SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Opsporing is niet langer het exclusieve domein van de overheid. Iedereen die dat zou willen kan een bijdrage leveren. Maar hoe kunnen politie en burger(organisaties) samen onze veiligheid en rechtvaardigheid garanderen? En hoe worden wederzijdse verwachtingen in deze samenwerking waargemaakt? Het nieuwe TNO handboek ‘Eerste Hulp bij Opsporing – Handboek Burgerdetectives’ biedt hulp.
v.l.n.r: Fred Westerbeke (politie), Shanna Wemmers (TNO) en Arnout de Vries (TNO)
De burgerdetectives
Is er sprake van een overheid die burgers betrekt (burgerparticipatie) of van burgers die de overheid betrekken bij misstanden (overheidsparticipatie)? Steeds meer burgers en organisaties onderzoeken misdrijven zoals bijvoorbeeld een fietsendiefstal, ondermijning of oorlogsmisdrijven in Oekraïne en Afghanistan. Deze ontwikkeling is niet te stoppen en wordt aangejaagd doordat data en informatie via sociale media en apps eenvoudig toegankelijk zijn.
Samenwerking essentieel?
TNO doet hier onderzoek naar. En wat blijkt? Burgers hebben niet alleen behoefte aan begeleiding maar men verwacht ook iets terug. Bijvoorbeeld bij een strafzaak. Daarnaast vragen politie en justitie zich af hoe men meer gebruik kan maken van de capaciteit, kennis en kunde vanuit de maatschappij? En hoe aan te sluiten op deze initiatieven? Wat zijn de kansen en wat zijn de risico’s? En hoe ga je daarmee om?
Praktisch toepasbaar
Al deze vragen komen aan bod in het handboek die hulporganisaties kunnen gebruiken om burgerinitiatieven te begeleiden en te ondersteunen. Hierbij gelden de wettelijke regels en politie en het Openbaar Ministerie kunnen aangeven wat de grenzen zijn in de samenwerking met opsporende burgers en het gebruik van informatie die van burgers afkomstig is. Eigenrichting dient te worden voorkomen, in dergelijke gevallen is vervolging van burgeropspoorders die strafbare feiten plegen of andere fundamentele belangen schenden die relevant zijn voor het strafproces, mogelijk. Zo zal de overheid burgers kunnen bekrachtigen waar dat kan, begrenzen waar dat moet en zich inzetten om de veiligheid van alle betrokkenen te beschermen.
In het handboek komen 24 onderzoeksmethodieken aan bod. Deze zijn vanuit de opsporingspraktijk van de politie vertaald naar de praktijk van de burgerrechercheur. De toelichtingen op de methodieken worden gegeven aan de hand van een voorbeeldmisdrijf.
Eerste Hulp bij Opsporing, Handboek Burgerdetectives
Het door TNO ontwikkelde handboek is een kennisbundel gericht op burgers, organisaties en beroepsgroepen die hulp bieden aan slachtoffers van misdrijven. Denk hierbij aan politie, gemeenten, verzekeraars, advocatuur, onderzoeksjournalisten, particuliere recherchebureaus of vrijwilligersorganisaties”.
De Veilige Gemeente 2019 -?Burgers in opsporing Kansen, risico’s & randvoorwaarden Donderdag 11 april 2019
13.30 – 17.00 uur met gezamenlijke lunch vanaf 12.30 uur
Internationaal Perscentrum Nieuwspoort, Den Haag
Met medewerking van o.a. Dr. Ronald van Steden, Vrije Universiteit Amsterdam, Stichting Maatschappij en Veiligheid (SMV), Dr. Eric Bervoets, Bureau Bervoets,? Arnout de Vries, TNO, Marnix Eysink Smeets, Hogeschool Inholland en Wim van Amerongen, Nationale Politie
Cybervrijwilligers? Buurt Preventie Teams? Buurt Whatsappgroepen?? Burgerrechercheurs?? Platforms van (burger)journalisten??
Burgers helpen gevraagd en ongevraagd steeds vaker in het opsporen van criminelen en ophelderen van zaken.
Hierdoor kan de opsporingskracht van politie, gemeente en OM sterk toenemen. Er zijn echter ook risico’s en dilemma’s die om uw aandacht vragen.?Wat zijn de do’s and don’ts en welke randvoorwaarden moet u in acht nemen bij burgeropsporing?
Tijdens het Nieuwspoort Seminar ‘De Veilige Gemeente – Burgers in opsporing ‘ krijgt u inzicht in:
Actuele ontwikkelingen, trends en onderzoeken
Voorbeelden van initiatieven op dit gebied
Welke kansen bieden de initiatieven u?
Welke juridische kaders moet u kennen?
Wat zijn de do’s and the dont’s en welke randvoorwaarden moet u in acht nemen?
Welke innovaties zijn voor u als kleine, middelgrote of grote gemeente bruikbaar in de uitvoering??En hoe zorgt u er voor dat u rationeel met risico?s blijft omgaan? Wat vraagt het van u, als gemeente-ambtenaar of politieman/politievrouw?
Met behulp van vele praktijkvoorbeelden, uw eigen kennis en ervaring en die van de andere deelnemers helpen de sprekers u kansen, risico’s en randvoorwaarden in kaart te brengen.
Programma De Veilige Gemeente 2019 -?Burgers in opsporing
Kansen, risico?s en randvoorwaarden
13.30 uur?Opening en introductie op het thema?door uw middagvoorzitter, Eric Bervoets, onderzoeker en eigenaar, Bureau Bervoets
Aan bod komen onder meer:
* Welke trends en ontwikkelingen zijn er op dit gebied?
* Wat zijn daarbij de uitdagingen?
13.45 uur?Opsporing door burgers, Arnout de Vries, onderzoeker en adviseur, TNO
* Risico?s (eigenrichting, vertrouwelijkheid, privacy, eigen veiligheid) en kansen (extra capaciteit en denkkracht, snelheid, preventieve werking)
* Vele voorbeelden uit de praktijk nader onder de loep: Van Bellingcat tot buurtonderzoek in Whatsapp buurtgroepen
* Blik in de toekomst
14.25 uur?Praktijkvoorbeeld 1: Burgerrechercheurs
Wim van Amerongen, Programmadirecteur Toekomstbestendig Opsporen en Vervolgen, Nationale Politie
* Juridisch kader en rechtsbescherming
* Begeleiding en samenwerking
* Rol van de politie in het burger ? burger perspectief
14.45 uur?Vragen stellen aan de inleiders?o.l.v. uw middagvoorzitter
15.15 uur?Pauze met koffie en thee
15.35 uur?Doe-het-zelfsurveillance, Ronald van Steden, VU Amsterdam en SMV
* Resultaten onderzoek naar Whatsapp-buurtgroepen in Almere, Amstelveen, Amsterdam en Tilburg
* Welke lessen kunnen we trekken voor de toekomst?
16.10 uur?Burgeropsporing: veelbelovend landschap of listig mijnenveld??Marnix Eysink Smeets, lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid Hogeschool Inholland
* Samenwerken met de burger of burger als verlengstuk?
* Burgerparticipatie als meerloops geweer: Over effecten op veiligheid, veiligheidsbeleving, sociale cohesie, burgerschap en rechtsstatelijkheid
* Burgers komen van Mars, professionals van Venus
* De noodzaak van precisie, preventie en prudentie
16.45 uur?Wrap Up, door uw middagvoorzitter
17.00 uur Afsluiting en borrel
Dr. Ronald van Steden?is Universitair Hoofddocent Bestuurswetenschappen en Politicologie aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Ook is hij voor ??n dag per week verbonden aan de Stichting Maatschappij en Veiligheid. Meer in het bijzonder houdt Van Steden zich bezig met vraagstukken rondom het thema ?lokale veiligheid en politie?. Hij doceert in de master Besturen van Veiligheid aan de VU. Daarnaast verricht hij onderzoek naar privatisering van veiligheid, toezicht en handhaving van de gemeente, wijkpolitie, veiligheidsnetwerken en vrijwilligers/actieve burgers in veiligheid.
Dr. Eric Bervoets?is?criminoloog en bestuurskundige.?Eric is sinds 1997 actief,?na een doctoraal bestuurskunde in?Rotterdam en een academische promotie?(in 2006) aan de Universiteit Twente in Enschede.?Bureau Bervoets richt zich op toepassingsgericht criminologisch en veiligheidskundig onderzoek, vaak in opdracht van gemeenten, politie en ministeries.?Ambitie is het ondersteunen van het veiligheidsdomein en lokaal bestuur met praktijkgericht onderzoek, advies en onderwijs.? We zijn ervan overtuigd dat kennis en kunde nodig zijn voor de effectiviteit en draagvlak van beleid, projecten en interventies. Maar het commitment en doorzettingsvermogen van de mensen in de uitvoering zijn doorslaggevend, daar kan geen ‘evidence based’ kennis tegenop! Lees verder via de?website van Bureau Bervoets.
Arnout de Vries is onderzoeker en adviseur op het gebied van internet en maatschappelijke veiligheid bij TNO. Hij ontwikkelt en onderzoekt digitale middelen die hulp kunnen bieden bij een effectievere burgerparticipatie, zoals applicaties voor burgeropsporing: ?Samen Zoeken? en ?Sherlock?. Daarnaast schrijft hij op zijn site SocialMediaDNA over social media in relatie tot maatschappelijke veiligheid.
