SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Wat betreft technologisering, stelt de politie zich op als een kind dat zijn handen niet uit de snoeppot kan houden, sprak directeur van burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom Hans de Zwart. Sectorhoofd Dienst Regionale Informatie Organisatie Frank Smilda dacht er anders over: ?De criminele markten zijn enorm in Nederland. ? Als het gaat om het in kaart brengen van die markten dan verdient de samenleving een nog betere politie.?
Op 29 januari discussieerde een volle zaal bij Huis voor Democratie en Rechtsstaat ProDemos over de technologisering van de politie. Thema van dit eerste Tijdschrift voor de Politie Debat: Robocop en de rechtsstaat; wie bewaakt de bewakers? Eerste stelling: in deze digitale wereld mag de politie alle mogelijkheden gebruiken die er zijn. Het debat is boven dit artikel terug te luisteren.
Wie heeft toezicht op politietechnologie en intelligence buiten de strafrechtketen, zoals bij handhaving van de offline en online openbare orde? Is er een ethische ICT commissie nodig? Vragen uit het debat met oa @FrankSmilda@jacovanhoorn@kathalijnehttps://t.co/d1Q56cOpMP
Inleider Hans de Zwart uitte zijn zorgen: ?De waarborgen zijn niet meegegroeid. Zaken die eerst werden begrenst door, bijvoorbeeld, hoge kosten zijn dankzij technologie vrij toepasbaar. Denk aan drones.? Volgens hem is het tijd dat de politie het ?echte verhaal? vertelt over hoe het burgers in beeld heeft. ?De politie moet eerlijker zijn. Zij doet alsof ze minder zicht heeft op criminaliteit: ?Going dark?. Maar in deze tijd, waarin iedereen een tracking device bezit, leeft ze in een gouden tijd. De politie kijkt naar een heel groot scherm, maar legt de nadruk op een paar dode pixels.? De Zwarts belangrijkste punt: de politie heeft de verantwoordelijkheid om een visie te ontwikkelen op het gebruik van technologie.
Tweede inleider Frank Smilda stelde dat er inderdaad geen spelregels zijn over wat de politie wel of niet mag monitoren en welke technologische mogelijkheden zij wel of niet mag gebruiken. Ook hij zag de noodzaak daarvan in, maar dat neemt volgens Smilda niet weg dat de politie nu wel technologie moet inzetten. ?Jarenlang ging het slecht met de ICT bij de politie. Nu is dat omgekeerd, kunnen we inzicht krijgen in wie welke relatie heeft met een criminele markt. Onderschat die markten niet: zo zijn we eigenlijk een narcostaat; de beste xtc-producent ter wereld.?
Onvrij gevoel
De zaal bleek verdeeld. Mogelijkheden benutten ja, maar wel onder voorwaarden. Een dame van Interpol, net terug uit Singapore: ?In Singapore hangen 80 duizend camera?s. Dat voelt onvrij. In Nederland had ik het gevoel dat ik continu moet oppassen: op mijn tas, wie achter me loopt. Ook onvrij. Ik heb geen antwoord, alleen een gevoel.? De zaal vraagt zich af: is een ethische commissie de oplossing?
Tweede Kamerlid voor GroenLinks Kathalijne Buitenweg leidde de tweede stelling in: gezien de snelheid van de technologische ontwikkelingen moet de politie zijn eigen morele grenzen bepalen. Buitenweg zei al langer te pleiten voor een Kamercommissie die grenzen stelt, waarden borgt, pal staat voor de autonomie van de burger. ?De politiek is de arena waar zulke besluiten moeten worden genomen.? Tegelijk stelde ze dat de samenleving verwachtingen moet bijstellen: ?Ik ben onder de indruk van de politie, maar de toekomst is er niet ??n van overal grip op krijgen en alles voorkomen. We zullen moeten toegeven dat we sommige dingen niet wisten. We kunnen niet alles policen.
Denkkracht nodig
Hoofdredacteur van het Tijdschrift voor de Politie en moderator Jaco van Hoorn concludeerde met de zaal dat zowel politiek als politie zelf kaders moet scheppen. Hoogleraar Digital Security Bart Jacobs stelde in een kort vraaggesprek met Van Hoorn een probleem aan de orde: de uit doeners bestaande politie mist op dit terrein organisatie-brede kennis. Hij pleitte voor meer denkkracht bij de politie. ?Er is binnen de overheid een trend geweest om inhoudelijke kennis te outsourcen. Dat leidde tot een ramp van enorme proporties. Daar komen we gelukkig van terug.?
Of de politie verantwoord met haar mogelijkheden omgaat, weet Jacobs zo net nog niet. ?Neem het afluisteren van versleutelde telefoons. Technisch indrukwekkend, petje af. Maar juridisch is dat in een aantal gevallen heel omstreden.? Ter illustratie noemt hij het afluisteren in opdracht van de Verenigde Staten van de Mexicaanse drugsbaron El Chapo. ?Nederland zette de tap vol vertrouwen in, zonder de Amerikanen vragen te stellen: waarom, waarvoor? Dat zou wel moeten.?
Jacobs pleit voor meer ?horizonbepaling?. ?Durf als politiek en politie te experimenteren. Maak een wet om bijvoorbeeld drie jaar iets te doen, dan te evalueren en ervoor te kiezen om ermee te stoppen als het niet werkt of ethische grenzen overschrijdt. Alleen, ik heb nog nooit meegemaakt dat de Eerste of de Tweede Kamer na drie jaar evalueert en een wet schrapt.?
Sinds het verschijnen van hun boek Social media: het nieuwe DNA zijn Arnout de Vries (onderzoeker en adviseur TNO) en Frank Smilda (sectorhoofd DRIO Noord-Nederland) niet stil blijven zitten. Weliswaar heeft hun gezamenlijke werk het geschopt tot verplichte kost op de Politieacademie, een boek uit 2014 is in internettermen een eeuwigheid geleden. Het is tijd voor een update. Hoe kijken ze anno 2017 aan tegen de rol van ?de burger? in de handhaving en opsporing, domeinen die tot voor kort nog als exclusief voor de politie werden gezien?
Smilda: ?Voor zowel Arnout als mijzelf begon onze fascinatie voor sociale media en internet al ver voor onze gezamenlijke publicatie. Bij mij is het begonnen in 2005 en 2006 toen Maurice de Hond zich op de Deventer moordzaak stortte. Hij begon wat hij aan informatie verzamelde op een weblog te zetten. Dat vond ik z? baanbrekend. Als mensen de wisdom of the crowd inzetten om dingen toe te voegen en op een weblog bij elkaar te brengen zou dat een hele nieuwe dynamiek in de opsporing brengen.
Allerlei krachtige kennis deed mee met het onderzoek van Maurice de Hond. Beeldmateriaal, kennis en kunde kwamen vanuit verschillende invalshoeken bij elkaar: een bioloog, een natuurkundige, een filosoof, een jurist. Ik begon me af te vragen: dat zouden wij toch ook moeten kunnen??
Smilda werkte toen bij de politie in Utrecht. Daar stelde hij voor om met cold cases te gaan werken, vanuit de gedachte dat het afbreukrisico klein zou zijn. Hij ging de ontwikkelingen volgen. De term ?sociale media? bestond nog niet, maar de start lag juist in die periode: Hyves, Facebook, Youtube en Twitter ontstonden alle in die periode. Smilda startte politieonderzoeken.nl en hij gaf veel spreekbeurten. Hij won de politie-innovatieprijs met zijn experiment. En kon met een startbudget van 35.000 euro instappen op die platforms.
?Ik heb toen nog onder meer bij Second Life een plaats delict opgebouwd met een echte case. Dat was toen zo?n virtuele wereld waarin je in kon opgaan. Met burgers eromheen, rechercheurs? Ik startte een blog in 2008. Het begon bij mij in feite als een hobby die uit de hand liep. Arnout was met dezelfde dingen bezig en interviewde mij erover. Zo is het contact een jaar of zes geleden ontstaan.?
Politie 2.0
De Vries werkte eind jaren 90 bij KPN Research, waar men toen al met virtual communities bezig was, vooral vanuit
commerci?le invalshoek.
?Dat was de begintijd van internet. Het ging met vallen en opstaan. Ik richtte mij al snel op de ?goede kanten? van het internet. Hoe kunnen bijvoorbeeld techneuten en sociale wetenschappers beter samenwerken? Het was de tijd van ?Samen innoveren, online cocreatie, crowdsourcing?.
Allengs kwamen daar de veiligheidsthema?s bij, de laatste jaren richt ik mij meer op crisisbeheersing, wat een vlucht nam na een analyse van sociale media bij het noodweer van Pukkelpop in 2011 en Project-X in 2012. Daarna kwam ook de interactie van online bewegingen en de opsporing meer in beeld.?
Op het moment dat de wegen van Smilda en De Vries elkaar kruisten waren zij beiden bezig om gedachten op?papier te zetten onder de titel Politie 2.0. Samenwerking lag ook inhoudelijk voor de hand. Zouden ze daar een boek van kunnen maken?
Smilda: ?Vier maanden na dat initi?le plan volgde Project X in Haren?? Lachend: ?Toen belde Arnout mij:
Volgens mij wil jij geen boek meer met mij schrijven??
En was dat zo?
?Het was voor mij wel dramatisch, natuurlijk. Ik kreeg de nodige reacties van collega?s: Frank, jij zit toch helemaal in die wereld? Hoe kan het nou dat het zo misgaat? Maar goed, voor de hele politie was Project X een keerpunt. Ook voor ons. We hebben elkaar vastgehouden en zijn doorgegaan met het schrijven van het boek.?
Maar men was misschien wat minder enthousiast over jouw experimenten?
Smilda: ?In de tijd van de blog van Maurice de Hond was er zeker weerstand. Maar gelukkig kreeg ik de ruimte van de politieorganisatie om de cold cases op een vergelijkbare manier open te breken. Als er bezwaar was en is, dan gaat dat vooral over de grenzen van de rechtsstaat. Er waren genoeg collega?s die rond de Deventer moordzaak stomverbaasd waren dat het allemaal maar op internet kon worden gedeeld, terwijl de zaak tot in de hoogste instantie was afgedaan. En voor alle duidelijkheid, ik begrijp die bezwaren. Maar we hebben nu eenmaal te maken met een nieuwe wereld waar we ons toe moeten verhouden. Die tweeslachtigheid zag je toen ook al terug in de politieorganisatie. De burger heeft zelf de stap richting opsporing gezet en zal daar niet meer weggaan.?
?Inhoudelijk gezien was Project X een geweldige wakeup call. Niet alleen omdat het rapport van de commissie-
Cohen tot het aftreden van de burgemeester leidde. Maar ook omdat het een gamechanger in de veiligheidswereld
werd.?
De Vries: ?Drie maanden na Project X startte de nationale politie. Dat had z?n impact, met nationale teams en een
programmatischer aanpak, met meer oog voor de online doorwerking in de offline veiligheid. Eerst lag de focus vooral op de impact op de openbare orde, zoals bij Project-X, daarna druppelde het heel langzaam ook de opsporing binnen. Het DNA waar de titel van ons boek naar verwijst, heeft daar betrekking op. Naar ons idee is de impact van sociale media op zowel openbare orde als opsporing zo groot, dat het in het DNA van de gehele politie moet zitten om er goed mee om te gaan.?
Anne Faber
Op het moment dat we dit interview houden, is de zaak Anne Faber prominent in het nieuws. Het gesprek komt op de ontwikkelingen in verhouding tot een eerdere zaak waarbij burgers massaal meeleefden en zich gingen inzetten: bij de verdwijning van de broertjes Ruben en Julian in 2013.
De Vries: ?Destijds was er een burgerinitiatief dat alle informatie op Twitter bij elkaar bracht. Rijp en groen door elkaar. Laatste informatie van de politie, geruchten. Alles kwam langs om de zoektocht naar de broertjes te ondersteunen. Dat initiatief is kort daarna Zoekjemee.nl geworden. Ik herinner de worsteling nog. Wat is dat voor persoon die daar een website voor wil starten? Gaat die over de rug van vermisten geld proberen te verdienen??
?Voor de politie was het ook verwarrend. Want als willekeurige mensen zich na een online oproep op Facebook of Twitter in een bos melden, wie heeft er dan de leiding, wie is het aanspreekpunt? Wat moet daarvan worden? Wat? gebeurt er met mogelijke sporen? Met forensisch bewijs? Wat als burgers plotseling geconfronteerd worden met een lijk? Er?kwam een burgerbeweging op gang die de politie nooit eerder had gezien. Daar werd toen heel ad hoc op ingespeeld, zo goed en zo kwaad als dat ging.?
Gaat de politie er nu anders mee om?
