Tagarchief: crowdsourcing

Co-productie van burgers in opsporing van internationale kindermisbruikzaken

Naam: Hanna Mohn
Scriptie: Citizen co-production in international investigations of child sexual abuse cases
Studie: Master Crisis & Security Management (Leiden)
Werkt: als consultant Security & Justice bij Ecorys NL

Ze worden wel ‘digital sherlocks’ genoemd, de wereldwijde vrijwilligers die voor Europol speuren naar de herkomst van objecten op kinderpornografisch beeldmateriaal. Spullen als een boiler, een fles of een schooluniform kunnen aanwijzingen gevenvan de locatie en identiteit van daders en slachtoffers. De van oorsprong Duitse onderzoekster Hanna Mohn schreef er een masterscriptie over. “De impact van deze vorm van criminaliteit is groot. Steeds als materiaal opnieuw wordt verspreid, worden deze kinderen opnieuw slachtoffer.”

Europol legde de deelnemers verschillende fragmenten voor uit beeldmateriaal van coldcases. Op basis van de 23 duizend tips van vrijwilligers werden minstens negen slachtoffers geïdentificeerd en twee daders vervolgd.

Hanna Mohn analyseerde de samenstelling en kenmerken van de vrijwilligers. De motivatie blijkt zeer divers: van empathie voor de jonge slachtoffers tot pure speurlust naar geo-data.
Op het grote aantal reacties en het eigen initiatief van deelnemers (sommigen deelden het ook gevoelige informatie) lijkt Europol niet helemaal voorbereid. Het geven van feedback kon volgens de vrijwilligers dan ook beter. Maar deze minpunten zijn onbeduidend vergeleken met de winst. “Alles is beter dan een onderzoeksteam dat besluit een zaak onverrichterzake te sluiten.”

Lees of download het onderzoeksrapport:

[slideshare id=238977063&doc=mohnthesis1-201026131648&type=d]

Bron: Website voor de politie

Gamification in de opsporing: stimulans voor burgerparticipatie?

Een verkennend onderzoek naar gamification als incentive voor het duurzaam stimuleren van burgerparticipatie.

Dit onderzoek richt zich op de vraag hoe gamification kan worden ingezet om burgerparticipatie ten behoeve van de opsporing duurzaam te stimuleren. In het onderzoek is vastgesteld dat er
behoefte is aan een incentive om duurzame participatie tussen burgers en de politieorganisatie in opsporingsdoeleinden te stimuleren, met name met betrekking tot initiatieven waarin burgers
worden verzocht om met de opsporing mee te denken (crowdsourcing). Aan de hand van een theoretisch kader blijkt dat dit doelgedrag voornamelijk als heuristisch kan worden geclassificeerd. Gamification biedt mogelijkheden als incentive doordat gamification een verschuiving in het motivatiespectrum teweeg kan brengen. In voornoemde context kan gamification voorzien in de basisbehoeften van intrinsieke motivatie, te weten: autonomie, competentie en verbondenheid. Aan de hand van een theoretisch kader zijn aspecten vastgesteld aan de hand waarvan gamification invulling kan geven aan de behoeften van intrinsieke motivatie.

Deze aspecten betreffen:

  • Keuzevrijheid (autonomie)
  • Terughoudendheid omtrent straffen en controlerende beloningen (autonomie)
  • Positieve feedback (competentie)
  • Optimale uitdagingen (competentie)
  • Intuïtieve besturing (competentie)
  • Verbondenheid met doelstelling (verbondenheid)
  • Verbondenheid met anderen (verbondenheid)

In de vervolgfasen van het onderzoek is bekeken hoe deze aspecten zich verhouden tot de context van burgerparticipatie ten behoeve van de opsporing. Naast bevindingen van meer algemene aard, lijken twee bevindingen grotendeels typerend te zijn voor de aspecten in relatie tot de context van burgerparticipatie in de opsporing. Allereerst kan de aansluiting van de context met het aspect verbondenheid met de doelstelling deels invulling geven aan de basisbehoefte van verbondenheid. Deze eigenschap kan als typerend worden benoemd voor de context en kan in een gamification-toepassing nader worden benut. Daarnaast komt in het onderzoek naar voren dat feedback essentieel is in de motivatie van de burger met betrekking tot burgerparticipatie, maar dat de context van de opsporingspraktijk zich niet altijd leent voor een terugkoppeling omtrent resultaten en ondernomen stappen. Aan de hand van het theoretisch kader is gesteld dat gamification mogelijkheden biedt om positieve feedback met betrekking tot de gedraging te geven en dat dergelijke feedback eveneens motiverend kan werken door het gevoel van competentie te vergroten.

“We can no longer afford to view games as separate from our real lives and our real work. It is
not only a waste of the potential of games to do real good – it is simply untrue.
Games don’t distract us from our real lives. They fill our real lives: with positive emotions, positive
activity, positive experiences, and positive strengths.
Games aren’t leading us to the downfall of human civilization. They’re leading us to its
reinvention.
The great challenge for us today, and for the remainder of the century, is to integrate games
more closely into our everyday lives, and to embrace them as a platform for collaborating on our
most important planetary efforts.
If we commit to harnessing the power of games for real happiness and real change, then a better
reality if more than possible – it is likely.
And in that case, our future together will be quite extraordinary.”
(McGonigal, 2011)

Het onderzoeksrapport:

[slideshare id=238425227&doc=gamificationindeopsporing-200909070414&type=d]

Bron: Politieacademie

App: I Sea

Vanuit je luie stoel met een app vluchtelingenbootjes zoeken

Vluchtelingen helpen zonder dat je naar de Middellandse Zee hoeft en zonder dat je er geld aan uit hoeft te geven??Migrant Offshore Aid Station (MOAS), een particuliere organisatie die op zee vluchtelingen redt, heeft daar een app voor ontwikkeld.?Je kunt nu vanuit je luie stoel en met?een paar vrije minuten?helpen zoeken naar migrantenboten op zee met I Sea.

De app, momenteel alleen nog beschikbaar voor iOS, moet het zoeken naar vluchtelingenboten makkelijk maken. De software van MOAS deelt de satellietbeelden – dat het krijgt van meerdere organisaties – op in miljoenen blokjes. Je krijgt bij het opstarten een van die miljoenen blokjes toegewezen. Crowdsourcend naar bootmigranten zoeken dus.

Jelle Goezinnen (38) van?Sea Watch, een andere particuliere hulporganisatie, vindt het een “goed?initiatief. Tot er een oplossing is voor de humanitaire ramp die er plaatsvindt?moet je met dit soort initiatieven blijven komen.”

isea1isea4isea2isea3
Spot je een boot in jouw blokje? Dan druk je op een knop om MOAS op de hoogte te stellen. Voordat je een bootje kunt taggen, moet je wel je naam, paspoortnummer en email invullen, om grappenmakers tegen te gaan.?Jouw ingestuurde?informatie wordt vervolgens bekeken en – als het inderdaad een vluchtelingenboot is -?doorgegeven aan schepen op het water. Zij kunnen aan de hand van de gegevens gaan zoeken.

De makers van de I Sea-app zeggen dat er weinig mensen zijn om op zee te zoeken naar vluchtelingen. Met deze app hopen ze dat er meer mensen mee gaan?helpen. Correspondent Rop Zoutberg herkent het probleem. “Er zijn handen en schepen?tekort, maar je kunt ook zeggen: de zee is gewoon te groot.” Daarom zou deze app zomaar eens uitkomst kunnen bieden, zegt Zoutberg.

Van deze boot werden de opvarenden net op tijd gered.?

Goezinnen: “Er komen steeds meer schepen, steeds meer initiatieven om te helpen, maar het is nog niet genoeg. Er sterven steeds meer mensen op zee.”?Er kwamen dit jaar al ruim 211 duizend migranten over de Middellandse Zee naar Europa. Bijna 3000 mensen verdronken, meldt de vluchtelingengroep UNHCR.

Volgens Goezinnen ligt het niet aan de techniek of de capaciteit. “Die is er al, die wordt maar mondjesmaat ingezet voor reddingsoperaties.”

Zo heeft Frontex, de Europese grensbewaker, al toegang tot realtime satellietbeelden, zegt Goezinnen. “Die worden 24/7 bekeken door tientallen professionals. Die zoeken allemaal?naar boten en kennen de routes.” Maar lang niet altijd wordt er ingegrepen door Frontex. “Hun mandaat is niet groot genoeg, ze zijn niet actief op de hele?Middellandse?Zee.”

“En zolang er geen Europese oplossing is voor vluchtroutes, zal deze ramp niet opgelost worden.”

Met twee motorboten worden de migranten van het schip gehaald.

Ook Nederland helpt mee met de grensbewaking.?Het marinefregat Zr. Ms. Van Amstel heeft?gistermiddag 193 mensen gered van een zinkend schip op de Middellandse Zee. De Van Amstel vaart daar in verband met de grensbewakingsoperatie Frontex van de EU.

Juist daar wil I?Sea verandering in brengen. Goezinnen zegt?dat het goed kan?werken. “Je moet snel ter plekke zijn om overvolle bootjes in nood te helpen.” Des te sneller zo’n bootje wordt gespot, des te groter de kans dat de opvarenden geholpen kunnen worden.

MOAS is in?2013 opgericht door het koppel Christopher en Regina Catrambone. De miljonairs hebben hun?schip De Phoenix en werken vanuit Malta. Met? schepen en drones heeft MOAS tot nu toe zo’n 13.000 mensen uit zee gered. En kreeg daarvoor de?Geuzenpenning.

Toch lijkt er het een en ander?mis met I Sea…

Of: wat is er n?et mis? Technisch blijkt er weinig van te kloppen. Al snel werd ontdekt dat de real-time satellietbeelden helemaal niet real-time zijn. Sterker nog, de app laadt bij iedereen dezelfde statische afbeelding, waar gegarandeerd niets in wordt gevonden. Ook de bijbehorende website is expres zo gemaakt dat het helemaal niets doet. Het inlogveld is bijvoorbeeld gemaakt om alleen een melding terug te geven dat de gebruikersnaam niet bestaat. Verder niets.

Maar ook zonder in de code te duiken zou de app al wat vragen moeten oproepen. Zo is het totaal onduidelijk waar de satellietbeelden vandaan komen en hoe actueel ze zijn. Het non-stop doorstralen van hoge-resolutiebeelden vanuit de ruimte staat, op zijn zachtst gezegd, nog in de kinderschoenen. En het feit dat je, mocht je onverhoopt een boot vinden die je wilt melden, jouw paspoortnummer moet doorgeven aan de organisatie is ronduit vreemd. Zeker omdat er nergens gebruiksvoorwaarden zijn te vinden die aangeven waarom dat moet.

Een app als I SEA is best ingewikkeld om goed in elkaar te draaien. Dat is niet iets wat de eerste de beste ontwikkelaar zomaar even doet. De app is gemaakt door Grey for Good, dat een soort goede-doelen-afdeling moet zijn van reclameboer Grey uit Singapore. I SEA is hun tweede app in de App Store. Ze hebben hiervoor een app gemaakt waarmee je laminaat kunt uitkiezen. Om dat nu met zoiets als I SEA op de proppen te komen is een flinke stap voorwaarts. En MOAS? Die rept op de eigen website letterlijk met geen woord over de I SEA app.