Marnix Eysink Smeets?is sinds 2007 lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid en voorzitter van de Onderzoeksgroep Recht & Veiligheid. Samen met studenten en (docent)onderzoekers draagt hij bij aan de ontwikkeling van (veiligheids)beleid dat burgers vertrouwen geeft. Eysink Smeets houdt zich vooral bezig met de vraag hoe de burger veiligheid beziet en beleeft, en hoe dat kan worden verbeterd. Formeler gezegd: met het publiek vertrouwen in veiligheid en veiligheidszorg. Met veiligheidsbeleving, vertrouwen en rechtsvaardigheidsbeleving als belangrijke deelgebieden.?Naast zijn werk voor Inholland is Marnix Eysink Smeets voorzitter van de Landelijke Expertisegroep Veiligheidsbeleving, een netwerkorganisatie die zich richt op innovatief onderzoek en advies op het gebied van veiligheidsbeleving. Verder is hij actief lid van onder andere de wetenschappelijke Politiekring van het Directoraat-Generaal Politie, de redactie van het veiligheidsvakblad Secondant en de landelijke Expertgroep Zelfredzaamheid. Ook is hij co-redacteur van het blog Bordwatching.
Wim van Amerongen?is programmadirecteur Toekomstbestendig Opsporen en Vervolgen bij de politie. Als gevolg van de snelle ontwikkelingen in maatschappij en technologie werken politie en het openbaar ministerie in dit programma nauw samen op het realiseren en versterken van de vernieuwings- en innovatiekracht in de opsporing en vervolging. Als programmadirecteur houdt hij zich daarnaast bezig met thema?s als ketensamenwerking, burgeropsporing en datadeling binnen de strafrechtketen. Zijn ervaringen met veranderprocessen zowel binnen als buiten de politie helpen hem bij het vinden van transitiestrategie?n die de effectiviteit van de opsporing kunnen vergroten.
De politie werkt steeds vaker samen met burgers op het terrein van veiligheid, toezicht en openbare orde, maar dit heeft niet alleen maar positieve effecten. De ruimte die burgers claimen ? bijvoorbeeld via buurtpreventieteams en app-groepen ? kan leiden tot onrechtmatigheden en risico?s voor niet-actieve burgers. Dit blijkt uit een uitgebreid etnografisch onderzoek van socioloog Vasco Lub en criminoloog Tom de Leeuw. In het onderzoek zijn voor het eerst ook app-data tussen politie en burgers geanalyseerd.
Het onderzoek vond plaats in veilige en onveilige wijken in verschillende gemeenten aan de hand van observaties, interviews en analyse van buurtapp-communicatie. Het laat diverse vormen zien van effectieve samenwerking, bijvoorbeeld op het terrein van heling-aanpak, diefstal en inbraakpreventie. Maar het illustreert tegelijk dat de politie nog vaak op afstand opereert van actieve burgers. De politie is nog vooral gericht op urgente meldingen van actieve burgers, waardoor minder urgente maar waardevolle informatie, over bijvoorbeeld minder zichtbare ondermijnende criminaliteit, onbenut blijft.
Door de ruimte die actieve bewoners claimen ?n krijgen, wordt de sociale controle van burgers op straat bovendien steeds concurrerender ten opzichte van het toezicht van de politie. Het onderzoek laat zien dat dit tot onrechtmatigheden kan leiden, bijvoorbeeld actieve burgers die zelf tot opsporing overgaan, die jongeren of personen met een migratieachtergrond discrimineren of verdachte personen staande houden. De politie is wettelijk bevoegd voor taken rond opsporing, toezicht en handhaving, wordt geacht onpartijdig te zijn, en valt onder de controle van de overheid. Burgers hebben die bevoegdheden niet en handelen ? bewust of onbewust ? regelmatig ook uit eigen belang.
Als aanbeveling formuleren de onderzoekers dat de politie in de praktijk meer betrokken moet zijn om actief burgerschap op het terrein van veiligheid in goede banen te leiden (niet verslappen of verstoppen). Verder kan de politie zich in onveilige wijken beter richten op haar kerntaken dan op het werven van nieuwe vrijwilligers. Ook kan zij meer gebruik maken van burgerfora om aan gedeelde referentiekaders te werken en het informatiebeheer van digitale communicatiekanalen met burgers zoals buurtapps moet verbeteren.
Twee weken had Mario Haazen nodig om de man te vinden die zijn dochter maandenlang online lastig viel. Zijn gewelddadige ontmoeting met deze Jack S. moest hij vervolgens bekopen met 4,5 jaar cel voor poging tot doodslag. Een drama voor alle betrokkenen. Hoe moet de politie omgaan met mensen die zelf op onderzoek uitgaan?
“Ook de politie weet dat je dit niet kan tegenhouden, maar er is nog genoeg huiver”, zegt Arnout de Vries, onderzoeker bij TNO en expert als het gaat om opsporen via internet.
Achtervolging
Het ging mis bij Mario Haazen. Zijn 14-jarige dochter dacht dat ze contact had met een leuke jongen van zeventien via sociale media. Het bleek een oud-tbs’er van 47. Toen hij dit hoorde deed Haazen direct aangifte bij de politie. Maar hij zette ook zelf de achtervolging in.
Bij zijn zoektocht naar de dader gebruikte de vader niet alleen de zoekbalk op Facebook en Google. Hij zocht ook contact met vestigingen van Albert Heijn en Hema om erachter te komen wie cadeautjes kocht voor zijn dochter. Van de Hema kreeg hij bewakingsbeelden waarop te zien was hoe Jack S. precies dat deed. Haazen wist vervolgens te achterhalen waar de man woonde. Hoe het afloopt weten we.
‘Niet te stoppen’
Volgens De Vries kun je het niet stoppen dat mensen zelf op onderzoek uitgaan. “Je moet dit zo goed mogelijk begeleiden.” Dat is volgens hem cruciaal om te voorkomen dat mensen uiteindelijk zelf rechter kunnen gaan spelen, zoals bij Haazen. “Hier moet de politie burgers ook tegen zichzelf in bescherming nemen.”
In het geval van Haazen deed de politie weinig met de informatie die de vader doorspeelde. Dat had volgens De Vries wel gemoeten. Maar hij ziet toch ook grote voordelen in burgers die helpen met het opsporen van boeven. “Je ziet nu al dat het merendeel van de zaken wordt opgelost met hulp van burgers. Zij zijn expert in hun eigen straat, en anderen zijn weer heel goed op internet. Die hulp kan je heel goed inschakelen.”
Om de politie ?n burgers te helpen, is De Vries bezig met de ontwikkeling van de app My Sherlock. Hierin wordt het mogelijk gemaakt voor mensen om gestructureerd onderzoek te doen en om dit te delen met de politie. “In de app kan je een onderzoek starten met behulp van professionele methoden die door de politie en het Openbaar Ministerie zijn ontwikkeld.”
Aanwijzingen online delen
Zo kunnen mensen op een simpele manier aanwijzingen invoeren die ze online hebben gevonden. Ook kan er een digitale compositietekening worden gemaakt. En er kan een motief van een verdachte worden toegevoegd. De politie kan dit profiel makkelijk inzien en de voortgang van het onderzoek volgen. “Het is dan wel zaak dat de politie de zaak op een gegeven moment overneemt.”
Volgens De Vries is het een manier om de behoefte van burgers om tot actie over te gaan op een positieve manier in te zetten. “De aangiftes van mensen worden alleen maar beter op deze manier. We hopen dat het oplossingspercentage hiermee omhoog gaat.”
Maar er is volgens de onderzoeker nog ‘genoeg huiver’ bij de politie en in het lokaal bestuur. De angst dat hordes amateur-Sherlocks het recht in eigen hand nemen, of sporen vernietigen, is moeilijk af te schudden. “Een paar jaar geleden worstelde de politie hier enorm mee. Maar je zag bij de zaak rond Anne Faber dat de politie ook is gaan samenwerken met mensen die gingen zoeken. Ze weten ook dat je dit niet kan tegenhouden. Bij zo’n vermissingszaak kan je moeilijk een rood-wit lint om het hele bos spannen.”
Op 10 februari jl. organiseerde Reed Business Education samen met TNO een seminar over online burgeropsporing. Locatie: PIT, Almere. Dagvoorzitter: Diederik Greive, hoofdofficier bij het OM en onder meer portefeuillehouder Opsporingsberichtgeving. Voor een publiek van circa 100 mensen werd aan de orde gesteld: hoe pakt men het in de opsporing aan, gegeven de ontwikkelingen in social media en maatschappelijke betrokkenheid en bemoeienis? Wat staat de ?gevestigde? partijen op dat gebied te doen en te wachten?
Weliswaar waren alle aanwezigen het er over eens dat er een fundamentele verandering heeft plaatsgevonden en nog gaande is in de mate waarin de burger betrokken is bij veiligheids- en opsporingsvraagstukken, maar de nuanceverschillen in de benadering waren interessant.
Burgemeester Annemarie Jorritsma van Almere introduceerde het gemeentebeleid met een kort filmpje over de Veiligheidsaanpak 2015-2018.
De gemeente heeft de inbreng van burgers steeds intensiever proberen te initi?ren. Want: ?Wij overschatten als gemeente stelselmatig hoe goed wij onze burgers bereiken. En dat is wel het doel: dat we kunnen gaan spreken van overheidsparticipatie,? aldus Jorritsma.