?In mijn beleving wel. In 2013 werden ze overrompeld. Het was niet georganiseerd, weliswaar nu nog steeds niet op een aantal vlakken, maar er is al meer gekanaliseerd.?
Smilda: ?Tijdens de zoektocht naar Ruben en Julian heeft woordvoerder Bernard Jens goed opgetreden. Veel initiatieven werden gehonoreerd, maar wel onder begeleiding van de politie. Rond Anne Faber trad hij op een vergelijkbare manier op. Dat deed hij heel krachtig. De politie bevestigde niet alleen op politie.nl dat een verdachte was aangehouden, maar vergezelde dat ??k meteen met een videoboodschap waarin de situatie kort werd geduid. Dan beweeg je mee als politie.?
En natuurlijk is het wennen, zegt Smilda. ?Je geeft als politie immers een stuk prijs in de virtuele wereld als je de oproep doet: denk mee, rechercheer en help mee. Maar de zaak van Anne Faber laat zien dat er dan allerlei nuttige
informatie op je pad komt. Soms is dat hele krachtige intelligente intel vanuit die virtuele wereld, die je enorm verder kan helpen met het onderzoek, maar die een rechercheur in klassiek onderzoek niet snel was tegengekomen.
Het is de uitdaging om dan die ?klassieke? politiebril af te zetten en de recherche niet als een bok op de haverkist te
verdedigen, maar de ruimte te geven aan derden.?
?Wat denk je van zo?n journalist (en cartograaf Michiel Hegener ? red.) die uren onderzoek doet naar route, tijdstippen en weersomstandigheden? Hij kende het gebied en had voor de ANWB ooit de fietsroute gemaakt die Anne Faber leek te hebben gevolgd. Hij wist een wolkbreuk te verbinden aan een plek waar Anne Faber zou kunnen hebben geschuild? Dat is zulke specifieke kennis, die je niet 1-2-3 in een rechercheteam hebt. Zo zijn er zoveel andere specifieke deskundigen. Overigens vond hij wel dat het erg lang duurde voordat zijn bevindingen werden opgepikt (NRC, 10 oktober). Vergeet niet dat ook de recherche ermee moet leren om te gaan. Maar het zijn ontwikkelingen die iets in beweging zetten en waar we de komende jaren ongetwijfeld meer van zullen zien.?
De Vries: ?Burgers zijn er echt mee bezig. Dagenlang. Zo betrokken. Je vraagt je soms af waar ze de tijd vandaan halen.?
DIY-policing
De kunst is dan wel het kaf van het koren te scheiden en verkeerde initiatieven en eigenrichting te voorkomen. En de
politie krijgt op allerlei platforms steeds meer informatie binnen, maar onvermijdelijk zitten daar ook trollen bij, de
waarzeggers en online paragnosten. Hoe organiseer je dat?
Smilda: ?Het begint ermee te erkennen wat er is veranderd. We noemden al ?het nieuwe DNA? uit de titel van ons
boek. Dat had ook betrekking op veranderingen die eigenlijk net zo fundamenteel zijn als indertijd, toen het DNA in de opsporing een rol ging spelen. Dat had allerlei consequenties voor hoe er op een PD werd opgetreden. Iets dergelijks is nu ook aan de gang in de interactie tussen online en offline.?
Als je dat hebt erkend, volgt de ondertitel: Do It Yourself Police. Smilda: ?Het is hetzelfde als in de gezondheidszorg,
waar de arts een pati?nt met veel meer kennis dan vroeger tegenover zich vindt. En stel dat die pati?nt geen arts of
verzekering zou kunnen betalen: zou hij dan gaan googelen om te zien wat zijn kwaal is? Natuurlijk! Als wij als opsporingsinstanties burgers niet begeleiden, zoeken ze dan zelf hun weg? Retorische vraag.?
Veel van de voorbeelden die Smilda en De Vries geven, laten dat zien: DIY-policing. Iemand die z?n eigen gestolen iPhone heeft opgespoord en door een raam op een keukentafel ziet liggen. Politie gebeld, maar die hebben geen huiszoekingsbevel en als de dader niet opendoet, gaan ze weer weg. Wat bedenkt deze man? Hij heeft een andere telefoon bij zich en zet Periscope (Live Video Streaming) aan. Kondigt aan wat hij gaat doen. Honderden mensen volgen live hoe de man aanbelt. Hij neemt daarmee het risico dat het een matpartij wordt. Maar de man legt keurig uit dat hij zeker weet dat diegene zijn telefoon heeft en dat er heel veel mensen meekijken. Juist dat laatste gegeven werkt als een bescherming. Uiteindelijk gaat de dader met een smoesje door de knie?n en geeft de telefoon terug.
Smilda: ?Briljant bedacht van die inwoner, al is er enig risico. Maar het voorbeeld raakt ook aan iets anders. De scheidslijn tussen opsporing en openbare orde wordt veel sneller overgestoken. Dat zag je ook al bij Project X. In dit geval, als het inderdaad vechten was geworden, was er waarschijnlijk een openbare-ordeprobleem ontstaan. Dan komt de burgemeester aan boord. Dan zou het ook zijn opgelost, maar op een andere manier. Met de komst van
sociale media is de interactie tussen opsporing en openbare orde veel groter dan voorheen.?
Handboek soldaat
We begrijpen, de burger gaat zelf op pad, wat je ook doet. Maar hoe hou je daar controle op?
Een kwestie van educatie, zeggen Smilda en De Vries. Want veel van wat rechercheurs doen, doen anderen ook al
op een vergelijkbare manier: journalisten, wetenschappers, advocaten.
De Vries: ?Eigenlijk zou je burgers een spoedcursus rechercheren willen geven. Alleen dat ligt niet op de plank.?
Smilda: ?Een Handboek soldaat voor burgers. We zijn er mee bezig hoor, er zijn drie apps in ontwikkeling?waarvan er ??n specifiek een soort Zwitsers zakmes moet worden: de burger helpen als hij of zij op onderzoek uitgaat. Wat is wijsheid? Wat doe je wel, wat doe je niet? Of wat doe je als er bij je is ingebroken en je ziet een duidelijk voetspoor in de tuin? Hoe stel je zelf dat soort sporen veilig? Aan dat soort kennis is bij burgers wel behoefte.?
Als de politie het niet doet, dan doen burgers het snel zelf, zo leert de ervaring. Demonstranten in Groot-Brittanni?
hebben een bijvoorbeeld een app ontwikkeld om live ME-linies en afzettingen tijdens demonstraties inzichtelijk te maken. Als we op het gebied van opsporing de burgerinitiatieven een plek willen geven, gaat omarmen beter werken dan afhouden.
De Vries: ?Zo zijn er zoveel meer dingen mogelijk en nogmaals, je moet meebewegen met de ontwikkelingen. Ik was eerder in een meldkamer. Mooi hoor, al die camera?s van Rijkswaterstaat. Maar straks zijn er miljoenen priv?camera?s met dashcams, en denk ook aan de zelfrijdende auto?s van morgen. Al die beelden en gegevens geven een beter beeld dan waar Rijkswaterstaat ooit van kan dromen.
Maar de hamvraag is ook: van wie zijn al die data? Van Google, of een concurrent? Als die de beste data hebben, wie gaat dan de verkeersveiligheid regelen? Hoe ga je daar mee om als politie? Als overheid? Je ziet nu al dat dat soms speelt, bijvoorbeeld met een Apple iPhone of een Amazon Echo in de VS. Van wie zijn de data in het slimme energiemetertje thuis, waaraan je al kunt zien of er iemand thuis is of niet? Behoort die toe aan de burger die de politie zou kunnen of willen helpen? Vaak is het antwoord nog ?nee?. Veel data zijn vooralsnog van de grote bedrijven.?
Langzaam begint het te duizelen. En het wordt er niet beter op als Smilda en De Vries een filmpje tonen dat De Vries in alle meldkamers laat zien. Er is een Amerikaanse app, Vigilante, met een private meldkamer. Iedereen in een bepaalde straal wordt automatisch en razendsnel op de hoogte gebracht om bijvoorbeeld in actie te komen als een
vrouw zich bedreigd voelt door een haar achtervolgende man.
De Vries: ?De politie moet dan maar hopen dat zij dat ook oppikken. De NYPD heeft hier momenteel echt hoofdpijn
van.?
Dit laat zien wat de burger zichzelf potentieel kan aandoen.
De Vries: ?Die burger kan zichzelf geweldig in gevaar brengen! Wat mensen van zichzelf laten zien op sociale
media, dat kan soms best link zijn. Denk aan de buurt-WhatsAppgroepen. Daar ben je lid van met je 06-nummer.
Als jij een melding doet en een potenti?le dief op de foto zet, moet je je bewust zijn van de consequenties. Als er een
serieuze zaak speelt en een crimineel is een beetje ?genetwerkt?, dan pikt die je er zo tussenuit. Dan weet hij dat jij de
eerste foto nam waardoor een zaak aan het rollen kwam. Dat moet je mensen duidelijk maken.?
De Vries noemt ook eigenrichting en inbreuk op de privacy als kwetsbare punten. ?Maar denk ook aan die
jongen die in de situatie rond de Rotterdamse Maassilo werd opgepakt. Hij denkt even undercover cop te kunnen
spelen. Als hobby een terroristische groep ontmaskeren. Wat ben je allemaal aan het doen? Is het overmoed of
na?viteit? Het zijn overigens niet alleen hobbyisten. Ook journalisten mengen zich online in de krochten van het
internet, op zoek naar een scoop.?
Smilda: ?Wat daarom heel erg helpt, zijn de 8 W?s van de opsporing die elke rechercheur, maar ook elke journalist,
gebruikt. Dat brengt een kader aan in de handelwijze van mensen.?
Geen opsporingsmonopolie
Des te meer reden om ook de burger zoveel mogelijk te voorzien van de tools en kaders om al die initiatieven enigszins onder rechtsstatelijke controle te houden.
Smilda: ?Zie het als doe-het-zelf-gids binnen law enforcement. Hoeveel mensen volgen er al niet webinars en dergelijke? Laat het zien. Geef voorbeelden van hoe te handelen. In de recherche wordt geschermd met onderzoeksbelangen. Maar hoeveel procent van de kennis van de recherche is in feite geheim? Het gros van de informatie kun je delen, zonder zaken stuk te maken. Wat ons betreft wordt het tijd om stappen te zetten en de burger daarin de hand te reiken.?
De Vries: ?Het geweldsmonopolie ligt bij de politie, het vervolgingsmonopolie bij het OM, maar niemand heeft het
monopolie op opsporen. De politie moet beseffen dat iedereen sinds mensenheugenis kan en mag opsporen, al veel
langer dan wij wetten en regels hebben. Maar je moet er flexibel mee omgaan. Elk fenomeen is anders, met alle
opsporingsmethodiek en kennis die daarbij nodig is. Er zijn de buurt-WhatsAppgroepen en de landelijke initiatieven
zoals zoekjemee.nl.
We hebben Bellingcat nog niet eens genoemd, dat is internationaal. Een volstrekt zelfstandige club van vrijwilligers,
overigens veel kleiner dan mensen denken. Natuurlijk heeft de politie ze gevraagd of ze in opdracht willen werken. Maar dat doen ze niet. Ze koesteren hun onafhankelijkheid.
Bij MH17 hadden zij al sporen veiliggesteld voordat er naar werd gevraagd. Tegen de tijd dat de recherche ging zoeken was zo?n selfie van Russische soldaten alweer weg. Maar Bellingcat had ?m nog.?
?Ons credo is: faciliteer zulk soort clubs zonder de volledige regie te willen hebben. Laat ze zien hoe je (digitale)
sporen kunt veiligstellen, hoe je dat op een gegeven moment netjes overdraagt en hoe je kunt aantonen dat je er
niet zelf mee hebt lopen rommelen. Dat soort samenwerking vraagt vertrouwen van de overheid. Waarbij je bij elke
online groep opnieuw bekijkt wat passend is.?
Smilda: ?Daar zijn we nu mee bezig en die apps zijn daar een voorbeeld van. Beweeg mee, maar zorg wel voor een
goede disclaimer richting het publiek. Wijs op de basisregels: geen eigenrichting, geen namen en rugnummers,
niet zelf foto?s plaatsen. Als je iets wilt delen stem het dan af met de politie.?
Rechtsstatelijkheid
Dan is er de vraag van de rechtsstatelijkheid en hoe beperkend het OM daarin staat. De Vries bevestigt dat men
worstelt.
?Een voorbeeld is opsporingsberichtgeving. Daar is vanuit het Openbaar Ministerie een aanwijzing voor, een flink pak papier. Het is duidelijk dat slimme mensen daarover hebben nagedacht. Maar zeker bij zo?n zaak als Anne
Faber zie je nu dat iedereen zelf aan opsporingsberichtgeving doet, zonder handreiking. Dan is het de vraag of je dat
als OM in goede banen kunt leiden. En dan zie je de worsteling door de media en andere partijen.?
