Tagarchief: magazine

Modernisering 112 meldproces: bellen we over 10 jaar nog?

Meldproces_Duiden

Onderstaand artikel van Jolanda Haven werd eerder gepubliceerd in?Brand & Brandweer, editie juli/augustus 2016.

Welke nieuwe manieren van melden zijn er al en welke ontstaan in de toekomst? TNO deed onderzoek naar de modernisering van het 112-meldproces en schreef de roadmap Het nieuwe melden op basis van onderzoek, trends en ontwikkelingen. Bellen we over tien jaar nog met?de meldkamer? Ja en nee. Tegelijkertijd stelt Arnout de Vries van TNO dat de meldkamer over twintig jaar vrijwel overbodig is geworden.

We Whatsappen en gebruiken Skype of FaceTime?om met elkaar te videobellen. Instagram zetten we vol met foto?s en als we op een festival zijn, delen we de locatie. Op tal van manieren kun je met elkaar in contact komen. Toch kun je in geval van nood nog niet via een app melding maken van een spoedeisend incident, chatten met de meldkamer of foto?s sturen van de situatie waarin je je bevindt of je locatie doorgeven. We bellen. En dat zal over een aantal jaar nog steeds zo zijn. Bellen is een krachtig middel, vol?gens De Vries van TNO, maar dan wel aangevuld of deels vervan?gen door andere middelen. ?Er zijn ook situaties waarin het niet mogelijk is om te bellen. Ook voor doven en slechthorenden moet er een alternatief zijn voor het bellen met de meldkamer.?

Toekomstverkenning

TNO stelde de roadmap Het nieuwe melden op met daarin de te nemen stappen om vernieuwende manieren van interactie tussen burger en overheid bij incidenten mogelijk te maken. Het ministerie van Veiligheid en Justitie, de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) en politie hebben TNO gevraagd waar zij reke?ning mee moeten houden bij het moderniseren van het meld- proces. Welke nieuwe manieren van melden zijn er al en welke ontstaan in de toekomst? Welke kansen biedt dat? Hoe integreer je dat in toekomstbestendig beleid? De Vries: ?Om deze vragen te beantwoorden heeft een team experts een roadmap 2025 voor het meldkamer- en politiedomein ontwikkeld.? Aan de hand van toekomstverkenningen beschrijven zij welke stappen gezet moe?ten worden om vernieuwende manieren van melden mogelijk te maken. Wie wil je zijn in 2025 en in welke wereld leven we dan? Welke keuzes maak je? Om tot een visie te komen heeft TNO trends en ontwikkelingen geanalyseerd.

112 app

Burgers gaan er volgens De Vries vanuit dat de meldkamers beschikken over alle relevante informatie rondom een incident. ?Zover is het nog niet. De ICT-systemen, processen en organisatie zijn daar onvoldoende op ingericht. Daarom kun je de meldka?mer ook nog niet bereiken via een 112-app. De technologie is er. Nederland is koploper als het gaat om goede telecommunicatie en internet. We hebben een robuuste infrastructuur en je kunt een app en belfunctie prima met elkaar combineren, maar organi?satorisch zijn we nog niet zover. Er zijn zoveel mogelijkheden en opties. Daar moet eerst over worden nagedacht voordat je dat kunt toepassen. Ook in de wetgeving.? Andere landen zoals Spanje zijn iets verder op dat gebied. Zij hebben een app, daarmee kun je al videobellen en chatten met de meldkamer.

Leefwerelden

Aan de hand van vier toekomstige leefwerelden verkent de road?map welke stappen op korte en lange termijn nodig zijn om het nieuwe melden mogelijk te maken en te laten aansluiten op de beleving en verwachtingen van de burger. De eerste leefwereld is budget. De Vries: ‘Dat is de wereld waar we ons nu in bevinden. De burger volgt de overheid. Die zorgt op haar beurt dat er in de basis?behoefte kan worden voorzien. Je belt de meldkamer en die zorgt dat de juiste hulpdiensten op pad worden gestuurd.? Betrouwbaar, robuust en effici?nt. Niks meer, niks minder.

