Tagarchief: noodhulp

Eerste hulp bij cyberincidenten? Update het meldproces!

Door: Petra Vermeulen en Arnout de Vries, eerder?gepubliceerd in tijdschrift voor de politie

Een nepmail van de bank, online shoppen op een malafide website, een naaktfoto die op het internet belandt, bitcoins moeten betalen om toegang tot een computer terug te krijgen, of niet kunnen internetbankieren door een DDoS aanval. Cyberincidenten treffen onze samenleving steeds vaker.[1]?De impact van deze cyberincidenten kan groot zijn. Zelfs z? groot dat iemand besluit een einde aan het leven te maken. In 2017 pleegde de 15-jarige scholier Onur zelfmoord, na het ontdekken van naaktfoto?s op sociale media.[2]

Hoewel de gevolgen ernstig kunnen zijn, blijft het aantal meldingen van cyberincidenten beperkt. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) concludeerde in september 2017 dat driekwart van de cyberdelicten niet wordt gemeld.[3]?Dit terwijl er naar schatting ruim 2,5 miljoen cyberdelicten werden gepleegd en melden belangrijk is een compleet beeld van cyberincidenten (online diefstal, verstoringen, configuratiefouten, et cetera) te krijgen om trends te kunnen signaleren, te kunnen anticiperen op ontwikkelingen en om te prioriteren in wat er moet worden aangepakt. Volgens de?Cyber Security Raad?(CSR) moeten het meld- en aangifteproces plus de opvolging ervan dan ook worden verbeterd door het proces eenvoudiger te maken.[4]?Maar hoe ziet het huidige proces er precies uit? Waar is nog ruimte voor verbetering? En wat betekent dit voor de?Landelijke Meldkamer Samenwerking? De door TNO uitgevoerde korte verkenning ?Melden Cyberincidenten? pakt deze vragen op.

De korte verkenning leert dat het meldproces voor cyberincidenten nu nog is ingericht vanuit een klassiek veiligheidsoogpunt. Voor vitale aanbieders met een directe link naar de nationale veiligheid is er een centraal meldpunt ingericht. Vanuit veiligheidsoogpunt is dit begrijpelijk. Vitale processen zijn essentieel voor onze samenleving. Uitval of verstoring van deze processen leidt tot ernstige maatschappelijke ontwrichting of vormt een bedreiging voor de nationale veiligheid. De overheid werkt via het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) dan ook samen met de vitale aanbieders, inlichtingendiensten, en hulpverleners om crisisbeheersing goed te regelen.[5]?Maar voor andere partijen als bedrijven en burgers, die vooral persoonlijke schade ondervinden, is er geen centraal meldpunt. En dat is een gemiste kans, want een dergelijk centraal en landelijk meldpunt is wel nodig.

In de eerste plaats zijn incidenten in de cyberwereld niet los te zien van de fysieke wereld. Toegegeven, cyberincidenten bij bedrijven of burgers hebben veelal geen directe gevolgen voor de nationale veiligheid. Ook hebben dergelijke incidenten niet altijd gevolgen voor de fysieke veiligheid. Daarom is de noodzaak van het melden bij deze doelgroepen anders dan bij vitale aanbieders of klassiek 1-1-2 gebruik. Maar er kunnen wel degelijk fysieke gevolgen voortkomen uit een cyberincident. Cyberincidenten hebben zelfs steeds vaker fysieke impact op personen, bedrijven, overheid of de openbare orde en, zoals de zaak van de 15-jarige Onur aantoont, kunnen incidenten verregaande schade veroorzaken waarbij zelfs mensenlevens in gevaar komen.[6]

Ten tweede is er voor burgers nu geen centrale partij die helpt dreigingen zoveel mogelijk te mitigeren, waardoor deze groep relatief kwetsbaar is. Zeker, er zijn veel meldpunten beschikbaar, verdeeld over diverse type incidenten. Zo kan men voor spam terecht bij de website spamklacht (onderdeel van de Autoriteit Consument & Markt), voor kinderporno bij het Meldpunt Kinderporno, voor grooming, sexting, sextortion, voor online seksueel misbruik bij helpwanted.nl, voor identiteitsfraude bij het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en -fouten (CMI) van de rijksoverheid en voor phishing (bankfraude) bij de eigen bank, internetprovider of politie. Maar de veelvoud aan meldpunten maakt het voor burgers lastig om snel het juiste meldpunt te vinden.

Weinig prikkels
Een centraal meldpunt zou dus een verbetering zijn, maar er valt meer te verbeteren blijkt uit de verkenning. Zo toont de verkenning aan dat er weinig handelingsperspectieven worden geboden, zelfs niet als er bij de politie aangifte wordt gedaan. Hierdoor zijn er vermoedelijk weinig prikkels om (nogmaals) te gaan melden. Ook de 1-1-2 meldkamer biedt nog geen eenduidige handelingsperspectieven bij cyberincidenten. Dit terwijl de meldkamer voor burgers een essenti?le ?lifeline? is, een reddingsboei bij alle acute hulpvragen.[7]

Een centraal (uit maatschappelijk oogpunt ingericht) meldpunt of noodnummer zou dan ook een plek moeten zijn waar burgers terecht kunnen voor zowel informatie over bijvoorbeeld aanwezige kwetsbaarheden en dreigingen, als voor preventieadvies (wat te doen om te voorkomen dat je slachtoffer wordt) en hulpverlening (wat te doen als je t?ch slachtoffer wordt).

Het niet-vitale bedrijfsleven bevindt zich overigens in een vergelijkbare situatie als de burgers. Ook hier kennen online incidenten regelmatig fysieke gevolgen. Denk bijvoorbeeld aan verstoring door een DDoS aanval, of een datalek zoals bij de commerci?le datingsite Ashley Madison waarbij (e-mail)adressen, telefoonnummers, geboortedata, foto?s en versleutelde wachtwoorden op straat kwamen te liggen. Leden ontvingen daarop ook fysieke bedreigingen en vreesden zelfs voor hun leven.[8]

Net als bij burgers heeft ook deze doelgroep te maken met versnippering in het meldlandschap en een gebrek aan handelingsperspectieven. Men heeft het gevoel dat melden geen zin heeft.[9]?Voor concrete hulp zijn bedrijven nu aangewezen op (kostbare) private ICT-dienstverleners. Er is nog geen eenduidige (nood)hulp bij maatschappelijke onrust of schade in de keten als gevolg van een cyberincident. Weliswaar heeft de overheid in 2018 een?Digital Trust Center?(DTC) opgezet om de cyberweerbaarheid van bedrijven te verbeteren, maar het DTC biedt slechts enkele handelingsperspectieven via een doorverwijspagina, en is op zichzelf geen meldpunt (dus ook geen noodnummer) of CERT.[10][11]?Het DTC is momenteel vooral gericht op het beperken van economische schade via informatiedeling, niet op het inrichten van maatschappelijke hulpverlening.

Concluderend zijn er voor vitale aanbieders en niet-vitale bedrijven diverse processen opgezet om de cyberweerbaarheid te verhogen en cybercrises te mitigeren. Voor burgers is dit echter nog niet het geval, waardoor deze groep bijzonder kwetsbaar is. Bij cyberincidenten is er daarnaast geen enkele vorm van hulpverlening beschikbaar: spoed of niet.

Dit alles zorgt ervoor dat bedrijven en burgers weinig worden gestimuleerd om incidenten te melden. Men heeft het gevoel dat dit geen zin heeft. Om het melden van cyberincidenten voor deze groepen te stimuleren en om ervoor te zorgen dat ook in de online wereld burgers en bedrijven geholpen worden bij acute hulpvragen, is een update nodig: een update naar ??n online meldpunt, een update van de samenwerking tussen meldpunten en vooral een update van de geboden handelingsperspectieven. Alleen zo zal het melden van cyberincidenten meer zin krijgen.

Dit artikel maakt onderdeel uit van het onderzoeksprogramma Het Nieuwe Melden. Dit multidisciplinaire onderzoeksprogramma voert TNO uit in samenwerking met het ministerie van Justitie en Veiligheid, het programma LMS en de verschillende partners in het meldkamerdomein. De publicatie wordt breed verspreid om de opgebouwde kennis ten goede te laten komen aan het gehele meldkamerdomein en ook aan aanpalende domeinen. De publicatie kan tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven niet gezien worden als het beleidsstandpunt van betrokken partijen.

[1]?VTM Groep, 2018. ?Aantal cybersecurity incidenten in 2017 bijna verdubbeld?. Februari 2018. Beschikbaar via:?https://www.vtmgroep.nl/nieuws/aantal-cybersecurity-incidenten-in-2017-bijna-verdubbeld

[2]?Tweede Kamer, 2017. ?Beantwoording Kamervragen over zelfmoord ten gevolge van sexting?. April 2017. Referentie 1167229. Beschikbaar via:?https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2017/04/10/beantwoording-kamervragen-over-een-zelfmoord-ten-gevolge-van-sexting/beantwoording-kamervragen-over-een-zelfmoord-ten-gevolge-van-sexting.pdf

[3]?Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 2017. Driekwart van de cybercrimedelicten niet gemeld. Datum: 25-09-2017. Beschikbaar via:?https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/39/drie-kwart-cybercrimedelicten-niet-gemeld

[4]?Cyber Security Raad (CSR), 2017. Naar een landelijk dekkend stelsel informatieknooppunten ? Advies inzake informatie-uitwisseling met betrekking tot cybersecurity en cybercrime. CSR-advies 2017 nr 2. Beschikbaar via:?https://www.cybersecurityraad.nl/binaries/CSR-advies%202017%20nr.%202%20-%20Naar%20een%20landelijk%20dekkend%20stelsel%20van%20informatieknooppunten_tcm56-269317.pdf

[5]?Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC), 2018. ?ICT Response Board? ; ?Information Sharing and Analysis Centers (ISAC?s)?; en ?Weerbare Vitale Infrastructuur?. 2018. Beschikbaar via:?https://www.ncsc.nl/samenwerking/ict-response-board.html?en?https://www.ncsc.nl/samenwerking/isacs.html?en?https://www.nctv.nl/binaries/18.%20Factsheet%20Vitale%20Infrastructuur_tcm31-32336.pdf

[6]?Tweede Kamer, 2017. ?Beantwoording Kamervragen over zelfmoord ten gevolge van sexting?. April 2017. Referentie 1167229. Beschikbaar via:?https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2017/04/10/beantwoording-kamervragen-over-een-zelfmoord-ten-gevolge-van-sexting/beantwoording-kamervragen-over-een-zelfmoord-ten-gevolge-van-sexting.pdf

[7]?Gebaseerd op Wet Veiligheidsregio?s, ? 6., artikel 35

[8]?Vice News, 2015. ?How the Ashley Madison Hack Could Threaten People?s Lives?. Beschikbaar via:?https://news.vice.com/article/how-the-ashley-madison-hack-could-threaten-peoples-lives

