Tagarchief: overheid

Schouder aan schouder. Lessen over burger- en politieparticipatie uit de zaak Anne Faber

Bij de vermissing van Anne Faber hadden burgers veel expertise te bieden. Zelfs als dat niet zo is, moet de politie burgers serieus nemen, adviseert de Politieacademie. Nicolien Kop en Jerôme Lam deden onderzoek naar de rol van burgers bij de zoektocht naar Anne Faber. Zij adviseren om beter te inventariseren welke taken aan burgers uitbesteed kunnen worden.

Anne Faber werd in het najaar van 2017 twee weken vermist. Uiteindelijk bleek dat zedendelinquent en psychiatrisch patiënt Michael P. haar had misbruikt en gedood. Voor Schouder aan schouder: Burger- en politieparticipatie tijdens de vermissing van Anne Faber is onder meer aan veertien medewerkers van de politie gevraagd welke lessen ze trekken uit deze periode.

In het NRC valt te lezen:

„De zoektocht naar Anne Faber was een kantelpunt”, zegt Lam. Familieleden gingen voortvarend te werk: ze hadden contacten bij Defensie en vroegen gedetailleerde kaarten op van het gebied waar Anne voor het laatst was gezien. Ze organiseerden een tijdelijk hoofdkantoor en via appgroepen werden verschillende zoekgroepen aangestuurd.

In de eerste dagen van de vermissing vond het zoekproces van de politie en de burgers min of meer onafhankelijk van elkaar plaats, staat in Schouder aan schouder. De politie was in die dagen wel „ter ondersteuning” aanwezig in het gebied waar Anne Faber vermist is geraakt, maar gaf geen sturing omdat ze nog niet zeker wist of ze nog in het gebied was.

De aanwezigheid van de agenten schiep verwarring. „De houding van de politie tegenover de familie werd als storend ervaren”, zegt een van de politiemedewerkers in het onderzoek. Familieleden zagen de politie als een „black box”: de familie deelde al hun bevindingen maar de politie vertelde weinig over wat zij ontdekte.

De samenwerking werd steeds nauwer, onder meer omdat de politie zich aansloot bij het dagelijkse overleg van de familie. Op dag twaalf van de zoektocht liepen burgers en de Mobiele Eenheid van de politie in linie – schouder aan schouder – door het zoekgebied.

„Burgers bieden zich steeds vaker aan”, zegt Lam. „Als je samen kunt werken omdat er zoals bij de familie van Anne Faber veel expertise is, moet je dat doen, maar als je slecht kunt samenwerken moet je er ook iets mee zodat het onderzoek geen schade oploopt.”

Aanbevelingen voor politiepraktijk: ‘judo met burgers’
Burgerparticipatie is niet meer weg te denken uit de moderne samenleving. Burgers pakken steeds vaker gevraagd en ongevraagd hun rol op het gebied van veiligheid en criminaliteit. Dit vraagt om een cultuuromslag bij de politie: accepteer dat burgerparticipatie een onderdeel is van het moderne politiewerk. Dit betekent niet dat de politie alle burgerinitiatieven klakkeloos moet goedkeuren. Sommige burgeracties zijn waardevol, andere juist onwenselijk vanuit ethisch en/of juridisch perspectief of omdat ze een bedreiging vormen voor het opsporingsonderzoek. Beoordeel per onderzoek welke vormen van burgerinitiatief ontstaan, hoe en waar deze burgerparticipatie versterkt kan worden, of juist bijgestuurd of begrensd moet worden. De essentie voor de politie is om niet tegen burgerinitiatieven te ‘vechten’, maar deze te omarmen en samen de juiste kant op te bewegen: ‘participatie-judo’. Participatiejudo (zie figuur hieronder) voor de politieorganisatie is gebaseerd op drie principes, die hieronder worden toegelicht.

1. Maak contact
Leg in een vroeg stadium contact met betrokkenen, zoals familie of initiatiefnemers. De politie is een actief onderdeel van de samenleving. Wat de politie doet, heeft vaak direct invloed op burgers en omgekeerd. Burgerinitiatieven bij bijvoorbeeld een vermissing, hebben vaak een directe impact op het politiewerk, doordat mensen zelf gaan zoeken of informatie gaan verzamelen. De uitdaging is om hier als politieorganisatie goed op te anticiperen. Een deel van het moderne politiewerk is daarom zien waar burgers mee bezig zijn en daarover contact onderhouden.

Organiseer een duidelijke politiestructuur waarbij de juiste mensen worden geïnformeerd en in positie gebracht. Goed judo vraagt om balans en een basis om stevig te kunnen staan. Dit is te vergelijken met een goede interne organisatiestructuur, zoals bijvoorbeeld de inrichting van het opsporingsproces of het SGBO-structuur. Informatie is vervolgens de energie die door
deze structuur stroomt. Stevig staan houdt in dat de onderdelen van de interne structuur op elkaar afgestemd moeten zijn. Concreet betekent dit goede interne communicatie en duidelijke afstemming van taken, rollen en posities tussen organisatieonderdelen en processen, bijvoorbeeld de verhouding en afstemming tussen TGO en SGBO. Daarnaast vraagt judo om een goede grip, zodat beide partijen elkaar stevig beet kunnen pakken.
Zorg ervoor dat er stevige contactpunten zijn tussen de politieorganisatie en de burgers, bijvoorbeeld in de rollen van familieagent- en rechercheur.
• Ondersteun goede burgerinitiatieven zich zo sterk mogelijk te organiseren De essentie van judo is om gebruik te maken van de kracht en de structuur van de ander. Vergelijkbaar heeft de politie baat bij een duidelijke structuur bij burgerinitiatieven. Een sterke burgerpartner maakt namelijk dat het makkelijker is om contact te onderhouden en informatie te geven of te halen. Of om gezamenlijk afspraken te maken. Help daarom burgers die in staat zijn om zich te organiseren en om waar nodig een structuur op te zetten.

2. Beweeg mee
• Laat de juiste politiemensen aansluiten bij burgerinitiatieven
Hierdoor kan tussentijds worden beoordeeld of de initiatieven waarde hebben voor het zoekproces of het opsporingsonderzoek. Door bijvoorbeeld politiemensen in te zetten die het opsporingsproces goed kennen, kan de toegevoegde waarde of de opbrengsten van de burgerparticipatie beter worden ingeschat. Politiemensen kunnen burgers ook ondersteunen bij initiatieven, waardoor hun waarde wordt vergroot. Activiteiten kunnen gericht zijn op het fysieke zoekproces, alsook van belang zijn voor de intelligence of het opsporingsonderzoek.
• Wees voorbereid op de informatie die door burgers kan worden gegenereerd en worden gevraagd
Net als bij judo, zijn burgers voortdurend aan het duwen tegen en trekken aan de politieorganisatie. Vaak doen zij dit door informatie te geven (duwen) en informatie te vragen (trekken) Wanneer burgers betrokken raken bij een opsporingsonderzoek of een vermissing, kan de politie overspoeld raken met informatie. Tips die via verschillende kanalen binnenkomen, kunnen oplopen tot enkele duizenden. Daarnaast kan het gaan om zowel digitaal als fysiek bewijsmateriaal, bijvoorbeeld camerabeelden die worden veiliggesteld of mogelijke sporen die burgers vinden. Aan de ene kant is deze informatie onmisbaar voor het politieonderzoek, tegelijkertijd vormt het een belasting voor de organisatie. Bovendien vragen burgers, zoals familieleden, ook veel informatie en uitleg. Iets waar de politie niet altijd voldoende op voorbereid is. Zorg daarom dat het effectief en serieus omgaan met deze informatiestromen op de juiste wijze in de organisatiestructuur is ondervangen, zodat de politie kan meebewegen met de informatiebehoefte van burgers.
• Beoordeel informatie van burgers op de wijze waarop deze is verkregen en waar deze op is gebaseerd Burgers kunnen voor het onderzoek allerlei informatie aanleveren op basis van bronnen
die die politie (nog) niet heeft. Denk aan tips, hypotheses of scenario’s. Lang niet alle informatie zal waardevol zijn, sommige zaken echter wel. Een manier om het kaf van het koren te scheiden, is na te gaan hoe burgers tot hun bevindingen zijn gekomen. Dat vraagt van de politie een actieve en open houding in het aangaan van het gesprek: “Als een burger in een moordonderzoek naar je toekomt en zegt: ‘dat doe je echt niet goed, omdat…’. Dan kun je zeggen: ‘Wij zijn al honderd stappen verder’. Maar je kunt ook zeggen: ‘Wij gaan even zitten, want jij hebt een verhaal. Vertel eens’.”