?Een ander voorbeeld is de Kopschopperszaak in Eindhoven. Het OM maakte een film publiek waar de verdachten
op te zien waren. Er ontstond een hetze jegens de verdachten. Dan wordt het OM daarop aangekeken. De worsteling
blijft: burgers zijn verantwoordelijk voor hun eigen gedrag. Maar in welke mate hebben wij als OM daar een rol in
gehad??
Een ander voorbeeld: de pomphouder die elke?keer netjes aangifte doet als klanten wegrijden zonder te betalen. Op een gegeven moment is hij het zat. Hij heeft de camera?s voor het bewijs, maar er gebeurt niets mee. Hij denkt: ik ga mezelf beschermen, ik maak een online schandpaal. En, voordat het verboden wordt, laat hij met een sticker duidelijk weten op het pompstation wat de gevolgen zijn als je wegrijdt zonder te betalen: met je hoofd achter het stuur voor de wereld op het web herkenbaar.
De Vries: ?Daar kun je ethische vragen over stellen. Er zal vast wel eens iemand in de war zijn die gewoon vergeten heeft te betalen. Maar bij de pomphouder werkte het prima, alle benzineboeven bleven bij hem weg. Er zijn andere zaken bekend van winkeliers die foto?s online publiceerden, waarbij veroordeelden uiteindelijk de winkelier aanklaagden. Dan zie je bij een veroordeling vervolgens weer crowdfunding om de hoek komen om de boete van de winkelier te betalen.?
Oplossingen
Frank Smilda wil graag vanuit de essentie de samenwerking laten vinden. ?Wij lossen met ons korps van 65.000 mensen ongeveer een kwart op van de miljoen zaken die op ons bordje komen. Dat wij hier in het noorden op 12% oplossing woninginbraak zitten, stemt alleen maar tot tevredenheid als je het vergelijkt met de Randstad, waar het 8% is. Maar het blijft een klein aantal. En we hebben het alleen over de zaken waar aangifte over is gedaan. Die 65.000 politiemensen, dat worden er nooit twee keer zoveel. En 25% wordt niet opeens 50% op deze manier, laat staan bijvoorbeeld 85%.?
Het omarmen van burgerinitiatieven is de enige manier die het percentage significant omhoog kan krijgen, wil Smilda maar zeggen. ?Hier in Noord Nederland hebben we vorig jaar innovatie-experts gevraagd ons te helpen, en dat gekoppeld aan het thema burgeropsporing. In verschillende groepjes kwamen zij samen in verhoudingen van tweederde politie- en justitiemensen en eenderde mensen van buiten de politie. Daar zaten mensen bij als Arnout van TNO en bijvoorbeeld iemand van Deloitte, die ook goed thuis is in de law enforcement-wereld. Daar zijn die apps uitgekomen. In dat soort samenwerking kun je stappen maken. Als dan maar steeds blijft hangen in je rechtsstatelijke verhaal, dan blijf je ook hangen in die belabberde opsporingspercentages.?
Gevoel
?En voor alle duidelijkheid?, vervolgt Smilda, ?dat geldt ook voor vermissingen: het gaat niet alleen over de oplossing, maar ook om duidelijk te maken wat de stappen zijn en waarom. Van de 40.000 vermissingen per jaar is 0,01% echt urgent. Door kennis te delen cre?er je ook rust, omdat in heel veel gevallen al snel zal blijken dat er niet zoveel aan de hand is. En in de hele ernstige gevallen, zoals met Anne Faber, ontstaat er wel een gevoel van saamhorigheid, van politie, leger, Rode Kruis en het legioen aan vrijwilligers, tegen de vreselijke onzekerheid en het ellendige voorgevoel (en later de bevestiging ? red.) in.?
De Vries: ?Algemener zou dat ook kunnen gelden voor die almaar groeiende WhatsApp-buurtgroepen. Al meer dan 7000! We weten dat er ??rst een negatief gevolg is als zo?n groep wordt gestart, want mensen schrikken van de hoeveelheid inbraken en andere ellende in hun buurt. Dat gevoel blijkt kort na de start echter weer te verdwijnen als men doorkrijgt er samen iets aan te kunnen doen. We?weten dat het gaat helpen om oplossingspercentages omhoog te brengen, dat zou ook voor het gevoel positief kunnen zijn. Met al die kennis die je kunt delen, de samenwerking met 3000 wijkagenten op Twitter, een aantal thematische accounts? Ik zie echt een rol voor Nederland als een internationale early adopter, en de volgende stap is dan die rechtsstaat 2.0. Laat ook zien wat we hier aan het doen zijn en leer ook internationaal van elkaar.?
Een paar voorzetten
Veel was al bekend, maar als je de voorbeelden hoort die Smilda en De Vries uit hun mouw schudden, blijkt nogmaals hoe snel de ontwikkelingen elkaar opvolgen. Het interview is ook een opmaat naar het congres Participerende Politie van dit Tijdschrift. De politie die ?deelneemt? aan wat de maatschappij onderneemt tegen openbare-ordeverstoringen en criminaliteit. We dagen Smilda en De Vries uit nog een paar voorzetten te geven:
De Vries: ?Ik vroeg een paar van de mensen bij Bellingcat: hebben ze jullie nou ook gevraagd met welke andere zaken dan MH-17 je bezig bent? Antwoord: Nee. Een van die jongens is werkloos en ik vroeg: hebben ze jou gevraagd of het wat voor jou zou zijn om bij de politie te werken? Antwoord: nee. Sommigen van hen vinden: de politie kwam onze informatie halen en daarna hoorden we nooit meer wat van ze. De erkenning en de samenwerking kan zogezegd?beter.?
Smilda: ?Iedereen publiceert rapporten: WODC, ministerie, vakgroepen criminologie, politie. Over heel veel onderwerpen. Ik loop al langer met het idee om al die kennis en kunde te vertalen naar het geografische gebied?waar iets speelt. Probeer er hapklare brokken van te maken voor dat gebied. En ga verkennen wie voor ons in dat gebied vertrouwde partners (inwoners!) zijn om op een intelligente manier te kijken naar de veiligheidsproblemen, waar in rapporten al eens over is nagedacht.?
De Vries: ?Leer snel te denken, soms kan de burger in vijf minuten aan een doorbraak bijdragen. Denk aan crowdsourcing in bijvoorbeeld zedenzaken. Daar zijn hele groepen online mee bezig. Laatst kwam Europol met een foto van een hotelkamer. Zit je bij de tandarts, even een paar fotootjes kijken, commentaar geven en weer door. In deze zaak herkende iemand iets heel kleins, maar die simpele brokjes informatie kunnen tot heel veel leiden. Dat is bewezen, het heeft echt in een aantal zaken tot een oplossing geleid In dit geval was binnen 24 uur duidelijk dat het om een hotel op Mauritius ging.?
Smilda: ?Laten we met overvallen beginnen. Zijn er 2000 per jaar. Zet iedere overval bijvoorbeeld binnen 24 of?48 uur online. Met een kaartje erbij. Modus operandi erbij. Daderwetenschap die je niet wilt weggeven is maar 5 of 10% van de informatie in zo?n zaak. De rest is al algemeen bekend of heeft een getuige gezien. Als je dat al in het systeem zou kunnen brengen, kan dat enorm veel opleveren. De doorlooptijd is vele malen hoger dan wanneer je moet wachten op Opsporing Verzocht, en daar worden ook nog eens veel minder zaken behandeld dan wij met de verschillende platforms zouden kunnen doen.
De Vries: ?Het gaat om de mindshift: burgers mogen misschien amateur zijn in het speurwerk, maar ze zijn bijna altijd professional in een bepaald onderwerp en in hun leefomgeving. Betrek ook de jeugd. Eerder is een recherchegame bij de politie afgeketst op de kosten en het vooroordeel ?we maken van opsporing geen spelletje?. Als een game een goede manier is om in een onderzoek een specifieke doelgroep aan te spreken, dan zou ik denken: wat let je??
Smilda: ?Veel modellen ontstaan op een platform, bijvoorbeeld AirBnB. Breng ieder type crime op een platform. Laten we zeggen: overvallen en neem als voorbeeld juweliers, dat is een grote en inmiddels goed georganiseerde slachtoffergroep. Zo kun je er veel meer per criminaliteitsveld onderscheiden en ondersteunen en mee laten denken. Denk ook aan krachtige voorbeelden uit de medische en onderwijswereld om dat te doen. We moeten op zoek naar de gezamenlijke belangen van politie en maatschappij. Daarom heb ik het ook liever niet over ?de burger?, alsof het iets anders is dan de politie. Er is veel minder onderscheid dan lang is gedacht. We zijn allemaal??inwoners? van dit land. Uiteindelijk hebben wij als politiemensen dezelfde doelen voor ogen als de mensen voor wie wij werken.?
De Vries: ?En kijk naar en haak aan bij het bedrijfsleven. Op Reddit was kritiek vanwege mogelijke aanwakkering van tunnelvisie bij het online speurwerk na de aanslag op de Boston Marathon. Gingen ze dat speurwerk verbieden? Nee, ze pasten hun platform aan. Want zij zien er business in. Inmiddels heeft Reddit zelfs een eigen Bureau of Investigation voor burgers. Voer absoluut steeds de discussie over wat er toelaatbaar is, over sporen zoeken, over burgerarrest, tot aan de vervolging. Maar wen aan de ontwikkelingen. Dit is wat er gebeurt. Onthoud dat voor het congres en in de nabije toekomst.? ?
Drie apps
Het gaat voorlopig om testversies van de apps, die alleen worden gelanceerd als blijkt dat ze echt werken.
Zo gaat de app Samen Zoeken gebruikers op de hoogte houden van zoektochten naar vermiste personen. Gebruikers kunnen op hun beurt informatie uploaden, zoals foto?s van gevonden voorwerpen en sporen. De politie wil de deelnemers volgen, om zo te kunnen achterhalen welke gebieden bij een zoektocht zijn uitgekamd.
De tweede app, Automon genaamd, is ge?nspireerd door Pok?mon Go en stuurt een bericht naar gebruikers zodra er een gestolen auto in zijn of haar buurt is gesignaleerd. Aan de hand van informatie als kentekennummers, kleur en merk kunnen gebruikers vervolgens ?op jacht?. Als een auto wordt gevonden, scoort de vinder punten.
Tot slot is er een app in ontwikkeling die als Zwitsers zakmes moet werken, met een palet aan opsporingsmethoden die burgers zelf kunnen uitvoeren, zoals bijvoorbeeld een buurtonderzoek na een inbraak. De politie kan slachtoffers leren om zelf buren te ondervragen en deze info in de app te combineren tot een dossier. Ook de mogelijkheid tot het opnemen van een getuigenverklaring behoort tot de mogelijkheden.
De zaak en de serie
Wereldwijd zijn Netflix-kijkers in de ban van Making a Murderer, een 10-delige serie met zulke bizarre plotwendingen, dat je haast vergeet dat alles hartstikke echt is. De documentaire vertelt het leven van moordverdachte Steven Avery. De Amerikaan zat 18 jaar onterecht vast voor verkrachting, maar werd 2 jaar na zijn vrijlating weer opgepakt. Deze keer voor moord.
Steven Avery zit achttien jaar als onschuldige in de gevangenis voor een aanranding. Als hij door DNA-bewijs vrijkomt, eist hij 36 miljoen schadevergoeding. Zo?n twee jaar later wordt hij opgepakt voor de moord op Teresa Halbach, een jonge fotografe. Net als er een grote zaak loopt tegen de verantwoordelijken voor zijn onterechte veroordeling.
In Manitowoc, een stadje met 33.000 inwoners in Wisconsin, was Steven Avery (wonend op Avery’s Auto Salvage) al een bekende naam toen filmmakers Moira Demos (42) en Laura Ricciardi (45) daar begonnen. Twee weken later reden ze naar het stadje en brachten er een week door, om meer te weten te komen over die curieuze zaak. Wat was hier aan de hand? Had achttien jaar gevangenschap van een onschuldige man een monster gemaakt? Of was de geschiedenis zich aan het herhalen?
Een gesprek met de documentairemakers bij Today (NBC)
Het feit dat de makers 10 jaar lang bovenop de zaak zaten, inspeelden op elke snipper nieuwe informatie, toegang hadden tot de meest pikante beelden en zelfs lange tijd bij Steven Avery’s ouders woonden, leidde tot een zeldzaam gedetailleerde serie vol intieme sc?nes.?De makers hadden toegang tot materiaal dat in Nederland nooit voorhanden zou zijn. Er is zelfs beeld van verhoren. Het Amerikaanse rechtssysteem is sinds de live op tv uitgezonden moordzaak tegen O.J. Simpson beroemd om zijn openheid.
