Tagarchief: media

True crime-podcasts schieten als paddenstoelen uit de grond

‘De wereld van Sofie’ besteedde op de VRT radio aandacht aan cold cases en true crime podcasts. Onopgehelderde zaken die aandacht krijgen in de media, en steeds vaker op nieuwe manieren via podcasts of op Netflix. Denk aan The Teacher’s Pet, Making a Murdere, The Keepers of Serial. Het parket probeerde in Belgie de uitzending van VTM over een cold case te verhinderen. Spanningen tussen pers en parket zijn niet ongewoon.?Soms geraken journalisten zo gefascineerd door een zaak, dat ze zelf op onderzoek uit gaan, zoals Kurt Wertelaers deed in de zaak Sally Van Hecke?en Sanne Boer van Argos VPRO bij “De Moord op Patrick“. Deze zaken hebben een grote aantrekkingskracht op veel mensen.

Journalist?Kurt Wertelaers?raakte gefascineerd door de moord op de 20-jarige Sally Van Hecke. Ze werd in 1996 vermoord in Antwerpen. In 2017 werd het onderzoek heropend, mede dankzij zijn onderzoek. Wertelaers maakte er voor VTM het programma ?Cold Case? over. Wat drijft hem in deze zaak?

Ine Van Wymersch?(woordvoerder parket Brussel) geeft uitleg over ?cold cases? en wanneer onderzoek opnieuw opgestart wordt. Hoe ziet zij de verhouding tussen onderzoeksjournalistiek en het gerechtelijk onderzoek? Het Antwerpse parket probeerde namelijk de uitzending van ?Cold Case tegen? te houden, omdat de uitzending mogelijk het verdere onderzoek zou kunnen schaden? Journalisten komen regelmatig met interessante hypotheses en scenario’s. Daarbij dient het proces niet in het gedrang te komen en de privacy van verdachten, getuigen en slachtoffers niet in het geding komen.

Het oproepen tot getuigen en het inschakelen van het publiek leidt tot grotere opsporingspercentages. Podcasts doen dit zelf ook, zoals de Australische podcast The Teacher’s Pet die na 30 jaar tot een oplossing kwam:

https://www.youtube.com/watch?v=sBoaZLTPF18

The Teacher’s Pet is een podcast die sinds mei 2018 door de Australische journalist?Hedley Thomas online is gebracht. De podcast vertelt over en is zelf ook een platform voor het onderzoek naar de verdwijning van Lynette Dawson. Lynette was de vrouw van rugbyspeler en leraar Chris Dawson en verdween spoorloos in 1982. Het onderzoek onthulde veel details, zoals over het huwelijk, de verdwijning, de buitenechtelijke affaire tussen Chris Dawson en een zestien jaar oud schoolmeisje, seksueel wangedrag tussen leraren en studenten op Cromer High en andere openbare middelbare scholen, tekortkomingen in het politieonderzoek, het effect op de betrokken families en de onwil van het openbaar ministerie om Dawson als verdachte te zien ondanks twee onderzoeken waarin wordt geconcludeerd dat Lynette Dawson dood zou moeten zijn en waarschijnlijk door haar man werd gedood.

De serie begon in mei 2018 en eindigde in augustus 2018 na 14 afleveringen. Journalist Hedley Thomas vertelt in zijn podcast dat de serie grote hoeveelheden bewijsmateriaal onthulde dat niet naar boven kwam door politieonderzoeken. Eind 2018 werden nog twee afleveringen toegevoegd, omdat een nieuwe opgraving nieuw bewijs bracht in het oude Bayview-huis van Dawson. De tweede podcast behandelde tenslotte de arrestatie van Dawson op 5 december door de politie van Queensland. Dawson werd vervolgens uitgeleverd aan Sydney, en kwam op 17 december 2018 op borgtocht vrij ($1,5 miljoen).

De serie had meer dan 28 miljoen downloads en was de nummer ??n Australische podcast en bereikte ook de nummer ??n in Groot-Brittanni?, Canada en Nieuw-Zeeland.

In Nederland maakt journaliste?Sanne Boer?de true crime podcast ?De moord op Patrick? voor het Radio 1-programma Argos. Ze brengt het verhaal van een tennisleraar die vermoord werd. Naar haar aanvoelen werd het onderzoek niet grondig genoeg gevoerd.

De 10-jarige Nathalie Geijsbregts werd in 1991 ontvoerd aan de bushalte. Vader?Eric Geijsbregts?is nog elke dag bezig met de zaak. Elke aandacht er voor blijft ook na bijna 30 jaar welkom, vertelt hij aan reporter Brecht Devoldere.

Waarom we een fascinatie hebben voor misdaadverhalen, voor whodunits, en waarom sommige mensen graag zelf detective spelen, is een vraag voor psycholoog?Ariane Bazan.

Nog veel meer series, films en songs dan we denken verwijzen naar echt gebeurde misdaadzaken, weet?Vincent Byloo.

Een aantal True Crime podcasts:

De terreur van de trollen

Sociale media raken steeds meer vervuild door verlakkerij

Zanger Dotan is niet de enige die het spookaccount heeft ontdekt als middel om zichzelf te promoten. Van boze exen tot grote bedrijven en de Russen: steeds vaker duiken trollen, nepaccounts en sokpoppen op. De bot is big business. ?Straks kan niemand meer zien wat echt is of nep.?

Door: Silvan Schoonhoven

Dotan maakt zichzelf tot held met een zielig verhaal over een doodzieke fan. Partij Denk bestreed PvdA?ers in online-discussies. En China maakt critici van de Communistische Partij online het leven zuur. Artiesten, lobbygroepen, politici, tech-reuzen en regeringen: allemaal zetten ze nepaccounts in. Je denkt dat je op Facebook of Twitter wordt aangesproken door een mens van vlees en bloed, maar in werkelijkheid is het een marionet waarbij een of andere onzichtbare poppenspeler aan de touwtjes trekt. Steeds vaker is zelfs dat niet het geval en praat je nietsvermoedend met een slim computerprogramma.

Pesten

?Het fenomeen neemt toe en de techniek schrijdt voort?, zegt Arnout de Vries. Voor TNO, politie en veiligheidsdiensten onderzoekt hij het verschijnsel. Volgende maand vliegt hij naar een grote politieconferentie in Londen over dit onderwerp. Daar gaat het bijvoorbeeld over ?trollen?, het onder een vals account treiteren, uitlokken of negatief be?nvloeden van discussies. ?Trollen begint met pesten, maar kan eindigen in intimideren, stalken of zelfs tot zelfmoord drijven. Als het de veiligheid schaadt, komt het als verschijnsel in beeld bij de politie of de diensten.?

De drempel om een nepaccount in te zetten is laag. Wie heeft er niet ooit een e-mailadres aangemaakt met een andere naam? Zelf een vals account aanmaken op Facebook of Twitter doe je ook in een handomdraai. Je kiest een veelvoorkomende naam, rooft een portret van internet en klaar is je handpop. Die zet je in als juichaapje voor je eigen zaak of om bagger uit te gieten over een tegenstander.

Zanger Dotan maakte gebruik van een ?trollenleger?.

Sociale media raken steeds meer vervuild met dit soort nepperij. Naar schatting tien procent van Facebook is vals. Honderdduizenden Twitter-accounts zijn van niet-bestaande mensen. Af en toe houdt een platform grote schoonmaak. ?Dan heeft Miley Cyrus opeens weer een paar duizend volgers minder?, zegt De Vries. Maar dat groeit wel weer aan. Twitter-directeur Jack Dorsey beklaagde zich er deze maand over hoe fictieve accounts zijn berichtendienst misbruiken. Hij wil weer een gewoon gezond debat met echte mensen, maar heeft geen idee hoe de klok terug te draaien.