Waar de burgemeester het nog vooral had over de informatievoorziening tussen burgers en overheid over en weer, vervolgde hoofd recherche Midden-Nederland Henk Bril met de praktijk van de opsporing. Die wordt be?nvloed door die informatievoorziening en dat gaat op heel veel manieren. Bril illustreerde dat met een aantal sprekende voorbeelden.
Zoals bij de zaak Ruben en Julian: ?een Twitterbom die ontplofte? en burgers die zelf een bos gingen doorzoeken. Na de verdwijning van Lisanne Froon en Kris Kremers: de actieve houding van betrokken familie. Na de dood van Els Borst: de ?actieve betrokkenheid vanuit de politiek?. En bij de afpersing van John en Linda de Mol veel diverse reacties en bemoeienissen. Koppel daaraan een vaak zeer actieve ?mediakaravaan? en de eventuele rol van de ?zelfbenoemde expert? en je ziet de ontwikkeling zoals Bril hem noemde: ?Van burger en opsporing naar burgeropsporing.?
Dat levert heel veel verschillende informatie en situaties op, die soms absoluut maar ook niet altijd bevorderlijk zijn voor de opsporing. Hoe moet je al die info vooraf duiden? Is ze betrouwbaar? Bruikbaar voor beleid, co?rdinatie of uitvoering? Daarom alleen al is voor de politie een goede afdeling communicatie onontbeerlijk, stelde Bril. Want je kunt niet anders dan meegaan met wat de maatschappij van je vraagt, maar wel binnen grenzen.
Bril: ?Uiteindelijk gaat het om waarheidsvinding en de deugdelijkheid van het onderzoek: hypothesen, scenario?s, verifi?ren en falsificeren. Dus het klassieke rechercheren blijven we doen, naast de modernere mogelijkheden.?
Henk Bril benadrukte daarmee de kern van de middag: in hoeverre gaan de klassieke instituties mee met de ontwikkelingen, in welke mate is het gewenst dat ze dat doen en hebben ze daar eigenlijk nog enige zeggenschap in? Bril vond dat er al veel gebeurde om de burger te betrekken.
Nieuwe inrichting
Hoofdofficier van justitie in Midden-Nederland Johan Bac maakte als volgende spreker de vergelijking met de huisarts van tegenwoordig. Die ontvangt een veel beter ge?nformeerde pati?nt dan vroeger in de spreekkamer, zeker bij de eenvoudige aandoeningen. Naarmate de klacht medisch gecompliceerder is, neemt de huisarts of uiteindelijk de specialist het meer over van de pati?nt.
Bac: ?Hier gaan we ook naar toe in de opsporing. Er zullen eenvoudige zaken zijn, waarbij de politie kan kijken naar wat de burger zelf al heeft gedaan. Van het maken van een foto tot het opnemen van een verklaring of het invullen van een aangifte. De politie zal daarin ondersteunend zijn. En dan hebben we het over 80% van de criminaliteit.?
Maar dat houdt dus ook in dat de rollen worden omgedraaid. Van Opsporing verzocht naar Opvolging gezocht, zoals Bac het formuleerde. De burger reageert niet meer, maar initieert. Dat zal uiteindelijk resulteren in eigen verantwoordelijkheden. Bac: ?Denk aan de eigen belastingaangifte met een verklaring dat je die naar waarheid hebt opgemaakt, iets dergelijks.?
Bac erkende dat die situatie totaal nieuw zou zijn en een totaal nieuwe inrichting van het strafproces zou betekenen. Hij maakte een kanttekening: ?In de analogie met de medische wereld, ook wij hebben ons specialistische werk. En zware zaken zijn vaak onzichtbaar. Daar moet wel capaciteit voor blijven.?
Daarnaast wees hij op de rechtsstatelijke belangen: ?Wij als OM zijn niet alleen doorgeefluik. We hebben ook onze procesnormen en die zijn er niet voor niets.?
Geen flexibiliteit
Daarna werd het grovere geschut in stelling gebracht in de persoon van Maurice de Hond, naast opiniepeiler onder meer bekend van zijn optreden in de Deventer moordzaak. Hij waste als verwacht de strafrechtsketen stevig de oren met tal van ongerijmdheden uit het onderzoek naar de moord op de weduwe Wittenberg. Bij uitstek maakte hij gebruik van ?burgerdeskundigen? om de bevindingen van onder meer het NFI onderuit te halen. De Hond: ?Het begon als crowdsourcing avant la lettre met een blog dat ik schreef. Dat groeide uit tot een gezamenlijke expertise van heel veel mensen.?
De Hond is behoorlijk gedesillusioneerd geraakt in de kwaliteit van het opsporingsproces. Het gaat er hem niet om dat ??n partij het standaard bij het verkeerde eind zou hebben. ?Ik trok met mijn website over de zaak ook gekken aan die onzin uitkraamden.? Maar het schokte hem vooral dat de keten zo afwijzend reageerde. Er was geen enkele flexibiliteit te bespeuren.
De Hond: ?Het gaat dan toch, zoals Henk Bril zei, inderdaad om de waarheidsvinding? Waarom wordt die aantoonbare expertise van zovelen niet eens meegenomen?? De conclusie van De Hond was dat de ?crowd? die de instituties binnen het strafproces voor zich zien, nog steeds ?intern? is. Er wordt nog te hi?rarchisch gedacht.
Doodeng
In de discussie tussen de panelleden (zonder Jorritsma) en met de zaal onder leiding van Diederik Greive werden de bovenstaande posities nader uitgewerkt. Daarbij behield Henk Bril (?Er gebeurt al veel?) zijn wat behoudender stelling, was De Hond het meest radicaal (?De instituties kunnen niet volgen?) en nam Bac de middenpositie in (?We lopen er achteraan, maar misschien is dat onze rol ook wel?).
Maurice de Hond leek de zaal voor zich gewonnen te hebben. Belgisch oud-hoofdcommissaris Steven de Smet: ?We werken met de kaders uit het industri?le tijdperk.? Interessant was het diverse blikveld op privacy: waar politie en OM duidelijk ook die waarden in hun afweging willen meenemen, sprak De Hond zich duidelijk uit: ?We bestaan niet meer als individu. We houden het niet tegen. Het enige wat ons rest is de kwaliteit van ons werk zo hoog mogelijk te houden.?
Dat de expertise van de burger moet worden ingezet, daar was iedereen het wel over eens. En ook dat je het niet redt met het openstellen van ?een extra kanaal?. Anders loopt het het systeem uiteindelijk over de schoenen. Dus incorporeren is het devies.
Uit de zaal kwam Arnout de Vries, co-auteur van Social Media, het nieuwe DNA, met de hamvraag: hoe organiseer je het dan? Daar bleef het nog even stil op, behalve dat de betrokkenheid van jongeren (Bac: ?Ik ben met mijn 45 jaar stokoud.?) en in een vroeger stadium faciliteren van burgers nuttig kunnen zijn. En blijven communiceren: ?Als je op een scheldpartij inhoudelijk antwoordt, blijkt het in negen van de tien gevallen om heel nette en serieuze mensen te gaan,? zei De Hond.
Johan Bac: ?We moeten vooruit, ook al weet ik op 1000 vragen geen antwoord. Dat maakt het tegelijkertijd doodeng.?
Op 7, 8 en 9 juni 2014 vond in Landgraaf het jaarlijkse festival Pinkpop plaats.?Elke festivaldag komen 60.000 bezoekers naar het evenement. Zowel landelijke als?regionale media besteden ruim aandacht aan het festival met live-registraties en?nieuwsupdates via radio, tv, gedrukte en online media. De editie van 2014 staat in het?teken van de Rolling Stones en Metallica, maar zeker ook het noodweer.?In de nacht van 8 op 9 juni kregen de festivalgangers al flinke buien te verduren.?Het slechte weer werd al in de ochtend van 9 juni aangekondigd, maar vanaf het?einde van de middag werd duidelijk dat het festival getroffen zou worden. Om 12.30?uur kondigde het KNMI code geel af en al om 12.40 uur code oranje. Om 18.53 uur?kondigt het weerinstituut voor de regio Limburg code rood af. Vanaf 18.40 uur zijn de?hulpdiensten uit voorzorg ook opgeschaald tot GRIP 3. Van 20.00 uur tot 20.40 uur?teisterden fikse onweersbuien het festivalterrein. Kort daarna schaalde het KNMI?af naar code oranje en daarna code geel. De schade beperkte zich tot omgewaaid?materiaal en er vallen geen gewonden. Het incident kan daarom het beste worden?beschreven als predictieve risicocrisis.
Deze analyse, komend uit ?Sociale media-analyses?van vijf?kritieke momenten? beschrijft de communicatie van de?hulpdiensten en festivalorganisatie in relatie tot de?beleving van mensen geuit op sociale media.
1 Feitenrelaas en analyse
Sociale media
Tot het tijdstip dat het KNMI voor de regio Limburg code oranje afkondigt (12.40?uur), versturen de offici?le instanties weinig tot geen berichten over het naderende?onweer. Alleen burgemeester Vlecken adviseert zijn volgers in de ochtend regelmatig?de weersverwachting te bekijken. Op dat moment is het ook nog niet zeker of het?noodweer tijdens het festival Landgraaf aan zal doen. De Pinkpop-organisatie laat?om 14.35 uur op haar Facebookpagina weten dat de weersverwachting tot in de loop?van de avond goed is en dat zij de voorspellingen nauwlettend in de gaten houdt en
bezoekers daarover zal informeren.
