Tagarchief: brandweer

Voorspellen van de spoedvraag met live databronnen

Technologische en maatschappelijke ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat er steeds meer sensoren en data beschikbaar komen. Slimme, voorspellende algoritmes kunnen deze data gebruiken om op de spoedvraag te anticiperen en zo een belangrijke bijdrage leveren aan het noodhulpproces.

Dat blijkt uit onderzoek naar hoe het gebruik van live data kan leiden tot specifiekere voorspellingen van de spoedvraag. In samenwerking met het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de Landelijke Meldkamer Samenwerking en de hulpverleningsdiensten voerde TNO in het najaar van 2018 dit onderzoek naar het voorspellen van de spoedvraag uit.

Betrouwbaar voorspellen
Het gebruik van (big) data voor het aansturen van het noodhulpproces is niet nieuw. Een voorbeeld hiervan is het Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS) dat de politie gebruikt om te voorspellen waar en wanneer misdrijven als straatroof en inbraak plaatsvinden. De voorspellingen van CAS en vergelijkbare systemen zijn grotendeels gebaseerd op trendanalyses van historische data, zoals het aantal incidenten in het verleden en demografische factoren. De voorspellingen geven informatie over de kans dat een bepaald type incident zal plaatsvinden gegeven de locatie en datum. Deze voorspellingen kunnen gebruikt worden bij het plannen van de benodigde inzet of voor het positioneren van eenheden. Maar deze voorspellingen geven alleen een trend aan en houden geen rekening met de huidige situatie. Hierdoor is het meestal niet wenselijk om op basis van deze informatie direct uit te rukken; in veel gevallen zal er namelijk helemaal geen incident plaatsvinden. In dit onderzoek is verkend in hoeverre het gebruik van live data kan helpen om specifieke incidenten te voorspellen met een dusdanige betrouwbaarheid dat het loont om ook direct op de voorspellingen te acteren.

Challenge in de meldkamer
Dit onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een challenge. In samenwerking met de meldkamer Rotterdam heeft een team van onderzoekers van TNO in één week een prototype algoritme gebouwd dat op basis van historische en live data specifieke incidenten in het gebied Rotterdam-Rijnmond kan voorspellen. Het algoritme gebruik hiervoor onder andere meldingen uit het Generieke Meldkamer Systeem, weersvoorspellingen en evenementen kalenders. Tijdens de challenge zijn drie type meldingen uitgewerkt: openbare schennispleging, wateroverlast en liftopsluiting. Deze drie soorten zijn gekozen op basis van het aantal relevante meldingen in de dataset en de verwachte voorspelbaarheid van het type incident gegeven de bronnen die op dat moment beschikbaar waren. Met de huidige dataset bleek de liftopsluiting het beste te voorspellen, voor de andere twee type incidenten maakte het gebruik van live data geen significant verschil ten opzichte van standaard trendanalyses.

Conclusies
De resultaten van de challenge tonen aan dat de betrouwbaarheid van de voorspelling (de kans dat een incident ook echt plaatsvindt op de voorspelde plaats en tijd) erg verschilt per type incident. De meldkamer beschikt op dit moment vooral over databronnen die informatie bevatten over openbare fenomenen zoals weer en drukte; hierdoor zullen op korte termijn de incidenten die sterk met dergelijke factoren samenhangen het beste te voorspellen zijn. Het onderzoek toonde aan dat wanneer het algoritme een incident voorspelde dit in 30% van de gevallen juist was. Of deze en mate van betrouwbaarheid voldoende is om proactief op te treden is aan de hulpdiensten om te bepalen.

Gerichte experimenten kunnen meer inzicht bieden in de toegevoegde waarde van verschillende databronnen en de te verwachte betrouwbaarheid van voorspellingen voor deze specifieke incident types. Om de precisie van de voorspellingen in het algemeen te verbeteren moeten vervolgstappen zich richten op het aanvullen van voorspellingen met data van slimme sensoren zoals camera’s met automatische beeld- en geluidsanalyses.

Er blijft sprake van een continue schaal waarop de spoedvraag voorspeld kan worden: aan de ene kant is de precisie van de voorspelling hoog, maar is er weinig tijdswinst, aan de andere kant is voorspelling onbetrouwbaarder maar is er nog veel tijd om te reageren. Per type incident moet worden bepaald waar op dit spectrum de kosten, zowel in privacy als in geld, in balans zijn met de baten.

Meer weten
Wil je meer lezen over de aanpak, uitkomsten en conclusies van dit onderzoek? Lees dan de flyer Het Nieuwe Melden: voorspellen spoedvraag:

[slideshare id=142988155&doc=flyer-challenge-voorspellen-spoedvraag-april-2019-190430164742&type=d]

Bron: K-LMO

De toekomst van sensing voor veiligheid

Sensing is het vermogen van een organisatie om relevante informatie te verzamelen met behulp van sensoren, met de intentie tot opvolging. Met de onze publicatie ‘De toekomst van sensing voor veiligheid’ plaatsen we sensing voor veiligheid in een maatschappelijke context en helpen we onze partners om zelf tot een visie te komen.

Een eenzijdige focus op meer data en informatie over burgers en bedrijven is niet de oplossing voor de toekomst van sensing op veiligheid. Dat leidt alleen maar tot minder privacy en dus minder vrijheid. Uitvoerende veiligheidsorganisaties worden door de snelheid en hoeveelheid van technologische en maatschappelijke ontwikkelingen uitgedaagd om zelf te bepalen welke informatie ze wel ?n welke ze niet nodig hebben.

TNO geeft inzicht in wat er nodig is voor partners actief in openbare veiligheid en vitale infrastructuren, om z?lf een visie op sensing te kunnen ontwikkelen ter ondersteuning van de uitvoering van operationele taken, gestoeld op expliciet beschreven principes die de relatie tussen maatschappij, uitvoerende veiligheidsorganisatie en technologie duiden.

TNO laat tevens zien hoe uitvoerende veiligheidsorganisaties zelf tot een visie op dit zeer actuele onderwerp kunnen komen, zonder dat men vervalt in een welles-nietesdiscussie over kraaltjes en spiegeltjes.

Download of lees de publicatie online:

[slideshare id=117774888&doc=tno-2018-toekomst-181002105901&type=d]

Bron: TNO

App: iRestore

Vlak na een autocrash telt elke seconde. iRestore is een app die je in deze situatie kan helpen (Android, iOS). “We hebben situaties gehad waar electriciteitskabels op auto’s zijn neergekomen met mensen die nog in de auto zijn opgesloten,” zei Kevin Krough, assistent-directeur bij de Fire Department van Ballston Spa. Als een auto een telefoonpaal raakt, of een boom naar beneden trekt, kan het lang duren voordat de hulpdiensten bij hun slachtoffer zijn. Ze moeten wachten tot het elektriciteitsbedrijf de stroom uitzet, want anders zouden ze zelf veel gevaar lopen tijdens hun reddingsacties.