Kortom, heb jij naar aanleiding van de vele, vele, vele, vele nieuwsberichten van goedgelovige journalisten oprecht gezocht naar vluchtelingen, dan heb je dus sowieso jouw tijd zitten verdoen. Maar waarom zouden de helden van MOAS in vredesnaam op de proppen komen met een app waarvan ze weten dat het niet werkt? Over zo?n serieus onderwerp ook nog? We wachten nog op een reactie. Het zou goed kunnen dat MOAS hiermee aandacht wilde genereren voor de vluchtelingenkwestie. En heel veel aandacht zou de ontwikkelaar van de app ook niet slecht uitkomen. Volgens ??n twitteraar heeft die zijn eigen manke product namelijk al ingediend voor de Cannes Lions reclame-award.

Ondanks herhaaldelijke verzoeken is er nog geen reactie van de organisatie. Wel is de bewuste app inmiddels door Apple uit de AppStore gehaald?en?zijn ze via andere wegen naar buiten getreden. Zo laat MOAS aan Buzzfeed weten wel benaderd te zijn over het idee, maar verder niets te maken te hebben gehad met de app. Dat de uitvoering totaal ruk is, betreuren ze. ?We don?t use iPhones to save people.??Dan blijft de Grey dus over als schuldige in dit debacle. Zij laten op hun site weten dat de app nog in testfase is. Een glasharde leugen, gezien eerdere interviews die ze maar wat graag gaven over de app. Ondertussen hebben ze namelijk wel gewoon even een prestigieuze bronzen reclame-award voor de app in de wacht gesleept.

Bronnen: NOS, I Sea App, Draadbreuk

Solve A Crime

capture_solveacrime

Solve a Crime is een crowdsourcing platform?om?misdaden op te lossen dat lanceerde in februari 2015. Het platform werkt samen met politie en ondernemers om onopgeloste misdaden op de website te plaatsen om zo tips te krijgen over de verdachten. Retailers betalen hiervoor maar ze kunnen ook?beloningen uitloven?voor diegenen die?informatie geven die leidt tot arrestatie of veroordeling. Oprichter?Daniel Santell geeft aan dat?het platform ook nog een?gezichtsherkenningmodule zal gaan aanbieden om ingezonden beelden te vergelijken met de landelijke database van mugshots van gezochte criminelen in de VS.

solveacrime2

Bronnen: Solve A Crime

Hoaxmap: Crowdsourcing en ontkrachting van geruchten over vluchtelingen

hoaxmap

Toen ze de vele?meldingen van vermeende misdaden door vluchteling op social media viral zagen gaan, zonder enige?fact-checking, besloot de Duitse Karolin Schwarz er zelf wat aan te doen. Samen met een vriend Lutz Helm?ontwikkelden ze de?Hoaxmap. Een online platform dat?valse geruchten moet ontkrachten en kaf van het koren moet scheiden tussen de vele waar- en onwaarheden.

Schaarste aan nieuwscontent was niet het probleem.?In?de week na de lancering op 8 februari verzamelde on ontkrachtten zij volgens de S?ddeutsche Zeitung meer?dan 240 gerichten, 187 uit Duitsland en de rest uit Oostenrijk en Zwitserland. De vermeende locatie van elk van de geruchten staat geplot?op de kaart, en bezoekers kunnen zo meer te weten komen over de vermeende incidenten.?Er zijn allerlei soorten geruchten: van zwanenstroperij tot grafschennis. Sommige berichtgeving is door de media uit context gehaald of overdreven, andere berichten zijn regelrechte leugens.

“De ontkrachte incidenten?op de kaart vari?ren van diefstallen tot doodslag – maar een van de meest voorkomende onderwerpen is verkrachting,” laat Schwarz zien.?Een van die verkrachtingsincidenten is het vermeende misbruik van een 13-jarig Russisch-sprekend meisje uit Berlijn. Dit bericht werd breed uitgemeten in de Russische media en zelfs gebruikt als oorzaak van de diplomatieke spanningen tussen Duitsland en Rusland. Maar toen de tiener werd ondervraagd door specialisten gaf ze al snel toe dat ze het verhaal had verzonnen.

In andere gevallen zijn?de gepleegde ‘misdaden’ van vluchtelingen minder ernstig, zoals lokale?klachten van burgers?over het ontbreken van gratis kinderopvang voor Duitse kinderen als gevolg van het onderbrengen van vluchtelingen (waarin bleek dat er inderdaad wachtlijsten waren, maar niet vanwege immigranten).

Al deze berichten zorgen gezamenlijk voor?een sfeer van verdenking en angst, wat weer kan leiden?tot woede en fysiek geweld richting vluchtelingen. De incidenten?in?Keulen verergerde dit anti-immigratie sentiment alleen maar meer.?Facebook en andere sociale media platformen worden veelvuldig?gebruikt om valse geruchten te verspreiden en om strengere strafmaatregelen te nemen. Zozeer zelfs dat Facebook Berlijn onlangs een campagne startte:?het?Online Civil Courage Initiative, tegen extremistische uitingen?op het internet. Facebook trok 1 miljoen uit voor deze campagne. In de tussentijd dragen?Schwarz en Helm ook hun steentje bij, en ze zien dat hun eigen acties in snel tempo een groter crowdsource collectief werd.?”Elke dag krijgen we tientallen tips via Twitter en e-mail, ‘zei ze tegen Deutsche Welle, en ze gaf aan dat sommige individuen en groepen hele?lijsten sturen van incidenten uit bepaalde regio’s.

Bronnen: Forbes

Digital Humanitarians & Digital Sherlocks (deel 2/2)

Dit is het?tweede, en laatste deel van onze boekbespreking??Digital Humanitarians ? How Big Data is changing the face of humanitarian response? geschreven door?Patrick Meier. Het boek is werkelijk een?aanrader voor elke crisisbeheersingsprofessional of humanitaire hulpverlener, maar ook elke amateur (of Pro-Am) die op een positieve manier wil bijdragen aan?incidenten en crises?waar ook ter wereld. Veel van de principes die wij ook al tijden aanhangen worden besproken, zij het in een iets andere?context van humanitaire hulp en crisisbeheersing. Maar zeer veel is toepasbaar voor opsporing en misdaadbestrijding. Daarom een uitgebreid blog met geleerde lessen.

We bespreken kort een tiental?interessante cases waarin duidelijk wordt wat de kracht van open informatie, tools en kennis van velen kan brengen om misstanden aan de kaak te stellen en crises in kaart te brengen. Hoe het kan werken als marktplaats waarin vraag en aanbod slim wordt gekoppeld, maar ook hoe lastig het kan zijn om grote hoeveelheden data goed?te vinden, valideren en verwerken.

Tenslotte ronden we af met de boodschap die Patrick wil meegeven om er in de toekomst beter mee om te gaan: een slimme combinatie van computers en mensen (crowd-computing), tezamen met vooruitstrevend beleid en leiderschap van organisaties tot effectieve en effici?nte hulpverlening kan helpen. Naar onze bescheiden mening geldt dit voor Big Crisis Data, maar ook voor Big Crime Data.

Case 1: Wapeneigenaren in kaart gebracht

Op 23 december 2012 plaatste de New Yorkse krant The Journal News een kaart online met daarop alle wapeneigenaren uit het grootstedelijke New York (zo?n 33 duizend mensen) met naam, adres en woonplaats. Het idee voor de Gun Owner Next Door ontstond na de schietpartij op de basisschool Sandy Hook in Newtown, Connecticut van een paar weken eerder. De informatie op de kaart was publieke informatie en werd in een paar weken miljoenen keren bekeken. Maar de kritiek die volgde werd enorm.

E?n van de problemen was dat je op de kaart ook de adressen kon vinden van politieagenten of gevangenisbewaarders. Criminelen gebruikten deze kaart dan ook om hen te bedreigen. Ook het plannen van overvallen of inbraken werd hiermee een stuk eenvoudiger: je kon eenvoudig adressen uitzoeken waar je niet het risico liep om neergeschoten te worden of je was juist op zoek naar een wapen (met een straatwaarde van enkele honderden euro?s). Maar er waren meer redenen. Ook burgers die geen wapen hadden voelden zich extra kwetsbaar door het delen van de kaart. Iemand zei het treffend: ? Ik heb nooit een wapen gehad, maar nu heb ik geen keus meer?. Ik ben onderkend als iemand die geen wapen in huis heeft, en ik zal alles, echt alles, doen om mijn familie te beschermen?.

Gun Owner Next Door

Ook de journalisten die de kaart hadden gedeeld werden met de dood bedreigd en kregen (bewapende) bewaking. Zo werd er ook een kaart gemaakt met de NAW gegevens van deze journalisten en wat achtergronden van ze, zoals waar hun kinderen op school zaten. Er kwamen veel verdachte pakketjes met poeder binnen op de nieuwsredactie (gelukkig allemaal onschuldig).

Na een paar weken haalde de krant de kaart van het internet die, naar later bleek, ontzettend veel fouten bevatte omdat?de gegevens van de wapenregistratie deels onjuist waren.?Deze journalisten deden niets illegaals, omdat ze gebruik maakten van publiek beschikbare data. Toch laat de casus laat zien dat er ook een ethische norm is, er misbruik gemaakt kan worden van data, en het (soms onverwachte) vervelende gevolgen kan hebben.

Case 2: Grote branden en verkiezingen in Rusland

Slechts 4% van de Russen zegt de staatsmedia te vertrouwen. Nieuwsgaring is daardoor lastig en vaak niet te vertrouwen. Tijdens de grote branden in Rusland wilde Gregory Asmolov een soort Match.com kaart maken waarin vraag en aanbod aan elkaar gekoppeld werd. Meer dan 100.000 unieke gebruikers hielpen met de kaart die een kwart miljoen kijkers trok. Op een Russisch blog stond: ” Zonder opdracht, zonder echte stimulans en niet voor de roem, gingen mensen de taken van de staat overnemen…. Er?werd duidelijk?dat de combinatie van actieve mensen, de nieuwste technologie?n van gedistribueerd werken, het gebrek aan formele restricties en onuitputbare hoeveelheid kennis op het internet met een relatief kleine groep tot geweldige impact kan leiden voor een enorm groot gebied.” Het initiatief?kreeg er de Russische Internet Oscar voor en ze mochten bij president Putin op bezoek.

russian help map

Tijdens de verkiezingen van 2011 in Rusland is ook een crowdmap online gezet om de fraude in kaart te brengen. Nu weet iedereen wel dat er fraude gepleegd wordt tijdens dergelijke verkiezingen, maar een poging om het structureel in kaart te brengen was nog niet gedaan, iets wat samen met verkiezingswaakhond?GOLOS werd gerealiseerd.

Pro-Kremlin activisten vonden de kaart een doorn in het oog “de rode puntjes op de kaart zijn als een ziekte op het gezicht van moeder Rusland”.?Het GOLOS initiatief kreeg zelfs een boete van $1000 van het Russische gerechtshof (met een zojuist aangenomen wet) en er waren verwoede pogingen om de kaart illegaal te verklaren.

Case 3:?Opstanden in?Libi??

