Tagarchief: LMO

Landelijke Meldkamer Samenwerking en het Nieuwe Melden

De wereld verandert continu. Technologische ontwikkelingen en nieuwe toepassingen daarvan in de maatschappij volgen elkaar in rap tempo op. Nieuwe communicatiemiddelen tussen mensen onderling, met bedrijven en de overheid zorgen voor nieuwe mogelijkheden voor het melden van ongevallen en noodsituaties. Het ministerie van Justitie en Veiligheid, de hulpverleningsdiensten (in de vorm van de LMS, de Landelijke Meldkamer Samenwerking) en TNO onderzoeken binnen het programma ?Het Nieuwe Melden? samen hoe de overheid zich slimmer kan organiseren en beter gebruik kan maken van de kansen die nieuwe communicatievormen bieden voor het melden van veiligheidsincidenten. De kennis die deze onderzoeken oplevert, draagt eraan bij om nu en in de toekomst burgers in nood sneller en effici?nter te helpen en de ambulancezorg, brandweer, marechaussee en politie beter te faciliteren bij hulpverlening en bestrijding van crisis en rampen.

Bijeenkomst op de CCR Summit 2018

Visie vormen en experimenteren

Visievormend en experimenteel onderzoek is de kern van de aanpak van Het Nieuwe Melden. Met visievormend onderzoek brengen we de huidige trends en transities in kaart en bedenken samen met de verschillende stakeholders in het meldkamerdomein hoe hier effectief op ingespeeld kan worden. Met experimenten onderzoeken we de invloed van technologische ontwikkelingen op de meldkamer en het meldproces. We beantwoorden vragen als: ?Hoe sturen we hulpverleners voorbereid op weg met big data?? of ?Welke input kunnen sensoren leveren aan de meldkamer??. In het programma werken we nauw samen met de LMS. De LMS, de ‘scale-up’ van het programma Landelijke Meldkamer Organisatie, is het nieuwe organisatieonderdeel van de politie en werkt van en voor alle partijen in het meldkamerdomein. E?n van de belangrijke opdrachten van de LMS is het moderniseren en vernieuwen van meldkamerprocessen, -systemen en ?organisatie, onder andere met sensoren, datascience en netcentrisch opereren. In samenwerking met het meldkamerveld kunnen we onderzoek doen met impact ? waarin de eindgebruiker wordt meegenomen. We vertellen graag meer over de trends en transities en lichten twee recente experimenten toe.

Trends

Er zijn verschillende trends in kaart gebracht die van invloed zijn op het meldproces:

  • Smart community: We leven in een smart community, waarin informatie-uitwisseling explosief toeneemt en mensen altijd en overal met elkaar verbonden zijn. Dit betekent dat er meer kanalen komen via welke burgers meldingen kunnen of willen doen. In deze genetwerkte samenleving is iedereen steeds meer altijd en overal met elkaar verbonden. Daarnaast wordt burgerparticipatie, bijvoorbeeld via sociale media, gemakkelijker.
  • Vermenging digitale en werkelijke wereld: De digitale en werkelijke wereld versmelten, waarbij er een toenemende afhankelijkheid is van digitale systemen. De digitale wereld is in staat tot steeds betere nabootsing of zelfs ?verbetering? van de echte wereld. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Augmented Reality of Mens Machine Interfaces. Activiteiten en systemen in het digitale domein krijgen daarmee steeds meer invloed op onze activiteiten in de fysieke wereld. Digitale veiligheid zal daarmee steeds meer impact hebben op de fysieke veiligheid van de burger.
  • Beeldcultuur: We leven in een beeldcultuur, waar de technologie in een stroomversnelling zit en de behoefte aan beeld steeds groter wordt. De impact van deze trend is momenteel al voelbaar in de meldkamers, die steeds vaker toegang hebben tot (live-)beelden uit de regio. Bij dit toenemende aanbod moet rekening gehouden worden met de regie ? voegt het beeld nog wat toe aan reeds ontvangen informatie en in hoeverre draagt het bij aan snellere hulpverlening? Daarnaast is het van belang om de impact op de centralist te duiden; beelden kunnen schokkender zijn of juist een melding afzwakken.
  • Autonome besluitvorming: Er is steeds meer sprake van autonome besluitvorming op basis van data. Wanneer er geen gebruik gemaakt wordt van de toenemende input van data ten behoeve van veiligheid zal de burger zich afvragen waarom niet. Aan de andere kant moet er ook geen overload zijn aan data of beslismodellen die het hulpverleningsproces kunnen verstoren.
  • Digital trust: We worden ons bewust van de keerzijde van het opslaan en transporteren van data, mede omdat de kwetsbaarheid voor digitale veiligheidsincidenten groter wordt en het onderscheid tussen nep en echt steeds moeilijker. Privacy zal soms opgegeven moeten worden ten behoeve van veiligheid, maar waar ligt deze grens? Transparantie over welke gegevens waarvoor worden gebruikt blijkt hierin een belangrijke factor. Daarnaast moeten nieuwe databronnen (zoals beeld) die aangewend worden voor besluitvorming betrouwbaar zijn.
  • Smarter world: We leven in een smarter world, waarin ?dingen? steeds slimmer worden en mens-machine interfaces steeds intu?tiever. Veiligheidsdiensten moeten dus steeds beter kunnen communiceren met dingen in plaats van mensen. Op deze manier zouden slimme voer-, vaar- en vliegtuigen of gebouwen zelf meldingen kunnen doen.