Ook het neefje van Steven Avery werd schuldig bevonden aan moord op Teresa Halbachs ? ap.
De serie is een pakkende?rechtbankthriller, familiedrama en moordmysterie. Gaat het hier om gerechtelijke dwaling of niet??Making a Murderer is soms een lastige kijkervaring die een knoop in je maag legt. Zeker vanaf het moment dat een neef van Avery, de tiener Brendan Dassey, een rol gaat spelen. Sommige types lijken uit een slechte film te komen, maar we kijken naar echte mensen. Wel moet worden opgemerkt dat de makers duidelijk de kant van Avery kiezen. Zijn advocaten werkten mee aan de productie, het OM weigerde. En er?is ook kritiek op de documentaireserie, want niet al het belastende bewijs dat juist wel naar Avery wijst, zou de uitzendingen hebben gehaald. Dat zet Time op een rijtje. Zo zou er DNA van Avery ook op andere plekken in de auto van Halbach zijn gevonden en lagen ook haar telefoon en camera een paar meter van zijn deur.?Ook zou Avery meerdere malen hebben gebeld naar de opdrachtgever van de jonge fotograaf, met de vraag of ze haar konden sturen. Halbach zou al eens hebben aangegeven dat ze bang voor hem was.
In ieder geval: een serie en zaak om nog lang over na te praten.?Hieronder laten we zien hoe de vele miljoenen kijkers die de Netflix serie inmiddels over de hele wereld kent ook enorme impact bewerkstelligen op de zaak, de hoofdrolspelers en op de overheid, tot aan het Witte Huis.
Making a Murderer is het voorlopige hoogtepunt van een trend in real crime series, beweert documentairemaker Helmut Boeijen. Vorig jaar ontstond een soortgelijke hype rond de HBO-crimeserie The Jinx,?een zesdelige serie over de steenrijke Robert Durst, die in een adembenemende laatste aflevering ?per ongeluk? drie moorden bekende toen hij met zijn microfoontje om naar het toilet ging. En door de podcast Serial,?waarvoor in twaalf afleveringen de moord op een schoolmeisje in 1999 werd onderzocht.?Wat ze met elkaar gemeen hebben is dat de makers zich jarenlang met volle overgave op hun onderwerp storten, het verhaal over meerdere afleveringen uitspreiden en dat ze zelf ook niet weten hoe het afloopt.
Social media invloed op de hoofdrolspelers
De familie Avery woont in kleine?huisjes aan een achterafweggetje bij het stadje Two Rivers. Daar bestieren ze een autosloperij en schieten ze op wild. Het zijn buitenstaanders, door velen gewantrouwd of zelfs gehaat. ,,I am stupid,” is het antwoord van een van de familieleden op de vraag waarom hij zich zo in de nesten gewerkt heeft.?De pariastatus van zijn familie maakt Steven Avery tot een ideale verdachte. Wie neemt het voor hem op? Hij dreigt onder de pletwals van de rechtstaat terecht te komen.
Ook Ken Kratz, de officier van justitie is op zijn Yelp pagina zwaar bedreigd. Nu had hij enige tijd zijn functie al neer moeten leggen vanwege een schandaal, maar velen zien hem als ontwerper van de gerechtelijke dwaling in de juridische proces. Maar omdat er volgens de Avery aanhang ook een of meerdere agenten moeten zijn geweest die?betrokken waren met valse getuigen, vals onderzoek of zelfs het plaatsen van bewijs op het plaats delict zijn ook zij slachtoffer van vele (doods)bedreigingen. Zoals?de rechter van de zaak die aangaf te vrezen voor zijn leven, of de?huidige?sheriff van Avery’s dorp die is bedolven onder boze telefoontjes en e-mails.
Social media invloed op de autoriteiten
Ruim 246.000 Amerikanen tekenden een petitie om Avery gratie te verlenen, al 59.000 mensen riepen daartoe op in een offici?le petities op Change.org en aan het Witte Huis.?De reactie: president Obama heeft niet de macht om beiden vrij man te maken, omdat?de?zaak is?beslist door?de Amerikaanse staat Wisconsin en niet de landelijke overheid.?Obama kan dus?niets doen, omdat het besluit over de?zaak niet op landelijk niveau is gemaakt. Alleen de staat Wisconsin?zelf kan gratie of amnestie verlenen en zij hebben al aangegeven dit niet te zullen doen.
Social media invloed op de zaak
Als snel deden geruchten?de ronde dat?Anonymous zich op de zaak zou storten. Hoewel ze eerst de boot afhielden, maakten leden van de groepering?enige later toch bekend dat ze nieuwe aanwijzingen gevonden zouden hebben. Ook richtten?ze een dreigend ultimatum via Twitter aan het OM dat ze dit bewijs naar buiten zouden moeten brengen, anders zou Anonymous eea naar buiten brengen. Er is echter na die datum?niets gebeurd op dat account en?korte tijd later werd het account opgeheven.
Ook het bekende RBI, ofwel het Reddit Bureau of Investigation is sinds december druk bezig met de zaak en probeert nieuwe feitjes boven tafel te krijgen. Zo beweert?het Reddit team dat de forensisch expert die het bloedonderzoek deed?al eerder in de zedenzaak valse verklaringen over Steven Avery’s DNA had gegeven. Ook nu weer is zij degene die getuigt dat het DNA van Steven op het Plaats Delict (PD) is gevonden. Ook legden ze meer gaten bloot in de doorzoekingen en manier waarop het forensisch onderzoek was gedaan. De documentaire noemt deze niet, maar de bewijzen zijn wel waar het OM zwaar op leunt. Het blijft echter de vraag hoe de theorie te bewijzen valt dat de politie zelf bewijs op het PD geplaatst zou hebben.
Online crowdfunding
Er zijn op internet diverse crowdfunding initiatieven gestart. Deels om advocaten van Steven Avery en zijn neefje Brendan Dassey te betalen en deels om documenten over de zaak te kunnen kopen en uit te pluizen.
Er is inmiddels een nieuwe zaak aangespannen?door Steven Avery zelf. Hij heeft middels diverse crowdfuncing campagnes wat geld voor nieuwe advocaten en zichzelf een aantal jaar verdiept in zijn eigen zaak. Dus tot een volgend blog over deze spraakmakende zaak. Hij claimt onder andere?dat het huiszoekingsbevel niet deugde en dat er een jurylid is dat andere juryleden heeft bedreigd.?
De vraag is of na zaken als de Deventer moordzaak en Lucia de B. dit fenomeen ook vaker op deze manier bij zaken gaat spelen. De media speculeert inmiddels al over een lopende zaak met?Herman du Bois in de hoofdrol:
In Vrij Nederland het volgende?artikel?van Gerard Janssen over big data en de voorspelmogelijkheden van terrorisme.
Als je veel data slim gebruikt, kun je tegenwoordig ?voorspellen wie wat gaat doen en wat waar gebeuren gaat. Terrorismebestrijders kunnen daar hun voordeel mee doen. Maar er schuilen ook gevaren: het is program, or be programmed.
Donderdagmorgen 11 maart 2004 parkeert een gestolen witte Renault Kangoo in de Calle Infantado in Alcal? de Henares. De straat ligt langs het metrostation dat het stadje verbindt met Madrid. Aan de andere kant van een witte blinde muur liggen de rails. Jonge mannen springen uit het busje. Uit de bagageruimte trekken ze rugzakken en sporttassen. De tassen en rugzakken zijn zwaar. Ze staan bol van spijkers, schroeven en 10 kg Goma 2 ECO ? een vloeibaar explosief dat mijnbouwers gebruiken. Koperdraad koppelt de industri?le ontstekers aan mobiele telefoons. De mannen laten dertien rugzakken en tassen achter in verschillende treinstellen van vier verschillende treinen. Tussen 7.37 en 7.40 uur, als de treinen richting station Atocha in Madrid rijden, brengen de terroristen de bommen tot ontploffing. Tien van de dertien gaan af. Het resultaat: 191 doden en 1.824 gewonden.
Meteen begon een klopjacht op de daders. De sleutel is een blauwe sporttas die is gevonden in het Azor?npark, met naast de explosieven een intacte mobiele telefoon, een Mitsubishi Trium T-110. Via het simkaartje in die telefoon weet de politie verschillende terroristen op te sporen. Uiteindelijk eindigt de achtervolging op 3 april 2004 bij een appartement in het zuiden van Madrid. Tussen half zes en half zeven arriveert een zwaar bewapende speciale eenheid. De politie sluit het gebied af en speciale eenheden richten een veldhospitaal in. Vanaf de eerste verdieping klinken Arabische gezangen. De speciale eenheden bestormen het pand en schieten rookbommen naar binnen. De terroristen bellen hun geliefden en gaan in een kring op de grond zitten. Drie minuten over negen blazen ze zichzelf en het pand op. Ook een lid van de speciale eenheid komt daarbij om.
Iedere terroristische aanslag is te vertellen als een verhaal.
Diep morele zielen
Iedere terroristische aanslag is te vertellen als een verhaal. Vanuit een neutraal perspectief is het een donkere tragedie. Maar vanuit het perspectief van een terrorist een hero?sch verhaal. ?De ogen van de terrorist zijn niet leeg,? schrijft de antropoloog Scott Atran in zijn boek Talking to the Enemy, waarvoor hij tientallen extremisten uit Afghanistan, Indonesi? en Marokko interviewde. ?Hun voldoening ligt niet in de rustige anticipatie van maagden in de hemel. Het is lichamelijk als bloed en verscheurd vlees. Terroristen zijn geen nihilisten, wreed of onzeker, maar vaak diep morele zielen met een gruwelijk misplaatst gevoel van rechtvaardigheid.?
Een terrorist is in zijn eigen ogen een klassieke held die zijn leven op het spel zet om een monster te overwinnen. Het is het verhaal dat in iedere cultuur opduikt. David tegen Goliath. De strijd van de rebellen tegen de Galactic Empire. Een onmogelijke opdracht, maar de held heeft een geheim wapen, en de ster des doods heeft een achilleshiel.
Het is geen toeval dat het een filmmaker was die zich realiseerde dat dit een vruchtbaar perspectief is om een terroristische aanslag uit te analyseren. Peter de Kock (48) maakte in 2006 de veel geprezen documentaire De handen van Che Guevara. Een zoektocht naar de handen van Che Guevara, die van zijn lijk waren afgehakt en opdoken in een pot met water en formaldehyde. In 2008 maakte de filmmaker de overstap naar de politie. Een overstap die kleiner is dan die lijkt. De Kock zag de overeenkomst tussen het plannen van filmopnamen, het opdelen van een verhaal in elementaire bouwblokjes en het voorbereiden van een liquidatie of terroristische aanslag. Net als een terrorist maak je als filmmaker een scenario van iets wat nog moet gaan gebeuren.
Zeven lagen diep
De Kock begon in Tilburg aan een promotieonderzoek. Met behulp van databases die vrij op internet staan, zoals de Global Terrorism Database en WikiLeaks wist De Kock 35.000 terroristische aanslagen bij elkaar te schrapen. Hij bedacht een methode om iedere aanslag als een patholoog anatoom uit elkaar te snijden en de organen naast elkaar op de snijtafel te leggen: een held, een vijand, een symbolisch doelwit, een wapen en een valse aanwijzing: ?the red herring?.
Toen De Kock vlak na de aanslag op de marathon van Boston zijn database raadpleegde, rolde eruit dat de verdachten waarschijnlijk uit Tsjetsjeni? kwamen. Daar waren al eerder aanslagen met snelkookpannen gepleegd. Hij realiseerde zich dat hij wat goeds had bedacht en vroeg een patent aan op zijn idee. 10 september 2014 promoveerde De Kock. Nog in rokkostuum zat hij aan tafel bij De Wereld Draait Door. ?En in de weken na mijn promotie belden veiligheidsdiensten, overheidsinstanties en softwarebedrijven me helemaal suf. En dan moest ik zeggen, ja, ik heb alleen maar een schets gemaakt. Maar er belden ook bedrijven die zeiden: wij kunnen van jouw idee werkelijkheid maken. We kunnen de software in no time voor je bouwen. In de afgelopen maanden is alles bij elkaar gekomen. Het is nu niet meer alleen maar Peter die een plannetje heeft.? In Elst, Gelderland hangt nu op een bedrijventerrein, tussen verfgroothandels en smederijen een bordje met ?Pandora Intelligence?.