3. Leid waar nodig
• Stel aan het begin van een onderzoek de vraag wat burgerparticipatie voor het onderzoek kan betekenen
Om een opsporingsonderzoek effectief te leiden, is het van belang dat de politieorganisatie een beeld heeft van het te behalen doel en hoe dat te bereiken. Op het moment dat dit doel scherp is, kan de vraag worden gesteld of burgerparticipatie hierin iets kan betekenen. Soms is dat niets, bijvoorbeeld vanwege de veiligheid van de betrokkenen bij een liquidatieonderzoek. n andere gevallen kunnen burgers met hun kennis en expertise mogelijk een waardevolle bijdrage leveren.
• Communiceer duidelijk over welke partij de regie heeft
Het is niet vanzelfsprekend dat de politie altijd de leidende rol op zich neemt. Soms is het wenselijk of noodzakelijk dat de politie een ondersteunende of faciliterende rol vervult. Bijvoorbeeld omdat de politie (nog) geen concrete aanwijzingen heeft om een onderzoek op te starten of een lopend onderzoek richting te geven. In dergelijke gevallen kan de politie wel informatie geven of op andere wijze ondersteuning bieden. De politieorganisatie moet zich goed bewust zijn van het gegeven dat burgers vaak ‘het uniform’ als autoriteit zien en de politie als expert. Dit maakt dat de burger impliciet of expliciet een leidende rol vanuit de politie verwacht. Om misverstanden en verkeerde verwachtingen te voorkomen, is het van belang om aan het begin de verschillende rollen en verantwoordelijkheden expliciet te benoemen.
• Informeer burgers en wees transparant in keuzes
Het effectief leiden van burgerparticipatie vraagt vaak om de juiste vragen stellen aan burgers. Dit betekent mogelijk dat de politie meer informatie aan burgers geeft dan zij gewend is. Immers, als je de helft geeft, krijg je ook maar de helft terug. Net als bij judo zal de politie soms moeten ‘duwen’, door burgers de informatie te geven en ze de juiste kant op te laten bewegen. Vanzelfsprekend kan de politie niet alle inhoudelijke informatie delen in een onderzoek. Maar daar waar keuzes het publiek raken of verontrusten, kunnen die uitgelegd worden. Bijvoorbeeld waarom de politie in het ene geval maximaal inzet en in een ander geval niet. Voor het behoud van haar legitimiteit en de relatie met burgers, heeft de politie namelijk niet alleen de verantwoordelijkheid om het goede te doen, maar ook om te verantwoorden wat het goede is.

Lees hier het volledige rapport:

[slideshare id=230327039&doc=19433191211defboekannefaberdi-200316092249]

Het artikel in Tijdschrift voor politie

[slideshare id=230326893&doc=001-048tvdp0819schouderaanschouder-200316091944&type=d]

De infographic:

[slideshare id=230326956&doc=infographicburgerparticipatie-200316092108&type=d]

Radio interview op NPO1 met Carlijn Plancken, Chef Opsporing Midden Nederland:

Bron: Politieacademie, Secondant, NRC, Tijdschrift voor Politie, Website voor politie

Trendradar voor Het Nieuwe Melden

Trendradar brengt ontwikkelingen in kaart voor Het Nieuwe Melden (HNM), een programma met visievormend en experimenteel onderzoek naar nieuwe ontwikkelingen binnen het meldproces. De interactie tussen burgers en hulpverleningsinstanties ten behoeve van veiligheid en dienstverlening staat hierbij centraal.

De wereld verandert continu. Technologische ontwikkelingen en nieuwe toepassingen volgen elkaar in rap tempo op. Nieuwe mogelijkheden voor communicatie tussen mensen onderling en met bedrijven en de overheid scheppen ook verwachtingen voor ?het melden?. De HNM-Trendradar brengt deze ontwikkelingen in kaart.

‘Lifeline voor burgers

Om de veiligheid en (nood)hulpdienstverlening zo goed mogelijk te blijven ondersteunen is het belangrijk te weten wat er speelt qua trends en technologische ontwikkelingen. Deze zullen zowel kansen als potentiele risico?s met zich meebrengen. Vanuit de kennis van deze ontwikkelingen kan een visie en een strategie worden vastgesteld om een ?lifeline? voor burgers te kunnen zijn en blijven.

De juiste informatie op de juiste plek

Het waarborgen van veiligheid en het zo goed mogelijk inzetten van (nood)hulpdienstverlening is afhankelijk van de snelheid en overdracht van juiste en relevante informatie naar de juiste schakels in de keten. Maar het gaat ook om interpretatie van deze informatie en vandaaruit correcte vertaling naar effici?nt en effectief handelen. In het meldproces zijn een aantal generieke stappen te onderscheiden: Waarnemen ? Melden ? Duiden ? Opvolgen. In de stap Duiden wordt de gemelde informatie ge?nterpreteerd en vertaald naar handelen, dus van: ?Wat is er aan de hand? naar: ?Wat kunnen we doen.? Deze stap is te zien als de kernstap in het meldproces.

De juiste koers voor Het Nieuwe Melden

Het meldproces is onderhevig aan technische, maatschappelijke en organisatorische ontwikkelingen. Om een ?lifeline? voor burgers te kunnen zijn en blijven, dienen we gebruik te maken, dan wel rekening te houden, met deze ontwikkelingen.
Een algemene actie gekoppeld aan maatschappelijke trends is het inspelen op ontwikkelingen in de maatschappij om de voorkant van het meldproces slimmer te organiseren en daarmee het contact tussen hulpdiensten en burgers te behouden en verder te verbeteren. Qua organiseren kan er ingespeeld worden op bestaande ontwikkelingen van netcentrisch werken. Voor wat betreft het beschermen van informatie zal het bewustzijn moeten worden vergroot en er een groei moeten komen in expertise.
De trendradar laat zien aan welke acties gedacht kan worden voor de verschillende stappen of aspecten uit het meldproces. Met deze acties kan door gericht invulling te geven aan experimenteel onderzoek Het Nieuwe Melden de juiste koers inzetten.

Lees hier de hele trendradar:

[slideshare id=115342522&doc=tno-trendradar-hnm-180919062207]

Bronnen: TNO

Doe-het-zelf burgeropsporing en politieparticipatie. Hoe reageert de politie?

Politieparticipatie? De attitude van de politie moet echt veranderen!?Een artikel over doe-het-zelf burgeropsporing & politieparticipatie.

Door gastauteur: Stan Duijf.

Burgers kruipen steeds meer in de rol van de politie. Ze worden geconfronteerd met een strafbaar feit en starten op eigen initiatief met opsporen. Met regelmaat wordt gesteld dat de rol van de politie hierbij meer participerend zou moeten zijn, ook wel politieparticipatie in de (politionele) volksmond. Maar even serieus, politieparticipatie? Een streven misschien, maar (nog) geen werkelijkheid. Burgers die zelf een opsporingsonderzoek starten worden niet toegejuicht. Als het over opsporing gaat wil de politie vooral zelf veel invloed en controle hebben. Hoe reageert de politie op deze opsporende burgers, welke dilemma?s worden er ervaren en kunnen deze zelfstartende burgers van betekenis zijn in het opsporingsonderzoek? In dit artikel worden deze en andere vragen beantwoord.? ?

