Tagarchief: reconstructie

Sherlock – DIY opsporingsplatform voor burgers

Daar sta je dan. Net terug van een feestje, lijkt er thuis ingebroken te zijn. De sporen van een inbraakpoging zijn duidelijk te zien. De adrenaline giert door je lijf. Die inbreker ga je opsporen! Maar hoe pak je dat aan? Met de Sherlock-app voor burgeropsporing, ontwikkeld door TNO en de politie.

Via de Sherlock-app openen slachtoffers van bijvoorbeeld vernieling, cyberpesten, een poging tot woninginbraak of diefstal hun eigen opsporingsdossier. Daarin leggen ze ? afhankelijk van het misdrijf ? de locatie, zichtbare sporen, mogelijk motief, getuigenverklaringen en gestolen goederen vast. Een andere mogelijkheid is het samenstellen van een compositiefoto van een verdachte. Veel mensen vinden het moeilijk om de juiste ogen, oren of neus op een gezicht te plakken. Daarom bevat de app een trainingsspel, waarmee gezichten van bekende personen ?bij elkaar geklikt? moeten worden. Is het dossier compleet? Dan deelt de gebruiker eenvoudig via diverse socialmediakanalen of e-mail een opsporingsbericht, en stuurt hij het complete dossier naar de politie zodat zij actie kan ondernemen. Vervolgens wisselen de gebruiker en politie updates uit via de app.

Zelf buurtonderzoek doen

?De app maakt het mogelijk om gebruik te maken van ?the wisdom of the crowd??, vertelt Arnout de Vries, onderzoeker bij TNO. ?De politie schakelt burgers nu nog vrij traditioneel in, bijvoorbeeld via Opsporing Verzocht. Maar burgers hebben niet alleen ogen en oren waarmee ze kunnen waarnemen, ze hebben ook hersenen met kennis en denkkracht, en handen en benen om iets te doen. Dat mobiliseren we via de app. Een buurtonderzoek kost bijvoorbeeld veel tijd en mankracht. Wat is er handiger dan dat ik na een inbraak zelf bij mijn buren langsga voor een verklaring? Ik weet wanneer ze thuis zijn en dankzij de app weet ik ook wat ik moet vragen. De politie hoeft niet meer alles zelf te doen. Zij kan haar schaarse capaciteit voortaan zo effectief mogelijk inzetten, waardoor er hopelijk meer zaken worden opgelost.?

?Een buurtonderzoek kost veel tijd en mankracht. Wat is er handiger dan dat ik na een inbraak zelf bij mijn buren langsga voor een verklaring??

Risico’s van zelf daders opsporen

Als burgers zelf daders gaan opsporen, brengt dat risico?s met zich mee. Hoogoplopende emoties kunnen bijvoorbeeld leiden tot eigenhandig optreden. De Vries is zich daarvan bewust, maar stelt dat dit ook zonder de app al het geval is: ?Je kunt burgers niet zomaar tegenhouden. Ze starten nu al hun eigen onderzoek via Facebook, omdat ze merken dat de politie aan lang niet alle zaken prioriteit geeft of te kampen heeft met capaciteitsgebrek.?

Burgeropsporing

Burgeropsporing is nu nog relatief klein, maar het is wel een trend die steeds belangrijker wordt. Daar moet je wat mee.? Daarom helpt de Sherlock-app niet alleen bij de opsporing, maar geeft het burgers ook informatie over preventie en over wat volgens de wet wel en niet mag. Daarnaast maakt de app inzichtelijk wat de consequenties zijn van sommige handelingen, zoals het online delen van namen en foto?s van verdachten en slachtoffers.

?Het kost tijd om een meer open houding te realiseren richting goedwillende burgers, en politieprocessen te veranderen?

Programma ‘herijking opsporing’

Op dit moment is de Sherlock-app nog een prototype en niet daadwerkelijk in gebruik. TNO hoopt deze innovatieve app verder te ontwikkelen, in het kader van het programma ?Herijking opsporing? van de politie. Burgerparticipatie krijgt binnen dit vernieuwingsprogramma de nodige aandacht, omdat het besef binnen de politie doordringt dat een ?chte revolutie nodig is: een actieve rol van, en samenwerking met burgers. De Sherlock-app is daarvoor een goed middel.

Cultuurverandering noodzakelijk

De Vries is realistisch genoeg om te weten dat hiervoor een cultuurverandering nodig is. ?Binnen de politie wordt niet voor niets gesproken over blauw ? de agenten op straat ? en grijs ? de recherche. De opsporingstak van de politie heeft dagelijks te maken met misdrijven en vertrouwt niet zomaar burgerspeurneuzen die zelf hun zaak willen oplossen. Het kost tijd om een meer open houding te realiseren richting goedwillende burgers, en politieprocessen te veranderen.?

?Burgeropsporing is nu nog relatief klein, maar het is wel een trend die steeds belangrijker wordt. Daar moet je wat mee?

Samenwerken met de politie

Daarnaast is een verandering in mindset nodig. Nu wordt burgerparticipatie vaak nog gezien als een laatste redmiddel om een zaak op te lossen. Ook zijn politieprofessionals bang dat burgers een zaak schaden, waardoor een dader niet berecht kan worden. ?Uit de onderzoeken die ik doe, blijkt dat de meeste burgers van goede wil zijn en bereid zijn om samen te werken met de politie. Daarom gaan TNO en de politie na een testfase het in gebruik nemen van de app verkennen. Zo gaan we op bezoek bij slachtoffers van een inbraak en maken we samen met hen een opsporingsdossier. Politie en burgers kunnen de samenwerking op die manier aan den lijve ervaren, waardoor meer respect en vertrouwen in elkaar kan ontstaan. De moderne Sherlock met app heeft de toekomst.?

Bronnen: TNO Time

Vader zet zelfgemaakte reconstructie dochter op YouTube

De vader van Dascha Graafsma, het meisje dat eind vorig jaar in Hilversum om het leven kwam toen ze werd aangereden door een trein, heeft een zelfgemaakte documentaire op YouTube gezet.

In de documentaire vertelt de vader van Dascha dat volgens de familie onvoldoende is onderzocht of het een misdrijf was of ‘een ongeval onder invloed’. Het Openbaar Ministerie (OM) en politie houden het op zelfmoord.

Reconstructie
De bijna 50 minuten durende video toont een reconstructie van de laatste uren van Dascha. “Ons doel is zo veel mogelijk sluitende antwoorden te krijgen op de vragen die blijven bestaan”, vertelt Ren? Graafsma. “Dat er informatie beschikbaar komt waarmee het OM het onderzoek kan heropenen.”

De 16-jarige Dascha uit Hollandsche Rading werd in het laatste weekend van november ’s nachts doodgereden. Ze werd toen al enkele uren vermist na een avondje stappen met vriendinnen in club Let’s Get Down in Hilversum.