?Introducing the human dimension in big data?, staat als ondertitel op de website. De Kock: ?We hebben inmiddels een enorme dataset van meer dan 500.000 terroristische incidenten die zijn opgebouwd uit twaalf verhaalcomponenten met onderliggende subcomponenten. Een verhaalcomponent is ?het middel?. Een middel kan een schoen zijn. Als de Amerikaanse president een persconferentie geeft en iemand gooit een schoen naar zijn hoofd, dan kun je dat zien als een terroristische aanslag. Een middel kan natuurlijk ook een vuurwapen zijn. Dat kun je weer een laag dieper onderverdelen in een vuistvuurwapen of automatisch vuurwapen. En vuistvuurwapen kun je weer een niveau lager onderverdelen in revolver of pistool. Zo heb je een hele taxonomie, een verdere vertakking die onder die twaalf basiscomponenten ligt. De tweede laag heeft 198 componenten, de derde laag meer dan zestienhonderd. Het model is zeven lagen diep. We hebben waanzinnig veel subcomponenten en al die subcomponenten zijn onderling met elkaar verbonden. Dat kun je visualiseren als een soort koolstofatoom: allemaal grote en kleine bolletjes die op verschillende afstanden van elkaar liggen. Een driedimensionale puntenwolk; het dna van een aanslag. Op deze manier hebben we van die 500.000 incidenten automatisch dna-structuren gemaakt.?
?Creativiteit? in het model
De Kock heeft nu een verzameling van honderdduizenden enorme puntenwolken die allemaal een terroristische aanslag representeren. ?Zo kun je bijvoorbeeld ontdekken dat er gelijkenis is in de molecuulstructuur van de aanslagen op Anna Lindh en de aanslagen in Dubai.?
En De Kock ging verder. Hij voegde ook romans en computerspellen aan zijn database toe. Het idee hierachter is dat aanslagen soms eerder beschreven zijn in fictie. De ?Oklahoma-bomber? Timothy McVeigh haalde het idee voor zijn aanslag uit de romanThe Turner Diaries van William Luther Pierce. Tom Clancy beschreef in de jaren negentig al een gekaapt vliegtuig dat het Capitool in vloog. De acties van Anders Breivik zijn exact na te spelen op het computerspel GTA. ?Elk spel van Modern Warfare en GTA dat gespeeld wordt, kun je zien als een terroristische aanslag. En de scenario?s uit deAnarchist Cookbook staan natuurlijk ook in de database. Elke aanslag is uniek, maar je ziet ook dat er overeenkomsten zijn. Bovendien wordt hiermee ?creativiteit? in het model ge?ntroduceerd. Gegevens uit aanslagen die eerder bedacht zijn maar nog niet uitgevoerd, worden in het model gekoppeld aan daadwerkelijk gebeurde aanslagen.?
Illustratie: Zenk One
De Kock legt uit wat je hier in de praktijk aan hebt: ?Neem bijvoorbeeld de schietpartij in de Thalys. Het Franse persbureau AFP maakte die schietpartij als eerste bekend, ook voor de veiligheidsdiensten: ?Schietpartij Thalys?. Ons model gaat dan vanzelf lopen, want dat triggert op woorden als ?schietpartij?. Het model zet zichzelf aan en begint te analyseren: ?schietpartij betekent een vuurwapen?, en ?de Thalys is een strategisch object dat rijdt?. Dus op dat moment zegt het model: denk aan de aanslagen in Madrid, of: denk aan de aanslagen op het openbaar vervoer van 2007 in Londen. Maar daar heb je nog weinig aan. Op het moment dat er sprake is van een kalasjnikov ? die informatie kwam als eerste via Twitter binnen ? wordt het aantal scenario?s weer kleiner. Dat duidt erop dat er een criminele organisatie bezig is of dat er sprake is van terrorisme.?
Op de wc
Het model van De Kock voorspelt op basis van een paar feiten die via de persbureaus of social media binnenkomen hoe de hele wolk aan punten er naar verwachting uit gaat zien. Terwijl de rechercheurs nog op weg zijn, geeft het model zo verschillende scenario?s waar de politie rekening mee kan houden. Als een schaakprogramma dat voorspelt wat de volgende zet van een schaker zou kunnen zijn, op basis van honderdduizenden schaakpartijen die eerder zijn gespeeld.
De Kock: ?Dit is wat we de adapt-fase noemen. Het aanpassen aan een situatie die zich ontwikkelt.?
Toen een jongen zich opsloot op de wc van een Thalys in Rotterdam Centraal, moest iedereen meteen aan de schietpartij in de Thalys denken, maar het model van De Kock zag meteen dat het een heel ander verhaal was. Iemand die zich opsloot in een wc om daar een uur te blijven zitten, dat was nooit eerder gebeurd bij een terroristische aanslag.
Een ander doel waar analisten het programma voor kunnen gebruiken, is anticipatie. De Kock: ?Op een dag als Prinsjesdag weten we veel. We weten waar en wanneer politici aanwezig zijn en we weten ook uit welke hoek die politici bedreigd worden. Zo kan het model berekeningen maken van scenario?s waar we op Prinsjesdag mogelijk rekening moeten houden. Hier kunnen we de beveiliging van politici of leden van het koningshuis op afstemmen.?
Een andere voorzichtige conclusie is dat veel hedendaagse terroristen veel gamen, oefenen met computerspellen.
Het model werkt beter dan iedereen verwachtte. ?De eerste voorzichtige conclusie die we nu trekken is dat terroristen vaker de kunst volgen dan we dachten. Het lijkt erop dat terroristen zich veel meer door fictie, computerspellen en andere aanslagen laten inspireren dan tot nu toe werd verondersteld.? Een andere voorzichtige conclusie is dat veel hedendaagse terroristen veel gamen, of net als Anders Breivik, oefenen met computerspellen.
Interessant is dat dergelijke conclusies moeilijk te bewijzen zijn. Het model van De Kock werkt niet op basis van analytische logica, maar met machine learning of deep learning. Dit lijkt misschien een onbelangrijk detail, maar is kenmerkend voor een stormachtige ontwikkeling in de wereld van ?big data?. Het model van Peter de Kock vergelijkt niet analytisch de verschillende datawolkjes met elkaar om er razendsnel verbanden tussen te vinden. De computer simuleert een machine die zijn eigen bedradingen en schakelingen steeds opnieuw verandert, net zoals een brein dat doet. Als een voorspelling uitkomt, dan is de machine tevreden en zal hij zichzelf maar weinig aanpassen, heeft hij het fout gedaan, dan verandert hij meer aan zichzelf, net zolang tot de gesimuleerde machine bij een bepaalde input een output geeft die dicht bij de werkelijkheid ligt. Het resultaat is een voor mensen ondoorgrondelijke algoritme dat soms verrassend goed presteert.
Verboden gebied
Het principe is al oud en gebaseerd op een idee van computerwetenschapper Arthur Samuel. Al in 1956 leerde hij een computer schaken door het partijen tegen zichzelf te laten spelen. Hij programmeerde welke zetten de stukken mochten zetten en definieerde een gewenste uitkomst (winst) en een ongewenste uitkomst (verlies). Het programma speelde steeds weer andere partijen tegen zichzelf. Achter de zet van de computer zat geen gedachte en leek geen logica schuil te gaan, maar de computer leerde de zetten die niet tot winst leidden te vermijden. Het resultaat was dat de computer beter leerde schaken dan Arthur Samuel. Het was de eerste weerlegging van het argument dat computers nooit slimmer zullen worden dan mensen omdat mensen de computers programmeren.
Het idee van Samuel is in de loop van de jaren verfijnd. En de laatste jaren zijn computers zo krachtig dat de principes van deep learning zijn toe te passen op enorme databases. Op dit moment speelt zich daarom een revolutie af in de wereld van beeldherkenning en automatische vertaalprogramma?s.
?Het is niet meer zo dat als je in de programmatuur kijkt, dat er dan iets logisch te zien is,? zegt Selmar Smit van TNO, ?het is niet ?als dit dan dat?. Een uitkomst ?is? er gewoon.?
Telefoontjes moeten in een deurtjeskluis buiten de sluisdeur. Voor de deur pakt een man in duur pak een slick James Bond-achtig reiskoffertje in.
De computerwetenschapper zit in een soort klein schoollokaaltje samen met collega Arnout de Vries achter een tafel. Dertigers in overhemd. De onderzoekers werken in ?verboden gebied? in een kantoorgebouw aan de rand van het natuurgebied Meijendel aan digitale opsporingstechnieken voor de politie. Telefoontjes moeten in een deurtjeskluis buiten de sluisdeur. Voor de deur pakt een man in duur pak een slick James Bond-achtig reiskoffertje in. Ook in de wereld van de veiligheidsdiensten lijkt werkelijkheid be?nvloed door fictie.
TNO onderzoekt de big data mogelijkheden voor de AIVD, de MIVD en werkt samen met bedrijven als AGT, het internationale beveiligingsbedrijf waarvan prins Pieter-Christiaan in Nederland de baas is.
Smit: ?Op een gegeven moment heeft het model verzonnen dat bepaalde input ertoe doet, en dat leidt tot een output met een onbegrijpelijke complexe formule. Als je die zou uitschrijven, zou je kilometers papier nodig hebben. Het is net als bij onze hersenen. Als je ze opensnijdt, kun je zien dat er iets gebeurt, maar je weet niet wat. Tot vijf jaar geleden kon je weinig data slim gebruiken of heel veel data dom gebruiken. Dat is nu anders. Nu kun je heel veel data heel slim gebruiken. Ik werk nu zelf ook met zo?npredictive policing algoritme waarbij ik zelf niet meer begrijp waarop de voorspelling gebaseerd is. Het is een model dat brandhaarden voorspelt. Ik stop er data in en het model voorspelt vrij accuraat wat potenti?le brandhaarden zijn. Maar het model is zo complex dat ik het zelf niet kan lezen of begrijpen.?
Bij het voorspellen van brandhaarden is dit niet zo?n probleem. Bij het voorspellen van aanslagen wordt het al iets dubieuzer. ?Met het model van De Kock kun je voorkomen dat er een delict gepleegd wordt en daar zijn we allemaal heel blij mee,? zegt strafjurist Ybo Buruma, ?juridisch gezien kun je iemand niet in de gevangenis stoppen op basis van zo?n programma. Maar de inlichtingendienst en de politie kunnen verstoren. Dat wil zeggen dat ze een aanslag kunnen voorkomen, terwijl de terrorist vrijuit zal gaan omdat die nog niks heeft gedaan. Die afweging is, denk ik, in het verleden ook wel gemaakt door de AIVD. Sindsdien zijn er nieuwe anti-terrorismewetten gekomen die ook het voorbereiden van aanslagen strafbaar maken. Omdat die wetten heel ruim zijn, moeten we wel oppassen dat we niet in de verleiding komen de programma?s van De Kock te gebruiken om mensen te veroordelen voordat ze iets gedaan hebben ? dat zou net zoiets zijn als dat Amazon me alvast boeken stuurt omdat ik die vast heel mooi zal gaan vinden, maar dan erger.?
Fout positieven
Helemaal griezelig wordt het als dergelijke algoritmes gebruikt worden om te voorspellen of iemand een aanslag gaat plegen. Zoals iedere aanslag een verhaal is, zo is het leven van iedere terrorist te beschrijven als biografie. Het is niet ondenkbaar dat een model dat gevoed wordt met levensverhalen zoals mensen zelf via Facebook en Instagram schrijven, goede voorspellingen kan doen. Om nog maar te zwijgen over de data die scholen bijhouden. Misschien dat zo?n model redelijk kan voorspellen of iemand radicaliseert of het criminele pad op gaat. Net als dat Amazon nu al redelijk kan voorspellen welk boek je leuk gaat vinden. Dit gaat op de film Minority Report lijken. Wat moet je met een deep learning algoritme dat het opmerkelijk goed doet, en dat als output geeft dat een jongen met 90 procent zekerheid iets gevaarlijks gaat doen? Zonder dat iemand begrijpt waarom.