Transities

Om in te spelen op de hierboven beschreven trends en ontwikkelingen zijn verschillende transities voor de meldkamer gedefinieerd: van beperkte gegevens naar relevante multimediale informatie, van volgend naar voorspellend, van menselijke naar kunstmatige intelligentie, van begrensd naar virtueel grenzeloos, van intern hi?rarchisch naar extern genetwerkt, van blind vertrouwen naar transparantie. Aan deze transities worden samen met stakeholders, zoals de verschillende kolommen en het ministerie, actierichtingen gedefinieerd die eind dit jaar gepubliceerd zullen worden.

Transities op de weg naar Het Nieuwe Melden

Beeld in de meldkamer

?Ja mevrouw, ik zie het?!? Een nieuw geluid op de 112-meldkamer tijdens het experiment ?Melden met beeld?. In oktober is een onderzoek uitgevoerd in de Meldkamers Noord-Nederland en Noord-Holland om te onderzoeken wat de invloed is van het gebruik van beelden bij 112-meldingen. Beeld kan namelijk het proces versnellen en de juistheid van informatie vergroten maar mogelijk ook tijd kosten om te interpreteren en afleiden van wat wordt gezegd. Centralisten van verschillende disciplines deden mee aan twee experimenten. Het eerste (quasi) experiment richtte zich op het effect van beeld op het proces en met name op de snelheid, juistheid en volledigheid van de verwerkte informatie. Elke centralist handelde tijdens het experiment acht cases af waar tijdens de intake beeldmateriaal aan werd toegevoegd. Op die manier konden onderzoekers van TNO de prestaties van de centralisten die eerder de cases hebben afgehandeld zonder beeldmateriaal worden vergeleken met de prestaties van de centralisten die wel beeldmateriaal kregen aangeboden. Het tweede experiment was verkennend van aard en richtte zich op de emotionele en cognitieve impact van beeld op de centralist. De eerste conclusies en inzichten van de experimenten worden nu verwerkt en later dit jaar gepresenteerd. Want, de toekomst komt in beeld.

Voorspellen van meldingen

Het voorspellen van de spoedvraag is een ander voorbeeld van een experiment, dit keer in samenwerking met de meldkamer Rotterdam. In dit experiment wordt een algoritme ontwikkelt om 112-meldingen te voorspellen op basis van historische en live bronnen. Verschillende databronnen kunnen gebruikt worden door zogeheten ?machine learning algoritmes? om trends te ontdekken en voorspellingen te doen. Politie, brandweer en ambulance maken al gebruik van voorspellende algoritmes om te bepalen waar de kans op incidenten het grootst is. Maar deze algoritmes zijn nu nog voornamelijk gebaseerd op historische incident data. De vraag is of andere (live) databronnen zoals weer en verkeer kunnen worden benut om beter te kunnen anticiperen op de spoedvraag. Deze vraag wordt op het moment van schrijven getoetst waarbij experts van politie, brandweer en TNO samenwerken om voor dit probleem werkbare oplossingen te realiseren.