[9]?Forum, VNO-NCW, 2016. Forum-onderzoek: nationale politie heeft ondernemers niets opgeleverd. En opiniestuk: Help, ik ben gehackt! D?t kun je dan verwachten van de politie. Beschikbaar via:?https://www.vno-ncw.nl/forum/forum-onderzoek-nationale-politie-heeft-ondernemers-niets-opgeleverd. En:?https://www.vno-ncw.nl/forum/help-ik-ben-gehackt-d%C3%ADt-kun-je-dan-verwachten-van-de-politie-0

[10]?VNO-NCW, 2018. ?Factsheet Digital Trust Centre (DTC)?. Maart 2018. Beschikbaar via:?https://www.vno-ncw.nl/meer-informatie/factsheet-digital-trust-centre-dtc

[11]?CERT staat voor Computer Emergency Response Team, en wordt ook wel CSIRT (Computer Security Incident Response Team) genoemd. Het zijn aparte organisaties of organisatieonderdelen die verantwoordelijk zijn voor het voorkomen, isoleren en mitigeren van computer- en informatiebeveiligingsincidenten in computers of netwerken. Daarmee wordt de beschikbaarheid van informatiestromen en diensten gegarandeerd. In Nederland hebben de vitale aanbieders vaak een eigen CERT/CSIRT. Daarnaast is er een nationale CERT/CSIRT voor de rijksoverheid: NCSC-NL. Zie ook:?https://www.cert.nl/

Bron: Tijdschrift voor de politie

Impact van beeld door Het Nieuwe Melden

Meldingen naar 112 en 0900-8844 worden nu nog telefonisch gedaan. Maar meldkamers in Nederland verwachten dat ze binnen vijf jaar met beelden uit meldingen zullen werken. Zegt een beeld meer dan duizend woorden, of resulteert beeld in een verkeerde weergave van een bepaalde situatie? Kan het tot verkeerde beslissingen leiden?

In de publicatie ?Wie kijkt er mee?” verkent TNO de impact van het melden met beelden door burgers bij meldkamers van hulpverleningsdiensten.

Beeld wordt doorgaans alleen gebruikt voor de opvolging van een melding en nog niet als een wezenlijk onderdeel van een (spoedeisende) melding. Hoe kun je dan toch effectief en verantwoord omgegaan met beeld? Hiervoor is een beschouwing nodig van de impact van beeld vanuit diverse invalshoeken: mens, organisatie, proces, technologie, wetgeving en ethiek.

Deze verkenning is een vervolg op de TNO publicatie van Het Nieuwe Melden veschenen in 2016. Hierin worden de nieuwe vormen van melden tot aan 2025 en die meldkamers op termijn drastisch kunnen veranderen, op een rij gezet. Zo is bijvoorbeeld het gebruik van apps om te communiceren met de meldkamer in opkomst. Daarom is het programma Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO) nu bezig met de ontwikkeling van een 112 app. Ook op sociale media is allerlei informatie te vinden. Deze kanalen kunnen in de toekomst misschien gebruikt worden als meldkanaal. De sterk toenemende rol beeld in de maatschappij heeft als gevolg dat we alles vastleggen via de smartphone en andere devices. Foto?s, filmpjes en real-time video?s delen we via sociale media.

Beeld is een overheersend element in socialemediatoepassingen. Het gebruik van beeld in het meldproces is een logisch gevolg van maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Niet alleen voor het meldkamerdomein, maar ook bij de politie, brandweer en ambulancezorg.

Wil je meer weten over melden met beeld? Download de publicatie ‘Wie kijkt er mee?’ Of bekijk het online:

[slideshare id=84628078&doc=107tnohnmbeeldonline-171221140013&type=d]

Live View

Het benutten van beelden is in de meldkamer is niet helemaal nieuw. Zo wordt al langer gebruik gemaakt van publieke en private camera?s om de omgeving te monitoren in cameratoezichtcentrales.

Met Live View kan de meldkamer van de politie rechtstreeks meekijken met de camerabeelden van een winkelier of horecaondernemer. Als een bedrijf zijn bewakingscamera heeft aangesloten bij een particuliere alarmcentrale, krijgt deze bij onraad via een (alarm)sensor een melding. Een beveiligingsmedewerker van de alarmcentrale kan vervolgens de beelden zien en alle gegevens en de live beelden desgewenst doorschakelen naar de meldkamer van de politie. Door de tussenkomst van de particuliere alarmcentrale ? de poortwachter ? wordt nodeloos uitrukken voorkomen. In de meldkamer kan vervolgens live worden meegekeken. De meldkamer kan ook vragen om (indien mogelijk) de camera te draaien, in te zoomen of een andere camera te activeren en de beelden daarvan te delen. Het aangeboden beeld wordt nu nog niet openomen en moet achteraf worden gevorderd. Beeld opvragen ? bijvoorbeeld ter verificatie van een gaand incident ? van camera?s onder regie van de politie is inmiddels gewoongoed. Voor beelden die zijn gemaakt in de niet-publieke ruimte is dit bewerkelijker.

Live View is oorspronkelijk ontworpen voor het verminderen van het aantal overvallen en het verhogen van het oplossingspercentage. Het is daarmee gericht op het vergroten van de heterdaadkracht. Het idee dat de politie rechtstreeks kan meekijken werkt tevens preventief. Live View is beschikbaar in alle 112-meldkamers en een aantal private bedrijven. Het wordt inmiddels gebruikt voor 112-waardige gebeurtenissen met (nu nog) de nadruk op politiegerelateerde incidenten.

De mens

De gevolgen voor betrokkenen bij een incident kunnen groot zijn. Omstanders en slachtoffers worden immers op beeld vastgelegd, en die informatie gaat alle kanten op. Maar zelfs een dader heeft recht op privacy. Beeld kan een enorme impact hebben op de professional in de meldkamer en de hulpverlener op straat. Beeld kan niet alleen heel schokkend zijn, het kan ook zorgen voor meer werklast. En wat is precies het effect van beeld op een goede besluitvorming?

Het belangrijkste doel van de centralist is zo snel mogelijk de juiste inzet te bepalen en de weg op te sturen. Kwaliteit EN snelheid dus. Snel communiceren met een persoonlijke focus kan heel goed met telefonie, zeker als je getraind bent om goed te luisteren. Na deze eerste fase volgt vaak een verdieping: ?Wat is er precies gebeurd??, waarin belangrijke details over de situatie aan bod komen. Deze complexe boodschappen zijn gemakkelijker over te brengen met een rijker medium.

Beeld kan betekenen dat centralisten zich op andere dingen richten dan ze nu doen in een telefoongesprek. Beeld kan positieve, maar ook negatieve gevolgen voor het meldproces hebben. Uit de cognitieve psychologie kennen we vele valkuilen, ook wel cognitive biases (denkfouten) genoemd, die een rol zouden kunnen spelen bij het introduceren van beeld in de meldkamer. Zoals:

  • Bizarreness effect:?Mensen onthouden verrassende informatie vaak beter.
  • Picture superiority effect:?Concepten uit beelden worden veelal beter onthouden dan concepten uit woorden.
  • Anchoring:?Mensen richten zich soms te sterk op ??n stuk informatie ? vaak datgene dat als eerst binnenkomt ? voor het nemen van een beslissing. Wat zegt dit over de timing van het invoegen van beeld in het meldproces?
  • Empathy gap:?Mensen zijn van nature geneigd de intensiteit van eigen gevoelens of die van de ander te onderschatten. Is het een idee om centralisten zelf te laten bepalen of ze een heftige afbeelding wel of niet willen zien?
  • Framing effect:?De manier waarop informatie wordt gepresenteerd kan be?nvloeden welke conclusies iemand trekt.

Het meldproces

We onderzoeken nu al de impact van beeld op het huidige 112-protocol. Beeld geeft namelijk niet alleen antwoorden, maar stelt ons ook in staat de juiste vragen te stellen. Past het 112 protocol zich aan op het beeld, of ontstaat er vanuit het protocol regie op het beeld? En is er nog wel een protocol mogelijk bij al die ongestructureerde grote hoeveelheden beelden die binnenkomen?

Een beeld zegt meer dan duizend woorden, en dus kan het voor de centralist tijd schelen om duidelijk te krijgen waar een melding over gaat. De centralist heeft zo misschien ook meer zekerheid over de verkregen informatie. Omdat beeld een universele taal is, is het uitermate geschikt voor meldingen door een grote doelgroep, waaronder anderstaligen. Het gebruik van beeld heeft echter ook nadelen. Doordat de drempel om te melden lager is, kan dit leiden tot nepmeldingen of misbruik. Bovendien kan beeldmateriaal worden gemanipuleerd of kan een melder oud beeldmateriaal gebruiken om te suggereren dat het om een actueel incident gaat. Verder kunnen heftige beelden grote impact hebben op de centralist zelf. Het bekijken van foto-en videomateriaal kan ook meer tijd kosten, omdat dit veel aandacht vraagt.

De overheid als organisatie

De overheid trekt zich terug. Ook moeten steeds minder mensen steeds meer doen. Dat vraagt om prioriteiten. De overheid zal dus keuzes moeten maken: welke taak is aan de overheid, en welke wordt belegd bij burgers en het bedrijfsleven? De samenwerking tussen de overheid, bedrijfsleven en burger zal hoe dan ook worden ge?ntensiveerd. Meer dan 97% van alle camera?s is in private handen. Met het internet der dingen wordt dat alleen maar meer. De rol en de taak van burgers, bedrijfsleven en overheid kan voor specifieke situaties in de toekomst verschuiven. Volgens de wetenschap kosten meer natuurlijke vormen van communicatie zoals beeldbellen minder energie. Ook zijn ze effectiever. Ofwel, hoe rijker het medium, hoe geschikter om een ingewikkelde boodschap over te brengen. Maar geldt dit ook voor de meldkamer? Centralisten en observanten zullen aan steeds hogere eisen moeten voldoen als ze gaan werken met beeld. Waar een centralist het nu alleen met audio moet doen, kan hij straks ook gebruikmaken van beelden. Een observant zal steeds meer camerabeelden moeten uitkijken, weliswaar geholpen door de techniek, maar door de explosieve toename van beschikbare beelden zal dit een blijvende uitdaging zijn. Er is dus regie op het aanbod nodig.

Technologie
Burgers en sensoren (camera?s) produceren enorme hoeveelheden beeld. Hoe kan de meldkamer die hoeveelheden verwerken en analyseren? Hoe gaan we dat technisch oplossen met internettechnologie? Het proces moet namelijk niet alleen snel en gemakkelijk zijn, maar ook betrouwbaar. ?No lost calls? wordt nu ?No lost data?.

