Tagarchief: gemeente

Monitoring door gemeenten van online aangejaagde ordeverstoringen

In opdracht van het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap bracht Bantema in kaart hoe Nederlandse gemeenten online bronnen monitoren voor de openbare orde en veiligheid. Het onderzoek is onder zijn leiding uitgevoerd binnen een multidisciplinair team met onderzoekers Maarten Hoekstra en Saskia Westers van NHL Stenden en in samenwerking met Solke Munneke en Rianne Herregodts van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG).

Gemeenten lijken steeds vaker geconfronteerd te worden met ordeverstoringen die online beginnen of online versterkt worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om onrust rondom politieke besluiten, overlast door groepen en individuen, oproepen tot demonstraties, illegale evenementen en polarisatie tussen inwoners. Bantema doet al jaren onderzoek naar de bestuurlijke rol en bevoegdheden van burgemeesters in online monitoring en handhaving.

Onderzoeksmethoden

Het onderzoek is gebaseerd op literatuur, juridisch bronnenonderzoek, groepsinterviews met gemeenten en politie en een online vragenlijst die is ingevuld door 196 gemeentelijke medewerkers (OOV/Communicatie), die werkzaam zijn binnen 156 verschillende Nederlandse gemeenten.

Openbare persoonsgegevens

Hoewel 95% van de ondervraagde gemeentelijke medewerkers aangeven dat hun gemeente aan online monitoring doet, blijkt nog vaak onduidelijk aan welke regelingen zij zijn gebonden. Meer dan de helft (54%) van de gemeentelijke medewerkers geeft aan geen protocol of beleid te hebben voor online monitoring binnen hun gemeente. Dit is volgens Bantema wel noodzakelijk: “Je hebt al snel te maken met een privacywetgeving. Social media zijn weliswaar openbaar, maar het is een misverstand te denken dat je alles mag doen met gegevens die je uit openbare bronnen haalt. Een naam, IP-adres en zelfs een nickname zijn ook persoonsgegevens. Gemeenten weten niet wat ze wel of niet mogen en zijn niet op de hoogte van de juridische kaders als het gaat om online monitoring.”

Lees of download hier het gehele rapport:

[slideshare id=250548541&doc=blackboxvangemeentelijkeonlinemonitoring-pdf-211028122543&type=d]

Tijdens het CCV-webinar ‘Monitoring van online aangejaagde ordeverstoringen’ op 9 juni vertelde onderzoek Willem Bantema over het onderzoek ‘Black box van gemeentelijke online monitoring; Een wankel fundament onder een stevige praktijk’ en de resultaten en de aanbevelingen die naar voren zijn gekomen.

Ook Rianne Herregodts, Universitair docent en onderzoeker aan de Universiteit van Groningen, vertelt over het juridische kader van online monitoring door gemeenten. Wat mag wel, wat mag niet? Dit filmpje is een bijdrage voor het CCV-webinar ‘Monitoring van online aangejaagde ordeverstoringen’ van 9 juni 2021. Bekijk hier het gehele webinar terug.

Bronnen: HetCCV, NHL, RUG

 

App: VeiligR

VeiligRr is een applicatie voor smartphones waarmee je snel en makkelijk een probleem meldt bij de gemeente Rotterdam. Meteen op de plek én het moment dat jij het signaleert. Binnen vier tellen heb je locatie, probleem en foto gemeld met de VeiligR app (iOS, Android).

Een donker hoekje, een groep hangjongeren bij de supermarkt. Wie zich op een bepaalde plek op straat onprettig voelt, kan dat vanaf vandaag melden in de VeiligR-app van de gemeente. Zo wil Rotterdam een beeld krijgen van het onveiligheidsgevoel in de stad en de hotspots aanpakken.

Politie hoeft daar niet altijd aan te pas te komen. ,,Soms is een extra straatlantaren al genoeg om ervoor te zorgen dat iemand zich fijner voelt in zijn eigen buurt’’, zegt de woordvoerder van wethouder Bert Wijbenga (Buitenruimte). Het idee komt van de VVD. Vorig jaar diende fractievoorzitter Vincent Karremans een motie in voor een veiligheidsapp, waarin Rotterdammers direct en laagdrempelig onveilige plekken kunnen melden. Hij kreeg een meerderheid van de raad mee. Wijbenga (ook VVD): ,,Deze app is een laagdrempelige manier om meldingen over onveiligheid bij de gemeente te doen. Iedereen kan er echt van op aan dat de meldingen serieus worden bekeken en opgevolgd. Samen werken we aan een fijne en veilige woonomgeving.’’

Grens

De vraag is wel: waar ligt de grens tussen een melding bij de politie en een melding in de app? Daar kan de gemeente duidelijk over zijn: bij acute situaties moeten inwoners altijd de politie bellen. VeiligR is alleen bedoeld voor situaties waarin mensen zich onprettig voelen, maar er feitelijk niks gebeurt. Na een melding in de app wordt gekeken wat de mogelijkheden zijn. ,,Iemand binnen de gemeente vangt al die meldingen op. Er wordt contact opgenomen met de melder of een bericht doorgestuurd naar de desbetreffende dienst.’’