Om 18.47 uur kondigt het KNMI voor Limburg code rood af wegens verwacht noodweer.?Dan beginnen met name de politie Limburg, politie Brunssum/Landgraaf en de?Veiligheidsregio Zuid-Limburg via Twitter te communiceren. Om 19.05 uur twittert de?politie Limburg dat overleg tussen de gemeente, politie en de organisatie van Pinkpop?over de weersverwachting niet heeft geleid tot extra maatregelen.?Om 18.40 uur schalen de hulpdiensten op naar GRIP 3. Vanaf 19.58 uur start de?veiligheidsregio Zuid-Limburg de communicatie op Twitter met handelingsperspectieven
voor bezoekers (?ga gehurkt zitten en blijf uit de buurt van bomen?). Om 20.16 uur vraagt?de veiligheidsregio omwonenden hun wifi-poorten open te zetten voor bezoekers.?Tussentijds corrigeert de veiligheidsregio berichtgeving van L1 via Twitter met het?bericht ?bezoekers krijgen instructies en het gerucht ?camping A is niet ontruimd? klopt?niet?. De politie-accounts retweeten het bericht van de veiligheidsregio. De gemeente?communiceert vooral via haar eigen website en gebruikt Twitter om mensen daarop?te wijzen. De gemeentewebsite verwijst door naar de website van Veiligheidsregio?Zuid-Limburg. De Pinkpop-organisatie communiceert tot dat moment niet via Twitter?of Facebook.
Vanaf 20.45 uur domineren de politie-accounts de offici?le woordvoering op?Twitter met een herhaling van handelingsperspectieven en ontkrachting van?evacuatiegeruchten. (Enkele sporthallen zijn in gereedheid gebracht voor opvang).?Vanaf 20.54 uur communiceert de Pinkpop-organisatie op Twitter en Facebook dat het?ergste onweer is geweest, er geen gewonden zijn gevallen en ze bedankt alle bezoekers?voor hun medewerking en geduld. De politie-accounts (Twitter) versturen dezelfde?boodschap. De berichten gaan daarna weer over de programmering van Pinkpop en
de verkeersstromen. De politie verwijst naar L1 voor een verslag van het noodweer.?De Veiligheidsregio Zuid-Limburg communiceert in deze periode niet via Twitter.
Ook de traditionele media communiceert via Twitter. De regionale omroep L1 is?actief via meerdere accounts (@L1, @L1nws en @L1festival) en ook twitterende?verslaggevers (@nilsrompen en @frankmoonen) berichten veel over het noodweer. De?twitteractiviteit van L1 loopt daarbij parallel aan de totale activiteit op sociale media.
Om 00.36 uur verstuurt de Veiligheidsregio Zuid-Limburg een laatste tweet met een?link naar de website van de veiligheidsregio met een verzameling van feiten over het?noodweer op Pinkpop.
Traditionele media
Voor veel landelijke media is het aangekondigde noodweer op 9 juni een alinea in het?nieuws, en niet het centrale onderwerp. Dat komt pas de dag daarna. De afgekondigde?weeralarmen zijn aanleiding voor nieuwsartikelen over onder andere Pinkpop. De?Limburgse regionale omroep L1 duikt vanaf de ochtend wel op het nieuws. Het?noodweer vormt op 9 juni de rode draad van de Pinkpop-uitzending op L1 Radio.?Zij hebben tussen 10.40 uur en 16.30 uur drie extra radio-uitzendingen met daarin?updates over het weer. In interviews om 12.17 uur en 15.36 uur zegt organisator?Jan Smeets zich nergens zorgen over te maken, omdat ze goed voorbereid zijn.?Om 18.30 uur besteedt L1 in het televisienieuws aandacht aan de situatie op Pinkpop.
Er zouden nog geen extra maatregelen nodig zijn, maar bezorgde ouders bellen?ondertussen wel massaal naar Pinkpop, aldus de nieuwszender.?Om 19.30 uur komt L1 weer met een extra tv-uitzending. Deze uitzending is niet?meer beschikbaar op L1.nl, maar uit tweets over de uitzending is af te leiden dat er?opnieuw een crisisoverleg is geweest, dat de hulpdiensten paraat staan en de GGD is?opgeroepen voor mogelijke calamiteiten, en de organisatie nog geen extra maatregelen?getroffen heeft.
Presentator Giel Beelen meldt om 19.30 uur – bij aanvang van de live-uitzending van?Pinkpop (NTR/VARA/VPRO) – dat er noodweer op komst is, maar de meeste aandacht?gaat uit naar de optredens. De uitzending is een combinatie van live-verslag en?dagregistraties. Om 19.57 uur vertelt presentator Eric Corton dat organisator Jan?Smeets zojuist op het hoofdpodium veiligheidsinstructies aan de bezoekers gaf (?weg?bij lichtmasten & gehurkt op de grond gaan zitten?). Ook richt Corton zich speciaal tot?de bezorgde ouders met de boodschap dat ?als we allemaal rustig blijven, het allemaal?goed gaat komen?. In de volgende updates herhalen de presentatoren deze berichten?meerdere malen met de conclusie dat bezoekers zich goed aan de instructies houden.?Ook benoemen de presentatoren het ?spectaculaire wolkendek? dat boven Pinkpop?hangt, maar de meeste aandacht blijft uitgaan naar de optredens en voorgemonteerde
registraties van eerder op de dag. De uitzendingen op radio 3FM en de website 3voor12?volgen hetzelfde patroon.
Als het noodweer volop gaande is, last L1 om 20.30 uur weer een extra?nieuwsuitzending in. L1 neemt de kijker daarin mee in de sfeer en de genomen?maatregelen op Pinkpop. De regionale omroep gaat in op scenario?s aan de hand van:
> verslaggevers die de sfeer op het festivalterrein beschrijven
> een weerman die zijn voorspellingen over het noodweer geeft
> een woordvoerder van de politie die vertelt paraat te staan om vrijwillig vertrekkende?mensen het terrein af te helpen
> burgemeester Raymon Vlecken die concludeert dat alles vlekkeloos verloopt en niet in de?laatste plaats om de kalmte die de bezoekers bewaren; hij geeft aan dat de geleerde lessen
van Pukkelpop onderdeel zijn van het veiligheidsplan van Pinkpop
> een woordvoerder van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg met de boodschap dat er geen?moment paniek heerst op het terrein
> een contactpersoon die in de studio contact onderhoudt met hulpdiensten, uitlegt wat?GRIP-3 betekent en kijkers wijst op het ingestelde publieksnummer voor meer informatie.
Tijdens de uitzending wordt duidelijk dat het optreden van Metallica verlaat doorgaat.?Het nieuwsitem wordt afgesloten met een oproep aan bewoners rondom Megaland?om hun wifi-poorten open te stellen voor de festivalgangers, zodat zij contact kunnen?opnemen met het thuisfront.?In de live-uitzending op Nederland 3 zegt Pinkpop-organisator Jan Smeets om 21.56?uur dat de communicatie ?naar de overheid is verplaatst? vanwege de opschaling naar?GRIP 3. Hij heeft naar eigen zeggen continu overleg met het ROT en de burgemeester,?maar sluit het interview af met het bericht dat ?hij niet teveel mag zeggen, want?de burgemeester en leidinggevenden vinden dat hij de afspraken niet nakomt om?gezamenlijk vragen te beantwoorden.?
Aan het einde van de avond is meteoroloog Margot Ribberink te gast in Knevel & Van?den Brink. Zij geeft aan dat MeteoConsult de gehele dag veelvuldig contact onderhield?met de organisatie van Pinkpop. Ook schakelen Knevel & Van den Brink met Giel Beelen?die persoonlijk verslag doet vanaf het Pinkpopterrein. Beelen geeft toe een beetje?bang te zijn geweest, maar dat iedereen rustig is gebleven en dat het goed is gegaan.?De belangrijkste vraag van Knevel & Van den Brink is of er een ramp is voorkomen?met Pukkelpop in het achterhoofd. De conclusie van Ribberink is dat men de kalmte?wist te bewaren, maar dat er wel risico?s zijn genomen. Burgemeester Vlecken belt?volgens Knevel & Van den Brink op eigen initiatief de redactie en wordt in de uitzending
gehaald. Hij legt uit waarom niet is ge?vacueerd en probeert de conclusies van?Ribberink te ontkrachten.
2 Tijdblokken
Het online gesprek op Facebook en Twitter over het (naderende) noodweer op Pinkpop?is in te delen in drie tijdblokken met elk een dominant thema:
>> 00.00 tot 18.53 uur: Zal het noodweer Pinkpop treffen?
>> 18.53 tot 21.00 uur: Afkondiging code rood; het noodweer barst los.
>> 21.00 tot 24.00 uur: Ergste onweer voorbij; evaluatie komt op gang.
00.00 tot 18.53 uur: Treft noodweer wel of niet Pinkpop?
Aangezien bezoekers in de nacht van 8 op 9 juni ook al te maken kregen met flinke?buien, kijken enkelen ?s nachts en in de ochtend al vooruit naar het aangekondigde?slechte weer aan het einde van de dag. Op dat moment is het nog onzeker of het?naderende noodweer ook Pinkpop bedreigt. Op basis van weersverwachtingen,?maar vooral de buienradar trekken mensen de conclusie dat het in de avond kan?gaan spoken op Pinkpop. Op 9 juni is ?s middags de website Buienradar.nl af en toe?niet bereikbaar door een te groot aantal bezoekers tegelijkertijd. Festivalbezoekers
benoemen op hun beurt vooral de enorme hitte en dat zij wel wat verkoeling?kunnen gebruiken.?> Buienradar spiegelt mensen naderend onweer voor (screenshots worden gedeeld).