Steeds meer hulpverleners, drones en voertuigen worden uitgerust met camera?s die beelden opnemen en streamen. De camera is een van de meest veelzijdige sensoren en zorgt in veel van die apparaten voor de mogelijkheid om te reageren op gebeurtenissen in de omgeving. Er zijn?allerlei technologie?n om beelden vast te leggen, te verwerken, verrijken, interpreteren of te cre?ren.

De ontwikkelingen in de technologie voor automatische en real-time interpretatie van beelden zitten momenteel in een stroomversnelling, omdat er steeds meer beelddata beschikbaar is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de detectie van afwijkend gedrag en het herkennen van sentimenten van een groep mensen of een enkel individu. Op basis van ?visuele intelligentie? die computers opbouwen uit grote beeldbanken is het mogelijk nieuwe visuele informatie te interpreteren en om te zetten in natuurlijke taal, zodat mensen de juiste beslissingen kunnen nemen voor opvolging.

Valse beelden

Beelden worden steeds vaker gemanipuleerd en zullen de meldkamer binnenkomen. Een neptoespraak van president Trump op Facebook is grappig, maar iemand anders kan dezelfde technologie gebruiken om diens reputatie te beschadigen en een crisis te veroorzaken. Manipulatietechnieken die vroeger alleen haalbaar waren voor experts, kunnen zomaar als app beschikbaar komen voor het grote publiek. Iedereen kan dan iemand anders ouder laten lijken (Face-app), de toespraak van een bekend persoon manipuleren (Stanfords Face2Face) of een schilderij maken (deepart.io). En dat terwijl deze geavanceerde technologie nog maar net is ontwikkeld. Iedereen kan nu met ?deep learning?-algoritmes zijn eigen huis schilderen in de stijl van van Gogh. De toekomst van manipulatiedetectie voorspellen is daarom lastig.

Nu is het nog eenvoudig om bepaalde manipulaties te detecteren, omdat de populaire tools zijn gebaseerd op duidelijk zichtbare eigenschappen in het beeld. Maar de detectiestrategie?n zijn te omzeilen. Het is vooral moeilijk te voorspellen wanneer de noodzakelijke tegenmaatregelen ? tools voor in de meldkamers, voor journalisten en voor burgers ? beschikbaar komen en andersom, in welke mate kwaadwillenden gebruik gaan maken van dergelijke geavanceerde technieken.

Toch is de mens nog hard nodig in duiding van beelden, want computers en Artificial Intelligence gebruiken rekenregels die meestal uitgaan van situaties uit het verleden. Daarom worden in de humanitaire hulp zogenaamde crisismappers en andere digitale hulpverleners massaal ingezet om foto?s te taggen of op een kaartje te plotten. Een voorbeeld hiervan is het platform CrowdCrafting, dat dient om burgers te vragen berichtgeving, bijvoorbeeld op de sociale media of beelden van drones, uit een rampgebied nader te duiden.

Wetgeving

Voor het melden met beeld gelden dezelfde regels als voor gegevensverzameling in het algemeen. Er is in principe geen onderscheid in het soort beeld: foto, video of real-time streaming. Voor stelselmatig opnemen gelden andere regels dan voor incidentele beelden die op de meldkamer binnenkomen. Ook burgers en bedrijven mogen niet zomaar de hele dag in de openbare ruimte, nog los van de vraag of het ethisch wel klopt om anderen herkenbaar vast te leggen en die beelden te delen. Voor het gebruik van de ontvangen informatie zijn minder regels van toepassing, mits die informatie verkregen is voor een duidelijk doel.

Ethiek

Er is met het benutten van beeld van alles mogelijk. Maar wat is wenselijk? Hoe kan het gebruik van beeld bijdragen aan een vrije, rechtvaardige en open samenleving? Er zijn drie kernwaarden die in gevaar kunnen komen bij het gebruik van beeld, namelijk: vrijheid, gelijkwaardigheid en verantwoordelijkheid.

Op maatschappelijk niveau speelt de privacy door de drie kernwaarden heen. Als iemand mij op straat filmt of fotografeert kan dat tot privacybezwaren leiden en kan ik me minder vrij voelen. Als een algoritme mensen op basis van foto?s in bepaalde categorie?n indeelt kan dat leiden tot discriminatie. Als de politie allerlei databronnen met elkaar koppelt zal men dat moeten kunnen uitleggen, en daarover verantwoording afleggen.

Overigens ervaren we privacy steeds anders. Achter de voordeur willen we volledige privacy, tenzij we in nood verkeren, dan mogen hulpdiensten zomaar binnenkomen. Zodra we op straat komen leveren we privacy in. Bij veiligheidscontroles op het vliegveld leveren we veel privacy in voor de veiligheid. Privacy is dus dynamisch en contextafhankelijk.

We willen dat organisaties verantwoording kunnen afleggen over hun manier van werken (accountability), en we verwachten transparantie. Meldingen komen nu nog binnen via de telefoon. De centralist vraagt uit via een protocol en kan op een scherm aantekeningen maken en bronnen raadplegen. Met beeld verandert dat. De centralist moet dan ook de binnenkomende beelden interpreteren. Hoe snel en nauwkeurig moet dat en hoe is dat in een protocol te vatten? Ze moeten dus afwegingen maken: snelheid versus nauwkeurigheid, privacy versus veiligheid.

Beeldenstorm

In 2025 is het de gewoonste zaak van de wereld om op allerlei manieren met beeld te communiceren. Dat wordt nu ook al volop gedaan. Facebook, YouTube, Instagram en Snapchat zijn voorbeelden waarmee jong en oud elkaar informeren met stilstaand en bewegend beeld.

In de TNO publicatie zijn voor een viertal totaal verschillende leefwerelden incidentscenario?s ontwikkeld waaruit consequenties voor beleid, uitvoering en burgers zijn uitgewerkt. Deze vier geschetste toekomstvisies leiden tot prioriteiten waar altijd rekening mee moet worden gehouden (zogenaamde ?no regrets?). Deze zijn in de tijd geplaatst vormen daarmee een roadmap. Gekoppeld hieraan zijn er een aantal dilemma?s die te vertalen zijn in beleidskeuzes voor hoe de overheid zich in de toekomst wil ontwikkelen. ?De roadmap is daarmee geen eindpunt, maar slechts een begin: het is een eerste aanzet in het beleidsproces, een discussie met als doel de complexiteit te reduceren tot een iteratief/incrementeel innovatieplan, om daarmee de menselijke maat te waarborgen in het innovatieproces.

Er is veel behoefte aan experimenten die verder gaan dan het oude reactieve handelen binnen meldkamers. Als meldkamers straks een permanent beeld hebben, in letterlijke en figuurlijke zin, kunnen we dan ook situaties vroegtijdig signaleren of voorkomen? Beeld kan helpen om de noodzakelijke transitie binnen de meldkamer te realiseren. Van reactief naar proactief en misschien zelfs preventief. En als dit kan, hoe ziet de meldkamer er dan uit? Welke keuzes moet je vandaag maken om voorbereid te zijn op morgen? Alleen door te leren en te experimenten kunnen we de juiste richting bepalen.

Deze verkenning met diverse vormen van impact, de visies uit de leefwerelden en de roadmap vormen belangrijke input voor de huidige beleidsvorming van de overheid.

Bron: TNO

App112

app112

Binnen twee weken wordt de app 112 gelanceerd, die het onder meer mogelijk maakt de hulpdiensten te bereiken via chat. Dat antwoordde minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) op een schriftelijke vraag van CD&V-Kamerlid Jef Van den Bergh. ?Vanaf eind maart kunnen Belgen de hulpdiensten bereiken via een nieuwe smartphone-app, App112. De app bepaalt via GPS je locatie, zodat hulptroepen weten waar ze moeten zijn. App112 is vooral een oplossing voor doven, slechthorenden en mensen met een spraakprobleem die niet goed in staat zijn om een telefoongesprek te voeren.

Belgische alarmcentrale via App112

Het lijkt misschien een maf idee: een brand of andere noodsituatie melden door te chatten. In zo?n geval pak je toch gewoon de telefoon om 112 te bellen? Maar voor sommige mensen is dat lastig en de Belgen hebben daar nu iets op gevonden. Je kunt op meerdere manieren communiceren met de noodcentrales: via sms, e-mail en chat. Volgens CD&V-Kamerlid Jef Van den Bergh heeft de app voordelen voor iedereen. Binnen het veiligheidscommunicatienetwerk Astrid wordt al langer gewerkt aan een applicatie voor smartphones waarmee iemand in nood in realtime kan chatten met de hulpverleners. Eind vorig jaar werd de technologie ter beschikking gesteld van een testpubliek. De app is niet enkel nuttig voor mensen met een beperking, maar bijvoorbeeld ook in een situatie waarin niet kan worden gepraat, zoals een bankoverval of een inbraak. Via de app kan ook een spraakoproep worden uitgevoerd en dan wordt bijvoorbeeld automatisch de identiteit en de locatie van de oproeper doorgestuurd. In sommige gevallen kent de oproeper immers niet de exacte locatie waar hij zich bevindt of is er verwarring over de plaats waar de hulpdiensten naartoe moeten. Personen met een beperking kunnen daarnaast nog steeds sms’en naar de hulpdiensten.



Als je wilt kun je ook meteen specifieke informatie in de app zetten, zoals bloedgroep of medische achtergrond. De hulpdiensten kunnen dan meteen rekening ermee houden als ze bijvoorbeeld moeten uitrukken voor een hartaanval.

Bronnen: Knack, iCulture,

App: 911 Bot

911bot0

Onmiddellijk Facebook gebruiken in de nasleep van een vreselijk ongeluk is eigenlijk best een beetje raar, maar een nieuwe Facebook Messenger-bot?wil dat voorgoed veranderen. De 911bot, die zichzelf aanprijst?als “de enige bot die levens redt”, werd ontwikkeld op een TechCrunch Hackathon, en is zo ontworpen dat heel eenvoudig wordt om verbindingen te maken met mensen?die de noodhulpdiensten nodig hebben.

Interessant wordt ook de vraag: Wil je echt met tekst en een robot contact hebben of toch gewoon liever 911 of 112 bellen om met echte mensen te praten die ervoor zijn?opgeleid om bij elke vorm van nood te handelen? Het idee van de bot is dat het tijd bespaart in het contact, door onder andere de locatie meteen door te sturen, terwijl het heel snel allerlei nuttige adviezen?over beademing en noodhulp deelt. Dit lijkt een goed idee, maar de realiteit is nu nog dat de bot u allerlei vragen moet stellen voordat u wordt doorverbonden naar een?live-operator. In sommige staten uit de VS is dat misschien beter dan niets. Bekijk onderstaand filmpje eens dat dit op ludieke wijze onder de aandacht brengt:

Daarnaast?moet je je natuurlijk afvragen of je wilt dat Facebook dergelijke intieme details van een noodmelding zou moeten kennen…

911bot3911bot1911bot2providedetails911bot4

 

Bronnen: Vocativ, 911 bot online, TechCrunch

Modernisering 112 meldproces: bellen we over 10 jaar nog?