De politie heeft het onderzoek afgerond en het OM heeft het dossier gesloten. Maar volgens de nabestaanden leidt de reconstructie op YouTube tot ‘intrigerende vragen.’

Bronnen: RTL Nieuws

Twitter reconstructie van een misdaad

reconstructie

De Politie uit Surrey gebruikte Twitter om een ??misdrijf op een plaats delict te reconstrueren en genereerde daarmee voldoende?tips en aanwijzingen om een zaak tegen twee gewelddadige overvallers aan te spannen. De politie plaatste een reeks van foto’s met tijdstippen erbij, op zoek naar een vader en zoon die een gewapende overval pleegden.

Twitter reconstruction

De reconstructie start bij de Chevrolet die rondjes reed?bij de supermarkt?waar de overval later plaatsvond en eindigde bij de vluchtroute met dezelfde verlaten Chevrolet.

De supermarkt Co-op bij Tattenham in Epsom werd overvallen en 45 duizend pond werd buitgemaakt. Een maand na deze overal startte de politie deze vernieuwde Twitteractie en 53 duizend mensen deelden de foto’s en informatie. Het leverde 40 telefoontjes op en de daders zitten nu achter de tralies. De vader kreeg levenslang en de zoon 16 jaar. Voor de rechter werd bovendien aangetoond dat de daders YouTube op hun mobieltje hadden geraadpleegd over hoe een overval te plegen.

De Co-op medewerkers gaven aan dat het een horror scenario was geweest. Een van de?overvallers haalden de trekker over, maar toen die?niet afging sloeg hij er een medewerker hard ?mee naar de grond.

Naast Twitter werden uiteraard traditionele methoden gebruikt, zoals CCTV camera’s van de supermarkt en ANPR (Automatic License Plate Recognition). Voormalig hoofdrechercheur Dave Lattimore, nu adviseur voor forensische wetenschappelijke ?LGC Group zegt dat hij wou dat Twitter er was toen hij nog bij de politie van de Thames Vallei werkte.??Volgens hem was een real-time Twitter reconstructie nog nooit eerder gedaan, maar zal dit met de groeiende volgersaantallen ook bij andere politieeenheden waarschijnlijk snel herhaald worden. “Het is een slimme methode. Met Crimewatch reconstructies moet iedereen op hetzelfde moment achter de buis kruipen en daarna nog bellen. Maar de meesten hebben nu de hele dag een mobieltje bij zich en daarom heb je zoveel respons.”

Dr Paul Reilly van de Leicester Universiteit, vakgroep?media en communicatie, zegt dat de Britse politie social media is gaan omarmen sinds de Londense rellen. “In 2011 ging het vooral over hoe je er informatie vanaf kon halen voor intelligence en het volk kon informeren over gezochte verdachten. Nu is het ingebed in het politiewerk. Er wordt gereageerd op het publiek en interactief ingezet om boeven te vangen.” Naar zijn weten was dit ook de eerste keer dat een dergelijke reconstructie samen met het publiek gedaan werd. De politie gebruikte daarom de hashtags # tweconstruction en #opjadeite.

Twitter reconstruction

De reconstructiekaart die gedeeld werd met de vluchtroute van de overvallers


Bronnen: Telegraph, BBC, MediaBistro.

Londense rellen: een reconstructie

Blackberry riots

De reconstructie

Op 4 augustus 2011 werd?de 29-jarige Mark Duggan door de politie in Londen neergeschoten bij een poging hem aan te houden. Hij stierf aan zijn?verwondingen. De dood van Mark was de aanleiding voor massale rellen in Londen en andere?Britse steden, de ergste sinds de Brixtonse rellen.

09J_MARK DUGGAN INQUEST IPAD

Al snel werd een?Facebookpagina?geopend ter nagedachtenis aan de 29-jarige Duggan. Deze post op Facebook trok de belangstelling van de Britse media en politie:

Mark Duggan Shooting - London

Het lijkt erop dat deze post de lont in het kruitvat is geweest, in combinatie met tweets waarin aangekondigde doelwitten stonden, vergezeld van foto?s van leeggeplunderde winkels en uitgebrande politiewagens. Niet erg clever, omdat de Britse politie ook actief is op sociale media en BlackBerry-gebruikers weet te achterhalen en te vervolgen, zoals deze tweet van BBC News laat zien:

https://twitter.com/#!/BBCBreaking/status/101951829377687552

Gewelddadige confrontaties tussen honderden, vooral jeugdige, relschoppers en de Engelse?politie. Ze begonnen op 6 augustus?in Tottenham?in Noord-London?en verspreidden zich later naar andere wijken en steden, waaronder Birmingham, Manchester, Liverpool, Nottingham, Bristol en Medway. Tijdens de rellen werden auto’s, winkels en huizen in brand gestoken en ook werden er winkels geplunderd. Op 9 augustus viel het eerste dodelijke slachtoffer van de rellen in het Zuid-Londons?stadsdeel Cryodon. Op 10 augustus vielen er drie doden in Birmingham; zij waren onderdeel van een?burgerwacht.?Een van de drie mannen die in de nacht van dinsdag op woensdag omkwam bij de rellen in Birmingham, stierf voor de ogen van zijn vader. Die probeerde zijn zoon te reanimeren, maar tevergeefs.

Een 68-jarige man in Londen die tijdens de ongeregeldheden was aangevallen toen hij een vuurtje probeerde te doven, overleed op 11 augustus in het ziekenhuis aan zijn verwondingen.?In Londen werden er 16.000 extra agenten ingezet.?

riot1 riot2 riot3

Premier Cameron wijst naar de politie, zo bleek tijdens het debat in het parlement. Volgens de premier ziet de politie de rellen teveel als een probleem met de openbare orde, en niet als criminaliteit.?Tijdens het debat bleek dat er binnen de politiek veel onenigheid is over de oorzaken en mogelijke oplossingen van de rellen.
Conservatieve parlementari?rs stellen dat een slechte opvoeding en slecht onderwijs de boosdoeners zijn. Links meent dat er veel kansloosheid is als gevolg van bezuinigingen en gebrek aan banen.

Intussen maken rechtbanken overuren om het grote aantal arrestanten te verwerken. Er zijn alleen al in Londen nu bijna 1000 verdachten aangehouden.?De situatie is chaotisch. Soms is onduidelijk welke arrestanten waar zijn ondergebracht. Voor de rechtbanken staan busjes met verdachten in de file.?Scotland Yard deed donderdagochtend invallen bij verdachten. Daarbij zijn niet alleen arrestaties verricht, maar zijn ook goederen in beslag genomen die vermoedelijk afkomstig waren van plunderingen.