‘De meldkamer zoals we hem nu kennen verdwijnt’?

De tweede leefwereld is avontuur. Dat is de wereld met innova?tieve burgers. Ze hebben lef, zijn continu op zoek naar vernieu?wing, uitdaging en fun. ‘Zij gebruiken de nieuwste gadgets en kunnen tijdens een incident bijvoorbeeld live streamen?, aldus De Vries. ?Processen en systemen moeten worden afgestemd op de voorkeuren.? De derde wereld is comfort. Gemak dient de mens. Burgers worden in de watten gelegd met uitstekende dienstver?lening. KLM is volgens De Vries een goed voorbeeld van comfort. ‘Zij bieden allerlei handvaten om het de burger zo comfortabel mogelijk te maken. Bij comfort draait het om slimme technieken die problemen signaleren en zelf melding maken. Vergelijk het met automatische meldingen naar de meldkamer na bijvoorbeeld een auto-ongeval. Of dat technieken onvolkomenheden signale?ren zoals hartfalen en de burger daarop wordt geattendeerd. Het gaat om slimme, snelle en effici?nte dienstverlening op maat.? Bij de leefwereld comfort moet samengewerkt worden met externe, private partijen om dit mogelijk te maken. Duurzaam is de vierde leefwereld. ?Interactie met burgers staat centraal?, vervolgt De Vries. ?Het zijn geen individuen, maar groepen. Burgers willen eerst zelf problemen oplossen. Ofwel samenredzaamheid. Ze zijn betrokken en de sociale cohesie is groot. Pas wanneer ze het probleem niet kunnen oplossen zullen hulpdiensten worden inge?schakeld. Ze willen dan niet aan de kant worden geschoven, maar het liefst ook een rol spelen in de dienstverlening.? De samenleving beslaat al deze vier leefwerelden. Er zal een ver?schuiving plaatsvinden van budget naar de andere drie werelden. Hoe ver ga je daarin? Kijkend naar de leefwereld comfort zou dat kunnen betekenen dat wanneer je betrokken bent bij een aanrij?ding, je van de meldkamer wordt doorgeschakeld naar je verze?keringsmaatschappij om de schade te melden en af te handelen. Bij comfort is er meer aandacht voor de omgeving die indirect ook slachtoffer zijn van een incident.

Innovatieslag

Om de roadmap te realiseren is het nodig om te experimenteren, te innoveren, te verbinden en samen te werken met burgers en bedrijfsleven. De Vries: ?Burgers denken namelijk dat de meld?kamer weet waar je bent als je belt. Dat is lang niet altijd zo. Laat meldkamers experimenteren met deze nieuwe techniek. Door de ontwikkeling van de LMO is er weinig ruimte voor innovatie en lokale experimenten. Er verandert al veel in de huidige situatie. Er wordt gebouwd aan een groot robuust ?huis?, maar meldkamers willen er graag een paar ?schuurtjes? bij. Maatwerk. Je zou speer?punten voor de modernisering prima onderling kunnen verdelen en de LMO de samenhang daarvan laten bewaken. Ieder gebied heeft haar eigen wensen Je moet ergens beginnen.?

Meldkamer overbodig

In de toekomst zal de meldkamer volgens De Vries grotendeels overbodig worden. ?Dan spreken we over een termijn van twintig?jaar. Er zullen altijd mensen nodig zijn om een incident goed te duiden, maar de meldkamer zoals we hem nu kennen, verdwijnt. Door slimme technologische ontwikkelingen kunnen we burgers via systemen direct aan hulpverleners koppelen. Je kunt het ver?gelijken met het Uber-model. Daarmee is de taxicentrale eigenlijk overbodig geworden want via de Uber-app kun je eenvoudig een taxi bestellen.’

