand die in een video op Facebook zegt een bom te gaan plaatsen. Dat betekent niet dat het bedrijf toegang geeft tot berichten die via WhatsApp en Messenger worden verstuurd, twee chatdiensten van het bedrijf. Bickert: ?Omdat die berichten versleuteld worden verstuurd, heeft Facebook geen toegang tot de inhoud. Maar dat betekent niet dat we niets kunnen doen. Soms krijgen we bijvoorbeeld de vraag of een account bestaat. Daar kunnen we antwoord op geven.?

En wat nou als inlichtingendiensten willen weten met wie iemand contact heeft? ?We hebben een proces voor noodoproepen?, vertelt ze. ?Elk verzoek gaat naar onze juristen en wordt daar gewogen.?

Maar de vraag over de contacten van jihadisten, die blijft onbeantwoord. Waarmee weer duidelijk wordt: Facebook wil graag uitleggen wat het doet tegen terrorisme, maar het blijft een gevoelig onderwerp.

Bronnen: De Telegraaf

Bij welke staat behoort de virtuele straat?

Een bijdrage van gastauteur Rick de Haan:

Waarom hebben we politie? Het zou zo maar een vraag kunnen zijn die mijn kleuterzoon zou kunnen stellen om de wereld om zich heen te leren begrijpen. Hoe ouder hij wordt, hoe ingewikkelder de vragen. En dus ook de antwoorden, waarvoor ik steeds vaker de hulp van internet inschakel. Het zal niet lang meer duren tot hij zelf www.google.nl intikt en daar zijn vragen gaat stellen; tot die tijd leer ik er zelf gelukkig ook nog wat dingen bij.

Het meest concrete antwoord op de vraag waarom we politie hebben staat op politie.nl: ?De politie beschermt de democratie, handhaaft de wet en is het gezag op straat.? Persoonlijk vind ik dat nog een beetje te kort door de bocht, want het geeft geen antwoord op de vraag waarom het ?berhaupt nodig is om politie te hebben. Daar zullen ongetwijfeld wat wetenschappelijke, sociologische of antropologische stukken over te vinden zijn. In die richting zou ik het zelf in elk geval zoeken, want het bestaansrecht van de politie is gelegen in het bewaken en handhaven van de regels die gezamenlijk in een samenleving worden afgesproken. Het is onderdeel van hoe mensen met elkaar omgaan. In gezinsverband zijn het, als het goed is, de ouders die de afgesproken leefregels handhaven en de kinderen in het gareel proberen te houden. In een groter gezelschap ligt het gezag bij degenen die de leidersrol hebben. Op het werk is dat doorgaans de leidinggevende. In een nog groter gezelschap, zoals een stad, provincie of land is dit een verantwoordelijkheid van ?de overheid?, in ons geval de democratisch gekozen leiders. En de Nederlandse overheid heeft het uitvoeren van dat gezag, inclusief het alleenrecht om desnoods geweld toe te passen, gedelegeerd aan een organisatie die we de politie noemen. Om het nog een beetje overzichtelijk te houden sla ik de iets ingewikkeldere uitleg van de Trias Politica even over, want dan dwaal ik af. Maar houd voor straks even in het achterhoofd dat we ook nog zoiets als een rechterlijke macht hebben.

De virtuele variant van de maatschappij

In het afgelopen decennium is de interactie en het ?zijn? op internet toegenomen. Het internet, en dan vooral social media, is een ander domein dan telefonie dat al wat langer bestaat. Bij telefonie heeft de een kortstondig contact met de ander. In de meeste gevallen is dat 1-op-1. Op social media communiceren grote groepen met elkaar over van alles en nog wat. Het internet is daarmee meer en meer een virtuele variant van de maatschappij geworden. Ik noem het variant en niet verlengstuk, want die virtuele maatschappij kent geheel andere grenzen dan de fysieke maatschappij. Het onderlinge verkeer is niet begrensd door gemeente- of landsgrenzen. Ook taal is geen barri?re om wel of niet mee te doen. Engels is de voertaal in het westen, maar met vertaalprogramma?s als Google Translate is het een koud kunstje om aan het online maatschappelijk verkeer mee te doen met mensen uit een ander taalgebied. Je hoeft er zelfs niet voor te kunnen lezen dankzij moderne spraakprogramma?s. Tegelijkertijd vinden er op het internet overtredingen plaats die volgens de wetten en regels die ooit in de fysieke wereld zijn afgesproken handhaving behoeven. Als er een Nederlandstalige bedreiging van een (aankomend) politicus plaatsvindt, vanaf een socialmedia-account van een Nederlandse gebruiker, is het niet zo ingewikkeld om dit te behandelen volgens de Nederlandse wet. Als diezelfde bedreiging aan het adres van een buitenlandse politicus wordt gedaan, wordt het opeens veel ingewikkelder. Want is het beledigen of bedreigen van iemand in het buitenland nu wel of niet strafbaar volgens de wet die geldt in de omgeving van degene die deze uiting doet?

