Tagarchief: Buurtonderzoek

Amper beleid bij forse groei buurtpreventie door burgers

Gemeenten stimuleren buurtpreventie, zonder te weten waarom. Terwijl het regelmatig tot problemen leidt, blijkt uit onderzoek.

Buurtpreventie blijft in Nederland groeien. Vooral het aantal buurtappgroepen is de afgelopen jaren fors gegroeid. Hoewel veel gemeenten de groei van buurtpreventie actief stimuleren, ontwikkelen ze nauwelijks beleid op dat gebied, terwijl in een op de vijf gemeenten de controlecultuur die met de buurtapps gepaard gaat tot problemen leidt.

Dat blijkt uit onderzoek van de aan de Erasmus Universiteit verbonden socioloog Vasco Lub, in opdracht van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, onder meer dan tweehonderd gemeenten.

Politie en bestuurders omarmen buurtpreventie als manier om burgers te betrekken bij het voorkomen en opsporen van criminaliteit. Dat kan via patrouilleteams die door de wijk lopen of via appgroepen, waarin buurtbewoners elkaar op de hoogte houden van verdachte situaties. Van de gemeenten stimuleert 65 procent buurtpreventie actief, bijvoorbeeld via informatieavonden, de eigen website of brieven aan inwoners.

In het merendeel van de gemeenten is er dan ook nauwelijks beleid over hoe om te gaan met de patrouilleteams en buurtappgroepen, constateert Lub. Van de 187 gemeenten die aangaven dat ze buurtpreventie hebben, hebben 109 er niets op papier over vastgelegd in officiële documenten zoals een collegeakkoord, veiligheidsplan of verordening. „En zelfs als er iets is vastgelegd, dan is dat minimaal”, zegt Lub. „Meestal wordt er alleen gemeld: we hebben het. Er staat vrijwel nooit in wat de reden is en welke strategie wordt gevolgd. Bijvoorbeeld: we kampen met overlast van een jeugdsoos of periodieke inbraak, en vragen daarom hulp van burgers. Of: we kunnen beperkter politie inzetten.”

Lub noemt dat een risico. „Als je geen prioriteiten of grenzen stelt, blijft vaag waarop het kan worden afgerekend.”

Rotonde afgezet

Ruim een vijfde van de gemeenten met buurtpreventie gaf in het onderzoek aan negatieve effecten van buurtpreventie te ondervinden. Door een overdaad aan meldingen worden ambtenaren en politiemensen overvraagd, en ook een doorgeslagen controlecultuur waarin burgers elkaar wantrouwen en eigenrichting zijn een probleem.

Bij het extreemste voorbeeld dat Lub van ambtenaren hoorde, hadden burgers na berichten in de appgroep een verdacht persoon staande gehouden en met tie-wraps vastgebonden. Elders zetten burgers na meldingen over een inbreker een rotonde af om een mogelijke verdachte te kunnen aanhouden.

Vaak zijn de negatieve effecten subtieler en zien ambtenaren dat de appgroepen voor een dreigende sfeer in de buurt zorgen. Maar, merkte Lub in zijn gesprekken: praten doen ze daarover liever niet. „Gemeenten zijn huiverig om het over de schaduwkanten te hebben. Ze hebben het nu eenmaal omarmd, actieve burgers zijn per definitie goed. Ik vermoed dat het werkelijke aantal plekken waar negatieve effecten zijn veel groter is.”

Appgroepen professionaliseren

Lub volgt de opkomst van buurtpreventie al langer: drie jaar geleden leidde hij een vergelijkbaar onderzoek en onlangs publiceerde hij voor het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap een rapport over de samenwerking tussen burgers en politie. Het verbaast hem hoe weinig aandacht er vanuit de overheid is voor het fenomeen. „Er wordt nergens bijgehouden hoe groot dit is, of wat werkt en wat niet. Er wordt overal ingezet op burgermoed en burgerkracht, maar een landelijke richtlijn is er niet.”

Een deel van de buurtpreventiegroepen is de afgelopen jaren geprofessionaliseerd. Ze nemen de vorm aan van een vereniging, heffen contributie en betalen daarvan particuliere beveiligers of camera’s. Verschillende gemeenten experimenteren ondertussen met preventieteams die in opdracht van de politie na een misdrijf buurtonderzoek doen.

Zorgelijk, vindt Lub, die in zijn aanbevelingen voor duidelijker beleid pleit. „Het wordt nu klakkeloos gestimuleerd. Men bekijkt het praktisch: burgers kunnen een handje helpen. Maar er is een reden waarom buurtonderzoeken altijd door de politie zijn gedaan: omdat die onpartijdig is en weet hoe je objectieve informatie kunt verzamelen die standhoudt in de rechtbank.”