> ?Vanavond kan heftig worden?.
> Berichten over hitte van bezoekers: ?laat dat noodweer maar komen?.
> Hoop op rustig verloop van de avond onder thuisblijvers.
> Enkele vragen over veiligheid en eventuele maatregelen Pinkpop.
> Eerste associaties met Pukkelpop 2011.
> Quotes van Pinkpop-organisatie ?nog geen directe dreiging?, daarna ?indien noodweer,?dan open ruimtes opzoeken?.
> Enkele berichten van ongeruste ouders met kinderen op Pinkpop.
Vanaf de melding ?code oranje? om 12.40 uur groeit de bezorgdheid onder thuisblijvers.?Thuisblijvers domineren het online gesprek. De weersvoorspellingen zorgen vooral voor?bezorgdheid onder ouders met kinderen op het festival. Vragen gaan met name over de?veiligheid en mogelijke maatregelen die de festivalorganisatie treft. Twitteraars stellen?ze soms, maar meestal niet, direct aan de organisatie van Pinkpop of andere offici?le?instanties, maar krijgen geen reactie. Een enkeling maakt zich ook zorgen over het?optreden van Metallica: ?Heel slecht weer verwacht bij @pinkpopfest. Shit, Martijn en?Marleen zijn daar NU! Metallica speelt toch vanavond wel???
Een kleine groep twitteraars vindt dat het weeralarm al genoeg zegt en dat mensen?weg moeten wezen. Enkele thuisblijvers koppelen het noodweerscenario aan de?ervaringen met Pukkelpop in 2011. Twitteraars op Pinkpop lijken zich nog weinig zorgen?te maken. Op de Facebookpagina?s van 3FM, 3voor12 en Pinkpop wordt op dat moment?nog weinig gesproken over het noodweer.
18.53 tot 21.00 uur: Bezorgdheid gaat over in angst en klachten
Het bericht dat het KNMI code rood afkondigt voor Limburg, werkt als katalysator?voor het aantal berichten over Pinkpop. Bij thuisblijvers leeft veel bezorgdheid, maar?naarmate het noodweer dichterbij komt groeit ook het aantal berichten met angst en?klachten. Veel thuisblijvers snappen niet dat de organisatie het festival toch door laat?gaan ondanks het weeralarm. Tegelijkertijd klinkt een tegengeluid met meer begrip?voor het besluit, omdat grote paniek op het terrein nog erger is en bovendien ?waar?laat je 60.000 bezoekers??. Het online gesprek bestaat tijdens deze twee uur uit de?volgende ingredi?nten.
> Weeralarm ?code rood voor Limburg? zorgt voor flinke toename berichten.
> Ontstaan van twee kampen: ?onverantwoord om Pinkpop door te laten gaan? versus??afgelasting zorgt voor grotere paniek, dus verstandig besluit?.
> Enkele berichten van thuisblijvers die familie of vrienden op het festivalterrein niet?kunnen bereiken.
> Vergelijking met Pukkelpop 2011 wordt vaak getrokken.
> Aantal vragen en klachten over communicatie Pinkpop en Jan Smeets groeit.
> Berichten vanaf terrein beschrijven een minder bezorgde sfeer.
> Klachten over gebrek aan live-beelden vanaf het terrein.
Vanaf ongeveer 19.30 uur valt het mensen op dat de organisatie van Pinkpop?online niet aanwezig is en niet reageert op gestelde vragen. Hier wordt negatief op?gereageerd. De online communicatie ervaren velen als waardeloos, bijvoorbeeld: ?Geen?enkele communicatie via @pinkpopfest. Onbegrijpelijk! #storm #Pinkpop2014 #pkp11?.?Mensen weten niet dat de Pinkpop-organisatie niet kan reageren omdat is afgesproken?dat de woordvoering bij de veiligheidsregio ligt.?Ook het account@PinkpopWeer (geen officieel account) wordt regelmatig bevraagd en
aangesproken over de weersituatie, maar benoemt dat zij geen onderdeel uitmaken?van de Pinkpop-organisatie en dus niet overal antwoord op kunnen geven.
Uit de berichten vanaf het festivalterrein klinkt minder bezorgdheid. Enkelen geven?zelfs aan dat er goede instructies worden gegeven en dat er een gemoedelijke sfeer?heerst. Op Facebook klinken vooral lovende geluiden over de duidelijke instructies en?rustige stem van 3FM-dj Eric Corton die op het podium de bezoekers toespreekt, zoals:??@3FM@pinkpopfest geweldig Eric corton Hoe je de moed erin houdt. Ik moet zeggen?best spannend zo op het veld.? Enkele bezoekers melden dat zij toch maar vertrokken?zijn voor naderend noodweer: ?Toch maar een verstandige keuze gemaakt en #PP14?vervroegd verlaten. Noodweer op komst, veel security geeft instructies. Op weg naar trein.?
In het uur voorafgaand en tijdens het noodweer verwijzen mensen naar het tijdelijk?stopzetten van Pinkpop. Vooral ook de onduidelijkheid over het optreden van Metallica?(en of dat live wordt uitgezonden op Nederland 3) speelt parten. Ook duiken enkele?geruchten op:
> De ontruiming van Camping A.
> Georganiseerde evacuaties.
> Naderende tornado in Aken op 20 km afstand van Pinkpop.
> Blikseminslag in tent (Brand Bier stage).
> Een ingestorte tent.
> Afgelasting van optreden Metallica.
De meeste geruchten hebben een beperkt bereik. Alleen de ontruiming van Camping?A en mogelijke evacuaties leiden tot vragen van traditionele media. De hoax van de?naderende tornado op Twitter wordt door tientallen gedeeld, maar ook door anderen?al snel ontmanteld.?Wanneer code rood voorbij is, groeit het aantal complimenten voor het handelen van?de organisatie, maar ook zijn er mensen die vinden dat Pinkpop geluk heeft gehad:??Dat het goed gegaan is op Pinkpop met het noodweer is eerder goed geluk dan ?goed?voorbereid?, denk ik als ik de beelden zo terugzie??. Opnieuw klinkt Pukkelpop als?doemscenario. Regionale zender L1 krijgt veel lof voor haar actuele en volledige?nieuwsvoorziening. Op de live-uitzending van Nederland 3 is meer kritiek en sarcasme,?omdat het volgens enkelen niet genoeg aandacht besteedt aan het noodweer:??#ned3 zendt heerlijke zonnige middagberichten uit, terwijl op #Twitter te lezen is dat #Pinkpop NOODWEER ondergaat.?. Veel thuisblijvers verwachten op dat moment?nieuwsvoorziening van de NPO.
21.00 tot 00.00 uur: Discussie over handelen organisatie meer in balans
Wanneer de grote storm is gaan liggen, wordt het ook rustiger op Twitter. Toch gaat?de discussie door over de vraag of de organisatie het nu wel of niet goed heeft?gedaan, maar de twee kampen lijken nu wel meer in balans. Critici reageren op de?Facebookpagina van 3voor12 ge?rgerd op de reactie van organisator Jan Smeets die?in een interview met 3FM na afloop zegt: ?mensen die zeggen dat wij hadden moeten?ontruimen, begrijpen niet hoe deze maatschappij in elkaar zit?. Vanaf 22.30 uur (en de?volgende dag) mengen zich ook festivalbezoekers in het debat op Facebook en Twitter.?Veel van hen geven aan dat zij zich niet onveilig hebben gevoeld, dat de organisatie?complimenten verdient en bovendien dat ?Pinkpop geweldig was?. Sommigen vonden
het noodweer zelfs bijdragen aan de sfeer. De belangrijkste thema?s aan het einde van?de avond zijn:
> Discussie over correct handelen van de organisatie meer in balans.
> Klachten over de communicatiestijl van Jan Smeets.
> Gemiste kans dat Pinkpop niet via Twitter communiceerde tijdens het noodweer.
> Enkele klachten over gebrek aan opvang van bezoekers met een gesneuvelde tent.
> Opluchting over het doorgaan van Metallica.
> ?sensatiezoekerij? door Knevel en Van den Brink.
Na 23.00 uur wordt de uitzending van Knevel & Van den Brink doelwit van kritiek. Velen?vinden dat de presentatoren te lang ?zeuren? over een regenbui. Enkelen beschuldigen?het actualiteitenprogramma van ?sensatiezoekerij?, omdat de presentatoren te veel?zoeken naar de conclusie dat ?Pinkpop aan een ramp is ontsnapt?, bijvoorbeeld:??Pinkpop aan een ramp ontsnapt? Wat een sensatie tv #kvdb. Dat de Mart weer komt?om zijn ego te strelen dat vind ik eerder een kleine ramp.?