Weet u nog? De vrouw uit Hoorn die nadat ze misbruikt was zelf via haar iPhone de dader opspoorde en de honderden burgers die zochten naar de vermiste Anne Faber. De aandacht voor dit fenomeen groeit al jaren levendig, net zoals het lijkt dat het aantal burgers dat zelf start met opsporen gestaag lijkt toe te nemen. Noemenswaardig is dat de aandacht voornamelijk is uitgegaan naar de opsporende burger en het romantiserende mediagenieke Sherlock Holmes gehalte van dit fenomeen. Tot op heden heeft de (wetenschappelijke) onderzoekswereld opvallend weinig gedegen belangstelling getoond voor de wijze waarop de politie reageert op deze zelfstartende opsporende burger. Wellicht kunnen opgedane ervaringen ons iets leren voor de toekomst? Hoog tijd om vanuit dit perspectief op basis van onderzoek een aantal inzichten toe te voegen!

De zelfstartende opsporende burger

Burgers hebben vaak als slachtoffer of getuige een traditionele rol in het opsporingsonderzoek. Hun informatie is vaak beslissend voor waarheidsvinding. De laatste jaren is op initiatief van de politie in de opsporing ge?xperimenteerd met een meer prominente rol voor participerende burgers. De rol van burgers in het opsporingsonderzoek is blijkbaar aan verandering onderhevig, maar het is nu niet de politie die dit initieert. Als moderne Sherlock Holmes nemen burgers het initiatief en starten, nadat ze zijn geconfronteerd met een strafbaar feit, zelf een opsporingsonderzoek. Dit doen ze regelmatig volledig autonoom en onafhankelijk, bij gelegenheid in wereldwijde (virtuele) netwerken en soms in samenwerking met de politie. De vari?teit van initiatieven is groot, de ene post zijn gestolen fiets op facebook en de ander spant samen om via een online community pedofielen of oorlogsmisdadigers te ontmaskeren. In veel gevallen wordt de zelfstartendheid ingegeven door een tekortkomende politie (1). Burgers weten dat de politie hun verwachting vaak niet waarmaakt en besluiten zelf op zoek te gaan naar waarheidsvinding en rechtspreking. Abstracte ontwikkelingen zoals globalisering en individualisering dragen volgens velen bij aan deze ontwikkeling,maar de integratie van technologie en internet in het dagelijks leven lijkt veel prominenter bij te dragen aan het opsporend vermogen van deze zelfstartende Sherlocks. Denk hierbij aan de opmars van open bronnen onderzoek. Oprichter van onderzoekscollectief Bellingcat Elliot Higgens (2) noemde open bronnen onderzoek door burgers zelfs een vreedzame revolutie die waarheidsvinding bevorderd. Op basis van literatuuronderzoek zijn in deze studie de burgers die zelf het initiatief nemen om op te sporen gedefinieerd als: ??n of meer burgers die onafhankelijk activiteiten initi?ren om informatie te verzamelen in relatie tot een gepleegd strafbaar feit met als doel om de waarheid te vinden en om recht te spreken.

Op welke wijze is het onderzoek uitgevoerd?

Het kwalitatief empirisch onderzoek, ge?nspireerd op Yin?s case studie methode (3), is uitgevoerd in drie fasen. In de eerste fase werd voornamelijk op basis van een literatuurstudie het theoretisch kader bepaald. De tweede fase bestond uit een meervoudige casestudy, waarin zeven cases individueel zijn onderzocht en uitgewerkt op basis van document analyse en interviews. In de derde fase zijn de uitkomsten van de individuele casestudies cross case geanalyseerd en ter validatie aangeboden aan een groep experts.

De zeven cases

  1. Overval tankstation Weert, eigenaar publiceerde de beveiligingsbeeld dezelfde dag nog op YouTube (2010).
  2. Vermissing van broertjes Julian en Ruben, honderden burgers kwamen na een Facebook bericht samen om te zoeken (2013)
  3. MH17, onderzoekscollectief Bellingcat doet open bronnen onderzoek naar de aanleiding van de ramp (2014).
  4. Glanerbrug burgerwacht, de inwoners van het grensdorp komen in actie tegen de drugscriminaliteit (2016).
  5. Gestolen telefoon, slachtoffer start zelf online onderzoek naar locatie en verkoper van de telefoon (2017).
  6. YouTube kanaal Betrapt, vijf jongens openen de jacht op online pedofielen en publiceren de confrontaties online (2017).
  7. Fiets gestolen, nadat haar fiets werd gestolen ging ze zowel online als in de wijk op zoek naar haar fiets.

Politieparticipatie, wat wordt ermee bedoeld?

Een traditionele monopoliepositie in de opsporing, daar is al lang geen sprake meer van. De politie realiseert zich dat anderen nodig zijn om de opsporing fundamenteel te verbeteren. In haar koersdocument (5) laat de politie dit ook duidelijk blijken en staat samenwerken met anderen die opsporen niet meer aan de zijlijn, maar in het speelveld. Echter worden er in de praktijk nog dagelijks dilemma?s ervaren wanneer politieagenten worden geconfronteerd met de opsporende burger. Binnen ?de politie zijn momenteel meerdere bewegingen zichtbaar om politionele opsporing en opsporing door zelfstartende burgers meer richting te geven. Het woord politieparticipatie, wordt steeds vaker gebruikt, zowel te pas als te onpas. Maar let op, voordat we het weten is er sprake van een modewoord en verliest het aan kracht en betekenis. Maar wat betekent politieparticipatie eigenlijk? Een halve eeuw geleden ontwikkelde Arnstein (5) de ladder van participatie. Met acht participatietreden helpt het model om gradaties van participatie te analyseren en te categoriseren. In de kern verschillen de treden in mate van inspraak, invloed en besluitvorming, van pure manipulatie door de overheid tot en met volledige controle van burgers. Smilda en de Vries (8) positioneerde politiepartiparticipatie tussen burgerparticipatie, waar de burger gevraagd meedoet met de politie en burgeractiviteiten, waar de burger zelfgereid zonder enige betrokkenheid van overheden opspoort. Op basis van literatuuronderzoek is in deze studie gesteld dat er sprake is van politieparticipatie wanneer de politie deelneemt aan opsporingsactiviteiten die ge?nitieerd zijn door burgers en waarin burgers de leiding hebben.?

Participatieladder van Arnstein (5)?????????????? ?

Participatieschaal van De Vries en Smilda (6)

Inzichten om toe te voegen, de conclusies

Hoe reageert de politie op deze opsporende burgers? Welke dilemma?s worden er ervaren? Kunnen zelfstartende burgers van betekenis zijn in het opsporingsonderzoek? De resultaten van het onderzoek geven onder andere antwoord op deze vragen.

De politie reageert primair terughoudend en met voorzichtigheid op burgers die, nadat ze met een strafbaar feit werden geconfronteerd, zelf het initiatief namen om te gaan opsporen. De politie wil eigenlijk niet dat burgers op eigen initiatief? zich mengen in het opsporingsproces. Door onbekendheid en wantrouwen weet de politie niet echt hoe ze hier mee om moeten gaan en willen ze zo veel mogelijk zelf controle houden in het opsporingsonderzoek. Echter realiseert de politie zich ook dat deze zelfstartende burgers niet makkelijk te stoppen zijn en dat ze mogelijk ook van positieve betekenis kunnen zijn voor het politionele onderzoek door bijvoorbeeld informatie aan te leveren. Daarnaast realiseert de politie zich ook dat enige mate van samenwerking hun invloed op het burgerinitiatief kan vergroten. Om deze reden ontstaat er dikwijls wel enige verbinding tussen de initiatief nemende burgers en de politie. Om het bewustzijn bij burgers te vergroten is het vaak de politie die aanstuurt op een gesprek over potenti?le risico?s en consequenties van het burgerinitiatief. De politie probeert ook afspraken te maken over de wijze waarop de burgers hun opsporende activiteiten uitvoeren. Menigmaal staat bij het maken van deze afspraken het eigenbelang van de politie voorop, ze willen namelijk graag zo veel mogelijk invloed hebben op de opsporende burger. Merkwaardig is dat de mate van invloed die de politie wil hebben op de zelfstartende burgers toeneemt bij omvangrijke, gevoelige opsporingsonderzoeken met significante impact. Deze mate van behoefte van invloed is vele mate meer dan bij veel voorkomende criminaliteit zoals diefstal van een fiets of telefoon. Hierbij adviseert de politie burgers om zelf op onderzoek uit te gaan, met alle risico?s van dien.