“De handelingen van electriciteitspersoneel kan het verschil maken in leven of dood, waarbij elke minuut telt,” zegt Krough. Dankzij de nieuwe technologie kunnen nutsbedrijven nu met politie, brandweer en ambulance samenwerken via een app om sneller ter plaatse te komen. Heather Shampine is een Senior Project Manager voor National Grid en vertelt: “We hebben eigenlijk het idee gekregen van een plaatsvervangend brandweerhoofd in West-Massachusetts”.?Nationaal Grid begon met het testen van de first responderapp in november, het is sinds januari in New York beproeft.

Het stelt op dit moment politieagenten en brandweerlieden in staat om foto’s van een incident naar het National Grid te sturen, zodat het nutbedrijf kan bepalen hoeveel werknemers erop afgestuurd moeten worden. De afbeeldingen helpen bij het verminderen van de reactietijden. “Ze kunnen een geavanceerd beeld krijgen van wat ze zullen aantreffen als ze in het veld aankomen,” zegt Shampine. Het is riskant om foto’s te nemen bij een crash of in de storm, de app is niet voor iedereen altijd beschikbaar. “We willen zeker niet dat het publiek een incident gevaarlijk benadert, en dat is waarom we het nu nog beperken tot politieagenten en brandweerlieden,” zegt Shampine.

Bronnen: CBS6 Albany?, iRestore

Impact van beeld door Het Nieuwe Melden

Meldingen naar 112 en 0900-8844 worden nu nog telefonisch gedaan. Maar meldkamers in Nederland verwachten dat ze binnen vijf jaar met beelden uit meldingen zullen werken. Zegt een beeld meer dan duizend woorden, of resulteert beeld in een verkeerde weergave van een bepaalde situatie? Kan het tot verkeerde beslissingen leiden?

In de publicatie ?Wie kijkt er mee?” verkent TNO de impact van het melden met beelden door burgers bij meldkamers van hulpverleningsdiensten.

Beeld wordt doorgaans alleen gebruikt voor de opvolging van een melding en nog niet als een wezenlijk onderdeel van een (spoedeisende) melding. Hoe kun je dan toch effectief en verantwoord omgegaan met beeld? Hiervoor is een beschouwing nodig van de impact van beeld vanuit diverse invalshoeken: mens, organisatie, proces, technologie, wetgeving en ethiek.

Deze verkenning is een vervolg op de TNO publicatie van Het Nieuwe Melden veschenen in 2016. Hierin worden de nieuwe vormen van melden tot aan 2025 en die meldkamers op termijn drastisch kunnen veranderen, op een rij gezet. Zo is bijvoorbeeld het gebruik van apps om te communiceren met de meldkamer in opkomst. Daarom is het programma Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO) nu bezig met de ontwikkeling van een 112 app. Ook op sociale media is allerlei informatie te vinden. Deze kanalen kunnen in de toekomst misschien gebruikt worden als meldkanaal. De sterk toenemende rol beeld in de maatschappij heeft als gevolg dat we alles vastleggen via de smartphone en andere devices. Foto?s, filmpjes en real-time video?s delen we via sociale media.

Beeld is een overheersend element in socialemediatoepassingen. Het gebruik van beeld in het meldproces is een logisch gevolg van maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Niet alleen voor het meldkamerdomein, maar ook bij de politie, brandweer en ambulancezorg.

Wil je meer weten over melden met beeld? Download de publicatie ‘Wie kijkt er mee?’ Of bekijk het online:

[slideshare id=84628078&doc=107tnohnmbeeldonline-171221140013&type=d]

Live View

Het benutten van beelden is in de meldkamer is niet helemaal nieuw. Zo wordt al langer gebruik gemaakt van publieke en private camera?s om de omgeving te monitoren in cameratoezichtcentrales.

Met Live View kan de meldkamer van de politie rechtstreeks meekijken met de camerabeelden van een winkelier of horecaondernemer. Als een bedrijf zijn bewakingscamera heeft aangesloten bij een particuliere alarmcentrale, krijgt deze bij onraad via een (alarm)sensor een melding. Een beveiligingsmedewerker van de alarmcentrale kan vervolgens de beelden zien en alle gegevens en de live beelden desgewenst doorschakelen naar de meldkamer van de politie. Door de tussenkomst van de particuliere alarmcentrale ? de poortwachter ? wordt nodeloos uitrukken voorkomen. In de meldkamer kan vervolgens live worden meegekeken. De meldkamer kan ook vragen om (indien mogelijk) de camera te draaien, in te zoomen of een andere camera te activeren en de beelden daarvan te delen. Het aangeboden beeld wordt nu nog niet openomen en moet achteraf worden gevorderd. Beeld opvragen ? bijvoorbeeld ter verificatie van een gaand incident ? van camera?s onder regie van de politie is inmiddels gewoongoed. Voor beelden die zijn gemaakt in de niet-publieke ruimte is dit bewerkelijker.

Live View is oorspronkelijk ontworpen voor het verminderen van het aantal overvallen en het verhogen van het oplossingspercentage. Het is daarmee gericht op het vergroten van de heterdaadkracht. Het idee dat de politie rechtstreeks kan meekijken werkt tevens preventief. Live View is beschikbaar in alle 112-meldkamers en een aantal private bedrijven. Het wordt inmiddels gebruikt voor 112-waardige gebeurtenissen met (nu nog) de nadruk op politiegerelateerde incidenten.

De mens

De gevolgen voor betrokkenen bij een incident kunnen groot zijn. Omstanders en slachtoffers worden immers op beeld vastgelegd, en die informatie gaat alle kanten op. Maar zelfs een dader heeft recht op privacy. Beeld kan een enorme impact hebben op de professional in de meldkamer en de hulpverlener op straat. Beeld kan niet alleen heel schokkend zijn, het kan ook zorgen voor meer werklast. En wat is precies het effect van beeld op een goede besluitvorming?

Het belangrijkste doel van de centralist is zo snel mogelijk de juiste inzet te bepalen en de weg op te sturen. Kwaliteit EN snelheid dus. Snel communiceren met een persoonlijke focus kan heel goed met telefonie, zeker als je getraind bent om goed te luisteren. Na deze eerste fase volgt vaak een verdieping: ?Wat is er precies gebeurd??, waarin belangrijke details over de situatie aan bod komen. Deze complexe boodschappen zijn gemakkelijker over te brengen met een rijker medium.