Deze week kwam Dotan in opspraak, vorig jaar viel de partij van Kuzu en ?zt?rk door de mand. Denk viel met zo?n twintig nepaccounts de PvdA?ers Marcouch en Asscher lastig. ?De affaire met Denk was maar klein?, zegt De Vries. ?Maar een politieke partij met een groot budget kan helemaal losgaan. Die kan data inkopen van mensen om hen vervolgens te be?nvloeden met bots. Bij Denk heb ik me erover verbaasd dat er geen enkele instantie is die hier toezicht op houdt.?

Legaal

Het is ook lastig om dit soort sokpopperij aan te pakken. Zolang je niet dreigt, is het legaal om op internet onder een andere naam je mening te ventileren. Trollen kunnen hun gang gaan. Het hek lijkt daarmee van de dam.

Denk en Dotan zijn nog maar kinderspel in vergelijking met hoe grote bedrijven of landen het aanpakken. Die sturen hele legers van spookaccounts aan. In Rusland staan trollenfabrieken waar het personeel onafgebroken nepnieuws produceert.

Algoritme

Een stap professioneler zijn de geautomatiseerde nepaccounts, die op nog grotere schaal invloed uitoefenen. Het wordt steeds moeilijker om te zien of je aan het chatten bent met een echt mens of met een algoritme. De Vries: ?De techniek gaat verder. Ze zeggen dat 2018 het jaar wordt van de ?social bot?. Straks genereert een computer niet-bestaande namen bij kunstmatig aangemaakte portretfoto?s. Accounts worden dan aangedreven door kunstmatige intelligentie. Je kunt een bot maken die praat als Trump en nieuwe Trump-uitspraken doet op basis van wat hij eerder heeft gezegd.?

De partij van ?zt?rk, Denk, gebruikte nep-accounts

Facebook en Google zetten ook zwaar in op social bots, nu nog met tekst, straks met spraak. ?Die brengen jou een reisje of nieuwe schoenen onder de aandacht als dat bij jouw profiel past. Iedereen vindt het wel handig om met een social bot te kletsen. Onder kinderen is het enorm populair aan het worden. Opeens kunnen ze chatten met minions, die precies praten zoals in de film. En die producten aanbieden: ?Heb je al aan papa en mama verteld dat er een nieuwe Minion-film uitkomt?? Maar het is ook bekend dat Chinese kinderen hun diepste geheimen toevertrouwen aan dit soort bots. Dat is ideaal voor inlichtingendiensten.?

Een remedie is niet voorhanden. Het enige wapen tegen het nepaccount is om consumenten in te prenten dat op internet niet alles echt is. Maar het is de vraag of die boodschap ooit aankomt.

?Straks kan niemand meer zien wat echt is of nep?

?We gaan naar het kantelpunt toe waar we vrijwel geen onderscheid meer kunnen maken tussen echt of nep. Veel marketingafdelingen van bedrijven vinden dat alleen maar fijn en ik denk dat burgers het ook wel best vinden. Het is toch leuk om met Justin Bieber te kunnen praten? Je weet dat hij het niet zelf is, maar toch hoor ik daar niemand over zeuren.?

Bronnen: De Telegraaf

Internet Referral Unit: Internetpolitie op social media

twitter guns

Een landelijke politie-eenheid gaat zich bezighouden met het bestrijden van IS-propaganda op internet.?In sommige gevallen zal providers gevraagd worden de berichten te verwijderen.
Het team, met de naam Internet Referral Unit, gaat ook meehelpen om de verspreiders van de propaganda van de terreurgroep te achterhalen. Deze maand worden vijf politiemedewerkers geworven voor de eenheid.

De politie heeft met deze aanpak al bijna een?jaar?ge?xperimenteerd. In die periode werden negentien jihadistische berichten ge?dentificeerd, waarvan er tien werden gemeld aan providers. Die hebben op hun beurt zeven van die berichten verwijderd. Sommige van de niet doorgegeven berichten werden zelf al door providers gewist.
‘G?nante situatie’

Het plan voor een dergelijke eenheid was er al langer, maar tot nu toe kwam het niet van de grond. In 2014 stond in het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme al dat de politie cyberjihadisten hard zou gaan aanpakken en dat er een zwarte lijst zou komen van jihadistische websites. De ministeries van Veiligheid en Justitie en?Sociale Zaken erkennen dat beide maatregelen nog niet zijn uitgevoerd. Onder ambtenaren wordt gesproken van een “g?nante situatie”, schrijft de NRC.

De Nationale Politie erkent tegen de NOS?dat het veel tijd heeft gekost om de werkwijze van het IRU te ontwikkelen, zoals dit ook op EU niveau al gangbaar is. Wanneer de onlineberichten opruiend zijn of werven voor de gewapende strijd kan de politie actie ondernemen.

“We hebben veel aandacht besteed aan het defini?ren van die twee pijlers. Dat is gebeurd in samenspraak met het Openbaar Ministerie en het ministerie van Veiligheid en Justitie.?We willen voorkomen dat we een soort internetpolitie worden die tornt aan de vrijheid van meningsuiting”, zegt Suzanne de Graaf van de Nationale Politie. Ook kost het werven van het juiste personeel veel tijd.

Deze week?werd bekend dat nabestaanden van de aanslagen in Parijs en Brussel Twitter aanklagen. Het sociale medium zou te weinig hebben gedaan om te voorkomen dat IS het platform gebruikt als “krachtig wapen voor terrorisme”.

Normoverschrijdend gedrag

Het onderzoek van Elien Padje benadrukt de noodzaak voor verschillende maatschappelijk betrokken partijen, waaronder de politie, om een positie in te nemen in het debat omtrent online normoverschrijdend gedrag, waarbij het maatschappelijke belang boven het economische belang moet worden gesteld. De kernboodschap luidt dat er op dit moment veel over het onderwerp wordt gepraat, maar dat er een meer gestructureerd en oplossingsgericht debat plaats moet vinden dat bovendien moet resulteren in een meer geco?rdineerde en eenduidige aanpak.

Er zijn veel gebeurtenissen die tijdelijk of plaatselijk onrust veroorzaken, maar wanneer raakt dat onze nationale veiligheid? Bij sommige voorbeelden is dat duidelijk, maar hoe schat je het verloop van de onrust binnen onze samenleving naar maatschappelijke ontwrichting in? Welke factoren spelen een rol en welke indicatoren zijn er? En welke rol spelen sociale media bij het vertalen van de gevoelens van individuen naar mogelijke actie door velen? En leidt aandacht, bijvoorbeeld voor jihadisme of ISIS, per definitie tot maatschappelijke onrust over de toegenomen dreiging? Op dit soort vragen ging het?Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing?vorig jaar nog uitgebreid?in, met de roep om van kijken en begrijpen ook over te gaan tot ingrijpen.

Digigeren

In de publicatie #SM @OOV presenteerde TNO jaren geleden al haar visie op social media en kansen in het veiligheidsdomein. Kijken, zenden, vragen en interacteren met behulp van sociale media spelen een centrale rol in deze visie. ?Het helpt je inzicht te krijgen in wat er leeft in de (digitale) samenleving, informatie te verspreiden via social media, vragen te stellen en te interacteren met burgers?, vertelt Carlijn Broekman, onderzoeker bij TNO. ?De politie maakt al wel gebruik van sociale media, maar vaak is het op eigen initiatief van agenten en rechercheurs. En het ontbreekt hen aan beproefde mogelijkheden om ongewenst digitaal gedrag te detecteren en er tegen op te treden. Zo mag de politie zich bijvoorbeeld niet voordoen als een minderjarige om een pedofiel te kunnen pakken. Daarom ontwikkelt TNO aanvullende methoden die de politie helpt bij haar werk in de digitale samenleving.?