Overgeleverd aan de nukken van de internetgiganten

Het stelt niet alleen overheden en politie voor lastige dilemma?s, maar ook internet- en socialmedia-giganten als Facebook, Google en Twitter. Doorgaans hebben deze giganten intussen min of meer gestroomlijnde meldprocedures voor overheden. Zo kan een opsporingsambtenaar bij Facebook bijvoorbeeld via Facebook Records contact opnemen in geval van een opsporingsonderzoek. Twitter heeft weer andere regels waar je je als wetshandhaver aan moet houden voordat je bepaalde informatie kunt krijgen. In alle gevallen zijn het procedures die de bedrijven zelf opstellen, om voor zichzelf een goede balans te vinden tussen de privacy van hun gebruikers en het delen van gebruikersdata met overheidsvertegenwoordigers. Die balans is doorgaans niet transparant, uitgezonderd enige inzage in het aantal aanvragen en ingewilligde verzoeken via transparency reports. Het is echter maar de vraag welke beweegredenen er zijn om wel of niet mee te werken. Opsporingsinstanties vragen om gegevens, en socialmedia-bedrijven geven die of kiezen ervoor om dat juist niet te doen als zij vinden dat ze daartoe moreel of wettelijk niet verplicht zijn. Ze hebben wat dat betreft een zeer machtige positie, waarbij overheden zijn overgeleverd aan de nukken van deze internetgiganten. Wie heeft er nu eigenlijk de leiding om de orde te bewaken en te handhaven? En wie zou dat moeten hebben?

Online leefbaarheid en veiligheid

De leefbaarheid en veiligheid in onze fysieke leefomgeving heeft er sinds de opkomst van online buurtpreventie een dimensie erbij gekregen. Ongeveer 7000 WhatsApp-groepen uit Belgi? en Nederland hebben zich inmiddels aangemeld bij wabp.nl; grote kans dat ook jij en/of jouw buren op deze manier samen een oogje in het zeil houden in jouw wijk. Een belangrijk uitgangspunt van die online buurtgroepen is dat als er stront aan de knikker is er meteen 112 wordt gebeld. Om elkaar te informeren over onwenselijke of onveilige situaties hoeft de politie niet te worden ingeschakeld, maar als iemand getuige is van brandstichting, mishandeling, inbraak of erger is het voor iedereen volstrekt logisch dat de politie erbij wordt gehaald.

Maar hoe zit dat als er ernstige misdragingen plaatsvinden op het internet? Welke overheidsinstantie heeft het gezag wanneer er live moordvideo?s worden gestreamd op Facebook? Wie moet er worden ingeschakeld als de online leefbaarheid of veiligheid in het geding is? De meningen van diverse wetenschappers lopen uiteen over welke verantwoordelijkheden de internetgiganten daarin hebben. Zolang we die internetgiganten blijven zien als gewone bedrijven is het lastig om consensus te vinden over welke rol zij wel en niet zouden moeten spelen. Voor gewone bedrijven is het namelijk heel logisch om winstbelang te laten prevaleren boven het belang van overheden die misstanden willen oplossen. De vraag is of die logica nog wel opgaat. Want de internetgiganten zijn wel iets meer dan alleen maar ?gewone? bedrijven.