Dezelfde avond nog ontdekte het meisje dat haar zojuist gestolen fiets online te koop werd aangeboden. Ze belde 0900-8844 om aangifte te doen. Ze kreeg het advies van de politie om online aangifte te doen en een afspraak te maken met de verkoper om te controleren of het ook echt haar fiets was. Wanneer ze haar eigen fiets zou aantreffen, kon ze de politie terugbellen. Het meisje werd door de politie niet gewezen op eventuele risico?s.

Vanuit het perspectief van Arnstein?s (5) theorie kan er meer gesproken worden van police-power dan van politieparticipatie. In uitzonderlijke gevallen krijgen burgers van de politie een eigenstandig onderzoekende verantwoordelijkheid in een opsporingsonderzoek zoals in enige mate in de case van de vermiste broertjes. De politie wil voornamelijk in belang van hun opsporingsonderzoek en gezaghebbende positie, zelfstartende burgers be?nvloeden door manipulatie en educatie. Burgers mogen een geluid hebben en deze laten horen in een opsporingsonderzoek, maar het is de politie die probeert hun besluiten te be?nvloeden. Vanuit de theorie van Arnstein (7), reageert de politie voornamelijk op een tokenisme / non-participatie wijze.

Er kunnen diverse praktische vormen van ?de wijze waarop de politie reageert? onderscheiden worden. Een van de meest primaire vormen wanneer burgers opsporende intiatieven nemen is informatiedeling. Vaak is dit eenrichtingsverkeer, van burgers naar de politie. De politie heeft in de onderzochte cases waardevolle informatie gekregen wat ook daadwerkelijk heeft bijgedragen aan waarheidsvinding. De politie wil frequent burgers betrokken houden, maar doordat ze hun opsporingsinformatie dikwijls niet mogen delen haakt de betrokken burger wel eens af. Daarnaast moet de politie er zeker rekening mee houden dat informatie gemanipuleerd kan zijn. Tegenwoordig is namelijk veel informatie afkomstig van open bronnen. Hierdoor mag vanzelfsprekend niet de betrouwbaarheid van het strafrechtelijk onderzoek in het geding komen.

Het Openbaar Ministerie twitterde op 3 januari 2016 dat de informatie van Bellingcat over MH17 serieus zal worden beoordeeld op bruikbaarheid voor het strafrechtelijk onderzoek. Informatie afkomstig uit open bronnen onderzoek kan namelijk gemanipuleerd zijn. Het Internet is voor iedereen toegankelijk. Om te voorkomen dat dit het onderzoek ongewenst be?nvloed wordt, gebruikt het onderzoeksteam Bellingcats bevindingen als deze gevalideerd kunnen worden.

Een andere praktische vorm die voorkomt is dat de politie burgers training geeft in bijvoorbeeld observeren. Dikwijls is de politie hierbij gedreven door educatieve en manipulatieve redenen. Op verzoek van de politie is het bij gelegenheid ook voorgekomen dat burgers hun vaardigheden laten zien aan de politie. De politie is dan vaak gedreven door nieuwsgierigheid en vraagt zich af ?hoe doen zij dat??. Zo nu en dan komt het ook voor dat burgers worden gedwongen om te stoppen met opsporen, zoals in de case van het YouTube kanaal Betrapt. Het overtreden van ethisch en juridische grenzen ligt ten grondslag aan deze dwingende reactie van de politie.

Het wordt door de politie als erg moeilijk ervaren om te anticiperen op opsporingsactiviteiten door zelfstartende burgers. Deze burgers organiseren zichzelf razendsnel. Dit vraagt van de politie een grote mate van flexibiliteit, een mate die ze absoluut niet gewend zijn. De politie organiseert zich immers niet zo snel dan een flu?de burgerinitiatief wat zojuist is ontstaan op bijvoorbeeld Twitter. Dit kan simpelweg resulteren in tienduizend burgers die samen klaar staan om te zoeken naar de vermiste man, waar de politie nog bezig is om alles in haar systeem vast te leggen. Daarnaast wordt informatie online vliegensvlug gedeeld door burgers. Deze informatie wordt ook met de politie gedeeld die door de hoeveelheid en snelheid vaker dan eens wordt overwelmd.

Na de overval op het tankstation publiceerde de eigenaar nog dezelfde dag de beveiligingsbeelden op internet waarop de dader te zien was. De politie probeerde de eigenaar op andere gedachten te brengen, maar hij was vastberaden. De politie wilde namelijk controle houden in het onderzoek en ze hadden daarnaast weinig ervaring met zelfstartende burgers. De politie wilde niet dat de eigenaar zelf de dader ging zoeken. Daarom maakte de politie de afspraak met de eigenaar dat alle informatie die hij zou krijgen na publicatie van de beelden, direct met de politie zou worden gedeeld. De dader werd snel herkend op basis van de gepubliceerde beelden en kon binnen 48 uur worden aangehouden door de politie.

Het omarmen van opsporende activiteiten van burgers in het politionele opsporingsonderzoek, resulteerde meer dan eens in een significante toename van het opsporend vermogen. De politie kon gebruik maken van meer oren, ogen en specifieke kennis en vaardigheden van burgers. Daarnaast stelt het politie en burgers ook in de gelegenheid om van elkaar te leren. In enige mate samen optrekken in het opsporingsonderzoek (het serieus nemen van de burger), geeft burgers het gevoel dat ze van betekenis zijn en dat stelt ze tevreden over de politie.

– Luister naar Stan Duijf op BNR?-

Wat kan er worden aanbevolen?

Op basis van de onderzoeksresultaten en suggesties van respondenten en experts konden een viertal aanbevelingen worden gedaan.

  • De politie zou meer kunnen leren (learning by doing) door zelfstartende opsporende burgers met vertrouwen te omarmen in het politionele opsporingsonderzoek. Hierdoor doet de politie meer ervaring op met dit fenomeen, kunnen ze ontdekken hoe burgers het beste betrokken kunnen worden, leren ze welke flexibiliteit vereist is en hoe hiermee het opsporingsonderzoek verbeterd kan worden.
  • Er is meer empirisch onderzoek nodig op dit domein om te documenteren hoe burgers en de politie samen participeren in opsporingsonderzoek. Het wetenschappelijk onderzoek zou voornamelijk gericht moeten zijn op de praktische effecten van een meer participerende rol van de politie en een meer onafhankelijke rol voor zelfstartende opsporende burgers in het opsporingsonderzoek.
  • Het zou politieagenten helpen om richtinggevende kaders te ontwikkelen. Veel politieagenten weten niet hoe ze moeten reageren op burgers die op eigen initiatief starten met opsporen. Richtinggevende kaders kunnen politieagenten in de praktijk ondersteunen en voorziet daarnaast mogelijk ook in een meer eenduidige politionele attitude op dit domein.
  • Het zou helpen om richtinggevende kaders te ontwikkelen voor doe-het-zelf-burgeropsporing. Hierdoor kan mogelijk gedeeltelijk worden voorkomen dat burgers wettelijke en ethische grenzen overtreden. Daarnaast kan het burgers ook gidsen en ondersteunen in de wijze waarop ze hun opsporende activiteiten uitvoeren.