Positieve gedragsbe?nvloeding

Digigeren is een voorbeeld van zo’n nieuwe methode om online gedrag positief te be?nvloeden. Het kan ongewenst digitaal gedrag voorkomen en biedt handelingsperspectief naar aanleiding van dergelijk gedrag. Broekman: ?Door je informatiepositie te verbeteren of door te informeren, interveni?ren, motiveren, demotiveren of te de-escaleren, valt online gedrag te be?nvloeden.? Als voorbeeld haalt zij de vele doodsbedreigingen aan. ?Om te achterhalen of een bedreiging serieus is, wil je de informatiepositie verbeteren. Om het aantal te verminderen, kun je informatie verstrekken over de strafbaarheid daarvan. Interveni?ren doe je door mensen te wijzen op hoe zij onbewust zichzelf of hun kind aantrekkelijk maken als potentieel slachtoffer. En motiveren of de-escaleren kan door slachtoffers van pestgedrag of digitale omstanders handelingsperspectieven aan te reiken.?

Inzet social media

De methode maakt gebruik van de mogelijkheden die sociale media bieden: een bericht sturen, volgen, favoriten of liken, forwarden, een vraag stellen en reageren. Cruciaal bij het be?nvloeden van ongewenst digitaal gedrag zijn inhoud, woorden en afzender van het bericht. Naast de politie kunnen ook andere partijen gebruik maken van digigeren. Zo hebben ook scholen een rol in de digitale opvoeding en het digitale toezicht. Lees hier meer over de methode die al eerder werd toegepast op normoverschrijdend gedrag online in relatie tot?grooming.

 

 

 

[slideshare id=69718017&doc=tnoreportelienpadje-recognizingexplainingandcounteringnormtransgressivebehaviouronsocialmedia-161201104819&type=d]

Bronnen: NOS, Computable, Elsevier

Online normoverschrijdend gedrag herkennen, verklaren en tegengaan

afbeelding-voorblad-social-media-open-riool-scriptie-elien

Er wordt op dit moment veel gepraat over normoverschrijdend gedrag op sociale media, maar dat levert nog onvoldoende op. Een studie van TNO met de Rijksuniversiteit Groningen biedt een theoretisch raamwerk op basis waarvan door alle partijen een meer gestructureerd en oplossingsgericht debat plaats kan vinden.

Het raamwerk dat? typen gedrag, verklaringen en mogelijke interventies bevat is voorgelegd aan achttien vooraanstaande experts op het gebied van gedragswetenschappen, cybersecurity en sociale media. Het resultaat is een structureler begrip van de werking van online normoverschrijdend gedrag, waarbij de specifieke Nederlandse situatie werd bekeken. Er worden bovendien aanbevelingen gedaan voor de verschillende betrokken partijen, waaronder de overheid, traditionele media, sociale media platformen en niet in de laatste plaats burgers die dit normoverschrijdende gedrag allemaal op hun manier kunnen be?nvloeden.

Via sociale media gaan burgers uit verschillende culturen en alle lagen van de samenleving de interactie aan, waardoor deze communicatieplatformen naast goede ontwikkelingen ook verschillende sociale problemen blootleggen. In de Nederlandse context zijn de maatschappelijke en politieke koers, sociale ongelijkheid en verschillende (religieuze) gebruiken voorbeelden van ?hot topics? die veel online discussie opleveren. Helaas worden dergelijke debatten vaak niet op een civiele noch constructieve manier gevoerd, waardoor reacties online worden geplaatst die de normen en waarden van andere gebruikers overschrijden. Tussen strafbare gedragingen en acceptabel gedrag ligt een gebied van online normen dat onderhevig is aan sociale regulatie, waarin vooral persoonlijke beledigingen en off-topic of onbeargumenteerde bijdragen als meest normoverschrijdend lijken te worden ervaren.

TNO Framework vult kennisleemte en benadrukt belang van gestructureerd debat

Het onderzoek van TNO speelt in op de kennisleemte omtrent het relatief onbekende maar zeer relevante gebied van online normoverschrijdend gedrag, en voegt met deze explorerende kijk op het onderwerp diverse nieuwe inzichten toe. Kernonderdelen behandelen een definitie voor het gedrag, haar consequenties voor de maatschappij, verklaringen voor het gedrag, en ten slotte een aantal idee?n over mogelijke interventies. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt hoe belangrijk het is dat voor het tegengaan van online normoverschrijdend gedrag de connectie met maatschappelijke ontwikkelingen in de fysieke wereld wordt gemaakt. De online publieke ruimte lijkt vooral te worden gedomineerd door de ?luidste schreeuwers?, waarbij de roep van deze ontevreden burgers kan worden ge?nterpreteerd als de algemene publieke opinie. Gepaard met gepersonaliseerde nieuwsoverzichten en het steeds meer beperken van contact tot de eigen sociale kringen maakt dat deze ontwikkeling leidt tot normvervaging, sociale onrust en polarisatie.

Aanpak is ieders verantwoordelijkheid

Het onderzoek benadrukt de noodzaak voor verschillende maatschappelijk betrokken partijen om een positie in te nemen in het debat omtrent online normoverschrijdend gedrag, waarbij het maatschappelijke belang boven het economische belang moet worden gesteld. De kernboodschap luidt dat er op dit moment veel over het onderwerp wordt gepraat, maar dat er een meer gestructureerd en oplossingsgericht debat plaats moet vinden. Hiervoor kan worden voortgebouwd op het theoretische raamwerk dat dit onderzoek biedt. Zo zou de overheid er goed aan doen te zorgen voor een meer interactieve online aanwezigheid, waarbij het bespreken van bronnen van onvrede niet moet worden geschuwd. Ook moeten sociale media platforms en commerci?le bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen: binnen de interactie waar zij aan verdienen zouden zij meer positieve online normen moeten stimuleren. Onderzoeksinstituties kunnen meer duidelijkheid verschaffen over de verschillende facetten van online normoverschrijdend gedrag. En voor Nederlandse burgers is ook een rol weggelegd: het is belangrijk dat de stille meerderheid zich laat horen met haar corrigerend vermogen richting groepen die meer extreme online normen kennen. Kortom: de relatief vrije interactie in het digitale domein heeft onbedoelde negatieve gevolgen doen ontstaan die om actie vragen van diverse partijen. Wat we immers niet moeten willen is dat partijen die het morele belang niet hoog genoeg waarderen (nog verder) aan de haal gaan met het online publieke domein dat van iedereen hoort te zijn.

Mede dankzij dit onderzoek kan Elien Padje cum laude afstuderen aan de Rijksuniversiteit Groningen in de Master Sociologie (specialisatie Criminaliteit & Veiligheid).? Haar scriptie wordt bovendien voorgedragen voor de nationale Internet Scriptieprijs 2016. Dit onderzoek is onderdeel van het Europese onderzoek MEDI@4SEC dat de toenemende impact van social media op maatschappelijke veiligheid onderzoekt.

[slideshare id=69718017&doc=tnoreportelienpadje-recognizingexplainingandcounteringnormtransgressivebehaviouronsocialmedia-161201104819&type=d]

Bronnen: TNO.nl, Rijksuniversiteit Groningen, Medi@4Sec

Criminelen die hun misdrijf filmen

facebook-solves-cases

Daders die social media gebruiken bij hun misdaden. Vooraf, tijdens of na hun daad. Gaan we dit vaker zien?

Vooraf om bijvoorbeeld een afscheidsbrief te plaatsen of nadere duiding te geven, of om een daad aan te kondigen in een laatste roep om aandacht (bijv. bij een crime passionel of zelfmoord).
Tijdens om ongecensureerd je boodschap live in de digitale ether te kunnen plaatsen, zoals de dubbele moord in Virginia?of de wraakactie van twee mannen die via Periscope gevolgd kon worden en gelukkig niet in een bloedbad eindigde.
Of na een misdrijf om uitleg te geven, te pochen (met de buit) of de daad nog eens kracht bij te zetten en angst in te boezemen (zoals bendes op Facebook doen als boodschap naar andere bendes, of zoals de Mexicaanse drugscartels doen om regering en bevolking hun onaantastbaarheid te benadrukken).