Beeld kan betekenen dat centralisten zich op andere dingen richten dan ze nu doen in een telefoongesprek. Beeld kan positieve, maar ook negatieve gevolgen voor het meldproces hebben. Uit de cognitieve psychologie kennen we vele valkuilen, ook wel cognitive biases (denkfouten) genoemd, die een rol zouden kunnen spelen bij het introduceren van beeld in de meldkamer. Zoals:

  • Bizarreness effect:?Mensen onthouden verrassende informatie vaak beter.
  • Picture superiority effect:?Concepten uit beelden worden veelal beter onthouden dan concepten uit woorden.
  • Anchoring:?Mensen richten zich soms te sterk op ??n stuk informatie ? vaak datgene dat als eerst binnenkomt ? voor het nemen van een beslissing. Wat zegt dit over de timing van het invoegen van beeld in het meldproces?
  • Empathy gap:?Mensen zijn van nature geneigd de intensiteit van eigen gevoelens of die van de ander te onderschatten. Is het een idee om centralisten zelf te laten bepalen of ze een heftige afbeelding wel of niet willen zien?
  • Framing effect:?De manier waarop informatie wordt gepresenteerd kan be?nvloeden welke conclusies iemand trekt.

Het meldproces

We onderzoeken nu al de impact van beeld op het huidige 112-protocol. Beeld geeft namelijk niet alleen antwoorden, maar stelt ons ook in staat de juiste vragen te stellen. Past het 112 protocol zich aan op het beeld, of ontstaat er vanuit het protocol regie op het beeld? En is er nog wel een protocol mogelijk bij al die ongestructureerde grote hoeveelheden beelden die binnenkomen?

Een beeld zegt meer dan duizend woorden, en dus kan het voor de centralist tijd schelen om duidelijk te krijgen waar een melding over gaat. De centralist heeft zo misschien ook meer zekerheid over de verkregen informatie. Omdat beeld een universele taal is, is het uitermate geschikt voor meldingen door een grote doelgroep, waaronder anderstaligen. Het gebruik van beeld heeft echter ook nadelen. Doordat de drempel om te melden lager is, kan dit leiden tot nepmeldingen of misbruik. Bovendien kan beeldmateriaal worden gemanipuleerd of kan een melder oud beeldmateriaal gebruiken om te suggereren dat het om een actueel incident gaat. Verder kunnen heftige beelden grote impact hebben op de centralist zelf. Het bekijken van foto-en videomateriaal kan ook meer tijd kosten, omdat dit veel aandacht vraagt.

De overheid als organisatie

De overheid trekt zich terug. Ook moeten steeds minder mensen steeds meer doen. Dat vraagt om prioriteiten. De overheid zal dus keuzes moeten maken: welke taak is aan de overheid, en welke wordt belegd bij burgers en het bedrijfsleven? De samenwerking tussen de overheid, bedrijfsleven en burger zal hoe dan ook worden ge?ntensiveerd. Meer dan 97% van alle camera?s is in private handen. Met het internet der dingen wordt dat alleen maar meer. De rol en de taak van burgers, bedrijfsleven en overheid kan voor specifieke situaties in de toekomst verschuiven. Volgens de wetenschap kosten meer natuurlijke vormen van communicatie zoals beeldbellen minder energie. Ook zijn ze effectiever. Ofwel, hoe rijker het medium, hoe geschikter om een ingewikkelde boodschap over te brengen. Maar geldt dit ook voor de meldkamer? Centralisten en observanten zullen aan steeds hogere eisen moeten voldoen als ze gaan werken met beeld. Waar een centralist het nu alleen met audio moet doen, kan hij straks ook gebruikmaken van beelden. Een observant zal steeds meer camerabeelden moeten uitkijken, weliswaar geholpen door de techniek, maar door de explosieve toename van beschikbare beelden zal dit een blijvende uitdaging zijn. Er is dus regie op het aanbod nodig.

Technologie
Burgers en sensoren (camera?s) produceren enorme hoeveelheden beeld. Hoe kan de meldkamer die hoeveelheden verwerken en analyseren? Hoe gaan we dat technisch oplossen met internettechnologie? Het proces moet namelijk niet alleen snel en gemakkelijk zijn, maar ook betrouwbaar. ?No lost calls? wordt nu ?No lost data?.

Steeds meer hulpverleners, drones en voertuigen worden uitgerust met camera?s die beelden opnemen en streamen. De camera is een van de meest veelzijdige sensoren en zorgt in veel van die apparaten voor de mogelijkheid om te reageren op gebeurtenissen in de omgeving. Er zijn?allerlei technologie?n om beelden vast te leggen, te verwerken, verrijken, interpreteren of te cre?ren.

De ontwikkelingen in de technologie voor automatische en real-time interpretatie van beelden zitten momenteel in een stroomversnelling, omdat er steeds meer beelddata beschikbaar is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de detectie van afwijkend gedrag en het herkennen van sentimenten van een groep mensen of een enkel individu. Op basis van ?visuele intelligentie? die computers opbouwen uit grote beeldbanken is het mogelijk nieuwe visuele informatie te interpreteren en om te zetten in natuurlijke taal, zodat mensen de juiste beslissingen kunnen nemen voor opvolging.

Valse beelden

Beelden worden steeds vaker gemanipuleerd en zullen de meldkamer binnenkomen. Een neptoespraak van president Trump op Facebook is grappig, maar iemand anders kan dezelfde technologie gebruiken om diens reputatie te beschadigen en een crisis te veroorzaken. Manipulatietechnieken die vroeger alleen haalbaar waren voor experts, kunnen zomaar als app beschikbaar komen voor het grote publiek. Iedereen kan dan iemand anders ouder laten lijken (Face-app), de toespraak van een bekend persoon manipuleren (Stanfords Face2Face) of een schilderij maken (deepart.io). En dat terwijl deze geavanceerde technologie nog maar net is ontwikkeld. Iedereen kan nu met ?deep learning?-algoritmes zijn eigen huis schilderen in de stijl van van Gogh. De toekomst van manipulatiedetectie voorspellen is daarom lastig.

Nu is het nog eenvoudig om bepaalde manipulaties te detecteren, omdat de populaire tools zijn gebaseerd op duidelijk zichtbare eigenschappen in het beeld. Maar de detectiestrategie?n zijn te omzeilen. Het is vooral moeilijk te voorspellen wanneer de noodzakelijke tegenmaatregelen ? tools voor in de meldkamers, voor journalisten en voor burgers ? beschikbaar komen en andersom, in welke mate kwaadwillenden gebruik gaan maken van dergelijke geavanceerde technieken.