Facebook is een machtige mogendheid met Mark Zuckerberg als alleenheerser

Aan het begin van dit artikel schreef ik, dat het internet een virtuele variant van de maatschappij is geworden. In de internetfilmpjes over de social media revolutie wordt al enkele jaren de vergelijking gemaakt met inwoneraantallen van landen en aantallen gebruikers van social media platformen. Facebook heeft vandaag de dag bijna 2 miljard gebruikers. De vergelijking met landen begint steeds logischer te worden; de meesten van ons wonen niet alleen in Nederland maar ook met bijna 2 miljard andere wereldbewoners in de Facebook-cloud. En Facebook is daarmee feitelijk een machtige mogendheid met Mark Zuckerberg als alleenheerser. Een alleenheerser die moderators in dienst heeft om, net als politieagenten, de gebruikers (meer) in het gareel te houden. Onlangs kondigde Facebook aan 3000 extra moderators in te gaan schakelen omdat de handhaving op het platform nog steeds te wensen over laat. Net als de politie in de fysieke maatschappij zullen deze handhavers afhankelijk zijn van meldingen van bezoekers op het platform om gericht tot actie over te kunnen gaan. Alle gebruikers die de moeite nemen om ongewenste content te melden, vormen daarmee de Facebookvariant van de buurtpreventiegroepen. Maar hoe zit het met de rechterlijke macht in Facebookland? Hoe denkt Mark Zuckerberg daar vorm aan te gaan geven? Nou, daarvoor stelt hij zijn vertrouwen in kunstmatige intelligentie (AI). Hij zegt dat niet met zoveel woorden, maar deze AI wordt momenteel doorontwikkeld om het werk van de moderators te vergemakkelijken. Ik ben ervan overtuigd dat dat slechts het begin is van een ontwikkeling en dat beoordeling en sanctie-oplegging mede omwille van de objectiviteit spoedig ook daarvan afhankelijk zal worden gemaakt. Ofwel: kunstmatige intelligentie als de toekomstige rechterlijke macht van Facebook.

Internetgiganten en overheden worden gelijkwaardiger

Ik zie meer en meer overeenkomsten tussen social media platformen als virtuele omgevingen waar mensen samenkomen en fysieke omgevingen als steden, provincies en landen. Mijn veronderstelling daarbij is dat internetgiganten als Facebook, Google en Twitter steeds meer behoefte zullen krijgen aan samenwerking met verschillende overheden bij de handhaving van digitale orde en veiligheid op hun platformen. Opvallend was bijvoorbeeld dat onlangs een zelfmoord van een tienermeisje werd voorkomen waarbij ??n van de telefoontjes aan de politie van Facebook zelf kwam. Het feit dat dezelfde internetgiganten door nabestaanden van een schietpartij in San Bernardino voor de rechter worden gesleept omdat ze radicalisering op hun platformen hebben toegelaten, zegt ook wel iets over de toenemende behoefte aan handhaving.

Nu social media platformen allemaal live streaming van video bieden, ontstaat er een situatie waarin willekeurige online gebruikers getuige kunnen zijn van actuele incidenten zoals onder andere moord, verkrachting en zelfmoord. Interventies hierop moeten meestal in de fysieke wereld plaatsvinden. In die fysieke wereld is niet Mark Zuckerberg de leider die bepaalt wat er moet gebeuren, maar zijn dat de lokale overheden waar deze incidenten plaatsvinden. Plotseling is het in een situatie als deze niet een overheid die aan de bel hangt bij Facebook, maar zijn de rollen omgedraaid. Het is best knullig als Facebook dan net als iedereen moet aansluiten in de rij van telefonische melders. Je zou op zijn minst verwachten dat de lijntjes tussen een ?mogendheid? als Facebook en de lokale hulpdiensten korter zouden zijn, zeker in geval van spoed.