‘Laat meldkamers experimenteren met nieuwe techniek’?

TNO heeft bij het opstellen van de roadmap nauw samengewerkt met het ministerie van Veiligheid en Justitie, de politie en de LMO. De visie is aangeboden aan de Tweede Kamer. De Vries: ‘Het document wordt breed gedragen, dus ik verwacht dat op korte termijn actie wordt ondernomen om de meldkamerprocessen te moderniseren.? ?

[slideshare id=65044293&doc=modernisering112meldprocesbellenweovertienjaarnog-160816134831&type=d]

[slideshare id=59600264&doc=hetnieuwemelden-160315191155&type=d]

App: Police One

PoliceOne - screenshot thumbnailPoliceOne - screenshot thumbnail

Met de Police One app kunnen agenten in hun aandachtsgebied op de hoogte blijven van het algemene, maar ook specifiek politienieuws. De nieuwste tactische tips in het optreden, zelfs voorzien van filmpjes behoren tot de mogelijkheden die deze app biedt. Op deze manier blijft de agent op straat altijd en overal op de hoogte. Police One is een online politiemagazine dat nu ook in app vorm beschikbaar is.

Van digitaal kijken naar begrijpen en ingrijpen

NVCB2014

De vijfde editie van het Magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing gaat in op maatschappelijk onrust. Afgelopen zomer werd duidelijk hoe zeer onze nationale veiligheid is verbonden met internationale ontwikkelingen en de internationale veiligheid. De ramp met de MH17, de oplaaiende oorlog in Gaza, de dreiging van ISIS en de uitbraak van Ebola: allemaal voorbeelden van transboundary crises: crises over de grens met, soms grote, nationale impact.

Maatschappelijke ontwrichting

Er zijn veel gebeurtenissen die tijdelijk of plaatselijk onrust veroorzaken, maar wanneer raakt dat onze nationale veiligheid? Bij sommige van bovenstaande voorbeelden is dat duidelijk, maar hoe schat je het verloop van de onrust binnen onze samenleving naar maatschappelijke ontwrichting in? Welke factoren spelen een rol en welke indicatoren zijn er? En welke rol spelen sociale media bij het vertalen van de gevoelens van individuen naar mogelijke actie door velen? En leidt aandacht, bijvoorbeeld voor jihadisme of ISIS, per definitie tot maatschappelijke onrust over de toegenomen dreiging? Op dit soort vragen wordt in het nieuwste Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing ingegaan.

Van digitaal kijken naar begrijpen en ingrijpen

kijken

Figuur: om slim te kunnen zenden, vragen of interacteren op social media is slim kijken cruciaal

De kracht van social media is in de afgelopen paar jaar explosief?toegenomen terwijl we het nog maar nauwelijks effectief (kunnen)?gebruiken in onze aanpak om misstanden en onrust te voorkomen.
Aanhang voor ISIS wordt gerekruteerd, amateurs speuren mee bij de?Boston Marathon en de MH17, en natuurlijk Project X waarmee het?allemaal begon. Wouter Jong, adviseur bij het Genootschap van?Burgemeesters, noemde Project X Haren destijds treffend een ?Perfect?Storm?: een samenloop van omstandigheden waarin diverse zaken?achtereenvolgens misgingen. Het was in ieder geval een goede?wake-up call als inkijkje op enkele invloeden van social media.

Veiligheidsdiensten hebben zich sindsdien moeten aanpassen aan?een nieuwe werkelijkheid waarin de digitale wereld direct impact?heeft op de werkelijke wereld. Waarin social media soms zelfs?dominant zijn in het cre?ren van een (on)werkelijke situatie. Toch?blijft het beeld bestaan dat de kracht van social media nog te vaak?over- of onderschat wordt. Want was het afzetten van de stad?Arnhem na een nieuwe Project X dreiging echt nodig? Of het sluiten van de scholen in Leiden na een klein berichtje op 4Chan waar per?dag 1 miljard grappen gemaakt worden? En worden de social media?strategie?n van de Islamitische Staat (IS) echt op waarde geschat??We letten nu online wel meer op, maar snappen we werkelijk wat?we zien? Een effectieve aanpak, in zowel de echte als virtuele?wereld, is alleen mogelijk door dit nieuwe krachtenveld goed te?begrijpen.