Cursussen worden wel aangeboden, maar richten zich volgens Lub louter op praktische zaken, zoals hoe je omgaat met een agressief persoon. „Niet op vragen als: wanneer vind ik een situatie verdacht? Wat is etnisch profileren? Wat mag ik wel en niet?” Groei van apps is door de overheid niet tegen te houden, erkent Lub. „Maar je kunt wel proberen ze beter te reguleren. En als mensen voor burgerwacht gaan spelen moet je dat proberen te bestrijden.”

Lees het volledige rapport:

[slideshare id=143055413&doc=de-burger-kijkt-mee-jh09-190501074916&type=d]

Bronnen: NRC, NOS, Volkskrant, RTL Nieuws, Hart van Nederland

Lansingerlanders willen z?lf politieonderzoek gaan doen

De buurtapp waarmee mensen de veiligheid in hun directe omgeving in de gaten kunnen houden, is al redelijk ingeburgerd en succesvol. Maar twee mannen uit Lansingerland willen nog een stap verder gaan. Zij willen de buurtapp gebruiken om ?cht buurtonderzoek te gaan doen en criminaliteit op te lossen.

Karel Neelis en Edwin Verlaat denken dat er veel meer uit zo’n buurt-whatsappgroep gehaald kan worden. “Nu is het nog van ‘ik hoor wat’ in zo’n groep. Dit gaat om wat er daarna gebeurt”, legt Neelis uit. “Met dit specifieke buurtonderzoek kijken we naar sporen, vragen we of mensen eerder iets hebben gezien of vinden we spullen die betrekking hebben op bijvoorbeeld een inbraak.” En dat moet uiteindelijk leiden tot een oplossing of aanhouding.

Neelis geeft meteen toe dat dit werk is dat eigenlijk bij de politie zou moeten liggen. “Maar wij hebben de afgelopen jaren vastgesteld dat ze daar nauwelijks capaciteit voor hebben. Bij een roofoverval vindt er nog een buurtonderzoek plaats, maar bij inbraken doen ze dat niet.”

Volgens Neelis kunnen mensen via Facebook of een appgroep makkelijk informatie delen. Die informatie wordt dan door deze groep gebundeld en dan met de politie gedeeld. Zelf ingrijpen is uit den boze. “Het gaat niet om mensen zwart te maken. De daadwerkelijke vervolging ligt nog steeds bij de politie en justitie.”

Om het werk wat makkelijker te maken komt er binnenkort een speciale politieapplicatie die alle informatie aan de politie meteen in een dossier plaatst. “De politie is dan ook erg positief over dit project”, beweert Edwin Verlaat. “En in sommige gevallen wordt er ook echt meteen opgetreden. Dat is fijn. Samen kunnen we het hier veel veiliger maken.”

Als het project een succes wordt, dan willen de heren het project ook uitbreiden naar de rest van het land. Dan moeten er wel landelijk afspraken gemaakt worden met de politie en de overheid, zo zeggen ze.

Neelis en Vervaat gaan op korte termijn met de politie om de tafel zitten over het initiatief.

Bron: Rijnmond.nl

Sherlock – DIY opsporingsplatform voor burgers

Daar sta je dan. Net terug van een feestje, lijkt er thuis ingebroken te zijn. De sporen van een inbraakpoging zijn duidelijk te zien. De adrenaline giert door je lijf. Die inbreker ga je opsporen! Maar hoe pak je dat aan? Met de Sherlock-app voor burgeropsporing, ontwikkeld door TNO en de politie.

Via de Sherlock-app openen slachtoffers van bijvoorbeeld vernieling, cyberpesten, een poging tot woninginbraak of diefstal hun eigen opsporingsdossier. Daarin leggen ze ? afhankelijk van het misdrijf ? de locatie, zichtbare sporen, mogelijk motief, getuigenverklaringen en gestolen goederen vast. Een andere mogelijkheid is het samenstellen van een compositiefoto van een verdachte. Veel mensen vinden het moeilijk om de juiste ogen, oren of neus op een gezicht te plakken. Daarom bevat de app een trainingsspel, waarmee gezichten van bekende personen ?bij elkaar geklikt? moeten worden. Is het dossier compleet? Dan deelt de gebruiker eenvoudig via diverse socialmediakanalen of e-mail een opsporingsbericht, en stuurt hij het complete dossier naar de politie zodat zij actie kan ondernemen. Vervolgens wisselen de gebruiker en politie updates uit via de app.