Er valt veel meer over deze indrukwekkende casus te vertellen, vooral omdat het een hele lange periode besloeg. Bijzonder was ook dat deze keer een crisiskaart in samenwerking met de VN werd gelanceerd. Het betrof een publieke?crisiskaart waarin mensen mee konden helpen om de situatie van Libi? en omringende gebieden op een betrouwbare manier ?in kaart te brengen.?Binnen 72 uur hadden zich 18.000 mensen gemeld en waren er 50.000 kijkers uit 65 landen. Een kernteam van zo’n 300 mensen van de Standby Task Force (SBTF) toonden hun kunsten als ‘mapsters’ en ‘crowdsourcerers’ en rapporteerden meer dan 1400 belangrijke wetenswaardigheden afkomstig uit meer dan 100 social media bronnen in slechts een paar weken. De?Standby Task Force groeide uit tot meer dan 1000 vrijwilligers uit zo’n 80 landen.

Werving van betrouwbare mensen

Het werven van crisismappers en microtaskers komt nauw, zeker bij crises waarin de belangen van het volk niet worden gediend. De situatie in Libi? was er zo een. Hoe kom je dan aan betrouwbare mensen? Om dit enigszins te kunnen bepalen had het SBTF de ” Ik ben Gaddafi niet” test gemaakt. Hieronder de uitleg in het Engels:

“As you know, the situation in Libya is intense, and there are security challenges in creating a crisis map of a hostile environment. So please don’t take it personally that we ask about your background, we just need to make sure you’re not Gaddafi! So the more official information you can share about yourself, the faster we’ll be able to give you access to the crisis map. We promise that none of your information you share with us will ever be made public. We are not Facebook! 🙂 We promise we won’t ask any more questions after you’ve passed the ‘I’m not Gaddafi’ test!”

In een kort formulier vroegen ze nieuwe?vrijwilligers om hun professionele of academische mailadressen (geen Gmail of Yahoo adres dus) en ook social media referenties, zoals je Twitter, Facebook of LinkedIn account. Maar ook als je een blog hebt of andere aanwijzingen kunt geven dat je een betrouwbare kracht bent. het is natuurlijk geen waterdicht systeem, maar ook start-ups zoals AirBnB gebruiken dergelijke mechanismen waarmee huiseigenaren de vreemden kunnen bekijken die ze in hun huis toelaten.

Betrouwbare systemen waren ook wel nodig. Zo werd?bijvoorbeeld IntaFeen.com gebruikt als een soort Foursquare om te laten weten waar je was. Veel transportroutes naar en vanaf Tripoli werden op deze manier handig gemanaged met gratis digitale platformen.

Trouwe vrijwilligers

Iedereen was zeer actief. Bijvoorbeeld?Justine Mackinnon, die werkte als incident- en crisismanager op de luchthaven Heathrow van Londen. Nadat haar werk erop zat en het laatste vliegtuig midden in de nacht succesvol de lucht in was, dook ze op Skype om te helpen. Of Melissa Elliott, die haar kinderen elke dag?van school moest halen?aan de andere kant van de stad, en haar auto vaak aan de kant zette?om wat Tweets een goede plek op de kaart van Libi? te geven. Een?vrijwilliger uit Egypte excuseerde zichzelf dat ze haar gebruikelijke bijdrage die dag niet kon doen, waarna bleek dat zij die dag op het Tahir plein gearresteerd en een paar uur vast had gezeten na een protestmars.

Omdat de vrijwilligers van de?Standby Task Force in vrijwel elke tijdszone van de wereld zaten, werd het klokje rond gewerkt en kon de crisiskaart van Libi? 24/7 bijgehouden worden.

De crisiskaart van Libi?:

Lybia crisis map

Case 4: De tyfonen in de Filippijnen

Tijdens tyfoon Pablo en ook anderen die volgden werden weer nieuwe tools ingezet, zoals die van?CrowdCrafting.?Hierin werden weer burgers centraal gezet in de hulpverlening online en gevraagd berichtgeving nader te duiden.

screen-shot-2012-12-18-at-5-00-39-pm

Andrej Verity (werkzaam bij OCHA) maakte met hulp van vele anderen daar onderstaande kaart van:

typhon-pablo_social_media_mapping-ocha_a4_portrait_6dec2012

MicroMappers

Enkele maanden voor de allergrootste orkaan?op aarde, Yolanda (Haiyan) die op 8 november 2013 aan land kwam, werd MicroMappers gestart. Door Yolanda waren zo’n 2 miljoen mensen dakloos geworden en meer dan 6 miljoen mensen op de vlucht. Er vielen zo’n 6000 doden en na een jaar waren er nog steeds 20.000 vermist. In de stad Tacloban was 90% van alle gebouwen zwaar beschadigd of compleet verwoest.

Slechts een jaar daarvoor was tijdens orkaan Pablo het?Digital Humanitarian Network (DHN) ingezet om de schade en behoefte aan hulp in kaart te brengen. Toen lukte het de vrijwilligers om binnen 72 uur een kwart miljoen tweets, zo goed mogelijk gevalideerd, op de kaart te zetten.

Het initiatief MicroMappers (dat nog maar voor 30% voorbereid?was) maakte redelijk onvoorbereid gebruik van nieuwe tools als de ImageClicker en de TweetClicker (zie plaatjes hieronder) om de berichten onder grote groepen te valideren om vervolgens via de GeoClicker?tool gecheckt en wel op de kaart te verschijnen.?Per bericht was 1 reactie niet genoeg. pas als een grotere groep aangaf wat er op een foto stond werd dit overgenomen. Zo’n 5000 foto’s stonden klaar (door technische problemen waren slechts 1200 foto’s verwerkt) en 250.000 tweets, waarvan 55.000 unieke tweets. Binnen 72 uur werden er 30.000 tweets verwerkt waarvan 3.800 als relevant werden bestempeld en er 600 met redelijke zekerheid voorzien werden van een locatie zodat ze op de kaart geplot konden worden. Van alle binnengehaalde tweets was dus maar 0.3% relevant, wat maar weer aangeeft dat je op zoek bent naar een speld?in de hooiberg. Hoewel?Patrick Meier het liever niet over een hooiberg heeft, want een hooiberg is nog een bij elkaar geharkte berg naalden, wat op enige vorm van organisatie zou duiden. Hij heeft het liever over een willekeurig (wild) veld vol met spelden.

micromappers_pakistan2

tweetclicker_screenshot2

Je kunt jezelf ook aanmelden voor MicroMappers via hun website. Er is geen ervaring vereist en ook geen donaties. Alleen in de vorm van wat tijd. Maar ook het?Humanitarian Open StreetMap Team (HOT) was actief met?online?werkzaamheden?tijdens deze orkaan en zoekt nog extra vrijwilligers. Of bekijk?het resultaat van de MicroMappers na?orkaan Ruby in onderstaande infographic:

micromappers

User Generated Content (UGC) Hub van de BBC

De User Generated Content Hub?bestond al een jaar voor de lancering van Twitter, en werkte als onderdeel van de BBC vanuit Londen. Hun voornaamste taak: het verifi?ren van berichten ten behoeve van?nieuwsgaring. In 2014 bestond het team uit?zo’n 20 digitale Sherlocks en ze gebruiken veel open source tools zoals Google Earth om bijvoorbeeld te checken of foto’s van bepaalde locaties echt kunnen zijn. ?Maar ze gebruiken ook andere gratis tools als Advanced Search van Twitter, TweetDeck, Geofeedia, NewsWhip, Facebook Search, Topsy, Reddit, Bing Social Network, Google Advanced Search, Banjo, Bambuser en Addictomatic.

Trushar Barot van de?UGC Hub zegt erover:Mensen zijn zeer verbaasd als ze ontdekken dat we geen high-tech team, CSI?team zijn”.?Zijn chef Chris Hamilton springt bij “Het verifi?ren en ontkrachten van informatie uit het publiek leunt veel meer op journalistieke ingevingen dan op geavanceerde technologie”.

Maar ook dit team valt soms bijna voor de valse berichtgeving. Zo vonden ze in 2013?bijvoorbeeld een heftig filmpje van een Syrische soldaat die ogenschijnlijk levend begraven werd. De video was uniek en de soldaten spraken inderdaad de juiste taal, Alawiet een etnische groepering uit de juiste regio. Toch voelde er iets niet goed aan de video. De gymschoenen die ze droegen waren een dood spoor want deze schoenen werden inderdaad veel gedragen in deze regio. Maar hoe kon het dat de stem van de man die begraven werd zo duidelijk te verstaan was? Zou hij misschien een microfoontje gedragen hebben? En waarom eindigde de video precies toen zijn hoofd begraven werd? Was dit een acteur? Ze besloten de video toch af te keuren, omdat er teveel zaken niet klopten.

De UGC Hub gebruikt nu als criteria dat als ze de persoon die de berichtgeving de wereld in geholpen heeft niet kunnen spreken, ze in de meeste gevallen twijfelen aan het bericht.

Zo blijkt maar weer dat je geen Hollywood studio (zoals de film Wag the Dog) nodig hebt om zelfs de beste journalisten als collectief op het verkeerde been te zetten. En je hebt in dit geval niet veel?aan een IT expert op het gebied van?information forensics, maar moet vooral goede journalistieke vragen stellen.

Het is ongelooflijk waartoe we als mensen met moderne middelen van het internet toe in staat zijn, ook al maken deze middelen het (ook) mogelijk zand in het systeem te gooien. De bekende journalist Craig Silverman zei erover: “Never before in the history of journalism – or society – have more people and organisations been engaged in fact checking and verification. Never has it been so easy to expose an error, check a fact, crowdsource and bring technology to bear in service of verification

Claire Wardt, social media verificatie expert van het Tow Center van Digitale Journalistiek van de Columbia universiteit valt deze groep bij. Ook zij weet dat 100 uur YouTube materiaal dat elke minuut online komt,?en 2 miljoen berichten op Facebook per minuut, niet door mensen te verwerken zijn. Aan de andere kant zegt ze ook “No technology can automatically verify a piece of UGC with 100 percent certainty. However the human eye or traditional investigations aren’t enough either. It’s the combination of the two” .

Een andere mooie quote (bron) die de complexiteit van dit soort informatieprocessen weergeeft is:

“It’s an illusion to believe that anyone has perfectly accurate information in mass emergency and disaster situations to account for the whole event. Of someone di, then the situation would not be a disaster or crisis” .

En de tijdsfactor is ook nog eens van belang (waarbij het adagium ‘roughly right or precisely wrong’?de afweging weergeeft):

Als de BBC ??n of twee nieuwsberichten mist is er geen man over boord, want voor een?gerenommeerd nieuwsmedium als BBC geldt de gouden regel?”being right is more important than being first“. Maar voor crisisbeheersing is geen informatie misschien nog wel kwalijker als onbetrouwbare informatie. Deze afweging moet dus gemaakt worden, ook bij het inzetten van informatievalidatie middels crowdsourcing.

Verily

De dienst Veri.ly is een zeer relevante ontwikkeling in dit kader. Deze dienst richt zich op tijd-kritische crowdsourcing voor het verzamelen en valideren van bewijsmateriaal, maar vereist ook wat van het kritisch denkvermogen en probeert dit in het crowdsourcing proces mee te nemen, gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Hieronder een voorbeeldje van hoe het werkt:

rome

Veri.ly gaat verder dan?bijvoorbeeld Reddit, die laten zien dat het platform niet geschikt was om het kritische denkvermogen van de massa effici?nt in te zetten bij de aanslag tijdens Boston Marathon, omdat het group think?(algehele tunnelvisie) juist in de hand werkte. Reddit werkt overigens wel aan verbeteringen na dat incident, maar het platform heeft niet als voornaamste focus om informatie te valideren.