De media deden uitgebreid verslag van de rellen. Zowel het nieuwskanaal van de BBC?als SkyNews?zonden dagelijks rechtstreekse beelden uit van de rellen. Sociale media, in het bijzonder de BlackBerry Messenger, speelden, naast de?klassieke media, een grote rol in het verspreiden van de rellen.De rellen werden gevoed door?en becommentarieerd op Facebook en Twitter. Twitter heeft nauwelijks een rol gespeeld bij het ontstaan van de rellen in Londen en andere Britse steden een paar weken geleden. Dat meldt de Britse krant?The Guardian.De krant analyseerde meer dan 2,5 miljoen tweets over de rellen en daaruit blijkt dat het sociale netwerk vooral gebruikt werd om te reageren op de onrust en plunderingen. De actieco?rdinatie vond vooral plaats met behulp van?BlackBerry Messenger (BBM). Met BBM is het mogelijk om een versleuteld bericht gratis te?versturen naar een grote groep mensen. Dankzij een uniek PIN-nummer kan alleen de?ontvanger het bericht lezen.?In Groot-Brittani? zijn BlackBerry?s goedkoper dan op het Europese vasteland en meer in omloop dan de iOS en Android-smartphones. Ruim eenderde van de Britse jongeren heeft?volgens een onderzoek van de Britse telecomautoriteit?een BlackBerry. Daarnaast is BlackBerry Messenger –pingen?in de volksmond-?gratis, kunnen je berichten naar meerdere mensen tegelijk sturen, en worden ze versleuteld verstuurd, waardoor gedacht wordt dat de autoriteiten de BlackBerry niet kunnen aftappen. Twitter is daarnaast geen handig medium om rellen te organiseren: de autoriteiten kijken mee.

Shooting in Tottenham Hale

Foto: Brand in Tottenham ten noorden van Londen op zaterdagavond.

The Guardian?verzamelde BlackBerry berichten, die aan duidelijkheid weinig te wensen overlaten.

?Everyone from all sides of London meet up at the heart of London (central) OXFORD CIRCUS!!, Bare SHOPS are gonna get smashed up so come get some (free stuff!!!) fuck the feds we will send them back with OUR riot! >:O Dead the ends and colour war for now so if you see a brother? SALUT! if you see a fed? SHOOT!?

Vlak voor het uitbreken van de rellen in Enfield op zondag werd deze oproep gepingt.

?Everyone in edmonton enfield wood green everywhere in north, link up at enfield town station, at 4 o clock sharp!?

Jenny Jones, kandidaat voor de burgemeestersverkiezingen in Londen in 2012 maakte direct haar eigen analyse over?who is to blame ?(ze was er snel bij):?als er meer politieagenten waren, zouden ze meer tijd hebben om alle Twitterberichten en Facebookposts door te nemen. ?It?s quite possible if they had more resources they could have picked up on this.?

Slechts door een overmacht van politie in de straten wist de overheid de rellen?te bedwingen. BlackBerry Messenger bleek heel effectief te zijn in het organiseren van de?mensen op straat en het identificeren van doelwitten, volgens een relschopper zelfs met?militaire precisie. Het was bijvoorbeeld mogelijk om direct dezelfde ?informatie te zenden naar?alle contacten, soms honderden tegelijk. Ook werd geadverteerd voor middelen voor de rellen,?zoals handschoenen, maskers of petroleumbommen. Daar waar BlackBerry Messenger en?Facebook het belangrijkste medium waren voor het organiseren van de rellen, werd Twitter?meer gebruikt als nieuwsbron met reportages en actualiteiten over de rellen. Overigens?werden ook liveblogs van traditionele media gebruikt om te zien waar politietroepen zich?bevonden.

Dat de overheid een invloedrijke rol toekent aan het pingen, blijkt uit de oproep van enkele Britse parlementari?rs om het pingen tijdelijk te verbieden. Een linkse Nederlandse politicus kwam ook met dit weinig democratische idee.

Censuur

Groot-Brittanni? onderzoekt de invloed van social media bij de rellen. Dat heeft premier Cameron laten weten. Is het een goed idee om een censuur in te stellen? Cameron sluit niet uit dat het gebruik van social media aan banden wordt gelegd. ?”Wij werken samen met de politie, de inlichtingendiensten en bedrijven om te kijken of het goed zou zijn om mensen het communiceren via deze websites en diensten onmogelijk te maken als wij weten dat zij geweld, onrust en criminaliteit beramen”, aldus Cameron.

Drempel
Eerder deze week kwam de berichtendienst BlackBerry Messenger al onder vuur te liggen. De relschoppers zouden daar veel gebruik van maken om informatie uit te wisselen.
Volgens social-media expert Edwin Res van Social Inc., een bureau voor social media marketing, verlagen social media inderdaad de drempel om groepen bij elkaar te krijgen die rotzooi willen trappen.?Toch lijkt het hem geen goede stap om deze manier van communicatie aan banden te leggen: “Dat voelt een beetje als censuur zoals China of Noord-Korea dat doet. Dat kan je niet maken.”?Cameron kan de social media beter op een positieve manier gebruiken, stelt Res: “Vraag de mensen die iets zien, dat direct te melden.”

Premier David Cameron wil dat relschoppers geband worden van social networksites als Twitter en Facebook, naar aanleiding van de?rellen in Londen en andere Engelse steden?twee weken geleden. Maar of dat voorstel nog steun krijgt, is maar de vraag. De minister van Binnenlandse Zaken, Theresa May?wil inventariseren wat de grote sociale netwerken zouden kunnen doen om onrust te beperken, in plaats van de sites af te sluiten. Ook wil ze kijken hoe de overheid gebruik kan maken van de websites, dus hoe politie en netwerksites kunnen samenwerken – wat nog een interessant discussiepunt kan worden. Zij wenst dat?de sociale netwerken meer verantwoordelijkheid nemen voor wat er op hun websites gepost wordt. En Twitter en Facebook moeten aantonen wat ze al doen om berichten die oproepen tot geweld te verwijderen. Facebook zegt dat ze ten tijde van de rellen in de Britse hoofdstad meerdere “geloofwaardige bedreigingen” hebben verwijderd. En Research in Motion, het Canadese bedrijf dat de BlackBerry maakt, moet uitleggen welke delen van hun Messenger priv? of gecodeerd zijn. Relschoppers zouden vooral met Ping van BlackBerry gecommuniceerd hebben.?De Amerikaanse bedrijven gaan de overheid ten sterkste afraden om noodmaatregelen te nemen die een nieuwe vorm van internetcensuur zouden kunnen inluiden.?De sociale netwerken willen uitleggen wat zij gepaste maatregelen vinden tegen provocerend materiaal. Bedrijven kunnen gedwongen worden om berichten van gebruikers aan de politie te overhandigen. En de Britse politie wist enkele ongeregeldheden te voorkomen door priv?-berichten op de BlackBerry te onderscheppen. Dat is mooi, maar hoe ver mag de politie hiermee gaan?