A picture posted on the Facebook page for a user named "Chriis Marley," shows the page's owner with a gun and money. Police say in an arrest warrant affidavit that "Chriis Marley" is an alias for Christopher Cruz. mpetroski@abqjournal.com Mon Aug 17 16:53:04 -0600 2015 1439851984 FILENAME: 197450.jpg

periscope-gun

Het lijkt steeds vaker te gebeuren, omdat de mogelijkheden om dit te doen toenemen en democratiseren. Denk aan GoPro camera?s die je op je lichaam of zelfs op een wapen kunt zetten (zoals IS het gebruikt als morbide gamification methode en het als spelletje doet lijken), een moderne Google Glass of het inzetten van Drone met camera waarvan de beelden live gedeeld kunnen worden. Het is waarschijnlijk dat we het vaker gaan meemaken, zeker als de motieven gericht zijn op het verkondigen van een boodschap.

De gebeurtenis in Virginia waarbij twee journalisten zijn?doodgeschoten terwijl ze live een televisie-interview afnamen staat niet op zichzelf. Steeds vaker en in toenemende mate bij verschillende type misdaden wordt er gebruik gemaakt van een eigen camera. Social media zorgen ervoor dat je baas bent over een eigen zendkanaal. Met wat hulp van anderen en zeker ook traditionele media kun je je beelden zeer snel de wereld in helpen. Een RT of like knop is zonder nadenken snel genoeg ingedrukt, en traditionele media nemen die, weten we uit eerdere incidenten, soms klakkeloos over. De onnadenkendheid zorgt ervoor dat dit daders vaak juist in de kaart kan spelen. Niet alle media zijn even genuanceerd in hun drang om meer kijkers, en heftige incidenten zorgen voor veel reuring die niet te stoppen is. De BBC deed het weloverwogen, maar kreeg ondanks dat toch het verzoek van de politie om de beelden te verwijderen.

Maar waar het eerder vooral om een ?terroristisch theater? en dito motief ging (zoals de Boston Marathon), lijkt het erop dat we dit ook onder andere typen misdaden nu zien.

Vroeger moest je een mediabedrijf kapen om uit te kunnen zenden. Onlangs probeerde?Tarik Z. gewapend de NOS studio?over te nemen, maar wat als hij een YouTube of Persicope boodschap had uitgezonden? Natuurlijk heeft social media niet dezelfde impact als live overnemen van een nieuwszender als de NOS. Maar bij veel?gijzelingen wordt social media steeds?vaker bewust ingezet als middel om een groot bereik (en dito bemoeienis) te krijgen van media en het algemeen publiek. De Sydney Siege, maar ook de ?stand-off? in Staten Island?waar de dader een live blog bijhield vanuit zijn gebarricadeerde appartement zijn daar voorbeelden van. De impact is uiteraard enorm, want dit soort heftige situaties komt ongecensureerd bij mensen binnen, in de huiskamer of ?in your face? via je handpalm. De impact is groot, zeker ook voor de politie. Helemaal als het mis gaat. Een agent wiens pistool afhandig werd gemaakt werd zelfs online uitgelachen toen hij gewond op straat lag. Maar ook minder ernstige misdrijven worden live gefilmd, zoals joyriders die zichzelf filmen terwijl ze een auto aan gort rijden. Dat dit ?bewijsmateriaal? in Nederland soms niet gebruikt mag worden omdat een dader niet hoeft?mee te werken aan zijn eigen veroordeling (met een eigen gemaakt filmpje) leidde dit in het verleden al eens?tot maatschappelijke discussies.

De discussie of social media deze beelden zou moeten blokkeren of verwijderen op het moment dat ze gedeeld worden is hevig losgebarsten. Bijdragen aan terrorisme of georganiseerde misdaad is in de VS bij wet ook verboden als je dit als service provider van internetdiensten doet. En die schijn heb je al snel tegen. Filmpjes gaan in je Facebook timeline met de autoplay functie ook vanzelf afspelen, en dan heb je die ongezouten beelden misschien ongewild al op je netvlies. Toch zal het lastig worden voor partijen als Facebook of Twitter om dit soort daden online snel te verhelpen. Social media is ook een creatief middel en beknotting in vrijheid van meningsuiting (zoals hardop uitgesproken gedachten) zijn lastig te ondervangen. Denk bijvoorbeeld eens terug aan de social meme ?RT to kill? waarin jongeren het een creatieve uiting vonden om moordscenes op straat zo echt mogelijk na te spelen en deze te delen op social media.

En andersom komt het ook voor dat getuigen, of zelfs het slachtoffer filmt:

Beeld en geluid vanuit ieder perspectief

Als de terroristen begin dit jaar in Parijs in de ?stand-off? in de drukkerij deze mogelijkheden benut zouden hebben zou de impact op de maatschappij vele malen groter zijn. Bedenk ook dat?sommige media hun uiterste best deden om de situatie in detail in beeld te brengen, met zoomlenzen tot in het gebouw. De honger naar beelden, en de dwang van het kunnen vertellen van het eigen verhaal is er vanuit alle hoeken: media, politie, burgers en criminelen. Allemaal willen ze, liefst live, beelden maken en het ware verhaal delen. Zo is de politie in Ferguson zelf gaan experimenteren met Periscope?tijdens demonstraties, om hun perspectief te laten zien. Burgers filmen andersom ook en de media staat ertussen. Als je criminelen toevoegt in deze mix krijg je interessante dilemma?s vanuit ieder perspectief, waar we voorlopig nog niet over uitgepraat raken.

Informatie voor de politie

Beelden van criminelen leveren andersom waardevolle tactische informatie voor een arrestatieteam op en achteraf een schat aan informatie voor de opsporing. Er zijn zelfs criminelen zo ijdel dat ze na een opsporingsverzoek een nieuwe Selfie insturen omdat ze vinden dat ze er niet mooi op staan. Criminelen krijgen soms zelfs online?een schare fans met zelfs huwelijksaanzoeken die gemakshalve voorbij lijken te gaan aan de ware aard van het beestje.

nightcrawler-01-405x270

En burgers filmen de politie

Het is een groeiende trend dat burgers zelf ook vaker de politie filmen. Burgers hebben hier in veel landen ook alle rechten toe. Zo komt het ook steeds vaker voor dat mensen die nog niet als dader worden aangemerkt, maar wel verdacht worden van een misdrijf het al online zetten. Zo filmde Snoop Dogg zijn arrestatie in Zweden en plaatste de filmpjes vanuit de achterbank in de politiewagen op Instagram.

shoot

Het is zelfs een trend om een staande houding van de politie live te filmen, je weet nooit of het uit de hand loopt. De gebeurtenissen in de VS na Ferguson, maar ook hier in Nederland met Mitch Henriquez, zijn hier natuurlijk een belangrijke katalysator van. Er zijn al vele apps op de markt gekomen om ?ontmoetingen? met de politie te filmen, zoals Hands Up,?Five-O?of?Cop Recorder.?En met dit soort social media wapens in de hand kunnen er goede, maar ook slechte gevolgen zijn. Er zijn inmiddels maar al teveel?burgers die de randen testen van het politie-optreden en hun burgerrechten in ?ontmoetingen?, met alle gevolgen van dien…

Photo of Ademo Freeman, a.ka. Adam Mueller, founder of CopBlock.org (Photo contribution: Ademo Freeman)

Photo of Ademo Freeman, a.ka. Adam Mueller, founder of CopBlock.org
(Photo contribution: Ademo Freeman)

Bonnen: EditieNL, BBC, BostonGlobe, Local10, NYDaily, Hollywood Reporter, Wear TV

App: Peeple

Yelp, maar dan voor mensen.?Met apps kunnen we van alles om ons heen beoordelen ? via de app Peeple straks misschien ook mensen.
Hoe ben je professioneel, hoe ben je persoonlijk, en hoe ben je romantisch gezien?

peeple1

Stel: je krijgt een melding dat er online een negatieve recensie over je is geplaatst. Je krijgt ??n ster, de laagste score. Als je voortaan je eigen naam intikt op Google, komt die negatieve recensie bovenaan. Je weet niet wie erachter zit, want recenseren mag anoniem. Het zou een collega kunnen zijn met wie je ruzie kreeg, een boze buurman of je ex. Verwijderen is niet mogelijk.