Zelf buurtonderzoek doen

?De app maakt het mogelijk om gebruik te maken van ?the wisdom of the crowd??, vertelt Arnout de Vries, onderzoeker bij TNO. ?De politie schakelt burgers nu nog vrij traditioneel in, bijvoorbeeld via Opsporing Verzocht. Maar burgers hebben niet alleen ogen en oren waarmee ze kunnen waarnemen, ze hebben ook hersenen met kennis en denkkracht, en handen en benen om iets te doen. Dat mobiliseren we via de app. Een buurtonderzoek kost bijvoorbeeld veel tijd en mankracht. Wat is er handiger dan dat ik na een inbraak zelf bij mijn buren langsga voor een verklaring? Ik weet wanneer ze thuis zijn en dankzij de app weet ik ook wat ik moet vragen. De politie hoeft niet meer alles zelf te doen. Zij kan haar schaarse capaciteit voortaan zo effectief mogelijk inzetten, waardoor er hopelijk meer zaken worden opgelost.?

?Een buurtonderzoek kost veel tijd en mankracht. Wat is er handiger dan dat ik na een inbraak zelf bij mijn buren langsga voor een verklaring??

Risico’s van zelf daders opsporen

Als burgers zelf daders gaan opsporen, brengt dat risico?s met zich mee. Hoogoplopende emoties kunnen bijvoorbeeld leiden tot eigenhandig optreden. De Vries is zich daarvan bewust, maar stelt dat dit ook zonder de app al het geval is: ?Je kunt burgers niet zomaar tegenhouden. Ze starten nu al hun eigen onderzoek via Facebook, omdat ze merken dat de politie aan lang niet alle zaken prioriteit geeft of te kampen heeft met capaciteitsgebrek.?

Burgeropsporing

Burgeropsporing is nu nog relatief klein, maar het is wel een trend die steeds belangrijker wordt. Daar moet je wat mee.? Daarom helpt de Sherlock-app niet alleen bij de opsporing, maar geeft het burgers ook informatie over preventie en over wat volgens de wet wel en niet mag. Daarnaast maakt de app inzichtelijk wat de consequenties zijn van sommige handelingen, zoals het online delen van namen en foto?s van verdachten en slachtoffers.

?Het kost tijd om een meer open houding te realiseren richting goedwillende burgers, en politieprocessen te veranderen?

Programma ‘herijking opsporing’

Op dit moment is de Sherlock-app nog een prototype en niet daadwerkelijk in gebruik. TNO hoopt deze innovatieve app verder te ontwikkelen, in het kader van het programma ?Herijking opsporing? van de politie. Burgerparticipatie krijgt binnen dit vernieuwingsprogramma de nodige aandacht, omdat het besef binnen de politie doordringt dat een ?chte revolutie nodig is: een actieve rol van, en samenwerking met burgers. De Sherlock-app is daarvoor een goed middel.

Cultuurverandering noodzakelijk

De Vries is realistisch genoeg om te weten dat hiervoor een cultuurverandering nodig is. ?Binnen de politie wordt niet voor niets gesproken over blauw ? de agenten op straat ? en grijs ? de recherche. De opsporingstak van de politie heeft dagelijks te maken met misdrijven en vertrouwt niet zomaar burgerspeurneuzen die zelf hun zaak willen oplossen. Het kost tijd om een meer open houding te realiseren richting goedwillende burgers, en politieprocessen te veranderen.?

?Burgeropsporing is nu nog relatief klein, maar het is wel een trend die steeds belangrijker wordt. Daar moet je wat mee?

Samenwerken met de politie

Daarnaast is een verandering in mindset nodig. Nu wordt burgerparticipatie vaak nog gezien als een laatste redmiddel om een zaak op te lossen. Ook zijn politieprofessionals bang dat burgers een zaak schaden, waardoor een dader niet berecht kan worden. ?Uit de onderzoeken die ik doe, blijkt dat de meeste burgers van goede wil zijn en bereid zijn om samen te werken met de politie. Daarom gaan TNO en de politie na een testfase het in gebruik nemen van de app verkennen. Zo gaan we op bezoek bij slachtoffers van een inbraak en maken we samen met hen een opsporingsdossier. Politie en burgers kunnen de samenwerking op die manier aan den lijve ervaren, waardoor meer respect en vertrouwen in elkaar kan ontstaan. De moderne Sherlock met app heeft de toekomst.?

Bronnen: TNO Time

Burgers die zelf jagen op boeven

Vrouw spoort aanrander op

Een vrouw van 28 uit Hoorn zocht zelf de man op die haar had aangerand. Hij had haar telefoon gestolen, maar bleef die wel gebruiken. Via een app wist ze ‘m op te sporen. Een typisch geval van burgeropsporing en het komt steeds vaker voor. Maar is het wenselijk?