Het volledige onderzoeksrapport: Modern Sherlock Holmes. How will the police respond? is hieronder te lezen of te downloaden:

Stan Duijf werkt als lokale politiechef ?van het basisteam ?s-Hertogenbosch en deed afgelopen jaar onder begeleiding van het lectoraat Criminaliteitsbeheersing en Recherchekunde van de politieacademie, kwalitatief empirisch onderzoek (3) naar de wijze waarop de politie reageert op zelfstartende opsporende burgers. Op basis van een multiple case studie onderzocht hij zeven eigentijdse cases in diepte waarin burgers zelf het initiatief namen om te starten met opsporen.?

Referenties

  1. Bervoets, E., van Ham, T., & Ferwerda, H. (2016). Samen signaleren, burgerparticipatie bij sociale veiligheid. Den Haag: Platform31. Meijer, A. (2012). New Media and the Coproduction of Safety: An Emperical Analysis of Dutch Practices. American Review of Public Adiminstration , 17-34. Rotmans, J. (2014). Verandering van tijdperk. Boxtel: Aeneas uitgever vakinformatie
  1. Higgins, E. (2016, November 18). Eliot Higgins. Retrieved April 11, 2017, from TEDxAmsterdam: tedx.amsterdam/speakers/elliot-higgens/
  2. Yin, R. (2003). Case Study Research (Vol. 5). Thousand Oaks: Sage.
  3. Politie & OM. (2017). Naar een toekomstbestendige opsporing en vervolging, Koersdocument. Den Haag,: Politie & OM.
  4. Arnstein,S. (1969). A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of Planners, 34 (4), 216-224.
  5. de Vries, A., & Smilda, F. (2014). In Social Media: het nieuwe DNA. Amsterdam: Reed Business Education.

Alert op de toekomst

Wanneer zich in Nederland een incident of ramp voordoet welke een potentieel gevaar vormt voor de bevolking, heeft de overheid de taak hen te alerteren. Het domein van alertering is in de afgelopen jaren onderhevig geweest aan een aantal transities door allerlei ontwikkelingen in de maatschappij.? In de publicatie ?Alert op de toekomst? schetst TNO een langere termijnvisie.

Voorheen ging alertering van de bevolking met sirenes, maar inmiddels zijn er andere systemen bijgekomen zoals NL-alert, AMBER Alert, etc. Bij een calamiteit ontvangt de burger ook steeds vaker en gemakkelijker informatie vanuit allerlei andere richtingen zoals sociale media en kan zij gemakkelijk zelf op zoek naar informatie. Daarbij is ook ‘fake news’ opkomend. In de publicatie ?Alert op de toekomst? schetst TNO een langere termijnvisie op alerteringen in het veiligheidsdomein aan burgers.

De wereld verandert

Veranderingen in de maatschappij brengen teweeg dat de overheid opnieuw wil en moet nadenken over haar rol binnen het domein van alertering. Waarvoor zou zij verantwoordelijk moeten zijn, met welk doel, en hoe ziet dat er dan uit? Voor welk soort incidenten moet er eigenlijk een alertbericht uitgaan? Wat moet er dan gecommuniceerd worden en naar wie wel en wie niet? Welk kanaal moet er worden gebruikt? Maar ook niet onbelangrijk, wat is eigenlijk de behoefte van de burger in dit hele verhaal?

Toekomstige leefwerelden

Om deze vragen te kunnen beantwoorden zijn experts binnen het veld gevraagd naar hun visie, los van huidige bestaande processen en systemen. Daarnaast is gekeken naar de manier waarop de maatschappij zich de komende jaren ontwikkelt. Daartoe zijn mogelijke toekomstige leefwerelden geschetst met elk hun eigen ontwikkelingen en behoeften en dus elk hun eigen implicaties voor alertering. Dit geeft richting aan de keuzes die gemaakt moeten worden in het heden.

Transities

Op de weg naar het nieuwe alerteren voorzien wij een aantal transities met verschillende opties. Op basis van de toekomstinschattingen van de experts zal alertering in ieder geval de richting uit moeten gaan van meer dienstverlening die inspeelt op de individuele behoeften van burgers, en van meer duurzame betrokkenheid in de leefomgeving van burgers. Daarnaast staat vast dat de overheid haar verantwoordelijkheid voor alertering moet behouden voor incidenten die betrekking hebben op fysieke veiligheid. Alle burgers die het aangaat moeten bereikt kunnen worden en handelingsperspectief ontvangen. Voor de burger moet duidelijk zijn dat de informatie die zij ontvangt, van een betrouwbare, gezaghebbende en authentieke bron komt.

Alert op de toekomst

Bovengenoemde transities zijn deels al in gang gezet, maar er is nog een innovatieve weg te gaan. De toekomstverkenning in het boekje ?Alert op de toekomst? is daarom geen eindpunt, maar juist een startpunt voor discussie, om ? alert op de toekomst ? vandaag de juiste keuzes te kunnen maken voor morgen. Keuzes waarin alle overheden, markt- en ketenpartijen en niet in de laatste plaats burgers moeten worden betrokken.

[slideshare id=94009008&doc=tno-2018-alert-180416191715&type=d]

Deze toekomstvisie is een vervolg op de?TNO-publicatie ?Wie belt er nog???in het kader van Het Nieuwe Melden, verschenen in 2016.

[slideshare id=59600264&doc=hetnieuwemelden-160315191155&type=d]

Bronnen: TNO

Bij welke staat behoort de virtuele straat?

Een bijdrage van gastauteur Rick de Haan:

Waarom hebben we politie? Het zou zo maar een vraag kunnen zijn die mijn kleuterzoon zou kunnen stellen om de wereld om zich heen te leren begrijpen. Hoe ouder hij wordt, hoe ingewikkelder de vragen. En dus ook de antwoorden, waarvoor ik steeds vaker de hulp van internet inschakel. Het zal niet lang meer duren tot hij zelf www.google.nl intikt en daar zijn vragen gaat stellen; tot die tijd leer ik er zelf gelukkig ook nog wat dingen bij.

Het meest concrete antwoord op de vraag waarom we politie hebben staat op politie.nl: ?De politie beschermt de democratie, handhaaft de wet en is het gezag op straat.? Persoonlijk vind ik dat nog een beetje te kort door de bocht, want het geeft geen antwoord op de vraag waarom het ?berhaupt nodig is om politie te hebben. Daar zullen ongetwijfeld wat wetenschappelijke, sociologische of antropologische stukken over te vinden zijn. In die richting zou ik het zelf in elk geval zoeken, want het bestaansrecht van de politie is gelegen in het bewaken en handhaven van de regels die gezamenlijk in een samenleving worden afgesproken. Het is onderdeel van hoe mensen met elkaar omgaan. In gezinsverband zijn het, als het goed is, de ouders die de afgesproken leefregels handhaven en de kinderen in het gareel proberen te houden. In een groter gezelschap ligt het gezag bij degenen die de leidersrol hebben. Op het werk is dat doorgaans de leidinggevende. In een nog groter gezelschap, zoals een stad, provincie of land is dit een verantwoordelijkheid van ?de overheid?, in ons geval de democratisch gekozen leiders. En de Nederlandse overheid heeft het uitvoeren van dat gezag, inclusief het alleenrecht om desnoods geweld toe te passen, gedelegeerd aan een organisatie die we de politie noemen. Om het nog een beetje overzichtelijk te houden sla ik de iets ingewikkeldere uitleg van de Trias Politica even over, want dan dwaal ik af. Maar houd voor straks even in het achterhoofd dat we ook nog zoiets als een rechterlijke macht hebben.