Een social mediablokkade bleek?een onzalig plan. Deze is dan ook fel bekritiseerd, onder meer in een open brief van?Open Rights Group, Amnesty International en Index on Censorship en anderen. Gelukkig lijkt de regering tot inkeer te zijn gekomen, zo?schrijft The Guardian. Een woordvoerder van de regering liet weten dat een blokkade van de baan is:

?The discussions looked at how law enforcement and the networks can build on the existing relationships and co-operation to prevent the networks being used for criminal behaviour. The government did not seek any additional powers to close down social media networks.?

De volgende vraag is natuurlijk: aan wat voor ?co-operation? zou de Engelse regering denken ? zeker als die bedoeld is om rellen te?voorkomen? Dit verhaal krijgt vast nog een vervolg.

Riot Clean Up?

riotcleanup1

Via bovenstaande account werden inwoners van Londen en andere getroffen steden en wijken opgeroepen om hun wijken en steden op te ruimen. Hier kwam massaal reactie op: @RiotCleanUp?heeft op dit moment maar liefst zo?n 86.419 followers, en dat op slechts enkele dagen. Mensen komen dan ook massaal op straat met de bezem in de aanslag om alles terug op te kuisen.

riotcleanup2Brooms up London! #riotcleanup  on Twitpic

En dat het werkt is te zien in?deze fotoserie.?Ondertussen zijn er ook nog andere Twitter accounts opgericht met gelijkaardige doelen:?@RiotCleanUpBrum?@RiotCleanUpManc?@riotcleanupWolv?@cleantottenham?@RiotRescue?@RiotRescue?bijvoorbeeld wilt mensen en idee?n samenbrengen om de kleine handelaars die overvallen en geplunderd zijn tijdens de rellen. En ook YouTube wordt gebruikt om een anti-rellen boodschap te verkondigen. Zo heeft rapper Guvna B een video online gezet waarin hij mensen verzoekt om te stoppen met de rellen: ?A track pleading with the youth involved in the current UK riots to stop?.

http://youtu.be/KzNmrYrGs_8

Ook zijn er burgers die YouTube gebruiken om hun afschuw uit te spreken over de rellen. Bekijk bijvoorbeeld onderstaande video waarin een burgerjournalist aan de plunderaars vraagt of ze trots zijn op zichzelf?

Burgeropsporing na de rellen

Afgelopen donderdag een interessant artikel van Eva de Valk in de NRC. Hieronder een weergave van het artikel aangevuld met achtergrondinformatie.

Burgers ontdekken de mogelijkheden van internet als digitale schandpaal, blijkt bij de rellen in Groot-Brittanni?. Op straat weren burgers zich tegen relschoppers met honkbalknuppels, op internet plaatsen ze foto’s van plunderaars met het verzoek extra informatie te sturen. Maandag zijn twee van zulke ‘name-and-shame’- sites opgericht: ‘Catch a Looter’ en ‘Identify the London Rioters’. ,,Ik wil laten zien dat gewone mensen dit gedrag niet accepteren en actie ondernemen”, zegt de oprichter van ‘Catch a Looter’.

Ook de Britse politie heeft?beveiligingsbeelden?van vermeende Londense relschoppers prijsgegeven op internet. Opvallend niet genoeg alleen op hun eigen website, maar ook via Flickr (Metropolitan Police?Flickr account), een site waar particulieren foto’s kunnen delen. De boodschap: weet je wie deze mensen zijn, neem contact op met het onderzoeksteam.?En ondertussen werd er ook een?Google Group?aangemaakt, ?London Riots Facial Recognition? waarbij men hoopt via gezichtsherkenningstechnologie mogelijke daders te kunnen laten vervolgen.

In Groot-Brittanni? wordt traditioneel niet moeilijk gedaan over de privacy van verdachten. Het land heeft de meeste beveiligingscamera’s ter wereld en anders dan in Nederland plaatsen kranten zonder pardon foto’s van verdachten. Vandaag plaatst The Times foto’s van vermeende relschoppers op acht pagina’s.?Foto’s van verdachten op internet leiden tot nieuwe dilemma’s. Waar bij de foto’s van de politie kan worden aangenomen dat ze alleen foto’s plaatsen van mensen waarbij een redelijk vermoeden van schuld is, is dat bij particuliere sites minder vanzelfsprekend. Hoe weten we dat de mensen die we zien daadwerkelijk betrokken waren?

‘Identify the London Rioters’ bestaat uit een lange reeks foto’s van jongens en meisjes die met tassen vol kleding, computers en plasmatv’s door Londen sjouwen. Bij elke foto kan de bezoeker aanklikken of hij de afgebeelde persoon kent en zo ja, extra informatie doorgeven. Ook kunnen nieuwe foto’s worden geplaatst. Het is niet duidelijk wie er achter de site zit en wat het beleid is ten aanzien van de geplaatste afbeeldingen. Een verzoek om extra informatie te verschaffen blijft onbeantwoord.

De oprichter van Catch a Looter is wel bereid om de pers te woord te staan. Om veiligheidsredenen wil hij anoniem blijven, en hij beantwoordt vragen uitsluitend via e-mail.?Hij kwam op het idee voor de site toen iemand op Twitter voorstelde om de relschoppers terecht te stellen via internet, schrijft hij. ,,We waren het erover eens dat de plunderaars niet handelden uit sociaal-economische motieven, maar dat ze wilden profiteren door gestolen goederen te verkopen, of simpelweg een nieuwe tv wilden. Het kostte een uurtje om de site te ontwerpen en een paar foto’s te plaatsen. Vanaf dat moment ging het vanzelf.”

Aanvankelijk plaatste hij foto’s die al op internet stonden. Nadat nieuwssites over zijn initiatief schreven en #CatchaLooter trending topic werd op Twitter, werden nieuwe foto’s direct naar hem opgestuurd.?Veel van het materiaal besloot hij niet te publiceren. ,,Sommigen stuurden Facebookfoto’s op van anderen of foto’s waarop niet duidelijk was wat er te zien was. Ik heb geprobeerd alleen foto’s te plaatsen waarbij overduidelijk sprake was van plunderen. Ik wil mensen niet vals beschuldigen.”?Al snel groeide het werk hem boven het hoofd. ,,Ik heb een baan en een gezin”, schrijft hij. Sinds gisterochtend, ??n dag na de oprichting van de site, accepteert hij daarom geen nieuwe foto’s meer en verwijst hij mensen met tips en foto’s door naar de site van de politie.?De al geplaatste foto’s blijven staan. Wel plaatste hij een waarschuwing op zijn site: ‘Het moge duidelijk zijn dat het verschijnen in een foto niet betekent dat iemand schuldig is. Het dragen van een bivakmuts of het vervoeren van spullen is niet illegaal.’