Peeple kondigde begin deze maand aan met een app te komen waarmee je andere mensen, al dan niet anoniem, kunt beoordelen. De app zou in november live gaan, en een soort ?Yelp voor mensen? zijn. Op Peeple zou je online andere mensen kunnen beoordelen, zoals je op Yelp restaurants kunt beoordelen of op bol.com een pas aangeschaft setje bluetoothspeakers bespreekt.

Er was meteen veel om te doen, ook in de offline-wereld. Media als The New York Times enThe Guardian schreven erover. ?Mensen die Peeple nodig hebben zijn de eenzaamste mensen in de wereld?, aldus Guardian-columnist Marina Hyde. Er werd een Twitteraccount opgericht, People vs. Peeple, dat inmiddels meer dan 13.000 volgers heeft. Een van de tweets: ?De hele wereld kan elk klein ding dat je fout hebt gedaan te weten komen en je baas kent straks elk detail van je seksleven.?

Toch is het idee achter Peeple niet zo nieuw als het door alle ophef lijkt. Veel apps en websites hebben al een ratingsysteem waarmee je andere mensen kunt beoordelen.?Zo moeten op logeer-app Airbnb zowel de gast als de verhuurder elkaar na het verblijf?beoordelen. Hetzelfde geldt voor de chauffeur en passagier na een ritje met taxi-app Uber, die elkaar tussen de een en vijf sterren moeten geven. Ook autoverhuur-app Snappcar maakt gebruik van zo?n ratingsysteem.?Artsen kun je beoordelen op Zorgkaart Nederland, leraren op beoordeelmijnleraar.nl. Overmevrouw Pols, de lerares Nederlands die bovenaan de ranglijst staat, lezen we bijvoorbeeld: ?Ze is de meest toegewijde, enthousiaste, motiverende, humoristische leuke docente!!!?

Blijkbaar voldoen deze ratingsystemen in een behoefte. Ze geven ervaringen van gebruikers en kunnen daardoor een eerlijker beeld schetsen dan marketingafdelingen. Ook kunnen ze het veiligheidsgevoel vergroten. De uit recensies opgebouwde reputaties laten je zien met wie je te maken hebt. Iemand die van driehonderd verschillende mensen een vijfsterrenbeoordeling heeft gekregen, zal je waarschijnlijk niet bedonderen.

En ratingsystemen kunnen een manier zijn om kwaliteit te waarborgen. Uberchauffeurs moeten bijvoorbeeld gemiddeld minstens 4,5 sterren scoren om voor de dienst te mogen blijven rijden. Als ze dat niet halen, worden ze weggestuurd.

Betrouwbaar

Ratingsystemen lijken transparant. Maar zijn de recensies wel echt zo betrouwbaar?

Reviews kunnen nep zijn. Gisteren maakte Amazon bekend meer dan duizend ?neprecensenten? aan te klagen, mensen die tegen betaling positieve productrecensies schrijven. Ook kunnen mensen een negatieve recensie schrijven uit oneigenlijke redenen ? denk aan een boze ex die uit is op wraak.

Er kunnen ook subtielere zaken meespelen. Zoals groepsdruk, of de reputatie van de recensent zelf. Een tijdje geleden moest ik in Portugal drie kwartier luisteren naar de absurde regels die onze Airbnb-verhuurder had bedacht voor haar huis ? twintig euro borg betalen voor de sleutel, wel de waterkoker, niet de koffieautomaat gebruiken. Het matras was hard, de beloofde wifi deed het niet. Maar: op haar Airbnb-profiel had ze enkel lovende recensies.

Ook ik liet geen negatieve recensie achter. Want wat als zij mij negatief zou beoordelen? Dat zou iedereen daarna kunnen zien op mijn Airbnb-profiel, en zou ik de volgende keer als ik via de site een kamer wil boeken geweigerd kunnen worden. Dus schreef ik niks over het gebrek aan wifi of nachtrust. Wel liet ik iets achter over een ?fijn verblijf?.

Positieve recensies

Uit onderzoek van de Universiteit van Boston bleek eerder dit jaar dat mensen elkaar positief beoordelen, in de hoop dat zij daar zelf een gunstige recensie voor terugkrijgen.

De universiteit onderzocht twee sites waarbij gasten een recensie kunnen achterlaten over hun accommodatie. TripAdvisor, waar alleen de gasten een recensie achterlaten, en Airbnb, waar de gasten en verhuurders allebei moeten laten weten wat ze ervan vonden. Wat bleek: logeerlocaties die zowel op TripAdvisor als Airbnb staan, kregen een 14 procent hogere beoordelingen op Airbnb. Terwijl het om identieke plekken ging.

Positieve recensies leveren geld op. Hoe enthousiaster aanbieders en gasten elkaar beoordelen, des te meer kamers er worden geboekt. Zo werkt het bij Airbnb en ook bij Uber.?Een Uber-chauffeur ? met een gemiddelde score van 4,7 ? bij wie ik afgelopen weekend in de auto stapte, vertelde dat hij voor het recenseren van zijn klanten een eenvoudig systeem heeft bedacht. ?Ik geef altijd vijf sterren. Tenzij ze me te lang laten wachten tot ze naar buiten komen.?

Bij Airbnb en Uber beoordeel je de dienst die iemand aanbiedt. Dat is nog iets anders dan de persoon zelf, zoals bij Peeple. Waarom zou je dat doen? Omdat je als moeder wilt kunnen nagaan aan wie je je kinderen toevertrouwd, stelde mede-oprichter van Peeple Nicole McCullough in The Washington Post.

Of Peeple er daadwerkelijk gaat komen is niet duidelijk. De app verdween vorige week stilletjes. Op Facebook is het raten van de oprichters wel alvast begonnen. McCulloughs compagnon Julia Cordray ontving op haar persoonlijke Facebookpagina ?a 0 out of 5 as a human being?.

peeple

Verwijderd en weer terug

Toch verwijderde de Peeple app een aantal controversi?le features.

peeple3

Een van de oprichtsters, Julia Cordray, reageerde als volgt op Linkedin op alle kritiek:

?You will NOT be on our platform without your explicit permission. There is no 48-hour waiting period to remove negative comments. There is no way to even make negative comments. Simply stated, if you don?t explicitly say ?approve recommendation?, it will not be visible on our platform.?

Om vervolgens de dienst per maart 2016 opnieuw te lanceren.

Bronnen: CBS News, NRC, The Guardian, BBC

Periscope of Meerkat: Impact op veiligheid

Periscope of Meerkat is een combinatie van live video en chat: ??n persoon zendt uit, iedereen kan meekijken en anderen kunnen direct een mening geven. Vele mensen installeerden Periscope of Meerkat al op hun smartphone. Zo’n live-uitzending is op zich niet uniek, want websites en televisiezenders werken veelvuldig met dergelijke uitzendingen. Maar het is wel de eerste keer dat een voorbijganger heel gemakkelijk zelfstandig een gebeurtenis uitzendt en verslag doet, waar anderen live naar kunnen kijken.