Toch is de mens nog hard nodig in duiding van beelden, want computers en Artificial Intelligence gebruiken rekenregels die meestal uitgaan van situaties uit het verleden. Daarom worden in de humanitaire hulp zogenaamde crisismappers en andere digitale hulpverleners massaal ingezet om foto?s te taggen of op een kaartje te plotten. Een voorbeeld hiervan is het platform CrowdCrafting, dat dient om burgers te vragen berichtgeving, bijvoorbeeld op de sociale media of beelden van drones, uit een rampgebied nader te duiden.

Wetgeving

Voor het melden met beeld gelden dezelfde regels als voor gegevensverzameling in het algemeen. Er is in principe geen onderscheid in het soort beeld: foto, video of real-time streaming. Voor stelselmatig opnemen gelden andere regels dan voor incidentele beelden die op de meldkamer binnenkomen. Ook burgers en bedrijven mogen niet zomaar de hele dag in de openbare ruimte, nog los van de vraag of het ethisch wel klopt om anderen herkenbaar vast te leggen en die beelden te delen. Voor het gebruik van de ontvangen informatie zijn minder regels van toepassing, mits die informatie verkregen is voor een duidelijk doel.

Ethiek

Er is met het benutten van beeld van alles mogelijk. Maar wat is wenselijk? Hoe kan het gebruik van beeld bijdragen aan een vrije, rechtvaardige en open samenleving? Er zijn drie kernwaarden die in gevaar kunnen komen bij het gebruik van beeld, namelijk: vrijheid, gelijkwaardigheid en verantwoordelijkheid.

Op maatschappelijk niveau speelt de privacy door de drie kernwaarden heen. Als iemand mij op straat filmt of fotografeert kan dat tot privacybezwaren leiden en kan ik me minder vrij voelen. Als een algoritme mensen op basis van foto?s in bepaalde categorie?n indeelt kan dat leiden tot discriminatie. Als de politie allerlei databronnen met elkaar koppelt zal men dat moeten kunnen uitleggen, en daarover verantwoording afleggen.

Overigens ervaren we privacy steeds anders. Achter de voordeur willen we volledige privacy, tenzij we in nood verkeren, dan mogen hulpdiensten zomaar binnenkomen. Zodra we op straat komen leveren we privacy in. Bij veiligheidscontroles op het vliegveld leveren we veel privacy in voor de veiligheid. Privacy is dus dynamisch en contextafhankelijk.

We willen dat organisaties verantwoording kunnen afleggen over hun manier van werken (accountability), en we verwachten transparantie. Meldingen komen nu nog binnen via de telefoon. De centralist vraagt uit via een protocol en kan op een scherm aantekeningen maken en bronnen raadplegen. Met beeld verandert dat. De centralist moet dan ook de binnenkomende beelden interpreteren. Hoe snel en nauwkeurig moet dat en hoe is dat in een protocol te vatten? Ze moeten dus afwegingen maken: snelheid versus nauwkeurigheid, privacy versus veiligheid.

Beeldenstorm

In 2025 is het de gewoonste zaak van de wereld om op allerlei manieren met beeld te communiceren. Dat wordt nu ook al volop gedaan. Facebook, YouTube, Instagram en Snapchat zijn voorbeelden waarmee jong en oud elkaar informeren met stilstaand en bewegend beeld.

In de TNO publicatie zijn voor een viertal totaal verschillende leefwerelden incidentscenario?s ontwikkeld waaruit consequenties voor beleid, uitvoering en burgers zijn uitgewerkt. Deze vier geschetste toekomstvisies leiden tot prioriteiten waar altijd rekening mee moet worden gehouden (zogenaamde ?no regrets?). Deze zijn in de tijd geplaatst vormen daarmee een roadmap. Gekoppeld hieraan zijn er een aantal dilemma?s die te vertalen zijn in beleidskeuzes voor hoe de overheid zich in de toekomst wil ontwikkelen. ?De roadmap is daarmee geen eindpunt, maar slechts een begin: het is een eerste aanzet in het beleidsproces, een discussie met als doel de complexiteit te reduceren tot een iteratief/incrementeel innovatieplan, om daarmee de menselijke maat te waarborgen in het innovatieproces.

Er is veel behoefte aan experimenten die verder gaan dan het oude reactieve handelen binnen meldkamers. Als meldkamers straks een permanent beeld hebben, in letterlijke en figuurlijke zin, kunnen we dan ook situaties vroegtijdig signaleren of voorkomen? Beeld kan helpen om de noodzakelijke transitie binnen de meldkamer te realiseren. Van reactief naar proactief en misschien zelfs preventief. En als dit kan, hoe ziet de meldkamer er dan uit? Welke keuzes moet je vandaag maken om voorbereid te zijn op morgen? Alleen door te leren en te experimenten kunnen we de juiste richting bepalen.

Deze verkenning met diverse vormen van impact, de visies uit de leefwerelden en de roadmap vormen belangrijke input voor de huidige beleidsvorming van de overheid.

Bron: TNO

Aandacht voor Burgerkracht

Een?projectgroep van veiligheidsregio Haaglanden heeft sinds september 2016 tot juli 2017 onderzoek gedaan naar burgerparticipatie, onder de naam Aandacht voor Burgerkracht. Het doel van dit onderzoek was het in kaart brengen van de wensen en kansen op het gebied van burgerparticipatie bij de incidentbestrijding in de regio Haaglanden. Dit heeft geleid tot een gezamenlijke visie en praktische handvaten. Zowel de Brandweer, de GHOR en de Politie als het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing zijn hierbij betrokken.

De uitkomsten van dit onderzoek zijn op het Symposium op 13 juni gedeeld, waarvan hieronder een klein verslag met filmpje, foto-impressie en conclusies van het onderzoek.

De?documentatie is hieronder te lezen of te downloaden:

Projectdocument:

[slideshare id=77144134&doc=projectdocumentburgerparticipatie-170621143258&type=d]

Collage brainstormsessies:

[slideshare id=77144140&doc=collagebrainstormsessies-170621143302]

Literatuurstudie:

[slideshare id=77144131&doc=literatuurstudie-def-170621143255&type=d]

Expert interviews:

[slideshare id=77144130&doc=expertinterviews-conclusiesenaandachtspunten-170621143254&type=d]

Overzicht nulmeting:

[slideshare id=77144133&doc=overzichtnulmeting-170621143257]

Omgevingsanalyse visueel:

[slideshare id=77144132&doc=omgevingsanalyse-visueel-170621143256]

Evaluatie experiment:

[slideshare id=77144128&doc=evaluatieexperimentburgerparticipatie-170621143253&type=d]

Bronnen: Burgerkracht

Modernisering 112 meldproces: bellen we over 10 jaar nog?