Conclusie

Door een gedegen visie te vormen over de nabije en verdere toekomst en te leren van experimenteren in de praktijk geeft het onderzoeksprogramma Het Nieuwe Melden inzicht in de meldkamer van de toekomst: wat is er mogelijk en hoe pakken we dit aan? Een mooie uitdaging waar nu en in de komende jaren hard aan gewerkt wordt. Doet u mee?

[slideshare id=124470879&doc=20178ccrsummitmagazinev1-181130084220]

Bron: RB&W

112 app

Het ministerie van veiligheid en justitie gaat eindelijk werk maken van een nationale 112-app. Het heeft de Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO) de opdracht gegeven te onderzoeken of het mogelijk is een 112-app uit Finland op te nemen die daar sinds 2015 landelijk operationeel is.

Het programma LMO is gevraagd een concreet voorstel te ontwikkelen zodat er op korte termijn een 112 app beschikbaar is met als randvoorwaarden:

  • Een werkende 112-app (proven technology) uit het buitenland die in ieder geval moet voldoen aan de eisen op gebied van beveiliging en betrouwbaarheid.
  • De app moet in eerste instantie een aantal basisgegevens doorgeven (beller gegevens en locatiebepaling), maar moet kunnen worden doorontwikkeld.

Fins voorbeeld
Uit het onderzoek van TNO naar ?Het Nieuwe Melden? bleek dat Finland een landelijk werkende 112 app operationeel in gebruik heeft. Als eerste stap op weg naar een Nederlandse 112 app zijn de (on)mogelijkheden en ervaringen met de Finse collega?s besproken. Wim van Vemde, programma-directeur LMO, licht de Finse app toe: ?In Finland kun je met de app 112 bellen en de 112 app stuurt de locatiegegevens van de 112 beller en de accuraatheid van de locatiegegevens direct en automatisch naar de meldkamer. Ook is het mogelijk om via de 112 app diverse niet spoed-servicenummers te bellen. De 112 app is daar beschikbaar in het Fins, Zweeds en Engels. Hij is nog niet geschikt voor doven en slechthorenden of mensen met andere communicatieve beperkingen?.

Hoe werkt het aan de ?achterkant??
De werkwijze is redelijk eenvoudig: ?De locatiegegevens en accuraatheid worden 24 uur opgeslagen in een cloud. De meldkamerorganisatie krijgt de locatie-informatie alleen gedurende het gesprek met de melder. De 112 app zoekt met behulp van de GPS ontvanger in de telefoon tijdens het 112 gesprek continue naar verbetering van de accuraatheid van de locatiegegevens (GPS updates). Bellen via de 112 app werkt hetzelfde als bellen op reguliere wijze met een telefoon. Een 112 gesprek in het buitenland, gestart vanuit de 112 app, wordt dan ook in het buitenland als 112 gesprek behandeld. De locatiegegevens komen dan echter niet aan bij de buitenlandse centralist. Wel is het mogelijk de locatie af te lezen op de 112 app en mondeling door te geven?.

Gebruikers positief
De 112 app werkt daar goed, de reacties van publiek zijn positief en er zijn weinig klachten. Van Vemde: ?De 112 app is sinds de introductie in 2015 bijna 900.000 keer gedownload in Finland, op een bevolking van 5 miljoen. Het downloaden van de 112 app is gratis. De gebruiker van de 112 app betaalt alleen voor datagebruik in het kader van het doorgeven van de locatiegegevens. Ook de centralisten zijn enthousiast. De ingebruikname heeft weinig extra opleiding gevraagd van de centralist; de locatiegegevens komen in hun meldkamersysteem te staan als co?rdinaten en op de kaart?.