Case 5: Kyrgyzstan, juni 2010

Het geweld in de regio’s Osh en Jalal-Abad zorgden voor een algehele noodsituatie in dat gebied. Berichten over het aantal doden varieerden van 200 tot 2000 en schatting over het aantal vluchtelingen liepen uiteen van 100.000 tot 400.000.

Tattu Mambetalieva, een vrouw die een eigen NGO opgericht had onder de naam Civil Initiative for Internet Policy, startte een Skype groep en had binnen 2 uur zo’n 2000 mensen door het hele land aan de lijn in een groepchat. Meer kan een Skype groepchat ook niet aan overigens, waardoor ze later moesten overstappen naar een ander online platform om hun speurwerk te doen. Ook zij had een zgn.’trusted referral‘ systeem. m.a.w. je moest instaan voor de persoon die je aandroeg, omdat dit een gesloten systeem was, zgn. ‘bounded crowdsourcing’, of ‘ prosourcing’.

De groep was sterk in het valideren van berichten. Zelfs SMS berichten konden gevalideerd worden met hulp van locale telecom operators. De telecombedrijven konden daarna op hun beurt de geruchten dan weer via SMS broadcast heel gericht ontkrachten.

Case 6: Crowdsearching van Vlucht MH370, 8 maart 2014

Het Tomnod microtasking platform focust zich inmiddels al een aantal jaren volledig op satellietbeelden. Na het verdwijnen van vlucht 370 op 8 maart 2014 riep Tomnod op tot online actie om te helpen in het zoeken naar het vermiste vliegtuig op de verzamelde satellietbeelden die gezamenlijk meer dan 1 miljoen vierkante kilometer (!) besloegen. In slechts een paar dagen kregen ze de hulp van 8 miljoen vrijwilligers (meer dan de totale populatie van een land als Oostenrijk) die gezamenlijk in de eerste vier dagen 15 miljoen points of interest?aanwezen op de kaart waar hulpdiensten verder naar konden kijken. Op een gegeven moment waren op het platform (dat robuust bleef) zo’n half miljoen mensen tegelijkertijd aan het speuren op de kaart. Het kostte Tomnod wel een slordige $80.000 om te investeren in servers. Toch is dat een schijntje vergeleken met alleen al de dagelijkse kosten voor de inzet van het Australische marineschip van $550.000. De Amerikaanse en Japanse overheid besteedden ook nog eens 15 miljoen aan de zoekactie.

DigitalGlobe (dat Tomnod overkocht) had al wat ervaring opgebouwd met online crowdsourcing van satellietbeelden toen in 2007 rond Nevada een kleiner vliegtuig vermist werd met daarin Amerikaanse zakenman Steve Fosset. Zoekacties uit de ?lucht in de gigantische woestijn?leverden niets op. DigitalGlobe zette de beelden op Mechanical Turk van Amazon en 50.000 vrijwilligers speurden in zo’n 300.000 satellietbeeldjes. Helaas werd hij pas een jaar later gevonden toen een wandelaar een portemonnee vond. Toch heeft helaas nog niemand gepoogd te onderzoeken of die locatie nu?over het hoofd gezien is tijdens deze massale poging.

Middels hun CrowdRank algoritme bepaalde Tomnod welke van de 15 miljoen aanwijzingen als eerste met beeldexperts van DigitalGlobe gedeeld moesten worden voor nadere analyse. CrowdRank bepaald wie de meest betrouwbare taggers zijn voor de verzamelde beelden op basis van hoe anderen de beelden waarderen. De top 1% van de beste speurders kan Tomnod dan weer vragen voor moeilijkere taken. Luke Barrington van Tomnod?noemt het wel het crowdsourcen van crowdsourcing.

Het werd de grootste zoekactie ooit, waarin deze digitale manier van werken?onmiskenbaar gewaardeerd werd. Deze speld in het veld (niet een hooiberg) was nog lastiger te vinden, omdat het veld continu bewoog: de oceanische stromingen zorgen dat het vliegtuig kan afdrijven en natuurlijk ook zinken. Het werd een nauwkeurig proces van uitsluitsel (vergelijkbaar met de klassieke Sherlock Holmes) waarin de nieuwe werkwijze van microtasking misschien niet perfect was, maar wel redelijk snel grote hoeveelheden beelden aankon. Perfect waren de professionele hulpdiensten immers ook niet. Zo dacht een Chinese analist dat hij het vliegtuig had gevonden op een van hun eigen satellietbeelden.

Tomnod6060200percentMikeSeberger-3189824_p9

Case 7: Genghis Khan?Somali?

mongolia-archaeology-project

Vanuit je luie stoel archeoloog spelen. Dat was het idee van het?Valley of the Khans Project?gesteund door National Geographic en geleid door Dr. Albert Yu-Min Lin die als moderne Indiana Jones op zoek was naar de gouden graal: de tombe van?Genghis Khan in Somali?. De uitdaging? Meer dan?2 miljoen vierkante kilometer afstruinen middels satellietbeelden met een resolutie van 50 centimeter. Pierre Izard van DigitalGlobe noemt het “een Big Data probleem dat nu nog massale menselijke hulp nodig heeft totdat software hier echt iets serieus in kan betekenen. De wervingstekst deed het echter goed:

Hello fellow explorers!

The entire Valley of the Khans team is very excited to begin the expedition to Mongolia but, for me, the adventure begins today. By enlisting the help of thousands of “virtual explorers” like you, we can start to uncover the mysteries of the Valley of the Khans right now!

The area that we will be exploring has been untouched for more than 800 years. There are no maps, no roadsigns and no one to ask for directions. But we’ve scanned the landscape with super high-resolution satellite imagery. By participating in the online exploration on this site, YOU can join our team by examining these satellite images and searching for clues that will guide our quest to discover the lost tomb of Genghis Khan. Maybe you’ll map out roads and rivers that our expedition can follow to make our way through this inhospitable territory. Perhaps you can identify traces of a nomad’s ger that might be a good place for us to camp. Or maybe you’ll see the buried outline of an ancient tomb that could be the clue we’re searching for…

Het idee was dus om je computer niet op zichzelf naar buitenaardse wezens te laten zoeken, zoals in het jarenlange Seti@Home crowdcomputing onderzoek, maar om nu zelf als mens via je computer op avontuur te gaan, met het comfort en veiligheid van je luie stoel. Meer dan 10.000 vrijwilligers gingen door honderdduizenden beelden.

In Somali? werd overigens ook gezocht naar een kwart miljoen vluchtelingen nadat geweld in dat land uitbrak. Helaas door slechts 160 digitale vrijwilligers. Een groot contrast als je bedenkt dat in?de zoektocht naar Malaysian Airlines vlucht 370 een land zo groot als Oostenrijk (met 8 miljoen inwoners) samen zochten naar 120 passagiers.

Case 8: 10 rode weerballonnen

In 2009 loofde DARPA (Defense Advanced Research Project Agency) een beloning uit van $40.000 dollar voor diegene die het snelst 10 losgelaten weerballonnen kon vinden, die verspreid waren over de hele VS. Riley Crane van MIT kreeg wel een idee: dit lukt je niet alleen. ?Na een nachtje doorwerken had hij een online crowdsearching?platform gebouwd waarin hij een soort omgekeerde crowdfunding toepaste om het prijzengeld te verdelen onder de vele deelnemers die hij hoopte te vinden. Voor hun moeite kreeg de vinder van elke ballon $2000 dollar, maar degene die deze persoon had aangedragen (middels een referral) kreeg $1000 dollar, degene die hem had aangedragen $500 dollar enzovoorts. Het platform was dus ingericht om met grote groepen mensen te gaan zoeken, deze mensen te rekruteren en ze ook nog eens te belonen.

Het team won met glans. Het duurde geen weken, ook geen dagen maar om precies te zijn 8 uur en 4 minuten om alle ballonnen in een gebied van 5 miljoen vierkante kilometer uit te kammen, zonder dat het team uit hun stoel hoefde te komen. En het kon nog veel sneller, aldus de reactie van Riley: “De reden dat het zo lang duurde is dat we allerlei valse berichten van concurrerende teams slim moesten uitfilteren, en het verifi?ren van deze valse aanwijzingen heeft ons meer tijd gekost dan we dachten”. ?Toch werden alle ballonnen feilloos gevonden, ondanks dat notoir onbetrouwbare bronnen als Twitter werden toegepast.

Case 9: Syri??en de langstlopende crisiskaart tot nu toe

Op de online crisiskaart van Syri??zijn zo’n 4.000 ooggetuigenverslagen geplot op de kaarten zo’n 160.000 nieuwsberichten gecheckt en in kaart gebracht. Het is een indrukwekkend geschiedenisboek geworden, met enorme hoeveelheid detail dat middels een tijdsfilter stap voor stap teruggekeken kan worden. New Scientist noemde het “de meest nauwkeurige schatting van het aantal doden tijdens de opstand in Syri?… en het zou weleens de meest krachtige manier kunnen zijn om de menselijke schade van oorlog en rampen in kaart te kunnen brengen.”

syria child

10: Overige cases

Overstromingen in Queensland

De overstromingen in Queensland, Australi? uit 2010 en 2011 zorgden voor veel schade in een gebied dat bijna twee keer zo groot was als Engeland. Om Social Media berichtgeving te kanaliseren gebruikte de Queensland Police Service Media Unit diverse hashtags. Zo gebruikten ze #mythbuster om geruchten en valse informatie de wereld uit te helpen. Hieronder enkele voorbeelden van deze berichten die zeer effectief bleken:

: Wivenhoe Dam is NOT about to collapse!

: There is currently NO fuel shortage in Brisbane.

Vanwege het succes gebruikt de politie van Queensland gebruikt deze hashtag vandaag de dag nog steeds om geruchten te ontkrachten.

Ebola in kaart

Maar bijvoorbeeld ook Ebola wordt op dergelijke manieren in kaart gebracht middels het?Health Map Crisis platform:

Het platform bracht bijvoorbeeld 90% van het geweld in kaart met alleen maar vrijwilligers. En New Scientist voegt nog toe?dat “de data ook de regering en andere leiders ook verantwoordelijk kan houden voor hun daden’, kortom het DNA van deze inbreuk op de mensenrechten is digitaal vastgelegd en misschien iets dat het Haagse internationale gerechtshof in de toekomst zal kunnen gebruiken.

We use Facebook to schedule our protests, Twitter to coordinate and YouTube to tell the world.zei een digitale activist tijdens de opstanden van 2011 in Egypte.

De kracht en de last van beelden

Instagram is een mooi voorbeeld van hoeveel beelden er geproduceerd worden tijdens rampen. Tijdens orkaan Sandy bijvoorbeeld werden 1.3 miljoen plaatjes gedeeld, met pieken van 10 plaatjes per seconde die vrijwilligers moeten verwerken. Ook 1 uit de 4 tweets hadden links naar foto’s of video’s gerelateerd aan de orkaan (bron). En UAV’s schieten tegenwoordig ook veel beelden. Slechts 1% van alle gefabriceerde drones en UAV’s?worden voor militaire doeleinden ingezet. Democratisch gebruik ervan (zoals de Ebee) lijkt?dus niet meer te stoppen. ?Bekijk hoe men er al mee begon bij de ramp in Ha?ti:

Planet Four

Het Zooniverse team lanceerde bijvoorbeeld het project?PlanetFour (een verwijzing naar de rode planeet Mars) kreeg 15.000 bezoekers binnen 60 seconden na de aankondiging via de Britse BBC. Meer dan 2 miljoen beelden van de planeet Mars werden in maar liefst 48 uur getagged, om de planeet te verkennen op diverse bijzonderheden (bron). Dat terwijl de site niet crashte!