Meldproces_Duiden

Onderstaand artikel van Jolanda Haven werd eerder gepubliceerd in?Brand & Brandweer, editie juli/augustus 2016.

Welke nieuwe manieren van melden zijn er al en welke ontstaan in de toekomst? TNO deed onderzoek naar de modernisering van het 112-meldproces en schreef de roadmap Het nieuwe melden op basis van onderzoek, trends en ontwikkelingen. Bellen we over tien jaar nog met?de meldkamer? Ja en nee. Tegelijkertijd stelt Arnout de Vries van TNO dat de meldkamer over twintig jaar vrijwel overbodig is geworden.

We Whatsappen en gebruiken Skype of FaceTime?om met elkaar te videobellen. Instagram zetten we vol met foto?s en als we op een festival zijn, delen we de locatie. Op tal van manieren kun je met elkaar in contact komen. Toch kun je in geval van nood nog niet via een app melding maken van een spoedeisend incident, chatten met de meldkamer of foto?s sturen van de situatie waarin je je bevindt of je locatie doorgeven. We bellen. En dat zal over een aantal jaar nog steeds zo zijn. Bellen is een krachtig middel, vol?gens De Vries van TNO, maar dan wel aangevuld of deels vervan?gen door andere middelen. ?Er zijn ook situaties waarin het niet mogelijk is om te bellen. Ook voor doven en slechthorenden moet er een alternatief zijn voor het bellen met de meldkamer.?

Toekomstverkenning

TNO stelde de roadmap Het nieuwe melden op met daarin de te nemen stappen om vernieuwende manieren van interactie tussen burger en overheid bij incidenten mogelijk te maken. Het ministerie van Veiligheid en Justitie, de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) en politie hebben TNO gevraagd waar zij reke?ning mee moeten houden bij het moderniseren van het meld- proces. Welke nieuwe manieren van melden zijn er al en welke ontstaan in de toekomst? Welke kansen biedt dat? Hoe integreer je dat in toekomstbestendig beleid? De Vries: ?Om deze vragen te beantwoorden heeft een team experts een roadmap 2025 voor het meldkamer- en politiedomein ontwikkeld.? Aan de hand van toekomstverkenningen beschrijven zij welke stappen gezet moe?ten worden om vernieuwende manieren van melden mogelijk te maken. Wie wil je zijn in 2025 en in welke wereld leven we dan? Welke keuzes maak je? Om tot een visie te komen heeft TNO trends en ontwikkelingen geanalyseerd.

112 app

Burgers gaan er volgens De Vries vanuit dat de meldkamers beschikken over alle relevante informatie rondom een incident. ?Zover is het nog niet. De ICT-systemen, processen en organisatie zijn daar onvoldoende op ingericht. Daarom kun je de meldka?mer ook nog niet bereiken via een 112-app. De technologie is er. Nederland is koploper als het gaat om goede telecommunicatie en internet. We hebben een robuuste infrastructuur en je kunt een app en belfunctie prima met elkaar combineren, maar organi?satorisch zijn we nog niet zover. Er zijn zoveel mogelijkheden en opties. Daar moet eerst over worden nagedacht voordat je dat kunt toepassen. Ook in de wetgeving.? Andere landen zoals Spanje zijn iets verder op dat gebied. Zij hebben een app, daarmee kun je al videobellen en chatten met de meldkamer.

Leefwerelden

Aan de hand van vier toekomstige leefwerelden verkent de road?map welke stappen op korte en lange termijn nodig zijn om het nieuwe melden mogelijk te maken en te laten aansluiten op de beleving en verwachtingen van de burger. De eerste leefwereld is budget. De Vries: ‘Dat is de wereld waar we ons nu in bevinden. De burger volgt de overheid. Die zorgt op haar beurt dat er in de basis?behoefte kan worden voorzien. Je belt de meldkamer en die zorgt dat de juiste hulpdiensten op pad worden gestuurd.? Betrouwbaar, robuust en effici?nt. Niks meer, niks minder.

‘De meldkamer zoals we hem nu kennen verdwijnt’?

De tweede leefwereld is avontuur. Dat is de wereld met innova?tieve burgers. Ze hebben lef, zijn continu op zoek naar vernieu?wing, uitdaging en fun. ‘Zij gebruiken de nieuwste gadgets en kunnen tijdens een incident bijvoorbeeld live streamen?, aldus De Vries. ?Processen en systemen moeten worden afgestemd op de voorkeuren.? De derde wereld is comfort. Gemak dient de mens. Burgers worden in de watten gelegd met uitstekende dienstver?lening. KLM is volgens De Vries een goed voorbeeld van comfort. ‘Zij bieden allerlei handvaten om het de burger zo comfortabel mogelijk te maken. Bij comfort draait het om slimme technieken die problemen signaleren en zelf melding maken. Vergelijk het met automatische meldingen naar de meldkamer na bijvoorbeeld een auto-ongeval. Of dat technieken onvolkomenheden signale?ren zoals hartfalen en de burger daarop wordt geattendeerd. Het gaat om slimme, snelle en effici?nte dienstverlening op maat.? Bij de leefwereld comfort moet samengewerkt worden met externe, private partijen om dit mogelijk te maken. Duurzaam is de vierde leefwereld. ?Interactie met burgers staat centraal?, vervolgt De Vries. ?Het zijn geen individuen, maar groepen. Burgers willen eerst zelf problemen oplossen. Ofwel samenredzaamheid. Ze zijn betrokken en de sociale cohesie is groot. Pas wanneer ze het probleem niet kunnen oplossen zullen hulpdiensten worden inge?schakeld. Ze willen dan niet aan de kant worden geschoven, maar het liefst ook een rol spelen in de dienstverlening.? De samenleving beslaat al deze vier leefwerelden. Er zal een ver?schuiving plaatsvinden van budget naar de andere drie werelden. Hoe ver ga je daarin? Kijkend naar de leefwereld comfort zou dat kunnen betekenen dat wanneer je betrokken bent bij een aanrij?ding, je van de meldkamer wordt doorgeschakeld naar je verze?keringsmaatschappij om de schade te melden en af te handelen. Bij comfort is er meer aandacht voor de omgeving die indirect ook slachtoffer zijn van een incident.

Innovatieslag

Om de roadmap te realiseren is het nodig om te experimenteren, te innoveren, te verbinden en samen te werken met burgers en bedrijfsleven. De Vries: ?Burgers denken namelijk dat de meld?kamer weet waar je bent als je belt. Dat is lang niet altijd zo. Laat meldkamers experimenteren met deze nieuwe techniek. Door de ontwikkeling van de LMO is er weinig ruimte voor innovatie en lokale experimenten. Er verandert al veel in de huidige situatie. Er wordt gebouwd aan een groot robuust ?huis?, maar meldkamers willen er graag een paar ?schuurtjes? bij. Maatwerk. Je zou speer?punten voor de modernisering prima onderling kunnen verdelen en de LMO de samenhang daarvan laten bewaken. Ieder gebied heeft haar eigen wensen Je moet ergens beginnen.?

Meldkamer overbodig

In de toekomst zal de meldkamer volgens De Vries grotendeels overbodig worden. ?Dan spreken we over een termijn van twintig?jaar. Er zullen altijd mensen nodig zijn om een incident goed te duiden, maar de meldkamer zoals we hem nu kennen, verdwijnt. Door slimme technologische ontwikkelingen kunnen we burgers via systemen direct aan hulpverleners koppelen. Je kunt het ver?gelijken met het Uber-model. Daarmee is de taxicentrale eigenlijk overbodig geworden want via de Uber-app kun je eenvoudig een taxi bestellen.’

‘Laat meldkamers experimenteren met nieuwe techniek’?

TNO heeft bij het opstellen van de roadmap nauw samengewerkt met het ministerie van Veiligheid en Justitie, de politie en de LMO. De visie is aangeboden aan de Tweede Kamer. De Vries: ‘Het document wordt breed gedragen, dus ik verwacht dat op korte termijn actie wordt ondernomen om de meldkamerprocessen te moderniseren.? ?

[slideshare id=65044293&doc=modernisering112meldprocesbellenweovertienjaarnog-160816134831&type=d]

[slideshare id=59600264&doc=hetnieuwemelden-160315191155&type=d]

De virtuele wijkagent: haalbaar of niet?

image-5712455

Agenten die handhaven op de digitale straat. Is dat haalbaar of niet?

Burgemeester Paul Depla van Breda is van mening dat zijn stad een virtuele wijkagent nodig heeft om zo ook het leven dat zich online afspeelt in de gaten te houden. Maar hoe kan dat worden vormgegeven? Klopt het dat deze online wijkagent signalen kan oppikken die anders niet worden opgemerkt? Wordt de informatiepositie van de politie beter wanneer zij ook virtuele wijkagenten inzet?

bais politiezorg

Handhaving op internet

?Begin eens met de wet handhaven op dat vrije internet?, zo luidt de titel van een artikel uit het NRC. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werden in 2014 een op de negen Nederlanders slachtoffer van cybercrime; 0,8% van de Nederlanders kreeg te maken met identiteitsfraude, 3,5% kreeg te maken met koop- en verkoopfraude en 5,2% kreeg te maken met een?hack?(inbraak) op computer, smartphone, e-mailaccount of website. Door de steeds beter wordende internetverbinding, het feit dat 98% van de huishoudens verbonden is met het internet, door het online gaan met smartphones en tablets (75% van de bevolking heeft een smartphone of tablet) en het gebruik van computers en laptops digitaliseert de samenleving. Doordat steeds meer mensen online zijn verspreiden de veiligheidsproblemen zich ook op het internet. Digitale apparatuur en informatie is kwetsbaar en kan worden misbruikt. ?Cybercrime neemt hand over hand toe‘. Het NCSC schrijft: ??Het aantal experts, de kennis en de middelen moeten dito toenemen, willen we het gevecht winnen en de ICT-veiligheid kunnen garanderen??. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) heeft als taak Nederland weerbaarder te maken op internet. Maar wie doet de online handhaving van veiligheid?

Wat is de rol van de politie?

Henk van Essen, lid van de korpsleiding van de Nationale Politie, zei in het politiedebat van 18 november 2015 op de politieacademie: ??Wat is nou de rol van politie in de digitale wereld? Wat kan je van ons wel verwachten en wat kan je van ons niet verwachten. Het is fair om te zeggen dat we daar nog geen antwoord op hebben op dit moment.? Wanneer je zou zeggen dat die rol er wel is voor de politie en je je voorstelt dat deze rol handhaving betreft, dan kan dit onderzoek van pas komen. Diverse partijen, zowel de politie als private partijen, zien de noodzaak in tot het optreden op internet. De politie is aan het onderzoeken hoe zij meer en beter aanwezig kan zijn op het internet. Private partijen ontwikkelen software, geven beveiligingsadviezen en stellen middelen ter beschikking aan de politie. En eindgebruikers, zoals burgers, letten een beetje op elkaar.