Impact op de aanpak bij ernstige incidenten?
Vanuit het oogpunt van de hulpdiensten (brandweer/politie/ambulance) is de impact van het live kunnen streamen enorm. Denk aan YouTube maar dan zonder het gedoe van uploaden. Als iedereen direct zijn of haar eigen TV station kan aanzetten, vanuit waar ze dan ook maar zijn, zullen inhoud en communicatie zonder enig filter of duiding direct zichtbaar zijn. Dit werd voor het eerst duidelijk bij een explosie van een gebouw in New york. Op het scherm van een smartphone was in maart 2015 live te zien hoe een Amerikaans gebouw afbrandt. Niet via foto’s die op Twitter zijn geplaatst, maar omdat iemand de gevolgen van de explosie met de camera van zijn smartphone registreert en de beelden via het internet uitzendt.
De BBC deed een experiment met Meerkat waarbij de rellen in Ferguson live met de rest van de wereld werd gedeeld. Twee journalisten van de nieuwszender gingen op pad om de demonstraties te filmen. De BBC plaatste een blog waarop is te lezen hoe de journalisten in het begin moeite hadden met het feit dat de camera altijd aan stond. Overleggen deden ze eerst fluisterend, maar al snel betrokken ze ook het publiek bij datgene dat ze wilden filmen.

De politie van Kingston deed al wat tests met Periscope om hun werk in uitvoering met live streams te laten zien aan het publiek onder de hashtag?#mpskingstonlive en de politie uit India vraagt zelfs actief aan burgers om een incident op Periscope te zetten.

Up periscope: Kingston police to beam live images of their crime-fighting today using new phone app. Screen grab: Krishna De

Een jaar na de rellen in Ferguson waar burgers opnames maakten en media live verslag deed doet de politie dit nu zelf met Periscope. In de nacht van?11 Augustus 2015 twitterde?Lt. Col. Troy Doyle onderstaande videofeed, om het verhaal vanuit het gezichtspunt van de politie te vertellen:
periscope police

Het hoogtepunt van opnieuw uitbrekende rellen is echter?niet op deze beelden te zien. Het betreft een kort filmpje, en waarschijnlijk een eerste test.

En ook los van incidenten wordt er al mee ge?xperimenteerd.?Willem Janssen, wijkagent van de politie in het dorp Teteringen en de wijk Waterdonken in Breda, vertelt via de LIVE-tv app Periscope over de inzet van het Mobile Media Lab van de politie in Teteringen op woensdag 29 juli 2015 en donderdag 30 juli 2015:

?Of bij een persconferentie:

En ook andersom Periscoped de media dan weer de persconferentie van de politie:

En is dit een inbreker die Periscope gebruikt?

Neen.?Deze live inbraak werd een virale hit en over de authenticiteit van de video werd flink gediscussieerd. In onderstaande video zien we dat alles was opgezet door Nationale Nederlanden, om mensen zich bewust te laten zijn van het risico op een inbraak.

De politie in Fargo, noord Dakota, gebruikte Periscope om verkeerscontroles te filmen en meer begrip te krijgen door uit te leggen waarom ze dit deden. ?In het verkeer gebruiken boeven ook Periscope, zoals deze achtervolging door de politie die gefilmd werd door de voorvluchtige daders.

De eerste keer dat media?op grotere schaal tijdens incidenten werkte met Periscope was in de zomer van 2015, tijdens de onrust in de Schilderswijk in Den Haag. Aanleiding voor de onrust en rellen was de dood van Mitch Henriquez na een bezoek aan het festival Night at the Park. ?Gedurende de week waren er steeds drie ? vier verslaggevers van Omroep West aanwezig in de Schilderswijk die de gebeurtenissen op straat uitzonden via Periscope.

De verslaglegging via Periscope bood het publiek de mogelijkheid om ?s avonds en ?s nachts de beelden te volgen die je normaal pas de volgende ochtend (na bewerking) op televisie ziet. Dichtbij en intiem, op de nek van de journalist.

Tijdens de Periscope-uitzendingen kregen journalisten regelmatig vragen van kijkers; over het aantal mensen op straat tot de vraag of ze eens op een specifieke plek wilden kijken. De directe interactie en feedback voegt ook voor de journalist iets toe ten opzichte van andere media.

Een bijkomend voordeel voor de verslaggevers was dat ze met Periscope beter ?achter de linies? konden komen. Een journalist met slechts een smartphone is minder overweldigend dan een complete cameraploeg. Mensen op straat bleken wel bereid om 1-op-1 met de journalist hun verhaal te doen en niet met een cameraploeg erbij.

Gedurende vier dagen verslaggeving in de Schilderswijk trokken de Periscope uitzendingen gemiddeld 6.400 kijkers per dag.

De ervaringen uit de Schilderswijk hebben Omroep West gesterkt in de opvatting dat Periscope (of vergelijkbare diensten) een waardevolle nieuwe toevoeging zijn voor het mediabedrijf. Het biedt kansen voor nieuwe vertelvormen, nieuwe journalistiek en de mogelijkheid om daarmee ook een nieuw publiek te bereiken.

Omroep West kiest ervoor om niet uit te zenden via een centraal account, maar altijd via de Periscope-accounts van de journalisten. Zij zijn daar waar het gebeurt en doen live verslag, rauw en ongecensureerd. Via de centrale accounts van Omroep West wordt dit aangejaagd en wordt het publiek gewezen op de uitzendingen.

Bronnen: The Argus, The Verge, The Guardian (1, 2), De Nieuwe Reporter, NRC-Q, Business Insider, Slate, Washington Post, DutchCowboys, MarketingFacts

Symposium eDiscovery focust op impact online media

De rol van digitaal bewijs bij opsporing wordt steeds groter. Over dat onderwerp wordt op donderdag 23 april gesproken tijdens het Symposium E-Discovery, georganiseerd door het gelijknamige HvA-lectoraat. Op het symposium zijn gebruikers en makers van E-Discoverytechnieken aan het woord.

Verslag van?Jos Willemsen?? 28 april 2015

Het is alweer de zesde keer dat het Symposium E-Discovery plaatsvindt. ?Vijf jaar geleden begonnen deze symposia als mijn openbare les, ik wilde E-Discovery op de kaart zetten,? vertelde E-Discovery lector Hans Henseler
?vorig jaar?tijdens de Lustrum-editie. Dat E-Discovery inmiddels op de kaart staat, is te merken aan de opkomst. Het Benno Premselahuis is ingeruild voor Pakhuis de Zwijger. Henseler organiseerde met zijn lectoraat daar vorig jaar al mede de?DFRWS conferentie.

Ook tijdens dit symposium volgt weer het onderwerp waar het lectoraat E-Discovery voor staat: het verkrijgen en verwerken van digitaal materiaal voor opsporing. ?Dit jaar kijken we terug naar The Decade of Discovery en kijken we vooruit naar de impact van online media op het verzamelen, verwerken en zoeken naar digitaal bewijs?, legt Henseler uit.


Social media
Een goed voorbeeld daarvan is het verhaal van Arnout de Vries. Arnout werkt bij onderzoeksorganisatie TNO en is de tweede van zeven sprekers die op het programma staan. Hij neemt ons mee in de wereld van opsporing via sociale media; door Arnout ook wel de ?moderne Sherlock Holmes? genoemd. ?Sociale media zorgen voor een revolutie in de opsporing, zoals DNA dat dertig jaar geleden deed,? zegt Arnout. ?Er is bijna geen misdaadsoort waarbij sociale media niet betrokken zijn.?


Als voorbeeld wordt de Britse burgerjournalist Eliot Higgins aangehaald, die door sociale media met bewijs kwam in de zaak van de MH17. Higgins werd zelfs als getuige opgeroepen bij het proces, terwijl hij zijn appartement niet uit was geweest. ?Social media is een gamechanger in alle facetten van het politiewerk?, concludeert Arnout de Vries.
Of via YouTube:

En bijbehorende slides:


Informatiemarkt
Wie de grote zaal van Pakhuis de Zwijger verlaat, komt terecht op de informatiemarkt. Daar heeft een aantal data- en digitale opsporingsbedrijven een kraam. De markt fungeert bovendien als netwerkmogelijkheid, waarbij professionals met elkaar praten over de laatste stand van de techniek. Hans Henseler: ?Door deze informatiemarkt luister je niet alleen naar verhalen over de theorie van E-discovery, maar kun je ook leren wat er daadwerkelijk gebeurt in de praktijk.?
Bronnen: HvA

Digital Humanitarians & Digital Sherlocks (deel 1/2)

DH Book Flat V2

Een aanrader voor elke professional en amateur die op een positieve manier wil bijdragen aan?incidenten en crises is het nieuwe boek van Patrick Meier:?”Digital Humanitarians – How Big Data is changing the face of humanitarian response“.