Buruma: ?Je kunt het het gevaar van ?digitale vooroordelen? noemen. Het menselijk brein heeft ook vooroordelen ? ?Noord-Afrikaan met lange baard zal wel fundamentalist zijn en dus terrorist? ? waar de computer misschien juist niet intrapt. Maar door foute input of verouderde gegevens kunnen ook verkeerde verbanden worden gelegd. Ik heb bij Amazon gezocht naar een titel van Plato en daarbij heel veel verschillende zoektermen ingetikt: nu denkt die computer van Amazon dat ik geweldig ge?nteresseerd ben in klassieke filosofie. Ik ben blij dat ze mij niet alvast de nieuwste wetenschappelijke teksten over Plato toesturen. Een winkel wil mij niet boos maken, maar als ik door de politie ?fout-positief? als terrorist wordt aangewezen, nemen ze denk ik al gauw het zekere voor het onzekere. Waar ik bezorgd over ben, is dat we ons over een jaar of vijf realiseren dat die neurale netwerken heel erg veel hebben opgeleverd, maar dat we te weinig de nadelen ervan hebben gezien. Ik denk dat we dankzij programma?s als die van Peter de Kock steeds beter de groep ?fout negatieven? ? mensen van wie we nu nog ten onrechte niet zien dat het terroristen of boeven zijn ? kleiner kunnen maken. Het gevaar is dat de techniek ook een grotere groep ?fout positieven? oplevert ? mensen van wie ten onrechte wordt gedacht dat het terroristen of boeven zijn. Dat zijn onschuldige mensen die er niks mee te maken hebben, maar bij wie wel het arrestatieteam binnenstormt.?
Veiligheidsbutler
Arnout de Vries van TNO is het helemaal met Buruma eens. Maar hij ziet ook dat bedrijven minder terughoudend zijn. De overheid kan en mag volgens De Vries niet achterblijven bij deze bedrijven. En dat is wel wat er nu gebeurt. Om de eenvoudige reden dat ?alle big sisters? zoals Google en Facebook meer mogen dan de overheid en veel grotere innovatiebudgetten hebben. Google kocht begin 2014 het vijftig man tellende bedrijf Deep Mind voor vierhonderd miljoen dollar en haalde daarmee een groot deel van de beste deep learning wetenschappers binnen.
De Vries: ?Verschillende bedrijven willen het KNMI van de terrorismevoorspelling worden. Juist omdat de data die je buiten de politie om kunt krijgen, steeds rijker worden. Waar ik me echt zorgen over maak, is dat de overheid buitenspel komt te staan. Dat de bedrijven de burgers en de criminelen het allemaal wel zelf kunnen. Dan leven we echt in het wilde westen. Ik ben zeker geen voorstander van een grote overheid, maar er moet wel een bepaalde balans zijn.?
Op dit moment rijdt in Silicon Valley al de Knightscope rond, een R2D2-achtige robot. De Vries: ?Hij heeft 360-graden camera?s, kan in het donker kijken en heeft ook voorspellende software, scant social media, is volledig geautomatiseerd. Dat ding kost nu nog een paar duizend dollar. Maar straks zit dat in de grasmaaier in je voortuin, als een veiligheidsbutler. De straat is dan veilig en het kost niks. Maar als we zo?n ding zelflerend maken en toestaan om iemand te taseren, dan kom je in een wereld waar sciencefiction schrijvers over schrijven. Is het erg als het werkt en iedereen zich daardoor juist veiliger voelt? En is het dan erg als er een bedrijf als Google achter zit?? Werken wij mee aan de nieuwe atoombom? Tja. Het is program, or be programmed.
Het zijn vragen waar nu over nagedacht moet worden. De snelheid waarmee deep learning de laatste paar jaar beter wordt, lijkt de mensen die weten wat nu in de onderzoekslaboratoria ontwikkeld wordt, angst aan te jagen. Elon Musk en Bill Gates hebben onafhankelijk van elkaar hun grote zorg uitgesproken over de snelle ontwikkelingen. Musk investeerde 10 miljoen dollar in onderzoek naar de veiligheid en juridische consequenties van kunstmatig intelligente systemen.
De intelligente computer HAL uit 2001: A Space Odyssey begint langzaam maar zeker realiteit te worden. Denk aan een zelflerende schoonmaakrobot die je de opdracht geeft om het huis zo effici?nt mogelijk schoon te houden, een robot die in contact staat met de cloud en andere schoonmaakrobots. Zo?n robot leert misschien dat het huis het beste schoon blijft als hij mensen buiten de deur houdt.
?Wij proberen nu uit te vinden hoe de techniek goed gebruikt kan worden. Maar kun je specificeren wat goed is?? zegt De Vries van TNO. ?Werken wij mee aan de nieuwe atoombom? Tja. Als je er niet door overvallen wilt worden, moet je zelf achter het stuur gaan zitten. Het is program, or be programmed. Als wij niks doen, weten we zeker dat het voor het slechte gebruikt gaat worden.?
De rol van digitaal bewijs bij opsporing wordt steeds groter. Over dat onderwerp wordt op donderdag 23 april gesproken tijdens het Symposium E-Discovery, georganiseerd door het gelijknamige HvA-lectoraat. Op het symposium zijn gebruikers en makers van E-Discoverytechnieken aan het woord.
Verslag van?Jos Willemsen?? 28 april 2015
Het is alweer de zesde keer dat het Symposium E-Discovery plaatsvindt. ?Vijf jaar geleden begonnen deze symposia als mijn openbare les, ik wilde E-Discovery op de kaart zetten,? vertelde E-Discovery lector Hans Henseler?vorig jaar?tijdens de Lustrum-editie. Dat E-Discovery inmiddels op de kaart staat, is te merken aan de opkomst. Het Benno Premselahuis is ingeruild voor Pakhuis de Zwijger. Henseler organiseerde met zijn lectoraat daar vorig jaar al mede de?DFRWS conferentie.
Ook tijdens dit symposium volgt weer het onderwerp waar het lectoraat E-Discovery voor staat: het verkrijgen en verwerken van digitaal materiaal voor opsporing. ?Dit jaar kijken we terug naar The Decade of Discovery en kijken we vooruit naar de impact van online media op het verzamelen, verwerken en zoeken naar digitaal bewijs?, legt Henseler uit. Social media
Een goed voorbeeld daarvan is het verhaal van Arnout de Vries. Arnout werkt bij onderzoeksorganisatie TNO en is de tweede van zeven sprekers die op het programma staan. Hij neemt ons mee in de wereld van opsporing via sociale media; door Arnout ook wel de ?moderne Sherlock Holmes? genoemd. ?Sociale media zorgen voor een revolutie in de opsporing, zoals DNA dat dertig jaar geleden deed,? zegt Arnout. ?Er is bijna geen misdaadsoort waarbij sociale media niet betrokken zijn.?
Als voorbeeld wordt de Britse burgerjournalist Eliot Higgins aangehaald, die door sociale media met bewijs kwam in de zaak van de MH17. Higgins werd zelfs als getuige opgeroepen bij het proces, terwijl hij zijn appartement niet uit was geweest. ?Social media is een gamechanger in alle facetten van het politiewerk?, concludeert Arnout de Vries.
Informatiemarkt
Wie de grote zaal van Pakhuis de Zwijger verlaat, komt terecht op de informatiemarkt. Daar heeft een aantal data- en digitale opsporingsbedrijven een kraam. De markt fungeert bovendien als netwerkmogelijkheid, waarbij professionals met elkaar praten over de laatste stand van de techniek. Hans Henseler: ?Door deze informatiemarkt luister je niet alleen naar verhalen over de theorie van E-discovery, maar kun je ook leren wat er daadwerkelijk gebeurt in de praktijk.?
Op 10 februari jl. organiseerde Reed Business Education samen met TNO een seminar over online burgeropsporing. Locatie: PIT, Almere. Dagvoorzitter: Diederik Greive, hoofdofficier bij het OM en onder meer portefeuillehouder Opsporingsberichtgeving. Voor een publiek van circa 100 mensen werd aan de orde gesteld: hoe pakt men het in de opsporing aan, gegeven de ontwikkelingen in social media en maatschappelijke betrokkenheid en bemoeienis? Wat staat de ?gevestigde? partijen op dat gebied te doen en te wachten?
Weliswaar waren alle aanwezigen het er over eens dat er een fundamentele verandering heeft plaatsgevonden en nog gaande is in de mate waarin de burger betrokken is bij veiligheids- en opsporingsvraagstukken, maar de nuanceverschillen in de benadering waren interessant.
Burgemeester Annemarie Jorritsma van Almere introduceerde het gemeentebeleid met een kort filmpje over de Veiligheidsaanpak 2015-2018.
De gemeente heeft de inbreng van burgers steeds intensiever proberen te initi?ren. Want: ?Wij overschatten als gemeente stelselmatig hoe goed wij onze burgers bereiken. En dat is wel het doel: dat we kunnen gaan spreken van overheidsparticipatie,? aldus Jorritsma.
Waar de burgemeester het nog vooral had over de informatievoorziening tussen burgers en overheid over en weer, vervolgde hoofd recherche Midden-Nederland Henk Bril met de praktijk van de opsporing. Die wordt be?nvloed door die informatievoorziening en dat gaat op heel veel manieren. Bril illustreerde dat met een aantal sprekende voorbeelden.
Zoals bij de zaak Ruben en Julian: ?een Twitterbom die ontplofte? en burgers die zelf een bos gingen doorzoeken. Na de verdwijning van Lisanne Froon en Kris Kremers: de actieve houding van betrokken familie. Na de dood van Els Borst: de ?actieve betrokkenheid vanuit de politiek?. En bij de afpersing van John en Linda de Mol veel diverse reacties en bemoeienissen. Koppel daaraan een vaak zeer actieve ?mediakaravaan? en de eventuele rol van de ?zelfbenoemde expert? en je ziet de ontwikkeling zoals Bril hem noemde: ?Van burger en opsporing naar burgeropsporing.?
Dat levert heel veel verschillende informatie en situaties op, die soms absoluut maar ook niet altijd bevorderlijk zijn voor de opsporing. Hoe moet je al die info vooraf duiden? Is ze betrouwbaar? Bruikbaar voor beleid, co?rdinatie of uitvoering? Daarom alleen al is voor de politie een goede afdeling communicatie onontbeerlijk, stelde Bril. Want je kunt niet anders dan meegaan met wat de maatschappij van je vraagt, maar wel binnen grenzen.
Bril: ?Uiteindelijk gaat het om waarheidsvinding en de deugdelijkheid van het onderzoek: hypothesen, scenario?s, verifi?ren en falsificeren. Dus het klassieke rechercheren blijven we doen, naast de modernere mogelijkheden.?
Henk Bril benadrukte daarmee de kern van de middag: in hoeverre gaan de klassieke instituties mee met de ontwikkelingen, in welke mate is het gewenst dat ze dat doen en hebben ze daar eigenlijk nog enige zeggenschap in? Bril vond dat er al veel gebeurde om de burger te betrekken.
Nieuwe inrichting
Hoofdofficier van justitie in Midden-Nederland Johan Bac maakte als volgende spreker de vergelijking met de huisarts van tegenwoordig. Die ontvangt een veel beter ge?nformeerde pati?nt dan vroeger in de spreekkamer, zeker bij de eenvoudige aandoeningen. Naarmate de klacht medisch gecompliceerder is, neemt de huisarts of uiteindelijk de specialist het meer over van de pati?nt.
Bac: ?Hier gaan we ook naar toe in de opsporing. Er zullen eenvoudige zaken zijn, waarbij de politie kan kijken naar wat de burger zelf al heeft gedaan. Van het maken van een foto tot het opnemen van een verklaring of het invullen van een aangifte. De politie zal daarin ondersteunend zijn. En dan hebben we het over 80% van de criminaliteit.?
Maar dat houdt dus ook in dat de rollen worden omgedraaid. Van Opsporing verzocht naar Opvolging gezocht, zoals Bac het formuleerde. De burger reageert niet meer, maar initieert. Dat zal uiteindelijk resulteren in eigen verantwoordelijkheden. Bac: ?Denk aan de eigen belastingaangifte met een verklaring dat je die naar waarheid hebt opgemaakt, iets dergelijks.?
Bac erkende dat die situatie totaal nieuw zou zijn en een totaal nieuwe inrichting van het strafproces zou betekenen. Hij maakte een kanttekening: ?In de analogie met de medische wereld, ook wij hebben ons specialistische werk. En zware zaken zijn vaak onzichtbaar. Daar moet wel capaciteit voor blijven.?
Daarnaast wees hij op de rechtsstatelijke belangen: ?Wij als OM zijn niet alleen doorgeefluik. We hebben ook onze procesnormen en die zijn er niet voor niets.?
Geen flexibiliteit
Daarna werd het grovere geschut in stelling gebracht in de persoon van Maurice de Hond, naast opiniepeiler onder meer bekend van zijn optreden in de Deventer moordzaak. Hij waste als verwacht de strafrechtsketen stevig de oren met tal van ongerijmdheden uit het onderzoek naar de moord op de weduwe Wittenberg. Bij uitstek maakte hij gebruik van ?burgerdeskundigen? om de bevindingen van onder meer het NFI onderuit te halen. De Hond: ?Het begon als crowdsourcing avant la lettre met een blog dat ik schreef. Dat groeide uit tot een gezamenlijke expertise van heel veel mensen.?