Wanneer het gaat over online handhaving is het ook de vraag of de politie de aangewezen partij is om te handhaven op internet. De politie heeft diverse specialistische teams die zich op het internet begeven, maar de specialistische teams hebben veel minder kennis van wat zich op lokaal niveau afspeelt dan de basis politiezorg. Het internet kent vele spelers en eigenaren. Vrijwel iedereen in Nederland heeft toegang tot het internet, maar vrijwel alle websites staan op private servers van serviceproviders. Het internet is dus deels een publieke en deels een private ruimte. De politie is primair verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid. Om de specialistische teams te ondersteunen met, zoals voor dit onderzoek is gekozen, de online handhaving, wordt in dit onderzoek gefocust op de online handhaving in de basis politiezorg. Pieter Jaap Aalbersberg, korpschef van Amsterdam, heeft tegen de eerder genoemde Henk van Essen gezegd: ??ik heb in mijn organisatie 82 personen binnen de BPZ werken met een afgeronde HBO-opleiding?. Er zit veel kennis in de basis politiezorg van korps Amsterdam en zij hebben ook lokale kennis. Deze combinatie zou goed benut kunnen worden. De manier waarop dat kan plaatsvinden zou kunnen blijken uit dit onderzoek.

Onderzoek?handhaving van de openbare orde en veiligheid op internet

Het onderwerp van dit onderzoek is: ?handhaving op internet door de basis politiezorg?. Doordat steeds meer mensen online zijn verspreiden de veiligheidsproblemen zich ook naar het internet. In 2014 werden 1 op de 9 Nederlanders slachtoffer van cybercrime. Er is al veel bekend en onderzocht over (online) opsporing, maar het thema (online) handhaving wordt vaak vergeten. Wanneer het over online handhaving gaat is het de vraag of de politie de aangewezen partij is om te handhaven op internet. Aangezien er nog geen wetenschappelijke onderzoeken zijn die zich richten op deze preventieve kant van de basis politiezorg online,? richt dit onderzoek zich daarop. Het doel daarbij is om inzicht te bieden in de mate waarin agenten in de basis politiezorg in staat zijn om te handhaven op internet en welke mogelijkheden er zijn om de handhaving op internet te bevorderen. Het externe doel is daarbij om kaders te bieden waarbinnen deze handhaving kan plaatsvinden, voor zover het mogelijk is om die kaders te schetsen. De vragen die moeten bijdragen aan het bereiken van deze doelstelling gaan over: offline handhavingstaken en de vertaling daarvan naar online handhavingstaken, het juridische kader waarbinnen handhaving op internet zich kan afspelen, welke best practices en knelpunten er al bekend zijn, welke vaardigheden de agent moet hebben en welke kennis en middelen daar voor nodig zijn. Tot slot is bekeken in hoeverre private partijen een rol kunnen spelen in de handhaving op internet.

politie-twitter-150x150

Reguliere handhavingstaken

Onder de basis politiezorg vallen alle politietaken die niet apart zijn ondergebracht bij specialistische politieonderdelen. Een van de voornaamste taken van de basis politiezorg is het handhaven van de openbare orde onder het gezag van de burgemeester. De agenten in de basis politiezorg werken in verschillende functies. Het doel bij de dagelijkse werkzaamheden van de politie is het verbeteren van de informatiepositie, het de-escalerend optreden bij conflicten en het aangeven van kaders omtrent de openbare orde. De opsporing wijkt daar vanaf, aangezien de politie in dat kader onder het gezag van de officier van justitie valt en als doel heeft om strafvorderlijke beslissingen te ondersteunen. Handhaving is iedere actie die erop gericht is de naleving van het bij of krachtens wet- en regelgeving geldende recht te bevorderen en te bewerkstelligen. De offline handhavingstaken bestaan volgens respondenten uit het leefbaar houden van de wijk, het handhaven van de openbare orde en het bijsturen van gedrag of het uitdelen van boetes wanneer mensen zich niet aan de regels houden. Online kan dat mogelijk net zo plaatsvinden maar dan op digitale plekken. Echter, op het internet kan een agent zich niet net zo identificeren als op straat. Daarnaast kan worden afgevraagd of het internet onder de publieke ruimte valt. Online handhaving kan worden ingezet als instrument, maar kan daarnaast ook worden ingezet als middel tegen online overtredingen zonder dat deze gepaard gaat met een actie op de fysieke straat.

Bevoegdheden en wet- en regelgeving

Alle agenten moeten zich houden aan de politiewet. De politiewet is een aanvulling op het wetboek van strafvordering. In deze wetten is de opsporing strikter vastgelegd dan de handhaving. Opsporing mag alleen worden gedaan door een opsporingsambtenaar. Wettelijk gezien bedient de burgemeester zich bij het handhaven van de openbare orde van de politie. Dat is tevens vastgelegd in de politiewet en de gemeentewet. De burgemeester heeft hiervoor een aantal bevoegdheden. Of hij die online kan, mag en gaat gebruiken is nog veel discussie. Daarnaast is nog steeds onduidelijkheid over wat de agent wel en niet mag op het internet. Daarop heeft het Openbaar Ministerie een matrix opgesteld die in maart 2016 is verspreid binnen de politie. Daarin staat per actie aangegeven welke bevoegdheid de agent al heeft en/of moet vragen. De vraag is of de kaders online wel of niet anders zijn, of zouden moeten zijn, dan op straat. Kan de scope van het Wetboek van Strafvordering gezien de ontwikkelingen en de samenleving worden geprojecteerd op de digitale straat?

ruben1

Online handhaving binnen de politie

Binnen de politie zijn verschillende onderdelen die zich op het internet richten en betrekking hebben op handhaving. Deze onderdelen zijn het Crisis Communicatie Team, het Open Source Intelligence Team, het Real Time Intelligence Center en wijkagenten en jeugdagenten die actief zijn op social media. Daarnaast maakt het communicatieteam van iedere politie-eenheid ook gebruik van het internet. Deze onderdelen van de politie gebruiken internet met name voor berichtgeving en voor hun eigen informatievoorziening. Daarvoor gebruiken zij programma’s die het internet scannen op trefwoorden. Een overkoepelend onderdeel binnen de politie is de Dienst Regionale Informatie Organisatie. Daar komt vrijwel alle regionale informatie van alle politieonderdelen bijeen. Zij hebben ook de bevoegdheid om de informatie van de verschillende? politieonderdelen in te zien.

De politie heeft enkele goede ervaringen met het gebruik van internet in de vorm van handhaving. De politie in Groningen kreeg via een social media monitoringprogramma een twitterbericht te zien waarin stond dat iemand het aanstaande Sinterklaasfeest wilde verstoren. Daarop heeft de politie gereageerd. De persoon in kwestie had geen reactie verwacht en bood zijn excuses aan. Daarnaast blijkt het effect van het gebruik van social media bij evenementen groot. De informatie-inwinning, het managen van grote groepen mensen (crowd control) en het geven van voorlichting zijn daarbij erg belangrijk.

Tegenover goede ervaringen staan ook knelpunten. en slechte ervaringen, omdat een online actieve politie ook kwetsbaar is. De politie is nog terughoudend met het gebruik van internet. Online zijn is nieuw voor de oudere agenten en protocollen zijn onvoldoende aanwezig binnen de eenheid of de agent weet niet van het bestaan van de protocollen. Doordat er geen speciale internetpolitie is moeten agenten uit de basis politiezorg deze taken ook deels op zich nemen. Momenteel wordt dat nog niet gedaan volgens een vastomlijnd kader. De ene agent is erg actief op het internet en de andere agent maakt vrijwel geen gebruik van internet. Tot slot is de politie erg geori?nteerd op het zenden van informatie. Het ontvangen van informatie en het verwerken van informatie behoeft een grote verbeterslag. Daarbij gaat het zowel om informatie vanuit internet- en social media monitoring programma?s als om de algemene interactie met de burger.

Kennis, vaardigheden en middelen

Er zijn voor de politie cursussen en workshops beschikbaar die ondersteuning bieden aan agenten om actief te zijn op social media, zoals cursussen in het effectief zoeken op internet. Deze cursussen hebben tot doel om de agenten bekwamer te maken in het gebruik van internet als communicatiemiddel en handhavingsmiddel of gecombineerd. Deze cursussen en workshops zijn voor iedereen opgenomen in de politieopleiding, maar veel van de huidige agenten hebben die daarom nog niet gehad. Zij kunnen bijgeschoold worden na een aanvraag voor een cursus of workshop. Om goed met internet te kunnen werken is het belangrijk om expertise binnen de politiebureaus te hebben. Agenten worden steeds meer uitgerust met een smartphone waarmee zij veel zaken op en via internet kunnen regelen. Zo kunnen zij op social media, maar ook kunnen zij politiesystemen raadplegen en een bekeuring uitschrijven zonder dat zij daarvoor een computer nodig hebben. Er is op het intranet van de politie uitleg gegeven over het opzetten van een twitteraccount en waar het twitteraccount exact aan moet voldoen. Om kennis en middelen om te zetten naar vaardigheden en deze ook daadwerkelijk toe te passen is een goede scholing nodig. Aangezien nog niet iedere agent deze scholing heeft gehad en/of iets doet met de scholing op het gebied van social media bij het uitvoeren van de alledaagse werkzaamheden, is het lastig om handhaving op internet te bewerkstelligen.

Private partijen

De politie werkt op specialistisch niveau samen met private partijen zoals Facebook, Twitter, ICT bedrijven en internet service providers. Daarbij wordt zowel aan handhaving als aan de bestrijding en opsporing van cybercrime gedaan.? De handhaving die hier wordt uitgevoerd betreft het verwijderen van account wanneer personen zich niet aan de regels van de website houdt. Ook waarschuwt facebook een gebruiker wanneer deze zich niet houdt aan de door haar gestelde regels.

Bij evenementen wordt veel gebruik gemaakt van social media. Daarbij werken private partijen (organisatoren van evenementen) veel samen met de communicatieteams van de politie. Daar zijn voornamelijk bij de bevrijdingsfestivals van 2015 in Nederland goed successen mee geboekt.

Aanbevelingen

Het is aanbevolen om landelijk ??n beleid te voeren op het gebied van opleiding en gebruik van social media. Daarnaast is het belangrijk om de kennis van nieuw ingestroomde agenten op het gebied van social media te benutten en in te zetten om het kennisniveau van de oudere agenten te verhogen. Tot slot moet er meer samen worden gewerkt tussen private partijen en de politie, zonder dat de private partijen de handhaving uitvoeren in plaats van de politie. De daadwerkelijke uitvoering van de handhaving zou idealiter moeten plaatsvinden door de politie, waarbij de private partijen de informatie aanleveren voor de politie. Door samen te werken op het gebied van informatie vergaren en verwerken kan de politie effectiever zijn.