3 Conclusies
Uit de online discussie over Pinkpop zijn de volgende conclusies te trekken:
1. Bezoekers en thuisblijvers ervoeren de situatie anders
Op sociale media was een duidelijk verschil zichtbaar tussen de ervaringen van de?bezoekers en thuisblijvers. Thuisblijvers waren (zeker tot aan het eind van de avond)?erg dominant in de beeldvorming. De festivalbezoekers spraken in meerderheid over?goede communicatie, rustige omstanders en een geweldig evenement. Thuisblijvers?speculeerden vanaf het moment dat het KNMI code oranje afkondigde over het wel?of niet afgelasten van het festival. Ze spraken hun bezorgdheid uit over de bezoekers of hun kinderen), maar vooral ook over de gebrekkige informatievoorziening. Zij?gingen voor hun oordeel af op beschikbare informatie, zoals de buienradar, beelden op?sociale media en historische ervaringen (Pukkelpop 2011). Al had de veiligheidsregio?een callcenter ingericht waar gedurende de avond vragen van thuisblijvers werden?beantwoord, de communicatie van offici?le instanties was met name gericht op de
festivalbezoekers. Een gebrek aan informatie bij festivalbezoekers over de situatie?werkte vragen, bezorgdheid en klachten in de hand.?Aan het einde van de avond sloten ook festivalbezoekers zich aan in de discussie over?de vraag of de organisatie wel verantwoord handelde. Velen van hen vonden van wel en?hun stem leek zwaar te wegen. De beeldvorming kantelde en het aantal complimenten?oversteeg het aantal klachten.
2. Verwachtingen bepaalden mede bezorgdheid en klachten
Gesignaleerde klachten en vragen gingen over keuzes die de organisatie maakte?(wel/niet afgelasten, wel/niet evacueren) en over het gebrek aan communicatie. Ook?was er kritiek op de landelijke media die te laat of te weinig over het noodweer zouden?hebben bericht. Achter de vragen, klachten en bezorgdheid op sociale media lijkt een?aantal belangrijke verwachtingen en aannames te zitten:
> weeralarmen en GRIP 3 zijn signalen voor serieuze dreiging
> de organisatie van Pinkpop is verantwoordelijk voor de communicatie
> media en organisatie moeten een overzicht geven van de situatie zodat ik zelf een oordeel?kan vellen of de situatie veilig is
> de organisatie moet onze situatie begrijpen en reageren op vragen, klachten en signalen,?zeker als ze over de kanalen beschikken
> media die live uitzenden moeten ook nieuwsvoorzienend zijn in crisistijd.
3. Gebrek aan informatie maakte de weg vrij voor geruchten
Naast klachten en vragen als uitingsvorm van een informatiebehoefte was de?behoefte aan informatie ook op een andere manier zichtbaar, namelijk in het?crowdsourcing. Mensen gingen zelf op zoek naar informatie. Het risico bij het op die?manier verzamelen van informatie is dat het verificatieproces niet altijd optimaal is en?geruchten ontstaan. Zeker als de informatie niet ter plaatse gecheckt kan worden, is er?het risico dat geruchten breed worden verspreid. Na verloop van tijd werden in dit geval?veel geruchten door anderen weer ontkracht.
Om de ernst of het risico van de situatie te kunnen inschatten, grepen veel mensen?terug op situaties uit het (recente) verleden. Vanwege vergelijkbare elementen (festival?en noodweer) lag een vergelijking met Pukkelpop (2011) voor de hand. Bovendien leken?de donkere beelden die online verspreid werden op die van het festival in 2011. De?burgemeester benoemde die zorg in de uitzending van L1, maar het is opvallend dat in?de berichtgeving van 3FM en de live-uitzending op Nederland 3 deze associatie niet?genoemd werd. Het doemscenario van Pukkelpop was online namelijk erg dominant in?de beleving en een veel gekozen frame bij de beschrijving van de bezorgdheid.
4. Publiek meenemen in de nieuwsvoorziening werd gewaardeerd
De boodschap op 3FM en Nederland 3 was vooral dat als iedereen rustig bleef, zich?hield aan de instructies, het dan waarschijnlijk allemaal goed kwam. De berichtgeving?van L1 was anders van aard en nam de mensen mee in de nieuwsvoorziening. Het?voordeel daarvan was dat mensen meer inzicht kregen in de actuele situatie waardoor?zij zelf een oordeel konden vormen of het goed zou komen. Die presentatievorm van?het nieuws sloot aan op de behoefte. Het is aannemelijk dat dit een van de redenen?was dat L1 na afloop veel meer lof kreeg over de nieuwsvoorziening dan de landelijke?nieuwspartijen.
5. Communicatiestijl maakte verschil
Hoewel de inhoudelijke boodschap van organisator Jan Smeets en 3FM-dj Eric Corton?vrijwel identiek was, werd de integriteit en kundigheid van Jan Smeets veel meer?betwist. Natuurlijk droeg Smeets ook de verantwoordelijkheid waardoor hij kritischer?werd bekeken, maar veel kritiek werd vooral geuit op zijn communicatiestijl. Waar?Corton werd geroemd om zijn rust en duidelijke taal, kreeg Smeets kritiek op zijn?nonchalante houding waarmee hij alle adviezen in de wind leek te slaan. Bovendien?uitte hij zich ongelukkig door in de uitzending op Nederland 3 openlijk de burgemeester?te beschuldigen van een gebrek aan vertrouwen en critici te bestempelen als onwetend?over de werking van de maatschappij.
6. Veel klachten betekent niet een negatieve publieke opinie, het is wel een signaal
Hoewel het aantal klachten online relatief groot was, is het gevaarlijk om te zeggen dat?de publieke opinie op dat moment negatief was. Achter een openlijke uiting van een?klacht zit vaak een bewust of onbewust doel, bijvoorbeeld:
>> ik wil gehoord worden
>> ik wil de situatie begrijpen
>> ik wil contact krijgen met mijn bekenden.
De festivalbezoekers waren grotendeels onbereikbaar, omdat het mobiele netwerk?overbelast was of de batterijen van telefoons aan het einde van het weekend leeg?waren. Bij een gebrek aan informatie en direct contact is het risico aanwezig dat het?online beeld negatief gekleurd wordt. Dat wil echter niet zeggen dat de publieke opinie?in zijn geheel negatief was. Wel is het een signaal dat er een bepaalde behoefte leeft.
Op 5 januari 2011 leidde een zeer grote brand bij een chemisch bedrijf in Moerdijk tot een grootschalige inzet van allerlei crisisbestrijders. De brand trok meteen de aandacht van een groot publiek vanwege de enorme rookontwikkeling. De wind zorgde ervoor dat de gevolgen van deze brand zich niet tot de feitelijke locatie beperkte. De co?rdinatie tussen de bestuurlijke en technisch leidinggevenden vereiste daarom regionale afstemming en dus werd het een GRIP4-crisis. De sirenes werden ingeschakeld om inwoners het basis-alarmsignaal te geven: ?ga naar binnen, houd ramen en deuren gesloten, schakel ventilatie uit en luister naar de regionale zender?. Tijdens de ontwikkeling van deze grote brand bleek dat de overheid er daarmee nog niet is. De sirenes geven slechts een eerste waarschuwing af: er is iets ernstigs aan de hand. Meteen daarna vragen de inwoners zich af wat er dan aan de hand is. Meer informatie is wenselijk of zelfs noodzakelijk.
Minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie vindt dat de chemiebrand in Moerdijk een ramp kan worden genoemd, en zei maar weinig branden te kennen met zo?n impact. Op zich had de brand qua directe slachtoffers geen enorme impact, er zijn zelfs geen gewonden gevallen, maar? het aantal mensen dat te maken had met de ramp en betrokken was (alleen al via de media) was enorm.
Twee reconstructies:
Knelpunten en dilemma?s in crisiscommunicatie bij Moerdijk:
Bij de brand in het bedrijf Chemie Pack in Moerdijk ging er van alles mis, niet in de laatste plaats bij de informatievoorziening door de overheid. Er zat discrepantie in de moderne veiligheidsnormen versus de ?historische omgeving.
Knelpunt bij het vormgeven van Externe Veiligheid (EV) – beleid is dat je de historie van een stad niet kunt? uitvlakken.”We ervaren de oude stadsdelen veelal als gezellig enleuk, terwijl je juist hier met de huidige normen vanuit veiligheidsoverwegingen nooit zo zou mogen bouwen. Neem mijn? gemeente. Dordrecht heeft te maken met een groot aantal treinen met gevaarlijke stoffen die door dicht bevolkt gebied rijden. Daarnaast is er langs onze historische binnenstad een snelweg over het water met schepen volgeladen met gevaarlijke stoffen. Dit vraagt om een speciale benadering, want je wil zowel de stad als zijn inwoners bescherming bieden. En je wilt de stad toch ook perspectief op ontwikkeling bieden, maar tegelijkertijd een voldoende niveau van veiligheid kunnen handhaven.” Met deze patstelling moet een bestuurder dus zien te handelen.
Risiconiveau is moeilijk te bepalen, niet hard en context afhankelijk
Vanuit de specialisten klinkt meermalen de vraag wat een acceptabel veiligheidsniveau is. Is ??n trein met gevaarlijke stoffen die in de nacht door de stad rijdt al te veel? “Voor mij als wethouder is dat geen reden om een project af te wijzen”, aldus Bas Wienbelt. “E?n trein is geen belemmering.” Maar hoeveel dan wel? Al gauw blijkt dat het geen uitgemaakte zaak is wanneer we iets niet meer acceptabel vinden. Er is niet een maat.wordt. Gaandeweg een project gaat het economisch aspect steeds zwaarder wegen. Gevolg is dat hogere risico’s, ook door de samenleving, acceptabel worden gevonden. Neem een bestaand gebouw dat wordt gerenoveerd. Binnen het College van B&W kan op basis van dezelfde risicoanalyse een nieuw gebouw worden afgewezen en het te renoveren gebouw groen licht krijgen Kortom, er is eenvoudigweg niet ??n maat voor externe veiligheid: een bestuurder moet ook andere aspecten meenemen in de besluitvorming en is daarom voorzichtig met het formuleren van harde grenzen. Er zijn maatstaven voor dodelijke slachtoffers, namelijk het plaatsgebonden risico (hard) en het groepsrisico (zacht), maar nog niet voor gewonden die gered moeten worden door de hulpverleningsdiensten. Hoeveel gewonden mogen er vallen en wat mag de ernst zijn, ook op de lange termijn (denk aan chronische ziekte)?