4chanthreat

Effecten op sociale onrust
De kennispublicatie van Politie & Wetenschap ?Sociale media:?factor van invloed op onrustsituaties?? (2013) beschrijft een aantal?incidenten waaruit blijkt dat de impact van social media op
veiligheidsprocessen en sociale onrust buitenproportioneel groot?kan zijn. Een incident klein houden is bijna niet meer te doen en?grotere incidenten leiden al snel tot (inter)nationale bemoeienis en
rumoer dat vooral aanhoudt als ethische of complexe dilemma?s?een rol spelen.

Denk bijvoorbeeld aan de onrust die online en in de echte wereld?werd veroorzaakt na de overval in Deurne, gekoppeld aan de?discussie over zowel het noodweer van de eigenaresse van de?juwelierszaak als de jongere daders, kort na de anti-Marokkanenuitspraak?van Geert Wilders. Denk aan de ?kopschoppers van?Eindhoven? met het debat dat loskwam over het door justitie
prijsgeven van de volledige beelden en het risico op eigenrichting.?En zelfs de gestrande potvis ?onze Johannes? gaf landelijk maatschappelijke?commotie, iets dat we vaker zien bij dierenleed, zoals
ook in het geval van de ponypletter of de recente jacht op de?paardenmishandelaar. En wat te denken van sociale onrust in?kleinere kringen, zoals seksueel getinte foto?s en video?s die?schoolkinderen digitaal verspreiden. Met slechts een druk op de?knop zijn sexting foto?s of filmpjes onder een grote groep verspreid.?Slachtoffers en hun omgeving, maar ook politie en justitie weten?zich nog slecht raad met deze nieuwe en extreme vormen van?pesten, smaad of laster.

leiden scholen

Consumeren wordt coproduceren
De herdenking van 9/11 herinnert er aan hoe de live televisiebeelden?ons destijds raakten. Vandaag de dag spelen social media een veel?ingrijpender rol dan de televisie destijds deed. Het medium is
ongefilterd, genetwerkt en interactief, waardoor je altijd wel?iemand kent die betrokken is en voor je het weet word je erin?gezogen. Je bent geen passieve lezer van het nieuws meer, maar?doet mee. De protesten over de doodgeschoten Michael Brown in?Ferguson brachten wereldwijd rassenstrijd en politiegeweld tegen?burgers onder de aandacht. Deze voorbeelden laten een ongekend?volume en snelheid zien, maar zorgen door de ongezouten en soms?heftige beelden ook voor veel maatschappelijke onrust: Twitter??ontploft? en ook traditionele media buitelen over elkaar heen met?diverse gezichtspunten, in de strijd om de beste ?scoop?. De effecten?zien we in de werkelijke wereld: demonstraties en tegendemonstraties,?groepen die elkaar opzoeken, ramptoeristen die voor hinder?kunnen zorgen en bovendien als een katalysator kunnen werken?voor (social) media berichtgeving. En daarmee komt de cyclus pas?echt op gang…

De onrust ontstaat omdat het vaak actuele maatschappelijke?thema?s betreft waar diverse groepen in de samenleving verschillende?meningen over hebben, waarin de grenzen van ethiek,?wetgeving of procedures onduidelijk zijn. Een maatschappelijk?debat waarvan het goed is dat het gevoerd wordt, maar dat wel?gevoerd wordt in het heetst van de strijd: waar de politie, het OM en?de rechter nog in moeten handelen terwijl er in de politiek al?Kamervragen gesteld worden. Confrontaties met de gevestigde orde?worden opgenomen en direct online gedeeld om een eigen verhaal?te vertellen. En het acht uur journaal komt diezelfde avond eigenlijk?met ?oud? nieuws.