De Hond is behoorlijk gedesillusioneerd geraakt in de kwaliteit van het opsporingsproces. Het gaat er hem niet om dat ??n partij het standaard bij het verkeerde eind zou hebben. ?Ik trok met mijn website over de zaak ook gekken aan die onzin uitkraamden.? Maar het schokte hem vooral dat de keten zo afwijzend reageerde. Er was geen enkele flexibiliteit te bespeuren.
De Hond: ?Het gaat dan toch, zoals Henk Bril zei, inderdaad om de waarheidsvinding? Waarom wordt die aantoonbare expertise van zovelen niet eens meegenomen?? De conclusie van De Hond was dat de ?crowd? die de instituties binnen het strafproces voor zich zien, nog steeds ?intern? is. Er wordt nog te hi?rarchisch gedacht.
Doodeng
In de discussie tussen de panelleden (zonder Jorritsma) en met de zaal onder leiding van Diederik Greive werden de bovenstaande posities nader uitgewerkt. Daarbij behield Henk Bril (?Er gebeurt al veel?) zijn wat behoudender stelling, was De Hond het meest radicaal (?De instituties kunnen niet volgen?) en nam Bac de middenpositie in (?We lopen er achteraan, maar misschien is dat onze rol ook wel?).
Maurice de Hond leek de zaal voor zich gewonnen te hebben. Belgisch oud-hoofdcommissaris Steven de Smet: ?We werken met de kaders uit het industri?le tijdperk.? Interessant was het diverse blikveld op privacy: waar politie en OM duidelijk ook die waarden in hun afweging willen meenemen, sprak De Hond zich duidelijk uit: ?We bestaan niet meer als individu. We houden het niet tegen. Het enige wat ons rest is de kwaliteit van ons werk zo hoog mogelijk te houden.?
Dat de expertise van de burger moet worden ingezet, daar was iedereen het wel over eens. En ook dat je het niet redt met het openstellen van ?een extra kanaal?. Anders loopt het het systeem uiteindelijk over de schoenen. Dus incorporeren is het devies.
Uit de zaal kwam Arnout de Vries, co-auteur van Social Media, het nieuwe DNA, met de hamvraag: hoe organiseer je het dan? Daar bleef het nog even stil op, behalve dat de betrokkenheid van jongeren (Bac: ?Ik ben met mijn 45 jaar stokoud.?) en in een vroeger stadium faciliteren van burgers nuttig kunnen zijn. En blijven communiceren: ?Als je op een scheldpartij inhoudelijk antwoordt, blijkt het in negen van de tien gevallen om heel nette en serieuze mensen te gaan,? zei De Hond.
Johan Bac: ?We moeten vooruit, ook al weet ik op 1000 vragen geen antwoord. Dat maakt het tegelijkertijd doodeng.?
Op 10 februari 2015 organiseert Reed Business Education samen met TNO een speciale seminar over online burgeropsporing.
In deze afwisselende en inspirerende middag komen verschillende onderwerpen aan de orde, zoals dilemma?s in de burgeropsporing en het gebruik van sociale media binnen politie en OM. Diederik Greive van het OM zal optreden als dagvoorzitter op deze middag.
De onderwerpen komen vanuit drie invalshoeken; het OM, de politie en burgers.
Wees er snel bij, want het aantal plaatsen is beperkt!
Achtergrond van de sprekers
Opening: Annemarie Jorritsma-Lebbink
Annemarie Jorritsma-Lebbink werd geboren op 1 juni 1950 te Hengelo (Gld.). Na het behalen van haar MMS-diploma in 1967 volgde zij in Breda de School voor Toeristische Vorming (einddiploma 1969). Vervolgens was zij werkzaam bij een reisbureau en als exportmanager. Zij was voor de VVD van 1978 tot 1989 lid van de gemeenteraad in Bolsward en van 1982 tot 1994 lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Zij was gedurende deze periode voor haar fractie woordvoerder voor Verkeer en Waterstaat.
Voorts was zij secretaris Provinciale Vrouwen VVD en plaatsvervangend adviesraadslid Vrouwen VVD, lid van de commissie eigen woningbezit van de stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting, lid van de Raad van Bestuur van het Perscentrum Nieuwspoort, lid van de provinciale raad voor de Friese taal en cultuur “Berie foar it Frysk”, lid curatorium Thorbecke Akademie en lid van het bestuur van de Stichting Hoogbouw.
Annemarie Jorritsma-Lebbink werd op 22 augustus 1994 benoemd tot minister van Verkeer en Waterstaat in het Eerste Kabinet Kok. Op 3 augustus 1998 werd zij benoemd tot vice-minister-president en minister van Economische Zaken in het Tweede Kabinet Kok.
Vanaf 22 juli 2002 tot 29 januari 2003 was Jorritsma-Lebbink weer lid van de Tweede Kamer en van 11 februari t/m 17 augustus 2003 was ze waarnemend burgemeester van Delfzijl. Per 18 augustus 2003 is ze benoemd tot burgemeester van Almere. Op 25 maart 2014 opende zij samen met de heer Ivo Opstelten het PIT-museum.
Dagvoorzitter: Diederik Greive
Diederik Greive is Hoofdofficier bij het Openbaar Ministerie en heeft een levenslange passie voor opleiden. Sinds 1985 geeft hij les en de laatste tien?jaar treedt hij regelmatig op als procesbegeleider/ discussieleider bij workshops en evenementen. De positie bij SSR in het College van Bestuur sluit goed aan bij zijn ervaring en plezier in leren & ontwikkelen.
Na zijn rechtenstudie en raio opleiding heeft hij zich verder geschoold in creativiteit, organisatie- en bestuurskunde. Bij het OM heeft Diederik veel verschillende functies gehad. Zo is hij officier van justitie, teamleider, recherche officier en hoofdofficier geweest bij?vier verschillende parketten. Tussendoor heeft hij drie?jaar als Directeur van de Dienst Prisma gewerkt, het toenmalige organisatie- en adviesbureau van de rechterlijke macht. Zo heeft Diederik in het werk evenwicht gezocht tussen vak, organisatie en maatschappelijke functie.
Op dit moment is Diederik, naast zijn werk voor SSR, ook OM portefeuillehouder opsporingsberichtgeving, wat betekent dat hij landelijk verantwoordelijk is voor de wijze waarop media gebruikt worden om burgers te betrekken bij opsporing. Deze ervaring met media komt goed van pas bij de grote veranderingen die zich in het leren voltrekken. Als docent probeert Diederik visualisatie en interactie op te nemen in leervormen. Als bestuurder van een opleidingsinstituut hanteert hij een beeldende en interactieve stijl. Deze stijl richt zich op ontwikkeling van mens & organisatie en de verbinding met de partners in de omgeving van het opleidingsinstituut.
Spreker: Henk Bril (perspectief vanuit politie)
Volgt.
Spreker: Johan Bac (perspectief vanuit OM)
Mr. dr. J.R. Bac (1969) is hoofdofficier van justitie?parket Midden-Nederland.?Naast zijn studie rechten haalde hij ook zijn propedeuse psychologie. Na zijn studie werkte hij vier jaar aan de VU te Amsterdam, gaf onderwijs en deed daarnaast onderzoek naar jeugd(proces)recht. Van 1998 tot 2003 werkte hij als raio bij de rechtbank in Den Bosch, het parket Utrecht en als tactisch co?rdinator bij de politie Utrecht. Van 2003 tot 2007 werkte hij als officier van justitie in Arnhem. Hij vervulde daar de functies van gebiedsofficier Nijmegen, veelplegerofficier, co?rdinerend officier frontoffice, raio-opleider,?tegenspreker en portefeuillehouder mensenhandel/-smokkel.
Vanaf 2007 werkt Johan Bac weer bij parket Midden-Nederland, aanvankelijk als rechercheofficier,?sinds maart 2010 als plaatsvervangend hoofdofficier en sinds 1 april 2011 als hoofdofficier van justitie.
Spreker:?Maurice de Hond?(perspectief vanuit burgers)
In 1971 is Maurice de Hond afgestudeerd als Sociaal Geograaf bij de UvA in Amsterdam. Na een korte periode als wetenschappelijk medewerker was hij 15 jaar actief als onderzoeker, tussen 1973 en 1975 bij Inter/View, daarna samen met Hedy d?Ancona (Cebeon) en vanaf 1980 als mededirecteur van Inter/View. Vanaf 1976 was Maurice de Hond in de media actief op het terrein van verkiezingsonderzoek. Eerst bij Vara?s In de Rooie Haan. Later o.a. in Achter het Nieuws en NOVA.
In 1984 werd Maurice de Hond assistent van Anton Dreesmann, waarbij onder andere het project Micro Computer Club Nederland werd opgezet en hij directeur werd van Headstart in de Verenigde Staten. Bij de beursgang van Inter/View in 1986 werd hij tot 1999 voorzitter van de raad van commissarissen. Van 1998 tot en met 2001 is hij CEO geweest van Newconomy.
Sinds 2002 runt Maurice de Hond?www.peil.nl, een opiniepanel, waarmee actuele ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving op de voet gevolgd kunnen worden. Tot slot is Maurice betrokken bij een aantal vernieuwingsprojecten op het terrein van technologie en media.
Locatie
Het seminar vindt plaats in PIT Expo, een nieuw museum ontstaan uit een fusie van het Nederlands Politiemuseum en het Nationaal Brandweermuseum. Een museum vol innovaties voor veiligheid, maar ook de politie en brandweer van vroeger zijn er te vinden. Op deze inspirerende plek, goed passend bij het onderwerp, ontvangen wij u heel graag op 10 februari aanstaande.
Het adres is?Schipperplein 4?Almere en er is voldoende parkeergelegenheid. Klik hier voor een Google Maps route of bekijk het hieronder:
Met het openbaar vervoer
Vanaf station Almere Centrum neem je bus 1 of 3 richting Almere Haven, bij de tweede halte (Bottelaarspassage) uitstappen. Busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage inlopen. Na ongeveer vijf minuten rechtdoor lopen ga je aan het einde linksaf en loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.
Vanaf station Almere Centrum is het ongeveer vijftien minuten lopen naar het Schipperplein. Door de Stationsstraat, Stadhuisplein, Stadhuisstraat, Grote Markt, Korte Promenade, Bottelaarspassage, busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage uitlopen. Aan het einde rechtsaf en vervolgens loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.
Met de auto
Vanaf de A6
Neem afrit 5: Almere-Stad Centrum. Onderaan de afrit ga je linksaf de Veluwedreef op richting Flevoziekenhuis.Let op: 50km! Zie verder bij *
Vanaf de A27
Neem de afrit Almere-Stad. Linksaf de Waterlandse weg richting Almere. Steeds rechtdoor (Waterlandse weg gaat over in Veluwedreef). Zie verder bij *
* Rijd de Veluwedreef af tot het kruispunt met de Cinemadreef/Parkwijklaan. Ga hier linksaf richting centrum. Bij de tweede verkeerslichten linksaf de Landdrostdreef op. Steek de busbaan over en ga bij de rotonde rechtsaf de Hospitaalweg op. Je passeert het Flevoziekenhuis aan je linkerhand en ga bij de rotonde rechtdoor onder de overkapping door. Neem de volgende rotonde, in de vorm van een krakeling, driekwart (twee keer de busbaan over) en ga dan rechtdoor. Je rijdt op de Schippergarage (Flevostraat) af waar je de auto kunt parkeren. Volg al lopend in de parkeergarage het zebrapad naar de linkeruitgang. Je loopt nu direct tegen de gevel van PIT aan. Volg deze gevel naar de ingang van PIT.
Parkeren
Betaald parkeren kan in de Flevogarage (Blekerstraat) of de Schippergarage (Flevostraat). Volg in deze garages de bewegwijzering naar PIT. De Schippergarage is direct naast PIT. Ga in de garage rechts naar achteren. De ingang van PIT is op hetzelfde niveau als de parkeergarage.
De politie kan niet overal tegelijk zijn, maar schakelt tegenwoordig burgers in om een oogje in het zeil te houden. Dat kan allemaal veel gemakkelijker dankzij de sociale media.
De moderne politieagent surveilleert niet alleen, hij Twittert, hij Facebookt en hij surft op internet. Het oude principe ‘die pet past ons allemaal’ komt terug in een nieuw jasje. Dankzij de nieuwe media kan de politie gemakkelijk netwerken vormen met betrokken burgers, om informatie uit te wisselen en mensen aan te sporen uit te kijken naar een vermiste persoon.
Onderzoeker Arnout de Vries en politieman Frank Smilda schreven de nieuwe interactieve sociale media zijn geworden. Volgens politiesocioloog Jaap Timmer, verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, was het heel belangrijk. ,,De politie leerde dat ze de nieuwe sociale media niet als iets buitenaards moet zien, maar dat ze er bovenop moet zitten, om in te grijpen als er verkeerde informatie wordt verspreid. En omgekeerd kan de politie er ook haar voordeel mee doen.”