Het boek start met zijn persoonlijke verhaal dat begon bij de ramp in Ha?ti, januari 2010. Patrick studeerde nog in Boston en zijn vrouw werkte op dat moment pecies?in het gebied waar de aardbeving in Port-au-Prince toesloeg. Gelukkig overleefde zij de ramp, maar hij raakte online betrokken bij de hulpverlening waarin duidelijk werd hoe honderden mensen over de hele wereld digitale hulp boden en waarin onder andere een Ha?ti Crisis Map ontstond waarop informatie van social media (en ook SMS via telecom provider Digicel) werd gevalideerd en geplot op een kaart om met iedereen te delen wat er aan de hand was.

Zo begon crisismapping in 2010 in de studentenkamer van Patrick Meier met de crisiskaart van Ha?ti (zie hieronder het aanvullende initiatief van OpenStreetMap).?


Het boek start met overtuigende argumenten voor het gebruik van social media (er zijn namelijk nog steeds crisis professionals?die redenen hebben om er niets mee te doen). Daarna gaat het boek verder in op hoe de evolutie zich ontvouwde die Patrick Meier van case naar case zag en waarin hij deels ook zelf veel nieuwe initiatieven ontplooide. We kunnen niet alles kwijt in deze blogpost, dus het inkijkje in de toekomst en wat andere voorbeelden en inzichten bewaren we voor het tweede deel.

Interessant is de ontwikkeling van de sociale en technologische innovaties die dit boek op een rijtje zet. Van crowdsourcing naar microtasking en van het zoeken, filteren en valideren van tweets (eerst handmatig daarna steeds meer?deels automatisch) naar het gebruik van beelden van satellieten en drones. De informatie?(Big Crisis Data noemt Patrick het)?wordt er niet minder op, en het feit dat het gebruik ervan zo ontwikkeld geeft in zichzelf al aan dat er veel behoefte naar is.

Tsunami aan informatie, maar ook een leger aan mogelijke?hulptroepen

Wereldwijd zijn er naar schatting een half miljard mensen die?WhatsApp gebruiken en een miljard Facebook gebruikers. Er worden vandaag de dag meet WhatsApp berichten verstuur dan SMSjes (meer dan 50 miljard per dag). Tel daar elke minuut 100 uur aan YouTube video materiaal en vele miljoenen foto’s op alle platformen en er is duidelijk sprake van een Tsunami aan informatie, maar ook sprake van een enorm netwerk aan mensen dat in tijden van nood kan helpen met deze informatie. Door het te verschaffen, of?door te helpen in het filteren en duiden ervan.

En degenen die de berichten plaatsen zijn ook niet onbelangrijk.?Anand Giridharadas van The New York Times zei het treffend:” These crowds are not only collectively witnessing our world in real time, but their digital footprints are also creating the first draft of history. ” (bron)

Hoewel de meerderheid van de aardse bevolking nog niet op social media zit, zit de social media adoptie globaal gezien toch nog steeds flink in de lift. Daarnaast zijn er steeds meer ‘dingen’ die aan het internet hangen en als sensor informatie produceren. Patrick gaat bijvoorbeeld in op de kracht van drones en haarscherpe beelden vanuit de lucht.

Hieronder volgen een paar voorbeeld cases uit het boek, maar ook interessante vraagstukken die spelen op dit onderwerp. Ook hebben we natuurlijk al uitgebreidere blogs geschreven over de meeste cases (zoals bijvoorbeeld de aanslag tijdens de Boston Marathon of Orkaan Sandy).

Relevantie van social media?

Maar hoeveel van die gigantische hoeveelheid aan?informatie is eigenlijk relevant? Het antwoord verschilt nogal. Bij de Joplin tornado die in 2011 in Missouri langskwam wees onderzoek uit dat zo’n 10% van de tweets die gepost werden relevant geacht werden en voldoende informatiewaarde hadden voor crisismanagement organisaties. Bij de Australische branden uit 2009 werden zelfs 65% van de tweets belangrijk gezien (bron). Toegegeven, dit lijken hele hoge percentages, maar als maar 0.001% van alle 20 miljoen tweets van orkaan Sandy relevant zou zijn, en de helft daarvan enigszins betrouwbaar was, waren het nog steeds 15.000 woorden ofwel 30 pagina’s vol met relevante, real-time?informatie geweest die gewoon gratis voor het oppikken?op straat liggen.

Maar percentages zeggen niets. E?n berichtje?kan genoeg zijn om een leven te redden en daar wordt in het boek een goed voorbeeld bij gegeven.?Het gaat dan om het?verhaal?van?Naoko, die op 11 maart 2011 samen met honderden mensen op de daken klom tijdens de tsunami in noord Japan. Ze kon niet bellen of SMS met haar telefoon, maar kwam erachter dat e-mail nog werkte. Ze mailde naar haar man, die op zijn beurt hun zoon in Londen weer op de hoogte stelde. Naoko’s zoon stuurde de vice-gouverneur van Tokyo een priv? tweet (DM) met de hulpvraag. Deze las het bericht en belde de brandweer brigade van Tokyo met het verzoek?voor reddingsactie per helikopter. Kort daarna was de hele groep op de daken gered.

Toch hebben de meeste mensen dit geluk niet gehad. Niet iedereen weet (evt via een aantal schakels) hulptroepen op de hoogte stellen of te organiseren. Bedenk ook dat dit vandaag de dag een enorme uitzondering is. Op de dag na de beving van 2011 in Japan zijn er meer dan 1,77 miljoen tweets verstuurd over?dat incident. ?Dat komt neer op een gemiddelde van 2000 tweets per seconde!

Informatie overload

Een ander veel gehoorde kritiek op social media is: waar halen we in godsnaam de tijd vandaan om hiermee te werken? “Forget it” is ook wel de reactie als men?de hoeveelheid informatie ziet. Patrick Meier vergelijkt deze reactie met een?ouderwetse bibliotheek. Die bevatten ook veel te veel informatie. Natuurlijk is het lastig om net dat ene boek te vinden waar je naar op zoek bent, maar in het geval van social media kan het levens redden. We worden er steeds beter in om ongestructureerde informatie te structureren en als je maar met genoeg mensen bent en slimme tools gebruikt lukt ons dat steeds beter.

De crisisbeheersingsexperts van vandaag noemt hij daarom ook “informatie DJ’s”. Ze verzamelen informatie van traditionele en nieuwe bronnen en doen hun best om er een redelijk omgevingsbeeld uit te halen (soms slechts?met?samples natuurlijk) en op een prettige manier voor te schotelen voor alle betrokkenen.

Valse meldingen: telefoon?vs social media

Een veelgehoord argument is dat social media toch zeker geen vervanging van de bestaande noodkanalen zal dienen, en dat die huidige kanalen (zoals 112) toch veel beter functioneren omdat ze betrouwbaarder zijn.

Het eerste noodnummer ontstond in de zomer van 1937 en werd in London gelanceerd onder het nummer 999, zoals het vandaag de dag in Engeland nog steeds wordt gebruikt. In die eerste week werden 1.336 noodoproepen gedaan. Van deze meldingen waren er toen 1.073 echte noodoproepen, 171 bellers wilde gewoon een operator aan de lijn om doorverbonden te worden en 91 waren grappen of valse meldingen (bron). Toen was 10% van de binnenkomende meldingen dus bewust een valse melding. Ter vergelijk bevatte?tijdens orkaan Sandy slechts 0.5% van alle tweets valse foto’s.