Welke maatregelen zijn noodzakelijk, en wat is het effect daarvan?
Daarnaast is niet duidelijk wanneer welke maatregelen absoluut noodzakelijk zijn. Hetzelfde geldt voor aanvullend te treffen maatregelen, laat staan wat het effect daarvan is op de reductie van dodelijke slachtoffers en gewonden
Vrijblijvend of dwingend advies van de brandweer?
Een bestuurder zou een advies van de brandweer niet moeten kunnen negeren.”Als er een negatief advies ligt, dan moet het plan veranderd.” Zijn uitspraak leidde onder de specialisten tot veel discussie: een brandweer kan niet negatief adviseren, was de stelling vanuit de brandweerhoek. De praktijk blijkt echter anders te werken. Een brandweeradvies heeft een belangrijke invloed op de besluitvorming en kan niet als ??n van de vele aspecten worden meegewogen: het is een go-or-no-go. Een bestuurder moet dus kunnen uitgaan een gefundeerd brandweeradvies om fiat aan een bedrijfsontwikkeling of andere plannen te kunnen geven.
Voorbereiding, open dialoog en cocreatie
Belangrijk is dat een bestuurder in een vroeg stadium duidelijkheid wordt verschaft. Hans Spigt: “Maak het proces inzichtelijk en vraag betrokken partijen naar verwachtingen en wensen. Geef inzicht in de feiten, in mogelijke alternatieve locaties, in mogelijke maatregelen, in de consequenties van bepaalde keuzes en dit alles nog zonder oordeel. Leg dat voor aan bestuurders. Het is ook belangrijk is dat een EV-visie wordt vastgesteld door het gehele college?.
Meer betrokkenheid van Gemeente vanaf het begin
Wellicht kunnen gemeenten kunnen ook meer grip op dit dossier krijgen door aan risicobedrijven alleen grond in erfpacht uit te geven. Zo houdt de gemeente meer slagkracht om ontwikkelingen? aan te sturen.
Nieuwe media en nieuw gedrag van burgers
Dick Ahles: ? Het kan aan mij liggen maar de bedenkers van scenario’s lijken weinig gevoel te hebben over hoe consumenten anno 2011 bij dreigingen gaan reageren met een smart-phone op zak, een iPad op de salon-tafel, een laptop met een open verbinding met internet en een TV in de hoek aan. We wisten bij andere rampen al dat het (mobile) telefoonnet overbelast raakt, en wat zeker is, is dat met de komst van mobiele telefoons, SMS, Twitter en breedband Internet alle oude senario’s over het consumentengedrag de prullebak in kunnen.
Nieuw is dat door de snelheid van berichten via sociale media er heel snel heel veel mensen gealarmeerd zijn. Ook zij willen graag weten wat er aan de hand is, maar in veel gevallen is dat puur uit nieuwsgierigheid (nice to know informatie). Het probleem is dat er in dat geval een stormloop op de online informatie ontstaat. Zodra de plaats of de regio bekend is, weet iedereen heel snel de website van de gemeente of van de regionale zender te vinden. Met als gevolg: te weinig server-capaciteit om die vraag aan te kunnen. De sites kunnen het niet aan. Voor normale gemeentelijke websites is dat begrijpelijk. Daarom is er de speciale site crisis.nl om een extreme vraag op te vangen. Deze website is ontwikkeld in opdracht van het Nationaal CrisisCentrum (NCC) en wordt alleen ingezet bij crisissituaties. De afzender van de website verschilt per crisis. De afzender is te herkennen aan het logo op de homepage. Maar ook daar bleek op 5 januari de vraag groter dan de technische mogelijkheden. De website van de gemeente Moerdijk en Crisis.nl konden het niet aan. Uit nader onderzoek is wel gebleken dat bij de laatste de techniek niet functioneerde, maar toch? En ook RTV Rijnmond moest zich beperken tot ??n enkele pagina met de belangrijkste informatie. Omroep Brabant redde het wel, maar de informatie die men van de overheid kreeg was in de ogen van de hoofdredacteur erg weinig om aan de rol van rampenzender goed invulling te kunnen geven: d.w.z. passend bij de informatiebehoefte.
Twitter lawine onder burgers (#Moerdijk)
Bijna vijf dagen na de brand hebben we nog steeds een twitter lawine over #Moerdijk. Tijdens, maar ook daarna gaat de?meme “grote vuurbal jonguh” ?’als een lopend vuurtje’ rond:
En toch weten de rampen-co?rdinatoren, burgemeesters en ministers niet hoe adequaat te reageren op alle berichtgeving op Twitter, terwijl wat men moet doen en welke informatie moet worden (vrij)gegeven gewoon is af te lezen van de twitter feeds. En het probleem in het internet-tijdperk is niet alleen: op welke manier bereik ik het publiek het meest effectief, maar vooral ook dat men niet kan doorgaan op ouderwetse wijze ALLE bij hen beschikbare informatie eerst te bespreken, te beoordelen, te filteren, en te voorzien van betuttelende prietpraat en dan via klassieke persconferenties voor journalisten aan de burgers te vertellen dat ze zich niet ongerust hoeven te maken. Het is vooral het volstrekte gebrek aan openheid die zo dodelijk is voor de geloofwaardigheid van de overheid in dit soort gevallen. Zij kunnen en willen in dit soort situaties de bevolking kennelijk alleen op de toon van onwetenden toespreken.
Het ging zo snel dat meestal de individuele tweets niet meer waren te lezen. Opvallend was het dat alle (mis)informatie, inclusief foto’s en videofilmpjes, feitelijk via Twitter liep en niet via de omroepen en de speciaal voor deze situaties in het leven geroepen website. Die Twitter stroom ontgaat kennelijk de verantwoordelijke rampenbestrijders: er was uren geen enkele offici?le reactie op het internet.
Traditionele media gebruikt Twitter als bron bij gebrek aan beter
Opvallend was dat de traditionele media Twitter in eerste instantie gebruikte als hun primaire bron over het melden van acties (sirenes die zouden afgaan, ramen sluiten, radio luisteren) en informatie over wat er aan het branden was (giftig en irriterende stoffen), hoe giftig zijn de rookwolken? Is de brand onder controle of breidt het uit? Hoe ver gaat de (giftige?) wolk over de Randstad? Van de overheid geen informatie, geen mededelingen, geen ontkenning, domweg NIETS. De commerciele zender RTL Nieuws was zelfs eerder was dan de NOS.
Informatie over situatie en van overheid komt via burgers op het net
Met name Twitter overstelpte iedereen met berichtgeving vanuit de ‘bedreigde’ gebieden (met name Dordrecht): sirenes, mededelingen dat we naar omroep Brabant, later ook Rijnmond moesten luisteren, dat het een ramp met de hoogste fase (vier) was geworden, Wie waren die mensen in dat landelijke co?rdinatie centrum, wat doen ze, hoe beoordelen ze de situatie, wat zijn ze aan het voorbereiden. Toen eindelijk -een dag later- er een persconferentie werd gegeven (let wel heel klassiek, feitelijk voor de elite van opgeleide journalisten die voor de gevestigde media werken, het idee dat gewone burgers misschien zelf hun vragen hebben komt nog niet bij ze op).
Bij gebrek aan informatie gaan ook klassieke media steeds meer hun eigen gang. Die roepen deskundigen naar de studio en vragen of die misschien weten wat er aan de hand is. Van Duin wijst op een voorval dat veel kwaad heeft gedaan: ?Tot overmaat van ramp was bij een persconferentie over de meetresultaten van het RIVM niet gesproken over de verhoging van lood in een bepaald gebied. Wat denk je dat de kijkers denken als een toxicoloog later op de dag op televisie gaat zeggen dat ergens verderop in het rapport die gegevens stonden??
Geen transparantie van overheid in communicatie
Minister van Veiligheid Ivo Opstelten (VVD) vindt dat ?totale transparantie? rond de brand in Moerdijk vereist is. ?De onderste steen moet boven? zei hij in het Kamerdebat over de?brand bij chemiebedrijf Chemie-Pack in Moerdijk. De Tweede Kamer was?bezorgd over de gezondheid van hulpverleners, werknemers en omwonenden na de brand bij Chemie-Pack. Opstelten liet weten dat hij alles doet om de ongerustheid onder de bevolking weg te nemen. Hij gaf toe dat daar tot nu toe fouten in zijn gemaakt.
Menno van Duin is lector aan de Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV) en de Politieacademie. Hij is het met Siepel eens dat bestuurders zo open mogelijk naar het publiek moeten zijn. ?Hoe lastig dat ook kan zijn. Aan de ene kant vertrouwen uitstralen en ook nog in alle eerlijkheid zeggen: ?Wij weten ook nog niet alles?.?