De dinsdag opgerichte Google discussiegroep ‘London Riots Facial Recognition’ gaat verder dan het vragen om tips: zij willen beveiligingsbeelden en foto’s van de rellen analyseren met gezichtsherkenningstechnieken. Dat is nu nog niet mogelijk, maar in de nabije toekomst misschien wel. ,,We zijn een groep computerprogrammeurs die technologie willen inzetten om te helpen”, schrijft de beheerder van de groep per e-mail.?De groep gebruikt alleen beelden die zijn vrijgegeven door de politie, en willen niet dat hun techniek wordt gebruikt om mensen direct te beschuldigen.?Maar in eerste instantie gaat het om de technische uitdaging, schrijft de beheerder. ,,Ons doel is om te experimenteren met technologie, we willen niet in sociale en ethische discussies verzeild raken. We zullen onze Google-groep binnenkort sluiten om ons buiten de schijnwerpers op het technische handwerk te concentreren.”?’Ik wil mensen niet vals beschuldigen’ – oprichter website Catch a Looter.

Hulp van buiten: Bill Bratton?

Het besluit van premier Cameron om de Amerikaanse oud-politiecommissaris Bratton als adviseur straatgeweld aan te stellen, is bij de Britse politie?niet lekker gevallen.?Bill Bratton, oud-politiechef van New York, Boston en Los Angeles, gaat de Britse regering helpen bij het bestrijden van ongeregeldheden en het in kaart brengen van bendes.?Politiechef Hanson van Manchester is boos over de benoeming van iemand ?die 5000 mijl verderop woont?. Hij zei dat in zijn korps met woede, teleurstelling en ongeloof is gereageerd.?Volgens Hanson heeft de Britse politie het bij de onlusten uitstekend gedaan. ?Het enige wat we nodig hebben is meer geld, en geen bezuiniging van 20 procent. Lees meer over Bill Bratton in ons artikel over hem.

Bronnen:?

Baker 2011: Baker, Stephanie Alice, ?The Mediated Crowd: New Social Media an New Forms of?Rioting?, Sociological Research online, 30 november 2011.

Ball, & Brown 2011: Ball, J. & Brown, S, ?Why BlackBerry Messenger was rioters’ communication?method of choice?, Guardian.co.uk, 7 December 2011.

Duivestein en Bloem 2012: Duivestein, S. en Bloem, J., ?De zwarte kant van sociale media?2012. Alarmbellen, analyse en de way-out?, Frankwatching, 2012.

Sander Duivestein,?Inzet sociale media bij bestrijding rellen in Londen, Frankwatching, 2011

 

Pukkelpop storm 2011

pukkelpop2011

De editie van?2011?startte op?18 augustus?met hoge temperaturen en veel zon, maar dit weer sloeg in de avond om.

Vanaf zes uur ’s avonds werd het festivalterrein geteisterd door?noodweer, waarbij meerdere doden vielen en rond 140 gewonden.

pukkelpop2

Over het aantal doden bestond in eerste instantie onduidelijkheid, er was sprake van drie en later van vijf doden, maar uiteindelijk werd dat aantal bijgesteld naar vier. Onder de gewonden waren zes Nederlanders.?Na deze gebeurtenis heeft de organisatie besloten het festival voor de rest van het weekend stop te zetten.?Een van de gewonden overleed bijna een week na het drama in het ziekenhuis waarmee het totaal aantal doden op vijf kwam.?Het was een tijd onduidelijk of er een volgende editie kwam, maar op 13 november 2011 is het bekendgemaakt dat het festival zal blijven doorgaan. Lees een uitgebreidere reconstructie van Humo.

Bronnen: NRC, Wikipedia, BNR, De Standaard

Bekijk hieronder de tijdslijn van gebeurtenissen zoals die vanuit het social media domein werden gerapporteerd en lees de stukken met onze social media analyses van Pukkelpop.

[slideshare id=65151374&doc=hetdramatijdenspukkelpop2011-uitdenieuwepolitievanstevendesmet-160819070111&type=d]

Brand Moerdijk en social media (2011)

moerdijk01

Op 5 januari 2011 leidde een zeer grote brand bij een chemisch bedrijf in Moerdijk tot een grootschalige inzet van allerlei crisisbestrijders. De brand trok meteen de aandacht van een groot publiek vanwege de enorme rookontwikkeling. De wind zorgde ervoor dat de gevolgen van deze brand zich niet tot de feitelijke locatie beperkte. De co?rdinatie tussen de bestuurlijke en technisch leidinggevenden vereiste daarom regionale afstemming en dus werd het een GRIP4-crisis. De sirenes werden ingeschakeld om inwoners het basis-alarmsignaal te geven: ?ga naar binnen, houd ramen en deuren gesloten, schakel ventilatie uit en luister naar de regionale zender?. Tijdens de ontwikkeling van deze grote brand bleek dat de overheid er daarmee nog niet is. De sirenes geven slechts een eerste waarschuwing af: er is iets ernstigs aan de hand. Meteen daarna vragen de inwoners zich af wat er dan aan de hand is. Meer informatie is wenselijk of zelfs noodzakelijk.

Minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie vindt dat de chemiebrand in Moerdijk een ramp kan worden genoemd, en zei maar weinig branden te kennen met zo?n impact. Op zich had de brand qua directe slachtoffers geen enorme impact, er zijn zelfs geen gewonden gevallen, maar? het aantal mensen dat te maken had met de ramp en betrokken was (alleen al via de media) was enorm.

Twee reconstructies:

Knelpunten en dilemma?s in crisiscommunicatie bij Moerdijk:

Bij de brand in het bedrijf Chemie Pack in Moerdijk ging er van alles mis, niet in de laatste plaats bij de informatievoorziening door de overheid. Er zat discrepantie in de moderne veiligheidsnormen versus de ?historische omgeving.

Knelpunt bij het vormgeven van Externe Veiligheid (EV) – beleid is dat je de historie van een stad niet kunt? uitvlakken.”We ervaren de oude stadsdelen veelal als gezellig enleuk, terwijl je juist hier met de huidige normen vanuit veiligheidsoverwegingen nooit zo zou mogen bouwen. Neem mijn? gemeente. Dordrecht heeft te maken met een groot aantal treinen met gevaarlijke stoffen die door dicht bevolkt gebied rijden. Daarnaast is er langs onze historische binnenstad een snelweg over het water met schepen volgeladen met gevaarlijke stoffen. Dit vraagt om een speciale benadering, want je wil zowel de stad als zijn inwoners bescherming bieden. En je wilt de stad toch ook perspectief op ontwikkeling bieden, maar tegelijkertijd een voldoende niveau van veiligheid kunnen handhaven.” Met deze patstelling moet een bestuurder dus zien te handelen.