Slim kijken, slim duiden
Social media bieden een thermometer voor het sentiment in de?samenleving: is het druk, rustig, hoe is de sfeer, is er onrust, zijn er?geruchten? Door slim te kijken en professionals te laten duiden wat
er op social media gebeurt, kan sociale onrust in een vroeg stadium?gesignaleerd worden. Professionals slagen er steeds beter in feiten?van fictie te onderscheiden, maar het is een rat race. Zowel onschuldige?tieners als internet trollen, raddraaiers en extremistische?groeperingen, ja zelfs hele regimes, is er alles aan gelegen om ?hun??verhaal kracht bij te zetten. Project X Haren toonde niet alleen de?kracht van social media in het mobiliseren van mensen, maar ook?het effect van zorgvuldig geplande ?geruchten? werd pijnlijk?duidelijk. Het bewust verzonnen bericht over een meisje dat
zogenaamd was doodgedrukt leidde tot veel onrust en druk op de hulpdiensten. En hoe scheid je kaf van koren bij bijvoorbeeld de duizenden online doodsbedreigingen per dag, waarvan er misschien maar ??n serieus is?

begrijpen

Digigeren: slim ingrijpen
Wat kunnen politie en justitie doen bij digitale onrust? ?Digitale?daden? zijn doorgaans in een fractie van een seconde gepleegd,?bijvoorbeeld een aanstootgevende foto delen, een Project X?uitnodiging ?liken?, een hoax onbewust doorsturen. De relatief kleine?handeling maakt grote politie-inzet gevoelsmatig buitenproportioneel.?Daarnaast maakt het grote aantal (vaak onbedoelde) overtredingen
het onmogelijk voor politie en justitie om alle overtreders?op te sporen en te vervolgen. Bovendien leidde grote politie-inzet?bij ?veroorzakers? van sociale onrust al meermaals tot maatschappelijke
discussie, maar niks doen ook. Voorstanders van ?vervolgen??juichen politie-inzet toe: ?Afzenders van digitale doodsbedreigingen?moet een halt toegeroepen worden?. Tegenstanders willen dat
politie-inzet wordt gericht op substanti?le bedreigingen: ?Die tiener?zou die doodsbedreiging nooit uitvoeren?. Beide sterke argumenten,?wat de discussie alleen maar lastiger maakt. Deze maatschappelijke?discussie toont het gebrek aan betekenisvolle en acceptabele?manieren om in te grijpen.

begrijpen2

Maatschappelijke onrust kan sneller gedetecteerd worden via social?media en veiligheidsdiensten kunnen daarop anticiperen door?sneller en gerichter personeel aan te sturen. Het is zelfs mogelijk
om ook online al te interveni?ren en mensen waar nodig effectief?aan te spreken op hun gedrag. Dit noemen we ?digigeren?: een?interventiemethode die gebruik maakt van psychologische
principes van gedragsbe?nvloeding. Denk hierbij bijvoorbeeld aan?het digitale equivalent van iemand op straat in de ogen kijken (ik?heb je gezien, we houden je in de gaten), zoals het favoriten van een
tweet. Dit is nog niet gemakkelijk, zo blijkt uit digitale interventies?gericht op het tegengaan van gebruik van illegaal vuurwerk. In?KRO?s Reporter uitzending van 2 januari 2014 is te zien dat de
jongeren juist trots zijn als de politie online ingrijpt: ?De politie?heeft mijn vuurwerk als gevaarlijk betiteld!? Digigeren beoogt?diverse instanties van een effectieve toolset te voorzien voor digitaal
ingrijpen. Niet ingrijpen bij (dreigende) maatschappelijke onrust is?immers geen optie, net zomin als een buitenproportionele inzet.?Digigeren als een slimme en nieuwe methode om via social media
de onrust te mitigeren: niet slechts door het zenden van informatie,?maar vooral door slim te luisteren en vervolgens de digitale dialoog?(gericht) aan te gaan met betrokkenen en waar nodig actie
ondernemen in de fysieke wereld. Dit maakt het mogelijk de?discussie te be?nvloeden om zo maatschappelijke onrust te temperen.

digigeren1

Social Media censuur als antwoord op terrorisme?