Het is niet alleen van deze tijd dat burgers een rol spelen bij het opsporen van verdachten. Methoden die al jaren gebruikt worden door de politie zijn bijvoorbeeld getuigenverhoren en buurtonderzoeken. Maar de laatste tientallen jaren zijn er andere methoden bij gekomen. Met de opkomst van de digitale wereld kunnen burgers gemakkelijker en sneller bijdragen aan een politieonderzoek.

“De komst van internet heeft ervoor gezorgd dat burgers zelf bij informatie kunnen”, vertelt Arnout de Vries van onderzoeksbureau TNO. “Denk bijvoorbeeld aan sociale media. Daar kan je veel informatie vinden over mogelijke daders die iets met jouw zaak te maken hebben.”

Dat komt niet alleen doordat er meer informatie wordt verspreid, maar ook door de mogelijkheid meer middelen te gebruiken. “Er zijn apps die je kan downloaden waarmee je veel gemakkelijker dichter bij de dader komt”, gaat De Vries verder. “Een mobiele applicatie waarmee je de locatie van jouw mobiel kan traceren bijvoorbeeld. En zo’n app bestaat inmiddels ook al voor bepaalde auto’s.”

Dat is niet helemaal zonder gevaren. “Burgers maken zichzelf heel wat wijs. Het zijn gewoon amateur-speurders, maar ze zien zichzelf als een professioneel rechercheur.”

De 28-jarige vrouw uit Hoorn maakte gebruik van zo’n app en kwam op die manier de man die haar aanrandde op het spoor. De telefoon van de vrouw was na de aanranding door de dader meegenomen en werd ook door hem gebruikt. Hij had niet door dat hij daardoor in beeld zou kunnen komen.

Vandaag stond de Somalische man voor de rechter. Mohammed M. wordt verdacht van poging tot verkrachting en diefstal. Het OM eist 32 maanden cel tegen hem.

Zelf voor rechercheur spelen kan ertoe leiden dat burgers overgaan tot eigenrichting. “Als je eenmaal weet hoe een zaak in elkaar steekt, is het heel verleidelijk om voor eigen rechter te gaan spelen”, vertelt De Vries. Ook kan het zijn dat burgers juist het onderzoek van de politie in de weg zitten en sporen vernielen.

Andere risico’s zijn dat burgers inbreuk maken op de privacy van anderen. “Dat zie je bijvoorbeeld als mensen via sociale media een andere identiteit aannemen, om via groepen te proberen meer informatie over iemand te krijgen.” Soms gaat het zelfs z? ver dat burgers overgaan tot hacken. “En dan ben je gewoon illegaal bezig, dan overtreed je de wet.”

Heeft politie goed gehandeld? Slachtoffer speurde zelf verdachte op. Luister vanaf 7 min het interview op Radio 1, of bekijk hieronder op de uitzending in het 8 uur journaal van de NOS:

Wraakvader spoorde eigenhandig de internetoplichter van zijn dochter op

De risico’s van burgerparticipatie zie je bijvoorbeeld in het geval van ‘wraakvader’ Mario H. Zijn dochter krijgt begin dit jaar een bos rozen en chocolade van haar zogenaamde 17-jarige vriendje. H. vertrouwt de zaak niet en komt er via de bloemenwinkel achter dat de bloemen zijn gekocht door een oudere man.

Vader Mario H. waarschuwt de politie meerdere keren. Een tijd later krijgt hij een tip van een anonieme beller die zegt dat hij de auto van de man in een straat in Eindhoven heeft zien staan. H. gaat zelf op onderzoek uit en belt weer met de politie. “Als jullie hier niet binnen 5 minuten zijn, dan los ik het zelf op”, zegt hij.

Nog voor het arrestatieteam kan ingrijpen treft de politie de man aan met hoofdletsel, snijwonden en een dubbele armbreuk. H. bekent en wordt veroordeeld tot 10 maanden onvoorwaardelijke celstraf voor zware mishandeling. De rechtszaak tegen zijn slachtoffer gaat later dit jaar van start. Vandaag werd bekend dat het slachtoffer van de wraakvader online contact had met meerdere meisjes.

“Maar er zijn ook succesverhalen”, vertelt De Vries. “Twee meisjes in Haarlem werden in elkaar geslagen door een aantal jongens. Ze hebben aangifte gedaan bij de politie. Eenmaal thuis besloten ze niet op hun handen te gaan zitten, kropen achter de computer en vonden de jongens binnen een paar uur via Facebook.”