Vervolgstappen
Op dit moment worden met de eigenaar van de app de mogelijkheden tot aankoop van de Finse 112 app door de Nederlandse overheid verkend. Dit maakt onderdeel uit van de besluitvorming. Als dit daadwerkelijk mogelijk is, wordt de 112 app geschikt gemaakt voor Nederland. Zo moeten er dan bijvoorbeeld technische aanpassingen?worden gedaan om de gegevens ook op de meldtafel van de centralist te krijgen en uiteraard moet de taal worden aangepast. Vervolgens wordt de app in de praktijk van een meldkamer beproefd; dat maakt onder meer inzichtelijk wat het gebruik van een 112 app vraagt van de centralisten en wat er (aanvullend) nodig is om de 112 app landelijk operationeel in te zetten. Op basis van de uitkomsten van deze praktijkproef volgt dan zo mogelijk de landelijke uitrol van de 112 app.

Ook social media nuttig voor 112
Volgens prins Pieter-Christiaan van Oranje-Nassau is het gebruik van sociale media ?heel nuttig? bij het in kaart brengen van wat mensen mogelijk van plan zijn. Informatie die mensen op internet achterlaten, kan prima gebruikt worden bij opsporingsdiensten,?zegt hij tegen het FD. Voorbeelden zijn uitingen voorafgaand aan grote demonstraties of festivals, maar ook signalen tijdens zulke evenementen. Als je sociale media op die manier inzet, maak je mensen bewuster van wat ze op het web doen en hoe kwetsbaar dat ze maakt. ?De zwakste schakel is niet zelden de mens die het meest actief is op sociale media?. De prins wijst op de mogelijkheden van social engineering: door profielen en online informatie met elkaar te combineren is het niet moeilijk te achterhalen hoe lang iemand van huis is. Pieter-Christiaan wil dat een ?nationale meldkamer? zich daarmee gaat bezig houden. In die meldkamer werken politie, militaire politie en veiligheidsdiensten samen, met de nieuwste technieken. ?Het begint al bij de manier waarop een incident wordt gemeld. Jongeren bellen nauwelijks meer, maar appen en chatten?. Terwijl de meldkamer alleen nog telefonisch bereikbaar is. Goede monitoring van sociale media kan ook tot betere waarschuwingsmethoden leiden. ?Zo kan ook de zin van de onzin worden gescheiden. Als het gaat om terreur, schieten we nu vaak in de hoogste alarmfase, terwijl het bij wijze van spreken soms kan worden afgedaan met de wijkagent?.

Vlijmenaar Erik Blaauw, die bij gebrek aan een fatsoenlijke 112-app er zelf ??n liet?ontwikkelen, reageert verheugd. ,,Het is goed dat dit probleem eindelijk onder de aandacht is gebracht bij de politiek.? Bij de Finse app worden de locatiegegevens en accuraatheid te allen tijde opgeslagen in een cloud. De meldkamer krijgt de locatie-informatie alleen gedurende het gesprek met de melder. De 112-app zoekt met behulp van gps in de telefoon continu naar verbetering van de accuraatheid van de locatiegegevens.

De Finse app werkt in tegenstelling tot die van Blaauw niet als de telefoon vergrendeld is en ook de luidspreker wordt niet automatisch ingeschakeld. ,,Laat ik vooropstellen dat ik mijn app zie als een tijdelijke oplossing en ik het toejuich dat de Nederlandse overheid ermee bezig is. Als de Finse app wordt aangeschaft, kan mijn app nog steeds dienen als goede back up.”

 

Bronnen: Brabants Dagblad,?Cops In Cyberspace, LMO, FD

Modernisering 112 meldproces: bellen we over 10 jaar nog?

Meldproces_Duiden

Onderstaand artikel van Jolanda Haven werd eerder gepubliceerd in?Brand & Brandweer, editie juli/augustus 2016.