Snap Shot Serengeti

In een ander project zochten vrijwilligers in de Serengeti naar wilde dieren die met 225 automatische bewegingscamera’s waren vastgelegd. De vrijwilligers vonden het zo leuk om te doen dat ze klaagden toen de beelden op waren.

Planetary Response Network

NASA en vele anderen partijen kijken tegenwoordig naar de mogelijkheden om de massa in te zetten bij het zoeken naar details in beelden. Er zelfs een heus Planetary Response Network dat klaarstaat om bij te springen.

Militaire inlichtingen crowdsourcen

Er is zelfs een poging gedaan om militaire inlichtingen te crowdsourcen, in de Exploration Challenge waarin men militaire voertuigen moest spotten op satellietbeelden. Later bleek het gewoon een testje van Tomnod, en maar goed ook, want er werden diverse?kritische kanttekeningen geplaatst?over de ethische kant hiervan. Want als je als crowdsearcher niet weet wat je precies doet met welk doel, is dit dan wel verantwoord? Toch is vanuit Bellingcat inmiddels een soortgelijk project gestart om de verplaatsingen van militaire voertuigen in Oekra?ne in kaart te brengen.

Rode kruis

Wendy Harman en haar team van vrijwilligers zit ook altijd klaar in het Digital Operations Centre van Washington D.C. Tijdens de tornado?die over Oklahoma stad heen ging op 20 mei 2013 was ook zij met haar team in de weer om social media berichtgeving te vangen, duiden en in kaart te brengen. Normaal heeft het team een vaste bezetting van 3 mensen, die op een normale dag alleen al 4.000 berichten via Twitter naar hun hoofd geslingerd krijgen. Dus wat de digitale storm is tijdens een incident als de Oklahoma tornado kun je je voorstellen.?Ze zoeken onder andere ook naar tekenen van angst en emotionele stress tijdens de nafase van een ramp en bieden nazorg aan.

File:RedCross Obama 1.jpg

AIDR: Artificial Intelligence for Disaster Response platform

Crowdsourcen van honderden classifiers die benut kunnen worden om tweets beter te filteren en eventueel in eerste slag kunnen duiden. Tijdens de tyfoon Yolanda bracht deze techniek meer dan 250.000 terug tot 55.000 relevante tweets die handmatig bekeken moesten worden. Bij de aardbeving van Chili op 27 februari 2010 (met de grootste beving ooit gemeten op aarde van 8.8 op de schaal van Richter) werd uit meer dan een half miljoen tweets een selectie van 20.000 aangeboden waarvan maar 1000 handmatig getagged hoefden te worden (bron).

Onderzoek naar 5 miljoen tweets die tijdens deze ramp werden gepost, toont aan dat 95% van de tweets valide informatie weergaf. Slechts 0.03% van de tweets trokken deze bulk van twets in twijfel. Andersom gaf het onderzoek ook aan dat het aantal tweets dat andere tweets in twijfel trekt veel groter is bij een gerucht (soms werd zelfs de helft van de valse geruchten meteen in twijfel getrokken). De wijsheid van de massa en het zelfcorrigerend vermogen is sterk. En het wordt nog beter, want onderzoek?toonde ook aan dat twitteraars wiens tweets in twijfel worden getrokken voortaan beter opletten met het produceren en delen van informatie (een reductie van 150% in onbetrouwbare tweets). Toch kan je zomaar als crisisproferssional of burger in?de verkeerde hoek kijken. Technologische ondersteuning kan hierin gelukkig steeds beter helpen.

Met de hulp van Andy Carvin (eerst werkzaam bij de National Public Radio) lukte het steeds beter om semi-automatisch tweets op relevantie te filteren. Computers kunnen namelijk leren waar mensen ook op letten, en Andy leerde de computer zijn journalistieke skills om betrouwbare berichten te onderscheiden van onzin. Zo bleek dat?tweets met BREAKING NEWS en veel uitroeptekens die niet van journalisten afkomstig waren meestal niet erg betrouwbaar waren.

Andy weet als geen ander dat de meeste mensen met hun informatie je niet proberen te misleiden. Er zitten vaak maar een paar rotte appels tussen.

“The vast majority of folks that are posting information, their hearts are in the right place but sometimes the fog of war affects them just as it would any other journalist” (bron).

Betrouwbaarheid automatisch herkennen

Onder andere?Carlos Castillo?(nu collega van Patrick Meier bij QCRI) maakte op technisch?vlak mooie stappen middels zijn paper Predicting Information Credibility in Time-Sensitive Social Media. Hij maakte een classifier waarmee computers de waarheid van een tweet beter konden inschatten, op basis van geleerde eigenschappen uit diverse datasets. Iemand is betrouwbaarder als hij meer volgers heeft, URL’s in de tweets gebruikt en langere berichten plaatst. Hij stelde als eerste 16 eigenschappen vast die betrouwbare tweets onderscheiden van onbetrouwbare tweets:

??Average number of tweets posted by authors of the tweets on the topic in past.
??Average number of followees of authors posting these tweets.
? ?Fraction of tweets having a positive sentiment.
? ?Fraction of tweets having a negative sentiment.
? ?Fraction of tweets containing a URL that contain most frequent URL.
? ?Fraction of tweets containing a URL.
? ?Fraction of URLs pointing to a domain among top 10,000 most visited ones.
? ?Fraction of tweets containing a user mention.
? ?Average length of the tweets.
? ?Fraction of tweets containing a question mark.
? ?Fraction of tweets containing an exclamation mark.
? ?Fraction of tweets containing a question or an exclamation mark.
? ?Fraction of tweets containing a ?smiling? emoticons.
? ?Fraction of tweets containing a ?rst-person pronoun.
? ?Fraction of tweets containing a third-person pronoun.
? ?Maximum depth of the propagation trees.

Hij kwam met deze methode al tot een 86% betrouwbare voorspelling. Annotaties van datasets, gedaan door betrouwbare vrijwilligers zouden in de loop van de tijd deze eigenschappen nog verder verfijnen. Inmiddels kan TweetCred?(een plugin voor Google Chrome) zo’n 45 eigenschappen onderkennen en wordt al toegepast om zgn rumor bombs te herkennen. Een mooi voorbeeld van hoe artificial intelligence door crowdsourcing gevoed wordt (computers die iteratief leren van mensen). En ook het Twitter leugen detector project Pheme, of het EU project Social Sensor met hun alethiometer (Alethia is Grieks voor waarheid) is wat dit betreft interessant om te volgen. Naast de verzamelde lessen in het Content Validation handboek natuurlijk waarover we al eerder blogden.

Deze technologie kan van pas komen, zeker als geruchten machines prominent zijn.

Tijdens de Boston Marathon bleek uit onderzoek van 8 miljoen (unieke) tweets van 3.7 miljoen accounts, dat 29% van de berichten die viral gingen een gerucht betrof. En 51% van de berichten waren algemene meningen en commentaar, niet per se relevant voor hulpinstanties. De overgebleven 20% was echt relevant te noemen. Deze geruchten waren deels afkomstig van 32.000 Twitter accounts die nog tijdens de ramp aangemaakt werden. Zo’n 20% daarvan werd enige tijd later door Twitter opgedoekt, en naar later bleek dat 99% van deze accounts het woord “Boston” in het account staan. Toch zijn veel van deze accounts zeer invloedrijk geweest in hun berichtgeving. Toch worden er lessen getrokken die in algoritmes te vangen zijn. Zo bleek onder andere dat deze accounts specifiek gedrag vertoonden en vaak ook met elkaar communiceerden. Maar of dergelijk gedrag te generaliseren is naar andere incidenten blijft de vraag.

Een vervolgstudie naar maar liefst veertien grote gebeurtenissen (oa de Londense rellen, aardbeving Virginia, de opstanden in Libi? en orkaan Irene) Credibility Ranking of Tweets during High Impact Events uit 2011 onderzocht 35 miljoen tweets. Daaruit bleek dat zo’n 30% van de tweets waardevolle informatie ten behoeve van omgevingsanalyse bracht en 14% echt spam was. Zo’n 17% van de totale informatie was niet allen relevant, maar ook aantoonbaar betrouwbaar. Deze technologie werd deels ook toegepast om de vele beelden die bij orkaan Sandy langskwamen te beoordelen en het bleek dat het algoritme tot 90% betrouwbaarheid kon komen. Sterker nog, de computer leek beter in het bepalen van de betrouwbaarheid op basis van de eigenschappen van de tweet dan de eigenschappen van het twitteraccount. Ook bij Sandy bleek weer dat er een kleine kerngroep verantwoordelijk was voor het produceren of retweeten van alle valse geruchten (zo’n 30 Twitter accounts was verantwoordelijk voor 90% van de retweets van deze berichten).

In andere situaties heeft de digitale respons echter niet alleen te maken van Big Crisis Data en Big False Data, maar ook met Big Brother. Normale rampen schieten niet terug, maar in sommige landen is informatievalidatie een gevaarlijk proces. Denk aan het werk in Rusland, Libi? of Syri? waar het verzet op die manier ook handig in kaart wordt gebracht, of denk aan wat?Bellingcat?in het MH17 onderzoek?deed waarin Rusland actief haar propagandamachine verdedigd.

Momenteel zoekt ook een onderzoeksgroep in Japan uit of tweets tijdens een ramp kunnen laten zien aan welke producten een tekort is in het gebied. En in Jakarta proberen onderzoekers via tweets te monitoren?wat er gebeurt tijdens een overstroming.

Nieuw geschiedenisboek

Terugkijkend bieden deze crisismapping voorbeelden allen een interessant kijkje op deze incidenten. De kaart geeft je bovendien de mogelijkheid om in je eigen helikopter te stappen en eenvoudig in-en uit te zoomen en chronologisch door de gebeurtenis te wandelen.?Deze tekstberichten zijn vereeuwigd. Stel dat we de stemmen uit het verleden op deze manier hadden kunnen horen, bijvoorbeeld ten tijde van de tweede wereldoorlog of andere belangrijke historische gebeurtenissen.

De open werkwijze van deze grote groepen maakt dat ondemocratische leiders het steeds moeilijker krijgen, terwijl de massa haar kennis (door collectieve waarheidsvinding) en mogelijkheden of rechten alleen maar verder uitbreidt. ?De massa media be?nvloedt niet het standpunt van mensen. Politieke verandering is een twee traps raket, waarin?pas in tweede instantie politieke opinies worden gevormd juist door interactie via social media (aldus ook Clay Shirky). Pas als men gezamenlijk een kaart maakt van de situatie met honderden, duizenden aanwijzingen ziet men gezamenlijk het grotere plaatje en voelt men zich gesteund om een verandering in te gaan.?James Scott noemt dit het delen van het hidden transcript, iets dat onderhuids in de maatschappij al zacht borrelde.