Dankzij hun initiatief kon de politie de twee daders direct oppakken. Na een bekentenis moest een rechter besluiten over hun straf.” De advocaat van de jongens vond het belachelijk. Hij zei dat er sprake was van amateurspeurwerk. “De rechter sprak dat tegen en zei: welkom in de 21ste eeuw.”

‘Kopschoppers’ krijgen lagere straf

Een groep jongeren mishandelde begin 2013 een man van 22 in Eindhoven. Beelden van de mishandeling gingen het internet over en er werd gezocht naar deze ‘kopschoppers’. De rechtbank vond dat de verdachten door het vertonen van de beelden in hun privacy zijn geschonden, Daarom kregen ze een lagere straf opgelegd.

Volgens De Vries is burgerparticipatie bij opsporingen niet te stoppen. “De vraag is dus hoe de politie dit in goede banen kan leiden.” Dat kan alleen als de politie meer kansen omarmt, vindt De Vries. “Ze moeten burgers faciliteren, informeren en tools en tips geven.” Maar de politie vindt het nog lastig daar mee om te gaan.

Dat begint volgens De Vries al bij het stellen van de goede vraag. “Aan het einde van een zaak vraagt de politie vaak aan burgers: heeft u nog wat gezien? Terwijl de vraag eigenlijk zou moeten zijn: heeft u nog idee?n?”

De politie houdt volgens De Vries de opsporing het liefst dicht bij zichzelf. “Maar ze moeten inzien dat iedereen expert is. Je kan expert zijn in je eigen wijk, in je eigen straat. En als je het zo bekijkt hebben we eigenlijk 16 miljoen experts in Nederland die met hun eigen idee?n kunnen bijdragen aan het oplossen van een opsporingszaak.”

En wat vindt de politie er zelf van?

De politie zelf zegt de burger juist w?l in te zetten, waar dat mogelijk is. “Er liggen heel veel kansen om de kracht, de kennis en de intelligentie van de burger te gebruiken om zaken op te lossen”, zegt Frank Smilda van de politie. “Wij zijn met 65.000 politiemensen en daarmee kunnen we nooit alle misdrijven oplossen. Maar we kunnen wel samen met die burger en het gebruik van sociale media, in combinatie met een smartphone, intelligenter en slimmer opsporen.”

Volgens Smilda is het daarin wel heel belangrijk dat voorkomen wordt dat mensen voor eigen rechter gaan spelen. “Het is zeer gevaarlijk als ze zomaar foto’s van burgers online zetten en zich afvragen of dat de mogelijke dader is. Het is heel belangrijk dat daar een stuk duiding bij komt en dat je als overheid ook aangeeft hoe de spelregels zijn.” Want fouten in een onderzoek, kunnen zomaar tot vrijspraak leiden.”

De politie beweegt mee met de ontwikkelingen in de samenleving, ook op technologisch vlak. En om de juiste burger bij de juiste zaak de betrekken, worden bijvoorbeeld websites of Facebook-advertising ingezet. “Dan vragen we mensen mee te denken in hypotheses en scenario’s om mee te rechercheren.”

Digitaal buurtonderzoek

Vanaf 1 december 2016 gaat de politie in Amsterdam starten met een proef digitaal buurtonderzoek, zodat burgers nog beter kunnen helpen bij het oplossen van misdrijven. Heel simpel, via de Politie app en de website www.politie.nl.?De politie hoeft na een inbraak niet meer alleen langs alle deuren voor een buurtonderzoek.

buurtonderzoek1

Hoe werkt het?

Bij een buurtonderzoek gaan agenten langs de deur, in de hoop mensen te spreken die iets vreemds of verdachts hebben gezien. Dat gebeurt tientallen keren per dag in Nederland. Alleen al in Amsterdam zijn er jaarlijks meer dan zevenduizend buurtonderzoeken. ,,Dat kan een stuk slimmer”, zegt Adrian Proos, verantwoordelijk voor de politie-app bij de Nationale Politie. ,,Het vergaren van informatie in een buurt vergt kostbare tijd en mankracht. Omwonenden zijn vaak niet thuis als er wordt aangebeld. Kortom: zo’n buurtonderzoek is niet heel effici?nt.”

Daarom bedachten twee Amsterdamse rechercheurs een oplossing: het digitale buurtonderzoek. Iedereen die de app van de politie op zijn mobiele telefoon heeft ge?nstalleerd, kan zich op die manier als getuige melden na een misdrijf. Het idee is simpel. Als er bijvoorbeeld is ingebroken, stuurt de politie een pushbericht naar gebruikers die hebben aangegeven in een bepaalde straat of wijk te wonen. In dat bericht wordt informatie gegeven over de inbraak, met de vraag of de ontvanger iets verdachts heeft gezien.?Je kunt deze vraag dan beantwoorden met de ?Ja? of ?Nee? knop. Bij ?Ja? word je op een door u gekozen tijdstip teruggebeld door de politie.