In het meest recente magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing schrijft Mirko Tobias Sch?fer over ‘het onzinnige sociale mediabeleid in de integrale aanpak van Jijadisme’. Mirko is universitair docent op de universiteit van Utrecht, Instituut Media en Cultuurwetenschap en medeoprichter en directeur van de Utrecht Data School. Hij doet onderzoek naar de impact van sociale media op burgerparticipatie, politiek en democratie. In 2011 is zijn boek ?Bastard Culture! How User Participation Transforms Cultural Production? verschenen bij Amsterdam University Press. Hieronder?zijn stuk en de reactie van de NCTV daarop:

censored

Sinds de zogenaamde Arabische Lente staan sociale media bekend?als instrumenten voor politiek activisme en massamobilisatie.?Na de rellen in Haren omtrent Project X hadden sociale media in de ogen van politie en openbaar bestuur hun onschuld verloren.?Tweets die vergelijkbare evenementen in Hoorn, Amsterdam of?Arnhem aankondigden, leidden toen tot wanhopige en overhaaste?reacties van de kant van de politie en overheid. De reacties waren?op zijn zachtst gezegd g?nant (Hoorn). In het ergste geval waren?ze een inbreuk op de burgerrechten (Arnhem). De aanwezigheid van terroristische groepen op sociale media leidt nu tot vragen?over de noodzakelijkheid van een verscherpt beleid en de expliciete?oproep tot censuur.

In het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme wordt voorgesteld?om propaganda op sociale media te bestrijden. De auteurs?vestigen hoop op een ?notice and take down? procedure waarbij ze zich baseren op het wetsvoorstel computercriminaliteit III. Het is?hierbij de bedoeling dat een team van de Nationale Politie haatzaaiende?(jihadistische) content verwijdert. Het actieprogramma verwijst naar een ?vrijwillige gedragscode? die internetbedrijven?moet stimuleren om ?radicaliserende, haatzaaiende, jihadistische?content? te verwijderen. Het gebruik van het woord ?vrijwillig? in verband met de gedragscode is dubieus, wat blijkt uit het vervolg?van de tekst: “bedrijven die aan deze gedragscode tekortkomen,?zullen worden gedwongen om twijfelachtige content te verwijderen door de toepassing van verschillende bestaande of nog te cre?ren?wetten”.

De voorgestelde aanpak is op verschillende punten zorgwekkend.?Hij laat zien dat er een schrikbarend gebrek heerst aan kennis bij?politici en bestuurders wat betreft internettechnologie en het?gebruik daarvan.

Het is het niet verwonderlijk dat iedereen gebruik maakt van de?goedkope communicatiekanalen van sociale media. Ook terroristische?groeperingen zijn geen uitzondering op de regel. Vrijwel alle?partijen die een rol spelen in het conflict in het Midden-Oosten zijn?te vinden op sociale media. Ook andere media worden ten behoeve?van propaganda ingezet: het Amerikaanse leger maakt bijvoorbeeld gebruik van de online-game America?s Army om op een speelse manier soldaten te werven. Hezbollah tracht de moraal van haar jonge achterban te bevorderen door de computer game Special Force, en de Islamitische Staat haalde onlangs het nieuws met een gemodificeerde versie van Grand Theft Auto die zij voor propagandadoeleinden gebruiken.

gta ISIS

Tevens verspreiden niet alleen jihadisten hun haatzaaiende berichten via internet; ook de racistische Stormfront, de Ku Klux Klan, diverse linksradicale groeperingen, nationalisten en chauvinisten van elke etnische minderheid en nationaliteit verspreiden hun radicale opvattingen via dezelfde kanalen. Op websites zoals 4chan is een oneindige stroom aan vernederende, haatzaaiende en politiek meer dan incorrecte uitingen te vinden. Moet deze content niet ook allemaal gecensureerd worden? Een les die te leren valt uit het proces tegen politicus Geert Wilders is dat het niet makkelijk is om te bepalen wat haatzaaiende content is. Maar als het actieplan omgezet wordt, zal deze definitie in toekomst zonder tussenkomst van een rechter in handen van de politie zijn.