Aangezien dit onderzoek niet alle aspecten kan belichten van de handhaving op internet is het belangrijk om bepaalde aspecten nader te onderzoeken. Bijvoorbeeld of de agent zich online ook moet identificeren en zo ja, hoe hij dat moet doen. Tevens is het belangrijk om de wijzigingen die aanstaande zijn in het wetboek van strafvordering te volgen. Ook de resultaten van een onderzoek over de bestuurlijke bevoegdheden van de burgemeester op internet en een matrix/schema van het openbaar ministerie over de bevoegdheden van de agent op internet zijn waardevolle aanvullingen op dit onderzoek. Tot slot zou onderzoek moeten worden gedaan naar het opzetten van een social media team per robuust basisteam.

ruben2

Lees en/of download hieronder het hele rapport:

[slideshare id=63048046&doc=tno-2016-s10720-160614115614&type=d]

Bronnen: TNO

Digital Humanitarians & Digital Sherlocks (deel 2/2)

Dit is het?tweede, en laatste deel van onze boekbespreking??Digital Humanitarians ? How Big Data is changing the face of humanitarian response? geschreven door?Patrick Meier. Het boek is werkelijk een?aanrader voor elke crisisbeheersingsprofessional of humanitaire hulpverlener, maar ook elke amateur (of Pro-Am) die op een positieve manier wil bijdragen aan?incidenten en crises?waar ook ter wereld. Veel van de principes die wij ook al tijden aanhangen worden besproken, zij het in een iets andere?context van humanitaire hulp en crisisbeheersing. Maar zeer veel is toepasbaar voor opsporing en misdaadbestrijding. Daarom een uitgebreid blog met geleerde lessen.

We bespreken kort een tiental?interessante cases waarin duidelijk wordt wat de kracht van open informatie, tools en kennis van velen kan brengen om misstanden aan de kaak te stellen en crises in kaart te brengen. Hoe het kan werken als marktplaats waarin vraag en aanbod slim wordt gekoppeld, maar ook hoe lastig het kan zijn om grote hoeveelheden data goed?te vinden, valideren en verwerken.

Tenslotte ronden we af met de boodschap die Patrick wil meegeven om er in de toekomst beter mee om te gaan: een slimme combinatie van computers en mensen (crowd-computing), tezamen met vooruitstrevend beleid en leiderschap van organisaties tot effectieve en effici?nte hulpverlening kan helpen. Naar onze bescheiden mening geldt dit voor Big Crisis Data, maar ook voor Big Crime Data.

Case 1: Wapeneigenaren in kaart gebracht

Op 23 december 2012 plaatste de New Yorkse krant The Journal News een kaart online met daarop alle wapeneigenaren uit het grootstedelijke New York (zo?n 33 duizend mensen) met naam, adres en woonplaats. Het idee voor de Gun Owner Next Door ontstond na de schietpartij op de basisschool Sandy Hook in Newtown, Connecticut van een paar weken eerder. De informatie op de kaart was publieke informatie en werd in een paar weken miljoenen keren bekeken. Maar de kritiek die volgde werd enorm.

E?n van de problemen was dat je op de kaart ook de adressen kon vinden van politieagenten of gevangenisbewaarders. Criminelen gebruikten deze kaart dan ook om hen te bedreigen. Ook het plannen van overvallen of inbraken werd hiermee een stuk eenvoudiger: je kon eenvoudig adressen uitzoeken waar je niet het risico liep om neergeschoten te worden of je was juist op zoek naar een wapen (met een straatwaarde van enkele honderden euro?s). Maar er waren meer redenen. Ook burgers die geen wapen hadden voelden zich extra kwetsbaar door het delen van de kaart. Iemand zei het treffend: ? Ik heb nooit een wapen gehad, maar nu heb ik geen keus meer?. Ik ben onderkend als iemand die geen wapen in huis heeft, en ik zal alles, echt alles, doen om mijn familie te beschermen?.

Gun Owner Next Door

Ook de journalisten die de kaart hadden gedeeld werden met de dood bedreigd en kregen (bewapende) bewaking. Zo werd er ook een kaart gemaakt met de NAW gegevens van deze journalisten en wat achtergronden van ze, zoals waar hun kinderen op school zaten. Er kwamen veel verdachte pakketjes met poeder binnen op de nieuwsredactie (gelukkig allemaal onschuldig).

Na een paar weken haalde de krant de kaart van het internet die, naar later bleek, ontzettend veel fouten bevatte omdat?de gegevens van de wapenregistratie deels onjuist waren.?Deze journalisten deden niets illegaals, omdat ze gebruik maakten van publiek beschikbare data. Toch laat de casus laat zien dat er ook een ethische norm is, er misbruik gemaakt kan worden van data, en het (soms onverwachte) vervelende gevolgen kan hebben.

Case 2: Grote branden en verkiezingen in Rusland

Slechts 4% van de Russen zegt de staatsmedia te vertrouwen. Nieuwsgaring is daardoor lastig en vaak niet te vertrouwen. Tijdens de grote branden in Rusland wilde Gregory Asmolov een soort Match.com kaart maken waarin vraag en aanbod aan elkaar gekoppeld werd. Meer dan 100.000 unieke gebruikers hielpen met de kaart die een kwart miljoen kijkers trok. Op een Russisch blog stond: ” Zonder opdracht, zonder echte stimulans en niet voor de roem, gingen mensen de taken van de staat overnemen…. Er?werd duidelijk?dat de combinatie van actieve mensen, de nieuwste technologie?n van gedistribueerd werken, het gebrek aan formele restricties en onuitputbare hoeveelheid kennis op het internet met een relatief kleine groep tot geweldige impact kan leiden voor een enorm groot gebied.” Het initiatief?kreeg er de Russische Internet Oscar voor en ze mochten bij president Putin op bezoek.

russian help map

Tijdens de verkiezingen van 2011 in Rusland is ook een crowdmap online gezet om de fraude in kaart te brengen. Nu weet iedereen wel dat er fraude gepleegd wordt tijdens dergelijke verkiezingen, maar een poging om het structureel in kaart te brengen was nog niet gedaan, iets wat samen met verkiezingswaakhond?GOLOS werd gerealiseerd.

Pro-Kremlin activisten vonden de kaart een doorn in het oog “de rode puntjes op de kaart zijn als een ziekte op het gezicht van moeder Rusland”.?Het GOLOS initiatief kreeg zelfs een boete van $1000 van het Russische gerechtshof (met een zojuist aangenomen wet) en er waren verwoede pogingen om de kaart illegaal te verklaren.

Case 3:?Opstanden in?Libi??

Er valt veel meer over deze indrukwekkende casus te vertellen, vooral omdat het een hele lange periode besloeg. Bijzonder was ook dat deze keer een crisiskaart in samenwerking met de VN werd gelanceerd. Het betrof een publieke?crisiskaart waarin mensen mee konden helpen om de situatie van Libi? en omringende gebieden op een betrouwbare manier ?in kaart te brengen.?Binnen 72 uur hadden zich 18.000 mensen gemeld en waren er 50.000 kijkers uit 65 landen. Een kernteam van zo’n 300 mensen van de Standby Task Force (SBTF) toonden hun kunsten als ‘mapsters’ en ‘crowdsourcerers’ en rapporteerden meer dan 1400 belangrijke wetenswaardigheden afkomstig uit meer dan 100 social media bronnen in slechts een paar weken. De?Standby Task Force groeide uit tot meer dan 1000 vrijwilligers uit zo’n 80 landen.

Werving van betrouwbare mensen

Het werven van crisismappers en microtaskers komt nauw, zeker bij crises waarin de belangen van het volk niet worden gediend. De situatie in Libi? was er zo een. Hoe kom je dan aan betrouwbare mensen? Om dit enigszins te kunnen bepalen had het SBTF de ” Ik ben Gaddafi niet” test gemaakt. Hieronder de uitleg in het Engels:

“As you know, the situation in Libya is intense, and there are security challenges in creating a crisis map of a hostile environment. So please don’t take it personally that we ask about your background, we just need to make sure you’re not Gaddafi! So the more official information you can share about yourself, the faster we’ll be able to give you access to the crisis map. We promise that none of your information you share with us will ever be made public. We are not Facebook! 🙂 We promise we won’t ask any more questions after you’ve passed the ‘I’m not Gaddafi’ test!”

In een kort formulier vroegen ze nieuwe?vrijwilligers om hun professionele of academische mailadressen (geen Gmail of Yahoo adres dus) en ook social media referenties, zoals je Twitter, Facebook of LinkedIn account. Maar ook als je een blog hebt of andere aanwijzingen kunt geven dat je een betrouwbare kracht bent. het is natuurlijk geen waterdicht systeem, maar ook start-ups zoals AirBnB gebruiken dergelijke mechanismen waarmee huiseigenaren de vreemden kunnen bekijken die ze in hun huis toelaten.

Betrouwbare systemen waren ook wel nodig. Zo werd?bijvoorbeeld IntaFeen.com gebruikt als een soort Foursquare om te laten weten waar je was. Veel transportroutes naar en vanaf Tripoli werden op deze manier handig gemanaged met gratis digitale platformen.

Trouwe vrijwilligers

Iedereen was zeer actief. Bijvoorbeeld?Justine Mackinnon, die werkte als incident- en crisismanager op de luchthaven Heathrow van Londen. Nadat haar werk erop zat en het laatste vliegtuig midden in de nacht succesvol de lucht in was, dook ze op Skype om te helpen. Of Melissa Elliott, die haar kinderen elke dag?van school moest halen?aan de andere kant van de stad, en haar auto vaak aan de kant zette?om wat Tweets een goede plek op de kaart van Libi? te geven. Een?vrijwilliger uit Egypte excuseerde zichzelf dat ze haar gebruikelijke bijdrage die dag niet kon doen, waarna bleek dat zij die dag op het Tahir plein gearresteerd en een paar uur vast had gezeten na een protestmars.

Omdat de vrijwilligers van de?Standby Task Force in vrijwel elke tijdszone van de wereld zaten, werd het klokje rond gewerkt en kon de crisiskaart van Libi? 24/7 bijgehouden worden.

De crisiskaart van Libi?:

Lybia crisis map

Case 4: De tyfonen in de Filippijnen

Tijdens tyfoon Pablo en ook anderen die volgden werden weer nieuwe tools ingezet, zoals die van?CrowdCrafting.?Hierin werden weer burgers centraal gezet in de hulpverlening online en gevraagd berichtgeving nader te duiden.

screen-shot-2012-12-18-at-5-00-39-pm

Andrej Verity (werkzaam bij OCHA) maakte met hulp van vele anderen daar onderstaande kaart van:

typhon-pablo_social_media_mapping-ocha_a4_portrait_6dec2012

MicroMappers

Enkele maanden voor de allergrootste orkaan?op aarde, Yolanda (Haiyan) die op 8 november 2013 aan land kwam, werd MicroMappers gestart. Door Yolanda waren zo’n 2 miljoen mensen dakloos geworden en meer dan 6 miljoen mensen op de vlucht. Er vielen zo’n 6000 doden en na een jaar waren er nog steeds 20.000 vermist. In de stad Tacloban was 90% van alle gebouwen zwaar beschadigd of compleet verwoest.