De balans in belangen begint de andere kant op te slaan. Internetgiganten en overheden worden gelijkwaardiger. Sterker nog, niet onterecht concludeerde Marc Schuilenburg onlangs in het NRC al dat Mark Zuckerberg Facebook als een nieuw soort overheid ziet. Schuilenburg concludeert: ?Facebook wordt een nieuw soort overheid en gaat veiligheidstaken van de nationale overheid overnemen.? Ook Zuckerberg verruimt zijn horizon, want hij spreekt meer en meer over de rol van Facebook in de offline wereld. Facebook wil invloed op offline gemeenschappen. Facebook wil een rol spelen bij hulp in geval van crisis. Facebook wil zelfs invloed op gezondheidszorg en verkiezingen. Als Facebook het zo belangrijk vindt om een offline rol te spelen, dan kan dat alleen wanneer Facebook de online rol van overheden respecteert. Het moet immers wel van twee kanten komen. Maar tegelijkertijd worden met het uiten van deze ambities zorgen geuit over verregaande overheidsbemoeienis. Je gaat je afvragen welke overheid Zuckerberg in zijn persoonlijke brief bedoelt met: ?In our society, we have personal relationships with friends and family, and then we have institutional relationships with the governments that set the rules.? Ik begin net als Marc Schuilenburg te denken dat Mark Zuckerberg bij zo?n uitspraak Facebook zelf als overheid ziet. Want wie bepaalt de regels in de virtuele straten? In hoeverre heeft de Nederlandse overheid invloed op wat wel en niet is toegestaan door Nederlandse inwoners van de Facebook-cloud?

Internetconsulaat of webambassade

Ik ben dan erg positief over het initiatief van de Europese Commissie om digitaal bewijs en data eenvoudiger op te kunnen vragen en het voorstel van Google om het opvragen van gegevens door de overheid te vereenvoudigen. Misschien ligt de oplossing zelfs wel in de richting van een internetconsulaat of webambassade. Een dienst die op overheidsniveau zorgdraagt voor de belangen van de inwoners van een land en, met enig mandaat, in direct contact staat met het hoogste management van de meestgebruikte internetdiensten. Het is een gedachte waarvan ik niet weet hoe realistisch dat is. Maar dat er iets moet gebeuren staat voor mij wel vast. Als we namelijk niet oppassen, hangt uw en mijn online ?n offline veiligheid straks af van de grillen van de internetgiganten.

Moordvideo’s op Facebook

facebook live

Beelden van moord?in een online streaming video

Live video als logisch vervolg op de selfie.?Een Thaise man zette afgelopen week een filmpje op Facebook gezet waarin hij zijn elf maanden oude dochter om het leven brengt. De vader werd later levenloos gevonden naast het lijk van zijn dochter. De beelden hebben ongeveer 24 uur op het sociale netwerk gestaan voordat ze werden opgemerkt en verwijderd, meldt de Thaise politie. Op de beelden was te zien hoe Wuttisan Wongtalay een touw om de nek van zijn dochter doet en haar vervolgens wurgt. Daarna gooit hij het levenloze lichaampje vanaf de bovenste verdieping van een verlaten gebouw in de stad Phuket. Volgens een woordvoerder van de Thaise politie was de man bang dat zijn vrouw niet meer van hem hield en hem wilde verlaten.

Facebook onder vergrootglas?

Een nieuw incident legt Facebook andermaal onder het vergrootglas. Facebook belooft beterschap en strengere controle na de uitgezonden moord op zijn netwerk. Maar zijn die maatregelen afdoende? Nee, zeggen Nederlandse experts.

Op de video is te zien hoe de 37-jarige Steve Stephens uit Cleveland zichzelf filmt in zijn auto. ‘Ik heb iemand gevonden die ik ga doden’, zegt hij tegen de camera. ‘Ik ga deze man hier doden. Hij is nog oud ook.’ Stephens stapt vervolgens uit en vraagt een 74-jarige man de naam van zijn vriendin te noemen. Als het slachtoffer dat doet, vertelt Stephens hem dat deze vriendin de reden is dat hij wordt doodgeschoten. Een smeekbede helpt niet: Stephens schiet hem door het hoofd.

Moordenaar pleegt zelfmoord

Steve Stephens heeft zich volgens de politie in Pennsylvania dinsdag van het leven beroofd. Dit zou zijn gebeurd tijdens een ‘korte achtervolging’. Volgens de politie schoot Stephens zichzelf dood in Erie County, vlakbij de grens met Ohio, nadat door de politie een klopjacht op hem was ingezet.