Meldproces_Duiden

Onderstaand artikel van Jolanda Haven werd eerder gepubliceerd in?Brand & Brandweer, editie juli/augustus 2016.

Welke nieuwe manieren van melden zijn er al en welke ontstaan in de toekomst? TNO deed onderzoek naar de modernisering van het 112-meldproces en schreef de roadmap Het nieuwe melden op basis van onderzoek, trends en ontwikkelingen. Bellen we over tien jaar nog met?de meldkamer? Ja en nee. Tegelijkertijd stelt Arnout de Vries van TNO dat de meldkamer over twintig jaar vrijwel overbodig is geworden.

We Whatsappen en gebruiken Skype of FaceTime?om met elkaar te videobellen. Instagram zetten we vol met foto?s en als we op een festival zijn, delen we de locatie. Op tal van manieren kun je met elkaar in contact komen. Toch kun je in geval van nood nog niet via een app melding maken van een spoedeisend incident, chatten met de meldkamer of foto?s sturen van de situatie waarin je je bevindt of je locatie doorgeven. We bellen. En dat zal over een aantal jaar nog steeds zo zijn. Bellen is een krachtig middel, vol?gens De Vries van TNO, maar dan wel aangevuld of deels vervan?gen door andere middelen. ?Er zijn ook situaties waarin het niet mogelijk is om te bellen. Ook voor doven en slechthorenden moet er een alternatief zijn voor het bellen met de meldkamer.?

Toekomstverkenning

TNO stelde de roadmap Het nieuwe melden op met daarin de te nemen stappen om vernieuwende manieren van interactie tussen burger en overheid bij incidenten mogelijk te maken. Het ministerie van Veiligheid en Justitie, de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) en politie hebben TNO gevraagd waar zij reke?ning mee moeten houden bij het moderniseren van het meld- proces. Welke nieuwe manieren van melden zijn er al en welke ontstaan in de toekomst? Welke kansen biedt dat? Hoe integreer je dat in toekomstbestendig beleid? De Vries: ?Om deze vragen te beantwoorden heeft een team experts een roadmap 2025 voor het meldkamer- en politiedomein ontwikkeld.? Aan de hand van toekomstverkenningen beschrijven zij welke stappen gezet moe?ten worden om vernieuwende manieren van melden mogelijk te maken. Wie wil je zijn in 2025 en in welke wereld leven we dan? Welke keuzes maak je? Om tot een visie te komen heeft TNO trends en ontwikkelingen geanalyseerd.

112 app

Burgers gaan er volgens De Vries vanuit dat de meldkamers beschikken over alle relevante informatie rondom een incident. ?Zover is het nog niet. De ICT-systemen, processen en organisatie zijn daar onvoldoende op ingericht. Daarom kun je de meldka?mer ook nog niet bereiken via een 112-app. De technologie is er. Nederland is koploper als het gaat om goede telecommunicatie en internet. We hebben een robuuste infrastructuur en je kunt een app en belfunctie prima met elkaar combineren, maar organi?satorisch zijn we nog niet zover. Er zijn zoveel mogelijkheden en opties. Daar moet eerst over worden nagedacht voordat je dat kunt toepassen. Ook in de wetgeving.? Andere landen zoals Spanje zijn iets verder op dat gebied. Zij hebben een app, daarmee kun je al videobellen en chatten met de meldkamer.

Leefwerelden

Aan de hand van vier toekomstige leefwerelden verkent de road?map welke stappen op korte en lange termijn nodig zijn om het nieuwe melden mogelijk te maken en te laten aansluiten op de beleving en verwachtingen van de burger. De eerste leefwereld is budget. De Vries: ‘Dat is de wereld waar we ons nu in bevinden. De burger volgt de overheid. Die zorgt op haar beurt dat er in de basis?behoefte kan worden voorzien. Je belt de meldkamer en die zorgt dat de juiste hulpdiensten op pad worden gestuurd.? Betrouwbaar, robuust en effici?nt. Niks meer, niks minder.

‘De meldkamer zoals we hem nu kennen verdwijnt’?

De tweede leefwereld is avontuur. Dat is de wereld met innova?tieve burgers. Ze hebben lef, zijn continu op zoek naar vernieu?wing, uitdaging en fun. ‘Zij gebruiken de nieuwste gadgets en kunnen tijdens een incident bijvoorbeeld live streamen?, aldus De Vries. ?Processen en systemen moeten worden afgestemd op de voorkeuren.? De derde wereld is comfort. Gemak dient de mens. Burgers worden in de watten gelegd met uitstekende dienstver?lening. KLM is volgens De Vries een goed voorbeeld van comfort. ‘Zij bieden allerlei handvaten om het de burger zo comfortabel mogelijk te maken. Bij comfort draait het om slimme technieken die problemen signaleren en zelf melding maken. Vergelijk het met automatische meldingen naar de meldkamer na bijvoorbeeld een auto-ongeval. Of dat technieken onvolkomenheden signale?ren zoals hartfalen en de burger daarop wordt geattendeerd. Het gaat om slimme, snelle en effici?nte dienstverlening op maat.? Bij de leefwereld comfort moet samengewerkt worden met externe, private partijen om dit mogelijk te maken. Duurzaam is de vierde leefwereld. ?Interactie met burgers staat centraal?, vervolgt De Vries. ?Het zijn geen individuen, maar groepen. Burgers willen eerst zelf problemen oplossen. Ofwel samenredzaamheid. Ze zijn betrokken en de sociale cohesie is groot. Pas wanneer ze het probleem niet kunnen oplossen zullen hulpdiensten worden inge?schakeld. Ze willen dan niet aan de kant worden geschoven, maar het liefst ook een rol spelen in de dienstverlening.? De samenleving beslaat al deze vier leefwerelden. Er zal een ver?schuiving plaatsvinden van budget naar de andere drie werelden. Hoe ver ga je daarin? Kijkend naar de leefwereld comfort zou dat kunnen betekenen dat wanneer je betrokken bent bij een aanrij?ding, je van de meldkamer wordt doorgeschakeld naar je verze?keringsmaatschappij om de schade te melden en af te handelen. Bij comfort is er meer aandacht voor de omgeving die indirect ook slachtoffer zijn van een incident.