Leemte

De gemeente richt zich nu nog met name op twee gebieden: Noord en IJsselmonde. Daar worden inwoners gestimuleerd om het programma te downloaden en te gebruiken. Dat betekent niet dat de app in de rest van de stad niet werkt. ,,Iedereen kan meldingen doen, in de hele stad, maar we hebben deze twee buurten gekozen om de app te promoten, zodat we daar aardig wat gebruikers krijgen.’’ Over twee maanden wordt gekeken wat de app heeft opgeleverd en of het raadzaam is om VeiligR in de hele stad onder de aandacht te brengen. ,,Vult de app een leemte of niet?’’ vat de woordvoerder samen.

Bronnen: AD

Amper beleid bij forse groei buurtpreventie door burgers

Gemeenten stimuleren buurtpreventie, zonder te weten waarom. Terwijl het regelmatig tot problemen leidt, blijkt uit onderzoek.

Buurtpreventie blijft in Nederland groeien. Vooral het aantal buurtappgroepen is de afgelopen jaren fors gegroeid. Hoewel veel gemeenten de groei van buurtpreventie actief stimuleren, ontwikkelen ze nauwelijks beleid op dat gebied, terwijl in een op de vijf gemeenten de controlecultuur die met de buurtapps gepaard gaat tot problemen leidt.

Dat blijkt uit onderzoek van de aan de Erasmus Universiteit verbonden socioloog Vasco Lub, in opdracht van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, onder meer dan tweehonderd gemeenten.

Politie en bestuurders omarmen buurtpreventie als manier om burgers te betrekken bij het voorkomen en opsporen van criminaliteit. Dat kan via patrouilleteams die door de wijk lopen of via appgroepen, waarin buurtbewoners elkaar op de hoogte houden van verdachte situaties. Van de gemeenten stimuleert 65 procent buurtpreventie actief, bijvoorbeeld via informatieavonden, de eigen website of brieven aan inwoners.

In het merendeel van de gemeenten is er dan ook nauwelijks beleid over hoe om te gaan met de patrouilleteams en buurtappgroepen, constateert Lub. Van de 187 gemeenten die aangaven dat ze buurtpreventie hebben, hebben 109 er niets op papier over vastgelegd in officiële documenten zoals een collegeakkoord, veiligheidsplan of verordening. „En zelfs als er iets is vastgelegd, dan is dat minimaal”, zegt Lub. „Meestal wordt er alleen gemeld: we hebben het. Er staat vrijwel nooit in wat de reden is en welke strategie wordt gevolgd. Bijvoorbeeld: we kampen met overlast van een jeugdsoos of periodieke inbraak, en vragen daarom hulp van burgers. Of: we kunnen beperkter politie inzetten.”

Lub noemt dat een risico. „Als je geen prioriteiten of grenzen stelt, blijft vaag waarop het kan worden afgerekend.”

Rotonde afgezet

Ruim een vijfde van de gemeenten met buurtpreventie gaf in het onderzoek aan negatieve effecten van buurtpreventie te ondervinden. Door een overdaad aan meldingen worden ambtenaren en politiemensen overvraagd, en ook een doorgeslagen controlecultuur waarin burgers elkaar wantrouwen en eigenrichting zijn een probleem.

Bij het extreemste voorbeeld dat Lub van ambtenaren hoorde, hadden burgers na berichten in de appgroep een verdacht persoon staande gehouden en met tie-wraps vastgebonden. Elders zetten burgers na meldingen over een inbreker een rotonde af om een mogelijke verdachte te kunnen aanhouden.

Vaak zijn de negatieve effecten subtieler en zien ambtenaren dat de appgroepen voor een dreigende sfeer in de buurt zorgen. Maar, merkte Lub in zijn gesprekken: praten doen ze daarover liever niet. „Gemeenten zijn huiverig om het over de schaduwkanten te hebben. Ze hebben het nu eenmaal omarmd, actieve burgers zijn per definitie goed. Ik vermoed dat het werkelijke aantal plekken waar negatieve effecten zijn veel groter is.”

Appgroepen professionaliseren

Lub volgt de opkomst van buurtpreventie al langer: drie jaar geleden leidde hij een vergelijkbaar onderzoek en onlangs publiceerde hij voor het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap een rapport over de samenwerking tussen burgers en politie. Het verbaast hem hoe weinig aandacht er vanuit de overheid is voor het fenomeen. „Er wordt nergens bijgehouden hoe groot dit is, of wat werkt en wat niet. Er wordt overal ingezet op burgermoed en burgerkracht, maar een landelijke richtlijn is er niet.”

Een deel van de buurtpreventiegroepen is de afgelopen jaren geprofessionaliseerd. Ze nemen de vorm aan van een vereniging, heffen contributie en betalen daarvan particuliere beveiligers of camera’s. Verschillende gemeenten experimenteren ondertussen met preventieteams die in opdracht van de politie na een misdrijf buurtonderzoek doen.

Zorgelijk, vindt Lub, die in zijn aanbevelingen voor duidelijker beleid pleit. „Het wordt nu klakkeloos gestimuleerd. Men bekijkt het praktisch: burgers kunnen een handje helpen. Maar er is een reden waarom buurtonderzoeken altijd door de politie zijn gedaan: omdat die onpartijdig is en weet hoe je objectieve informatie kunt verzamelen die standhoudt in de rechtbank.”