De video is onderdeel van een sinister drieluik. In de eerste upload om 14.09 uur (lokale tijd) vertelt Stephens dat hij van plan is een moord te plegen. Twee minuten later komt de video met de schietpartij online en om 14.22 uur start Stephens een live-uitzending waarin hij de moord bekent. De eerste melding komt kort om 14.27 uur binnen bij Facebook, kort na afloop van de live video.

Uiteindelijk haalt Facebook de video pas na een uur of twee offline, wat Facebook op harde kritiek is komen te staan. Het bedrijf was er maandag snel bij om beterschap te beloven: de beoordeling moet sneller en beter. Facebook is naar eigen zeggen erg afhankelijk van meldingen van zijn gebruikers bij het offline halen van materiaal. De pogingen om kunstmatige intelligentie hiervoor in te zetten zijn nog primitief.

Spiegel?

Beelden uit de Facebook Live-video van de man die in Cleveland (Ohio) een voorbijganger neerschoot.
Beelden uit de Facebook Live-video van de man die in Cleveland (Ohio) een voorbijganger neerschoot. ? REUTERS

De vraag is in hoeverre Facebook verantwoordelijk kan worden gehouden voor wat er op zijn netwerk gebeurt. Zelf heeft het bedrijf jarenlang volgehouden dat het slechts een spiegel is van de werkelijkheid, inclusief zijn donkere kanten, waarvoor het neutraal gereedschap biedt. “Persoonlijk, emotioneel, rauw en instinctief”, zo moest Facebook Live worden,?zei?Mark Zuckerberg vorig jaar vlak na de lancering van zijn nieuwe videoplatform. “Mensen willen op deze manier met elkaar communiceren. Het is live, het kan op geen enkele manier gecureerd worden. En om deze reden bevrijdt het mensen, opdat ze zichzelf kunnen zijn.” Pas de laatste maanden is het bedrijf gaan schuiven, bijvoorbeeld bij het aanpakken van nepnieuws. Opperbaas Zuckerberg gaf vorig jaar, bij de introductie van Facebook Live, nog geen blijk van zorgen over de negatieve kanten. ‘Omdat het live is, kan het onmogelijk worden opgeschoond. En juist vanwege dit livekarakter dwingt het mensen zichzelf te zijn.’

“Het is een afschuwelijke misdaad, een waar geen plek voor is op Facebook en die indruist tegen ons beleid en alles waar we voor staan,”?zegt Justin Osofsky, vice president global operations bij Facebook, in een?blogpost. “We weten dat we het beter moeten doen”. In zijn?manifest?schrijft Zuckerberg dat kunstmatige intelligentie de oplossing moet bieden.

Het neurale netwerk moet in de nabije toekomst zo slim zijn dat het geheel zelfstandig zelfmoorden en pesterijen in (live)video’s vroegtijdig signaleert en daar waar mogelijk voorkomt. Facebook is nu te afhankelijk van de goodwill van zijn gebruikers. Zij moeten aangeven of bepaalde content wel of niet door de beugel kan. Met miljarden gebruikers die allemaal de mogelijkheid hebben om een gebeurtenis live te streamen is dit een onbegonnen taak. Er is altijd wel iets dat door het netwerk van ogen heen glipt.

Het bedrijf beloofde (voor de zoveelste keer) strengere controles en n?g meer software om wraak- dan wel kinderporno sneller op te sporen en te verwijderen. Maar keer op keer blijkt dat mens en machine falen, hoe choquerend sommige beelden en boodschappen ook zijn. Er glipt nog steeds van alles door de mazen van het net, van kinderporno via executies en onthoofdingen in Raqqa tot live gestreamde gang bangs. Volgens de moderatoren van Facebook schonden die beelden de gedragscode van Facebook niet, terwijl ze overduidelijk in strijd zijn met de wet.

Volgens Zuckerberg is live video het perfecte medium om ‘ruw en instinctief’ materiaal te plaatsen. De eerdere incidenten met live uitgezonden verkrachtingen en een neergeschoten verdachte zetten deze woorden in een wat ander daglicht. Horen dit soort beelden er nou eenmaal bij of moet Facebook zijn verantwoordelijkheid nemen?