Slechts een jaar daarvoor was tijdens orkaan Pablo het?Digital Humanitarian Network (DHN) ingezet om de schade en behoefte aan hulp in kaart te brengen. Toen lukte het de vrijwilligers om binnen 72 uur een kwart miljoen tweets, zo goed mogelijk gevalideerd, op de kaart te zetten.

Het initiatief MicroMappers (dat nog maar voor 30% voorbereid?was) maakte redelijk onvoorbereid gebruik van nieuwe tools als de ImageClicker en de TweetClicker (zie plaatjes hieronder) om de berichten onder grote groepen te valideren om vervolgens via de GeoClicker?tool gecheckt en wel op de kaart te verschijnen.?Per bericht was 1 reactie niet genoeg. pas als een grotere groep aangaf wat er op een foto stond werd dit overgenomen. Zo’n 5000 foto’s stonden klaar (door technische problemen waren slechts 1200 foto’s verwerkt) en 250.000 tweets, waarvan 55.000 unieke tweets. Binnen 72 uur werden er 30.000 tweets verwerkt waarvan 3.800 als relevant werden bestempeld en er 600 met redelijke zekerheid voorzien werden van een locatie zodat ze op de kaart geplot konden worden. Van alle binnengehaalde tweets was dus maar 0.3% relevant, wat maar weer aangeeft dat je op zoek bent naar een speld?in de hooiberg. Hoewel?Patrick Meier het liever niet over een hooiberg heeft, want een hooiberg is nog een bij elkaar geharkte berg naalden, wat op enige vorm van organisatie zou duiden. Hij heeft het liever over een willekeurig (wild) veld vol met spelden.

micromappers_pakistan2

tweetclicker_screenshot2

Je kunt jezelf ook aanmelden voor MicroMappers via hun website. Er is geen ervaring vereist en ook geen donaties. Alleen in de vorm van wat tijd. Maar ook het?Humanitarian Open StreetMap Team (HOT) was actief met?online?werkzaamheden?tijdens deze orkaan en zoekt nog extra vrijwilligers. Of bekijk?het resultaat van de MicroMappers na?orkaan Ruby in onderstaande infographic:

micromappers

User Generated Content (UGC) Hub van de BBC

De User Generated Content Hub?bestond al een jaar voor de lancering van Twitter, en werkte als onderdeel van de BBC vanuit Londen. Hun voornaamste taak: het verifi?ren van berichten ten behoeve van?nieuwsgaring. In 2014 bestond het team uit?zo’n 20 digitale Sherlocks en ze gebruiken veel open source tools zoals Google Earth om bijvoorbeeld te checken of foto’s van bepaalde locaties echt kunnen zijn. ?Maar ze gebruiken ook andere gratis tools als Advanced Search van Twitter, TweetDeck, Geofeedia, NewsWhip, Facebook Search, Topsy, Reddit, Bing Social Network, Google Advanced Search, Banjo, Bambuser en Addictomatic.

Trushar Barot van de?UGC Hub zegt erover:Mensen zijn zeer verbaasd als ze ontdekken dat we geen high-tech team, CSI?team zijn”.?Zijn chef Chris Hamilton springt bij “Het verifi?ren en ontkrachten van informatie uit het publiek leunt veel meer op journalistieke ingevingen dan op geavanceerde technologie”.

Maar ook dit team valt soms bijna voor de valse berichtgeving. Zo vonden ze in 2013?bijvoorbeeld een heftig filmpje van een Syrische soldaat die ogenschijnlijk levend begraven werd. De video was uniek en de soldaten spraken inderdaad de juiste taal, Alawiet een etnische groepering uit de juiste regio. Toch voelde er iets niet goed aan de video. De gymschoenen die ze droegen waren een dood spoor want deze schoenen werden inderdaad veel gedragen in deze regio. Maar hoe kon het dat de stem van de man die begraven werd zo duidelijk te verstaan was? Zou hij misschien een microfoontje gedragen hebben? En waarom eindigde de video precies toen zijn hoofd begraven werd? Was dit een acteur? Ze besloten de video toch af te keuren, omdat er teveel zaken niet klopten.

De UGC Hub gebruikt nu als criteria dat als ze de persoon die de berichtgeving de wereld in geholpen heeft niet kunnen spreken, ze in de meeste gevallen twijfelen aan het bericht.

Zo blijkt maar weer dat je geen Hollywood studio (zoals de film Wag the Dog) nodig hebt om zelfs de beste journalisten als collectief op het verkeerde been te zetten. En je hebt in dit geval niet veel?aan een IT expert op het gebied van?information forensics, maar moet vooral goede journalistieke vragen stellen.

Het is ongelooflijk waartoe we als mensen met moderne middelen van het internet toe in staat zijn, ook al maken deze middelen het (ook) mogelijk zand in het systeem te gooien. De bekende journalist Craig Silverman zei erover: “Never before in the history of journalism – or society – have more people and organisations been engaged in fact checking and verification. Never has it been so easy to expose an error, check a fact, crowdsource and bring technology to bear in service of verification

Claire Wardt, social media verificatie expert van het Tow Center van Digitale Journalistiek van de Columbia universiteit valt deze groep bij. Ook zij weet dat 100 uur YouTube materiaal dat elke minuut online komt,?en 2 miljoen berichten op Facebook per minuut, niet door mensen te verwerken zijn. Aan de andere kant zegt ze ook “No technology can automatically verify a piece of UGC with 100 percent certainty. However the human eye or traditional investigations aren’t enough either. It’s the combination of the two” .

Een andere mooie quote (bron) die de complexiteit van dit soort informatieprocessen weergeeft is:

“It’s an illusion to believe that anyone has perfectly accurate information in mass emergency and disaster situations to account for the whole event. Of someone di, then the situation would not be a disaster or crisis” .

En de tijdsfactor is ook nog eens van belang (waarbij het adagium ‘roughly right or precisely wrong’?de afweging weergeeft):

Als de BBC ??n of twee nieuwsberichten mist is er geen man over boord, want voor een?gerenommeerd nieuwsmedium als BBC geldt de gouden regel?”being right is more important than being first“. Maar voor crisisbeheersing is geen informatie misschien nog wel kwalijker als onbetrouwbare informatie. Deze afweging moet dus gemaakt worden, ook bij het inzetten van informatievalidatie middels crowdsourcing.

Verily

De dienst Veri.ly is een zeer relevante ontwikkeling in dit kader. Deze dienst richt zich op tijd-kritische crowdsourcing voor het verzamelen en valideren van bewijsmateriaal, maar vereist ook wat van het kritisch denkvermogen en probeert dit in het crowdsourcing proces mee te nemen, gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Hieronder een voorbeeldje van hoe het werkt:

rome

Veri.ly gaat verder dan?bijvoorbeeld Reddit, die laten zien dat het platform niet geschikt was om het kritische denkvermogen van de massa effici?nt in te zetten bij de aanslag tijdens Boston Marathon, omdat het group think?(algehele tunnelvisie) juist in de hand werkte. Reddit werkt overigens wel aan verbeteringen na dat incident, maar het platform heeft niet als voornaamste focus om informatie te valideren.

Case 5: Kyrgyzstan, juni 2010

Het geweld in de regio’s Osh en Jalal-Abad zorgden voor een algehele noodsituatie in dat gebied. Berichten over het aantal doden varieerden van 200 tot 2000 en schatting over het aantal vluchtelingen liepen uiteen van 100.000 tot 400.000.

Tattu Mambetalieva, een vrouw die een eigen NGO opgericht had onder de naam Civil Initiative for Internet Policy, startte een Skype groep en had binnen 2 uur zo’n 2000 mensen door het hele land aan de lijn in een groepchat. Meer kan een Skype groepchat ook niet aan overigens, waardoor ze later moesten overstappen naar een ander online platform om hun speurwerk te doen. Ook zij had een zgn.’trusted referral‘ systeem. m.a.w. je moest instaan voor de persoon die je aandroeg, omdat dit een gesloten systeem was, zgn. ‘bounded crowdsourcing’, of ‘ prosourcing’.

De groep was sterk in het valideren van berichten. Zelfs SMS berichten konden gevalideerd worden met hulp van locale telecom operators. De telecombedrijven konden daarna op hun beurt de geruchten dan weer via SMS broadcast heel gericht ontkrachten.

Case 6: Crowdsearching van Vlucht MH370, 8 maart 2014

Het Tomnod microtasking platform focust zich inmiddels al een aantal jaren volledig op satellietbeelden. Na het verdwijnen van vlucht 370 op 8 maart 2014 riep Tomnod op tot online actie om te helpen in het zoeken naar het vermiste vliegtuig op de verzamelde satellietbeelden die gezamenlijk meer dan 1 miljoen vierkante kilometer (!) besloegen. In slechts een paar dagen kregen ze de hulp van 8 miljoen vrijwilligers (meer dan de totale populatie van een land als Oostenrijk) die gezamenlijk in de eerste vier dagen 15 miljoen points of interest?aanwezen op de kaart waar hulpdiensten verder naar konden kijken. Op een gegeven moment waren op het platform (dat robuust bleef) zo’n half miljoen mensen tegelijkertijd aan het speuren op de kaart. Het kostte Tomnod wel een slordige $80.000 om te investeren in servers. Toch is dat een schijntje vergeleken met alleen al de dagelijkse kosten voor de inzet van het Australische marineschip van $550.000. De Amerikaanse en Japanse overheid besteedden ook nog eens 15 miljoen aan de zoekactie.

DigitalGlobe (dat Tomnod overkocht) had al wat ervaring opgebouwd met online crowdsourcing van satellietbeelden toen in 2007 rond Nevada een kleiner vliegtuig vermist werd met daarin Amerikaanse zakenman Steve Fosset. Zoekacties uit de ?lucht in de gigantische woestijn?leverden niets op. DigitalGlobe zette de beelden op Mechanical Turk van Amazon en 50.000 vrijwilligers speurden in zo’n 300.000 satellietbeeldjes. Helaas werd hij pas een jaar later gevonden toen een wandelaar een portemonnee vond. Toch heeft helaas nog niemand gepoogd te onderzoeken of die locatie nu?over het hoofd gezien is tijdens deze massale poging.