Cursussen worden wel aangeboden, maar richten zich volgens Lub louter op praktische zaken, zoals hoe je omgaat met een agressief persoon. „Niet op vragen als: wanneer vind ik een situatie verdacht? Wat is etnisch profileren? Wat mag ik wel en niet?” Groei van apps is door de overheid niet tegen te houden, erkent Lub. „Maar je kunt wel proberen ze beter te reguleren. En als mensen voor burgerwacht gaan spelen moet je dat proberen te bestrijden.”

Lees het volledige rapport:

[slideshare id=143055413&doc=de-burger-kijkt-mee-jh09-190501074916&type=d]

Bronnen: NRC, NOS, Volkskrant, RTL Nieuws, Hart van Nederland

BART! Burger Alert Real Time: verbindingsplatform tussen bewoners, gemeente en politie.

Burger Alert Real Time (BART!) is een digitaal meldingsplatform voor een veilige en leefbare buurt. Zaken met ?n zonder spoed kunnen buurtbewoners?24/7delen met politie, gemeente en andere BART! -gebruikers.

Bij overlast, verdachte situaties of sociale problemen geven burgers een digitale waarschuwing en indien nodig onderneemt de politie of de gemeente direct actie. Geen wachtrijen meer. Ook kan de politie zelf alarmeren: ?Momenteel veel auto-inbraken in uw buurt?.

BART! is een samenwerkingsproject waarin de gemeente Den Haag, de politie, CGI, TNO, TU Delft en TIGNL samen investeren. BART! is nu nog in een testfase. Momenteel wordt met kleine stappen experimenteel gewerkt voor de Haagse stadsdelen Escamp en Leidscheveen/ Ypenburg, zodat kleinere resultaten bijdragen aan de opbouw van een volledig participatiesysteem.

Samen bouwen aan een participatiesysteem dat zorgt voor vertrouwen en verbondenheid

BART! is een samenwerkingsproject waarin de?gemeente Den Haag,?de politie,?CGI,?TNO,?TU Delft?en?TIGNL?samen investeren in een digitaal meldingsplatform voor een veilige buurt. Bij overlast, verdachte situaties of sociale problemen waarschuwen burgers elkaar en indien nodig de politie of gemeente via een app. Ook kan de politie zelf alarmeren:
?Momenteel veel auto-inbraken in de buurt?. BART! is in een testfase. Momenteel wordt met kleine stappen experimenteel gewerkt voor de Haagse stadsdelen Escamp en Leidscheveen/ Ypenburg, zodat kleinere resultaten bijdragen aan de opbouw van een volledig participatiesysteem.



Alle ontwikkelde kennis wordt verspreid onder de partners:

Gemeente Den Haag: BART! is belangrijk voor de gemeente Den Haag, want het zorgt voor meer verbondenheid in de buurt en het stimuleert het gevoel dat de bewoners samen de wijk prettig en veilig houden. BART! bevordert het samen optrekken van buurtgenoten, lokale ondernemers, politie en gemeente. Gemeente Den Haag brengt openbare orde, veiligheid en leefbaarheidskennis in en stelt hiervoor de deskundigheid beschikbaar van professionals, leidinggevenden, wijkmanagers, wijkteams en klantcontactspecialisten.
Politie: De ontwikkeling van BART! sluit aan bij de doelstelling van de politie om een meer moderne, flexibele en effectieve organisatie te worden. Ook kan BART bijdragen aan een gevoel van vertrouwen door sterk politiewerk dichtbij de buurtbewoners. Met BART! wordt een meer eigentijdse dienstverlening gerealiseerd dat betere samenwerking met verschillende partners mogelijk maakt. De politie brengt al haar kennis in.
CGI: Het CGI is een grote dienstverlener op het gebied van informatietechnologie en bedrijfsprocessen. Het bedrijf onderzoekt hoe ICT-technieken het BART-concept kunnen ondersteunen. CGI ontwikkelt kortweg de technische kant van het communicatieknooppunt van BART! Momenteel is een prototype in de maak dat uitgebreid zal worden getest. Daarna wordt het doorontwikkeld op basis van de eerste ervaringen.
TNO: Kennisinstituut TNO brengt innovatie in op het gebied van maatschappelijke veiligheid en met name de inrichting van nieuwe media meldprocessen. De organisatie richt zich vooral op het ontwerpen van de bijbehorende processen en participatiesystemen van de betrokken deelnemers.
TU Delft: De Technische Universiteit Delft levert wetenschappelijke kennis vanuit haar jarenlange onderzoek naar participatiesystemen. Inmiddels heeft de universiteit een speciaal Participatory Systems Lab opgezet. De TU Delft richt zich hiermee op het optimaliseren van de samenwerking en het vertrouwen tussen burgers en overheid (gemeente en politie).
TIGNL: Technology Investment Group (TIG) brengt innovatiemanagement-kennis in met betrekking tot wetshandhaving, burgerparticipatie en private publieke samenwerkingsprojecten. TIGNL doet onderzoek en ontwikkelt inzichten voor aandachtsgebieden als competentie-ontwikkeling, ethiek, privacy en dataprotectie. Daarnaast organiseert en modereert zij verspreiding van kennis en registreert de interne en externe projectactiviteiten. Ook verzorgt TIGNL de administratie en de verantwoording van deze activiteiten.

Burgers in opsporing

Meer leren over burgeropsporing? Kom 11 april naar het?Nieuwspoort Seminar ?De Veilige Gemeente 2019 ? Burgers in opsporing? georganiseerd door het Haags Congres Bureau.Met o.a. Wim van Amerongen (Nationale Politie), Arnout de Vries (TNO), Eric Bervoets (Bureau Bervoets), Ronald van Steden (VU Amsterdam, SMV) en Marnix Eysink Smeets (Inholland).

De Veilige Gemeente 2019 -?Burgers in opsporing
Kansen, risico’s & randvoorwaarden
Donderdag 11 april 2019

13.30 – 17.00 uur met gezamenlijke lunch vanaf 12.30 uur
Internationaal Perscentrum Nieuwspoort, Den Haag

Met medewerking van o.a. Dr. Ronald van Steden, Vrije Universiteit Amsterdam, Stichting Maatschappij en Veiligheid (SMV), Dr. Eric Bervoets, Bureau Bervoets,? Arnout de Vries, TNO, Marnix Eysink Smeets, Hogeschool Inholland en Wim van Amerongen, Nationale Politie

Cybervrijwilligers? Buurt Preventie Teams? Buurt Whatsappgroepen?? Burgerrechercheurs?? Platforms van (burger)journalisten??

Burgers helpen gevraagd en ongevraagd steeds vaker in het opsporen van criminelen en ophelderen van zaken.

Hierdoor kan de opsporingskracht van politie, gemeente en OM sterk toenemen. Er zijn echter ook risico’s en dilemma’s die om uw aandacht vragen.?Wat zijn de do’s and don’ts en welke randvoorwaarden moet u in acht nemen bij burgeropsporing?

Tijdens het Nieuwspoort Seminar ‘De Veilige Gemeente – Burgers in opsporing ‘ krijgt u inzicht in:

  • Actuele ontwikkelingen, trends en onderzoeken
  • Voorbeelden van initiatieven op dit gebied
  • Welke kansen bieden de initiatieven u?
  • Welke juridische kaders moet u kennen?
  • Wat zijn de do’s and the dont’s en welke randvoorwaarden moet u in acht nemen?

Welke innovaties zijn voor u als kleine, middelgrote of grote gemeente bruikbaar in de uitvoering??En hoe zorgt u er voor dat u rationeel met risico?s blijft omgaan? Wat vraagt het van u, als gemeente-ambtenaar of politieman/politievrouw?

Met behulp van vele praktijkvoorbeelden, uw eigen kennis en ervaring en die van de andere deelnemers helpen de sprekers u kansen, risico’s en randvoorwaarden in kaart te brengen.

Programma De Veilige Gemeente 2019 -?Burgers in opsporing

Kansen, risico?s en randvoorwaarden

13.30 uur?Opening en introductie op het thema?door uw middagvoorzitter, Eric Bervoets, onderzoeker en eigenaar, Bureau Bervoets

Aan bod komen onder meer:

* Welke trends en ontwikkelingen zijn er op dit gebied?

* Wat zijn daarbij de uitdagingen?

13.45 uur?Opsporing door burgers, Arnout de Vries, onderzoeker en adviseur, TNO

* Risico?s (eigenrichting, vertrouwelijkheid, privacy, eigen veiligheid) en kansen (extra capaciteit en denkkracht, snelheid, preventieve werking)

* Vele voorbeelden uit de praktijk nader onder de loep: Van Bellingcat tot buurtonderzoek in Whatsapp buurtgroepen

* Blik in de toekomst

14.25 uur?Praktijkvoorbeeld 1: Burgerrechercheurs

Wim van Amerongen, Programmadirecteur Toekomstbestendig Opsporen en Vervolgen, Nationale Politie

* Juridisch kader en rechtsbescherming

* Begeleiding en samenwerking

* Rol van de politie in het burger ? burger perspectief

14.45 uur?Vragen stellen aan de inleiders?o.l.v. uw middagvoorzitter

15.15 uur?Pauze met koffie en thee

15.35 uur?Doe-het-zelfsurveillance, Ronald van Steden, VU Amsterdam en SMV

* Resultaten onderzoek naar Whatsapp-buurtgroepen in Almere, Amstelveen, Amsterdam en Tilburg

* Welke lessen kunnen we trekken voor de toekomst?

16.10 uur?Burgeropsporing: veelbelovend landschap of listig mijnenveld??Marnix Eysink Smeets, lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid Hogeschool Inholland

* Samenwerken met de burger of burger als verlengstuk?

* Burgerparticipatie als meerloops geweer: Over effecten op veiligheid, veiligheidsbeleving, sociale cohesie, burgerschap en rechtsstatelijkheid

* Burgers komen van Mars, professionals van Venus

* De noodzaak van precisie, preventie en prudentie

16.45 uur?Wrap Up, door uw middagvoorzitter

17.00 uur Afsluiting en borrel

Dr. Ronald van Steden?is Universitair Hoofddocent Bestuurswetenschappen en Politicologie aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Ook is hij voor ??n dag per week verbonden aan de Stichting Maatschappij en Veiligheid. Meer in het bijzonder houdt Van Steden zich bezig met vraagstukken rondom het thema ?lokale veiligheid en politie?. Hij doceert in de master Besturen van Veiligheid aan de VU. Daarnaast verricht hij onderzoek naar privatisering van veiligheid, toezicht en handhaving van de gemeente, wijkpolitie, veiligheidsnetwerken en vrijwilligers/actieve burgers in veiligheid.

Dr. Eric Bervoets?is?criminoloog en bestuurskundige.?Eric is sinds 1997 actief,?na een doctoraal bestuurskunde in?Rotterdam en een academische promotie?(in 2006) aan de Universiteit Twente in Enschede.?Bureau Bervoets richt zich op toepassingsgericht criminologisch en veiligheidskundig onderzoek, vaak in opdracht van gemeenten, politie en ministeries.?Ambitie is het ondersteunen van het veiligheidsdomein en lokaal bestuur met praktijkgericht onderzoek, advies en onderwijs.? We zijn ervan overtuigd dat kennis en kunde nodig zijn voor de effectiviteit en draagvlak van beleid, projecten en interventies. Maar het commitment en doorzettingsvermogen van de mensen in de uitvoering zijn doorslaggevend, daar kan geen ‘evidence based’ kennis tegenop! Lees verder via de?website van Bureau Bervoets.

Arnout de Vries is onderzoeker en adviseur op het gebied van internet en maatschappelijke veiligheid bij TNO. Hij ontwikkelt en onderzoekt digitale middelen die hulp kunnen bieden bij een effectievere burgerparticipatie, zoals applicaties voor burgeropsporing: ?Samen Zoeken? en ?Sherlock?. Daarnaast schrijft hij op zijn site SocialMediaDNA over social media in relatie tot maatschappelijke veiligheid.

Marnix Eysink Smeets?is sinds 2007 lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid en voorzitter van de Onderzoeksgroep Recht & Veiligheid. Samen met studenten en (docent)onderzoekers draagt hij bij aan de ontwikkeling van (veiligheids)beleid dat burgers vertrouwen geeft. Eysink Smeets houdt zich vooral bezig met de vraag hoe de burger veiligheid beziet en beleeft, en hoe dat kan worden verbeterd. Formeler gezegd: met het publiek vertrouwen in veiligheid en veiligheidszorg. Met veiligheidsbeleving, vertrouwen en rechtsvaardigheidsbeleving als belangrijke deelgebieden.?Naast zijn werk voor Inholland is Marnix Eysink Smeets voorzitter van de Landelijke Expertisegroep Veiligheidsbeleving, een netwerkorganisatie die zich richt op innovatief onderzoek en advies op het gebied van veiligheidsbeleving. Verder is hij actief lid van onder andere de wetenschappelijke Politiekring van het Directoraat-Generaal Politie, de redactie van het veiligheidsvakblad Secondant en de landelijke Expertgroep Zelfredzaamheid. Ook is hij co-redacteur van het blog Bordwatching.

Wim van Amerongen?is programmadirecteur Toekomstbestendig Opsporen en Vervolgen bij de politie. Als gevolg van de snelle ontwikkelingen in maatschappij en technologie werken politie en het openbaar ministerie in dit programma nauw samen op het realiseren en versterken van de vernieuwings- en innovatiekracht in de opsporing en vervolging. Als programmadirecteur houdt hij zich daarnaast bezig met thema?s als ketensamenwerking, burgeropsporing en datadeling binnen de strafrechtketen. Zijn ervaringen met veranderprocessen zowel binnen als buiten de politie helpen hem bij het vinden van transitiestrategie?n die de effectiviteit van de opsporing kunnen vergroten.

Politie en actief burgerschap: een veilig verbond? Onderzoek naar samenwerking, controle en (neven)effecten

De politie werkt steeds vaker samen met burgers op het terrein van veiligheid, toezicht en openbare orde, maar dit heeft niet alleen maar positieve effecten. De ruimte die burgers claimen ? bijvoorbeeld via buurtpreventieteams en app-groepen ? kan leiden tot onrechtmatigheden en risico?s voor niet-actieve burgers. Dit blijkt uit een uitgebreid etnografisch onderzoek van socioloog Vasco Lub en criminoloog Tom de Leeuw. In het onderzoek zijn voor het eerst ook app-data tussen politie en burgers geanalyseerd.

Het onderzoek vond plaats in veilige en onveilige wijken in verschillende gemeenten aan de hand van observaties, interviews en analyse van buurtapp-communicatie. Het laat diverse vormen zien van effectieve samenwerking, bijvoorbeeld op het terrein van heling-aanpak, diefstal en inbraakpreventie. Maar het illustreert tegelijk dat de politie nog vaak op afstand opereert van actieve burgers. De politie is nog vooral gericht op urgente meldingen van actieve burgers, waardoor minder urgente maar waardevolle informatie, over bijvoorbeeld minder zichtbare ondermijnende criminaliteit, onbenut blijft.

Door de ruimte die actieve bewoners claimen ?n krijgen, wordt de sociale controle van burgers op straat bovendien steeds concurrerender ten opzichte van het toezicht van de politie. Het onderzoek laat zien dat dit tot onrechtmatigheden kan leiden, bijvoorbeeld actieve burgers die zelf tot opsporing overgaan, die jongeren of personen met een migratieachtergrond discrimineren of verdachte personen staande houden. De politie is wettelijk bevoegd voor taken rond opsporing, toezicht en handhaving, wordt geacht onpartijdig te zijn, en valt onder de controle van de overheid. Burgers hebben die bevoegdheden niet en handelen ? bewust of onbewust ? regelmatig ook uit eigen belang.

Als aanbeveling formuleren de onderzoekers dat de politie in de praktijk meer betrokken moet zijn om actief burgerschap op het terrein van veiligheid in goede banen te leiden (niet verslappen of verstoppen). Verder kan de politie zich in onveilige wijken beter richten op haar kerntaken dan op het werven van nieuwe vrijwilligers. Ook kan zij meer gebruik maken van burgerfora om aan gedeelde referentiekaders te werken en het informatiebeheer van digitale communicatiekanalen met burgers zoals buurtapps moet verbeteren.

[slideshare id=127772405&doc=politieenactiefburgerschap-190111150341&type=d]

Bronnen: Politie en Wetenschap, Nu.nl

Kijk uit! Burger op de uitkijk

In het coalitieakkoord (mei 2018) heeft de gemeente Den Haag aangegeven dat ze WhatsApp-groepen in de buurt willen ondersteunen (Neighbourhood WhatsApp Groups: NWAG’s). Het doel van de ondersteuning is het vergroten van de burgerparticipatie en het verbeteren van het veiligheids- en veiligheidsgevoel in de wijk. Momenteel is er geen stadsbrede benadering om buurtwhatsappgroepen te ondersteunen.

Momenteel is er geen stadsbrede benadering om NWAG’s te ondersteunen. De vraag is dus: hoe kan een ondersteuningsstructuur worden opgezet voor het succes op lange termijn van NWAG’s? Dit wordt in dit ontwerpproject beantwoord en ondersteund door het onderzoek dat gedurende het project is uitgevoerd.

Voor het opzetten van een succesvolle ondersteuningsstructuur is inzicht verkregen in de wensen voor ondersteuning en de bijdragen van de steun die in andere gemeenten wordt gegeven. De moeilijkheid voor politie en gemeente is dat ze veel aannames hebben met betrekking tot het ondersteunen van NWAG’s. Hoewel deze veronderstellingen in werkelijkheid niet bestaan of opgelost kunnen worden, houden ze de politie en de gemeente tegen om te beginnen met het geven van (delen van) de steun die bewoners verlangen.

Het onderzoek toonde ook aan dat ondersteuning zeer wenselijk is voor bewoners. Het aantal inwoners dat een NWAG start en onderhoudt, neemt toe als er enige vorm van ondersteuning wordt gegeven. Bewoners willen hulpmiddelen ontvangen om een NWAG op te zetten en willen informatie uitwisselen met politie en gemeente over hun buurt. Bewoners vinden het evident en vanzelfsprekend dat de gemeente de NWAG’s op deze manier ondersteunt en begrijpt niet waarom dit nog niet het geval is.

De co?rdinator van een NWAG heeft een centrale rol, aangezien hij de NWAG beheert. Daarom was het doel van het ontwerp om ondersteuning te cre?ren voor co?rdinatoren. Het principe van het maken van een WhatsApp-beheerdersgroep (WWAG) wordt gebruikt, omdat die groep alle co?rdinatoren in een wijk, een gemeentebeambte en (wijk) politie bevat. De focus ligt op het helpen van bewoners om een NWAG te starten, co?rdinatoren aan te sluiten bij de WWAG en te schetsen wat WWAG zou moeten doen.

Op basis van het gebruikersonderzoek zijn de volgende ontwerprichtlijnen opgesteld om ondersteuning te bieden aan co?rdinatoren:

1. Houd informatie bij evenals activiteiten over veiligheidsgerelateerde onderwerpen.

2. Presenteer informatie en activiteiten eenvoudig, zodat het doel duidelijk is.

3. Streef ernaar om co?rdinatoren bij de besluitvorming te betrekken bij het instellen en uitvoeren van WWAG van bepaalde taken die de WWAG onderhouden.

4. Leg geen verplichtingen op aan co?rdinatoren om lid te worden van de WWAG.

5. Maak duidelijke afspraken tussen alle WWAG-leden voor wederzijds begrip.

6. Toon waardering voor de co?rdinatoren in persoon.

7. Bied praktische hulpmiddelen die co?rdinatoren ondersteunen, voornamelijk in de startfase.

De ontworpen?ondersteuningsservice bestaat uit twaalf contactpunten. Touchpoints zijn middelen om interacties tussen co?rdinatoren en de ondersteuningsdienst tot stand te brengen. De touchpoints tonen de minimale middelen die de gemeente zou moeten gebruiken om ondersteuning te bieden aan NWAG’s.

De ondersteunende dienst helpt bewoners bij te dragen aan een veilige buurt om in zichzelf te leven. Dit verhoogt de participatie van bewoners evenals gemeentelijke en politie-ambtenaren in de buurt.

Dit rapport toont het proces van het ontwikkelen van de touchpoints en legt de richtlijnen en touchpoints in detail uit, evenals de implementatie van de touchpoints.?

E. Wennekers (2018). Watch it! Resident on the lookout: Design of a support service for neighborhood WhatsApp groups.

[slideshare id=126175212&doc=masterthesiselkewennekers-181218082009&type=d]

[slideshare id=126175394&doc=posterelkewennekers-181218082328&type=d]

[slideshare id=126175606&doc=appendixelkewennekers-181218082725&type=d]
Bronnen: TUDelft

App: Ondermijning

Meld een Vermoeden heeft in samenwerking met het RIEC de gratis bewustwordings app voor Ondermijning ontwikkeld voor professionals en burgers. De app heet, hoe toepasselijk ook, “Ondermijning” en is vanaf vandaag te downloaden voor zowel iOS als Android op www.ondermijningapp.nl (iOS, Android)

Herken jij de onderwereld in de bovenwereld? Met de app Ondermijning test en vergroot je je kennis over ondermijnende criminaliteit. Download de app en test door middel van een spel of jij antwoord kan geven op vragen als: Welk land is de grootste producent van synthetische drugs? Wat kost ondermijning de samenleving per jaar? Waar kun je anoniem vermoedens van criminaliteit melden?

Heb je geen idee? Geen probleem, door het spel te spelen kan iedereen zijn/haar kennis op het gebied van ondermijning testen en vergroten. De verschillende typen vragen over (actuele) onderwerpen geven jou als speler een steeds beter en completer beeld over ondermijning en de maatschappelijke effecten hiervan. Het resultaat is inzicht in de impact, risico’s en de gevaren van ondermijning. En weten wat je met deze informatie kunt doen.

Met het spel test en vergroot je je kennis en bewustwording op het gebied van ondermijning, de verwevenheid tussen onder- en bovenwereld.

Meld een Vermoeden, het centrale meldpunt voor signalen over ondermijning door professionals, is trots op de publiek-private samenwerking met het RIEC.

 

Bron: Ondermijningapp.nl

‘Zoekt u mee naar deze fiets?’, vraagt de chatbot

Met het project BART! brengt Den Haag bewonersinformatie van digitale buurtgroepen en sociale media overzichtelijk samen in de meldkamer. Met algoritmes en chatbot-technologie doet de gemeente steeds meer beroep op het zelfoplossend vermogen van de bewoners. ?Zij kunnen van grotere betekenis zijn voor de veiligheid in hun eigen buurt.?

Een verloren fiets, vuilnis op de stoep buiten de ophaaltijden, een verdachte auto langs de weg. Dit soort problemen komen van oudsher op het bordje van de politie of de gemeente. Maar hoe effectief is dat? Tegenwoordig zijn veel mensen met elkaar verenigd in WhatsAppgroepen of op Facebook. Digitale buurtgroepen zijn inmiddels ingeburgerd. Daar delen buurtbewoners van alles en ze helpen elkaar verder met het terugvinden van voorwerpen en personen of ze houden een extra oogje in het zeil. Op deze manier tonen flink wat wijken een groot zelfoplossend vermogen, zonder overheidsinterventie. Dat is een enorme verschuiving in de samenleving. Echter, al die groepen vormen kanaaltjes naast elkaar, de gedeelde informatie komt niet samen.

?Het is aan ons om een meldkamer te verzinnen, waarin we signalen van burgers bij elkaar kunnen krijgen?

?Vroeger schreven we een brief aan de gemeente, toen kwam de telefoon, maar nu communiceren mensen veel meer via WhatsApp of sociale media?, zegt Pauline Krikke, burgemeester van Den Haag, in een filmpje over?Burgers Alert Real Time (BART!). ?Het is aan ons, de gemeente, om een meldkamer te verzinnen, waarin we signalen van burgers bij elkaar kunnen krijgen en daar goed op te kunnen reageren.? De meldkamer, operationeel centrum, is nog ingericht op telefonisch contact. Tekstberichten, foto?s en videobeelden zijn moeilijk te verwerken voor een operationeel centrum. Hoe haakt het aan op de digitale buurtgroepen? Daar zijn er inmiddels zoveel van, hoe hou je het overzicht in de databrij?

Zwerfvuil en verdachte zaken

BART! biedt een platform waar bewoners, politie en gemeente met elkaar samenwerken aan leefbaarheid en veiligheid in wijken. Het kan duiding geven aan telefonische informatie of van het socialemedia-verkeer tussen wijkbewoners, politie en gemeente. Vorig jaar experimenteerde Den Haag ermee in de wijken Berestein en Ypenburg. Samenredzaamheid is de kerngedachte van BART!: wijkbewoners nemen eigenaarschap over een probleem in hun buurt, ze zoeken eerst zelf een oplossing. Bijvoorbeeld door mee uit te kijken naar een verloren fiets, een medebewoner aan te spreken als hij zijn huishoudelijk afval niet op de juiste manier aanbiedt of uit te zien naar de eigenaar van de verdachte auto. Lukt het de bewoners niet om zelf het probleem te adresseren, dan kunnen ze het bij de gemeente of politie neerleggen.

Eerst zelf zoeken naar een oplossing?

?BART! is een experimenteel project en technisch gezien een?Complex Event Processor, een CEP?, legt Richard Vriesde uit. Vanuit de politie-eenheid Den Haag is hij betrokken bij dit project, samen met de gemeente Den Haag,?TU Delft,?TNO,?CGI?en?TIGNL. De CEP is in staat om uit een stroom data informatie uit digitale buurtgroepen te destilleren en hanteerbaar te maken. Via BART! communiceert de gemeente Den Haag straks met verschillende buurtgroepen, zoals?Veilige Buurt,?MijnBuur,??Waaksamen?en?Next Door. Hier kunnen bewoners anoniem tekstberichten, foto?s, video?s en locatiegegevens delen. Ze hoeven niet te kiezen waar een melding heen moet en ze komen ook niet in een wachtrij terecht. Met de CEP kan het operationeel centrum de databrij structureren, een beeld geven van wat er aan de hand is en een melding doorgeven aan politie, gemeente, of het via chatbot-technologie teruggeven aan de gemeenschap. Bewoners gaan dan eerst met elkaar zoeken naar een oplossing.

?Wat als een Hagenaar in een tekstbericht laat weten dat er ‘geklauwd’ of ‘gejat’ is?’

In de praktijklaboratoria van Berestein en Ypenburg werden 5 praktijkcasussen ge?nsceneerd, zoals een inbraak, een verdachte persoon bij een pinautomaat en een gewonde op straat. Vriesde: ?We stuurden mensen op pad met mobiele telefoons en we richtten een operationeel centrum in, ons laboratorium, waar professionals van het operationeel centrum van het?Real Time Intelligence Center?(RITC) en het Regionaal Service Centrum samenwerkten, om te zien wat er gebeurt als een bewoner in een tekstbericht een melding doet van een verdachte situatie. En wat is er vanuit ons nodig om te reageren?? Onderzoekers van TNO en de ontwikkelaars van de CEP, namen het werkproces en de privacyaspecten onder de loep en bekeken welke informatie de politie nodig heeft om betekenis te kunnen geven aan de informatie uit de data.

Technische horden

De ontwikkelaars van de CEP vinden allerlei praktische en technologische hobbels op hun pad. ?Bij een verdachte omstandigheid gebruiken burgers geen woorden die voorkomen in het wetboek van strafrecht?, zegt Vriesde. ?De CEP categoriseert op steekwoorden als ?verdacht persoon? en ?diefstal?, maar wat als een Hagenaar in een tekstbericht laat weten dat er ?geklauwd? of ?gejat? is? De slimme technologie moet politievakjargon en gewone spreektaal kunnen begrijpen, zodat wij uit de informatiestroom politie-informatie kunnen genereren. Google gaat voor ons niet zo ver.?

Een andere technische horde die het team nu moet nemen, is om te kunnen inschatten hoe actueel en urgent een melding is. Vereist het directe actie, kan het wachten tot morgen of speelde dit vorige week? De CEP moet de data chronologisch in de tijd kunnen plaatsen. En waar heeft een incident precies plaatsgevonden? Een centralist van het operationeel centrum kan weinig met een melding van een vermist kind dat voor het laatst is gezien in de Albert Heijn, als hij niet over de gps-locatie beschikt. Een buurtbewoner zal direct weten om welke winkel het gaat. Directe uitwisseling van geografische data is essentieel.

?De centralist kan op basis van de woordwolk al zien wat er speelt’

Momenteel sleutelt het team aan het geografisch verwerken van de informatie, zodat er bij meerdere meldingen een woordwolk ontstaat rondom een bepaald gebied. ?Op basis van steekwoorden zoals ?verdacht persoon? en ?auto?, krijgen we al snel een beeld van wat er gaande is,? aldus Vriesde. ?Nog voordat de centralist alle tekstberichten heeft doorgenomen of 5 bellers te woord heeft gestaan, kan hij op basis van de woordwolk al zien wat er speelt en erop reageren.?

Veranderende taak van de centralist

Wat voor gevolgen heeft deze ontwikkeling voor de centralisten? Om daar een goed antwoord op te vinden, bekijken de betrokken onderzoekers de invloed daarvan op politieprocessen. In plaats van een individuele beller, heeft het operationeel centrum nu een hele buurt tegelijk aan de lijn, legt Vriesde uit. ?Door datagestuurd te werken, gaan we over naar een-op-veel-communicatie. Nu neemt de centralist een melding een-op-een aan en geeft dat door. Met de nieuwe digitale werkvorm, verschuift zijn werk naar analyse, waarbij hij veel meer de regie krijgt in de operatie.? Het systeem heeft al vastgesteld wat er aan de hand is, de centralist controleert vervolgens of dat juist is en geeft daar duiding aan.

?We laten het volume van de data toenemen, om het algoritme nauwkeuriger te maken?

Door het werken met CEP en chatbot-technologie, kan er automatisch een handelingsperspectief uitgaan naar de digitale buurtgroepen: heeft u al naar buiten gekeken, heeft u het kenteken genoteerd, zoekt u mee naar deze persoon? Het kan zelfs een ingezonden foto blurren en delen in de betreffende buurtgroep, volgens de eisen van de privacywetgeving. In de nabije toekomst kan die interactie razendsnel datagestuurd gebeuren. De centralist komt dan vooral in beeld om de professionals aan te sturen. Hoeveel politie-inzet is gewenst, hoeveel auto?s zijn er nodig, is de situatie onder controle of moeten we opschalen? Vriesde: ?De centralist zal nog steeds veel beslissingen moeten nemen, maar hij wordt enorm geholpen door de technologie.?

Tijdens de pilots is gestart met het ontwikkelen van algoritmes, die in combinatie met chatbot-technologie grote hoeveelheden data heel vlot inzichtelijk kunnen maken. ?Nu proberen we de ongestructureerde data te structureren?, besluit Vriesde. ?We laten het volume van de data toenemen, om het algoritme nauwkeuriger te maken en de CEP beter tot zijn recht te laten komen. Op die manier worden de inspanningen van de bewoners krachtiger en zij kunnen van grotere betekenis zijn voor de veiligheid in hun eigen buurt.?

Bron: Secondant