Is het antwoord nee, dan is het mogelijk om het eigen adres op te geven. De politie belt dan niet meer aan. ,,Als je niets weet, word je ook niet meer lastiggevallen aan de deur”, zegt Proos. Hij ziet het als aanvulling, niet als vervanging van het traditionele buurtonderzoek. Bij mensen die de app niet gebruiken, kan de recherche nog steeds aanbellen.

Het enige wat je hoeft te doen is in de politie-app bij locatiebepaling een gebied te selecteren aan de hand van je postcode en niet via een plaatsnaam. ?Voor gebruikers van www.politie.nl hoeft er niets te worden aangepast.

Proeftijd

Deze nieuwe manier van werken gaat d epolitie een half jaar uitproberen. Na afloop daarvan krijg je nogmaals een (push)bericht met de vraag een enqu?te in te vullen.

Als het aanslaat, wordt de nieuwe hulpmethode bij de opsporing mogelijk landelijk ingevoerd. De politie wil het nieuwe middel niet gebruiken om digitaal tips binnen te krijgen. ,,Via de app vragen we alleen of iemand iets heeft gezien. Als dat zo is, zullen we altijd bellen of op bezoek komen om die verklaring op te nemen.” Volgens Proos biedt het middel uitkomst bij veelvoorkomende criminaliteit, zoals vernielingen, bedreiging en fietsendiefstal. ,,Nu is er niet altijd genoeg mankracht om in al die gevallen een buurtonderzoek op te starten. Maar op deze manier kan het wel. Het doel is om meer misdrijven op te lossen.

buurtonderzoek

Bronnen: politie.nl, AD

Digitaal buurtonderzoek: van SMS bom tot politie app

buurtonderzoek1

Op 28 december 2012 hield de politie een passantenonderzoek naar aanleiding van een gewapende overval op een Shellstation in Gouda. Best omslachtig, want dit betekent dat agenten op verschillende plekken rond de benzinepomp moesten gaan staan om voorbijgangers te bevragen. Het ging om twee lichtgetinte daders die oranje veiligheidsvesten droegen, de medewerker met een vuurwapen bedreigden en deze ook met een vloeistof in zijn gezicht spoten. Daarna vluchtten ze in een grijze Seat Toledo. De auto werd later teruggevonden.

Buurtonderzoek 1.0

buurtonderzoekZoals in het boek ?Rechercheportret?, over dilemma?s in de opsporing door van De Poot et al (2004: 138)?wordt beschreven, wordt bij (ernstige) misdrijven doorgaans een buurtonderzoek verricht rond de plaats?van het delict. Traditioneel gezien worden bij misdrijven die in of bij woningen zijn gepleegd – en dat zijn de?meeste – de bewoners van omliggende straten bezocht met de vraag of ze wat gezien hebben. Dat is in de?eerste plaats van belang om te achterhalen of er mogelijk getuigen zijn: van het misdrijf, van verdachte?personen, auto?s of andere verdachte situaties. Daarnaast is het buurtonderzoek zinvol om zich al vrij snel?een beeld te kunnen vormen van het slachtoffer. Dat is vooral nodig als het slachtoffer niet meer leeft of als?het slachtoffer niet in staat is een verklaring af te leggen.

Een buurt- en passantenonderzoek kost veel mankracht en het is altijd maar afwachten of de juiste passanten worden bevraagd.

M!

Daarom maakt de politie ook graag gebruik van bijvoorbeeld Meld Misdaad Anoniem 0800-7000. ?M. is de meldlijn waar je anoniem informatie kunt geven over ernstige misdaden, zoals moord en doodslag, overvallen, brandstichting, wapen- of mensenhandel.

M. is een onafhankelijke stichting en is geen politie, maar stuurt de informatie naar de politie of andere opsporingsdiensten door.?De politie kreeg in 2012 via Meld Misdaad Anoniem 15.000 waardevolle anonieme tips door. Dit is een stijging van 12% ten opzichte van 2011 en een record sinds de oprichting 2002. 89% van de meldingen is bruikbaar. Hiervan is 89% in onderzoek genomen. Dankzij deze tips worden ook steeds meer zaken opgelost (1.031 misdrijven, +23%) en voorkomen (116 misdrijven, +27%). Mensen bellen bovendien steeds vaker over ernstige misdrijven, zoals mensenhandel en -smokkel (+46%, 198), geweld (+33%, 1.598 tips) en overvallen (+22%, 659 tips).