Jeroen van den Hoven – hoogleraar ethiek & techniek aan de TU Delft

‘Facebook slechts een spiegel? Onzin. Facebook geeft iedereen een supermegafoon om alles ongefilterd de wereld in te slingeren. Daarmee grijpt Facebook echt in de wereld in, in de manier hoe we met elkaar omgaan. Bovendien: ook iemand die een spiegel ophangt, heeft zijn verantwoordelijkheid. Het gaat hier om de kwaliteit van de samenleving en de democratie. Als Zuckerberg al zijn mooie woorden in zijn manifesten serieus neemt, maakt hij hier werk van. En als dat betekent dat ze moeten stoppen met Facebook Live, dan zij dat zo.’

Jan van Dijk – mediahoogleraar Universiteit Twente

‘Helemaal stoppen met live video gaat me veel te ver. Ik zie Facebook Live als een stuk gereedschap dat voor goede zaken, maar ook voor slechte kan worden ingezet. Facebook is de laatste tijd wat aan het bijdraaien, onder druk van de politieke opinie, maar ik heb niet de indruk dat dat van harte gaat. Voor een bedrijf dat totale transparantie propageert is hun eigen geslotenheid nogal wrang. We zijn overgeleverd aan de regeltjes en algoritmes van Facebook, zonder dat we weten wat de regels precies zijn. D?t is het grote probleem.’

Coen Simon – Filosoof en schrijver

‘Technologie, en zeker die van de sociale media, is van invloed op de inhoud van onze publieke mening. Techniek is niet neutraal: techniek roept bepaald gedrag op. Bij deze moord is het publiek een onderdeel van de daad. Zonder het publiek bestaat deze actie niet. Maar mijn bezwaren zijn breder. Ik heb er moeite mee dat een grote commerci?le organisatie als Facebook zo’n belangrijke publieke functie heeft. Het is de taak van de overheid de publieke ruimte veilig te houden. De overheid moet dus ook social media faciliteren, net zoals met de publieke omroep gebeurt. Een overheids-Facebook dus. Ja, ik ken de staat van dienst van de overheid op it-gebied, dus dit klinkt als een horrorscenario. Maar het is de enige oplossing.’

Esther Keymolen – techniekfilosoof aan de Universiteit Leiden

‘Facebook is m??r dan een neutraal doorgeefluik en moet dus ook zijn verantwoordelijkheid nemen. 100 Procent veiligheid kan met livevideo niet geboden worden, maar Facebook kan absoluut meer doen dan nu het geval is. Het grootste probleem met Facebook is dat het niet transparant is over zijn regels. We moeten ze maar op hun blauwe ogen geloven als ze zeggen dat ze er alles aan doen. Met het aanpakken van nepnieuws zei Facebook lange tijd ook dat dit niet kon worden aangepakt. Dat was niet vol te houden. De eerste stap? Laat buitenstaanders maar eens meekijken, om zo inzicht in de procedures te krijgen.’

De lijst van misstanden die via Facebook Live worden uitgezonden neemt inmiddels schrikbarende vormen aan:

13 juni 2016: De 25-jarige radicale moslim Larossi Abballa steekt in een voorstad van Parijs een politieagent en zijn vrouw dood. In het huis van het echtpaar, waar ook zich ook een driejarig kind bevindt, maakt hij een dreigvideo die hij live via Facebook uitzendt.

6 juli 2016: Philando Castile wordt aan de kant gezet vanwege een kapot achterlicht en wordt neergeschoten door de politie op het moment dat hij zijn rijbewijs wil pakken. Zijn vriendin zendt de hele gebeurtenis live uit op Facebook.

26 juli 2016:?Shanavia Miller slaat haar 16-jarige dochter Nia 4 minuten lang voor het oog van de camera. Nia zou sexy foto’s van zichzelf en haar vriendje op Facebook hebben geplaatst, waar haar moeder duidelijk niet achter staat. Aan het eind van de video doet Miller haar haar goed en zegt ze: ?”Jullie moeten me helpen om deze video viral te laten gaan, alsjeblieft deel hem. Want ik ben nog niet klaar. Nu kan iedereen op social media zien wat voor een sukkel je bent. Je hebt mij voor schut gezet, terwijl ik er alles aan doe om een goede ouder te zijn!”