Welke nieuwe manieren van melden zijn er al en welke ontstaan in de toekomst? TNO deed onderzoek naar de modernisering van het 112-meldproces en schreef de roadmap Het nieuwe melden op basis van onderzoek, trends en ontwikkelingen. Bellen we over tien jaar nog met?de meldkamer? Ja en nee. Tegelijkertijd stelt Arnout de Vries van TNO dat de meldkamer over twintig jaar vrijwel overbodig is geworden.

We Whatsappen en gebruiken Skype of FaceTime?om met elkaar te videobellen. Instagram zetten we vol met foto?s en als we op een festival zijn, delen we de locatie. Op tal van manieren kun je met elkaar in contact komen. Toch kun je in geval van nood nog niet via een app melding maken van een spoedeisend incident, chatten met de meldkamer of foto?s sturen van de situatie waarin je je bevindt of je locatie doorgeven. We bellen. En dat zal over een aantal jaar nog steeds zo zijn. Bellen is een krachtig middel, vol?gens De Vries van TNO, maar dan wel aangevuld of deels vervan?gen door andere middelen. ?Er zijn ook situaties waarin het niet mogelijk is om te bellen. Ook voor doven en slechthorenden moet er een alternatief zijn voor het bellen met de meldkamer.?

Toekomstverkenning

TNO stelde de roadmap Het nieuwe melden op met daarin de te nemen stappen om vernieuwende manieren van interactie tussen burger en overheid bij incidenten mogelijk te maken. Het ministerie van Veiligheid en Justitie, de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) en politie hebben TNO gevraagd waar zij reke?ning mee moeten houden bij het moderniseren van het meld- proces. Welke nieuwe manieren van melden zijn er al en welke ontstaan in de toekomst? Welke kansen biedt dat? Hoe integreer je dat in toekomstbestendig beleid? De Vries: ?Om deze vragen te beantwoorden heeft een team experts een roadmap 2025 voor het meldkamer- en politiedomein ontwikkeld.? Aan de hand van toekomstverkenningen beschrijven zij welke stappen gezet moe?ten worden om vernieuwende manieren van melden mogelijk te maken. Wie wil je zijn in 2025 en in welke wereld leven we dan? Welke keuzes maak je? Om tot een visie te komen heeft TNO trends en ontwikkelingen geanalyseerd.

112 app

Burgers gaan er volgens De Vries vanuit dat de meldkamers beschikken over alle relevante informatie rondom een incident. ?Zover is het nog niet. De ICT-systemen, processen en organisatie zijn daar onvoldoende op ingericht. Daarom kun je de meldka?mer ook nog niet bereiken via een 112-app. De technologie is er. Nederland is koploper als het gaat om goede telecommunicatie en internet. We hebben een robuuste infrastructuur en je kunt een app en belfunctie prima met elkaar combineren, maar organi?satorisch zijn we nog niet zover. Er zijn zoveel mogelijkheden en opties. Daar moet eerst over worden nagedacht voordat je dat kunt toepassen. Ook in de wetgeving.? Andere landen zoals Spanje zijn iets verder op dat gebied. Zij hebben een app, daarmee kun je al videobellen en chatten met de meldkamer.

Leefwerelden

Aan de hand van vier toekomstige leefwerelden verkent de road?map welke stappen op korte en lange termijn nodig zijn om het nieuwe melden mogelijk te maken en te laten aansluiten op de beleving en verwachtingen van de burger. De eerste leefwereld is budget. De Vries: ‘Dat is de wereld waar we ons nu in bevinden. De burger volgt de overheid. Die zorgt op haar beurt dat er in de basis?behoefte kan worden voorzien. Je belt de meldkamer en die zorgt dat de juiste hulpdiensten op pad worden gestuurd.? Betrouwbaar, robuust en effici?nt. Niks meer, niks minder.

‘De meldkamer zoals we hem nu kennen verdwijnt’?