Vandaag de dag ligt het anders: minder dan een kwart van alle noodoproepen in Engeland een serieuze melding. Er zitten zeer veel valse meldingen bij, grappenmakers of gewoon onzinnige zaken die geen nood behoeven (bron). Dat betekent dat er per jaar meer dan 5 miljoen valse meldingen zijn; ofwel gemiddeld meer dan 13.000 onnodige telefonische meldingen per dag. Alleen al in New York krijgt de meldkamer 10.000 valse meldingen per dag binnen (bron). Patrick rekent even voor: als we aannemen dat het 5 seconden duurt voor de centralist om zo’n melding af te handelen, verspillen centralisten dus elke dag 14 uur aan dergelijke onzin. Dat is meer dan 5.000 uur op jaarbasis (ofwel 200 dagen onzinnig werk).??De cijfers in Europa zijn absoluut niet beter. Onderzoek laat zien dat zelfs de helft van de telefoontjes vals of onzin zijn. De Griekse meldkamers spannen de kroon met wel 99% valse meldingen! (bron). Toch hebben overheden het crowdsourcen onder burgers, ofwel het ontvangen van tips en telefonische meldingen, niet losgelaten. Men?blijft het een belangrijke informatielijn vinden, een levenslijn zelfs omdat het levens kan redden. Je kunt je dus afvragen waarom social media niet ook een levensredder kan zijn.

De Londense brandweer brigade is daarom ook, 80 jaar na de introductie van de telefonische hulplijn uit 1935, een noodhulplijn gestart via Twitter.

fire brigade london

Het Rode Kruis onderzocht ook dat driekwart van de bevolking in Amerika ook niet anders verwacht: hulpverleners dienen te reageren op noodhulp verzoeken via social media, en men verwacht actie binnen een uur na het posten ervan. VDMMP?herhaalde dit onderzoek, zij het?kleinschaliger, in Nederland en kwam tot een soortgelijke conclusie. Social Media?vervangt 112 niet, het is slechts een extra noodkanaal. Denk hierbij ook aan de aanslag op het Noorse eiland Ut?ya, waar de getroffenen 112 niet eens konden bereiken doordat alle lijnen overbelast waren na de aanslag in Oslo, en de jongeren weinig anders konden doen dan hun noodkreten twitteren. Dat terwijl de?Noorse overheid in die tijd totaal niet voorbereid?was om iets met social media te doen.

De VN was in hun rapport?van 2013 ook glashelder over de rol van social media: “Het bewijs is er nu dat nieuwe informatiebronnen (zoals social media) niet minder representatief of betrouwbaar zijn dan traditionele informatiebronnen, die ook in crisissituaties verre van perfect zijn”.

Hoeveel tweets zijn genoeg?

Slechts ??n goede foto van een ingestorte brug is voldoende om bijvoorbeeld infrastructurele schade duidelijk te maken na een storm of tsunami, zelfs als alle andere getuigen nog nooit van Twitter gehoord hebben. Onderzoek laat zien?dat zogenaamde ‘micro-crises’ zoals auto ongelukken, zelfs automatisch op Twitter gedetecteerd kunnen worden, ook al gaat het om een zeer beperkt aantal berichten (bron). Studenten van Harvard ontdekten ook dat met de analyse van Twitter zij in Ha?ti cholera eerder konden ontdekken dan de overheid dat deed (bron). Zelfs als de informatie veel ‘bias’?en valse berichten bevat kan het nog steeds van grote waarde zijn. Zo toonde een onderzoek?uit Indonesi? aan dat tweets geschikt waren voor het voorspellen van de voedselprijzen in het land, ondanks speculaties en foutieve berichten (bron). In Ierland bleek dat Twitter analyses de zorgen en werkgerelateerde stress een uitstekende voorspelling van werkeloosheid mogelijk maakte (bron). Ander onderzoek uit Egypte liet zien hoe het geweld aldaar verband hield met bepaald soort inhoud van berichten op Twitter (bron).

Trollen

Helaas is social media niet alleen zonnekleur en maneschijn. Ondanks zorgvuldige selectie van berichten, komen er ook berichten door die toch vals blijken te zijn.?Tijdens de aardbeving in Santiago, Chili werd bijvoorbeeld de volgende tweet gepost:

#chile please help, I am buried under the rubble in my home [address removed for privacy] Santiago, Chile #chile my phone doesn’t work about 10 hours…

Deze tweet bleek een valse melding te zijn toen de hulpdiensten ter plaatse kwamen, en de twitteraar (oftwel twitter trol) ?plaatste nog enkele soortgelijke berichten, die helaas ook op de Chile Crisis Map werd overgenomen:

plz send help to [address removed for privacy] Santiagoi, Chile, i’m stuck under building with my child. #hitsunami #chile we have no supplies.

Ook hier ging de politie tevergeefs op af. Patrick vraagt zich dan ook af of het in de toekomst misschien illegaal zal worden om dergelijke informatie te produceren, net als dat nu voor de telefonische noodlijn geldt.

Fouten zijn menselijk

Op de crisiskaarten die met user generated content gevuld worden is dus helaas niet alles waarheidsgetrouw, ondanks alle pogingen voor een zorgvuldig selectie en validatieproces. Patrick Meier verdedigd zich door te stellen dat burgerjournalisten fouten maken, maar ook professionals dit doen. Hij vergelijkt het met The New York Times, een van de meest vooraanstaande kranten van de wereld die hun naam hoog te houden hebben met het beste van het beste. Toch moeten ook zij zo’n 7000 rectificaties per jaar aanbrengen in hun nieuws (bron). De gouden standaard, het hoogst haalbare, lijkt ineens niet meer zo foutloos als je zo’n getal hoort. In dat?onderzoek werd ook duidelijk dat 60 procent van alle krantenartikelen uit een gemiddelde selectie van 14 kranten fouten bevatte. Als je terugdenkt aan de mediaverslaggeving van de Boston marathon zul je niet verbaasd zijn over dergelijke cijfers. Daar was de mediastrijd om de eerste te zijn met berichtgeving zo heftig en gebaseerd op niet gevalideerde social media berichten dat veel journalisten te snel conclusies trokken met zeer ernstige gevolgen.

Voorlopige conclusie

Hoewel dit?digitale zenuwstelsel van onze maatschappij (zoals Patrick het noemt) nog erg sterk in ontwikkeling, soms zelfs?prematuur, is geeft deze digitale hartslag wel al belangrijke aanwijzingen en maakt het grove diagnoses mogelijk. In het tweede deel van ons?blog over zijn boek gaan we dieper in op de digitale speurneuzen, hoe zij werkten in deze voorbeelden en wat de huidige en nieuw te verwachten ontwikkelingen zijn die Patrick beschrijft.

Achtergrond: onderzoek naar de relevantie van tweets tijdens incidenten en crises:

Je Facebook-erfgenaam aanwijzen, zo werkt het!

Dit blog is ook gepubliceerd op de website van Digitale Nazorg [link] —

Groot nieuws in mijn tijdlijn: “Facebook laat gebruikers ‘erfgenaam’ voor account kiezen” Hoewel Facebook wat aan populariteit heeft ingeboet vanwege, laten we zeggen: vrijpostig?privacybeleid, geldt voor Facebook:?”You can’t live with it, can’t live without it.” Maar Facebook kan wel doorleven zonder jou, en dat is nou juist waarom ik deze stap van Facebook wel kan waarderen: je kunt daar zelf nu regie in nemen.?Maar hoe werkt het dan precies en wat doet Facebook daar vervolgens mee? Daar wil ik in dit blog even nader op inzoomen.

legacy_featured

Lees verder