10 oktober 2016:?Erdogan Ceren, een 22-jarige Turk, schiet zichzelf door het hoofd tijdens een livestream nadat zijn vriendin de relatie met hem verbroken heeft. Voordat hij de trekker overhaalt zegt hij: “Niemand geloofde toen ik zei dat ik zelfmoord zou plegen. Dus kijk dit.”

30 december 2016:?Na pesterijen op school en seksueel misbruik door een familielid, deelt Katelyn Nicole Davis haar zelfmoord in de tuin van haar ouderlijk huis met haar volgers. Op de video is te horen hoe familieleden haar naam roepen terwijl ze haar zoeken.

3 januari 2017:?In een half uur durende Facebook Live uitzending is te zien hoe vier jongeren een verstandelijk beperkte man vastbinden, martelen en uitschelden.

19 januari 2017:?Shayla Rudolph toont tijdens een live-uitzending op Facebook hoe ze haar 2-jarige zoontje tot stilte maant door hem met behulp van plakband aan de armen en het hoofd aan de muur te kleven.

21 januari 2017:?In een besloten Facebookgroep kijken circa 200 mensen live naar de groepsverkrachting van een Zweedse vrouw door drie mannen. De beelden worden al snel buiten de beslotenheid van de groep gedeeld. Een van de kijkers alarmeert uiteindelijk de politie die de daders snel weet op te pakken.

22 januari 2017:?Het 14-jarige meisje Nakia Venant zendt via Facebook uit hoe zij zichzelf van het leven berooft in de badkamer van het huis van haar pleegouders. Een kijker sloeg alarm, maar hulpdiensten komen te laat om haar te redden.

23 januari 2017:?Acteur Frederick Jay Bowdy schiet zichzelf door het hoofd terwijl hij via Facebook Live aan het uitzenden is. Een familielid in een andere staat waarschuwt de politie, maar deze is te laat om de zelfmoord te voorkomen.

20 maart 2017:?De groepsverkrachting van een 15-jarig meisje door 5 tot 6 mannen wordt uitgezonden via Facebook Live. Naar de uitzending kijken zo?n 40 mensen.

3 april 2017:?De 23-jarige Arjun Bharadwaj springt van de 19e verdieping van een hotel in Mumbai zijn dood tegemoet. Vlak daarvoor legde hij via Facebook Live uit?hoe?je zelfmoord moet plegen.

Hartverscheurend

Zuckerberg noemt de voorvallen ,,hartverscheurend? en schrijft verder ,,Ik heb nagedacht over hoe we het beter kunnen doen voor onze online gemeenschap?. Na de moord in Thailand zei de politie in dat land dat het op zoek ging naar betere mogelijkheden om sneller geweldvideo’s offline te halen. De Facebook-oprichter lijkt geluisterd te hebben naar deze wens en wijst er op dat de extra inzet moet bijdragen aan het snel offline halen van foute video’s.

De 3.000 extra controleurs komen bovenop een team van 4.500 mensen dat al dagelijks gerapporteerde inhoud op Facebook nakijkt. Het moet ook makkelijker worden om video aan te geven bij het controleteam en Zuckerberg wijst er op dat het bedrijf vlotter actie wil gaan ondernemen. ,,Of het nu gaat om snel reageren bij iemand die hulp nodig heeft of het weghalen van een post?.

Video, tekst en foto?s die geweld promoten of verheerlijken zijn in strijd met de voorwaarden van Facebook. Toch worden ze vaak niet zo snel weg gehaald. Met de duizenden extra krachten wil het Amerikaanse bedrijf nu beter kunnen reageren. Eerder waren er ook klachten over de bestaande controleurs. Die zouden soms kritische, maar verder onschuldige, plaatjes veel te snel verwijderen.

Onderschat het werk van dergelijke content moderators niet, bekijk bijvoorbeeld onderstaande documentaire eens:

En het online posten kan ook voordelen hebben, er zijn meer getuigen of het kan zelfs voorkomen worden. Zoals onderstaand voorbeeld van een zelfmoordpoging: