Tagarchief: ministerie

Hoe politieonderzoek bijdraagt aan de politie van morgen

Hoe politieonderzoek bijdraagt aan de politie van morgen
Beleid, praktijk en wetenschap in dialoog over de politie 

Politie, Politieacademie, Politie en Wetenschap en het directoraat generaal Politie (ministerie Justitie en Veiligheid) organiseerden op 9 april 2019 de jaarlijkse conferentie over onderzoek naar, voor en door de politie. De conferentie bood een overzicht van actueel wetenschappelijk onderzoek in Nederland en brengt beleidsmakers, wetenschappers en politie samen om in gesprek te gaan over de betekenis van dit onderzoek voor de toekomst van de politie.

De conferentie bood volop gelegenheid tot interactie, kennisuitwisseling en netwerkvorming. Centraal stond de vraag naar de relevantie en doorwerking van de verschillende onderzoeken in beleidsvorming en politiepraktijk en -onderwijs. Tijdens de conferentie werd ook ingegaan op de strategische onderzoeksagenda voor de politie 2019-2022. Ook werd stilgestaan bij verschillende vormen van praktijkonderzoek binnen de context van de politie.

[slideshare id=140312201&doc=192961-strategischeonderzoeksagendapolitie2019-2022-190410135109&type=d]

De dag werd afgetrapt door Ferd Grapperhaus (Minister van Justitie en Veiligheid), Liesbeth Huijzer (Lid Korpsleiding Politie) en Edwin Bakker (Hoofd Kennis & Onderzoek Politieacademie).

Hieronder een overzicht van alle dialoogsessies:

1. Gebiedsgebonden politie: hervorming is broodnodig
Nikita Rombouts en Judith van Valkenhoef, onderzoekers Politieacademie
Dennis van Kommer, teamchef Leiden Noord, Politie eenheid Den Haag
Jur Westra, operationeel specialist C team Leiden Noord, Politie eenheid Den Haag

De Nederlandse politie zet met gebiedsgebonden politie (GGP) al decennialang veel kaarten op lokale kennis, contacten en invloed. Tevredenheid over de openbare orde en over GGP veronachtzaamde hoe makkelijk drugscriminelen geld verdienen en op hun manier bijdragen aan het lokale leefklimaat. Wijkagenten en andere medewerkers van basisteams signaleren in wijken en dorpen vandaag de dag veel georganiseerde (drugs)criminaliteit, vaak zonder (kans) dat er een opsporingsonderzoek wordt gestart. Dit is een ongemakkelijke realiteit die vraagt om andere lokale politie: herdefiniëring van het GGP-concept en een betere organisatorische inrichting op lokaal niveau. De huidige basisteams zijn de XL-variant van de oude wijkteams die vanaf jaren zeventig van de vorige eeuw werden ingevoerd. De personele samenstelling van de basisteams is te generalistisch. De basisteams zijn gebaseerd op ontwerpkeuzen die structurele knelpunten opleveren bij een belangrijke kernopdracht van de politie, namelijk opsporing.

De geringe slagkracht van generalistische politiemensen bij misdaadbestrijding laat al ruim dertig jaar veel ruimte bestaan voor criminelen. Dat is een probleem met kenmerken van een creeping crisis of institutionele crisis. Immers, het dominante GGP-concept negeert al lange tijd de grote behoefte onder politiemensen (juist ook wijkagenten), burgers en burgemeesters aan een politie die steviger en effectiever optreedt tegen lokale misdaad. Als een instituut dergelijke kritiek veronachtzaamt, brokkelt haar legitimiteit langzaam maar zeker af. Hervorming is dan noodzakelijk. We verwerpen het idee van GGP niet, maar het is noodzakelijk om het te hervormen en om zo de basis op orde te brengen. We gaan in deze dialoogsessie graag in gesprek over wat deze bevindingen betekenen voor de politie van overmorgen. Link naar de notitie: https://www.politieacademie.nl/kennisenonderzoek/kennis/mediatheek/PDF/95323.PDF

[slideshare id=140312749&doc=95323-190410135646&type=d]

2. The ecological validity of evidence disclosure models in interviews with suspects
Martijn van Beek, docent-onderzoeker Politieacademie / promovendus University of Derby Jos Hoekendijk, recherchepsycholoog Politie eenheid Noord-Nederland

De ervaren hoeveelheid bewijs is voor een verdachte een belangrijke factor bij de beslissing om in verhoor wel of geen aanvullende informatie te verstrekken. Het (a) moment waarop en (b) de manier waarop in verhoor bewijs (tactische aanwijzingen) onthuld wordt aan de verdachte zijn voor de verhoorder dan ook belangrijke instrumenten om verdere informatie te kunnen verzamelen. In onderhavig promotieonderzoek worden drie modellen daarvoor onderling vergeleken: het model dat momenteel gebruikelijk is in de Nederlandse politiepraktijk en twee buitenlandse, vanuit de wetenschap ontwikkelde modellen.

Uit de eerste bevindingen blijkt dat de drie modellen er ook in een praktijkgerichte setting inderdaad toe leiden dat verdachten van een pseudo-diefstal meer informatie verstrekken dan wanneer hen alleen naar hun eigen verklaring wordt gevraagd. Dit geldt voor zowel schuldige als onschuldige verdachten. Onderzocht wordt of deze extra informatie het ook mogelijk maakt een beter onderscheid te maken tussen schuldige en onschuldige verdachten.

Recherchepsycholoog Jos Hoekendijk van de eenheid Noord-Nederland gaat tijdens de dialoogsessie in op de vraag hoe de bevindingen van het onderzoek een bijdrage kunnen leveren aan meer op maat gemaakt verhooradvies en aanpassingen in verhoorstrategieën.
Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?

Verdachten in Nederland hebben tegenwoordig recht op bijstand van een raadsman voorafgaand aan en tijdens verhoor. Onderzoek uit landen waar deze rechten eerder al ingevoerd zijn, laat zien dat de advocaat voor zijn advies aan de verdachte vaak ook vaart op het bewijs dat de politie voor of tijdens het verhoor onthult. Het verdachtenverhoor krijgt daarmee een meer strategisch karakter. Inzicht in wat het meest effectieve moment en wat de meeste effectieve wijze van onthullen van bewijs is, helpt de politie zich aan deze veranderingen aan te passen.

3. Van reactief naar proactief: de meerwaarde van data-driven AI modellen om criminaliteit tegen te gaan
Bob van der Vecht en Selmar Smit, senior researchers TNO

Hoe kunnen data-driven modellen bijvoorbeeld overlast of kleine criminaliteit voorspellen in een stad? En als je dit kan voorspellen, wat doe je daar dan vervolgens mee? Er zijn meerdere initiatieven voor data-driven AI modellen ter ondersteuning van politiewerk. Door maatregelen te nemen op basis van voorspellingen, kunnen er waterbedeffecten en andere neveneffecten optreden. AI modellen en simulaties kunnen op basis van gedragstheorieën helpen om deze aan te zien komen. Maar hoe kunnen deze modellen in praktijk effectief ingezet worden?

Het inzetten van AI vereist een goed inbedding van expertkennis van politiemensen in de modellen. Hoe kan daarvoor gezorgd worden? En gaan de recherche skills en intuïtie van politiemensen op termijn niet verloren door gebruik van modellen? En versterkt het gebruik van modellen juist tunnelvisie?

Het gebruik van AI roept veel vragen op. In deze dialoogsessie presenteren wij recente AI-onderzoekprojecten voor politietoepassingen, waarin wij data-driven AI technieken integreren met expertkennis en criminologische theorieën. We bespreken de consequenties van vragen zoals bovenstaande voor zowel onderzoek als praktijk.
Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?

Door ontwikkelingen van AI-onderzoek zal er bij de politie in de toekomst een verschuiving plaatsvinden van reactief af gaan op meldingen naar proactief optreden. Voor de politieorganisatie heeft dit impact op mens, organisatie en techniek.

4. Medewerkersparticipatie bij de politie
Ivo van Duijneveldt, adviseur/onderzoeker AEF
Fleur Hilhorst en Justine Kaasjager, senior organisatieadviseurs, Politie / PDC HRM / Team Ontwikkelen en Veranderen

Hoe kunnen medewerkers participeren bij beslissen in en over het werk? Deze vraag staat centraal in een onderzoek naar medewerkersparticipatie bij de politie. Het onderzoek vindt plaats in opdracht van de Korpsleiding en de Centrale Ondernemingsraad. Doel van het onderzoek is een groter inzicht te verkrijgen in medewerkersparticipatie. Welke betekenis geven medewerkers en leidinggevenden eraan? In hoeverre vinden zij het van belang? Wat maakt dat medewerkersparticipatie soms als vanzelf ontstaat, maar soms ook heel moeizaam? Deze vragen worden beantwoord op basis van veldwerk in uiteenlopende teams in de politieorganisatie. In het onderzoek zijn zowel blauwe, grijze als ondersteunende teams betrokken. Ook richten de onderzoekers zich op een analyse van goede voorbeelden, verbeterinitiatieven en innovaties die vanuit het werk zijn ontstaan. Het onderzoek wordt eind 2019 afgerond. In deze dialoogsessie geven de onderzoekers een presentatie van de eerste inzichten uit het veldwerk.

Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?
De korpsleiding beschouwt medewerkersparticipatie van strategisch belang voor de politie. Om adequaat en snel in te kunnen spelen op wat er speelt in de maatschappij is het van belang dat politiemensen zelf richting en invulling kunnen geven aan hun werk. Medewerkersparticipatie veronderstelt dat medewerkers actief bijdragen aan het onderzoeken van vraagstukken die spelen in het werk en aan het bedenken van oplossingen. Dit leidt tot groter eigenaarschap voor zowel het vraagstuk als de oplossingen. Medewerkersparticipatie draagt bij aan draagvlak voor beslissingen en voor beleid, als medewerkers zelf betrokken zijn bij het analyseren en definiëren van het vraagstuk en bij het bedenken van oplossingen. Daarnaast is uit onderzoek bekend dat ruimte voor participatie positief bijdraagt aan de kwaliteit van het werk en aan de arbeidssatisfactie. Als medewerkers ruimte ervaren om zelf te kunnen sturen op het werk, draagt het bij aan reductie van werkstress en daaraan gerelateerd verzuim.

5. Op zoek naar de Buzz: (sociale) media en het delictgedrag van plegers van high impact crimes
Nicole Bouman, onderzoeker EMMA – Experts in Media en Maatschappij
Jos van der Stap, landelijk overvalcoördinator Politie

Onderzoek naar de sterke groei van het aantal overvallen in Nederland leverde een interessante bijvangst op. Overal in het land, letterlijk van Groningen tot Maastricht, doken ineens overvallers op die vergelijkbaar delictgedrag lieten zien. Bijvoorbeeld in hun keuze voor bepaalde objecten, of hun modus operandi (Rovers et al. 2010). Dit patroon van kopiëren kon niet verklaard worden uit het feit dat het hier over dezelfde daders ging of over daders die elkaar allemaal kenden. Er leek sprake van een copycat effect (Coleman 2004). Er hing iets ‘in de lucht’, dat die overvallers kennelijk oppikten en waar ze hun delictgedrag op leken aan te passen.

In 2016 liet de Taskforce Overvallen de intensieve aanpak van overvallen evalueren. Die aanpak bleek een succes. In 2009 piekte het aantal overvallen in Nederland nog met ongeveer 3000 incidenten. In 2016 was dit teruggelopen tot ongeveer 1200 incidenten per jaar. Eén van de factoren die dit succes zouden kunnen verklaren, was dat in de voorbije jaren allerlei partijen in allerhande media veel aandacht hadden besteed aan de aanpak van overvallen. Zou het dan zo kunnen zijn, dat deze mediacommunicatie een eigenstandig effect had op de beslissing van potentiële daders om (voorlopig) niet meer voor dit delict te kiezen (Rovers & Fijnaut 2016)?

Stel dat in kringen van overvallers is gaan rondzingen dat je dit delict beter even niet kan plegen. Dat er zoiets als een Buzz is ontstaan. Met deze hypothese begon dit onderzoek. En dat (sociale) media daar een rol bij speelden, bijvoorbeeld door het beïnvloeden van delictgedrag, lag voor de hand. Surette (2014) vroeg daders of ze ooit via de media een idee hadden opgedaan voor het plegen van een delict. Een kwart van de betrokkenen antwoordde hierop bevestigend.

Met dit onderzoek wilden we een beter inzicht krijgen in wat er in kringen van plegers van high impact crimes (HIC: overvallen, straatroven, woninginbraken en geweld) precies gebeurt naar aanleiding van bepaalde (sociale) media-uitingen. Over wat voor type uitingen gaat het dan, via welke kanalen en met welke content? Verder wilden we weten wat de effecten van die media-invloed zijn op individuele beslissingen om wel of niet een delict te plegen. En of het zo zou kunnen zijn, dat die media-invloed ook tot groepseffecten leidt. Want in dat laatste geval zouden we van een Buzz kunnen gaan spreken.

Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid door Hans Moors, Ben Rovers en Nicole Bouman. Publicatie wordt verwacht voor april 2019.
Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?

In de voorbije jaren zijn beleidmakers tot de conclusie gekomen dat enkel repressie niet werkt bij plegers van HIC-feiten. Aanvullende beleidsstrategieën, zoals een persoonsgerichte aanpak, zijn nodig om de frequentie van deze delicten terug te dringen. Beïnvloeding van deze groep (potentiële) daders via mediacommunicatie is mogelijk een aanvullende strategie om dit doel te realiseren. Dit onderzoek maakt duidelijk of dit een zinvolle strategie kan zijn.

Daarmee wordt een belangrijke leemte opgevuld in de bestaande kennis over dadergerichte preventie door middel van communicatie. Onderzoek naar de effecten van (preventieve) communicatie op delictgedrag focust namelijk vaak op de zendende partij (Santos & Santos 2016). Hiermee gaat het voorbij aan een vitaal aspect in de causale keten: de criminelen, hun mediaconsumptie, en de betekenis daarvan voor hun delictgedrag. Er is opmerkelijk weinig bekend over hoe specifieke groepen criminelen naar (sociale) media kijken en morele afwegingen maken die hun handelen beïnvloeden (Van Ommen 2018; Janicke 2013; Tamborini et al. 2012). Dit onderzoek richt zich op dat vitale aspect en start juist aan de kant van de ontvanger van de boodschap: de (HIC-)delictpleger. Deze kennis is in hoge mate praktijkrelevant, omdat die concrete aanknopingspunten kan bieden voor evidence-based communicatiestrategieën gericht op daders van wie de delicten een grote impact hebben op de samenleving.

6. Politiewerk in een diverse samenleving
Sandra ter Woerds en Valerie Peeck, onderzoekers Politie eenheid Amsterdam (Team A&O)
Rutger Hendriksen, teamchef basisteam Zuidoost-Bijlmermeer, Politie eenheid Amsterdam
Jos Kuppens, onderzoeker Bureau Beke

In 2018 werd binnen de eenheid Amsterdam tegelijkertijd onderzoek gedaan naar het politiewerk in de Bijlmer én naar de aanpak van professioneel controleren binnen de eenheid. In deze dialoogsessie presenteren onderzoekers van Bureau Beke en onderzoekers van de politie in samenhang de bevindingen van deze onderzoeken.
De nadruk zal liggen op de raakvlakken tussen beide: het vormgeven van professioneel politiewerk in een diverse samenleving. Hoe gaat (en ging) dat in de Bijlmermeer? En hoe meet je de effecten van professionalisering op dit vlak?

Waar staan we in de Bijlmermeer? (Team A&O politie eenheid Amsterdam)
In de media wordt soms scherpe kritiek geuit op het werk van de politie bijvoorbeeld bij gebeurtenissen waarbij burgers onjuist bejegend of onterecht behandeld worden. De relatie tussen de burger en de politie zou onder druk staan, voornamelijk in wijken met een diverse bevolking. In de media is veel aandacht voor de beleving van de burger. Maar hoe wordt dit door politiemedewerkers ervaren?

Vanuit het district Oost (Eenheid Amsterdam) werd opdracht gegeven voor een onderzoek om te achterhalen welke perceptie politiemedewerkers van basisteam Bijlmermeer hebben van de zeer diverse samenleving in hun werkgebied, de tegenstellingen tussen groepen onderling en de verhouding tussen burgers en de politie.
De vraag is hoe zij daarbinnen invulling geven aan hun professioneel handelen en hun vakmanschap? In dit onderzoek staan de verhalen en ervaringen van de medewerkers van het basisteam centraal. Zij zijn uitvoerig geïnterviewd over hun werk in de Bijlmermeer en hun contact met de burgers in de wijk. Het vertelt ‘het verhaal’ van het basisteam Bijlmermeer gebaseerd op hun beleving.

Professioneel controleren (Bureau Beke)
De aanpak van professioneel controleren staat momenteel binnen politie-eenheid Amsterdam volop in de belangstelling, ook omdat de politie regelmatig het verwijt van etnisch profileren krijgt. Momenteel worden al bestaande maatregelen voor professioneel controleren aangevuld met nieuwe, vaak innovatieve maatregelen. Nu er zoveel aandacht uitgaat naar de aanpak, bestaat ook de wens om te kijken naar de effecten hiervan. Maar voor de driehoek is het nog de vraag welke criteria hiervoor relevant zijn. Deze criteria zijn nader bepaald in dit onderzoek en zullen worden gebruikt voor een periodieke scan op de maatregelen. Bureau Beke zal een toelichting geven op dit onderzoek.
Wat betekent je onderzoek volgens jou voor de toekomst van de politie?

Deze beide onderzoeken geven inzicht in de ontwikkeling(en) van de professionalisering van het omgaan met diversiteit binnen het politiewerk. Hoe kan je hier handen en voeten aan geven en hoe blijf je aangaande deze materie een vinger aan de pols houden?

Daarnaast maakt het onderzoek ‘Waar staan we in de Bijlmermeer?’ duidelijk dat het basisteam Bijlmermeer een uniek verhaal te vertellen heeft wat betreft de aard en de ontwikkeling van het politiewerk in de eigen wijk. En zo zal ieder basisteam in Nederland op soortgelijke wijze een geheel eigen verhaal te vertellen hebben over het politiewerk en het contact tussen de politie en de burgers in de wijk. Hoe mooi zou het zijn om ook de verhalen van andere basisteam op soortgelijke wijze voor het voetlicht te brengen?

7. Geolinkage & Geoselectie; geografische analyses voor efficiënter politiewerk.
Jasper van der Kemp, universitair docent Criminologie, VU School of Criminology, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Vrije Universiteit Amsterdam
Rixt Brouwer, analist A&O, Politie eenheid Amsterdam
Sander Tulp, procesmanager BI (OSB), Politie eenheid Noord-Nederland

Politiewerk vraagt om het maken van keuzes om de beperkte capaciteit en middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten. De noodzaak tot het maken van efficiënte keuzes geldt voor surveillances die gericht zijn op het genereren van een preventief effect door de aanwezigheid van meer blauw op straat tot het gericht zoeken naar verdachten in grootschalig opsporingsonderzoek. Door gebruik te maken van geografische analyses kan gerichtere inzet worden bewerkstelligd; door surveillance te sturen naar die locaties waar de incidenten zich vooral afspelen, door gebiedsgebonden probleemgericht te interveniëren of door het geografisch gedragskundig koppelen van zaken tot series om effectief te rechercheren.
In deze dialoogsessie zullen verschillende geografische analyses aan de hand van voorbeelden worden toegelicht en bediscussieerd in het licht van de mate waarin deze in de politiepraktijk kunnen worden toegepast. Denk hierbij aan het bepalen van de risk terrain profielen van wijken voor woninginbraak; het vaststellen van de hot streets van autobranden (vs hot spots) en het selecteren en koppelen van zaken tot mogelijke series.

8. Openbare orde online; de rol van gemeente en politie
Willem Bantema, senior-onderzoeker NHL Stenden Hogeschool
Imke Smulders, docent communicatie en taalvaardigheden Juridische Hogeschool Avans-Fontys / onderzoeker expertisecentrum Veiligheid Avans Hogeschool
Sander Hoed, digitaal wijkagent team Nijmegen Zuid, Politie eenheid Oost Nederland

Willem Bantema et al. (2018). Burgmeesters in cyberspace. Handhaving van de openbare orde door bestuurlijke maatregelen in een digitale wereld (Politie en Wetenschap).
Imke Smulders (2017). #Politie. Twittergebruik door wijkagenten & de veiligheidsbeleving van de burger (Proefschrift – OU).

Er zijn veel voorbeelden van openbare ordeverstoringen met een digitale component. Te denken valt aan oproepen tot snelwegblokkades, boze burgers, bedreigingen aan bestuurders, aankondiging van demonstraties en bijvoorbeeld sexting-zaken die gevolgen voor de openbare kunnen hebben. In tegenstelling tot fysieke openbare ordeverstoringen is het bij openbare ordeverstoringen met een digitale component minder duidelijk in hoeverre zij onder verantwoordelijkheid van gemeenten en burgemeesters vallen. Juridisch gezien blijkt uit de studie ‘burgemeesters in cyberspace’ dat openbare-ordebevoegdheden van burgemeesters niet zijn toegesneden op de online wereld. Vanuit de praktijk worden strafrecht en OM vaak als aangewezen partij gezien voor handhaving in cyberspace, mede door het grens overstijgende karakter ervan.

Dit roept meer fundamentele vragen op die zich natuurlijk niet beperken tot de gemeente. Wat is precies de rol van gemeenten op dit gebied? Welke verstoringen kunnen gezien worden als een openbare orde probleem en welke niet? Lopen gemeenten de politie niet voor de voeten als ze hier een meer actieve rol zouden willen spelen? Waar begint de rol van de gemeente en of politie en waar houdt die op, hoe verhouden hun taken zich tot elkaar? Zijn partijen voldoende toegerust op de uitvoering van hun taken? Doen soortelijke discussies en problemen zich buiten de gemeente ook voor binnen de politiepraktijk, wat betekenen de digitale ontwikkelingen voor hun werk in de toekomst?

De rol en ervaringen van gemeente worden belicht door Willem Bantema die ook vervolgonderzoek gaat doen naar mogelijke gemeentelijke interventies in cyberspace (Justitie en Veiligheid) en naar het monitoren in cyberspace door gemeenten (Politie en Wetenschap). De rol van de politie wordt belicht door de recent gepromoveerde Imke Smulders die onderzoek heeft gedaan naar het twittergebruik van digitale wijkagenten en het effect daarvan op ervaren veiligheid door burgers en door digitale wijkagent Sander Hoed vanuit zijn praktijkervaring.

De dialoogsessie heeft tot doel discussie te voeren over ervaringen met online dreigingen (signalering en interventies) en het voeren van discussie over de rollen en onderlinge verhoudingen tussen politie en gemeenten. In hoeverre is de politie gebaat bij handelingen van gemeenten en burgers op dit gebied? Welke input zou het politiewerk bevorderen en welke input werkt juist belemmerend? Waar kunnen partijen elkaar effectief aanvullen en of versterken? Is de burger überhaupt bereid en bekwaam om een actieve rol te spelen en zo ja, liggen er dan ook mogelijk ongewenste neveneffecten op de loer? Invloed op onder andere de veiligheidsbeleving of het oordeel over de politie is niet ondenkbaar. Naast juridische vragen gaat het dan ook over normatieve en organisatorische vragen.

Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?
Door de toenemende digitalisering is de vraag of er wat moet gebeuren inmiddels achterhaald, maar het is wel vaak onduidelijk wie die dreigingen moet signaleren en wie moet ingrijpen.
Nu is het vaak onduidelijk wie waar verantwoordelijk voor is. Zeker wanneer er niet sprake is van een strafbaar feit (geen OM) maar wanneer er wel duidelijk bedreigingen zijn voor de openbare orde en veiligheid. Wanneer gemeenten een actieve rol zouden spelen bij het signaleren en interveniëren in cyberspace zou dat de lokale gemeenschap en politie veel tijd en moeite schelen en kan politietijd ingezet worden voor meer ‘harde’ criminaliteit. Aan de andere kant kan ook de overweging meespelen dat de wijkagent in deze tijden juist ook online het contact met zijn wijk wil en moet houden; wanneer gemeenten vanuit een actievere rol zaken gaan afvangen, ontstaat dan niet het risico dat kennis die relevant is voor de taakuitoefening van de wijkagent niet meer bij hem terechtkomt? Of het risico dat bepaalde informatie niet meer wordt gedeeld, omdat de burger het lijntje met de (bekende) wijkagent als korter ervaart dan dat met de gemeente? Het is ook de vraag in hoeverre vanuit de politie behoefte is aan steun op dit gebied door gemeenten en de vraag waartoe gemeenten/burgemeesters en politie op aarde zijn en hoe ze elkaar in de werkzaamheden/handhaven van de openbare orde en veiligheid het beste kunnen versterken. Moet er bijvoorbeeld massaal geïnvesteerd worden in het opleiden van digitale wijkagenten of moet de politieorganisatie juist verder ontlast worden en moeten gemeenten een grotere rol krijgen op dat gebied?

9. ‘Komt een amateur rechercheur bij de politie’
Arnout de Vries, wetenschappelijk onderzoeker TNO
Shanna Wemmers, scientist innovator TNO

Wanneer werk je wel of niet samen met burgers in opsporing? Burgers hebben meer dan alleen ogen en oren, en willen in toenemende mate meedenken en doen in het opsporingsproces. Denk aan meezoeken bij vermissingzaken, of het speuren naar gestolen spullen op internet. Maar wanneer werk je nu als politie echt samen met burgers, en wanneer niet? Wanneer laat je burgers hun gang gaan, en wanneer moet je het in goede banen leiden? Of hoe kun je ingrijpen als het schadelijke gevolgen kent? In deze dialoogsessie willen we met jullie in discussie over benodigde instrumenten voor politie en burgers om deze processen in goede banen te leiden. Aan de hand van in ontwikkeling zijnde tools zoals het burgeropsporingsplatform Sherlock willen we interactief op zoek naar voorbeelden uit de praktijk en eindigen met voorlopige antwoorden op deze vragen. Sherlock: https://socialmediadna.nl/sherlock/

10. Het lekken van vertrouwelijke politie-informatie
Nanette Slagmolen, wetenschappelijk onderzoeker Politieacademie
Basya Berends, coördinator Master Tactisch Leidinggevenden Politieacademie
Dave Deswijzen, toegevoegd teamchef C team Maastricht, Politie eenheid Limburg

Het prijsgeven van vertrouwelijke politie-informatie wordt onderkend als een ernstig vergrijp, zowel door politiemensen zelf als in de samenleving. Vooral gevallen waarin zulke informatie aan criminelen blijkt te zijn verkocht, kunnen op massale media-aandacht rekenen. Ze leiden tot speculatie over de omvang (neemt het toe?) en de oorzaken (frustratie onder agenten over de reorganisatie, gerichte ondermijning door georganiseerde misdaad?).

Voor het onderzoek ‘Het lekken van vertrouwelijke politie-informatie. Aard, omvang en ernst van het fenomeen bij de Nationale Politie en de Koninklijke Marechaussee’ kregen de onderzoekers toegang tot alle dossiers (2015 en 2016) van de afdelingen die integriteitsschendingen onderzoeken bij de Politie en de Marechaussee. Voor het eerst zijn zo middels systematische dossieranalyse aard, omvang en ernst van lekken in kaart gebracht. Deze fenomeenbeschrijving geeft de politie handvatten voor preventieve maatregelen. Ook beschrijven de onderzoekers de wijze waarop meldingen van lekken worden behandeld, wat aanknopingspunten voor verbeteringen biedt.

Uit het onderzoek blijkt dat het lekken van politie-informatie vaak voortkomt uit onoplettendheid in de alledaagse, uitvoerende politiepraktijk. Ook zien sommige politiebeambten niet altijd kwaad in het onrechtmatig opzoeken van informatie omdat ze het niet delen met derden, het zogenoemde lekken aan jezelf. Waar de onderzoekers nauwelijks zicht op kregen, was het perspectief van de leidinggevende op het feit dat een medewerker verdacht werd van of bestraft werd voor het lekken van informatie. In de dossiers werd bijvoorbeeld geen verslag van een gesprek of verhoor met de leidinggevende gevonden.

Als het gaat om onoplettendheid en het ongeoorloofde gedrag – wat lekken van informatie aan anderen en aan jezelf is – verwachten de onderzoekers dat leidinggevenden een belangrijke rol kunnen spelen op het gebied van preventie. Om meer aandacht en bewustzijn te stimuleren voor het fenomeen lekken van informatie, is de rol van leidinggevende van belang. Die rol van de leidinggevende is een blinde vlek gebleken in het huidige onderzoek en daarom willen we tijdens de dialoogsessie met de groep verkennen hoe leidinggevenden die rol kunnen vervullen.
Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?

Burgers mogen verwachten dat de politie integer is en zorgvuldig omgaat met gevoelige en vertrouwelijke informatie. Politiemedewerkers hebben daarin een voorbeeldfunctie. Fouten en integriteitsschendingen zijn niet voor honderd procent te voorkomen aangezien politiewerk mensenwerk is en mensen fouten kunnen maken. Voor politiemensen die misbruik maken van hun positie en over de schreef gaan, is echter geen plaats in de organisatie. De Korpsleiding heeft om deze reden opdracht gegeven tot dit onderzoek, het onderzoeken van het fenomeen lekken van politie-informatie. Met de uitkomsten van het onderzoek heeft de Korpsleiding handvatten om aan de slag te gaan met het vóórkomen van oneigenlijke gebruik van politie-informatie.
Bovendien is integriteit in het algemeen en het lekken van informatie in het bijzonder een zeer actueel thema. In februari 2018 werd Mark M. veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens het langdurig tegen betaling verstrekken van vertrouwelijke politie-informatie aan Brabantse criminelen. Op 11 januari jl. werd ons onderzoek naar het lekken van politie-informatie vroegtijdig naar de pers gelekt; in de Telegraaf was een uitvoerige weergave van de inhoud van ons rapport gepubliceerd. Wat ons betreft is integriteit een belangrijk thema en zeker ook een ingewikkeld thema dat om een zorgvuldig en open verkenning vraagt.

11. De sociale impact van kunstmatige intelligentie
Dennis de Kool, onderzoeker Risbo / Erasmus Universiteit Rotterdam
Ron Boelsma, kennis en innovatiemakelaar Politie Landelijke Eenheid

De politie wil kunstmatige intelligentie breed inzetten om de kwaliteit van werkprocessen te verbeteren. De focus van dit onderzoek is gericht op een belangrijk proces bij de politie, namelijk het aangifteproces. Een belangrijk uitgangspunt van het onderzoek is dat de inzet van kunstmatige intelligentie niet alleen impact heeft op medewerkers die betrokken zijn bij het primaire (aangifte)proces, maar ook op ondersteunende (PIOFACH) organisatieonderdelen, ketenpartners en burgers en bedrijven die aangifte doen. Dit onderzoek belicht in dat kader de sociale impact van kunstmatige intelligentie. Daarmee is de inzet van kunstmatige intelligentie niet (louter) een innovatieproces, maar een sociaal veranderingsproces, waarbij het van groot belang is dat alle belanghebbende partijen actief zijn aangehaakt.

Bij de uitvoering van het (lopende) onderzoek wordt een incrementele en gefaseerde aanpak gehanteerd, waarbij vier fasen zijn te onderscheiden. De eerste fase (september-oktober 2018) bestaat uit een literatuurstudie, waarin het begrip en verschillende dimensies van kunstmatige intelligentie, de kansen en de risico’s nader zijn verkend, evenals de noodzakelijke randvoorwaarden om kunstmatige intelligentie op een verantwoorde en succesvolle manier in te zetten. Op basis van deze inzichten is een conceptueel model ontwikkeld, waarbij tevens is geput uit literatuur over verandermanagement. De tweede fase (november-december 2018) omvat het interviewen van experts binnen de politieorganisatie en de keten (Openbaar Ministerie). De resultaten van de interviews zijn beschreven in een rapportage. Bij de derde fase (januari-februari 2019) wordt informatie verzameld aan de hand van twee focusgroepen, namelijk een focusgroep met een afvaardiging van PIOFACH en een focusgroep waarin het burgerperspectief centraal staat. De concrete invulling van fase 4 van het onderzoek wordt eind januari besproken met de begeleidingscommissie van het onderzoek.

De dialoogsessie in Den Haag is een uitermate geschikte onderzoeksmethode om de voorlopige resultaten van de eerste drie fasen van het onderzoek voor het voetlicht te brengen en kritische feedback te verzamelen. Deze feedback kan dan in fase 4 van het onderzoek worden verwerkt.

Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?
Dit onderzoek richt zich primair op het aangifteproces bij de politie. Het aangifteproces is een erg belangrijk proces binnen de politie. Een gerobotiseerd aangifteproces kan resulteren in betere aangiftes en completere dossiers en aldus een bijdrage leveren aan de centrale opdracht van de politie, namelijk het veiliger maken van de samenleving. Daarnaast kan de inzet van kunstmatige intelligentie in het aangifteproces (en andere processen) zorgen voor taakverrijking voor medewerkers. Zowel de politieorganisatie als de maatschappij kunnen dus baat hebben bij de inzet van kunstmatige intelligentie. Daarbij dient wel rekening te worden gehouden met factoren en kritische succesfactoren die in de literatuur over verandermanagement zijn genoemd. De dialoogsessie is een uitstekende manier om met de deelnemers in gesprek te gaan over de voorlopige resultaten van het onderzoek.

12. Politie in beeld; Analyse van politieoptreden bij conflicten tussen burgers
Wim Bernasco, senior onderzoeker Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR)
Lisa van Reemst, onderzoeker Erasmus Universiteit Rotterdam

Hoewel de alomtegenwoordigheid van camera’s in zowel de publieke als de private ruimte van tijd tot tijd vraagtekens oproept over privacy en effectiviteit, biedt beeldmateriaal unieke mogelijkheden om menselijk gedrag te observeren en vervolgens te analyseren. Dat geldt ook voor conflicten tussen burgers, voor criminaliteit, voor de reacties van omstanders en voor interventies door de politie en andere rechtshandhavers.

In de afgelopen jaren hebben we bij het NSCR, deels ondersteund door financiering vanuit de politie, een onderzoeksprogramma ontwikkeld waarin we beeldmateriaal gebruiken om inzicht te verwerven in de interacties tussen daders, slachtoffers en omstanders in uiteenlopende conflictsituaties, variërend van gewapende overvallen in de detailhandel tot opstootjes op straat. Omdat gedragsobservatie met beeldmateriaal in de criminologie nog nauwelijks gebruikt werd, hebben we methoden en technieken leren toepassen uit andere disciplines, zoals de gedragsbiologie en de ontwikkelingspsychologie.

In onderzoek naar overvallen in de detailhandel in Rotterdam en Amsterdam hebben we bestudeerd hoe interacties tussen overvallers en slachtoffers in sommige gevallen wel maar in andere gevallen niet tot gebruik van fysiek geweld leiden. Een belangrijke bevinding is de ondersteuning van het bestaande advies aan slachtoffers om de overvalsituatie te aanvaarden, en overvallers geen tegenstand te bieden (het RAAK principe).

Voor gedragsobservaties in het openbaar vervoer (in Denemarken) maken we gebruik van beeldmateriaal van bodycams, en onderzoeken we de rol van controleurs en passagiers in conflictsituaties. Vanuit de gedachte dat omstanders mogelijk een belangrijke rol kunnen spelen in zowel escalatie als de-escalatie van conflicten, bestuderen ook hun rol in detail.
We gaan binnenkort ook gedrag van politieagenten bestuderen. Met hulp van het team Technisch Toezicht van de eenheid Amsterdam hebben we beeldmateriaal verzameld van conflicten die zich op straat afspeelden onder het oog van toezichtscamera’s. Het gaat hier om beginnende conflicten die soms uit de hand lopen maar vaak ook met een sisser aflopen. In het merendeel van deze situaties observeren we de aankomst en de interventies van de politie. We leggen vast wat politieagenten precies doen en welke effecten die interventies hebben. Ook hier wordt de rol van omstanders meegenomen, zowel in relatie tot de conflictpartijen als in relatie tot de politie.

Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?
De uitkomsten van het onderzoek zullen bruikbaar zijn in de opleiding van politiepersoneel. Zij kunnen empirische ondersteuning geven (evidence-based) aan bestaande instructies, maar kunnen ook inzichten verschaffen die aanleiding geven tot aanpassing van de inhoud van trainingen in conflicthantering.

13. Design Science onderzoek naar de opsporing
Karin Michiels en Coen Visser, operationeel specialisten Dienst Landelijke en Operationele Samenwerking, Politie Landelijke Eenheid

Het onderzoek
Er is wetenschappelijk gezien relatief weinig bekend over het verloop van opsporingsonderzoeken. In het voortraject van twee promotieonderzoeken is een model ontwikkeld dat de stand van zaken en de voortgang van een opsporingsonderzoek in beeld kan brengen vanaf de start tot de afronding. In de volgende onderzoeksfasen wordt rond dit model een protocol ontwikkeld om (1) sturing van opsporingsonderzoeken te verbeteren en (2) het delen van informatie in opsporingsonderzoeken te verbeteren.

In het algemeen verloopt de doorwerking van wetenschappelijk onderzoek binnen de politieorganisatie moeizaam. Om deze te vergemakkelijken is gekozen voor design science als onderzoeksmethodologie. Binnen design science wordt expliciet een verbinding gemaakt tussen aan de ene kant wetenschappelijke theorie en aan de andere kant een generiek praktijkprobleem.
Design Science

In de sociale wetenschappen wordt veel gebruik gemaakt van kwantitatief (statistisch) onderzoek en kwalitatief (beschrijvend/verklarend) onderzoek. In bedrijfskundige informatica, geneeskunde en bouwkunde wordt ook gebruik gemaakt van een constructieve onderzoeksmethodologie. Vanwege de mogelijkheid om kennis te ontwikkelen waarmee verbeteringen kunnen worden ontworpen, wordt deze methodologie ook sinds enige decennia toegepast in management- en organisatiewetenschappen.

De opsporing betreft een veelkleurig en fluïde onderzoeksobject. De vele kritische geluiden op het opsporingsproces en de wens voor verbeteringen zijn de afgelopen jaren niet van de lucht zoals is op te maken uit ‘Handelen naar Waarheid’, een sterkte- en zwakteanalyse die in 2016 in opdracht van het Programmateam Herijking Opsporing is opgesteld en het rapport van de Algemene Rekenkamer uit 2012 over de prestaties in de strafrechtketen. Het deelnemen aan opsporingsonderzoeken maakt het mogelijk de voortgang van opsporingsonderzoeken te bestuderen en was aanleiding ‘iets’ te bedenken wat handvatten geeft voor het structureren van een opsporingsonderzoek. Zoekende naar een passende methodologie is ontwerpgericht wetenschappelijk onderzoek onder de aandacht gekomen: Onderzoek dat zich niet alleen richt op het beschrijven en verklaren van typen veldproblemen maar zich vervolgens ook richt op het ontwikkelen en testen van generieke oplossingen voor die veldproblemen. Deze vorm van wetenschappelijk onderzoek levert generieke kennis voor het ontwerpen van oplossingen voor specifieke veldproblemen door de professionals die met die problemen te maken hebben. Omdat dit onderzoek door haar generieke aard geen kant-en-klare oplossingen biedt maar ‘slechts’ input voor het ontwerpen van specifieke oplossingen, wordt deze vorm van praktijkgericht onderzoek ook wel ontwerpgericht wetenschappelijk onderzoek genoemd. De onderzoekers werken bij dit type onderzoek zowel in een kennisstroom als in een praktijkstroom en halen inspiratie en voldoening uit de combinatie van beiden.

Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?
De dialoogsessie laat een alternatieve onderzoeksmethode zien waarbij de nadruk ligt op de toepassing van ontwerpkennis in de praktijk. Dit betekent prescriptief onderzoek met gebruikmaking van kwalitatieve en kwantitatieve methoden van onderzoek en het ontwerpen en testen van een oplossingsstructuur voor het veldprobleem. Deze dialoogsessie toont de toepassing van een wetenschappelijke methodologie gericht op het ontwerpen van organisatorische verbeteringen.

14. Het NICHD-interviewprotocol en hoe dit kan bijdragen aan een betere samenwerking tussen Veilig Thuis en de politie
Deze dialoogsessie is vervallen.

15. Kinderen van criminelen uit de georganiseerde misdaad
Melvin Soudijn, operationeel specialist D Politie Landelijke Eenheid
Meintje van Dijk, promovenda Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR)
Veroni Eichelsheim, senior onderzoeker Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR)

‘De appel valt niet ver van de boom’ is een herkenbaar spreekwoord. Kinderen lijken namelijk in diverse aspecten vaak op hun ouders. Bepaalde kenmerken of gedragingen kunnen zo van generatie op generatie worden overgedragen. Die overdracht kan in positieve zin plaatsvinden, maar ook in negatieve zin. Zo is gebleken dat criminaliteit kan worden doorgegeven of overgenomen: in diverse studies is aangetoond dat kinderen van criminele ouders, vergeleken met kinderen met niet-criminele ouders, een verhoogde kans hebben om zelf ook in de criminaliteit te belanden. Dat effect treedt niet alleen bij huis-tuin en keukencriminaliteit, maar ook bij zwaardere vormen van misdaad. Zo heeft pilotonderzoek naar een beperkt aantal kinderen (N=48) van plegers van georganiseerde misdaad in Amsterdam laten zien dat hun kinderen een zeer groot risico lijken te lopen om in de voetsporen van hun ouders te treden: ongeveer 90 procent van de zonen en 48 procent van de dochters staat zelf geregistreerd voor één of meer delicten (Van Dijk et al. 2018). Dit is reden tot zorg over deze groep kinderen en vormt de aanleiding om grootschalig vervolgonderzoek op te zetten naar een landelijke sample veroordeelde plegers van georganiseerde misdaad (N= 478) en hun kinderen (N= 722).

In de dialoogsessie presenteren we de resultaten van dit vervolgonderzoek en gaan we onder andere in op de mate van intergenerationele overdracht van criminaliteit bij zonen en dochters van zowel mannelijke als vrouwelijke plegers van georganiseerde misdaad, het relatieve risico op criminaliteit ten opzichte van andere kinderen (met en zonder criminele ouders) in Nederland, de typen gepleegde delicten door ouders en kinderen en of bepaalde delict typen een hoger risico hebben op intergenerationele overdracht in deze groep. Na de presentatie van de bevindingen gaan we door middel van een interactief debat in gesprek met de aanwezigen over wat de resultaten betekenen voor de politiepraktijk. De studie is een gezamenlijk initiatief van de politie en het NSCR.

Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?
Bewustmaking van risico’s op intergenerationele overdracht bij georganiseerde misdaad. Nadenken over interventies binnen gezinnen waarbij de ouders nadrukkelijk binnen de georganiseerde misdaad betrokken zijn.

16. Onder de Loep: het effect van een slachtofferverklaring en de ernst van een misdrijf op de meldingsbereidheid van burgers
Wendy Schreurs, promovenda (proefschrift afgerond op 1 april 2019) Universiteit Twente
Sterre ten Berge, opsporingscommunicatie Politie eenheid Oost-Nederland

Veel zaken worden opgelost met behulp van burgers. Eén manier om burgers te betrekken bij het oplossen van misdrijven, is het inzetten van opsporingscommunicatie via televisieprogramma’s zoals Onder de Loep en Opsporing Verzocht. Het inzetten van burgers wordt steeds belangrijker en de politie kan hier, door de grote toename aan beschikbaar beeldmateriaal, slim op in spelen. De meldingsbereidheid van burgers kan afhankelijk zijn van hoe misdrijven in zulke programma’s worden weergegeven. Zijn burgers bijvoorbeeld eerder bereid iets te melden als het om een moreel verwerpelijker misdrijf gaat, of als er een slachtoffer uitlegt wat de impact van het misdrijf op hem/haar is geweest? In deze studie hebben we in samenwerking met Onder de Loep vier video’s gemaakt waarin werd gemanipuleerd welk misdrijf de respondenten te zien kregen (fietsendiefstal of babbeltruc) en of er wel of geen slachtofferverklaring werd uitgezonden. In totaal keken 100 deelnemers naar een van de vier ‘Onder de Loep’-video’s; 63 deelnemers namen ook deel aan de tweede fase in samenwerking met het Mobile Media Lab, waarbij ze op straat “toevallig” werden blootgesteld aan de verdachte uit de video en de mogelijkheid kregen om deze informatie te melden. Na het bekijken van de video, werden het feitelijke meldgedrag van de respondent, zijn bereidheid om in de toekomst te melden en in te grijpen gemeten en de relatie met mogelijk onderliggende psychologische factoren (waargenomen morele verwerpelijkheid, morele waarden, morele emoties en eerder melden en ingrijpen) onderzocht.

Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?
Dit onderzoek kan een bijdrage leveren aan hoe de politie instrumenten als opsporing verzocht, of regionale versies als Onder de Loep in de toekomst in kan zetten. Dit was een van de eerste studies om het feitelijke meldgedrag van burgers na het bekijken van opsporingscommunicatie televisieprogramma’s te meten. De opgedane inzichten kunnen worden gebruikt als startpunt voor toekomstig onderzoek over dit onderwerp en voor tv-programma’s over criminaliteit om de bereidheid van burgers en het feitelijke rapportagegedrag te vergroten.

17. Flexibel Rechercheren: oude wijn of revitaliserend bruiswerk?
Peter Klerks, raadadviseur Openbaar Ministerie, Parket-Generaal
Lisanne Kramer, recherchekundige / operationeel specialist Politie eenheid Zeeland-West-Brabant
Gerben Euwijk, operationeel specialist B Politie eenheid Zeeland-West-Brabant

In de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant introduceerde de Dienst Regionale Recherche in 2015 het concept Flexibel Rechercheren (FR). Dit komt neer op het herontdekken van traditioneel recherche-vakmanschap en het pakken van kansen. Een training en voortdurende aandacht moest een eind maken aan vrijblijvendheid. Gerard Hertsenberg en Peter Klerks onderzochten voor het landelijk programma Toekomstbestendig Opsporen en Vervolgen (TOV) samen met recherchekundige Lisanne Kramers (ZWB) het Flexibel Rechercheren op kernelementen, waardering en effectiviteit door middel van interviews en dossierstudie.

Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?
Meerdere eenheden en rechercheafdelingen onderzoeken momenteel de toepasbaarheid van FR. Het onderzoek kan bijdragen aan vernieuwing van de recherche, opmerkelijk genoeg door traditionele vaardigheden en attitudes opnieuw centraal te stellen.

18. Predictieve textmining in politieregistraties naar cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit
Nikolaj Tollenaar, onderzoeker WODC
André van der Laan, senior onderzoeker WODC
René Hesseling, operationeel specialist D / senior-onderzoeker Politie eenheid Den Haag

In deze studie is onderzocht of het mogelijk was een machine learning model te ontwikkelen om politieregistraties in de Basisvoorziening Handhaving (BVH) die betrekking hebben op cyber- of gedigitaliseerde criminaliteit te classificeren. Met dat model is de omvang van deze online criminaliteit in de BVH-registratie van 2016 geschat. Tevens zijn de achtergrondkenmerken beschreven van bekende verdachten bij deze registraties van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit. Het onderzoek richt zich op registraties van drie typen cybercriminaliteit (hacken, ransomware en DDoS-aanvallen) en vijf typen gedigitaliseerde criminaliteit (online bedreiging, online stalken, online smaad/laster/belediging, online identiteitsfraude en online aan- en verkoopfraude).

De resultaten van dit onderzoek laten zien dat predictieve textmining (PTM) bruikbaar is om accuraat registraties als (één of meerdere van de acht) online delicten te classificeren. En onder voorwaarden is het ook mogelijk om binnen een 95%-betrouwbaarheidsinterval omvangschattingen te geven van de aantallen registraties betreffende cyber- en gedigitaliseerde delicten in de BVH-2016. Omdat strenge eisen moeten worden gesteld aan de precisie van het classificeren om achtergrondkenmerken van verdachten te kunnen beschrijven, bleek het model alleen registraties van hacken, ransomware en online aan- en verkoopfraude voldoende accuraat te kunnen classificeren. We verwachten dat het ontwikkelde ML-model bruikbaar kan zijn voor trendonderzoek, wel is daarvoor nader onderzoek nodig. Door te verwachten veranderingen in de verschijningsvorm van cybercriminaliteit en veranderingen in de (kwaliteit van de) registratiebron is het noodzakelijk het model voor andere jaren te updaten. Dat vraagt de nodige investeringen.

De werkwijze, methode en resultaten van het onderzoek zullen worden gepresenteerd. Daarnaast zal de bruikbaarheid van het ontwikkelde model en de omvangschattingen worden bediscussieerd.
Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?

PTM en het ontwikkelde ML-model kan bruikbaar zijn als voorsorteer-tool om uit de BVH-registraties van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit te halen.

19. Wanneer blaffende honden bijten. Een onderzoek naar de verschillen tussen fataal huiselijk geweld en huiselijk geweld zonder dodelijke afloop
Christine Boelema, junior onderzoeker, Institute for Security and Global Affairs, Universiteit Leiden

Jaarlijks zijn ongeveer 200.000 slachtoffers van huiselijk geweld te betreuren. In sommige gevallen loopt het fataal af: in Nederland vindt ongeveer 30 procent van alle moorden plaats in gezinsverband. Eerder huiselijk geweld vormt één van de belangrijkste voorspellers van fataal huiselijk geweld. Er is echter nog weinig onderzoek gedaan naar de risicofactoren die huiselijk geweld onderscheiden van fataal huiselijk geweld. Dergelijk onderzoek kan de politie in haar dagelijkse taken ondersteunen, omdat zij vaak de eerste responders zijn bij een melding van huiselijk geweld. Zo kan de politie geholpen worden bij het inschatten van de situatie en samen met Veilig Thuis interventies aanbieden ter voorkoming van een verdere escalatie van (mogelijk) fataal geweld, bij zowel partners als bij kinderen.

Het Institute of Security and Global Affairs, Universiteit Leiden, heeft een verdiepend dossieronderzoek gedaan naar geweld tegen partners en kinderen. Op zowel kwantitatieve als kwalitatieve wijze is gekeken naar de risicofactoren dat huiselijk geweld van fataal huiselijk geweld onderscheidt. Deze dialoogsessie zal, op basis van de onderzoeksresultaten, een voorzet geven in de discussie naar het vinden van strategieën die kunnen bijdragen aan het voorkomen van fataal huiselijk geweld.

20. Betrokkenheid en verbondenheid in de integrale aanpak overlast en jeugdcriminaliteit
Anne van Uden, docent Universiteit Leiden
Jan Dirk de Jong, lector Aanpak Jeugdcriminaliteit Hogeschool Leiden
Marco den Dunnen, operationeel specialist A Politie eenheid Rotterdam

Tijdens deze dialoogsessie worden twee onderzoeken gepresenteerd: één vanuit het perspectief van de politie en één vanuit het perspectief van de jongeren.
Politie

Anne van Uden vertelt over de voorlopige resultaten van haar promotieonderzoek. Zij onderzocht de politieaanpak van jeugdgroepen en de vraag wat daarin goed politiewerk is. Voor het onderzoek bestudeerde zij drie Nederlandse politieaanpakken. Uit het onderzoek blijkt dat de politie in haar werk rekening moet houden met meerdere waarden. Deze waarden en de verschillende manieren waarop de politie zich daar rekenschap van kan geven, vullen elkaar aan, maar staan tegelijkertijd op gespannen voet met elkaar. In dit complexe samenspel speelt het tonen van betrokkenheid door politiemensen een cruciale rol en in de presentatie wordt getoond hoe politiemensen dat doen.

Jongeren
Jan Dirk de Jong en Marco den Dunnen belichten juist het perspectief vanuit jongeren. Een jongere ‘van de straat’ bepaalt doorgaans snel: Heeft deze professional me gehoord? En is wat ik zei van betekenis voor hem of haar? De beleving van verbondenheid blijkt al jaren van cruciaal belang bij de aanpak van overlast en jeugdcriminaliteit. In deze presentatie draait het om het onderzoek van het lectoraat Aanpak Jeugdcriminaliteit van de Hogeschool Leiden naar verbondenheid. De vraag is of een kwetsbare jongere het gevoel krijgt dat hij of zij echt wordt gezien, erbij hoort en ertoe doet. De essentie is of die beleving komt van positieve of negatieve krachten. Het kwantitatief meten daarvan is geheel nieuw en heeft veel praktische implicaties om de preventieve aanpak van jeugdcriminaliteit verder te helpen!

Wat betekenen de onderzoeken voor de toekomst van de politie?
Beide onderzoeken laten zien dat contact en de wijze waarop politiemensen met burgers omgaan een belangrijke rol spelen binnen het werk van de politie. Dat is relevant voor de politiepraktijk. Tevens bieden de onderzoeken aanknopingspunten voor de vraag hoe goed politiewerk ‘meetbaar’ kan worden gemaakt en kunnen de onderzoeksresultaten worden gebruikt om de kwaliteit van de werkrelatie met jeugd inzichtelijk te krijgen en daar beter op te sturen. Tot slot kan de politie de onderzoeksuitkomsten benutten voor de samenwerkingsrelatie met ketenpartners binnen de integrale aanpak, in het bijzonder in het sociale domein.

21. Doorvoer van cocaïne via Nederland
Irma Vermeulen en Wouter van der Leest, onderzoekers Afdeling Analyse en Onderzoek, Politie Landelijke Eenheid
Vanessa Dirksen, onderzoeker Universiteit van Amsterdam, Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde & Informatica

In opdracht van de portefeuillehouder drugs van de politie is onderzoek gedaan naar de doorvoer van cocaïne via Nederland. De import van cocaïne in Nederland is grotendeels in beeld, aangezien de opsporing in Nederland zich vooral op die import richt. De doorvoer van cocaïne via Nederland vormde echter een blinde vlek, en dat terwijl de hoofdmoot van de in Nederland ingevoerde cocaïne bestemd is voor de buitenlandse afzetmarkt. Een (integrale) aanpak is gebaat bij het kunnen verstoren van de hele criminele cocaïneketen en dus ook het kunnen verstoren van de doorvoer.

Het onderzoek heeft niet alleen de belangrijkste vormen van doorvoer en bestemmingen inzichtelijk gemaakt. Ook is meer inzicht verkregen in de werking van de cocaïnemarkt, de cruciale rol van de transporteur en van Nederland als distributiecentrum voor verschillende verdovende middelen.

Wat betekent je het voor de toekomst van de politie?
Het kan opsporingsonderzoeken context bieden, evenals context om te komen tot een integrale aanpak van (de ondermijnende werking van) de cocaïnehandel.

22. Ondersteunende technologie voor politie(vaardigheidstraining)
Randy Klaassen, Merijn Bruijnes en Dirk Heylen, onderzoekers Human Media Interaction Universiteit Twente
Robbert Rietveld Wunderink, Innovatie Inspirator, Directie Operatien Politie Staf Korpsleiding

Technologie kan opsporingsambtenaren op verschillende gebieden ondersteunen. In deze dialoogsessie bespreken we ontwikkelingen op het gebied van het toepassen van technologie in het opsporingsveld aan de hand van een aantal voorbeelden. Hierbij kan men denken aan het toepassen van spraakherkenningstechnologie waarmee het verhoor ondersteund kan worden, bijvoorbeeld door het automatisch te transcriberen en doorzoekbaar te maken. Daarnaast bespreken wij toepassingen binnen het vaardigheidsonderhoud en de opleiding. Denk hierbij aan serious games waarmee politieagenten getraind kunnen worden in verhoorvaardigheden en virtual reality installaties waarmee geoefend kan worden met bijvoorbeeld reanimatie of het veiligstellen van materiaal en sporen. Tijdens de dialoogsessie kunnen de deelnemers zelf ervaring op doen met de huidige toepassingen die ontwikkeld worden binnen de vakgroep Human Media Interaction aan de Universiteit Twente. Tijdens de dialoogsessie nodigen we de deelnemers graag uit om samen te brainstormen waar soortgelijke toepassingen ingezet kunnen worden binnen de opsporingsdiensten.

Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?
Het krijgen van een overzicht van technologieën en voorbeeld van ontwikkelingen die toepasbaar zijn binnen de opsporingsdiensten. Deze ontwikkelingen kunnen leiden tot efficiëntere en betere opleiding, training en uitvoering van het opsporingswerk.

23. Vluchtelingen onder de loep: Risicotaxatie op basis van big data. Een onderzoek naar de waardengedreven en procesmatige achtergrond van risicotaxatietooling binnen het veiligheidsdomein
Jeffrey Seij, onderzoeker Erasmus Universiteit Rotterdam
Mieke Struik, analist Taskforce Vreemdelingen en Migratiecriminaliteit Politie

Risicotaxatie-Instrument Asielzoekers (RIA)
De vluchtelingencrisis speelde de afgelopen jaren een bijzonder grote rol binnen de samenleving. Belangrijk hierbij was een doelgerichte en doelmatige uitvoering van het vreemdelingenbeleid. Risicoprofilering middels risicotaxatietooling zou dit positief kunnen beïnvloeden en vandaar ook dat men ging inzetten op dergelijke kansrijke technologische ontwikkelingen binnen de vreemdelingenketen. Dit heeft onder meer geresulteerd in de creatie van hetgeen hier in dit onderzoek onderzocht is: het Risicotaxatie-Instrument Asielzoekers (RIA). Hiermee wordt in essentie beoogd om binnen de eerste fase van het asielproces de besluitvormers te ondersteunen door middels veel data een risico-inschatting te produceren betreffende onder meer de kwaadwillendheid en kwetsbaarheid van een vluchteling.

In relatie hiertoe zijn er veel invloedrijke aspecten die de beoogde technologische vooruitgang op instrumentniveau significant kunnen stagneren. Deze kunnen op basis van hun veronderstelde uitwerking worden gecategoriseerd in twee groepen. Ten eerste de waardengedreven inhoudskant, welke voornamelijk verwijst naar factoren die specifiek ingaan op de waarden die men toekent aan de gebruikte data en het model zelf. Daarnaast de procesmatige clusterkant, waartoe factoren behoren die gerelateerd zijn aan het proces van ontwikkeling.
Deze categorieën zijn van belang voor de centrale vraagstelling binnen dit onderzoek: ‘Welke waardengedreven en procesmatige factoren hebben invloed op de succesvolle ontwikkeling van risicotaxatietools binnen het veiligheidsdomein?’. In deze dialoogsessie presenteer ik samen met Mieke mijn bevindingen en ervaringen aan de hand van het onderstaande conceptuele model. Daarnaast gaan wij graag met de aanwezigen in gesprek over hun visie omtrent een datagedreven Nationale Politie en de rol van risicotaxatietooling hierbinnen.
‘Datagedreven politiewerk zal de toekomst van de Nationale Politie dicteren’

Vanwege de bedreigende risico’s van jihadisten die meereizen met vluchtelingenstromen, is een efficiënte, effectieve en verantwoorde omgang van vluchtelingen bovenmatig van belang. Datagedrevenheid gaat hierbij een steeds grotere rol spelen en dit is dan ook direct één van de redenen waarom dit onderzoek relevant is voor de toekomst van de Nationale Politie. Er wordt namelijk op landelijk niveau bijzonder hard ingezet op het werken met grote hoeveelheden data en de daarop gebaseerde profilering. In relatie hiertoe geven diverse gerenommeerde onderzoekers zelfs aan dat als deze ontwikkelingen competent en coherent worden doorgezet, dit de toekomstige rol van politiewerk zal dicteren.

Daarnaast is er middels dit onderzoek beoogd om de maatschappelijke discussie aangaande het toenemende gebruik van big data en de hierop gebaseerde handelingen te voeden. Hiermee wordt onder meer gedoeld op het spanningsveld tussen veiligheid aan de ene kant en privacy tezamen met ethiek aan de andere kant. Ondanks dat dit wel in het achterhoofd van veel mensen speelt, krijgt dit thema relatief weinig aandacht waardoor duidelijke grenzen ontbreken en het thema zich in een grijs gebied blijft verkeren. Dit is nadelig voor de Nationale Politie, maar ook voor de samenleving als geheel.

24. Een efficiëntere noodhulpfunctie, het is mogelijk!
Astrid Scholtens, onderzoeker Crisislab
Ira Helsloot, hoogleraar Crisislab

Regelmatig zijn er signalen dat de politiecapaciteit te beperkt is om al het politiewerk uit te voeren. De wissel die de noodhulp (spoedeisende meldingen) op die capaciteit trekt zou een belangrijke oorzaak zijn. Samen met vier basisteams heeft Crisislab in opdracht van Politie en Wetenschap daarom drie experimentele werkwijzen voor de noodhulpfunctie ontwikkeld die tot een efficiëntere inzet van de politiecapaciteit zouden kunnen leiden.

De werkwijzen zijn een uitwerking van een van twee hoofdrichtingen. De eerste hoofdrichting is om noodhulpeenheden door gerichte sturing meer werk te laten verrichten ‘tussen de meldingen door’. De tweede is het opheffen van de specifieke noodhulp suborganisatie door alle uitvoerende politiefunctionarissen die in dienst zijn, te laten reageren op meldingen. Hierdoor kan al het reguliere werk verdeeld worden over iedere in dienst zijnde politiefunctionaris.

De werkwijzen zijn in drie basisteams (tijdelijk) geïmplementeerd en aan de hand van een nul- en éénmeting op implementeerbaarheid en efficiency(winst) getest.
Een eerste conclusie is dat momenteel politieleidinggevenden niet in staat lijken werkelijk sturing te geven om hun medewerkers aan te sturen zodat de eerste hoofdrichting weinig kansrijk is.
Het opheffen van de noodhulp suborganisatie blijkt wel te kunnen leiden tot een aanmerkelijk effectievere en efficiëntere politieorganisatie, waarin uitvoerende politiemedewerkers een meer integrale verantwoordelijkheid voelen en nemen voor het politiewerk. Het blijkt dan overigens ook dat er momenteel niet genoeg zinvol werk kan worden gegenereerd om alle uitvoerende politiefunctionarissen aan het werk te houden.

Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?
Zoals gezegd leidt het afschaffen van de noodhulp tot een aanmerkelijk effectievere en efficiëntere politieorganisatie, waarin uitvoerende politiemedewerkers een meer integrale verantwoordelijkheid voelen en nemen voor het politiewerk.

Om definitief over te (kunnen) gaan tot het afschaffen van de noodhulp is binnen de politie een paradigmashift nodig. Om dit kans van slagen te geven is een belangrijke taak voor de (team)leiding weggelegd. Maar … is de politie daartoe wel in staat?

25. Shishalounges: de problematiek en de aanpak
Deze dialoogsessie is komen te vervallen.

26. Veerkrachtig politiewerk in turbulente tijden: over WhatsAppgroepen
Ronald van Steden, universitair hoofddocent Vrije Universiteit Amsterdam, Institute for Societal Resilience, Kenniswerkplaats Veiligheid en Veerkracht
Shanna Mehlbaum, zelfstandig onderzoeker Mehlbaum Onderzoek Sherwin Tjin-Asjoe, teamchef, Politie eenheid Noord-Holland

De politie heeft op lokaal niveau te maken met uiteenlopende uitdagingen: denk bijvoorbeeld aan alledaagse inbraken die veel impact op het veiligheidsgevoel van mensen hebben en hen daarom verenigen in WhatsApp-preventiegroepen. Binnen het VU Institute for Societal Resilience (in het bijzonder de Kenniswerkplaats Veiligheid en Veerkracht) doen we, in samenwerking met externe partners, onderzoek naar deze kwesties vanuit de vraag hoe publieke organisaties, waaronder de politie, in staat zijn zich in turbulente tijden staande te houden, aan te passen en voor een gezond functionerende samenleving te zorgen.

Ronald van Steden en Shanna Mehlbaum concluderen op basis van hun recente onderzoek dat WhatsApp-preventiegroepen goed zijn voor de sociale cohesie in de buurt, maar dat je er nauwelijks boeven mee vangt. Politie en gemeenten hebben wel baat bij dergelijke groepen. De politie kan buurtbewoners trainen in het melden van verdachte situaties en hoe ze hiermee om kunnen gaan. Het onderzoek wijst uit dat begeleiding en training van de politie helpt om ongewenste situaties, zoals eigenrichting of uitsluiting, te voorkomen.
Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?

Het onderzoek geeft handvatten (diagnose/behandeling) aan de politie om met vraagstukken zoals zichzelf organiserende burgers om te gaan. Het Institute for Societal Resillience aan de Vrije Universiteit Amsterdam beschikt over veel kennis en expertise die voor de strategievorming, het beleid en het dagelijks functioneren van de politie en haar maatschappelijke partners relevant zijn. Mehlbaum Onderzoek voert projecten uit voor onder andere gemeenten, politie en wetenschap, provincies en universiteiten.

27. Veerkrachtig politiewerk in turbulente tijden: over polarisatie
Jacquelien van Stekelenburg, hoogleraar Vrije Universiteit Amsterdam, Institute for Societal Resilience, Kenniswerkplaats Veiligheid en Veerkracht
Ronald Zwarter, lid eenheidsleiding Politie eenheid Noord-Nederland

De politie heeft op lokaal niveau te maken met uiteenlopende uitdagingen: denk bijvoorbeeld aan polarisatie dat tot spanningen, segregatie en conflicten tussen bevolkingsgroepen kan leiden. Binnen het VU Institute for Societal Resilience (in het bijzonder de Kenniswerkplaats Veiligheid en Veerkracht) doen we, in samenwerking met externe partners, onderzoek naar deze kwesties vanuit de vraag hoe publieke organisaties, waaronder de politie, in staat zijn zich in turbulente tijden staande te houden, aan te passen en voor een gezond functionerende samenleving te zorgen.
Jacquelien van Stekelenburg en Ronald Zwarter gaan in op processen van polarisatie. Het begrip polarisatie wordt in het huidig tijdsgewricht veel gebezigd, maar wat verstaan we precies onder polarisatie, welke mechanismen en processen liggen er aan ten grondslag, wat is de invloed van geopolitieke spanningen en hoe kunnen we hier in de samenleving en organisaties mee omgaan? Dit zijn allemaal onbeantwoorde vragen met grote relevantie voor de politie.

Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?
Het onderzoek geeft handvatten (diagnose/behandeling) aan de politie om met vraagstukken zoals polarisatie om te gaan. Het Institute for Societal Resillience aan de Vrije Universiteit Amsterdam beschikt over veel kennis en expertise die voor de strategievorming, het beleid en het dagelijks functioneren van de politie en haar maatschappelijke partners relevant zijn.

28. De mogelijkheden van netwerkprofilering op individueel niveau
Lydia ter Haar, docent-onderzoeker Politieacademie
Marlies van den Berg, FSNA praktijkonderzoeker FPC Dr. S. van Mesdag

Binnen de forensische psychiatrie is er groeiende aandacht voor persoonlijke netwerkbenaderingen. Door aandacht te hebben voor het relationele verhaal (narratief) van de forensisch psychiatrische patiënt en zijn netwerk krijgt het behandelteam meer inzicht in cruciale netwerkfactoren die het behandelsucces en de resocialisatiemogelijkheden van de patiënt beïnvloeden. Het onderhavig promotieonderzoek beschrijft een Forensisch Sociale Netwerk Analyse (FSNA) benadering. Deze benadering is gebaseerd op inzichten vanuit de risicotaxatie en –management literatuur gecombineerd met inzichten vanuit de wetenschappelijke discipline Sociale Netwerk Analyse (SNA) en gerelateerde netwerktheorieën. Binnen een FSNA onderzoek wordt het netwerk van de patiënt beschreven en geanalyseerd ten tijde van de delictperiode en gedurende de behandeling. Daarnaast worden verwachtingen in kaart gebracht over de netwerksituatie bij een eventuele terugkeer van de patiënt in de samenleving. Voor het verzamelen van de netwerkgegevens is het FSNA-interview ontwikkeld. De patiënt en meerdere geselecteerde netwerkleden worden geïnterviewd. Er is bijvoorbeeld gedetailleerde informatie nodig over of en op welke manier het netwerk van de patiënt een rol heeft gespeeld bij het ontstaan van het delict. Bovendien is het belangrijk te weten of de mensen die ten tijde van het delict een rol in het leven van de patiënt speelden, nu nog steeds een rol vervullen in het netwerk.

In het promotieonderzoek is op casusniveau onderzocht in hoeverre netwerkkenmerken in de loop ter tijd veranderen en in hoeverre deze eventuele veranderingen als beschermend of risicovol voor toekomstig risicovol gedrag kunnen worden gezien.

Tijdens de dialoogsessie wordt aan de hand van een praktijkcasus de belangrijkste onderliggende theoretische en praktische concepten van de FSNA benadering uitgelegd. Wij willen samen met de deelnemers brainstormen over hoe een dergelijke benadering een bijdrage kan leveren binnen de politie. In de afgelopen jaren is de FSNA al in enigszins aangepaste vorm toegepast bij meerdere cold case onderzoeken, maar waar liggen nog meer kansen?

Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?
De toepassing van sociale netwerk analyse op individueel niveau staat in de forensische praktijk nog in de kinderschoenen. Dit staat op gespannen voet met de bestaande inzichten dat bij het bestuderen van crimineel gedrag de analyse van sociale relaties van groot belang is. Een samenwerking tussen onderzoekers van verschillende forensische domeinen – zoals samenwerking tussen de politie en forensisch psychiatrische centra – is van toegevoegde waarde om dit onderzoeksdomein verder te ontwikkelen.

29. Beter geïnformeerd oordelen in lastige situaties
Teresa Cardoso Ribeiro, strategisch adviseur en leiderschapstrainer bij de Universiteit Leiden / L&D, Publidox advies, training en strategisch management
Michel Bravo, hoofd Strategie DG Pol, Ministerie van Justitie en Veiligheid

De methode die wij in de dialoogsessie kunnen aanreiken, nodigt uit om meer ‘hands on’ gebruik te maken van het beschikbare onderzoek dat duiding geeft aan en verklaringen biedt voor lastige vraagstukken waar de politie mee te maken heeft. Het creëert urgentie om naar onderzoek op zoek te gaan. Daarmee is het juist gericht op het helpen integreren van de doelstelling van de conferentie in het dagelijks werk. Het laat deelnemers zelf ervaren waarom het van meerwaarde is voor hun werk.

Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?
Als je de werkwijze van de dialoogsessie breed inzet binnen de politieorganisatie, dan kun je het ook als onderzoekstool gebruiken om te inventariseren waar de behoefte aan versterking zit bij de professionals van de politie die onderzoek/evidence willen benutten bij hun werk. Dit kan bijvoorbeeld ook te maken hebben met het hebben/bouwen aan een relevant kennisnetwerk. Op basis daarvan kun je hen vervolgens gericht ondersteunen.

30. Onderzoek naar sociale netwerken die zich uiten over geweldsaanwending door de politie en hun associaties daarbij
Kevin Willemsen, onderzoeker EMMA | Experts in Media en Maatschappij & Communicatie Politie
Rianne de Vries, adviseur communicatieonderzoek, Dienst Communicatie Politie

EMMA | Experts in Media en Maatschappij heeft voor de politie een analyse gemaakt van sociale netwerken die zich roeren rondom het thema ‘geweldsaanwending door de politie’. Tevens is in kaart gebracht welke associaties ze bij dit thema hebben. De analyses zijn uitgevoerd in opdracht van de politie.

De analyse laat zien dat er sprake is van verschillende ‘kampen’ in de online berichtgeving (in dit geval geanalyseerd op Facebook). Er zijn kampen die zich verzamelen rondom accounts van de politie en het gebruik van geweld over het algemeen steunen. Daarentegen zijn er ook groepen mensen die geweldsaanwending zien als een teken van etnisch profileren of discriminatie. Deze groepen kijken elk heel anders aan tegen nieuws over de politie. Er is binnen deze groepen veel contact, maar tussen deze groepen veel minder.

Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?
De resultaten van het onderzoek geven de politie inzicht in hoe haar communicatie effectief kan worden gericht op de informatiebehoefte van verschillende groepen in de samenleving. Sommige netwerken zijn makkelijker te bereiken dan andere en daar moet een verschillende toon voor worden aangeslagen. Bovendien levert de methode op zichzelf inzicht in de dynamiek die zich voordoet op sociale media met het oog op voor de politie relevante thema’s. Het onderzoek vestigt tevens aandacht op slimme data-combinaties om publiekscommunicatie te versterken.

31. Communicative Policing in een nieuwe wereld
Marnix Eysink Smeets, lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid, Onderzoeksgroep Recht & Veiligheid, Hogeschool Inholland
Hans Moors, directeur EMMA – Experts in Media en Maatschappij
Jaco van Hoorn, directeur Operatiën, Staf Korpsleiding Politie

Het is de hoogste tijd dat de politie zich beweegt van community policing naar communicative policing, zo stelde Innes (2002) al in het begin van deze eeuw. Dat advies lijkt sindsdien alleen maar in belang te hebben gewonnen: door de social media revolutie die zich sindsdien voltrok, maar ook door de – deels daarmee samenhangende – veranderingen in het politieke en maatschappelijke klimaat. Beelden lijken steeds belangrijker te worden dan feiten. En het lijken vooral die beelden te zijn die politieke en maatschappelijke impact hebben. Hoe acteert de politie daarin? In hoeverre stuurt de politie ook op dergelijke beelden? Is de politie zich daarbij voldoende bewust van de effecten? In hoeverre gebruiken politie (en politiebonden!) dergelijke beelden ook als middel in het vraagstuk van ‘probleemdefinitie’, het vraagstuk dat volgens Beck (2018) een sleutelrol speelt in de kosmopolitische risicosamenleving? Blijft het leidend motto ‘waakzaam en dienstbaar aan de kernwaarden van de rechtsstaat’ daarbij onverkort overeind? De bijdrage is gebaseerd op een combinatie van onderzoeken, waaronder het lopende promotieonderzoek Public Reactions to Crime, een analyse van de communicatie over de jaarwisseling 2018/2019, lopend onderzoek naar Digitale Buurtpreventie in Rotterdam en het onderzoek Effecten van de communicatie rond de aanpak van woninginbraken (Eysink Smeets et al, 2017).

Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie? Scherper bewustzijn van de gewilde en ongewilde doorwerking van politiecommunicatie, zowel op strategisch als uitvoerend niveau.

32. Vingersporen, de bron en verder
Deze dialoogsessie is komen te vervallen.

33. Hoger opgeleiden binnen de politie: Luctor et emergo
Teun Meurs, promotieonderzoeker Hogeschool Arnhem Nijmegen / docent Politieacademie
Daffney Dekker, operationeel specialist B Politie eenheid Midden-Nederland

Deze dialoogsessie gaat over mijn promotieonderzoek naar de professionele rol van hoger opgeleiden binnen de politie. Samen met participant Daffney Dekker bespreek ik ten eerste de worsteling van studenten en afgestudeerde bachelors binnen de recherche- en basisteams op het gebied van hun positie, identiteit en handelingsperspectief. Hiertoe worden de ervaringen van Daffney en andere participanten geduid met behulp van het bestuurskundig concept ‘hybride professionaliteit’. Ten tweede zoomen we – wederom aan de hand van Daffney’s ervaringen – in op de wijze waarop hoger opgeleiden gaandeweg grip krijgen op hun hybride positie, identiteit en handelingsperspectief. Met betrekking tot het laatste presenteren we tenslotte het concept ‘Actieonderzoekend Vermogen als politiespecifieke variant van het – in het HBO – invloedrijke perspectief van ‘Onderzoekend Vermogen’. Hiermee bieden we een handelingsperspectief dat hoger opgeleiden en hybride professionals meer houvast kan geven bij het invullen van hun verbindende rol binnen de beroepsuitoefening.

Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?
Dit onderzoek draagt ten eerste bij aan het beter begrijpen van de beoogde meerwaarde en de belangrijkste uitdagingen van hoger opgeleide professionals binnen de politie. Dit kan worden gebruikt door hoger opgeleiden zelf om hun verbindende rol betekenisvol in te vullen. Ook kan het worden gebruikt door leidinggevenden om hoger opgeleiden gericht te coachen en door het onderwijs om hoger opgeleiden te scholen en beter voor te bereiden op hun taak.

34. Bewegen in opsporen
Wouter Landman, onderzoeker en adviseur Twynstra Gudde
Roderik Kouwenhoven, onderzoeker en adviseur Roderik Kouwenhoven Consultancy

Tijdens deze dialoogsessie geven wij inzicht in de (dan nog niet gepubliceerde) inzichten van anderhalf jaar actieonderzoek binnen de opsporing in opdracht van Politie en Wetenschap. We presenteren deze inzichten in de vorm van patronen in de manier van werken, organiseren en veranderen die de ontwikkeling of vernieuwing van de opsporing belemmeren dan wel bevorderen. Hierbij kan worden gedacht aan een (belemmerend) patroon als een ‘straatperspectief op de opsporing’ (werkpatroon) of het ‘fragmenteren van werksystemen’ en aan bevorderende patronen als ‘meervoudig sturen’ en ‘diepgaand veranderen’. We lichten de werking van de patronen toe en illustreren deze met voorbeelden uit de praktijk. De deelnemer krijgt een raamwerk van patronen aangereikt waarmee naar de eigen opsporingspraktijk kan worden gekeken. De bevorderende patronen bieden handelingsperspectief om de eigen praktijk te ontwikkelen.

Wat betekent het onderzoek voor de toekomst van de politie?
De ontwikkeling of vernieuwing van de opsporing is een van de belangrijkste prioriteiten van de huidige korpsleiding. Hoewel er tegenwoordig veel nadruk ligt op de rol die technologie hierbij kan spelen, is het ook essentieel om inzicht te hebben in de organisatiepatronen die belemmeren of helpen bij het vernieuwen van de opsporing. Ons onderzoek draagt bij aan dit inzicht en kan daarom hopelijk bijdragen aan de toekomst van de politie.

[slideshare id=140312265&doc=overzicht-dialoogsessies-conferentie-090419-190410135148&type=d]

Bron: Conferentie politieonderzoek

Videobellen naar 112?

Tekst?Charlotte van den Berg,?Foto?Rob Acket

Wie alarmnummer 112 belt, krijgt een hulpverlener van de meldkamer aan de telefoon. Deze centralist luistert en informeert zo goed mogelijk om snel te bepalen welke hulp nodig is. Hoe mooi zou het zijn als de beller niet alleen kan beschrijven wat er speelt, maar de noodsituatie ook kan laten zien? Deze manier van melden ? m?t beeld – is dit najaar getest met centralisten in twee meldkamers. ?Wat telt is hoe het w?rkelijk gaat, daarom is beeld zo waardevol.?

Wanneer een centralist iemand aan de telefoon krijgt, is het eerste doel: zorgen dat de juiste hulpverlening op de plek belandt waar hulp nodig is. Ambulance, brandweer, politie en marechaussee (of alle vier) moeten zo snel mogelijk de juiste kant op. Zodra eerste hulp onderweg is, vraagt de centralist verder. Hoe is de situatie nu? Hoe reageert een slachtoffer? Alle informatie wordt vermeld in een centraal systeem waar meerdere hulpdiensten uit kunnen putten.

Mobiel

?Als een melder foto?s of filmpjes heeft die de situatie kunnen verduidelijken, wil je zulk beeld als hulpdienst natuurlijk gebruiken?, vertelt Marjan Dol, directeur van?meldkamer Noord-Nederland. Maar hoe krijg je die beelden goed en snel de meldkamer in? ?Als iemand ons nu beelden wil sturen, lossen we dat hier op dit moment praktisch op: we geven het nummer van een mobiele telefoon van de meldkamer en bekijken de beelden daarop. Ik houd wel van die pragmatische aanpak; wat telt is dat we iemand zo snel en goed mogelijk te hulp kunnen komen.?

‘Het kan toch niet zo zijn dat we als meldkamer alleen de telefoon kunnen opnemen?’

Marjan Dol, directeur van meldkamer Noord-Nederland in Drachten

Wil je beeld structureel, goed en snel gebruiken, dan moet melden met beeld een solide plek krijgen op het computerscherm van de centralisten. En dat willen de meldkamers, omdat ze op die manier zo goed mogelijk kunnen aansluiten bij mensen die hulp zoeken. Dol: ?Het kan toch niet zo zijn dat we alleen de telefoon kunnen opnemen? Daarom willen we graag meedoen aan experimenten die alle meldkamers beter laten aansluiten bij de samenleving.? Bij jongeren bijvoorbeeld, die gewend zijn elkaar foto?s en video?s te sturen. ?De samenleving communiceert al met beelden. Wat je zou willen is dat de melder in staat is dat beeld snel aan ons over te brengen, in aanvulling op het telefoongesprek. Zodat je als melder je camera kunt aanzetten en de beelden?live?kunt laten zien aan onze centralist.?

Camerabeelden

Meldkamers maken al gebruik van beelden: livebeelden die gemaakt worden door openbare camera?s, politiehelikopters of ?drones. Maar de hulpverleningsdiensten willen meer, vertelt Dol: ?Je zorgt als meldkamer dat je de basis van je werkzaamheden op orde houdt, zodat je betrouwbare hulpverlening kunt bieden. Daarnaast is het belangrijk je bezig te houden met onderzoek, zodat je met innovaties en ontwikkelingen ook in de toekomst de goede dingen blijft doen.? Daarom staat ook de?Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) achter meer gebruik van beeld.

Levensecht

Voor het experiment, dit najaar gehouden in meldkamers van Noord-Nederland en Noord-Holland, zijn acht levensechte meldingen nagebootst door acteurs. Deze fictieve meldingen bevatten zo veel mogelijk elementen van een gecompliceerde noodsituatie. Groot verschil met eerder onderzoek: de twaalf centralisten konden nu ook gebruik maken van foto?s, video?s en zelfs live beeld van de calamiteit. Beeldmateriaal dat zogenaamd gemaakt is door de melder aan de telefoon.

Regie

Alle centralisten waren na afloop van het experiment positief: het gebruik van beeld gaat volgens hen werken in de praktijk. Vooral een verbinding die het mogelijk maakt rechtstreekse beelden van de noodsituatie te zien, helpt hen met meer zekerheid in te schatten wat er gebeurd is. En ook in welk perspectief ze de melding moeten zien. Want wat voor een melder een gigantische wond is, kan voor de centralist heel anders zijn.

De belangrijkste ervaring die de centralisten deelden, was dat ze zelf regie willen behouden: ze willen zelf bepalen of en wanneer ze beeld te zien krijgen. ?Zodat zij vanuit hun vakmanschap kunnen beoordelen wanneer het zien van beelden kan helpen en in welke situatie het alleen zou afleiden?, aldus Dol.

Scherp

Voldoet de huidige situatie in de meldkamers dan niet? Dol: ?Op basis van de woorden van de beller analyseren centralisten een noodsituatie. Ze zijn daar geoefend in en doen dat uitstekend. Maar het blijft zo dat je gebaseerd op wat je hoort, een beeld vormt dat altijd enigszins afwijkt van de werkelijkheid. En wat telt is natuurlijk hoe het buiten w?rkelijk gaat, daarom is beeld zo waardevol. Het helpt ons zo veel mogelijk feitelijke informatie naar boven te krijgen en daarmee de situatie zo scherp mogelijk te krijgen. Daarom gaat het werken met beeld echt helpen.?

Melden met Beeld

Een ander experiment in dezelfde meldkamers testte het effect dat beeld heeft op centralisten zelf. Hoe belastend is het voor hen om een werkdag lang geconfronteerd te worden met heftige beelden? Dol: ?Stel je voor dat je in de meldkamer de hele dag beelden ziet van gewonde mensen. Ik vergelijk het altijd zo: een centralist maakt op een dag ongeveer vijftig keer zo veel mee als hulpverleners die op straat werken. Daar bestaat dus wat zorg over.? Samen zullen de?twee experimenten?antwoord geven op de vraag: ?Wanneer heeft welk soort beeld impact bij het doen van een 112-melding en welke impact is dat??

Bron: JenV Magazine 2018 nr4

App: Ondermijning

Meld een Vermoeden heeft in samenwerking met het RIEC de gratis bewustwordings app voor Ondermijning ontwikkeld voor professionals en burgers. De app heet, hoe toepasselijk ook, “Ondermijning” en is vanaf vandaag te downloaden voor zowel iOS als Android op www.ondermijningapp.nl (iOS, Android)

Herken jij de onderwereld in de bovenwereld? Met de app Ondermijning test en vergroot je je kennis over ondermijnende criminaliteit. Download de app en test door middel van een spel of jij antwoord kan geven op vragen als: Welk land is de grootste producent van synthetische drugs? Wat kost ondermijning de samenleving per jaar? Waar kun je anoniem vermoedens van criminaliteit melden?

Heb je geen idee? Geen probleem, door het spel te spelen kan iedereen zijn/haar kennis op het gebied van ondermijning testen en vergroten. De verschillende typen vragen over (actuele) onderwerpen geven jou als speler een steeds beter en completer beeld over ondermijning en de maatschappelijke effecten hiervan. Het resultaat is inzicht in de impact, risico’s en de gevaren van ondermijning. En weten wat je met deze informatie kunt doen.

Met het spel test en vergroot je je kennis en bewustwording op het gebied van ondermijning, de verwevenheid tussen onder- en bovenwereld.

Meld een Vermoeden, het centrale meldpunt voor signalen over ondermijning door professionals, is trots op de publiek-private samenwerking met het RIEC.

 

Bron: Ondermijningapp.nl

Innovatiecongres Justitie en Veiligheid

Of je nu innovator bent in hart in nieren of nieuwsgierig bent naar wat innovatie voor jouw werk kan betekenen, op het Innovatiecongres van het ministerie Justitie en Veiligheid op?dinsdag?20 november 2018?ga je echt ?next level?.

Met virtual reality zien en horen wat een getuige ervaart, live sporen invoeren met een app op een plaats delict en snellere rechtspraak door de spreekuurrechter. Innovatie gaat letterlijk en figuurlijk grenzen over. We werken samen met bedrijven kennisinstellingen, startups en buitenlandse overheden aan de innovaties van de toekomst. De vraag is: What?s Next?! Hoe zie jij innovatie in het veld van justitie en veiligheid? Welke kansen zijn er voor jou en jouw organisatie? En hoe kan jij innovatie een stap verder brengen?

Tijdens het Innovatiecongres 2018 is er een aantal rondes met zo?n 70 verschillende break-out sessies. Hieronder een handig overzicht:

A.I. beeldherkenning: 50.000 geboortebewijzen checken

Ieder jaar worden zo?n 50.000 brondocumenten (geboortebewijzen, huwelijksakten, etc.) handmatig op echtheid onderzocht door het Bureau Documenten van de IND. Een tijdrovende bezigheid. Daarom is er een innovatieproject opgezet om beeldanalysetechnieken te ontwikkelen voor documentvalidatie. Kunstmatige intelligentie analyseert nu de documenten en matcht deze met de database. Deze innovatie versnelt het onderzoeksproces substantieel! In deze sessie gaan we in op de mogelijkheden van AI voor beeldherkenning. Ook vertellen we uitgebreid over de resultaten die geboekt zijn bij het Bureau Documenten.

A.I. bij de Politie: ruimte voor de mens

Artifici?le intelligentie lijkt onontkoombaar voor de veiligheid. De toenemende informatiedruk, de complexiteit van de samenleving en het gebruik door criminelen vragen om een snelle maar zorgvuldige implementatie van deze nieuwe technologie. Daarom verkent de Politie samen met de wetenschap hoe A.I. kan worden toegepast in de besluitvorming van politieprocessen, wat de impact van A.I. is op mens, organisatie en samenleving en hoe A.I. verantwoord kan worden toegepast. Kern is het ontwikkelen van (semi-)autonome systemen voor opsporing en preventie, zodat sociale en mensafhankelijke taken overblijven. Wil je meer weten over het hoe en waarom? Kom dan naar deze masterclass.

AlphaGo: Mens versus Machine

Het Chinese bordspel Go lijkt kinderlijk eenvoudig, maar is heel ingewikkeld. Het heeft meer bordconfiguraties dan dat er atomen zijn in het universum en wordt al lang beschouwd als een grote uitdaging voor kunstmatige intelligentie. In 2016 ontmoetten de werelden van Go en kunstmatige intelligentie elkaar in Zuid-Korea. Miljoenen mensen over de hele wereld keken toe hoe de legendarische Go-meester, Lee Sedol, het voor het eerst in de geschiedenis opnam tegen een onbewezen Artificial Intelligence-uitdager. De onderzoekers van Google DeepMind bouwden het AlphaGo-algoritme, dat Lee Sedol versloeg! De grootste triomf van kunstmatige intelligentie tot nu toe. Aan de hand van filmfragmenten gaan we in gesprek over de ethische en maatschappelijke consequenties hiervan. Praat je mee?

Analyseproeftuin Migratie: resultaten van ketensamenwerking

Maak kennis met de Analyseproeftuin Migratieketen, de?ketenbrede experimenteeromgeving voor strategische en tactische informatie. Ontstaan vanuit de behoefte aan een helicopterview over de migratieketen. Daarvoor is een gedeeld datawarehouse gebouwd. Tijdens dit interactieve werkatelier hoor je meer over de opzet, aanpak en resultaten van de proeftuin. Ook gaan we? aan de slag om samen een ketenbrede informatiestrategie migratie te bedenken. Ge?nteresseerd? Doe en denk dan met ons mee.

Appathon: vernieuwen door omdenken

Binnen de Dienst Justiti?le Inrichtingen bestaat er vanuit het veld een enorme behoefte om effici?nter en effectiever te werken. Door alle technologische vernieuwingen is dat ook mogelijk, maar de financi?le middelen daarvoor zijn beperkt. Tijdens deze workshop laten we zien dat er door samenwerken en omdenken toch mogelijkheden zijn om het werk van groepsleiders makkelijker te maken met ICT. Je ervaart hoe het is om een appathon te organiseren en krijgt een kijkje in de keuken van verschillende collega?s. Zien we je daar?

Bad business: de bestrijding van cybercriminele businessmodellen

Ransomware en DDoS-aanvallen zijn veelvoorkomende vormen van cybercriminaliteit. Ze kenmerken zich door een geco?rdineerde samenwerking tussen verschillende criminele partijen en een bewuste en onbewuste ondersteuning door legale en illegale dienstverleners. Kennis van de businessmodellen achter dit soort criminele fenomenen is de eerste stap in het bestrijden ervan. Vanuit die kennis kunnen samenwerkende publieke en private partijen een strategie ontwikkelen, die inzet op verstoring, opsporing en preventie. In deze masterclass bespreken we de systematiek achter de multidisciplinaire aanpak van criminele businessmodellen en presenteren we good practices en tips voor een effectieve publiek-private samenwerking tegen cybercriminaliteit.

Bij de tijd: wek je werkenergie op

Hoe houd je jezelf, je team en je (vergrijzende) organisatie energiek en bij de tijd? Belangrijk, want anders gaat de werkenergie omlaag en worden technologische mogelijkheden wellicht niet gezien en benut. Ontdek in deze workshop hoe je een verouderd cultuurpatroon kunt updaten, wat nodig is om werkenergie op te wekken, hoe je generatieverschillen kunt benutten ?n dat je het lef, dat nodig is voor verandering, kunt organiseren. Mede aan de hand van videobeelden verkennen we samen hoe iedere generatie, van de oudste tot de jongste, kan bijdragen aan het energiek en bij de tijd houden van jouw organisatie.

Blockchain bij JenV

Blockchain is een technologie en werkwijze voor veilige uitwisseling van digitale gegevens. Blockchain is decentraal en open. Er is niet ??n organisatie exclusief eigenaar, maar alle deelnemers van het netwerk samen zijn eigenaar. Hoewel deze techniek al wordt toegepast (crypto currency), is het een kwestie van tijd voordat de impact van blockchain overal voelbaar is en het dagelijkse leven drastisch verandert. Nog niet helemaal scherp wat blockchain precies is? Ook dan moet je juist langskomen. Want we leggen in begrijpelijke taal uit wat blockchain is. Daarbij laten we aan de hand van verrassende voorbeelden uit het JenV-domein zien waar je nu al en straks de techniek tegenkomt en hoe dit jou raakt als burger.

Blockchain: toepassingen in het identiteitsdomein en de Known Traveller Digital Identity

Blockchaintoepassingen?- De betekenis voor je identiteit, wat kun je ermee en waar gaan we het toepassen? Een digitale identiteit op je smartphone bijvoorbeeld, even betrouwbaar als je Nederlandse paspoort, die je zelf kunt uitbreiden met alle informatie die voor jou van waarde is. Zodat je grip hebt op je gegevens zonder risico dat een ander ermee vandoor gaat. Is dat een verre toekomstdroom? In een partnerschap tussen TU Delft en IDEMIA heeft RvIG een prototype van zo?n digitale identiteit ontwikkeld. Dit prototype wordt bij de gemeente Eindhoven en Utrecht in de praktijk getest.

KTDI?– Het World Economic Forum heeft met verschillende internationale (overheids)organisaties het KTDI concept (toezien op het gehele reizigersproces) op hoofdlijnen uitgewerkt. Met de Canadese autoriteiten wordt een? voorstel voor de implementatie van een pilot medio 2019 uitgewerkt. Projectmanagement is belegd bij Directie Migratiebeleid. Binnen Nederland betreft het een samenwerking met KMAR, KLM, Schiphol en betrokken organisaties bij het digitale identiteit traject.

Blockchain: trajecten en condities

Wil je weten wat er binnen JenV op het gebied van blockchain gebeurt? En onder welke condities we blockchain op een verantwoorde manier kunnen toepassen? Deze vragen komen aan bod tijdens deze sessie. We praten je bij over de stand van zaken en nemen je mee in de wereld van blockchain in relatie tot? cybersecurity, smart contracts (juridische vraagstukken) en privacy-aspecten. Hoe krijgen we grip op een techniek die zich nog aan het ontwikkelen is? Waarop moeten we antwoorden vinden? Welke onderzoeken zijn er nodig? En hoe zorgen wij er voor dat we proactief de juiste blockchainkennis binnen alle lagen van JenV realiseren?

Contest of concepts

Hoe kunnen overheid en startups samenwerken? En hoe snel kunnen er concrete oplossingen bedacht worden? Daarover gaat deze sessie, waarbij je twee voorbeelden te zien krijgt van trajecten waarbij startups aan de slag gaan met JenV-vraagstukken. De eerste is de ?battle of concepts challenge?, waarvoor studenten en startups oplossingen hebben bedacht. De tweede gaat over de presentatie van de oplossingen bij de eerder op de dag gestarte ?beat the clock? sessie. Daarin hebben startups binnen 2,5 uur een oplossing voor een JenV-vraagstuk bedacht. Benieuwd? Kom ook!

Cyber Threat Intelligence op nationaal niveau

Tijdens deze presentatie vertellen we je meer over cyber threat intelligence (CTI). Wat het is en vooral hoe wij investeren in onze eigen CTI-capaciteit om Nederland digitaal veilig te maken. Onze activiteiten zijn multidisciplinair. Het heeft een technische kant via het Nationaal Detectie Netwerk, maar betreft ook onderzoek. Benieuwd? We zien je graag.

Cybersecurity Radar: maak het cyberweerbericht van 2020

Het Nationaal Cyber Security Centre (NCSC) heeft dit jaar een Cybersecurity Radar gemaakt. De radar fungeert als weerbericht waarmee we kunnen zien welke ontwikkelingen op het gebied van cybersecurity de komende jaren op ons afkomen. In deze workshop delen we deze beelden met jou en stel je zelf het weerbericht samen. Ook laten we de samenhang met andere innovatieve producten zien, zoals de Technologiescan van JenV.

Data-analyse met oog voor privacy en informatiebeveiliging

Hoe kunnen we binnen JenV effectief en verantwoord informatie delen? Het verzamelen van alle data en daar naar hartenlust op los analyseren is verleidelijk, maar voldoet niet aan de rechtmatigheidseisen die noodzakelijk zijn om deze analyses in te kunnen zetten in het primaire proces. Hoe doen we dit dan wel? Tijdens deze sessie maak je kennis met drempels voor informatiedeling bij JenV. Je leert wat Privacy Enhancing Technologies (PET?s) zijn en krijgt hier voorbeelden van uit de praktijk.

De artifici?le toekomst en de vertrouwenscrisis

Het vertrouwen in instituten en merken is tanende. De wereldwijde vertrouwensbarometer dook vorig jaar diep in het rood. Een trend die al meer dan een decennium waarneembaar is komt tot een climax. Ondertussen bouwen we vrolijk door aan een nieuwe samenleving met de mogelijkheden die technologie ? zoals kunstmatige intelligentie ? biedt. Hoe moeten we A.I.-technologie?n plaatsen in deze tendens? We weten al sinds Mary Shelley?s Monster van Frankenstein dat onze westerse blik op technologie onder druk staat. In dit soort wraakscenario?s loopt het altijd slecht af met de mens en zegeviert de technologie. Maar techno-angst blijkt ook een goede raadgever, want het leidt ons naar inzicht in de menselijke psyche. Wat kunnen we leren van psychologen zoals Martin Seligman, Irvin Yalom en Sigmund Freud op dit vlak? Is de vertrouwenscrisis te overwinnen?

De drijvende kracht achter blockchain: cryptografie

Wat is blockchain eigenlijk en hoe werkt het nu echt? In deze sessie maak je kennis met de wereld van cryptografie, de drijvende kracht achter blockchain-technologie. In anderhalf uur leer je alles over hashes, merkle trees, mining en andere cruciale technische termen. Alles wat je nodig hebt om de werking van deze immens populaire technologie te doorgronden. Bekijk vooraf alvast het?filmpje?met blockchainuitleg.

De Rotterdamse Regelrechter en andere initiatieven

Relatief veel geschillen blijven nog onopgelost. Daarom is in Rotterdam een pilot gestart voor een laagdrempelige procedure. Voorwaarde is dat beide partijen bereid zijn hun medewerking daaraan te verlenen. Kernwoorden van de procedure zijn: eenvoudig, goedkoop, snel en oplossingsgericht. Tijdens de bijeenkomst krijgen deze begrippen verdere betekenis en gaan we met je in gesprek om alternatieve vormen van rechtspleging te ontwikkelen, waarmee we in het licht van de nieuwe wet kunnen experimenteren. Ook staan we stil bij de invulling van de in het Regeerakkoord genoemde ‘schuldenrechter’.

Debt Alert: sociaal maatschappelijk incasseren

Het DNA van de uitvoering verandert. Wat gisteren nog de standaard was, is vandaag gedateerd. Van de uitvoering wordt verwacht dat we sociaal maatschappelijk incasseren. Dat begon met een idee, waarmee we in januari de Innovatiepitch wonnen. Bijna ??n op de vijf huishoudens in Nederland heeft schulden. We kunnen hen het beste helpen als we er zo vroeg mogelijk bij zijn. Debt Alert is een preventie-instrument dat op basis van data-analyse schuldsignalen herkent en koppelt aan een persoon ?n een actie. De volgende uitdaging is hoe we Debt Alert kunnen implementeren in de praktijk. In deze sessie nemen we je mee in de ?next step? van Debt Alert. Hoe gebruikt het CJIB de data, hoe zetten we nieuwe technologie?n in en welke algoritmes ontwikkelt het CJIB nog meer?

Deltaflex: hoe blijft talent in beweging?

De organisaties binnen JenV vervullen bijzondere maatschappelijke taken. Die stellen ons voor even bijzondere personele vraagstukken. Waar gisteren een tekort was, kan vandaag een teveel zijn. Waar gisteren die ene vaardigheid onontbeerlijk was, zijn nu andere vaardigheden nodig. Hoe zorgen we dat onze organisaties wendbaar genoeg zijn om mee te bewegen met zulke veranderingen? Deltaflex verkent daarvoor nieuwe wegen. We werken niet vanuit plannen en blauwdrukken, maar verkennen concrete vragen met experimenten en co-creatie. We verlaten het traditionele denken over functies en werken vanuit talent, deskundigheid, taak of opgave aan oplossingen die organisatiegrenzen overstijgen. Hoe dat werkt? Dat ontdek je in het Deltaflex Werkatelier.

Design Thinking

Bedrijven als IBM, GE, Samsung, Pepsi en Philips doen het allemaal. Met Design Thinking krijg je beter inzicht in wat de gebruiker of klant wil.? In deze sessie nemen we je mee in de verschillende stappen van Design Thinking en je leert wat de voordelen hiervan zijn. Na deze workshop weet je als geen ander hoe je jouw doelgroep kunt betrekken om gericht te vernieuwen en weet je hoe je Design Thinking in kunt inzetten binnen je dagelijkse werk. Ben je erbij?

DNA Succesmeter: leren van het verleden voor de zaak van morgen

Bij het plaats-delict-onderzoek schat een forensisch onderzoeker voortdurend in waar hij sporen kan verwachten, hoe kansrijk de sporen zijn en of de sporen iets bijdragen aan de opsporing of bewijsvoering. Hoewel er zeer veel kennis beschikbaar is uit eerder strafrechtelijk en wetenschappelijk onderzoek, is deze kennis niet beschikbaar tijdens het forensisch onderzoek ter plaatse. Dankzij de DNA Succesmeter komt daar verandering in. De DNA Succesmeter gebruikt forensische big data om de beschikbare informatie uit zaken en de wetenschap te ontsluiten. Tijdens deze sessie hoor je alles over de opzet, successen ?n tegenslagen van dit project. Mis het niet.

e-Estonia: digital revolution in public governance and policing

Named ?the most advanced digital society in the world? by Wired, ingenious Estonians are pathfinders, who have built an efficient, secure and transparent ecosystem that saves time and money. Successful countries need to be ready to experiment. Building e-Estonia as one of the most advanced e-societies in the world has involved continuous experimentation and learning from our mistakes. Estonia sees the natural next step in the evolution of the e-state as moving basic services into a fully digital mode. This means that things can be done for citizens automatically and in that sense invisibly. As the new technological trends are emerging hand in hand with societal expectations where we have in one hand faster, efficient and convenient Solutions and in the other more complex threats and vulnerabilities routing from cyber and digital world. The panel will present Estonian samples of the E-governance and e-police to share practices and lessons learned.

Experiment: sociale honden helpen minderjarige zedenslachtoffers

Bij de eenheid Rotterdam is een experiment uitgevoerd met sociale honden. De dieren helpen bij gesprekken met minderjarige slachtoffers van zedendelicten. Tijdens deze masterclass wordt aandacht besteed aan wat er allemaal bij komt kijken om de inzet van sociale honden in goede banen te leiden. Verminderen de dieren inderdaad stress in moeilijke situaties? En zo ja, op welke manier? Na deze masterclass weet je meer.

Gamification: niet alles bij JenV is een spelletje

Het TestlabOM experimenteert met gamification om kennis intern beter aan te laten komen. Een voorbeeld hiervan is de cybergame: Cyber Criminal. Tijdens deze sessie bedenken we samen hoe we ?een game kunnen ontwikkelen om de burger een beter beeld te geven van het werk bij JenV. Jouw inbreng is waardevol! Zien we je daar?

Ge?ntegreerde aanpak huiselijk geweld Rotterdam

Tijdens deze sessie hoor je meer over een nieuwe ge?ntegreerde aanpak van huiselijk geweld in Rotterdam. Daarbij werken rechtbank Rotterdam en Veiligheidshuis Rotterdam-Rijnmond intensief samen. Ze willen er samen voor zorgen dat de rechter snel op de hoogte is van alle zaken van ??n gezin. Doel is om te komen tot behandeling van de strafzaak en andere rechtszaken in ??n gecombineerde zitting, om zo effectiever te kunnen beslissen.

Gevangenis zonder tralies

In de Kleinschalige Forensische Voorziening, kortweg KV, zitten jongens van 12 tot 23 jaar in preventieve hechtenis. Middenin een woonwijk, dichtbij hun eigen netwerk, gaan ze overdag verplicht naar school, stage, werk of dagbesteding. Alleen tussen 22.00 en 7.00 uur wordt hun kamer afgesloten. De KV is onderdeel van de proeftuinen die het ministerie van Justitie en Veiligheid uitvoert? in haar programma’s Koers en Kansen en Verkenning invulling Vrijheidsbeneming Justiti?le Jeugd. In deze masterclass behandelen we enkele casussen en hoor je meer over de opzet en resultaten van de KV. Iets voor jou?

Government Incubator: leren van startups

Hoe kan de overheid de startup-wereld beter bereiken? Hoe kunnen we gezamenlijk leren en instrumenten ontwikkelen, toepassen en evalueren? Waar kunnen we stappen zetten? Tijdens deze werksessie gaan we met deze vragen aan de slag om deze te vertalen naar acties en voorzieningen. Jouw denkkracht is zeer welkom!

Gpal: Beelden zeggen meer dan woorden

Gpal is een innovatieve app waarmee je altijd en overal kunt leren. Een prijswinnend platform voor kennisopbouw- en kennisdeling, voor ?n door medewerkers. Door zelf video-instructies te maken en te bekijken, blijft gegeven informatie veel beter hangen, want: beelden zeggen meer dan woorden! Ook voor gedetineerden en immigranten is het interessant om op deze laagdrempelige en ludieke manier te leren. Tijdens een interactieve presentatie hoor je alle ins en outs over Gpal. Ook is er een demonstratie van de app op een tablet en krijg je de gelegenheid om zelf een instructiefilmpje te maken. Ben je erbij?

Het nieuwe melden: de meldkamer van de toekomst

Nieuwe communicatiemiddelen tussen mensen onderling, met bedrijven en met de overheid zorgen voor nieuwe mogelijkheden voor het melden van ongevallen en noodsituaties. Het ministerie van Justitie en Veiligheid, de hulpverleningsdiensten?(in de vorm van LMS ? de Landelijke Meldkamer Samenwerking)?en TNO onderzoeken samen hoe de overheid zich slimmer kan organiseren en beter gebruik kan maken van die nieuwe communicatievormen. Met deze kennis kunnen burgers in nood sneller en effici?nter worden geholpen en kunnen de hulpdiensten beter faciliteren bij hulpverlening en bestrijding van crises en rampen. In deze sessie hoor je meer over de resultaten van ruim 1,5 jaar samen onderzoeken en experimenteren. Er is veel gedaan, technologie maakt veel mogelijk en de wereld blijft veranderen. We beschrijven de transities, maar doen ook een oproep: wie doet er mee om de volgende stap te zetten?

?Het zal mijn tijd wel duren?

Heb jij een beeld van wat er de komende 15 jaar op je afkomt? Hoe veranderingen in bijvoorbeeld technologie je carri?re zullen be?nvloeden? Of verwacht je dat alles zo ongeveer hetzelfde zal blijven? Banken, reisbureaus en media gingen er 15 jaar geleden ook vanuit dat de veranderingen wel mee zouden vallen en langzaam zouden komen. Het tegendeel bleek waar met grote gevolgen voor het voortbestaan van bedrijven en instanties. Met de veranderingen in de zorg als voorbeeld geeft Lucien Engelen een interactieve masterclass die jou wellicht ook een ander beeld geeft voor de komende periode.

Innovatiemanagement: gouden regels bestaan niet

Innovatie staat anno 2018 gelijk aan succes. Organisaties die niet innoveren, hebben geen bestaansrecht meer. Maar wat is innovatie eigenlijk? Welke manieren van innoveren zijn er? En waarom zijn er geen ?gouden regels? voor innoveren? Dat vereist dat iedere organisatie zijn eigen best practices ontwikkelt. Wil je weten hoe? Kom naar deze masterclass.

Inside-Out Prison Exchange Program in Nederland

In april ging de eerste editie van het Inside-Out Prison Exchange Program van start in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel. Twee maanden lang kregen studenten Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en gedetineerden iedere week samen les in de gevangenis. Dit programma ontstond ruim twintig jaar geleden aan de Temple University in Philadelphia en is inmiddels een internationaal succes. Tijdens deze sessie presenteren we de ervaringen met dit unieke concept in Nederland. We gaan in op de motivatie van de studenten ?van binnen en van buiten?, de dynamiek tijdens de werkgroepen, praktische overwegingen en de toekomst. Ook heb je de gelegenheid om een aantal studenten ?van buiten? te ontmoeten. Zij vertellen wat deze ervaring met hen heeft gedaan.

Intellectueel eigendom en innovatie

Als de overheid samen met ondernemers innoveert, hoe zit het dan met het Intellectueel Eigendom? Tijdens deze sessie krijg je inzicht in inkoopprocessen voor innovatie. We bespreken concrete casussen en laten daarbij bedrijven, inkopers en behoeftestellers aan het woord. Wanneer krijg je met Intellectueel Eigendom te maken en hoe kan kennis uit octrooidatabanken in je voordeel werken? Aan jou de uitdaging om mee te denken over Intellectueel Eigendom bij de inkoop van innovaties voor de overheid.

Internet of Things: een nachtmerrie van slaapkamer tot staatsveiligheid?

Sabotage en verstoring vormen de grootste digitale dreiging voor onze nationale veiligheid. Digitalisering is immers doorgedrongen tot in de haarvaten van de Nederlandse maatschappij en economie. Hierdoor is onze samenleving volledig afhankelijk geworden van digitale middelen. In deze sessie zoomen we in op het Internet of Things (IoT). IoT biedt gebruikers steeds meer nieuwe en spannende mogelijkheden; alleen al thuis zijn bijna alle apparaten verbonden met het internet. Veiligheid en privacy zijn echter meestal maar een bijzaak. In deze interactieve sessie gaan we kijken hoe we thuisnetwerken beter kunnen beveiligen met de opkomst van het IoT.?We laten een live demo zien en lichten ook de digitale dreiging voor Nederland verder toe. Ben je erbij?

Jong talent aan het woord

De student als innovator voor de Nationale Politie, Instituut Fysieke Veiligheid en de Raad voor de Rechtspraak. Tijdens deze sessie presenteren studenten Integrale Veiligheidskunde van de Haagse Hogeschool de oplossingen die ze bedacht hebben voor vijf maatschappelijke vraagstukken van JenV. Ook krijg je een korte introductie over verandermanagement en de meerwaarde van het inzetten van studenten bij organisatievraagstukken. Ontdek hoe je zo het innovatie-ecosysteem vergroot.

Keteninnovatie: van wetenschap naar praktijk

Het belang van keteninnovatie onderschrijft iedereen. Een belangrijk aspect hierin is de stap van wetenschap naar praktijk. Wanneer ben je daar klaar voor? En hoe kan de keten dit faciliteren? Tijdens deze sessie nemen we je mee in de ervaringen die zijn opgedaan in het keteninnovatietraject Greepsporen op kleding voor een gerichte DNA-bemonstering. Een leerzame sessie, want keteninnovatie en het implementeren van een nieuwe werkwijze zijn zo makkelijk nog niet.

Kunstmatige Intelligentie, JenV en ethiek

Technologische ontwikkelingen gaan razendsnel. En die techniek dwingt ons tot het stellen van nieuwe vragen. Vragen over de impact die technologie op onze maatschappij zal hebben of liever, hoe we nieuwe technologie willen introduceren in ons dagelijks leven. In deze sessie gaat het over de vele vragen die op ons afkomen. We besteden extra aandacht aan de Europese visie op Kunstmatige Intelligentie, Robotica en autonome systemen. Ook geeft TNO een kort overzicht van Kunstmatige Intelligentie binnen het werkterrein van Justitie en Veiligheid. Deze sessie legt een fundament voor de overige sessies op het gebied van Artificial Intelligence tijdens het congres.

Legal Tech: de impact van chatbots en blockchain

Wat is de impact van legal tech op ons rechts(bijstands)stelsel? Het Centre for Legal Entrepreneurship and Innovation van de Leiden Law School deed in opdracht van het Programmateam Rechtsbijstand een quick scan naar relevante technologische oplossingen in binnen- en buitenland, waaronder chatbots, blockchain en online geschilbeslechting. Deze masterclass gaat in op de opzet en uitkomsten van het onderzoek. Zien we je daar?

Let’s Ynnovate! Van ?Ja, maar? naar ?Ja, en?

Maak kennis met de kracht van een innovatieve aanpak en de wijze waarop de Ynnovate-methode je hierbij kan helpen. De Ynnovators vormen een overheidsbreed netwerk van innovatie-procesbegeleiders. Tijdens de workshop ervaar je de mogelijkheden van innovatief denken en werken en krijg je inzicht in de resultaten die dat oplevert. Hoe krijg je een mindset die aansluit bij ?Ja, en? in plaats van ?Ja, maar?? En hoe experimenteer je met creatieve denktechnieken in je eigen werksituatie? Als deelnemer ontvang je gratis het boek Let?s Ynnovate!, zodat je direct met de nieuwe werkvormen aan de slag kunt.

Meet a Startup: LexIQ

Machine learning, A.I., algoritmes en robotisering: wat houdt het in en wat betekent het voor de dagelijkse praktijk in juridische beroepen? Ervaring en ?onderbuikgevoel? spelen in procedures nog altijd een grote rol omdat statistisch onderzoek en analyses tijdrovende werkzaamheden zijn. Algoritmes automatiseren deze werkzaamheden, maar kunnen zij ook het menselijk gedrag nabootsen? Inmiddels verschijnen de eerste producten op de markt, waarmee een inschatting wordt gemaakt over de aanpak en uitkomsten van een procedure door vergelijkbare zaken te analyseren. In deze masterclass gaan we dieper in op de volgende vragen: Zijn algoritmes de oplossing of het probleem? Wat is de rol van de rechterlijke macht bij A.I. ontwikkelingen? Hoe kan A.I. mijn dagelijks werk ondersteunen? Verder werpen we een blik onder de motorkap van Lexalyse, een op A.I. gebaseerde analysetool, ontwikkeld door LexIQ in samenwerking met universiteiten en specialisten uit de praktijk.

Moreel kompas: ethiek in het publieke domein

Tijdens deze interactieve sessie kom je meer te weten over ethiek in de publieke sector en publiek-private samenwerkingen. We gaan aan de slag met tools om ethiek te bespreken en je eigen morele kompas te ontwikkelen. Deze sessie leert je op een luchtige manier om een standpunt te vormen bij ethische dilemma?s en geeft een overzicht van relevante referentieprojecten in het publieke domein.

NeuroLab NL: laat je hersenen kraken.

NeurolabNL is ??n van de 25 ?routes? van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA). De NWA is een vernieuwende onderzoeksagenda voor Nederland die tot stand gekomen uit 14.000 vragen die vanuit de maatschappij zijn ingediend. NeuroLab NL, d? werkplaats voor hersenen-, cognitie- en gedragsonderzoek, is een mooi voorbeeld van hoe de NWA werkt en wat daarin de mogelijkheden zijn. Kom naar deze masterclass als je meer wilt weten over hoe neurowetenschappelijk onderzoek kan worden ingezet voor vraagstukken uit de praktijk van justitie en veiligheid. Als je nieuwsgierig bent hoe onderzoekers en maatschappelijke partners binnen NeurolabNL samenwerken. En als je meer wilt weten over het vormen van een consortium en het indienen van een onderzoeksaanvraag.

Next Generation Politie: team van de toekomst van start

Innovaties heb je op velerlei vlak: technisch, organisatorisch en ook op sociaal gebied. Wij richten ons op de Human Factor, de belangrijkste innovatieve kracht van onze organisatie. Wanneer we kijken naar wat er morgen en overmorgen verandert in de wereld, vraagt dat zeker ook iets van ons. Daarom zijn we in twee eenheden gestart met een team van de toekomst. Wij focussen ons daarbij op de HR-thema’s flexibiliteit, duurzame inzetbaarheid, talentontwikkeling en leiderschap. Tijdens deze masterclass vertellen we meer over de opzet, doelstellingen en resultaten.

Nut en noodzaak van innovatiepartnerlanden

Nieuwe technologie?n overspoelen in hoog tempo onze samenleving en leiden tot andere gedragingen, gewoontes en gebruiken. Dat biedt zowel kansen als bedreigingen voor Nederland en de beleidsdomeinen van justitie en veiligheid. Die veranderingen houden zich niet aan landsgrenzen! Ze dwingen het ministerie van Justitie en Veiligheid niet alleen tot innovatie, maar ook tot internationale samenwerking. JenV werkt al samen met een aantal vooruitstrevende landen (U.S. Ministry of Homeland Security, Singapore Ministry of Homeland Affairs en de EU) op het gebied van technologie en innovatie. In deze sessie legt het Innovatieteam JenV samen met DEIA en RVO uit hoe internationale samenwerking er in de praktijk uit ziet, wat de noodzaak ervan is en ook wat Nederland kan halen en brengen in het buitenland.

Ontdek de vraag achter de vraag

We zijn allemaal heel goed in het bedenken van oplossingen voor problemen. Maar pakken we daarmee ook daadwerkelijk de oorzaak aan of is het een schijnoplossing? Tijdens deze workshop gaan we met elkaar verkennen hoe je tot de kern van een probleem komt. In groepjes die elk een andere pet op krijgen, bijvoorbeeld die van belastingbetaler of bestuurder, kijken we vanuit verschillende perspectieven naar de uitdaging. Dat geeft je een beter beeld van het probleem ?n de mogelijke oplossing. Ben je erbij?

Ontmoet de Surveillant van de Toekomst

A.I. en robotica roepen vragen op waar we nu al over na moeten denken, ook als toepassingen nog slechts idee?n of prototypes zijn. In het project De Surveillant van de Toekomst wordt verkend hoe het werk van politiesurveillanten er over 10 tot 15 jaar uit ziet. Bestaat de functie van surveillant nog wel in 2030 of wordt dit werk overgenomen door intelligente robots? Welke rol blijft over voor de mens? En wat betekent dit voor de burgers met wie zij in aanraking komen? Een groep Games and Interaction studenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht kreeg als opdracht om de surveillant van de toekomst te verbeelden. Zij werken hierbij nauw samen met operationele politiemedewerkers. In deze presentatie nemen zij je mee in hun verkenning naar het toekomstige werk van politiesurveillanten.

Ouders aan zet binnen de Halt-straf

Ouders de regie geven over het verloop van de Halt-straf. Dat is het idee achter de pilot Ouders aan Zet. Ouderbetrokkenheid is een belangrijke beschermende factor in jeugdcriminaliteit. Om ervaringen op te doen met het vergroten van ouderbetrokkenheid, heeft Halt deze pilot opgezet. Daarbij kregen ouders en kind de opdracht om aan de hand van een kaartspel met elkaar in gesprek te gaan over de oorzaken van het grensoverschrijdend gedrag. Aan de hand daarvan stelden ouders en kind een plan van aanpak op. Nieuwsgierig naar de uitkomst? Tijdens deze werksessie delen we onze ervaringen.

Project ‘V’: verbondenheid cruciaal bij aanpak jeugdcriminaliteit

Een jongere ?van de straat? bepaalt doorgaans snel: Heeft deze professional me gehoord? En is wat ik zei van betekenis voor hem of haar? De beleving van verbondenheid blijkt al jaren van cruciaal belang bij de aanpak van overlast en jeugdcriminaliteit. In deze masterclass draait het om het onderzoek van het lectoraat Aanpak Jeugdcriminaliteit van Hogeschool Leiden naar verbondenheid. De vraag is of een kwetsbare jongere het gevoel krijgt dat hij of zij echt wordt gezien, erbij hoort en ertoe doet. De essentie is of die beleving komt van positieve of negatieve krachten. Het kwantitatief meten daarvan is geheel nieuw en heeft veel praktische implicaties om de preventieve aanpak van jeugdcriminaliteit verder te helpen!

Publiek-private aanpak van plof- en ramkraken

?Audi-bende slaat weer toe met plofkraak op geldautomaat.? Een paar jaar geleden zag je regelmatig dat soort koppen in de krant. Om deze hausse tegen te gaan, hebben nationale politie, Openbaar Ministerie en systeembanken een convenant gesloten om nog intensiever samen te werken. In deze masterclass vertellen we over de aanleiding, onze samenwerking, de inzet van innovatie ?n de winst!

Quantified Self: de zelfmetende mens

Quantified Self gaat ervan uit dat de mens in toenemende mate technologie integreert in zijn leven. Het gaat daarbij om het in kaart brengen van informatie over jezelf. Daarmee kun je je patronen herkennen, die je vervolgens kunt gebruiken om gezonder, slimmer, fitter en gelukkiger te worden. Quantified Self is een snelgroeiend onderwerp; je maakt er bedoeld of onbedoeld al gebruik van. Dat gaat alleen nog maar meer toenemen. Enige basiskennis is daarbij zeer nuttig en daar besteden we? in deze masterclass aandacht aan. Je krijgt een indruk van wat Quantified Self op dit moment kan betekenen binnen een justiti?le context. We laten je ook QS devices zien, waarbij je mogelijk ook wordt geconfronteerd met morele dilemma?s. Kortom, als je een ?zelfmetende mens? bent of dat wilt beleven, mag je deze masterclass zeker niet missen.

Robots in de rechtspraak

Wat zijn de mogelijkheden van A.I. bij het analyseren, voorbereiden en nemen van beslissingen door de rechter? Dit jaar is gestart met een grensverleggend experiment, waarmee een A.I. kennissysteem wordt uitgedacht ?n uitgeprobeerd. Dit systeem zoekt aan de hand van ingevoerde tekst op vergelijkbare rechtszaken en geeft de gebruiker de top 10 van meest vergelijkbare rechtszaken. Deze masterclass gaat in de doelstellingen van het experiment en de PhD die hieraan te grondslag ligt. Ook komt de vraag aan de orde of robotrechtspraak wel of niet haalbaar en wenselijk is. Wat vind jij?

Satellietdata houden natuurbranden beheersbaar

Inzicht in natuurbrandrisico?s is van grote waarde om de kans op het ontstaan van een onbeheersbare natuurbrand te verkleinen. Door op zoek te gaan naar innovatieve manieren om deze risico?s in kaart te brengen, kan Brandweer Nederland natuurbrandbeheersing naar een hoger plan tillen. De inzet van satellietdata biedt daarbij grote meerwaarde. Ook werken we samen in een innovatiepartnerschap, waarbij we samen met marktpartijen een nieuwe manier van aanbesteden hanteren. Welkom bij deze interactieve presentatie!

Serious gaming in Forensics: kruip in de huid van een forensisch onderzoeker

In deze sessie maak je kennis met het Forensisch Sporenspel: een serious game over onderzoek op de plaats delict. Het is een interactief spel waarbij je in de huid kruipt van een forensisch onderzoeker. Je loopt in een virtuele omgeving rond op een plaats incident. Als groep moet je er achter zien te komen wat er is gebeurd. Samen kies je sporen voor onderzoek in het laboratorium om daarmee een zo hoog mogelijke sporenwaarde te scoren. Ook krijg je een inkijkje in de analyseresultaten en de oplossing van de zaak. Door het spel te spelen merk je dat met virtual reality de beleving veel intenser is dan bij het bekijken van foto’s. En door de discussie over sporenkaarten ervaar je de groepsdynamiek en gezamenlijke denkkracht. Benieuwd? Probeer het zelf.

Sociale robots en het werk van JenV

Heb je wel eens een sociale robot ontmoet? In deze sessie maak je kennis met Nao, die aan de hand van stellingen een stemming leidt of de inzet van sociale robots bij JenV wel of niet een goed idee is. Daarna gaan we met elkaar in gesprek over voorbeelden van dienstverlening of werkzaamheden binnen JenV die hoog op de lijst staan om met sociale robots verbeterd te worden. En wat zijn de maatschappelijke gevolgen van deze nieuwe deelnemer in het sociale veld? De ontwikkelingen op dit vlak gaan enorm snel. Robots duiken in allerlei vormen op: in operatiekamer, bij de bewaking aan de grenzen, in magazijnen en als stofzuig- en grasmaairobots. De sociale robot is een speciaal soort robot, die met gebruikmaking van technologie?n zoals spraakherkenning, gezichtsherkenning en emotieherkenning bepaalde niet-fysieke taken voor je kan uitvoeren. Ontdek hier meer over en volg de masterclass.

Start me up!

De masterclass begint met een presentatie over de samenwerking tussen overheid en startups vanuit internationaal perspectief. Daarna word je uitgenodigd om mee te doen aan een ?pitchronde?, waarbij JenV-ers een vraagstuk? pitchen en een aantal startups een potentieel interessante innovatie, product of idee pitchen. Zo komt zowel de vraag- als aanbodzijde van de ‘startup way of working’ aan bod en krijg je ook idee van de manier waarop startups innoveren en naar overheidsopgaven kijken.

Startups en inkoopprocedures

Inkoop en startups. Niet altijd een even gelukkig huwelijk. Inkoop- en aanbestedingsmogelijkheden bepalen de bandbreedte van samenwerkingsverbanden met startups binnen de overheid. Hoever kunnen, en vooral mogen, we gaan in deze samenwerking? Een goed beeld van de bestaande inkoopmogelijkheden bij verschillende overheidsinstanties is hierbij van cruciaal belang. Tijdens de sessie besteden we aandacht aan launching customership en verschillen in implementatie. Bijvoorbeeld JenV naast Provincie, Defensie en gemeente Amsterdam. Jouw inbreng wordt op prijs gesteld om hierover met elkaar van gedachten te wisselen.

Startups in Residence: lessons learned

Eerder dit jaar is de eerste editie van het Startup in Residence programma van JenV afgerond. Tijdens deze masterclass vertellen we je wat het programma inhoudt en vooral wat het werken met startups betekent voor de innovatiekracht van JenV. Ook besteden we aandacht aan de ervaringen van de startups zelf. Leren is een van de hoofddoelen van SiR. Dat is een continu proces. Daarom zullen deze lessen en ervaringen een prominente rol spelen bij de implementatie van vervolgedities. Denk en praat je mee?

Technologie en veiligheid in de toekomst

De Stichting Toekomstbeeld der Techniek brengt mogelijkheden in kaart van bestaande en nieuwe technologie?n die we kunnen inzetten om onze samenleving veiliger te maken. Tijdens deze workshop ga je actief aan de slag met vragen als: hoe kan de toekomstige samenleving eruit zien? Welke technologie?n komen er op ons af? Welke kansen en kwetsbaarheden bieden deze technologie?n? En, wat betekenen die veranderingen voor onze veiligheid? Aan de hand van de antwoorden op deze vragen word je uitgenodigd na te denken over toekomstige toepassingen van technologie op het gebied van veiligheid.

Technologische revolutie: kans ?n bedreiging

De hoeveelheid data blijft exponentieel toenemen en we worden als mens steeds afhankelijker van techniek. Voor de veiligheid is technologie steeds vaker een bedreiging: drones als aanslagmiddel, de opkomst van cybercriminaliteit en het 3D printen van wapens en zelfs munitie. Toch zijn er ook kansen. Digitale middelen geven unieke mogelijkheden om burgers te betrekken bij de aanpak van criminaliteit. TNO is als kennispartner van het ministerie van Justitie en Veiligheid, de Politie en Defensie bij al deze ontwikkelingen betrokken. Tijdens deze interactieve lezing ga je op reis langs de ontwikkelingen, kansen en bedreigingen, nieuwe trends en voorbeelden uit de praktijk.

The startup way of working: follow the money

Het team Follow the Money (FTM) van het Functioneel Parket en de FIOD zet alles op alles om onzichtbaar crimineel vermogen zichtbaar te maken. Tijdens deze sessie vertelt het team alles over de toegevoegde waarde van datagedreven onderzoek. FTM is anders dan anders. Binnen het team komen de werelden van big data en financi?le recherche samen. Met hun startupmentaliteit zijn ze continu op zoek naar nieuwe die bij kunnen dragen aan toekomstbestendige opsporing. Dat vraagt om een ?agile way of working?. Hoe bevalt dat binnen de bureaucratische wereld van de overheid? Maak kennis met ’the startup way of working’ en kom naar deze sessie.

TNO Innovatiegame: de eerste stap naar innovatie

Maak kennis met de Innovatiegame, een energiek spel dat TNO heeft ontwikkeld om creatief ?n gestructureerd na te denken over maatschappelijke veiligheidsvraagstukken. Geschikt voor teams van 3 tot 4 deelnemers en in ??n uur te spelen. In een creatief proces ontwerpt het team een multidisciplinair innovatietraject voor een zelf gekozen veiligheidsprobleem. De game bestaat uit een vast te volgen proces en deelnemers worden ge?nspireerd met de laatste TNO innovaties op gebied van ?organisatie en proces?, ?mens?, en ?technologie?. De gekozen oplossingsrichting ligt echter helemaal bij jouw team. En dat is precies de kracht van een gedragen idee: de eerste stap op weg naar een nieuwe innovatie! Benieuwd? Doe mee.

Toekomstig JenV letterlijk in beeld

Altijd al eens willen fantaseren over hoe JenV er in de toekomst uit zal zien? Dan is dit werkatelier iets voor jou. Met behulp van een cartoonist brengen we de toekomst van JenV letterlijk in beeld. Aan de hand van een brainstorm en de tekeningen wordt zichtbaar hoe JenV er in de toekomst uit kan zien op het gebied van innovatie. Wat zien we dan? Wat is belangrijk? En wat betekent dat voor de stappen die we nu moeten zetten? Denk mee en laat je inspireren!

Toekomstscenario’s: is jouw organisatie futureproof?

E?n van de belangrijkste vragen die organisaties zichzelf (moeten) stellen is: wat is onze rol in de toekomst? Voor visie en strategievorming is het belangrijk om verschillende toekomstscenario?s in kaart te kunnen brengen. Maar hoe doe je dat? Welke methoden zijn daarvoor beschikbaar? Hoe zoek je naar informatie over toekomstige ontwikkelingen? Hoe analyseer en vertaal je die naar consequenties voor jouw organisatie? En, last but not least, hoe zorg je ervoor dat je organisatie toekomstgericht wordt? Je hoort er alles over in deze masterclass.

Veiligheidsatelier: hoe kom je tot werkende innovaties?

Wat is nu werkelijk het probleem? Dat is het uitgangspunt van het Veiligheidsatelier waar de 3 0?s (Overheden, Ondernemingen en Onderwijsinstellingen) samenkomen om oplossingen voor vraagstukken te bedenken door over eigen grenzen heen te kijken. Sinds 2013 zijn met deze methodiek meer dan 20 innovatieve oplossingen bedacht. In deze masterclass maken we je enthousiast voor de methodiek en leer je hoe je een Veiligheidsatelier kunt opzetten voor jouw vraagstukken. En hoe anderen jouw deskundigheid kunnen gebruiken voor de vraagstukken die zij hebben.

Virtual reality bij Justitie en Veiligheid

In deze masterclass laten we verschillende virtual reality toepassingen zien die interessant zijn voor justitie en veiligheid. Zo bespreken we hoe een VR-simulatie bij daders van huiselijk geweld empathie voor de slachtoffers opwekt. Dit zijn eerste resultaten van de pilot Vergeet Mij Niet. Daarnaast laten we de contouren zien van FutureU: een VR-project waarbij lange-termijn-denken van delinquenten wordt gestimuleerd door ze in contact te brengen met hun virtuele toekomstige ik.

Voeding en Veiligheid: maximaal alert

De Nationale Wetenschapsagenda (NWA) verenigt onderzoek naar vernieuwende idee?n in verbinding met de praktijk. Wat dacht je van Voeding en Veiligheid? We voelen ons allemaal wel eens slaperig na de lunch of flauw bij een lege maag. Maar er is veel meer bekend over voeding, alertheid en emotioneel functioneren. Denk bijvoorbeeld aan cognitieve controle en waakzaamheid bij operators van complexe systemen, bestuurders van voertuigen, politie en brandweer. Beroepen die vragen om maximale alertheid. Wat doet voeding in deze situaties en hoe kan nieuwe kennis de praktijk ondersteunen en de veiligheid bevorderen? In onze masterclass gaan we het hier uitgebreid over hebben. Je leert meer over voeding en veiligheid en over consortiumvorming binnen het NWA.

What Design Can Do

Wat zou een hele andere manier zijn om complexe vraagstukken zoals seksuele uitbuiting van minderjarigen te bekijken en aan te pakken? En wat heb je daaraan in je werk? Tijdens deze masterclass van What Design Can Do, hoor je hoe ontwerpers een rol kunnen spelen in het ontwikkelen, herformuleren en oplossen van complexe problemen. We nemen je mee in de gedachte en werkwijze van What Design Can Do en vertellen hoe we samen met het Openbaar Ministerie en het ministerie van Justitie en Veiligheid oplossingen ontwikkelen, die de seksuele uitbuiting van minderjarigen kunnen voorkomen, dwarsbomen of stoppen.

Zonder informatie geen innovatie

Door de enorme groei aan digitale informatie rijzen er nieuwe vragen en uitdagingen. Hoe zorg jij bijvoorbeeld dat gegevens snel en effici?nt worden gevonden, gedeeld en bewaard? Tijdens de sessie wordt in beeld gebracht welke innovaties deel uitmaken ?f zouden kunnen maken van doeltreffende informatiehuishouding. Daarna ga jij aan de slag! Met prikkelende stellingen dagen wij jou uit om mee te denken over innovatieve idee?n voor de informatiehuishouding van je eigen organisatie en JenV.

Bronnen: Innovatiecongres Justitie en Veiligheid

Innovatiecongres Niveau S

We horen de verhalen nu al langer. Criminelen die het sociaal weefsel ontwrichten door met hun rijkdom het hoofd van jongeren op hol te brengen. Maffiajongens die zich als heftruckchauffeur of boekhouder verkleden en zo malafide drugsgeld binnenbrengen. Een fitnessclub op de hoek als wasmachine voor dat zwarte geld. Of cybercriminelen die onschuldige burgers verleiden om onbewust hand-en-spandiensten te verlenen.

Daarom vraagt Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Jan Jambon aan de FOD Binnenlandse Zaken en Vias institute het probleem van ondermijning in kaart te brengen ?n oplossingen aan te rijken.?Op een groot tweedaags evenement in Square Brussels (Kunstberg) slaan innovators, disruptors, professionals, investeerders, ? de handen in elkaar. Voor het eerst.

Aan het evenement koppelen we ook een grote job- en innovatiebeurs. Want er is nood aan kennis, maar ook aan mensen. En aan disruptieve idee?n en technologie. Doe bijvoorbeeld mee aan de wedstrijd:

Niveau S

Het concept van ?een veilige samenleving? heeft het de laatste tijd zwaar te verduren gekregen. Mensen zoeken krampachtig naar een antwoord op de vraag: ?Wie of wat kan mij een veilig gevoel geven??. Maar wat als we het denken niet langer aan anderen overlaten? Wat als we al onze innovatieve idee?n over veiligheid bundelen en ze werkelijkheid maken?

Stel je voor. Een perfect veilige, geborgen samenleving waarin van criminaliteit of gevaar geen sprake is. Stel je voor. Een niveau van veiligheid waarin burgers weerbaar zijn voor al het malafide dat hen wil verleiden. Een niveau waar tegelijk de meest innovatieve technologie ons bewaakt.

Dat is Niveau S.

In Niveau S (een verwijzing naar het dreigingsniveau) brengen overheid,?burgers en technologie samen veiligheid en rust. Het weerspiegelt een maatschappij waarin malafide ontwrichting en ondermijning geen kans krijgen. Het staat in schril contrast met Niveau 4, waarbij de dreiging van de malafide infiltratie van onze maatschappelijke weefsels te groot is. Zo groot dat militairen over straat patrouilleren en steden in lock down gaan. Niveau S is geen wollig theoretisch begrip. Niveau S is de start van een nieuwe veiligheidscultuur. En dus vragen we iedereen, maar vooral aan jou:? wat doe j?j in Niveau S?

Kennis

Waar staat Belgi? met de inzet van technologische innovaties in ons veiligheidssysteem? Tijdens een plenair deel bespreken specialisten hoe technologie en samenwerking tot een veiligere maatschappij kunnen bijdragen. Daarbij kijken we ook naar het buitenland.

Een van de thema?s die minister Jambon zelf op de agenda wil plaatsen, is de informatie-uitwisseling. ?We moeten nadenken over hoe we slim de confrontatie aangaan met criminele netwerken, die zich ook steeds gewiekster organiseren?, aldus Jambon. Hij wijst onder meer naar het voetbalschandaal, waarbij onderzoek naar witwassen een breder crimineel netwerk rond matchfixing lijkt bloot te leggen.

Tijdens het werkbezoek wordt ook een samenwerkingsakkoord tussen het Belgische expertisecentrum Vias Institute en het Nederlandse TNO (Nederlandse organisatie voor toegepast Natuurwetenschappelijk onderzoek) getekend. Vias Institute zal maar liefst ? 100.000 euro per jaar investeren in de samenwerking. Zo moet Belgi? samen met Nederland ??n van de pioniers worden in de technologische innovatie van het veiligheidswezen.

Expertise

Niveau S bereiken is enkel mogelijk mits de inzet van de juiste mensen. Met een grote jobbeurs wil Niveau S nieuwe?innovators?en?disruptors?in contact brengen met publieke en private diensten die instaan voor onze veiligheid. Tijdens deze jobbeurs zullen bedrijven actief op zoek gaan naar talent ?n ervaring om hun vacatures in te vullen.

Met de conferentie hoopt minister Jambon de veiligheidsberoepen ook sexyer te maken. Er staan nog veel vacatures open in het veiligheidsapparaat. Door een innovatief verhaal te vertellen , en beveiligingstechnologie misschien naar het niveau van biotechnologie te tillen, hoopt Jambon het tij te keren.

Disruptieve technologie

Het is 2018. Technologie valt niet meer weg te denken uit ons leven. Die technologie maakt ons leven?makkelijker, maar wordt onvoldoende gebruikt om het ook?veiliger te maken. FOD Binnenlandse Zaken en Vias institute koppelen het evenement daarom aan een innovatiebeurs. Tijdens een innovatiewedstrijd vragen we iedereen naar de technologische mogelijkheden die ons samen leven kunnen verrijken. Wij zorgen ervoor dat die allernieuwste idee?n en concepten aan toplui uit de politiek, bedrijfs- en veiligheidswereld kunnen worden voorgesteld.

Maarten Swinnen, woordvoerder safety and security Vias Institute:??Om in Niveau S te komen hebben we een cocktail van innovatieve kennis, technologie en mensen nodig als tegengif tegen de sluipende ondermijning. Technologische innovaties worden in het buitenland al volop gebruikt om tot een veiligere samenleving te komen. Ook Belgi? moet dat kunnen. Dit tweedaags event is geen eindpunt, maar de start van een nieuwe manier om met veiligheid en innovatieve technologie om te gaan. We willen van Belgi? een voortrekker maken en zetten dus niet alleen in op het evenement, maar koppelen er voor het eerst ook een jobbeurs en innovatiewedstrijd aan vast.?

Schijf je hieronder in voor het congres. Een verslag van het congres zal later dit jaar volgen.

Bronnen: Niveau-S

Trendradar voor Het Nieuwe Melden

Trendradar brengt ontwikkelingen in kaart voor Het Nieuwe Melden (HNM), een programma met visievormend en experimenteel onderzoek naar nieuwe ontwikkelingen binnen het meldproces. De interactie tussen burgers en hulpverleningsinstanties ten behoeve van veiligheid en dienstverlening staat hierbij centraal.

De wereld verandert continu. Technologische ontwikkelingen en nieuwe toepassingen volgen elkaar in rap tempo op. Nieuwe mogelijkheden voor communicatie tussen mensen onderling en met bedrijven en de overheid scheppen ook verwachtingen voor ?het melden?. De HNM-Trendradar brengt deze ontwikkelingen in kaart.

‘Lifeline voor burgers

Om de veiligheid en (nood)hulpdienstverlening zo goed mogelijk te blijven ondersteunen is het belangrijk te weten wat er speelt qua trends en technologische ontwikkelingen. Deze zullen zowel kansen als potentiele risico?s met zich meebrengen. Vanuit de kennis van deze ontwikkelingen kan een visie en een strategie worden vastgesteld om een ?lifeline? voor burgers te kunnen zijn en blijven.

De juiste informatie op de juiste plek

Het waarborgen van veiligheid en het zo goed mogelijk inzetten van (nood)hulpdienstverlening is afhankelijk van de snelheid en overdracht van juiste en relevante informatie naar de juiste schakels in de keten. Maar het gaat ook om interpretatie van deze informatie en vandaaruit correcte vertaling naar effici?nt en effectief handelen. In het meldproces zijn een aantal generieke stappen te onderscheiden: Waarnemen ? Melden ? Duiden ? Opvolgen. In de stap Duiden wordt de gemelde informatie ge?nterpreteerd en vertaald naar handelen, dus van: ?Wat is er aan de hand? naar: ?Wat kunnen we doen.? Deze stap is te zien als de kernstap in het meldproces.

De juiste koers voor Het Nieuwe Melden

Het meldproces is onderhevig aan technische, maatschappelijke en organisatorische ontwikkelingen. Om een ?lifeline? voor burgers te kunnen zijn en blijven, dienen we gebruik te maken, dan wel rekening te houden, met deze ontwikkelingen.
Een algemene actie gekoppeld aan maatschappelijke trends is het inspelen op ontwikkelingen in de maatschappij om de voorkant van het meldproces slimmer te organiseren en daarmee het contact tussen hulpdiensten en burgers te behouden en verder te verbeteren. Qua organiseren kan er ingespeeld worden op bestaande ontwikkelingen van netcentrisch werken. Voor wat betreft het beschermen van informatie zal het bewustzijn moeten worden vergroot en er een groei moeten komen in expertise.
De trendradar laat zien aan welke acties gedacht kan worden voor de verschillende stappen of aspecten uit het meldproces. Met deze acties kan door gericht invulling te geven aan experimenteel onderzoek Het Nieuwe Melden de juiste koers inzetten.

Lees hier de hele trendradar:

[slideshare id=115342522&doc=tno-trendradar-hnm-180919062207]

Bronnen: TNO

De transparante keten

Op 28 mei 2018 vond in Mediaplaza in Utrecht de tweede editie van het congres ?De Transparante Keten? plaats. Tijdens dit congres werden deelnemers uitgenodigd om na te denken over de randvoorwaarden om toekomstige wietteeltexperimenten te laten slagen.

Nederland heeft de voordeur van de coffeeshop redelijk op orde. Waar het aan schort is het organiseren en het controleren van de achterdeur.

Nederland was ooit gidsland met een liberaal coffeeshopbeleid. Nu is er vanuit veel gemeenten de roep om regulering van de cannabisteelt omdat illegale cannabisteelt leidt tot gevaren voor de openbare orde en de volksgezondheid. Inmiddels is in de Amerikaanse staten Colorado en Washington het gebruik en de teelt van wiet toegestaan. Ook in Uruguay heeft het parlement met regulering ingestemd. In Spanje schieten de cannabis social clubs uit de grond en wordt in de regionale parlementen gedebatteerd over regulering. Kortom ontwikkelingen die vragen om goede regelgeving waarbij volksgezondheid en openbare orde gediend zijn.

Programma
Centrale vragen tijdens het congres zijn: Hoe ziet de Nederlandse cannabismarkt eruit en wat betekent dit voor de inrichting van de wietteeltexperimenten? Welke uitdagingen zien verschillende betrokken partijen bij de wietteeltexperimenten? Welke problemen kunnen de wietteeltexperimenten al dan niet oplossen? Aan welke randvoorwaarden moeten realistische en uitvoerbare wietteeltexperimenten voldoen? Wat kunnen we leren van wietteeltexperimenten in andere landen? Hoe wordt gewaarborgd dat bij de inrichting van de wietteeltexperimenten voldoende rekening wordt gehouden met de Nederlandse cannabiscultuur?

H?t congres over het inrichten van de wietteeltexperimenten
Het Transnational Institute en stichting Epicurus organiseerden dit congres voor bestuurders, beleidsmakers, politici, wetenschappers en professionals die betrokken zijn bij het coffeeshopbeleid en/of het opzetten en uitvoeren van de wietteeltexperimenten.

In het NRC een artikel van Freek Schravesande naar aanleiding van het congres, met de veelzeggende titel:

“De wietteelt reguleren, dat kan. Maar man, wat is het moeilijk”

?Hoe organiseer je met elkaar iets dat je nooit eerder hebt gedaan?? Op het witte podium kijkt een kleine vrouw in rode jurk de felverlichte zaal rond. Een kordate Amerikaanse te midden van ruim 150 Nederlanders. ?Natuurlijk, dan kom je bij elkaar en zoek je een oplossing.?

Barbara Brohl, drugsadviseur en voormalig hoofd belastingdienst van Colorado, vertelt hoe h??r staat in amper veertien maanden tijd een hele wietindustrie wist te reguleren. Hoe tientallen partijen, van teler tot verslavingszorg tot politie, met elkaar bijeenkwamen in werkgroepen en nadachten over het best mogelijke model voor iedereen. En hoe dat uitmondde in een systeem met 39.942 werknemers die verantwoordelijk zijn voor teelt en verkoop, inclusief testfaciliteiten en een volgsysteem voor elke plant.

Het verhaal van Brohl staat in scherp contrast met dat van haar publiek. Coffeeshopondernemers, lamgeslagen na 42 jaar gedogen. Gemeenteambtenaren die ?t ook niet meer weten, beleidsadviseurs met de handen in ?t haar. Zij denken al sinds de gedoogwet in 1976 na over hoe om te gaan met dat verdomde plantje ? en ze komen er maar niet uit.

Brohl sprak maandag in de Jaarbeurs in Utrecht op het congres De Transparante Keten, georganiseerd door Stichting Epicurus en het Transnational Institute. Beide organisatoren zijn voorstander van regulering, zoals ook overwegend het publiek ? een kleurrijk gezelschap van beleidsmensen en ondernemers, van pak tot korte broek. Ze kwamen bijeen om na te denken over de voorwaarden die nodig zijn om het aanstaande experiment met gereguleerde wietteelt in Nederland te laten slagen.

Dat experiment komt er, zo is afgesproken in het regeerakkoord. Zes tot tien gemeenten zullen eraan deelnemen en het experiment mag maximaal vier jaar duren, meer is er nog niet over bekend. Een onafhankelijke commissie met daarin wetenschappers op gebied van onder meer zorg, justitie, voedsel en waren, benoemd door het kabinet, denkt na over de randvoorwaarden. De commissie, onder leiding van hoogleraar Andr? Knottnerus, komt naar verwachting deze week met haar advies.

Van een juichstemming is op het congres niets te merken. Eerst maar eens afwachten waar ze mee komt, is de teneur. Want het zijn volgens de congresleden juist de v??rwaarden die bepalen of het experiment zal slagen of niet. Kiest het kabinet, met VVD en D66 en ?het christelijk blok? van CDA en ChristenUnie, voor een kansrijk of kansarm model?

Negatief imago

?We kunnen niet enthousiast zijn over een experiment zolang we er niets over weten?, zegt de Utrechtse coffeeshopondernemer Tino Bos. ?D? handicap is de afgesproken testperiode van vier jaar?, zegt Bart Vollenberg, coffeeshopondernemer in Lelystad en Almere. ?Wie wil er investeren in een project dat na vier jaar stopt?? En ook aanwezige gemeenteambtenaren zijn kritisch. Wat nou als het experiment mislukt? Dat straalt negatief af op je gemeentelijk imago, klinkt het. Van de ruim dertig gemeenten die zich jaren geleden hebben opgegeven als kandidaat, is het maar de vraag of ze straks nog willen.

En zo zijn er volgens de congresleden wel meer beren op de weg. Welk THC-gehalte gaat de overheid hanteren? En wat nou als de klant liever een hoger gehalte heeft, of andere wiet? En wat mag de gereguleerde wiet straks kosten? En wat nou als de straatdealer een lagere prijs hanteert? En hoe zit het met de internationale verdragen? Gereguleerd wiet telen m?g toch helemaal niet? Van oudsher was dit een belangrijk argument om regulering tegen te houden.

En, wie g??t er eigenlijk telen? In de congreszaal zitten ook tuinders. Die zien als ?B.V. Nederland? het aanstaande wietexperiment als een ?business case? en denken graag groot. Ze willen de teelt inrichten zoals die van de sperzieboon en de tomaat. Maar dat zien de coffeeshopondernemers juist weer niet zo zitten. Tino Bos: ?Wij hebben een voorkeur voor onze eigen kwekers. Die hebben de kennis en kunde.? Vollenberg: ?Wiet kweken is net als wijn maken, dat leer je niet zomaar.? Joachim Helms, voorzitter van de Bond voor cannabisdetaillisten, pleitte op het congres voor een model waarbij meerdere telers zich verenigen in een ?kweekverzamelgebouw?, zodat coffeeshops de keuze houden bij wie ze afnemen. ?Op dit moment zijn bepaalde soorten wiet populair, straks weer andere. Daar moet je als ondernemer op kunnen inspelen.?

Al die perspectieven maken het volgens Nicole Maalst?, van organisator Epicurus, zo lastig om in Nederland de stap naar regulering te maken. ?Er zijn niet twee maar m??rdere partijen en die hebben allemaal hun eigen belang.? En praten m?t elkaar is ook niet even gebruikelijk. Maalst? zegt veel moeite te hebben gedaan om ook ambtenaren van het ministerie van Justitie en Veiligheid naar het congres te krijgen, maar dat is niet gelukt ? op ??n rechercheur na, gekomen op persoonlijke titel. ?Kennelijk is het lastig hierover in gesprek te gaan.?

Een proces naar regulering ?s moeilijk, zegt de Amerikaanse Barbara Brohl op het podium. ?Het duurt langer dan je denkt en het kost meer geld dan je denkt.? Maar, zegt ze ook, de belastinginkomsten verzachten de pijn. ?Sinds de invoering begin 2014 hebben we in Colorado 606,4 miljoen dollar opgehaald. Dat gaat naar scholen, voorlichting, preventie.?

En die internationale verdragen dan, klinkt uit het publiek, die verbieden regulering toch? ?Tja?, zegt Brohl, ?daar hebben we niet eens aan ged?cht. Gewoon negeren.?

Bronnen: DeTransparanteKeten, NRC

DIY Policing

Social media zorgt dat burgers activiteiten ontplooien die normaal onderdeel waren van het politiewerk en het werk van andere organisaties die zich bezighouden met de openbare veiligheid. Als moderne Sherlock Holmes helpen burgers de politie of nemen ze taken zelfs over. Zij onderzoeken misdaden, identificeren verdachten, vormen lokale buurtwachten, jagen op pedofielen en melden op allerlei manieren?misdaad.

Vanuit het Europese onderzoeksproject Medi@4Sec is gisteren het beknopte rapport over DIY Policing publiek gemaakt dat precies naar dit nieuwe fenomeen wereldwijd onderzoek heeft gedaan. Er zijn veel voorbeelden bekeken, en de ethische en juridische uitdagingen zijn hierbij ook onder een vergrootglas gelegd.

Al reeds in januari was er in Berlijn de eerste Europese bijeenkomst over dit onderwerp om met experts uit politie, OM, ministeries, wetenschap, bedrijfsleven en burgergroepen te praten over de kansen en bedreigingen die dit nieuwe fenomeen bieden.

Hieronder kun je de publicatie online lezen of downloaden. Mocht je het volledige achterliggende onderzoeksrapporten willen lezen verwijzen we je naar de website van?Medi@4Sec?waar ook andere interessante publicaties over de impact van social media op politiewerk te vinden zijn:

Bronnen:?Medi@4Sec

112 app

Het ministerie van veiligheid en justitie gaat eindelijk werk maken van een nationale 112-app. Het heeft de Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO) de opdracht gegeven te onderzoeken of het mogelijk is een 112-app uit Finland op te nemen die daar sinds 2015 landelijk operationeel is.

Het programma LMO is gevraagd een concreet voorstel te ontwikkelen zodat er op korte termijn een 112 app beschikbaar is met als randvoorwaarden:

  • Een werkende 112-app (proven technology) uit het buitenland die in ieder geval moet voldoen aan de eisen op gebied van beveiliging en betrouwbaarheid.
  • De app moet in eerste instantie een aantal basisgegevens doorgeven (beller gegevens en locatiebepaling), maar moet kunnen worden doorontwikkeld.

Fins voorbeeld
Uit het onderzoek van TNO naar ?Het Nieuwe Melden? bleek dat Finland een landelijk werkende 112 app operationeel in gebruik heeft. Als eerste stap op weg naar een Nederlandse 112 app zijn de (on)mogelijkheden en ervaringen met de Finse collega?s besproken. Wim van Vemde, programma-directeur LMO, licht de Finse app toe: ?In Finland kun je met de app 112 bellen en de 112 app stuurt de locatiegegevens van de 112 beller en de accuraatheid van de locatiegegevens direct en automatisch naar de meldkamer. Ook is het mogelijk om via de 112 app diverse niet spoed-servicenummers te bellen. De 112 app is daar beschikbaar in het Fins, Zweeds en Engels. Hij is nog niet geschikt voor doven en slechthorenden of mensen met andere communicatieve beperkingen?.

Hoe werkt het aan de ?achterkant??
De werkwijze is redelijk eenvoudig: ?De locatiegegevens en accuraatheid worden 24 uur opgeslagen in een cloud. De meldkamerorganisatie krijgt de locatie-informatie alleen gedurende het gesprek met de melder. De 112 app zoekt met behulp van de GPS ontvanger in de telefoon tijdens het 112 gesprek continue naar verbetering van de accuraatheid van de locatiegegevens (GPS updates). Bellen via de 112 app werkt hetzelfde als bellen op reguliere wijze met een telefoon. Een 112 gesprek in het buitenland, gestart vanuit de 112 app, wordt dan ook in het buitenland als 112 gesprek behandeld. De locatiegegevens komen dan echter niet aan bij de buitenlandse centralist. Wel is het mogelijk de locatie af te lezen op de 112 app en mondeling door te geven?.

Gebruikers positief
De 112 app werkt daar goed, de reacties van publiek zijn positief en er zijn weinig klachten. Van Vemde: ?De 112 app is sinds de introductie in 2015 bijna 900.000 keer gedownload in Finland, op een bevolking van 5 miljoen. Het downloaden van de 112 app is gratis. De gebruiker van de 112 app betaalt alleen voor datagebruik in het kader van het doorgeven van de locatiegegevens. Ook de centralisten zijn enthousiast. De ingebruikname heeft weinig extra opleiding gevraagd van de centralist; de locatiegegevens komen in hun meldkamersysteem te staan als co?rdinaten en op de kaart?.

Vervolgstappen
Op dit moment worden met de eigenaar van de app de mogelijkheden tot aankoop van de Finse 112 app door de Nederlandse overheid verkend. Dit maakt onderdeel uit van de besluitvorming. Als dit daadwerkelijk mogelijk is, wordt de 112 app geschikt gemaakt voor Nederland. Zo moeten er dan bijvoorbeeld technische aanpassingen?worden gedaan om de gegevens ook op de meldtafel van de centralist te krijgen en uiteraard moet de taal worden aangepast. Vervolgens wordt de app in de praktijk van een meldkamer beproefd; dat maakt onder meer inzichtelijk wat het gebruik van een 112 app vraagt van de centralisten en wat er (aanvullend) nodig is om de 112 app landelijk operationeel in te zetten. Op basis van de uitkomsten van deze praktijkproef volgt dan zo mogelijk de landelijke uitrol van de 112 app.

Ook social media nuttig voor 112
Volgens prins Pieter-Christiaan van Oranje-Nassau is het gebruik van sociale media ?heel nuttig? bij het in kaart brengen van wat mensen mogelijk van plan zijn. Informatie die mensen op internet achterlaten, kan prima gebruikt worden bij opsporingsdiensten,?zegt hij tegen het FD. Voorbeelden zijn uitingen voorafgaand aan grote demonstraties of festivals, maar ook signalen tijdens zulke evenementen. Als je sociale media op die manier inzet, maak je mensen bewuster van wat ze op het web doen en hoe kwetsbaar dat ze maakt. ?De zwakste schakel is niet zelden de mens die het meest actief is op sociale media?. De prins wijst op de mogelijkheden van social engineering: door profielen en online informatie met elkaar te combineren is het niet moeilijk te achterhalen hoe lang iemand van huis is. Pieter-Christiaan wil dat een ?nationale meldkamer? zich daarmee gaat bezig houden. In die meldkamer werken politie, militaire politie en veiligheidsdiensten samen, met de nieuwste technieken. ?Het begint al bij de manier waarop een incident wordt gemeld. Jongeren bellen nauwelijks meer, maar appen en chatten?. Terwijl de meldkamer alleen nog telefonisch bereikbaar is. Goede monitoring van sociale media kan ook tot betere waarschuwingsmethoden leiden. ?Zo kan ook de zin van de onzin worden gescheiden. Als het gaat om terreur, schieten we nu vaak in de hoogste alarmfase, terwijl het bij wijze van spreken soms kan worden afgedaan met de wijkagent?.

Vlijmenaar Erik Blaauw, die bij gebrek aan een fatsoenlijke 112-app er zelf ??n liet?ontwikkelen, reageert verheugd. ,,Het is goed dat dit probleem eindelijk onder de aandacht is gebracht bij de politiek.? Bij de Finse app worden de locatiegegevens en accuraatheid te allen tijde opgeslagen in een cloud. De meldkamer krijgt de locatie-informatie alleen gedurende het gesprek met de melder. De 112-app zoekt met behulp van gps in de telefoon continu naar verbetering van de accuraatheid van de locatiegegevens.

De Finse app werkt in tegenstelling tot die van Blaauw niet als de telefoon vergrendeld is en ook de luidspreker wordt niet automatisch ingeschakeld. ,,Laat ik vooropstellen dat ik mijn app zie als een tijdelijke oplossing en ik het toejuich dat de Nederlandse overheid ermee bezig is. Als de Finse app wordt aangeschaft, kan mijn app nog steeds dienen als goede back up.”

 

Bronnen: Brabants Dagblad,?Cops In Cyberspace, LMO, FD

Toepassing Social Media Data-Analytics voor het Ministerie van Veiligheid en Justitie

De essentie van sociale media is dat er een online platform is waar de gebruikers, zonder of met minimale tussenkomst van een professionele redactie, de inhoud verzorgen. Doordat sociale media zo intensief en door zoveel mensen wordt gebruikt, worden er dagelijks enorme hoeveelheden data gegenereerd. Coosto is een Nederlands bedrijf dat applicaties maakt waarmee het openbaar toegankelijke, Nederlandse deel van deze databerg beter toegankelijk wordt gemaakt. Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft een licentie voor het gebruik van Coosto. Dit bedrijf levert softwaretools om inzichten te krijgen vanuit het sociale web en controle te krijgen over de sociale media. De social media tool is een sterke zoekmachine, waarmee zowel social media monitoring als online klantenservice eenvoudiger wordt gemaakt. Er staan miljarden documenten in opgeslagen.

Met dit onderzoek wordt nagegaan in hoeverre de data die Coosto verzamelt, gebruikt kunnen worden voor andere doeleinden dan webcare alleen (op VenJ terrein). Het onderzoek bestaat uit twee delen. In deel I van het onderzoek is de creatieve interactie tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer van essentieel belang. In deel II van het onderzoek wordt een nog nader te bepalen toepassing verder uitgewerkt.

[slideshare id=77337491&doc=toepassingsocialmediadataanalyticsvoorhetministerievanveiligheidenjustitie-170628132658&type=d]

Bron: WODC