De tweede leefwereld is avontuur. Dat is de wereld met innova?tieve burgers. Ze hebben lef, zijn continu op zoek naar vernieu?wing, uitdaging en fun. ‘Zij gebruiken de nieuwste gadgets en kunnen tijdens een incident bijvoorbeeld live streamen?, aldus De Vries. ?Processen en systemen moeten worden afgestemd op de voorkeuren.? De derde wereld is comfort. Gemak dient de mens. Burgers worden in de watten gelegd met uitstekende dienstver?lening. KLM is volgens De Vries een goed voorbeeld van comfort. ‘Zij bieden allerlei handvaten om het de burger zo comfortabel mogelijk te maken. Bij comfort draait het om slimme technieken die problemen signaleren en zelf melding maken. Vergelijk het met automatische meldingen naar de meldkamer na bijvoorbeeld een auto-ongeval. Of dat technieken onvolkomenheden signale?ren zoals hartfalen en de burger daarop wordt geattendeerd. Het gaat om slimme, snelle en effici?nte dienstverlening op maat.? Bij de leefwereld comfort moet samengewerkt worden met externe, private partijen om dit mogelijk te maken. Duurzaam is de vierde leefwereld. ?Interactie met burgers staat centraal?, vervolgt De Vries. ?Het zijn geen individuen, maar groepen. Burgers willen eerst zelf problemen oplossen. Ofwel samenredzaamheid. Ze zijn betrokken en de sociale cohesie is groot. Pas wanneer ze het probleem niet kunnen oplossen zullen hulpdiensten worden inge?schakeld. Ze willen dan niet aan de kant worden geschoven, maar het liefst ook een rol spelen in de dienstverlening.? De samenleving beslaat al deze vier leefwerelden. Er zal een ver?schuiving plaatsvinden van budget naar de andere drie werelden. Hoe ver ga je daarin? Kijkend naar de leefwereld comfort zou dat kunnen betekenen dat wanneer je betrokken bent bij een aanrij?ding, je van de meldkamer wordt doorgeschakeld naar je verze?keringsmaatschappij om de schade te melden en af te handelen. Bij comfort is er meer aandacht voor de omgeving die indirect ook slachtoffer zijn van een incident.

Innovatieslag

Om de roadmap te realiseren is het nodig om te experimenteren, te innoveren, te verbinden en samen te werken met burgers en bedrijfsleven. De Vries: ?Burgers denken namelijk dat de meld?kamer weet waar je bent als je belt. Dat is lang niet altijd zo. Laat meldkamers experimenteren met deze nieuwe techniek. Door de ontwikkeling van de LMO is er weinig ruimte voor innovatie en lokale experimenten. Er verandert al veel in de huidige situatie. Er wordt gebouwd aan een groot robuust ?huis?, maar meldkamers willen er graag een paar ?schuurtjes? bij. Maatwerk. Je zou speer?punten voor de modernisering prima onderling kunnen verdelen en de LMO de samenhang daarvan laten bewaken. Ieder gebied heeft haar eigen wensen Je moet ergens beginnen.?

Meldkamer overbodig

In de toekomst zal de meldkamer volgens De Vries grotendeels overbodig worden. ?Dan spreken we over een termijn van twintig?jaar. Er zullen altijd mensen nodig zijn om een incident goed te duiden, maar de meldkamer zoals we hem nu kennen, verdwijnt. Door slimme technologische ontwikkelingen kunnen we burgers via systemen direct aan hulpverleners koppelen. Je kunt het ver?gelijken met het Uber-model. Daarmee is de taxicentrale eigenlijk overbodig geworden want via de Uber-app kun je eenvoudig een taxi bestellen.’

‘Laat meldkamers experimenteren met nieuwe techniek’?

TNO heeft bij het opstellen van de roadmap nauw samengewerkt met het ministerie van Veiligheid en Justitie, de politie en de LMO. De visie is aangeboden aan de Tweede Kamer. De Vries: ‘Het document wordt breed gedragen, dus ik verwacht dat op korte termijn actie wordt ondernomen om de meldkamerprocessen te moderniseren.? ?

[slideshare id=65044293&doc=modernisering112meldprocesbellenweovertienjaarnog-160816134831&type=d]

[slideshare id=59600264&doc=hetnieuwemelden-160315191155&type=d]