Burgernet

Maar ook Burgernet is een manier om virtueel buurtonderzoek te doen.?Burgernet is een samenwerkingsverband tussen burgers, gemeente en politie om de veiligheid in de woon- en werkomgeving te bevorderen door het vergroten van de pakkans van daders.?Burgernet wordt ingezet bij tijdkritische incidenten om de heterdaadkracht te vergroten zoals bij woninginbraak, straatroof, overvallen en bij vermissingen, en in toenemende mate voor niet-tijdkritische acties (preventie, aanvullend buurtonderzoek recherche). Bij deze zaken moet een duidelijk signalement beschikbaar zijn.

SMS bom

En er zijn meer creatieve methoden. In 2005?stuurde de politie na ongeregeldheden 17 duizend sms’jes naar personen die zich bij de Kuip bevonden. De nummers, werden gevorderd bij de providers.?Het OM vergelijkt het sms-bombardement met een standaard buurtonderzoek. ‘Na een misdrijf gaan we langs de deuren met de vragen: heeft u iets gezien en zo ja, wat. Dat hebben we nu ook gedaan, zij het via de mobiele weg.’ Dit sms-bombardement?heeft de internetfora van de Feyenoord-fans destijds behoorlijk in beroering gebracht en de hooligans onder hen flink angst aangejaagd.?Martijn: ‘Vrienden van Feyenoord, ik werd net opgeschrikt door een sms van de politie. Ik dacht eerst dat ik genaaid werd door iemand.’?Nog voor de thuiswedstrijd tegen Ajax begon, brak een massale vechtpartij uit. Al een paar maanden publiceert de politie op haar website foto’s van relschoppers van wie de identiteit nog niet vaststaat. In het sms’je, waarin de geadresseerde nog eens fijntjes wordt herinnerd aan zijn verblijfplaats op dat tijdstip, vraagt de politie getuigen naar de site te kijken en een hem bekende hooligan op de foto’s aan te geven. Gistermiddag hadden al twaalf gesignaleerde relschoppers zich eigener beweging gemeld. ‘Het werd ze kennelijk te heet onder de voeten’, aldus een politiewoordvoerder. Hij vindt het justiti?le sms-offensief meer dan gerechtvaardigd. ‘Hier was sprake van puur liederlijk gedrag.’

Vrijwilligerswerk

Het klassieke buurtonderzoek wordt nu ook al gedaan door vrijwilligers. Als vrijwilliger buurtonderzoek ben je vooral actief in de wijk en draag je bij aan de communicatie rondom een misdrijf of ondersteun je bij het oplossen daarvan. Samen met agenten bezoek je alle huizen in de directe omgeving van bijvoorbeeld?woningen waar recent is ingebroken. Tijdens die bezoeken vraag je niet alleen of de bewoners iets van de inbraak hebben gezien, maar geef je tegelijkertijd preventietips.

Social Media

?Kennis van de virtuele wereld is onmisbaar voor de politie? zegt Richard Vriesde. ?Na een overval kijken we meteen wie daarover twittert. Je kunt in veel gevallen zelfs zien waar vandaan die tweet verstuurd is. Wij kunnen eventuele getuigen op die manier snel benaderen. Zie het als een virtueel buurtonderzoek?. Beluister een interview over het GOBI project dat in 2010 begon, waarin?de politie Haaglanden in tien maanden tijd geleid heeft tot de oplossing van 460 delicten en vermissingszaken. In het project “Gebruik Openbare Bronnen Internet” worden internetbronnen structureel ingezet bij de opsporing.

Want niet alleen kan de politie zelf op zoek gaan naar informatie op internet om te kijken wie er potentieel ooggetuige zou kunnen zijn, ze kunnen iedereen ook aanspreken door te crowdsourcen. Een herontwerp van het buurtonderzoek, op grond van co-creatie 2.0, is een fundamentele breuk met het?verleden en dat betekent een veranderingsproces dat eisen stelt aan de wijze waarop dit veranderingsproces?plaatsvindt.?Uit het onderzoek van Ellis Jeurissen en Richard Vriesde blijkt dat buurtonderzoek 1.0 over het algemeen niet veel opsporingsinformatie oplevert?en de effectiviteit van een buurtonderzoek in de huidige vorm binnen de politiepraktijk niet zo groot is.