De virtuele variant van de maatschappij

In het afgelopen decennium is de interactie en het ?zijn? op internet toegenomen. Het internet, en dan vooral social media, is een ander domein dan telefonie dat al wat langer bestaat. Bij telefonie heeft de een kortstondig contact met de ander. In de meeste gevallen is dat 1-op-1. Op social media communiceren grote groepen met elkaar over van alles en nog wat. Het internet is daarmee meer en meer een virtuele variant van de maatschappij geworden. Ik noem het variant en niet verlengstuk, want die virtuele maatschappij kent geheel andere grenzen dan de fysieke maatschappij. Het onderlinge verkeer is niet begrensd door gemeente- of landsgrenzen. Ook taal is geen barri?re om wel of niet mee te doen. Engels is de voertaal in het westen, maar met vertaalprogramma?s als Google Translate is het een koud kunstje om aan het online maatschappelijk verkeer mee te doen met mensen uit een ander taalgebied. Je hoeft er zelfs niet voor te kunnen lezen dankzij moderne spraakprogramma?s. Tegelijkertijd vinden er op het internet overtredingen plaats die volgens de wetten en regels die ooit in de fysieke wereld zijn afgesproken handhaving behoeven. Als er een Nederlandstalige bedreiging van een (aankomend) politicus plaatsvindt, vanaf een socialmedia-account van een Nederlandse gebruiker, is het niet zo ingewikkeld om dit te behandelen volgens de Nederlandse wet. Als diezelfde bedreiging aan het adres van een buitenlandse politicus wordt gedaan, wordt het opeens veel ingewikkelder. Want is het beledigen of bedreigen van iemand in het buitenland nu wel of niet strafbaar volgens de wet die geldt in de omgeving van degene die deze uiting doet?

Overgeleverd aan de nukken van de internetgiganten

Het stelt niet alleen overheden en politie voor lastige dilemma?s, maar ook internet- en socialmedia-giganten als Facebook, Google en Twitter. Doorgaans hebben deze giganten intussen min of meer gestroomlijnde meldprocedures voor overheden. Zo kan een opsporingsambtenaar bij Facebook bijvoorbeeld via Facebook Records contact opnemen in geval van een opsporingsonderzoek. Twitter heeft weer andere regels waar je je als wetshandhaver aan moet houden voordat je bepaalde informatie kunt krijgen. In alle gevallen zijn het procedures die de bedrijven zelf opstellen, om voor zichzelf een goede balans te vinden tussen de privacy van hun gebruikers en het delen van gebruikersdata met overheidsvertegenwoordigers. Die balans is doorgaans niet transparant, uitgezonderd enige inzage in het aantal aanvragen en ingewilligde verzoeken via transparency reports. Het is echter maar de vraag welke beweegredenen er zijn om wel of niet mee te werken. Opsporingsinstanties vragen om gegevens, en socialmedia-bedrijven geven die of kiezen ervoor om dat juist niet te doen als zij vinden dat ze daartoe moreel of wettelijk niet verplicht zijn. Ze hebben wat dat betreft een zeer machtige positie, waarbij overheden zijn overgeleverd aan de nukken van deze internetgiganten. Wie heeft er nu eigenlijk de leiding om de orde te bewaken en te handhaven? En wie zou dat moeten hebben?

Online leefbaarheid en veiligheid

De leefbaarheid en veiligheid in onze fysieke leefomgeving heeft er sinds de opkomst van online buurtpreventie een dimensie erbij gekregen. Ongeveer 7000 WhatsApp-groepen uit Belgi? en Nederland hebben zich inmiddels aangemeld bij wabp.nl; grote kans dat ook jij en/of jouw buren op deze manier samen een oogje in het zeil houden in jouw wijk. Een belangrijk uitgangspunt van die online buurtgroepen is dat als er stront aan de knikker is er meteen 112 wordt gebeld. Om elkaar te informeren over onwenselijke of onveilige situaties hoeft de politie niet te worden ingeschakeld, maar als iemand getuige is van brandstichting, mishandeling, inbraak of erger is het voor iedereen volstrekt logisch dat de politie erbij wordt gehaald.

Maar hoe zit dat als er ernstige misdragingen plaatsvinden op het internet? Welke overheidsinstantie heeft het gezag wanneer er live moordvideo?s worden gestreamd op Facebook? Wie moet er worden ingeschakeld als de online leefbaarheid of veiligheid in het geding is? De meningen van diverse wetenschappers lopen uiteen over welke verantwoordelijkheden de internetgiganten daarin hebben. Zolang we die internetgiganten blijven zien als gewone bedrijven is het lastig om consensus te vinden over welke rol zij wel en niet zouden moeten spelen. Voor gewone bedrijven is het namelijk heel logisch om winstbelang te laten prevaleren boven het belang van overheden die misstanden willen oplossen. De vraag is of die logica nog wel opgaat. Want de internetgiganten zijn wel iets meer dan alleen maar ?gewone? bedrijven.

Facebook is een machtige mogendheid met Mark Zuckerberg als alleenheerser

Aan het begin van dit artikel schreef ik, dat het internet een virtuele variant van de maatschappij is geworden. In de internetfilmpjes over de social media revolutie wordt al enkele jaren de vergelijking gemaakt met inwoneraantallen van landen en aantallen gebruikers van social media platformen. Facebook heeft vandaag de dag bijna 2 miljard gebruikers. De vergelijking met landen begint steeds logischer te worden; de meesten van ons wonen niet alleen in Nederland maar ook met bijna 2 miljard andere wereldbewoners in de Facebook-cloud. En Facebook is daarmee feitelijk een machtige mogendheid met Mark Zuckerberg als alleenheerser. Een alleenheerser die moderators in dienst heeft om, net als politieagenten, de gebruikers (meer) in het gareel te houden. Onlangs kondigde Facebook aan 3000 extra moderators in te gaan schakelen omdat de handhaving op het platform nog steeds te wensen over laat. Net als de politie in de fysieke maatschappij zullen deze handhavers afhankelijk zijn van meldingen van bezoekers op het platform om gericht tot actie over te kunnen gaan. Alle gebruikers die de moeite nemen om ongewenste content te melden, vormen daarmee de Facebookvariant van de buurtpreventiegroepen. Maar hoe zit het met de rechterlijke macht in Facebookland? Hoe denkt Mark Zuckerberg daar vorm aan te gaan geven? Nou, daarvoor stelt hij zijn vertrouwen in kunstmatige intelligentie (AI). Hij zegt dat niet met zoveel woorden, maar deze AI wordt momenteel doorontwikkeld om het werk van de moderators te vergemakkelijken. Ik ben ervan overtuigd dat dat slechts het begin is van een ontwikkeling en dat beoordeling en sanctie-oplegging mede omwille van de objectiviteit spoedig ook daarvan afhankelijk zal worden gemaakt. Ofwel: kunstmatige intelligentie als de toekomstige rechterlijke macht van Facebook.

Internetgiganten en overheden worden gelijkwaardiger

Ik zie meer en meer overeenkomsten tussen social media platformen als virtuele omgevingen waar mensen samenkomen en fysieke omgevingen als steden, provincies en landen. Mijn veronderstelling daarbij is dat internetgiganten als Facebook, Google en Twitter steeds meer behoefte zullen krijgen aan samenwerking met verschillende overheden bij de handhaving van digitale orde en veiligheid op hun platformen. Opvallend was bijvoorbeeld dat onlangs een zelfmoord van een tienermeisje werd voorkomen waarbij ??n van de telefoontjes aan de politie van Facebook zelf kwam. Het feit dat dezelfde internetgiganten door nabestaanden van een schietpartij in San Bernardino voor de rechter worden gesleept omdat ze radicalisering op hun platformen hebben toegelaten, zegt ook wel iets over de toenemende behoefte aan handhaving.

Nu social media platformen allemaal live streaming van video bieden, ontstaat er een situatie waarin willekeurige online gebruikers getuige kunnen zijn van actuele incidenten zoals onder andere moord, verkrachting en zelfmoord. Interventies hierop moeten meestal in de fysieke wereld plaatsvinden. In die fysieke wereld is niet Mark Zuckerberg de leider die bepaalt wat er moet gebeuren, maar zijn dat de lokale overheden waar deze incidenten plaatsvinden. Plotseling is het in een situatie als deze niet een overheid die aan de bel hangt bij Facebook, maar zijn de rollen omgedraaid. Het is best knullig als Facebook dan net als iedereen moet aansluiten in de rij van telefonische melders. Je zou op zijn minst verwachten dat de lijntjes tussen een ?mogendheid? als Facebook en de lokale hulpdiensten korter zouden zijn, zeker in geval van spoed.