Risiconiveau is moeilijk te bepalen, niet hard en context afhankelijk

Vanuit de specialisten klinkt meermalen de vraag wat een acceptabel veiligheidsniveau is. Is ??n trein met gevaarlijke stoffen die in de nacht door de stad rijdt al te veel? “Voor mij als wethouder is dat geen reden om een project af te wijzen”, aldus Bas Wienbelt. “E?n trein is geen belemmering.” Maar hoeveel dan wel? Al gauw blijkt dat het geen uitgemaakte zaak is wanneer we iets niet meer acceptabel vinden. Er is niet een maat.wordt. Gaandeweg een project gaat het economisch aspect steeds zwaarder wegen. Gevolg is dat hogere risico’s, ook door de samenleving, acceptabel worden gevonden. Neem een bestaand gebouw dat wordt gerenoveerd. Binnen het College van B&W kan op basis van dezelfde risicoanalyse een nieuw gebouw worden afgewezen en het te renoveren gebouw groen licht krijgen Kortom, er is eenvoudigweg niet ??n maat voor externe veiligheid: een bestuurder moet ook andere aspecten meenemen in de besluitvorming en is daarom voorzichtig met het formuleren van harde grenzen. Er zijn maatstaven voor dodelijke slachtoffers, namelijk het plaatsgebonden risico (hard) en het groepsrisico (zacht), maar nog niet voor gewonden die gered moeten worden door de hulpverleningsdiensten. Hoeveel gewonden mogen er vallen en wat mag de ernst zijn, ook op de lange termijn (denk aan chronische ziekte)?

Welke maatregelen zijn noodzakelijk, en wat is het effect daarvan?

Daarnaast is niet duidelijk wanneer welke maatregelen absoluut noodzakelijk zijn. Hetzelfde geldt voor aanvullend te treffen maatregelen, laat staan wat het effect daarvan is op de reductie van dodelijke slachtoffers en gewonden

Vrijblijvend of dwingend advies van de brandweer?

Een bestuurder zou een advies van de brandweer niet moeten kunnen negeren.”Als er een negatief advies ligt, dan moet het plan veranderd.” Zijn uitspraak leidde onder de specialisten tot veel discussie: een brandweer kan niet negatief adviseren, was de stelling vanuit de brandweerhoek. De praktijk blijkt echter anders te werken. Een brandweeradvies heeft een belangrijke invloed op de besluitvorming en kan niet als ??n van de vele aspecten worden meegewogen: het is een go-or-no-go. Een bestuurder moet dus kunnen uitgaan een gefundeerd brandweeradvies om fiat aan een bedrijfsontwikkeling of andere plannen te kunnen geven.

Voorbereiding, open dialoog en cocreatie

Belangrijk is dat een bestuurder in een vroeg stadium duidelijkheid wordt verschaft. Hans Spigt: “Maak het proces inzichtelijk en vraag betrokken partijen naar verwachtingen en wensen. Geef inzicht in de feiten, in mogelijke alternatieve locaties, in mogelijke maatregelen, in de consequenties van bepaalde keuzes en dit alles nog zonder oordeel. Leg dat voor aan bestuurders. Het is ook belangrijk is dat een EV-visie wordt vastgesteld door het gehele college?.

Meer betrokkenheid van Gemeente vanaf het begin

Wellicht kunnen gemeenten kunnen ook meer grip op dit dossier krijgen door aan risicobedrijven alleen grond in erfpacht uit te geven. Zo houdt de gemeente meer slagkracht om ontwikkelingen? aan te sturen.

Nieuwe media en nieuw gedrag van burgers

Dick Ahles: ? Het kan aan mij liggen maar de bedenkers van scenario’s lijken weinig gevoel te hebben over hoe consumenten anno 2011 bij dreigingen gaan reageren met een smart-phone op zak, een iPad op de salon-tafel, een laptop met een open verbinding met internet en een TV in de hoek aan. We wisten bij andere rampen al dat het (mobile) telefoonnet overbelast raakt, en wat zeker is, is dat met de komst van mobiele telefoons, SMS, Twitter en breedband Internet alle oude senario’s over het consumentengedrag de prullebak in kunnen.

www.crisis.nl onbereikbaar tijdens Moerdijk

Nieuw is dat door de snelheid van berichten via sociale media er heel snel heel veel mensen gealarmeerd zijn. Ook zij willen graag weten wat er aan de hand is, maar in veel gevallen is dat puur uit nieuwsgierigheid (nice to know informatie). Het probleem is dat er in dat geval een stormloop op de online informatie ontstaat. Zodra de plaats of de regio bekend is, weet iedereen heel snel de website van de gemeente of van de regionale zender te vinden. Met als gevolg: te weinig server-capaciteit om die vraag aan te kunnen. De sites kunnen het niet aan. Voor normale gemeentelijke websites is dat begrijpelijk. Daarom is er de speciale site crisis.nl om een extreme vraag op te vangen. Deze website is ontwikkeld in opdracht van het Nationaal CrisisCentrum (NCC) en wordt alleen ingezet bij crisissituaties. De afzender van de website verschilt per crisis. De afzender is te herkennen aan het logo op de homepage. Maar ook daar bleek op 5 januari de vraag groter dan de technische mogelijkheden. De website van de gemeente Moerdijk en Crisis.nl konden het niet aan. Uit nader onderzoek is wel gebleken dat bij de laatste de techniek niet functioneerde, maar toch? En ook RTV Rijnmond moest zich beperken tot ??n enkele pagina met de belangrijkste informatie. Omroep Brabant redde het wel, maar de informatie die men van de overheid kreeg was in de ogen van de hoofdredacteur erg weinig om aan de rol van rampenzender goed invulling te kunnen geven: d.w.z. passend bij de informatiebehoefte.

Twitter lawine onder burgers (#Moerdijk)

Bijna vijf dagen na de brand hebben we nog steeds een twitter lawine over #Moerdijk. Tijdens, maar ook daarna gaat de?meme “grote vuurbal jonguh” ?’als een lopend vuurtje’ rond:

En toch weten de rampen-co?rdinatoren, burgemeesters en ministers niet hoe adequaat te reageren op alle berichtgeving op Twitter, terwijl wat men moet doen en welke informatie moet worden (vrij)gegeven gewoon is af te lezen van de twitter feeds. En het probleem in het internet-tijdperk is niet alleen: op welke manier bereik ik het publiek het meest effectief, maar vooral ook dat men niet kan doorgaan op ouderwetse wijze ALLE bij hen beschikbare informatie eerst te bespreken, te beoordelen, te filteren, en te voorzien van betuttelende prietpraat en dan via klassieke persconferenties voor journalisten aan de burgers te vertellen dat ze zich niet ongerust hoeven te maken. Het is vooral het volstrekte gebrek aan openheid die zo dodelijk is voor de geloofwaardigheid van de overheid in dit soort gevallen. Zij kunnen en willen in dit soort situaties de bevolking kennelijk alleen op de toon van onwetenden toespreken.