Twitter is een gemakkelijk en laagdrempelig medium, waarmee je heel gericht een groep volgers kunt bereiken. Voor wijk-en jeugdagenten is twitteren eigenlijk al een must.
,,Als een wijkagent ergens een fiets aantreft waarvan hij vermoedt dat die gestolen is, kan hij een foto twitteren”, geeft woordvoerder Paul Heidanus van de Politie Noord Nederland als voorbeeld. ,,Op die manier hebben we al heel wat fietsen bij de rechtmatige eigenaar terugbezorgd.”
Bij het onderzoek naar de beruchte paardenbeul, die in het Noorden al zo’n tien paarden heeft mishandeld, kan de politie niet zonder hulp van het publiek. Elke kleine aanwijzing kan belangrijk zijn. Dus twittert de politie bijvoorbeeld een foto wie weet hoe bepaalde bandensporen bij een weiland zijn ontstaan.
Twitter werpt ook zijn vruchten af bij crowdmanagement, vervolgt Heidanus. ,,Dit bleek bijvoorbeeld tijdens de viering van Groningens Ontzet in 2011. Door een kortsluiting kon het vuurwerk niet worden afgestoken. En er waren ambulances, wat daar weer niks mee te maken had. Mensen begrepen niet goed wat er aan de hand was. Via Twitter hebben we het publiek overal van op de hoogte kunnen stellen. Mede door de vele retweets bereikten we veel mensen. Dit voorkwam dat er paniek ontstond.”
Burgers kunnen ook workshops volgen om zich beter voor te bereiden op hun taak als oren en ogen van de politie. Zo hielden wijkagent Robert Bouma en zijn chef Harry Prak uit Nieuw-Roden onlangs een bijeenkomst met als titel ‘Hoe herken ik verdacht gedrag’. Aan de hand van testjes leerden de aanwezigen hoe ze veranderingen kunnen waarnemen.
Leuk en aardig allemaal, reageerden enkele aanwezigen, maar als wij iets doorgeven aan de politie, krijgen we dikwijls een korzelig antwoord. ,,We zijn een lerende organisatie”, was het excuus van Bouma en Prak.
Het hele politieapparaat moet zich op de nieuwe werkwijze instellen, beaamt Timmer. ,,Als je burgers inschakelt, moet je heel goed afstemmen wat je met meldingen doet en hoe je voorkomt dat burgers te hooggespannen verwachtingen hebben. Burgers verwachten soms dat het meteen blauw staat van de agenten als ze een melding doen. Het is zaak om goed uit te leggen wat je met informatie doet en wat het heeft opgeleverd.”
Toch: als dankzij jouw tip een ernstig misdrijf is opgelost, ben je als burger natuurlijk apetrots. ,,We geven burgers dan graag de credits”, zegt politiewoordvoerder Paul Heidanus. ,,Maar de oplossing van een moord is meestal niet aan ??n tip te danken”, waarschuwt Timmer, ,,maar meer aan een samenspel van factoren.”
Werken met de nieuwe media vergt verder voorzichtigheid van de politie. Niet alleen moeten agenten zich professioneel uitdrukken en er voor waken dat ze niet in fitties (ruzies op internet) verzeild raken, ook moeten ze scherp afwegen welke informatie ze prijsgeven. Bij grote misdrijven mag geen daderinformatie in de publiciteit komen.
,,We stemmen informatie dan altijd af met de rechercheurs”, stelt Heidanus gerust. ,,Die daderinformatie is altijd belangrijk om het relaas van een verdachte te kunnen checken als hij bekent. Het is daarom altijd wikken en wegen wat we prijsgeven.”
Social Media, het nieuwe DNA is een boek over het gebruik van sociale media door de politie. Zij spreken van ‘het nieuwe DNA’. Zoals er de laatste jaren tal van misdrijven (alsnog) opgelost konden worden door onderzoek naar DNA-sporen, verwachten zij een vergelijkbare ontwikkeling door de nieuwe mogelijkheden die sociale media de politie biedt. Mits die goed worden toegepast, zijn gewone burgers het nieuwe blauw op straat.
Onlangs verscheen bij uitgeverij Reed Business Education ‘Social media: het nieuwe DNA’. In dit boek van Arnout de Vries (TNO) en Frank Smilda (Nationale Politie) laten de auteurs zien hoe social media de opsporing fundamenteel verandert, een revolutie in opsporing. Een ontwikkeling die zich politiebreed zal doen voelen.
Recensent Gerard Blonk, voormalig officier van justitie, strafrechter en directeur van de rechercheschool, is nu forensisch consultant en directeur van ForensicPlaza BV. Hij traint en adviseert (semi)publieke en private instanties in de organisatie en effectuering van besluitvorming in (complexe) intelligence- en onderzoeksprojecten. Zijn indruk: een overrompelend en intrigerend boek dat bovendien zeer toegankelijk is geschreven. Een topper dus. Dat komt mede doordat de auteurs gebruik hebben gemaakt van recente voorbeelden, zoals de Facebook-moord en de Kopschoppers van Eindhoven. Ze laten overtuigend zien hoe web 1.0 plaats maakt voor web 2.0 en burgerparticipatie meer en meer opschuift richting burgeropsporing. De burger is niet langer slechts consument van informatie, maar verlangt een actieve rol. De politie zal hierop moeten inspelen, omdat het gevaar van eigen richting bestaat. Bovendien is het lang niet altijd zo dat de opsporing gemakkelijker wordt als iedere burger alles via social media te weten komt.
Praktisch handboek
Naast de 8 Gouden W?s (wie, wat, waar, wanneer, welke wijze, waarom, waarmee, wetenschap) van opsporing gekoppeld aan social media schetsen de auteurs tevens een helder beeld van de dilemma?s waar iedere opsporingsambtenaar mee te maken krijgt zodra hij of zij besluit social media in de eigen portfolio op te nemen. Daarmee is het boek een praktische leidraad geworden voor de politie als het gaat om het gebruik van social media. Een social media-ABC en een misdaad-ABC besluiten het boek. Lezers die zowel de in het boek beschreven zaken als nog actuelere gebeurtenissen willen volgen kunnen dit doen op het blog van de auteurs van het boek, dat hierop voortbouwt: socialmediadna.nl.?U kunt het boek vinden bij uitgeverij Reed Business Education.
Secondant van het CCV geeft ook 4 leestips waarin het boek is opgenomen:
Sociale media voor veiligheid
De digitale rechercheur is de nieuwe Sherlock Holmes. En dat komt door de groeiende invloed van sociale media op de opsporingspraktijk, zeggen Arnout de Vries en Frank Smilda. Want in de virtuele werelden van Twitter, Facebook, YouTube en andere sociale media ontstaan nieuwe mogelijkheden voor misdaadbestrijding ? en voor burgerparticipatie.
Social media. Het nieuwe DNA?laat zien hoe sociale media zich hebben ontwikkeld, wat dit betekent voor de politie en haar veiligheidspartners, en welke ontwikkelingen nog te verwachten zijn. Daarbij stellen de auteurs dat de sociale media nu ? net als het DNA-onderzoek 30 jaar geleden ? een revolutie in de opsporing veroorzaken. De open, interactieve, laagdrempelige internettechnologie biedt nieuwe gelegenheden voor criminaliteit. Maar ook voor informatievergaring en voor samenwerking tussen veiligheidsprofessionals en burgers. En daarmee kunnen de pakkans en heterdaadkracht verbeteren.
“Als het gaat om twitterende wijkagenten, loopt Nederland internationaal voorop”
De Vries en Smilda geven voorbeelden uit de dagelijkse praktijk en delen kennis uit de wetenschap. Lezers krijgen uitleg over bijvoorbeeld prosourcing, grid computing, profiling, misdaadkaarten en de Wet van Zuckerberg. Ook misdaadfenomenen zoals bezemen, sexting?en Pleaserobme.com komen aan bod. Daarnaast bespreekt Social media. Het nieuwe DNA?10 dilemma?s over het gebruik van sociale media in de lokale veiligheidspraktijk. En een stappenplan helpt politiemedewerkers en burgers om sociale media in te zetten om Nederland veiliger te maken.
Waarom lezen?
Als het gaat om twitterende wijkagenten, loopt Nederland internationaal voorop. Omdat dit soort ontwikkelingen niet stilstaat, is Social media. Het nieuwe DNA?gekoppeld aan een Twitter-account en blog. Op Socialmediadna.nl staan recente voorbeelden die zijn voorzien van achtergrondfilms, rapporten, en analyses van experts. Zodat iedereen kan volgen of de voorspelde opmars van Google Glass en predictive policing?nabij is.
Seminar
Om over de onderwerpen?uit het boek verder te discussi?ren?wordt op 10 februari 2015 het seminar ‘De Moderne Sherlock’ gehouden over (online) burgeropsporing. Dit vindt plaats in het Veiligheidsmuseum P!T te Almere.
Met interesse hebben velen de gebeurtenissen in Ferguson, Missouri gevolgd.??Het werd tijd voor een uitgebreide casebeschrijving, zelfs een online dossier, want er zitten vele social media invalshoeken in het DNA van deze zaak.?Mensen uit de hele wereld?bemoeiden zich met deze zaak en dit had een enorme impact op de politie en de samenleving. Zowel de opsporingsprocessen als de openbare orde stonden zwaar onder druk. Vele aspecten werden uitvergroot of gingen zelfs viraal. De media en online menigtes?begonnen diep te graven in diverse aspecten van de zaak en deelden die met de wereld, terwijl de politie op een manier zocht om?met alle aandacht om te gaan.
We hebben vijf blogs die apart gelezen kunnen worden, of in deze volgorde:
The Washington Post?onderscheidt de verschillende types demonstranten die uit het hele land naar Ferguson trekken.
De vreedzame demonstranten:
Volgens de politie is de groep vreedzame demonstranten verreweg de grootste groep. Zij begonnen hun protesten met een gebedswake en een stille tocht na de dood van de 18-jarige Michael Brown. Het is een familieprotest. Een vader leert zijn zoontje scanderen: Zeg me na: ?Hands up, don’t shoot!? Het is de strijdkreet van Ferguson geworden.
De militanten:
Volgens de politie voeren deze groepen ‘geco?rdineerde aanvallen’ uit. Vannacht werd de politie nog ‘zwaar beschoten’ door de groep gewelddadige demonstranten.
‘We zijn bereid om te sterven vanavond’ werd trending topic op Twitter. Twitter is populair onder afro-Amerikanen, 32 procent van hen gebruikt het medium versus 23 procent van de blanke Amerikanen, en tijdens de Ferguson-rellen wordt het veelvuldig ingezet om de protesten te organiseren.
De plunderaars:
Dan zijn er de plunderaars, waarvan er volgens de Washington Post meer dan 50 zijn gearresteerd. Een politie-agent omschreef het als plundertoerisme.?Een demonstrant zegt tegen de Volkskrant: ‘Zonder plunderen en de rellen zouden de demonstraties niet veel aandacht krijgen.’
Jonge activisten:
Ze zijn jong, slim en – net als sommige van de militanten – goed georganiseerd via sociale media. De ‘jonge activisten’ helpen met sociale media-campagnes en sommigen van hen reizen af naar Ferguson om bijvoorbeeld de demonstranten te helpen met het maken van gasmaskers van duct tape. Onder deze groep zijn veel blanke demonstranten, en sommigen van hen waren al actief in de Occupy-beweging?of voor?Anonymous.
Gewone jongeren:
Ze komen gewoon uit de buurt en hebben over de rellen gehoord op straat. Ze zijn niet specifiek uit op geweld, maar ze zijn boos en zeggen nu: genoeg is genoeg. Ze horen niet bij gangs, het zijn normale jonge mensen, maar in de hitte van de strijd kan de vlam weleens in de pan raken.
De ouderlingen:
Zij hebben dezelfde doelen als de vreedzame demonstranten, maar waar laatstgenoemde groep naar huis gaat als het donker wordt en de sfeer grimmig wordt, blijven de ouderlingen om de boel te sussen. Gebruik woorden, geen geweld, zeggen ze. Ze spreken de invloedrijken onder de demonstranten, zoals bekende rappers, aan op hun verantwoordelijkheid om deze boodschap te verspreiden.
Maar ook online zijn er zeer veel mensen die meedoen met diverse acties. We beschreven ?een aantal memes in een andere blogpost. Maar de?National Moment of Silence (#NMOS14) krijgt hier aandacht, omdat er een analyse is gemaakt naar de demografie ervan:
It is important to remember that the #NMOS14 vigils are to remember the forgotten, ignored, killed, and abused #NMOS14