Het actieplan suggereert dat jihadistische content doelgericht verwijderd kan worden. Er wordt echter met de internationale dimensies van deze klus ? de verschillende regelgevingen van de landen waar de content uiteindelijk ligt opgeslagen ? geen rekening gehouden.

Hoewel de auteurs benadrukken dat het actieplan ondersteuning?moet bieden voor een actieve maatschappij waarin diverse?stemmen gehoor krijgen, wordt er geen enkele moeite gedaan om?elke burger het recht op vrije meningsuiting te garanderen. Er wordt?met geen enkel woord benoemd, wie de procedure van censuur ? en?dit is waar het verwijderen van content op neerkomt ? zou moeten?controleren. Tevens wordt niet duidelijk welke criteria voor het?censureren gehanteerd zullen worden of hoe de censuur gedocumenteerd?zal worden. Is het de bedoeling dat een politieagent zelfstandig de opdracht geeft om content te verwijderen zoals dat?nu in Turkije het geval is?

De affaire omtrent de samenwerking van de AIVD met buitenlandse?diensten heeft duidelijk laten zien dat onze gekozen volksvertegenwoordigers,?die de controle over dergelijke procedures zouden moeten uitoefenen, hooguit een symbolische functie hebben. Ze?bleken zelfs uitermate slecht over de gang van zaken ge?nformeerd.?Is het in dit licht verstandig om het verwijderen van willekeurige content onder het mom van terrorismebestrijding ongecontroleerd?over te dragen aan de executieve? Zonder enige juridische of?parlementaire controle? Het zal een kwestie van tijd zijn voordat copyright-houders, politici of bedrijven druk uitoefenen om?ongewenste content zonder tussenkomst van een rechter te laten?verwijderen.

Met een censuur van het internet plaatsen we ons land in hetzelfde?schuitje met landen zoals Turkije, Wit-Rusland, Rusland, China,?Egypte en talloze andere landen. Deze landen staan terecht elk jaar opnieuw op de lijst van de onderdrukkers van het internet en de vrije meningsuiting. Censuur blijkt echter vooral de civiele maatschappij te onderdrukken, in plaats van dat deze maatregel terroristen effici?nt in het nastreven van hun doelen belemmert.

Het actieplan suggereert dat door het verwijderen van haatzaaiende content de radicalisering van internetgebruikers tegengehouden zou kunnen worden. Deze suggestie geeft blijk van een incorrect begrip van media-effecten. Radicalisering is nooit het effect van het?lezen van twijfelachtige content hetzij op online media of in de printmedia. De Britse cultuurtheoreticus Stuart Hall ontkrachte dit idee al in de jaren ?70 van de vorige eeuw op basis van zijn beroemde encoding-decoding-model. Politieke opvattingen formeren zich als gevolg van de individuele situatie en de sociale context van een individu.

Ook om andere redenen is een extreme en nauwelijks gecontroleerde?censuur van sociale media een volledig ineffectief middel. Aan de?ene kant worden alle activiteiten in de context van sociale media al?nauwkeurig gecontroleerd door de platformaanbieder zelf. Verder?zijn deze activiteiten openbaar toegankelijk voor analyse door social?media monitoring, welke niet alleen door marketingbedrijven maar?ook door politie en AIVD toegepast wordt. Een censuur zal voor deze?diensten echter betekenen dat waardevolle informatie verloren gaat.