Innovatieslag

Om de roadmap te realiseren is het nodig om te experimenteren, te innoveren, te verbinden en samen te werken met burgers en bedrijfsleven. De Vries: ?Burgers denken namelijk dat de meld?kamer weet waar je bent als je belt. Dat is lang niet altijd zo. Laat meldkamers experimenteren met deze nieuwe techniek. Door de ontwikkeling van de LMO is er weinig ruimte voor innovatie en lokale experimenten. Er verandert al veel in de huidige situatie. Er wordt gebouwd aan een groot robuust ?huis?, maar meldkamers willen er graag een paar ?schuurtjes? bij. Maatwerk. Je zou speer?punten voor de modernisering prima onderling kunnen verdelen en de LMO de samenhang daarvan laten bewaken. Ieder gebied heeft haar eigen wensen Je moet ergens beginnen.?

Meldkamer overbodig

In de toekomst zal de meldkamer volgens De Vries grotendeels overbodig worden. ?Dan spreken we over een termijn van twintig?jaar. Er zullen altijd mensen nodig zijn om een incident goed te duiden, maar de meldkamer zoals we hem nu kennen, verdwijnt. Door slimme technologische ontwikkelingen kunnen we burgers via systemen direct aan hulpverleners koppelen. Je kunt het ver?gelijken met het Uber-model. Daarmee is de taxicentrale eigenlijk overbodig geworden want via de Uber-app kun je eenvoudig een taxi bestellen.’

‘Laat meldkamers experimenteren met nieuwe techniek’?

TNO heeft bij het opstellen van de roadmap nauw samengewerkt met het ministerie van Veiligheid en Justitie, de politie en de LMO. De visie is aangeboden aan de Tweede Kamer. De Vries: ‘Het document wordt breed gedragen, dus ik verwacht dat op korte termijn actie wordt ondernomen om de meldkamerprocessen te moderniseren.? ?

[slideshare id=65044293&doc=modernisering112meldprocesbellenweovertienjaarnog-160816134831&type=d]

[slideshare id=59600264&doc=hetnieuwemelden-160315191155&type=d]

Van Predictive Policing naar Prescriptive Policing

Vandaag ontving Siebe Riedstra, Secretaris Generaal van het ministerie van Veiligheid en Justitie, het boek ?Van Predictive naar Prescriptive Policing? uit handen van Leen van Duijn, directeur Nationale Veiligheid en Crisismanagement TNO. In dit boek adviseert TNO over de invoering van Predictive policing en Prescriptive policing.

Allereerst gaven?Jeff Brantingham en Sean?Malinowski van de LAPD?een presentatie bij het ministerie van Veiligheid en Justitie over wetenschap en praktijk van Predpol en daarna was het aan Reinder Doeleman van de politie Amsterdam om de ervaringen?van CAS uit de doeken te doen.

Voor TNO de uitgelezen kans om de publicatie “Van Predictive Policing naar Prescriptive Policing” aan te bieden. Jeff heeft het altijd over ‘Beyond the box’ , want predictive policing kan zoveel meer zijn?dan alleen vakjes op een kaart voorspellen waar misdaad volgens kansberekening gaat plaatsvinden. TNO trekt de lijn van ontwikkelingen door van predictive naar prescriptive policing. Van misdaad voorspellen tot voorspellend effect van politiewerk.

DSCF5511

Predictive Policing

Predictive Policing is politiewerk aan de hand van voorspellingen. Door verfijnde algoritmen?los te laten op big data kan de politie straks misdaden voorspellen. Predictive Policing biedt?de politie de mogelijkheid om d??r aanwezig te zijn waar de kans op een volgend incident het?grootst is. Het werkt preventief. Ook de politie is al aan de slag met deze ontwikkeling. Deze?publicatie beschrijft de ontwikkeling van Predictive Policing en de basisprincipes ervan. De?auteurs ontkrachten 10 mythen rond dit thema, zoals: crimineel gedrag is niet te voorspellen.?Ook gaan ze in op de verschillende ontwikkelingen, zoals PredPol en het Amsterdamse?Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS).

Invoering van Predictive Policing bij de politie kan, maar wat zijn de uitdagingen? Die spelen?zich op meerdere vlakken af: doel en toepassing, mens en organisatie, proces, informatie en?techniek. Wat zijn bijvoorbeeld de juridische en ethische aspecten van Predictive Policing??Hoe moeten mens en organisatie veranderen om dit instrument effectief te gebruiken? Hoe?betrouwbaar is de informatie die het systeem aanlevert eigenlijk? De effectiviteit van Predictive?Policing hangt in feite af van de informatie die in het systeem wordt ingevoerd. Het gaat?de politie er bovendien niet om zo goed mogelijk te voorspellen waar een incident kan plaatsvinden,?maar om dit incident te voorkomen. De politie zal daarom in kaart moeten brengen?wat de effectiviteit is. Meetbaar maken van het effect van de inzet dus.

Prescriptive Policing

Als Predictive Policing voorspellen is wat er gebeurt als je niets doet, wat is dan Prescriptive?Policing? Prescriptive Policing voorspelt op basis van de kennis van de effecten van bepaalde?interventies wat de effectiviteit van een bepaalde inzet van politiemiddelen zal zijn, gegeven?een specifieke situatie. Het systeem suggereert wat de beste interventie is op basis van
vergelijkbare context, maar de mens beslist uiteindelijk. De ontwikkeling naar Prescriptive?Policing vraagt om een integrale benadering, waarin doel, proces, informatie, techniek en?mens en organisatie in samenhang met elkaar worden aangepakt. In een stappenplan?onderscheiden de auteurs vier implementatieniveaus, inclusief de stappen die de politie?moet zetten om een niveau hoger te komen. Van Intelligence-led Policing naar Predictive Policing?naar Effect-led Policing naar Prescriptive Policing.

Hoe de politie te werk zou kunnen gaan? Een competitieve test uitvoeren, voor een systeem?kiezen en dat langzaam uitrollen. Dat laatste is belangrijk, omdat mensen een gevoel?moeten krijgen voor de mogelijkheden van het systeem. Invoering van Prescriptive Policing?vraagt dus om professionalisering van de politie. Pas als men meetbaar maakt wat het?effect is van een interventie wordt de stap naar het vierde implementatieniveau mogelijk. De?innovatie moet stapsgewijs plaatsvinden in publiek-private samenwerking met leveranciers?en kennisinstellingen, waarbij in Living Labs wetenschappelijke kennis wordt toegepast in de?politieomgeving, samen met technologieleveranciers.

[slideshare id=61354641&doc=104tnorpredictivepolicingweb-160426065651&type=d]

Sociale media vaak betrokken bij noodsituaties

Sociale media zijn en blijven een belangrijke informatiebron bij noodsituaties. Whatsapp, Twitter en Facebook zijn nog steeds de belangrijkste kanalen voor informatie, hoewel een klein deel van de Nederlanders vindt dat hulpdiensten ook via Youtube relevante informatie zouden moeten communiceren.