Twee weken na de aardbeving in Ha?ti gaf Hillary Clinton een gedenkwaardige speech over de revolutie die tijdens die ramp duidelijk werd en zei: “The technology community has set up interactive maps to help identify needs and target resources. And on Monday, a 7-year-old girl and two women were pulled from the rubble of a collapsed supermarket by an American search and rescue team after they sent a text message calling for help.”

en ze vervolgde haar betoog met een verwijzing naar andere landen en vrije internettoegang:

By relying on mobile phones, mapping applications, and other new tools, we can empower citizens. So let me close by asking you to remember this little girl who was pulled from the rubble on Monday in Port-au-Prince. She’s alive, she was reunited with her family, she will have the chance to grow up because these networks took a voice that was buried and spread it to the world. No nation, no group, no individual should stay buried in the rubble of oppression. We cannot stand by while people are seperated from the human family by walls of censorship. And we cannot be silent about these issues simply because we cannot hear the cries.

Terwijl Patrick Meier een lans breekt voor de?democratische overheden die ook ‘data filantropie‘ meer zouden moeten stimuleren. Data donoren, data DJ’s, er zijn allerlei rollen denkbaar vanuit het publiek. Als je toch al geld overmaakt om voedsel of water te sturen, waarom dan niet helpen met data?

Met grote dank aan Patrick Meier voor de bundeling van deze?waardevolle kennis. En als het smaakt naar meer: volg zijn blog iRevolution?want daar is?het meeste van bovenstaande (en meer) nog uitgebreider na te lezen.

patrick

Digital Humanitarians & Digital Sherlocks (deel 1/2)

DH Book Flat V2

Een aanrader voor elke professional en amateur die op een positieve manier wil bijdragen aan?incidenten en crises is het nieuwe boek van Patrick Meier:?”Digital Humanitarians – How Big Data is changing the face of humanitarian response“.

Het boek start met zijn persoonlijke verhaal dat begon bij de ramp in Ha?ti, januari 2010. Patrick studeerde nog in Boston en zijn vrouw werkte op dat moment pecies?in het gebied waar de aardbeving in Port-au-Prince toesloeg. Gelukkig overleefde zij de ramp, maar hij raakte online betrokken bij de hulpverlening waarin duidelijk werd hoe honderden mensen over de hele wereld digitale hulp boden en waarin onder andere een Ha?ti Crisis Map ontstond waarop informatie van social media (en ook SMS via telecom provider Digicel) werd gevalideerd en geplot op een kaart om met iedereen te delen wat er aan de hand was.

Zo begon crisismapping in 2010 in de studentenkamer van Patrick Meier met de crisiskaart van Ha?ti (zie hieronder het aanvullende initiatief van OpenStreetMap).?


Het boek start met overtuigende argumenten voor het gebruik van social media (er zijn namelijk nog steeds crisis professionals?die redenen hebben om er niets mee te doen). Daarna gaat het boek verder in op hoe de evolutie zich ontvouwde die Patrick Meier van case naar case zag en waarin hij deels ook zelf veel nieuwe initiatieven ontplooide. We kunnen niet alles kwijt in deze blogpost, dus het inkijkje in de toekomst en wat andere voorbeelden en inzichten bewaren we voor het tweede deel.

Interessant is de ontwikkeling van de sociale en technologische innovaties die dit boek op een rijtje zet. Van crowdsourcing naar microtasking en van het zoeken, filteren en valideren van tweets (eerst handmatig daarna steeds meer?deels automatisch) naar het gebruik van beelden van satellieten en drones. De informatie?(Big Crisis Data noemt Patrick het)?wordt er niet minder op, en het feit dat het gebruik ervan zo ontwikkeld geeft in zichzelf al aan dat er veel behoefte naar is.

Tsunami aan informatie, maar ook een leger aan mogelijke?hulptroepen

Wereldwijd zijn er naar schatting een half miljard mensen die?WhatsApp gebruiken en een miljard Facebook gebruikers. Er worden vandaag de dag meet WhatsApp berichten verstuur dan SMSjes (meer dan 50 miljard per dag). Tel daar elke minuut 100 uur aan YouTube video materiaal en vele miljoenen foto’s op alle platformen en er is duidelijk sprake van een Tsunami aan informatie, maar ook sprake van een enorm netwerk aan mensen dat in tijden van nood kan helpen met deze informatie. Door het te verschaffen, of?door te helpen in het filteren en duiden ervan.

En degenen die de berichten plaatsen zijn ook niet onbelangrijk.?Anand Giridharadas van The New York Times zei het treffend:” These crowds are not only collectively witnessing our world in real time, but their digital footprints are also creating the first draft of history. ” (bron)

Hoewel de meerderheid van de aardse bevolking nog niet op social media zit, zit de social media adoptie globaal gezien toch nog steeds flink in de lift. Daarnaast zijn er steeds meer ‘dingen’ die aan het internet hangen en als sensor informatie produceren. Patrick gaat bijvoorbeeld in op de kracht van drones en haarscherpe beelden vanuit de lucht.

Hieronder volgen een paar voorbeeld cases uit het boek, maar ook interessante vraagstukken die spelen op dit onderwerp. Ook hebben we natuurlijk al uitgebreidere blogs geschreven over de meeste cases (zoals bijvoorbeeld de aanslag tijdens de Boston Marathon of Orkaan Sandy).

Relevantie van social media?

Maar hoeveel van die gigantische hoeveelheid aan?informatie is eigenlijk relevant? Het antwoord verschilt nogal. Bij de Joplin tornado die in 2011 in Missouri langskwam wees onderzoek uit dat zo’n 10% van de tweets die gepost werden relevant geacht werden en voldoende informatiewaarde hadden voor crisismanagement organisaties. Bij de Australische branden uit 2009 werden zelfs 65% van de tweets belangrijk gezien (bron). Toegegeven, dit lijken hele hoge percentages, maar als maar 0.001% van alle 20 miljoen tweets van orkaan Sandy relevant zou zijn, en de helft daarvan enigszins betrouwbaar was, waren het nog steeds 15.000 woorden ofwel 30 pagina’s vol met relevante, real-time?informatie geweest die gewoon gratis voor het oppikken?op straat liggen.

Maar percentages zeggen niets. E?n berichtje?kan genoeg zijn om een leven te redden en daar wordt in het boek een goed voorbeeld bij gegeven.?Het gaat dan om het?verhaal?van?Naoko, die op 11 maart 2011 samen met honderden mensen op de daken klom tijdens de tsunami in noord Japan. Ze kon niet bellen of SMS met haar telefoon, maar kwam erachter dat e-mail nog werkte. Ze mailde naar haar man, die op zijn beurt hun zoon in Londen weer op de hoogte stelde. Naoko’s zoon stuurde de vice-gouverneur van Tokyo een priv? tweet (DM) met de hulpvraag. Deze las het bericht en belde de brandweer brigade van Tokyo met het verzoek?voor reddingsactie per helikopter. Kort daarna was de hele groep op de daken gered.

Toch hebben de meeste mensen dit geluk niet gehad. Niet iedereen weet (evt via een aantal schakels) hulptroepen op de hoogte stellen of te organiseren. Bedenk ook dat dit vandaag de dag een enorme uitzondering is. Op de dag na de beving van 2011 in Japan zijn er meer dan 1,77 miljoen tweets verstuurd over?dat incident. ?Dat komt neer op een gemiddelde van 2000 tweets per seconde!

Informatie overload

Een ander veel gehoorde kritiek op social media is: waar halen we in godsnaam de tijd vandaan om hiermee te werken? “Forget it” is ook wel de reactie als men?de hoeveelheid informatie ziet. Patrick Meier vergelijkt deze reactie met een?ouderwetse bibliotheek. Die bevatten ook veel te veel informatie. Natuurlijk is het lastig om net dat ene boek te vinden waar je naar op zoek bent, maar in het geval van social media kan het levens redden. We worden er steeds beter in om ongestructureerde informatie te structureren en als je maar met genoeg mensen bent en slimme tools gebruikt lukt ons dat steeds beter.

De crisisbeheersingsexperts van vandaag noemt hij daarom ook “informatie DJ’s”. Ze verzamelen informatie van traditionele en nieuwe bronnen en doen hun best om er een redelijk omgevingsbeeld uit te halen (soms slechts?met?samples natuurlijk) en op een prettige manier voor te schotelen voor alle betrokkenen.

Valse meldingen: telefoon?vs social media

Een veelgehoord argument is dat social media toch zeker geen vervanging van de bestaande noodkanalen zal dienen, en dat die huidige kanalen (zoals 112) toch veel beter functioneren omdat ze betrouwbaarder zijn.

Het eerste noodnummer ontstond in de zomer van 1937 en werd in London gelanceerd onder het nummer 999, zoals het vandaag de dag in Engeland nog steeds wordt gebruikt. In die eerste week werden 1.336 noodoproepen gedaan. Van deze meldingen waren er toen 1.073 echte noodoproepen, 171 bellers wilde gewoon een operator aan de lijn om doorverbonden te worden en 91 waren grappen of valse meldingen (bron). Toen was 10% van de binnenkomende meldingen dus bewust een valse melding. Ter vergelijk bevatte?tijdens orkaan Sandy slechts 0.5% van alle tweets valse foto’s.

Vandaag de dag ligt het anders: minder dan een kwart van alle noodoproepen in Engeland een serieuze melding. Er zitten zeer veel valse meldingen bij, grappenmakers of gewoon onzinnige zaken die geen nood behoeven (bron). Dat betekent dat er per jaar meer dan 5 miljoen valse meldingen zijn; ofwel gemiddeld meer dan 13.000 onnodige telefonische meldingen per dag. Alleen al in New York krijgt de meldkamer 10.000 valse meldingen per dag binnen (bron). Patrick rekent even voor: als we aannemen dat het 5 seconden duurt voor de centralist om zo’n melding af te handelen, verspillen centralisten dus elke dag 14 uur aan dergelijke onzin. Dat is meer dan 5.000 uur op jaarbasis (ofwel 200 dagen onzinnig werk).??De cijfers in Europa zijn absoluut niet beter. Onderzoek laat zien dat zelfs de helft van de telefoontjes vals of onzin zijn. De Griekse meldkamers spannen de kroon met wel 99% valse meldingen! (bron). Toch hebben overheden het crowdsourcen onder burgers, ofwel het ontvangen van tips en telefonische meldingen, niet losgelaten. Men?blijft het een belangrijke informatielijn vinden, een levenslijn zelfs omdat het levens kan redden. Je kunt je dus afvragen waarom social media niet ook een levensredder kan zijn.

De Londense brandweer brigade is daarom ook, 80 jaar na de introductie van de telefonische hulplijn uit 1935, een noodhulplijn gestart via Twitter.

fire brigade london

Het Rode Kruis onderzocht ook dat driekwart van de bevolking in Amerika ook niet anders verwacht: hulpverleners dienen te reageren op noodhulp verzoeken via social media, en men verwacht actie binnen een uur na het posten ervan. VDMMP?herhaalde dit onderzoek, zij het?kleinschaliger, in Nederland en kwam tot een soortgelijke conclusie. Social Media?vervangt 112 niet, het is slechts een extra noodkanaal. Denk hierbij ook aan de aanslag op het Noorse eiland Ut?ya, waar de getroffenen 112 niet eens konden bereiken doordat alle lijnen overbelast waren na de aanslag in Oslo, en de jongeren weinig anders konden doen dan hun noodkreten twitteren. Dat terwijl de?Noorse overheid in die tijd totaal niet voorbereid?was om iets met social media te doen.