Van Duin vindt de vergelijking die wordt gemaakt tussen het optreden van burgemeester Van der Laan van Amsterdam in de zaak van het Hofnarretje en het gedrag van de autoriteiten bij de Moerdijk-ramp, niet opgaan. ?Van der Laan krijgt terecht veel lof. Er is meteen open en direct gecommuniceerd naar de ouders van de mogelijke slachtoffertjes van het misbruik. Dat is ook gedaan richting pers. Bij crises als Moerdijk, Enschede of Volendam, ligt het toch anders. De overheid is daar veel meer partij in en draagt een veel grotere verantwoordelijkheid dan bij het seksschandaal in Amsterdam.?
Spagaat
De overheid schiet in de bekende kramp. Misschien is ?spagaat? een beter beeld. Er wordt aan de offici?le media beperkte informatie gegeven, want men realiseert zich dat je daar later op afgerekend kan worden.?
Volgen van media moet veel intensiever
Net als Siepel vindt Van Duin dat er ook een andere les uit ?Moerdijk? getrokken kan worden. Het volgen van media moet veel intensiever. ?Daar is nog onvoldoende aandacht voor? weet hij, ?Het kan bijvoorbeeld gaan om het reageren op een uitzending van SBS. Die zender kwam met het – niet kloppende – bericht dat de evacuatie van Zwijndrecht was begonnen. Daar moet je meteen op anticiperen. Dat gaat ook op voor hardnekkige lariekoek die op internet wordt gespuid. Dat kan veel onterechte angst wegnemen.?
Geen aanwezigheid en reactie van overheden op nieuwe media
Wat we leren van die woensdagmiddag en avond is, dat de overheid best in staat is met kundige mensen rampen te bestrijden, maar dat de verantwoordelijke bestuurders geen tot weinig notie hebben van wat er buiten hun crisis-centrum zich afspeelt. Men denkt kennelijk dat de betrokken burgers rustig met hun ramen dicht rond de radio, luisterend naar Omroep Brabant, geduldig zal wachten op offici?le mededelingen.Zo kopte de Trouw op 12 januari 2011: ?Overheid zweeg op Twitter?
Suggestie (crisiswerkplaats): Juist voor korte tussentijdse berichten is dat een zeer geschikt communicatiekanaal, waarmee snel veel mensen bereikt kunnen worden. Geef daar korte informatie en verwijs vooral niet met een link door naar de eigen site. En geef ook een signaal als er nog geen nieuws te melden is (procesinformatie: ?als je niks weet, zeg dan gewoon dat je niks weet?). Een goed voorbeeld van hoe een gemeente op Twitter actief wordt is volgens Dutchcowboys de gemeente Zwijndrecht http://www.dutchcowboys.nl/socialmedia/21385
Informatie vestrekking was te langzaam en via vele schijven
Als het RIVM de lucht vervuiling meet, kunnen die gegevens misschien vrij snel on-line staan. Waarom moeten burgers daar op wachten, waarom moeten redacties met de wet openbaarheid schermen in plaats van zelf met die gegevens komen.
Burgers en experts zijn het oneens met besluitvorming of verbazen zich erover
Over de openbaarheid van de gevaarlijke stoffen: ? …het openbaar ministerie is ogenblikkelijk een strafrechtelijk onderzoek begonnen naar de oorzaak van de brand. De lijst met stoffen was daarbij een belangrijk document en is in beslag genomen door het OM. Dat is ook de reden waarom de lijst in eerste instantie niet is vrijgegeven buiten de kring van bij deze brand betrokken instanties.” Zou de opsteller van deze proza zich eigenlijk wel realiseren wat voor boodschap hij hiermee aan de burgers van dit land geeft: strafvervolging gaat voor voorlichting aan de burgers. Ook in het verslag ? wijsheid van de massa? – 10 dagen na Moerdijk? van crisiswerkplaats.nl somt een aantal verbazingen op:
Dat er tijdens een crisis fouten gemaakt kunnen worden zal niemand ontkennen, maar soms leek het erop dat de deskundigen beslissingen namen en berichten de wereld instuurden die geheel in strijd leken te zijn met de werkelijkheid die iedereen kon waarnemen. En die verbazing is in deze bundeling artikelen bijeen gebracht.
Imago schade
Wantrouwen
Al snel wordt vermoed dat de bestuurders eventuele fouten of vervelende resultaten van onderzoek af willen dekken. Op twitter werd bijvoorbeeld snel de naam van de burgemeester verhaspeld tot Deny (het Engelse ontkennen), met reacties als ?De burgemeester zegt: ga maar lekker slapen, jaja?
?Busje is symbool voor alles wat misging?
Opstelten betreurt het beeld dat ontstond toen hij samen met minister van Volksgezondheid Edith Schippers (VVD) maandag een bezoek bracht aan het gebied. Hierbij bleven zij ze in het busje zitten. Opstelten: ?De bedoelingen waren goed: we wilden onze betrokkenheid tonen, maar toen ik de beelden zag, was ik niet blij.?. Het busje staat symbool voor alles wat mis is gegaan bij de communicatie. Alle partijen hebben kritiek op Opstelten en Schippers, zelfs de eigen partijen.?
Ramp of niet?
Het publiek viel over het woord ?ramp? dat door Opstelten zelf werd gebruikt, want ?er was toch niets aan de hand??
Rampinflatie
Communicatiedeskundige Menno van Duin ziet de aandacht voor ?calamiteiten? groeien. De brand in Volendam was alleen al in de eerste maand dertien keer onderwerp van aandacht, waarvan zeven maal hoofdonderwerp.? Dat aantal is na een krappe 2 weken bij ?Moerdijk? nu al gehaald. Van Duin: ?Het begrip ramp werd in 1977 niet gebezigd. Er is, wat mij betreft sprake van ?rampinflatie?. Gebeurtenissen die vroeger weinig tot nauwelijks aandacht kregen, krijgen nu om uiteenlopende redenen veel meer aandacht en worden ook vaker en sneller als ramp betiteld.? De media zwepen elkaar op en daarmee neemt ook de druk op bestuurders toe. ?Zeker omdat internet en de sociale media een snel groeiende rol gaan spelen. Iedereen is een medium geworden.?
Twitter kan gevaarlijk zijn bij een ramp als Moerdijk
In het regionale dagblad?BN/DeStem stond van de week een bericht (met een Poll) over de uitspraak van Nico?van?Mourik?van?de?Veiligheidsregio?Midden- en?West-Brabant. Over Twitter zegt hij letterlijk: “140 tekens kunnen een boel kapot maken.” Dus: verbieden maar als onze overheids rampenbestrijders dat nodig vinden? Want BN/DeStem meldt verder “Ongefundeerde mededelingen van omwonenden of toeschouwers zouden de offici?le informatievoorziening tijdens een ramp kunnen verstoren. Van Mourik deed zijn uitspraken, die geen kritiek mochten heten, woensdagavond (16/3/2011 DA) tijdens een bijeenkomst in het stadhuis van Bergen op Zoom. Gemeenteraadsleden stelden hem daar vragen over de communicatie bij incidenten als de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk.” De krant meldt verder nog dat Van Mourik zelf actief is op?Twitter”
Rapportage bevindingen vragenlijstonderzoek:?Hoe hoorde u van de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk?
Op woensdag 5 januari 2011 werden diverse communicatiemiddelen ingezet om de bevolking te alarmeren en informeren over de brand die was uitgebroken bij het bedrijf Chemie-Pack in Moerdijk. De waarschuwingen op 5 januari en de dag erna richtten zich op mogelijke directe gevaren als gevolg van inademing van de rook. Daarom werd advies afgegeven ramen en deuren te sluiten. Om dit advies kenbaar te maken zijn verschillende middelen ingezet, waaronder de sirene, geluidswagens, sms-alert, de rampenzender, radio, televisie en internet. Daarnaast informeren mensen elkaar en zijn er mensen die zelf de rook waarnemen en zo op de hoogte komen van de gebeurtenis.
Naar aanleiding van de brand heeft de TU Delft een vragenlijst opgesteld om inzicht te krijgen in de vraag: Via welke kanalen heeft de bevolking voor het eerst gehoord van de brand en is er verschil tussen alarmeren en informeren?
De 462 bruikbare reacties zijn ingedeeld op basis van de locatie waar de respondent zich bevond toen de brand ontstond. Deze locatie is bepalend voor het doel van de waarschuwing en informatie over de brand. De resultaten laten zien dat in het als eerst te alarmeren gebied respondenten hoorden van de brand via een andere persoon of organisatie, via een specifiek alarm of waarschuwingsmiddel of via visuele waarneming. De respondenten in dit gebied komen als eerste op hoogte van de brand. Ook in het tweede gebied waar het advies werd afgegeven, maar zonder inzet van alarm of waarschuwingsmiddelen, hoorden respondenten van de brand via andere personen/ organisatie of via informatiekanalen (radio, televisie, internet). Als laatste op de hoogte kwamen de mensen in het derde gebied waar alleen informatie behoefte was. In dit gebied is het advies om ramen en deuren gesloten te houden niet gecommuniceerd. Respondenten in dit gebied kwamen voornamelijk op de hoogte via informatiekanalen. Zij waren later op de hoogte dan de mensen die aanwezig waren in de beide andere gebieden.
Raad voor het openbaar bestuur (2012). In gesprek of verkeerd verbonden? Kansen en risico?s van sociale media in de representatieve democratie. Rob, Den Haag.