Dat blijkt uit onderzoek van VDMMP (sinds 1 sept?onderdeel van?PBLQ)?in opdracht van het Rode Kruis. Mensen verwachten anno 2015 dat hun hulpvraag in noodsituaties door de betrokken instanties snel wordt beantwoord. Een melding via sociale media zou volgens 40% van de respondenten in 2020 net zo snel opgepakt moeten worden als een melding via 112. Meer dan de helft van de respondenten geeft aan hulpdiensten via sociale media te benaderen indien het telefoonnetwerk overbelast is.

Persoonlijk contact nog steeds het belangrijkst
Mensen aanwezig bij een noodsituatie halen hun informatie steeds vaker van sociale media. Ook andere media en telefonisch contact met familie en vrienden zijn belangrijk. Respondenten aanwezig bij een noodsituatie hebben vooral via televisie, radio, websites van lokale overheid en de Whatsapp informatie ontvangen. Twitter en Facebook volgen hierna pas.

In dit digitale tijdperk is telefonisch contact nog steeds populairder dan sociale media om familie en vrienden op de hoogte te brengen van de eigen situatie. Minder dan de helft van de respondenten is van plan zelf berichten op sociale media te plaatsen, mochten zij in een noodsituatie verkeren.

Onderzoeker Niek van As van VDMMP: ?Interessant is dat sociale media ??n van middelen is voor informatie, terwijl de bron van informatie zoals familie/vrienden, buurtbewoners, hulpdiensten en media verschillen. De bronnen komen dus bij elkaar op sociale media. De onderzoeken laten door de jaren heen zien dat sociale media vooral worden gebruikt om informatie te ontvangen bij noodsituaties, minder om zelf informatie te delen. Je zag bijvoorbeeld na de ramp met de MH17 op 17 juli 2014 in de Oekra?ne dat iets minder dan de helft (45%) van de respondenten sociale media gebruikt, waarbij 90% het heeft gebruikt voor het verzamelen van informatie.?

MH17 social media

Als het gaat over alerteringen bij noodsituaties, hebben de bestaande alerteringen via bijvoorbeeld NL-Alert de voorkeur (zo?n 60%). Een extra app gebruiken om informatie te ontvangen bij een noodsituatie heeft de voorkeur van ruim 40% van de respondenten. Nieuwe mogelijkheden zien respondenten ook voor YouTube als rampenzender, maar dit gaat voor sommigen nog te ver. Inmiddels zijn halverwege 2015 de (live) streaming apps Periscope en Meerkat door enkele media, zoals RTV Noord en TV West, al omarmd als extra communicatiekanaal.

social media noodsituaties

Werk aan de winkel voor het Rode Kruis
Om familie en vrienden te informeren bij noodsituaties is het ook mogelijk om gebruik te maken van de Rode Kruis website ?ikbenveilig.nl?. Minder dan 5% geeft echter aan de website al te kennen. De website is bedoeld om het grotere sociale netwerk buiten directe familie en vrienden te bereiken in geval van nood.

Het Rode Kruis kan rekenen op veel burgerhulp. Indien het Rode Kruis een oproep zou doen om hulp te verlenen bij een noodsituatie geeft 49% van de respondenten aan dat zij hier gehoor aan wil geven (al dan niet via sociale media). Hun reactie is daarmee vaak dat ze een bijdrage willen leveren aan waar de hulp nodig is. Ruim een derde geeft aan zich te willen aanmelden. Dit kan inmiddels ook bij het netwerk Ready2Help van het Rode Kruis. Overigens geeft zeventig procent aan niet eerder voorlichting of tips over noodsituaties te hebben gezien van het Rode Kruis.

burgerhulp

Samenwerking VDMMP met het Rode Kruis
Het onderzoek ?Sociale media bij noodsituaties? is in 2012 voor het eerst landelijk uitgevoerd door VDMMP. In 2015 is samengewerkt met het Rode Kruis. Het onderzoek is deze keer met een geactualiseerde vragenlijst uitgezet bij een panel, voor een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking. Ruim duizend respondenten hebben deelgenomen aan het onderzoek.

Lees hier het onderzoeksrapport.

Bronnen: VDMMP, SocialMediaSocialMedia

Foto 112

logo-foto112

Foto112.nl is een digitale dienstverlening die het mogelijk maakt om binnen enkele seconden een foto en GPS-locatie van een incident naar de centralist van de alarmcentrale te zenden. Mede doordat de melder en/of omstander geen applicatie hoeft te downloaden, is Foto112.nl een snel, eenvoudig en uniek hulpmiddel om?een foto en locatie van een incident te versturen naar de desbetreffende centralist.

Nu kan iedereen de centralisten ondersteunen, door met zijn smartphone een foto van een noodsituatie te versturen via:?www.foto112.nl.Ook kan de centralist specifiek naar een melder een link sturen, waarmee hij/zij meteen een foto met locatie kan terugsturen.

Deze informatie kan in veel situaties een grote meerwaarde zijn voor de centralist, aanrijdende voertuigen en incidentenonderzoeken achteraf.
Na het versturen van de foto kan de melder en/of omstander op zijn toestel gebruik maken van ondersteuning bij het toepassen van eerste hulp. In samenwerking met het Nederlandse Rode Kruis worden de belangrijkste noodsituaties met afbeeldingen en (gesproken) tekst weergegeven op de mobiele telefoon.
De brandweer- en ambulancediensten van de regio’s Haaglanden en Hollands-Midden werken nu een maand met het systeem dat Foto112.nl heet. Vanaf maandag gaat ook de politie in beide regio’s ermee testen en werken. Andere veiligheidsregio’s in Nederland hebben inmiddels ook interesse getoond.,,Zelfs vanuit Belgi? worden we gebeld,” zegt Jan Dijkshoorn van Dijcotec, het bedrijf dat het systeem heeft ontwikkeld. Dijkshoorn werkt zelf ook als hulpverlener bij de brandweer.

Gebruiksvriendelijk
Het systeem zit volgens hem heel gebruiksvriendelijk in elkaar. Met een druk op de knop stuurt de centralist een link naar het mobiele nummer van de melder. Daarmee kan de beller meteen een foto maken en verzenden. Dijkshoorn: ,,Je hoeft dus niet eerst een applicatie te downloaden. Dat zou allemaal extra tijd kosten.”

De melder stuurt tegelijkertijd ook zijn precieze locatie mee via de satellietgegevens. ,,Soms weet je niet precies waar je bent. Bijvoorbeeld als je aan het hardlopen bent of ergens in de polder staat.”