De VN was in hun rapport?van 2013 ook glashelder over de rol van social media: “Het bewijs is er nu dat nieuwe informatiebronnen (zoals social media) niet minder representatief of betrouwbaar zijn dan traditionele informatiebronnen, die ook in crisissituaties verre van perfect zijn”.

Hoeveel tweets zijn genoeg?

Slechts ??n goede foto van een ingestorte brug is voldoende om bijvoorbeeld infrastructurele schade duidelijk te maken na een storm of tsunami, zelfs als alle andere getuigen nog nooit van Twitter gehoord hebben. Onderzoek laat zien?dat zogenaamde ‘micro-crises’ zoals auto ongelukken, zelfs automatisch op Twitter gedetecteerd kunnen worden, ook al gaat het om een zeer beperkt aantal berichten (bron). Studenten van Harvard ontdekten ook dat met de analyse van Twitter zij in Ha?ti cholera eerder konden ontdekken dan de overheid dat deed (bron). Zelfs als de informatie veel ‘bias’?en valse berichten bevat kan het nog steeds van grote waarde zijn. Zo toonde een onderzoek?uit Indonesi? aan dat tweets geschikt waren voor het voorspellen van de voedselprijzen in het land, ondanks speculaties en foutieve berichten (bron). In Ierland bleek dat Twitter analyses de zorgen en werkgerelateerde stress een uitstekende voorspelling van werkeloosheid mogelijk maakte (bron). Ander onderzoek uit Egypte liet zien hoe het geweld aldaar verband hield met bepaald soort inhoud van berichten op Twitter (bron).

Trollen

Helaas is social media niet alleen zonnekleur en maneschijn. Ondanks zorgvuldige selectie van berichten, komen er ook berichten door die toch vals blijken te zijn.?Tijdens de aardbeving in Santiago, Chili werd bijvoorbeeld de volgende tweet gepost:

#chile please help, I am buried under the rubble in my home [address removed for privacy] Santiago, Chile #chile my phone doesn’t work about 10 hours…

Deze tweet bleek een valse melding te zijn toen de hulpdiensten ter plaatse kwamen, en de twitteraar (oftwel twitter trol) ?plaatste nog enkele soortgelijke berichten, die helaas ook op de Chile Crisis Map werd overgenomen:

plz send help to [address removed for privacy] Santiagoi, Chile, i’m stuck under building with my child. #hitsunami #chile we have no supplies.

Ook hier ging de politie tevergeefs op af. Patrick vraagt zich dan ook af of het in de toekomst misschien illegaal zal worden om dergelijke informatie te produceren, net als dat nu voor de telefonische noodlijn geldt.

Fouten zijn menselijk

Op de crisiskaarten die met user generated content gevuld worden is dus helaas niet alles waarheidsgetrouw, ondanks alle pogingen voor een zorgvuldig selectie en validatieproces. Patrick Meier verdedigd zich door te stellen dat burgerjournalisten fouten maken, maar ook professionals dit doen. Hij vergelijkt het met The New York Times, een van de meest vooraanstaande kranten van de wereld die hun naam hoog te houden hebben met het beste van het beste. Toch moeten ook zij zo’n 7000 rectificaties per jaar aanbrengen in hun nieuws (bron). De gouden standaard, het hoogst haalbare, lijkt ineens niet meer zo foutloos als je zo’n getal hoort. In dat?onderzoek werd ook duidelijk dat 60 procent van alle krantenartikelen uit een gemiddelde selectie van 14 kranten fouten bevatte. Als je terugdenkt aan de mediaverslaggeving van de Boston marathon zul je niet verbaasd zijn over dergelijke cijfers. Daar was de mediastrijd om de eerste te zijn met berichtgeving zo heftig en gebaseerd op niet gevalideerde social media berichten dat veel journalisten te snel conclusies trokken met zeer ernstige gevolgen.

Voorlopige conclusie

Hoewel dit?digitale zenuwstelsel van onze maatschappij (zoals Patrick het noemt) nog erg sterk in ontwikkeling, soms zelfs?prematuur, is geeft deze digitale hartslag wel al belangrijke aanwijzingen en maakt het grove diagnoses mogelijk. In het tweede deel van ons?blog over zijn boek gaan we dieper in op de digitale speurneuzen, hoe zij werkten in deze voorbeelden en wat de huidige en nieuw te verwachten ontwikkelingen zijn die Patrick beschrijft.

Achtergrond: onderzoek naar de relevantie van tweets tijdens incidenten en crises:

Bellingcat interview

bellingcat logo3

In aanloop naar de seminar over burgeropsporing?van 10 februari waar aandacht zal zijn voor meerdere ontwikkelingen heb ik afgelopen week een interessant interview gehad met Eliot Higgins. Achter de schermen was er al langer contact, maar het werd hoog tijd om meer te delen over zijn initiatief Bellingcat, en Elliot vertelt zelf over wat hij doet, denkt en droomt.

Bellingcat is een exemplarisch?voorbeeld van de moderne Sherlock die online speurt en zaken probeert op te lossen. Bellingcat wil?bovendien deze lessen en tools graag delen met anderen om iedereen te leren hoe zij ook een moderne Sherlock kunnen worden. En dat zoeken ze breed: onder burgers, media, bedrijven of overheid. Eliot?was al eerder in de Nederlandse media geweest, onder andere vanwege zijn werk in relatie tot MH17, waarover eerder ook een blog op deze site?is gemaakt.

Het is ongelooflijk leerzaam om te zien hoe hij zaken onderzoekt, daarin samenwerkt en informatie valideert, zoals bij de MH17 waar Rusland veel propaganda lijkt te produceren, maar ook in de strijd in Syri? waarin ISIS zeer actief is op social media. Ik vroeg hem naar successen, valkuilen en zijn manier van werken en hoe zich dit ontwikkeld heeft maar ook zal gaan ontwikkelen.

Dit interview kijkt iets breder naar de activiteiten van Bellingcat, en vooral daar waar het politie en justitie raakt. Zo heeft de Britse politie Eliot ook al gevonden om te kijken wat ze voor elkaar kunnen betekenen. Bellingcat houdt zich namelijk niet meer uitsluitend met oorlogsmidaden bezig, maar ook met andere soorten nationale en internationale misdaad.

Bekijk de hele playlist hieronder of bekijk het fragment naar je keuze. De vragen die ik hem stelde zijn hopelijk duidelijk door de titel van elk?filmfragmentje:

Bellingcat rapport ook in Nederlands!

Op 8 november bracht Bellingcat het een rapport uit met daarin bewijs dat de Buk-lanceerinstallatie, die in verband wordt gebracht met het neerhalen van MH17 in Oekra?ne, afkomstig was van het Russische leger en eind juni vertrokken was naar de Oekra?ense grens. Met het onderzoeken van bewijs uit openbare bronnen was het Bellingcat MH17 onderzoeksteam erin geslaagd om de verplaatsingen van de Buk-lanceerinstallatie op 17 juli, in door separatisten gecontroleerd gebied, in kaart te brengen. Dit geldt ook voor de route van de Buk toen deze deel uitmaakte van een konvooi, dat in de periode 23 juni – 25 juni in Rusland was vetrokken van Koersk naar Millerovo, nabij de grens met Oekra?ne.

Aan de hand van het bewijs verzameld door het Bellingcat MH17 onderzoeksteam is duidelijk geworden dat het Russische leger de Buk-lanceerinstallatie, die op 17 juli werd gefilmd en gefotografeerd in Oekra?ne, heeft geleverd.

Het Bellingcat MH17 onderzoeksteam bestaat uit leden afkomstig uit verschillende landen, waaronder Nederland, Finland, Rusland, het Verenigde Koninkrijk en de Verenigde Staten en blijft doorgaan met het onderzoeken van andere kwesties met betrekking tot het conflict in Oekra?ne.

Voor meer informatie over Bellingcat en zijn werkzaamheden kan contact opgenomen met Eliot Higgins via?eliothiggins@bellingcat.com

Download hier, of lees het hieronder.?Dit rapport is ook beschikbaar in?Engels,?Duits,?Frans?en?Russisch.

We zijn benieuwd wat je vind van zijn werk, welke vragen het nog oproept of welke suggesties je zou willen meegeven voor zijn initiatieven. En misschien beweegt het je tot deelname in een van de Bellingcat initiatieven, want Bellingcat verwelkomt alle hulp!

SKUP 2015

Enige tijd later presenteerde Eliot Higgins ook op SKUP, de Noorse stichting voor vrije onderzoeksjournalistiek?(SKUP = Stiftelsen for en Kritisk og Unders?kende Presse). Bekijk hieronder zijn bijdrage:



Broadcast live streaming video on Ustream



Broadcast live streaming video on Ustream

Save the Date: 10 februari seminar burgeropsporing in P!T Museum Almere

Save the date

Op 10 februari 2015 organiseert Reed Business Education samen met TNO een exclusieve seminar over online burgeropsporing. In deze afwisselende en inspirerende middag komen verschillende onderwerpen aan de orde, zoals dilemma?s in de burgeropsporing en het gebruik van sociale media binnen de?politie.?De onderwerpen komen vanuit meerdere invalshoeken; het OM, de politie, burgeropsporing en de rol van de media.

Diederik Greive van het Openbaar Ministerie?zal optreden als dagvoorzitter op deze middag en tot de sprekers behoren Maurice de Hond,?recherchebaas Henk Bril van de Nationale Politie en Johan Bac van het Openbaar Ministerie. Daarnaast is er een rol weggelegd voor diverse burgerinitiatieven, wetenschappers, maar ook andere overheidsinstanties zoals de rijksoverheid en gemeenten.

Het seminar vindt plaats in de PIT expo, een nieuw museum ontstaan uit een fusie van het Nederlands Politiemuseum en het Nationaal Brandweermuseum. Een museum vol innovaties voor veiligheid, maar ook de politie en brandweer van vroeger zijn er te vinden. Op deze inspirerende plek, goed passend bij het onderwerp, ontvangen wij u heel graag op 10 februari aanstaande.

Aanvang: 13.00
Einde:?+?18.00u
Locatie: PIT Almere
Adres: Schipperplein 4, Almere

U bent van harte welkom. De bijeenkomst is gratis. Meer informatie volgt later op deze pagina.
Wilt u zich alvast aanmelden? Ga dan naar bit.ly/demodernesherlock

Let op: het aantal plaatsen is beperkt, dus meld u snel aan!

Maurice de Hond geeft hieronder in het kader van de NFI themadagen digitale opsporing alvast een paar lessen mee die hij leerde uit de Deventer moordzaak:

Opstelten geeft startsein Veiligheidsdag Almere

Het PIT museum is een plek voor dialoog en ontmoeting voor professionals en het brede publiek over actuele en maatschappelijk relevante thema?s rond veiligheid. Het adres is?Schipperplein 4
Almere en er is voldoende parkeergelegenheid. Klik hier voor een Google Maps route of bekijk het hieronder:

Met het openbaar vervoer

Vanaf station Almere Centrum neem je bus 1 of 3 richting Almere Haven, bij de tweede halte (Bottelaarspassage) uitstappen. Busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage inlopen. Na ongeveer vijf minuten rechtdoor lopen ga je aan het einde linksaf en loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.
Vanaf station Almere Centrum is het ongeveer vijftien minuten lopen naar het Schipperplein. Door de Stationsstraat, Stadhuisplein, Stadhuisstraat, Grote Markt, Korte Promenade, Bottelaarspassage, busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage uitlopen. Aan het einde rechtsaf en vervolgens loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.