De balans in belangen begint de andere kant op te slaan. Internetgiganten en overheden worden gelijkwaardiger. Sterker nog, niet onterecht concludeerde Marc Schuilenburg onlangs in het NRC al dat Mark Zuckerberg Facebook als een nieuw soort overheid ziet. Schuilenburg concludeert: ?Facebook wordt een nieuw soort overheid en gaat veiligheidstaken van de nationale overheid overnemen.? Ook Zuckerberg verruimt zijn horizon, want hij spreekt meer en meer over de rol van Facebook in de offline wereld. Facebook wil invloed op offline gemeenschappen. Facebook wil een rol spelen bij hulp in geval van crisis. Facebook wil zelfs invloed op gezondheidszorg en verkiezingen. Als Facebook het zo belangrijk vindt om een offline rol te spelen, dan kan dat alleen wanneer Facebook de online rol van overheden respecteert. Het moet immers wel van twee kanten komen. Maar tegelijkertijd worden met het uiten van deze ambities zorgen geuit over verregaande overheidsbemoeienis. Je gaat je afvragen welke overheid Zuckerberg in zijn persoonlijke brief bedoelt met: ?In our society, we have personal relationships with friends and family, and then we have institutional relationships with the governments that set the rules.? Ik begin net als Marc Schuilenburg te denken dat Mark Zuckerberg bij zo?n uitspraak Facebook zelf als overheid ziet. Want wie bepaalt de regels in de virtuele straten? In hoeverre heeft de Nederlandse overheid invloed op wat wel en niet is toegestaan door Nederlandse inwoners van de Facebook-cloud?

Internetconsulaat of webambassade

Ik ben dan erg positief over het initiatief van de Europese Commissie om digitaal bewijs en data eenvoudiger op te kunnen vragen en het voorstel van Google om het opvragen van gegevens door de overheid te vereenvoudigen. Misschien ligt de oplossing zelfs wel in de richting van een internetconsulaat of webambassade. Een dienst die op overheidsniveau zorgdraagt voor de belangen van de inwoners van een land en, met enig mandaat, in direct contact staat met het hoogste management van de meestgebruikte internetdiensten. Het is een gedachte waarvan ik niet weet hoe realistisch dat is. Maar dat er iets moet gebeuren staat voor mij wel vast. Als we namelijk niet oppassen, hangt uw en mijn online ?n offline veiligheid straks af van de grillen van de internetgiganten.

Getagd voor het leven

youve-been-tagged

Wat zou jij er van vinden als je tijdens je werkt wordt gefilmd? En waarbij je (niet zeker) weet of een deel van de video online komt. Verschillende professionals hebben dit al eens meegemaakt. En, het lijkt steeds vaker te gebeuren. Wat is het effect van het opnemen en online plaatsen van beelden van publieke handelingen op sociale media, voor publieke professionals en organisaties? Het eerste verkennende studie over dit thema, uitgevoerd door Stichting Impact met mijn medewerking staat nu online. Deze verkenning biedt voldoende stof om over door te praten en voldoende onderwerpen om verder te (laten) onderzoeken. .

Een intrigerende vraag uit dit?onderzoek is de vraag: waarom doen mensen dit? Helaas is er (nog) geen onderzoek gedaan onder de filmers en diegene die het materiaal online plaatsen. De verschillende professionals geven vier motieven waarom mensen mogelijk filmen (en al dan niet plaatsen):Als een video online verschijnt dan is het proces dat volgt redelijk ongrijpbaar. Als het binnen korte tijd vaak gedeeld of geliked wordt, en al dan niet door andere (sociale) media wordt opgepikt, dan kan een olievlek ontstaan. Het is lastig om op dat moment de verspreiding in te perken. Het is moeilijk om een filmpje volledig van het internet te verwijderen, wanneer het zo vaak wordt gedeeld. Organisaties worden bij vergaande verspreiding van (video)materiaal gedwongen om te reageren. Want: of het nu waar is of niet, als organisatie moet je wel reageren als het breed is verspreid. Al was het maar voor diegene die op de video negatief wordt neergezet.

  • het uiting geven aan onmacht en frustratie.
  • het be?nvloeden van het proces van de organisatie (dossiervorming).
  • sensatiezucht (inclusief persoonlijk gewin).
  • verveling.

Het is essentieel om deze motivaties te weten, zodat passende reacties zijn te geven. Aanvullend onderzoek op filmers en plaatsers is zeer zeker nodig.

Vanuit persoonlijke ervaring weet een van de onderzoekers Roy Johannink dat een opvallend filmpje miljoenen views kan genereren. Dit kan de plaatser ? wat niet de filmer hoeft te zijn ? ook een bron van inkomsten betekenen. Het wegnemen van deze bron van inkomsten maakt het voor sommige plaatsers, denk aan de treitervloggers, al een stuk minder interessant om (video)materiaal online te plaatsen. Want: als je er geen geld mee verdiend, waarom zou je het dan nog doen?

Maar aan de hand van welke criteria bepalen we of een video al dan niet negatief is. Wat is de rol van YouTube ?n Facebook? Beide kunnen natuurlijk de advertenties weglaten rondom de video?s. Ze kunnen plaatsers ook (tijdelijk) blokkeren. Maar ze gaan dan ook zelf advertentie-inkomsten mislopen van dergelijke succesvolle video?s.

Het is dus allemaal niet zo eenvoudig. De problematiek en de oplossing(en) zijn complex. Dat maakt dit eerste onderzoek inzichtelijk. Er moet wel nog wat veranderen, dat is duidelijk. Alleen wat dan? Suggesties voor vervolgonderzoek en oplossingen zijn zeer welkom, reageer hieronder of laat je idee achter bij Roy Johannink.

Het onderzoek is hier te vinden: Getagd voor het leven; een verkennende studie naar de effecten op professionals van het filmen en online plaatsen van (beeld)materiaal van professioneel handelen, Jurriaan Jacobs, MSc Merel van Herpen, MA Dr. Hans te Brake mmv Drs. Roy Johannink MCDm, Stichting Impact Diemen, december 2016.

of lees het hieronder:

[slideshare id=72267052&doc=getagdvoorhetlevensocialemediaenweerbareprofessional-26-14871693771568867560-170217110954&type=d]

[slideshare id=78262205&doc=getagdvoorhetlevensocialemediaenweerbareprofessional-170726072049&type=d]

Bronnen: RoyJohannink

Online normoverschrijdend gedrag herkennen, verklaren en tegengaan

afbeelding-voorblad-social-media-open-riool-scriptie-elien

Er wordt op dit moment veel gepraat over normoverschrijdend gedrag op sociale media, maar dat levert nog onvoldoende op. Een studie van TNO met de Rijksuniversiteit Groningen biedt een theoretisch raamwerk op basis waarvan door alle partijen een meer gestructureerd en oplossingsgericht debat plaats kan vinden.

Het raamwerk dat? typen gedrag, verklaringen en mogelijke interventies bevat is voorgelegd aan achttien vooraanstaande experts op het gebied van gedragswetenschappen, cybersecurity en sociale media. Het resultaat is een structureler begrip van de werking van online normoverschrijdend gedrag, waarbij de specifieke Nederlandse situatie werd bekeken. Er worden bovendien aanbevelingen gedaan voor de verschillende betrokken partijen, waaronder de overheid, traditionele media, sociale media platformen en niet in de laatste plaats burgers die dit normoverschrijdende gedrag allemaal op hun manier kunnen be?nvloeden.