Taken verdelen
Hulpverleners die onderweg zijn, kunnen uiteindelijk de foto’s meteen zien in de brandweerwagen, ambulance of politieauto. ,,In de brandweerwagen verdelen we onderweg de taken,” weet Dijkshoorn. ,,Wie knipt de auto open, wie staat het slachtoffer bij, wie gaat de brand blussen. Zo kunnen we ook beter inschatten hoeveel mensen welke taak op zich nemen. En of er extra politie-inzet nodig is als er bijvoorbeeld sprake is van een autobrand op een druk kruispunt.”

In het beste geval is het kenteken zichtbaar in beeld. ,,Dan kunnen we meteen opzoeken of het een benzineauto is of dat het gaat om een lpg-auto of een elektrische.” Omstanders van de noodsituatie kunnen eveneens foto’s uploaden, via de website foto112.nl. Zo krijgt de meldkamer een nog beter beeld van het voorval.

In paniek
Hoewel het systeem zich nog vooral in de testfase bevindt, hebben de veiligheidsregio’s Haaglanden en Hollands-Midden enthousiaste verwachtingen. ,,Soms krijgen we wat onduidelijke meldingen,” zegt Bas de Leeuw, hoofd meldkamer van de brandweer.

,,Mensen kunnen bijvoorbeeld in paniek zijn of niet goed weten waar ze zijn. Centralisten zijn getraind om via de juiste vragen een zo goed mogelijk beeld te krijgen. Maar een foto en vooral de locatie die de telefoon meestuurt, kunnen ons nog beter helpen.”

Vanaf volgend jaar kunnen centralisten de link in veertien verschillende talen versturen, handig als de beller alleen zijn eigen taal spreekt. Melders kunnen ook instructies opvragen om eerste hulp te verlenen. De privacy van slachtoffers is gewaarborgd: gemaakte foto’s komen niet terecht in iemands telefoon.

app5-482x427 app3-482x427 app2-482x427 app1-482x427 app6-482x427

Bronnen: Dijcotec, CCV, Radio1, AD

Save the Date: 10 februari seminar burgeropsporing in P!T Museum Almere

Save the date

Op 10 februari 2015 organiseert Reed Business Education samen met TNO een exclusieve seminar over online burgeropsporing. In deze afwisselende en inspirerende middag komen verschillende onderwerpen aan de orde, zoals dilemma?s in de burgeropsporing en het gebruik van sociale media binnen de?politie.?De onderwerpen komen vanuit meerdere invalshoeken; het OM, de politie, burgeropsporing en de rol van de media.

Diederik Greive van het Openbaar Ministerie?zal optreden als dagvoorzitter op deze middag en tot de sprekers behoren Maurice de Hond,?recherchebaas Henk Bril van de Nationale Politie en Johan Bac van het Openbaar Ministerie. Daarnaast is er een rol weggelegd voor diverse burgerinitiatieven, wetenschappers, maar ook andere overheidsinstanties zoals de rijksoverheid en gemeenten.

Het seminar vindt plaats in de PIT expo, een nieuw museum ontstaan uit een fusie van het Nederlands Politiemuseum en het Nationaal Brandweermuseum. Een museum vol innovaties voor veiligheid, maar ook de politie en brandweer van vroeger zijn er te vinden. Op deze inspirerende plek, goed passend bij het onderwerp, ontvangen wij u heel graag op 10 februari aanstaande.

Aanvang: 13.00
Einde:?+?18.00u
Locatie: PIT Almere
Adres: Schipperplein 4, Almere

U bent van harte welkom. De bijeenkomst is gratis. Meer informatie volgt later op deze pagina.
Wilt u zich alvast aanmelden? Ga dan naar bit.ly/demodernesherlock

Let op: het aantal plaatsen is beperkt, dus meld u snel aan!

Maurice de Hond geeft hieronder in het kader van de NFI themadagen digitale opsporing alvast een paar lessen mee die hij leerde uit de Deventer moordzaak:

Opstelten geeft startsein Veiligheidsdag Almere

Het PIT museum is een plek voor dialoog en ontmoeting voor professionals en het brede publiek over actuele en maatschappelijk relevante thema?s rond veiligheid. Het adres is?Schipperplein 4
Almere en er is voldoende parkeergelegenheid. Klik hier voor een Google Maps route of bekijk het hieronder:

Met het openbaar vervoer

Vanaf station Almere Centrum neem je bus 1 of 3 richting Almere Haven, bij de tweede halte (Bottelaarspassage) uitstappen. Busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage inlopen. Na ongeveer vijf minuten rechtdoor lopen ga je aan het einde linksaf en loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.
Vanaf station Almere Centrum is het ongeveer vijftien minuten lopen naar het Schipperplein. Door de Stationsstraat, Stadhuisplein, Stadhuisstraat, Grote Markt, Korte Promenade, Bottelaarspassage, busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage uitlopen. Aan het einde rechtsaf en vervolgens loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.

Met de auto

Vanaf de A6
Neem afrit 5: Almere-Stad Centrum. Onderaan de afrit ga je linksaf de Veluwedreef op richting Flevoziekenhuis.Let op: 50km! Zie verder bij *

Vanaf de A27
Neem de afrit Almere-Stad. Linksaf de Waterlandse weg richting Almere. Steeds rechtdoor (Waterlandse weg gaat over in Veluwedreef). Zie verder bij *

* Rijd de Veluwedreef af tot het kruispunt met de Cinemadreef/Parkwijklaan. Ga hier linksaf richting centrum. Bij de tweede verkeerslichten linksaf de Landdrostdreef op. Steek de busbaan over en ga bij de rotonde rechtsaf de Hospitaalweg op. Je passeert het Flevoziekenhuis aan je linkerhand en ga bij de rotonde rechtdoor onder de overkapping door. Neem de volgende rotonde, in de vorm van een krakeling, driekwart (twee keer de busbaan over) en ga dan rechtdoor. Je rijdt op de Schippergarage (Flevostraat) af waar je de auto kunt parkeren. Volg al lopend in de parkeergarage het zebrapad naar de linkeruitgang. Je loopt nu direct tegen de gevel van PIT aan. Volg deze gevel naar de ingang van PIT.

Parkeren

Betaald parkeren kan in de Flevogarage (Blekerstraat) of de Schippergarage (Flevostraat). Volg in deze garages de bewegwijzering naar PIT. De Schippergarage is direct naast PIT. Ga in de garage rechts naar achteren. De ingang van PIT is op hetzelfde niveau als de parkeergarage.

45001409reg