Aan de andere kant betekent de censuur van bepaalde online media?niet dat de communicatiestromen zullen afbreken. Terroristische?groeperingen zullen andere, wellicht minder goed te monitoren platformen vinden om hun opvattingen te verspreiden. Internet?Relay Chat of het TOR-netwerk zijn slechts twee voorbeelden van?media die moeilijker te traceren communicatievormen voor?gebruikers aanbieden. Er kan voorondersteld worden dat veel?bestuurders niet eens weten hoe deze software te vinden, te?installeren en te gebruiken is. Volgens onderzoek van het Oxford?Internet Institute gebruiken in Nederland dagelijks tussen de?100.000 en 200.000 mensen het TOR-netwerk. Sociale media?en het door Google te doorzoeken web stellen maar een kleine?percentage van het internet voor.

Tor_Hexagons

Wat echter wel een oplossing kan bieden, is de inzet van goed?ge?nformeerde en meertalige rechercheurs met kennis van?interculturele aspecten. Tegenwoordig doorzoekt al een aantal?rechercheurs openbaar toegankelijke bronnen online om strafbare?handelingen op te sporen. De afdelingen binnen de politie die zich?met deze waardevolle taak bezighouden, verdienen de steun van de?politiek en de waakzame toezicht van de rechterlijke macht. De?censuur van sociale media is slechts symboolpolitiek en bovendien?gevaarlijker voor de democratische samenleving dan de haatzaaiende?content die op sociale media te vinden is.


De reactie van het NCTV, programmadirectie Contraterrorisme, ten aanzien van de bestrijding van jihadistische content online:

Internationaal ? en in Nederland ? spelen het internet en?sociale media een belangrijke rol bij jihadistische radicalisering.?De jihadistische content biedt een platform om de?gewelddadige jihadistische ideologie te verspreiden en?draagt bij aan verdere radicalisering en het binnen halen van?nieuwe aanwas. Zoals geconcludeerd door de AIVD in zijn?rapport Transformatie van het jihadisme in Nederland hebben?sociale media de jihadistische beweging in Nederland?gestimuleerd. Waar voorheen propaganda verticaal?verspreid werd via vrij ontoegankelijke webfora (van?enkelen naar velen), gebeurt dit nu op horizontale wijze (van?velen naar velen). Dit heeft de professionalisering van?vervaardigers en verspreiders doen toenemen, waardoor de?propaganda een groter bereik en meer impact heeft.?Hierdoor is de jihadistische boodschap toegankelijker en?makkelijker te verspreiden. Het internet en sociale media?spelen daarmee een belangrijke rol bij jihadistische?radicalisering. Er zijn websites en sociale mediakanalen die?Nederlandstalige jihadistische propaganda verspreiden, de?strijd verheerlijken en oproepen tot jihadgang. Het is?onacceptabel dat terroristische organisaties propaganda?vrijelijk verspreiden via onder andere Nederlandse?websites en social media. Ook tegen uitingsdelicten online?dient opgetreden te worden.

Onderdeel van het actieprogramma Integrale Aanpak?Jihadisme is de bestrijding van online jihadistische propaganda?met als doel het reduceren van de impact, hoeveelheid?en toegankelijkheid van jihadistische propaganda.?Hiervoor wordt ingezet op samenwerking met sociale media?bedrijven en Internet Service Providers, hosting partijen etc.?die de door hun aangeboden internetdiensten misbruikt zien?worden voor jihadistische doeleinden. De NCTV is in gesprek?met sociale media bedrijven, internet service providers en?hosting partijen over de wijze waarop zij, binnen hun?bestaande (juridische) mogelijkheden, kunnen bijdragen aan?het bestrijden van de online jihadistische content. De NCTV?ervaart deze gesprekken als zeer constructief. Sociale media?bedrijven kennen en erkennen het probleem en ook internet?service providers en hosting partijen denken mee over het?verbeteren van bestaande (juridische) procedures.