Via sociale media gaan burgers uit verschillende culturen en alle lagen van de samenleving de interactie aan, waardoor deze communicatieplatformen naast goede ontwikkelingen ook verschillende sociale problemen blootleggen. In de Nederlandse context zijn de maatschappelijke en politieke koers, sociale ongelijkheid en verschillende (religieuze) gebruiken voorbeelden van ?hot topics? die veel online discussie opleveren. Helaas worden dergelijke debatten vaak niet op een civiele noch constructieve manier gevoerd, waardoor reacties online worden geplaatst die de normen en waarden van andere gebruikers overschrijden. Tussen strafbare gedragingen en acceptabel gedrag ligt een gebied van online normen dat onderhevig is aan sociale regulatie, waarin vooral persoonlijke beledigingen en off-topic of onbeargumenteerde bijdragen als meest normoverschrijdend lijken te worden ervaren.

TNO Framework vult kennisleemte en benadrukt belang van gestructureerd debat

Het onderzoek van TNO speelt in op de kennisleemte omtrent het relatief onbekende maar zeer relevante gebied van online normoverschrijdend gedrag, en voegt met deze explorerende kijk op het onderwerp diverse nieuwe inzichten toe. Kernonderdelen behandelen een definitie voor het gedrag, haar consequenties voor de maatschappij, verklaringen voor het gedrag, en ten slotte een aantal idee?n over mogelijke interventies. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt hoe belangrijk het is dat voor het tegengaan van online normoverschrijdend gedrag de connectie met maatschappelijke ontwikkelingen in de fysieke wereld wordt gemaakt. De online publieke ruimte lijkt vooral te worden gedomineerd door de ?luidste schreeuwers?, waarbij de roep van deze ontevreden burgers kan worden ge?nterpreteerd als de algemene publieke opinie. Gepaard met gepersonaliseerde nieuwsoverzichten en het steeds meer beperken van contact tot de eigen sociale kringen maakt dat deze ontwikkeling leidt tot normvervaging, sociale onrust en polarisatie.

Aanpak is ieders verantwoordelijkheid

Het onderzoek benadrukt de noodzaak voor verschillende maatschappelijk betrokken partijen om een positie in te nemen in het debat omtrent online normoverschrijdend gedrag, waarbij het maatschappelijke belang boven het economische belang moet worden gesteld. De kernboodschap luidt dat er op dit moment veel over het onderwerp wordt gepraat, maar dat er een meer gestructureerd en oplossingsgericht debat plaats moet vinden. Hiervoor kan worden voortgebouwd op het theoretische raamwerk dat dit onderzoek biedt. Zo zou de overheid er goed aan doen te zorgen voor een meer interactieve online aanwezigheid, waarbij het bespreken van bronnen van onvrede niet moet worden geschuwd. Ook moeten sociale media platforms en commerci?le bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen: binnen de interactie waar zij aan verdienen zouden zij meer positieve online normen moeten stimuleren. Onderzoeksinstituties kunnen meer duidelijkheid verschaffen over de verschillende facetten van online normoverschrijdend gedrag. En voor Nederlandse burgers is ook een rol weggelegd: het is belangrijk dat de stille meerderheid zich laat horen met haar corrigerend vermogen richting groepen die meer extreme online normen kennen. Kortom: de relatief vrije interactie in het digitale domein heeft onbedoelde negatieve gevolgen doen ontstaan die om actie vragen van diverse partijen. Wat we immers niet moeten willen is dat partijen die het morele belang niet hoog genoeg waarderen (nog verder) aan de haal gaan met het online publieke domein dat van iedereen hoort te zijn.

Mede dankzij dit onderzoek kan Elien Padje cum laude afstuderen aan de Rijksuniversiteit Groningen in de Master Sociologie (specialisatie Criminaliteit & Veiligheid).? Haar scriptie wordt bovendien voorgedragen voor de nationale Internet Scriptieprijs 2016. Dit onderzoek is onderdeel van het Europese onderzoek MEDI@4SEC dat de toenemende impact van social media op maatschappelijke veiligheid onderzoekt.

[slideshare id=69718017&doc=tnoreportelienpadje-recognizingexplainingandcounteringnormtransgressivebehaviouronsocialmedia-161201104819&type=d]

Bronnen: TNO.nl, Rijksuniversiteit Groningen, Medi@4Sec

Samen signaleren

De klassieke verzorgingsstaat verandert in een participatiesamenleving. Iedereen die daartoe in staat is, moet volgens de regering zelf verantwoordelijkheid nemen om zijn eigen leefomgeving veiliger te maken. Dat doen burgers dan ook. Met name met behulp van sociale media dragen burgers uit eigen initiatief bij aan sociale veiligheid. De huidige, nieuwe vormen van burgerparticipatie ? van WhatsApp-groep tot burgerwacht ? stellen gemeenten en politiekorpsen voor de vraag: hoe gaan we zo goed mogelijk om met deze initiatieven? Welke rol pakken we?

Samen Signaleren is het resultaat van een onderzoek van bureau Bervoets en bureau Beke naar nieuwe vormen van burgerinitiatieven en de recente ontwikkelingen daarin. De onderzoekers hebben zich gericht op initiatieven die daadwerkelijk door burgers zelf zijn genomen en opgezet.

Aanleidingen voor nieuwe initiatieven
De opkomst van sociale media heeft een impuls gegeven aan het ontstaan van nieuwe vormen van burgerparticipatie in sociale veiligheid. Maar ook het afnemen van straattoezicht door overheidsdiensten of een lokale toename van woninginbraken kunnen een impuls geven aan burgerinitiatieven.

Samenwerking burger en lokale overheid
*Al komt het initiatief van de burgers, in de praktijk is uiteindelijk altijd wel sprake van een samenspel tussen burger en lokale overheid. Daarin is het voor gemeente en politie soms nog zoeken naar de juiste vorm. Zij lopen tegen dilemma?s aan als zullen we regisseren of faciliteren? Gaan burgers alleen signaleren of ook proberen op te treden? Hoe zorgen we dat er geen mensen deelnemen met onzuivere motieven? In Samen Signaleren geven de onderzoekers praktische aanbevelingen voor deze samenwerking.

“Wanneer mensen zelf vorm geven aan hun toekomst, voegen zij niet alleen waarde toe aan hun eigen leven, maar ook aan de samenleving als geheel?, Troonrede 2013

Onderstaand rapport is ook te downloaden op Platform31

Auteurs Eric Bervoets, Tom van Ham, Henk Ferwerda

Bronnen: Platform31

Camera in beeld

camera

Veel ondernemers gebruiken camera?s voor het houden van toezicht en het beveiligen van hun panden en goederen. Ook steeds meer particulieren gaan hun eigendommen beveiligen met camera?s. De politie maakt in haar dagelijks werk veel gebruik van deze camerabeelden. Om te weten waar camera?s ge?nstalleerd zijn en wat zij ?zien?, maakt de politie gebruik van een databank, genaamd ?Camera in Beeld?.

Camera in beeld is een landelijk systeem, waarbij alle (particuliere en overheids-)camera?s met zicht op de openbare weg op een kaart worden vermeld. Zo heeft de politie overzicht van welke camera?s waar hangen en waar zij opnames van maken.

Mag je zomaar alles opnemen?

Het is toegestaan een camera voor de beveiliging van je eigendom in te zetten. Voor bedrijven en woonhuizen geldt dat er een duidelijk zichtbare aankondiging moet zijn, dat er camerabeveiliging aanwezig is, bijvoorbeeld door een sticker of bordje bij de toegangsdeur.

Uw camera mag alleen opnamen maken van uw eigendom en in principe niet van de openbare weg. U mag namelijk alleen opnamen maken met als doel persoonlijke eigendommen te beschermen en niet om de privacy van mensen, dieren, goederen te schenden. Maar als u bijvoorbeeld uw carport in beeld heeft en daarbij is een deel van de stoep ook te zien, is dit wel toegestaan. Enige overlap is namelijk vaak onvermijdelijk. Wel bent u verplicht duidelijk zichtbaar te vermelden dat er camerabeveiliging aanwezig is.

Bronnen: Camera in Beeld