Met de auto

Vanaf de A6
Neem afrit 5: Almere-Stad Centrum. Onderaan de afrit ga je linksaf de Veluwedreef op richting Flevoziekenhuis.Let op: 50km! Zie verder bij *

Vanaf de A27
Neem de afrit Almere-Stad. Linksaf de Waterlandse weg richting Almere. Steeds rechtdoor (Waterlandse weg gaat over in Veluwedreef). Zie verder bij *

* Rijd de Veluwedreef af tot het kruispunt met de Cinemadreef/Parkwijklaan. Ga hier linksaf richting centrum. Bij de tweede verkeerslichten linksaf de Landdrostdreef op. Steek de busbaan over en ga bij de rotonde rechtsaf de Hospitaalweg op. Je passeert het Flevoziekenhuis aan je linkerhand en ga bij de rotonde rechtdoor onder de overkapping door. Neem de volgende rotonde, in de vorm van een krakeling, driekwart (twee keer de busbaan over) en ga dan rechtdoor. Je rijdt op de Schippergarage (Flevostraat) af waar je de auto kunt parkeren. Volg al lopend in de parkeergarage het zebrapad naar de linkeruitgang. Je loopt nu direct tegen de gevel van PIT aan. Volg deze gevel naar de ingang van PIT.

Parkeren

Betaald parkeren kan in de Flevogarage (Blekerstraat) of de Schippergarage (Flevostraat). Volg in deze garages de bewegwijzering naar PIT. De Schippergarage is direct naast PIT. Ga in de garage rechts naar achteren. De ingang van PIT is op hetzelfde niveau als de parkeergarage.

45001409reg

Social Media berichtgeving valideren in het heetst van de strijd #hoax

Sociale media staan er nu eenmaal om bekend dat het waarheidsgehalte van een bericht of een afbeelding niet in ??n oogopslag te bepalen is. De ?vermeende (maar nog niet hard bewezen) click fraude?maakt het niet gemakkelijker, omdat het lijkt alsof zeer veel mensen een bericht bevestigen. Er zijn steeds meer groepen die proberen uit te zoeken hoe onze Filter Bubble gemanipuleerd wordt, zoals bij Facebook het geval lijkt te zijn. Ook komen er steeds meer nieuwe diensten die helpen in validatie van content zoals Rbutr. Een klein voorbeeldje van geruchten bij incidenten uit ons eigen kikkerlandje gaf Roy Johannink onlangs op zijn VDMMP blog?over de onrust in Loppersum begin dit jaar. En eerder schreef hij een rapport over hoe social media van invloed is op onrustsituaties.

Op 17 januari 2014 houdt minister Kamp een persconferentie in Loppersum over het Gaswinningsbesluit. Op sociale media is er veel te vinden over de persconferentie en de toestand in Loppersum. Enkele?foto?s en berichten?zijn wel echt, maar horen niet bij situatie. Van een aantal is niet direct in te schatten of ze waar zijn, zoals het bericht ?Toegangswegen naar #loppersum geblokkeerd.? Maar een bericht over de inzet van kindsoldaten dat zal iedereen als zeer ongeloofwaardig bestempelen.?Politiechef Naomi Hoekstra?laat via Twitter weten: “Jammer, nepberichten over onrust in Loppersum. Zijn archieffoto’s van andere plaatsen, in Loppersum is het rustig!?

De vragen die leven onder communicatieprofessionals, maar ook onder informatie-analisten en leidinggevenden in de besluitvorming zijn voor een ieder herkenbaar. Wie zou een bijdrage willen leveren aan de omgevingsanalyse? Of aan het opsporen van familieleden na een incident. Of een bijdrage aan het communiceren met de buitenwereld? Ook de media en burgers willen snel weten of iets waar is. Velen zetten het nieuws klakkeloos door en sommigen duiken erin op zoek naar een mooi verhaal of de waarheid erachter. En dat kan interessante processen opleveren. Volgens sommigen was 2013 het ?Jaar van de Hoax?, een trend die anderen?in 2014 ook nog wel zien voortduren. Eerder hebben we al de vervelende gevolgen van van geruchten kunnen waarnemen in de analyses van Pukkelpop, Moerdijk of Project X Haren.
twitter_verified_accountHoe valideer je content? Door bijvoorbeeld aan?crowdsourcing?te doen, weten we wie bereidwillig is om vrijwillig een bijdrage te leveren. #Durftevragen, crowdmapping of crisismappig (zoals met Ushahidi) en andere bekende vormen van hulp online is meer dan welkom gebleken. En tools zijn er genoeg. Het Europese project Pheme (naar de Griekse roddelgodin) van werkt ook aan manieren en wil tot een soort leugendetector komen voor social media. Maar kijk bijvoorbeeld ook eens naar de lijst van tools uit het social media digital content verification handbook dat net uit is uitgebracht door het ?European Journalism Center?(EJC). Denk aan?reverse image searches, of aan?Exif of metadata?informatie, maar ook validatie van locaties. Uiteraard zijn er manieren om dit te omzeilen, maar het gros van de geruchten ondervang je hiermee. Een handboek is misschien wat teveel eer voor de publicatie, maar het is een mooi initiatief om deze kennis voor een breder publiek toegankelijk te maken. In deze blog daarom een paar voorbeelden van validatie tijdens crises, maar lees vooral ook het handboek om vele andere voorbeelden te bekijken met soms grote impact tijdens een incident of crisis. Er is voor de overheid en betrokkenen soms niets ergers dan een gerucht dat slim ‘geframed’ en in elkaar gesleuteld is, dat op de juiste tijdstip op social media geslingerd wordt en veel invloed krijgt op allerlei processen. En voor mediapartijen is het bewezen lastig om in een tsunami van informatie waarheid van fictie te onderscheiden, getuige ons blog over de Boston Bombings?waarin pijnlijk duidelijk wordt hoe diverse vooraanstaande mediapartijen als Reuters en CNN blunderden en de politie Twitter account van de @BostonPolice?zegevierde met gevalideerde informatie. Het zelfreinigend vermogen ook vanuit het publiek in digitale content lijkt steeds beter te worden.

Haaien in Manhattan

Ten tijde van orkaan Irene en een jaar later orkaan Sandy waren een aantal geruchten zeer hardnekkig. Het?FEMA (Federal Emergency Management Agency) heeft daarom nu niet alleen crisis management center, maar zelfs een speciaal Rumor Control Center moeten inrichten om een antwoord te geven op de storm aan geruchten. De geruchten van orkaan Irene gingen in de herhaling bij Sandy en er werden er vele nieuwe toegevoegd omdat grapjassen en internet trollen ook zien dat het invloed heeft.?Lees op de FEMA pagina?welke geruchten zij hebben ontkracht of bevestigd. Wij werken er enkele nader uit, omdat die veel rumoer op Twitter en Facebook hebben veroorzaakt.

FEMA

Allereerst was er (net als bij orkaan Irene) het gerucht van haaien in de straten van New York en andere plaatsen waar de overstromingen heftig waren. Uiteindelijk is dit gerucht, helaas pas in een vrij laat stadium, ontkracht.

Alleen al het?aantal berichten dat mensen maken over haaien in hun straat tijdens een overstroming zorgt voor enige (gezonde) scepsis onder de bevolking. Bovenstaande foto werd als eerste geplaatst door?Kevin McCarty, die wel in Brigantine?lijkt te wonen (waar deze huizen staan). Op Facebook wordt al meteen duidelijk dat deze Kevin vaker complimenten krijgt voor zijn Photoshop skills. Natuurlijk is het nog steeds mogelijk dat deze foto echt is, maar een crowdsourcing proces op jacht naar de echte foto?zorgde ervoor dat mensen uiteindelijk het origineel vonden. Een?Flickr image search laat zien dat het origineel?in 2006 in Zuid Afrika?is genomen.

shark

Ook de haai uit onderstaand plaatje is echt en aan deze foto is geen fotobewerking te pas gekomen. De foto is echter in Mexico genomen, maar geladen met berichten en uit de mond van iemand uit Manhattan leidde het toch tot de nodige onrust.

shark3

Het kan nog gekker:

scubadiver_615.jpg

Natuurlijk krijg je bij deze foto meteen het gevoel: dit is nep. Toch nam Gizmodo de foto over. De metro op de foto van?Jane?geeft al een aanwijzing daarvoor. Hoe kan het bijvoorbeeld dat de lichten aanstaan in de metro? En is er serieus een fotograaf die de moeite neemt om een dergelijke foto in een crisissituatie te nemen, waarbij de metro ingang afgesloten gebied is? Het blijkt dat?Anna Dorfman, die ook in Dumbo woont, deze foto vlak voor evacuatie genomen heeft. Ze bevestigd zelfs dat zij degene is die hem genomen heeft. Op Instagram geeft Ana Adjelic, ook inwoner van Dumbo, aan dat zij de metro heeft gefotografeerd, maar dan uit een iets andere hoek. De orginelen worden bij elkaar gelegd en de hoax is ontkracht. Journalist Jeff Howe (bekend van het boek over crowdsourcing) bevestigt dat een vriend van hem uit dat gebied soortgelijke foto’s stuurde, en ook hij stimuleert het crowdsourcing proces om tot de waarheid te komen.

En dan deze: de waarheid!

e34thst_615.jpg

Buzzfeed plaatste bovenstaande foto van?Franklin D. Roosevelt (FDR) Drive?dat totaal onderwater was gelopen. De foto was geplaatst op Instagram en social media journalist Chris Heller vond een?YouTube videoclip?die duidelijk laat zien dat de E 34th St exit totaal onder water staat. Ethan Ruttenberg plaatste later een hele serie videos waarin duidelijk werd dat dit geen hoax was. Nog steeds geen perfecte verificatie, maar er waren in dit geval voldoende getuigen die geraadpleegd konden worden over de situatie op straat.

En dan “over the top”:

dayaftertomorrow.jpg

Een foto uit de film?The Day After Tomorrow, die een New York TV logo kreeg om mensen te shockeren. En dat lukte. Hoewel vele Amerikanen (gelukkig) doorhadden dat deze foto niet echt kon zijn, vond men het ronduit smakeloos. Men kwam aan het vrijheidsbeeld. Er kwamen zelfs stemmen op om dit soort ‘grappen’ strafbaar te stellen en een heftige online discussie hierover kwam los. ?New York City raadslid Peter Vallone deed aangifte?tegen de grapjas?Shashank Tripathi (op Twitter?@ComfortablySmug)?die tijdens Sandy een hardnekkig gerucht in gang bracht over een aangekondigde stroomstoring:

FEMA1

Ook tijdens diverse andere incidenten hebben we geruchten geanalyseerd, zoals ten tijde van Project X Haren de geruchten over het dode meisje, de Hells Angels en diverse foto’s die geproduceerd werden. Of de geruchten bij Pukkelpop, De Londense rellen, de aanslag bij de Marathon in Boston. Heeft bijvoorbeeld onderstaande jongen een stoer verhaal over klappen die hij gehad heeft van de ME, of heeft hij simpelweg zijn enkel verzwikt?

enkel

Bronnen: The Atlantic, VDMMP, De Nieuwe Reporter, TechCrunch, TheNextWeb, Slate