Het ging zo snel dat meestal de individuele tweets niet meer waren te lezen. Opvallend was het dat alle (mis)informatie, inclusief foto’s en videofilmpjes, feitelijk via Twitter liep en niet via de omroepen en de speciaal voor deze situaties in het leven geroepen website. Die Twitter stroom ontgaat kennelijk de verantwoordelijke rampenbestrijders: er was uren geen enkele offici?le reactie op het internet.

Traditionele media gebruikt Twitter als bron bij gebrek aan beter

Opvallend was dat de traditionele media Twitter in eerste instantie gebruikte als hun primaire bron over het melden van acties (sirenes die zouden afgaan, ramen sluiten, radio luisteren) en informatie over wat er aan het branden was (giftig en irriterende stoffen), hoe giftig zijn de rookwolken? Is de brand onder controle of breidt het uit? Hoe ver gaat de (giftige?) wolk over de Randstad? Van de overheid geen informatie, geen mededelingen, geen ontkenning, domweg NIETS. De commerciele zender RTL Nieuws was zelfs eerder was dan de NOS.

Informatie over situatie en van overheid komt via burgers op het net

Met name Twitter overstelpte iedereen met berichtgeving vanuit de ‘bedreigde’ gebieden (met name Dordrecht): sirenes, mededelingen dat we naar omroep Brabant, later ook Rijnmond moesten luisteren, dat het een ramp met de hoogste fase (vier) was geworden, Wie waren die mensen in dat landelijke co?rdinatie centrum, wat doen ze, hoe beoordelen ze de situatie, wat zijn ze aan het voorbereiden. Toen eindelijk -een dag later- er een persconferentie werd gegeven (let wel heel klassiek, feitelijk voor de elite van opgeleide journalisten die voor de gevestigde media werken, het idee dat gewone burgers misschien zelf hun vragen hebben komt nog niet bij ze op).

Bij gebrek aan informatie gaan ook klassieke media steeds meer hun eigen gang. Die roepen deskundigen naar de studio en vragen of die misschien weten wat er aan de hand is. Van Duin wijst op een voorval dat veel kwaad heeft gedaan: ?Tot overmaat van ramp was bij een persconferentie over de meetresultaten van het RIVM niet gesproken over de verhoging van lood in een bepaald gebied. Wat denk je dat de kijkers denken als een toxicoloog later op de dag op televisie gaat zeggen dat ergens verderop in het rapport die gegevens stonden??

Geen transparantie van overheid in communicatie

Minister van Veiligheid Ivo Opstelten (VVD) vindt dat ?totale transparantie? rond de brand in Moerdijk vereist is. ?De onderste steen moet boven? zei hij in het Kamerdebat over de?brand bij chemiebedrijf Chemie-Pack in Moerdijk. De Tweede Kamer was?bezorgd over de gezondheid van hulpverleners, werknemers en omwonenden na de brand bij Chemie-Pack. Opstelten liet weten dat hij alles doet om de ongerustheid onder de bevolking weg te nemen. Hij gaf toe dat daar tot nu toe fouten in zijn gemaakt.

Menno van Duin is lector aan de Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV) en de Politieacademie. Hij is het met Siepel eens dat bestuurders zo open mogelijk naar het publiek moeten zijn. ?Hoe lastig dat ook kan zijn. Aan de ene kant vertrouwen uitstralen en ook nog in alle eerlijkheid zeggen: ?Wij weten ook nog niet alles?.?

Van Duin vindt de vergelijking die wordt gemaakt tussen het optreden van burgemeester Van der Laan van Amsterdam in de zaak van het Hofnarretje en het gedrag van de autoriteiten bij de Moerdijk-ramp, niet opgaan. ?Van der Laan krijgt terecht veel lof. Er is meteen open en direct gecommuniceerd naar de ouders van de mogelijke slachtoffertjes van het misbruik. Dat is ook gedaan richting pers. Bij crises als Moerdijk, Enschede of Volendam, ligt het toch anders. De overheid is daar veel meer partij in en draagt een veel grotere verantwoordelijkheid dan bij het seksschandaal in Amsterdam.?

Spagaat

De overheid schiet in de bekende kramp. Misschien is ?spagaat? een beter beeld. Er wordt aan de offici?le media beperkte informatie gegeven, want men realiseert zich dat je daar later op afgerekend kan worden.?

Volgen van media moet veel intensiever

Net als Siepel vindt Van Duin dat er ook een andere les uit ?Moerdijk? getrokken kan worden. Het volgen van media moet veel intensiever. ?Daar is nog onvoldoende aandacht voor? weet hij, ?Het kan bijvoorbeeld gaan om het reageren op een uitzending van SBS. Die zender kwam met het – niet kloppende – bericht dat de evacuatie van Zwijndrecht was begonnen. Daar moet je meteen op anticiperen. Dat gaat ook op voor hardnekkige lariekoek die op internet wordt gespuid. Dat kan veel onterechte angst wegnemen.?

Geen aanwezigheid en reactie van overheden op nieuwe media

Wat we leren van die woensdagmiddag en avond is, dat de overheid best in staat is met kundige mensen rampen te bestrijden, maar dat de verantwoordelijke bestuurders geen tot weinig notie hebben van wat er buiten hun crisis-centrum zich afspeelt. Men denkt kennelijk dat de betrokken burgers rustig met hun ramen dicht rond de radio, luisterend naar Omroep Brabant, geduldig zal wachten op offici?le mededelingen.Zo kopte de Trouw op 12 januari 2011: ?Overheid zweeg op Twitter?

Suggestie (crisiswerkplaats): Juist voor korte tussentijdse berichten is dat een zeer geschikt communicatiekanaal, waarmee snel veel mensen bereikt kunnen worden. Geef daar korte informatie en verwijs vooral niet met een link door naar de eigen site. En geef ook een signaal als er nog geen nieuws te melden is (procesinformatie: ?als je niks weet, zeg dan gewoon dat je niks weet?). Een goed voorbeeld van hoe een gemeente op Twitter actief wordt is volgens Dutchcowboys de gemeente Zwijndrecht http://www.dutchcowboys.nl/socialmedia/21385

Informatie vestrekking was te langzaam en via vele schijven

Als het RIVM de lucht vervuiling meet, kunnen die gegevens misschien vrij snel on-line staan. Waarom moeten burgers daar op wachten, waarom moeten redacties met de wet openbaarheid schermen in plaats van zelf met die gegevens komen.