digitaal buurtonderzoek

De?effectiviteit van een buurtonderzoek kan naar verwachting aanzienlijk worden vergroot om middels co-creatie?en social media breder buurtonderzoek te doen waarbij ook buurtvrijwilligers of een interventieteam worden?betrokken. Hun zichtbare aanwezigheid in de wijk en contacten met burgers zijn een factor van belang in?het vergroten van de kans op het verkrijgen van relevante informatie. Uit ons onderzoek is voorts gebleken?dat van een buurtonderzoek een belangrijke preventieve werking kan uitgaan. Door het contact dat wordt?gemaakt tussen burger en politie ontstaat er een dialoog waarbij meer zaken aandacht krijgen dan louter?het misdrijf bij de buren. In de interactie tussen de politie met de burger ontstaat er kennelijk een grotere?mate van bewustwording. Dit kan leiden tot een verhoogde waakzaamheid en alertheid bij buurtbewoners.?Hierdoor kan de bereidheid om verdachte omstandigheden aan de politie te melden als motiverende factor?toenemen.

Politie app

Een recenter?voorbeeld voor?buurtonderzoek is de politie app. De politie hoeft na een inbraak niet meer langs alle deuren voor een buurtonderzoek. Dit jaar start een proef waarbij getuigen zich kunnen melden via een app op de smartphone.

Bij een buurtonderzoek gaan agenten langs de deur, in de hoop mensen te spreken die iets vreemds of verdachts hebben gezien. Dat gebeurt tientallen keren per dag in Nederland. Alleen al in Amsterdam zijn er jaarlijks meer dan zevenduizend buurtonderzoeken. ,,Dat kan een stuk slimmer”, zegt Adrian Proos, verantwoordelijk voor de politie-app bij de Nationale Politie. ,,Het vergaren van informatie in een buurt vergt kostbare tijd en mankracht. Omwonenden zijn vaak niet thuis als er wordt aangebeld. Kortom: zo’n buurtonderzoek is niet heel effici?nt.”

Daarom bedachten twee Amsterdamse rechercheurs een oplossing: het digitale buurtonderzoek. Iedereen die de app van de politie op zijn mobiele telefoon heeft ge?nstalleerd, kan zich op die manier als getuige melden na een misdrijf. Het idee is simpel. Als er bijvoorbeeld is ingebroken, stuurt de politie een pushbericht naar gebruikers die hebben aangegeven in een bepaalde straat of wijk te wonen. In dat bericht wordt informatie gegeven over de inbraak, met de vraag of de ontvanger iets verdachts heeft gezien.

Is het antwoord ja, dan verschijnt een formulier waarop een telefoonnummer kan worden ingevuld, net als het tijdstip waarop de getuige gebeld wenst te worden door een rechercheur. Is het antwoord nee, dan is het mogelijk om het eigen adres op te geven. De politie belt dan niet meer aan. ,,Als je niets weet, word je ook niet meer lastiggevallen aan de deur”, zegt Proos. Hij ziet het als aanvulling, niet als vervanging van het traditionele buurtonderzoek. Bij mensen die de app niet gebruiken, kan de recherche nog steeds aanbellen.

Proef
Dit jaar begint een proef met het digitale buurtonderzoek in Amsterdam-West. Als het aanslaat, wordt de nieuwe hulpmethode bij de opsporing mogelijk landelijk ingevoerd. De politie wil het nieuwe middel niet gebruiken om digitaal tips binnen te krijgen. ,,Via de app vragen we alleen of iemand iets heeft gezien. Als dat zo is, zullen we altijd bellen of op bezoek komen om die verklaring op te nemen.” Volgens Proos biedt het middel uitkomst bij veelvoorkomende criminaliteit, zoals vernielingen, bedreiging en fietsendiefstal. ,,Nu is er niet altijd genoeg mankracht om in al die gevallen een buurtonderzoek op te starten. Maar op deze manier kan het wel. Het doel is om meer misdrijven op te lossen.” Roy Johannink, expert op het gebied van crisismanagement, is positief over de proef. ,,Het is een prachtig middel om snel informatie van getuigen te krijgen.”

Ernst Pols, officier kwaliteit opsporing en vervolging: ?Het digitale buurtonderzoek geeft het klassieke buurtonderzoek een veel groter bereik en is daarmee een interessante ontwikkeling in opsporingsland. Met e?e?n druk op de knop kan, bij wijze van spreken, het digitale buurtonderzoek worden uitgevoerd. Het OM is in een vroeg stadium bij deze nieuwe ontwikkeling betrokken.?

De politie-app is door ongeveer 500.000 Nederlanders gedownload.

Bronnen: AD, Het Parool, Crimetech,? Volkskrant,?Poot, de C.J., Bokhorst, R.J. van Koppen, P.J., Muller, E.R. (2004) Rechercheportret, over dilemma?s in de opsporing,?opsporen en bewijs,?Alphen aan den Rijn, COT, WODC.