Burgers en experts zijn het oneens met besluitvorming of verbazen zich erover

Over de openbaarheid van de gevaarlijke stoffen: ? …het openbaar ministerie is ogenblikkelijk een strafrechtelijk onderzoek begonnen naar de oorzaak van de brand. De lijst met stoffen was daarbij een belangrijk document en is in beslag genomen door het OM. Dat is ook de reden waarom de lijst in eerste instantie niet is vrijgegeven buiten de kring van bij deze brand betrokken instanties.” Zou de opsteller van deze proza zich eigenlijk wel realiseren wat voor boodschap hij hiermee aan de burgers van dit land geeft: strafvervolging gaat voor voorlichting aan de burgers. Ook in het verslag ? wijsheid van de massa? – 10 dagen na Moerdijk? van crisiswerkplaats.nl somt een aantal verbazingen op:

Dat er tijdens een crisis fouten gemaakt kunnen worden zal niemand ontkennen, maar soms leek het erop dat de deskundigen beslissingen namen en berichten de wereld instuurden die geheel in strijd leken te zijn met de werkelijkheid die iedereen kon waarnemen. En die verbazing is in deze bundeling artikelen bijeen gebracht.

Imago schade

Wantrouwen

Al snel wordt vermoed dat de bestuurders eventuele fouten of vervelende resultaten van onderzoek af willen dekken. Op twitter werd bijvoorbeeld snel de naam van de burgemeester verhaspeld tot Deny (het Engelse ontkennen), met reacties als ?De burgemeester zegt: ga maar lekker slapen, jaja?

?Busje is symbool voor alles wat misging?

Opstelten betreurt het beeld dat ontstond toen hij samen met minister van Volksgezondheid Edith Schippers (VVD) maandag een bezoek bracht aan het gebied. Hierbij bleven zij ze in het busje zitten. Opstelten: ?De bedoelingen waren goed: we wilden onze betrokkenheid tonen, maar toen ik de beelden zag, was ik niet blij.?. Het busje staat symbool voor alles wat mis is gegaan bij de communicatie. Alle partijen hebben kritiek op Opstelten en Schippers, zelfs de eigen partijen.?

Ramp of niet?

Het publiek viel over het woord ?ramp? dat door Opstelten zelf werd gebruikt, want ?er was toch niets aan de hand??

Rampinflatie

Communicatiedeskundige Menno van Duin ziet de aandacht voor ?calamiteiten? groeien. De brand in Volendam was alleen al in de eerste maand dertien keer onderwerp van aandacht, waarvan zeven maal hoofdonderwerp.? Dat aantal is na een krappe 2 weken bij ?Moerdijk? nu al gehaald. Van Duin: ?Het begrip ramp werd in 1977 niet gebezigd. Er is, wat mij betreft sprake van ?rampinflatie?. Gebeurtenissen die vroeger weinig tot nauwelijks aandacht kregen, krijgen nu om uiteenlopende redenen veel meer aandacht en worden ook vaker en sneller als ramp betiteld.? De media zwepen elkaar op en daarmee neemt ook de druk op bestuurders toe. ?Zeker omdat internet en de sociale media een snel groeiende rol gaan spelen. Iedereen is een medium geworden.?

Twitter kan gevaarlijk zijn bij een ramp als Moerdijk

In het regionale dagblad?BN/DeStem stond van de week een bericht (met een Poll) over de uitspraak van Nico?van?Mourik?van?de?Veiligheidsregio?Midden- en?West-Brabant. Over Twitter zegt hij letterlijk: “140 tekens kunnen een boel kapot maken.” Dus: verbieden maar als onze overheids rampenbestrijders dat nodig vinden? Want BN/DeStem meldt verder “Ongefundeerde mededelingen van omwonenden of toeschouwers zouden de offici?le informatievoorziening tijdens een ramp kunnen verstoren. Van Mourik deed zijn uitspraken, die geen kritiek mochten heten, woensdagavond (16/3/2011 DA) tijdens een bijeenkomst in het stadhuis van Bergen op Zoom. Gemeenteraadsleden stelden hem daar vragen over de communicatie bij incidenten als de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk.” De krant meldt verder nog dat Van Mourik zelf actief is op?Twitter

Rapportage bevindingen vragenlijstonderzoek:?Hoe hoorde u van de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk?

Op woensdag 5 januari 2011 werden diverse communicatiemiddelen ingezet om de bevolking te alarmeren en informeren over de brand die was uitgebroken bij het bedrijf Chemie-Pack in Moerdijk. De waarschuwingen op 5 januari en de dag erna richtten zich op mogelijke directe gevaren als gevolg van inademing van de rook. Daarom werd advies afgegeven ramen en deuren te sluiten. Om dit advies kenbaar te maken zijn verschillende middelen ingezet, waaronder de sirene, geluidswagens, sms-alert, de rampenzender, radio, televisie en internet. Daarnaast informeren mensen elkaar en zijn er mensen die zelf de rook waarnemen en zo op de hoogte komen van de gebeurtenis.

Naar aanleiding van de brand heeft de TU Delft een vragenlijst opgesteld om inzicht te krijgen in de vraag: Via welke kanalen heeft de bevolking voor het eerst gehoord van de brand en is er verschil tussen alarmeren en informeren?

De 462 bruikbare reacties zijn ingedeeld op basis van de locatie waar de respondent zich bevond toen de brand ontstond. Deze locatie is bepalend voor het doel van de waarschuwing en informatie over de brand. De resultaten laten zien dat in het als eerst te alarmeren gebied respondenten hoorden van de brand via een andere persoon of organisatie, via een specifiek alarm of waarschuwingsmiddel of via visuele waarneming. De respondenten in dit gebied komen als eerste op hoogte van de brand. Ook in het tweede gebied waar het advies werd afgegeven, maar zonder inzet van alarm of waarschuwingsmiddelen, hoorden respondenten van de brand via andere personen/ organisatie of via informatiekanalen (radio, televisie, internet). Als laatste op de hoogte kwamen de mensen in het derde gebied waar alleen informatie behoefte was. In dit gebied is het advies om ramen en deuren gesloten te houden niet gecommuniceerd. Respondenten in dit gebied kwamen voornamelijk op de hoogte via informatiekanalen. Zij waren later op de hoogte dan de mensen die aanwezig waren in de beide andere gebieden.

Bronnen:?Binnenlands Bestuur, Verslag “Wijsheid van de massa – 10 dagen Moerdijk“, Crisiswerkplaats, Twitter als communicatiemiddel (COT rapport) en Dutchcowboys (1 en 2),?Hans Spigt (wethouder Dordrecht).