Middels hun CrowdRank algoritme bepaalde Tomnod welke van de 15 miljoen aanwijzingen als eerste met beeldexperts van DigitalGlobe gedeeld moesten worden voor nadere analyse. CrowdRank bepaald wie de meest betrouwbare taggers zijn voor de verzamelde beelden op basis van hoe anderen de beelden waarderen. De top 1% van de beste speurders kan Tomnod dan weer vragen voor moeilijkere taken. Luke Barrington van Tomnod?noemt het wel het crowdsourcen van crowdsourcing.

Het werd de grootste zoekactie ooit, waarin deze digitale manier van werken?onmiskenbaar gewaardeerd werd. Deze speld in het veld (niet een hooiberg) was nog lastiger te vinden, omdat het veld continu bewoog: de oceanische stromingen zorgen dat het vliegtuig kan afdrijven en natuurlijk ook zinken. Het werd een nauwkeurig proces van uitsluitsel (vergelijkbaar met de klassieke Sherlock Holmes) waarin de nieuwe werkwijze van microtasking misschien niet perfect was, maar wel redelijk snel grote hoeveelheden beelden aankon. Perfect waren de professionele hulpdiensten immers ook niet. Zo dacht een Chinese analist dat hij het vliegtuig had gevonden op een van hun eigen satellietbeelden.

Tomnod6060200percentMikeSeberger-3189824_p9

Case 7: Genghis Khan?Somali?

mongolia-archaeology-project

Vanuit je luie stoel archeoloog spelen. Dat was het idee van het?Valley of the Khans Project?gesteund door National Geographic en geleid door Dr. Albert Yu-Min Lin die als moderne Indiana Jones op zoek was naar de gouden graal: de tombe van?Genghis Khan in Somali?. De uitdaging? Meer dan?2 miljoen vierkante kilometer afstruinen middels satellietbeelden met een resolutie van 50 centimeter. Pierre Izard van DigitalGlobe noemt het “een Big Data probleem dat nu nog massale menselijke hulp nodig heeft totdat software hier echt iets serieus in kan betekenen. De wervingstekst deed het echter goed:

Hello fellow explorers!

The entire Valley of the Khans team is very excited to begin the expedition to Mongolia but, for me, the adventure begins today. By enlisting the help of thousands of “virtual explorers” like you, we can start to uncover the mysteries of the Valley of the Khans right now!

The area that we will be exploring has been untouched for more than 800 years. There are no maps, no roadsigns and no one to ask for directions. But we’ve scanned the landscape with super high-resolution satellite imagery. By participating in the online exploration on this site, YOU can join our team by examining these satellite images and searching for clues that will guide our quest to discover the lost tomb of Genghis Khan. Maybe you’ll map out roads and rivers that our expedition can follow to make our way through this inhospitable territory. Perhaps you can identify traces of a nomad’s ger that might be a good place for us to camp. Or maybe you’ll see the buried outline of an ancient tomb that could be the clue we’re searching for…

Het idee was dus om je computer niet op zichzelf naar buitenaardse wezens te laten zoeken, zoals in het jarenlange Seti@Home crowdcomputing onderzoek, maar om nu zelf als mens via je computer op avontuur te gaan, met het comfort en veiligheid van je luie stoel. Meer dan 10.000 vrijwilligers gingen door honderdduizenden beelden.

In Somali? werd overigens ook gezocht naar een kwart miljoen vluchtelingen nadat geweld in dat land uitbrak. Helaas door slechts 160 digitale vrijwilligers. Een groot contrast als je bedenkt dat in?de zoektocht naar Malaysian Airlines vlucht 370 een land zo groot als Oostenrijk (met 8 miljoen inwoners) samen zochten naar 120 passagiers.

Case 8: 10 rode weerballonnen

In 2009 loofde DARPA (Defense Advanced Research Project Agency) een beloning uit van $40.000 dollar voor diegene die het snelst 10 losgelaten weerballonnen kon vinden, die verspreid waren over de hele VS. Riley Crane van MIT kreeg wel een idee: dit lukt je niet alleen. ?Na een nachtje doorwerken had hij een online crowdsearching?platform gebouwd waarin hij een soort omgekeerde crowdfunding toepaste om het prijzengeld te verdelen onder de vele deelnemers die hij hoopte te vinden. Voor hun moeite kreeg de vinder van elke ballon $2000 dollar, maar degene die deze persoon had aangedragen (middels een referral) kreeg $1000 dollar, degene die hem had aangedragen $500 dollar enzovoorts. Het platform was dus ingericht om met grote groepen mensen te gaan zoeken, deze mensen te rekruteren en ze ook nog eens te belonen.

Het team won met glans. Het duurde geen weken, ook geen dagen maar om precies te zijn 8 uur en 4 minuten om alle ballonnen in een gebied van 5 miljoen vierkante kilometer uit te kammen, zonder dat het team uit hun stoel hoefde te komen. En het kon nog veel sneller, aldus de reactie van Riley: “De reden dat het zo lang duurde is dat we allerlei valse berichten van concurrerende teams slim moesten uitfilteren, en het verifi?ren van deze valse aanwijzingen heeft ons meer tijd gekost dan we dachten”. ?Toch werden alle ballonnen feilloos gevonden, ondanks dat notoir onbetrouwbare bronnen als Twitter werden toegepast.

Case 9: Syri??en de langstlopende crisiskaart tot nu toe

Op de online crisiskaart van Syri??zijn zo’n 4.000 ooggetuigenverslagen geplot op de kaarten zo’n 160.000 nieuwsberichten gecheckt en in kaart gebracht. Het is een indrukwekkend geschiedenisboek geworden, met enorme hoeveelheid detail dat middels een tijdsfilter stap voor stap teruggekeken kan worden. New Scientist noemde het “de meest nauwkeurige schatting van het aantal doden tijdens de opstand in Syri?… en het zou weleens de meest krachtige manier kunnen zijn om de menselijke schade van oorlog en rampen in kaart te kunnen brengen.”

syria child

10: Overige cases

Overstromingen in Queensland

De overstromingen in Queensland, Australi? uit 2010 en 2011 zorgden voor veel schade in een gebied dat bijna twee keer zo groot was als Engeland. Om Social Media berichtgeving te kanaliseren gebruikte de Queensland Police Service Media Unit diverse hashtags. Zo gebruikten ze #mythbuster om geruchten en valse informatie de wereld uit te helpen. Hieronder enkele voorbeelden van deze berichten die zeer effectief bleken:

: Wivenhoe Dam is NOT about to collapse!

: There is currently NO fuel shortage in Brisbane.

Vanwege het succes gebruikt de politie van Queensland gebruikt deze hashtag vandaag de dag nog steeds om geruchten te ontkrachten.

Ebola in kaart

Maar bijvoorbeeld ook Ebola wordt op dergelijke manieren in kaart gebracht middels het?Health Map Crisis platform:

Het platform bracht bijvoorbeeld 90% van het geweld in kaart met alleen maar vrijwilligers. En New Scientist voegt nog toe?dat “de data ook de regering en andere leiders ook verantwoordelijk kan houden voor hun daden’, kortom het DNA van deze inbreuk op de mensenrechten is digitaal vastgelegd en misschien iets dat het Haagse internationale gerechtshof in de toekomst zal kunnen gebruiken.

We use Facebook to schedule our protests, Twitter to coordinate and YouTube to tell the world.zei een digitale activist tijdens de opstanden van 2011 in Egypte.

De kracht en de last van beelden

Instagram is een mooi voorbeeld van hoeveel beelden er geproduceerd worden tijdens rampen. Tijdens orkaan Sandy bijvoorbeeld werden 1.3 miljoen plaatjes gedeeld, met pieken van 10 plaatjes per seconde die vrijwilligers moeten verwerken. Ook 1 uit de 4 tweets hadden links naar foto’s of video’s gerelateerd aan de orkaan (bron). En UAV’s schieten tegenwoordig ook veel beelden. Slechts 1% van alle gefabriceerde drones en UAV’s?worden voor militaire doeleinden ingezet. Democratisch gebruik ervan (zoals de Ebee) lijkt?dus niet meer te stoppen. ?Bekijk hoe men er al mee begon bij de ramp in Ha?ti:

Planet Four

Het Zooniverse team lanceerde bijvoorbeeld het project?PlanetFour (een verwijzing naar de rode planeet Mars) kreeg 15.000 bezoekers binnen 60 seconden na de aankondiging via de Britse BBC. Meer dan 2 miljoen beelden van de planeet Mars werden in maar liefst 48 uur getagged, om de planeet te verkennen op diverse bijzonderheden (bron). Dat terwijl de site niet crashte!

Snap Shot Serengeti

In een ander project zochten vrijwilligers in de Serengeti naar wilde dieren die met 225 automatische bewegingscamera’s waren vastgelegd. De vrijwilligers vonden het zo leuk om te doen dat ze klaagden toen de beelden op waren.

Planetary Response Network

NASA en vele anderen partijen kijken tegenwoordig naar de mogelijkheden om de massa in te zetten bij het zoeken naar details in beelden. Er zelfs een heus Planetary Response Network dat klaarstaat om bij te springen.

Militaire inlichtingen crowdsourcen

Er is zelfs een poging gedaan om militaire inlichtingen te crowdsourcen, in de Exploration Challenge waarin men militaire voertuigen moest spotten op satellietbeelden. Later bleek het gewoon een testje van Tomnod, en maar goed ook, want er werden diverse?kritische kanttekeningen geplaatst?over de ethische kant hiervan. Want als je als crowdsearcher niet weet wat je precies doet met welk doel, is dit dan wel verantwoord? Toch is vanuit Bellingcat inmiddels een soortgelijk project gestart om de verplaatsingen van militaire voertuigen in Oekra?ne in kaart te brengen.

Rode kruis

Wendy Harman en haar team van vrijwilligers zit ook altijd klaar in het Digital Operations Centre van Washington D.C. Tijdens de tornado?die over Oklahoma stad heen ging op 20 mei 2013 was ook zij met haar team in de weer om social media berichtgeving te vangen, duiden en in kaart te brengen. Normaal heeft het team een vaste bezetting van 3 mensen, die op een normale dag alleen al 4.000 berichten via Twitter naar hun hoofd geslingerd krijgen. Dus wat de digitale storm is tijdens een incident als de Oklahoma tornado kun je je voorstellen.?Ze zoeken onder andere ook naar tekenen van angst en emotionele stress tijdens de nafase van een ramp en bieden nazorg aan.

File:RedCross Obama 1.jpg

AIDR: Artificial Intelligence for Disaster Response platform

Crowdsourcen van honderden classifiers die benut kunnen worden om tweets beter te filteren en eventueel in eerste slag kunnen duiden. Tijdens de tyfoon Yolanda bracht deze techniek meer dan 250.000 terug tot 55.000 relevante tweets die handmatig bekeken moesten worden. Bij de aardbeving van Chili op 27 februari 2010 (met de grootste beving ooit gemeten op aarde van 8.8 op de schaal van Richter) werd uit meer dan een half miljoen tweets een selectie van 20.000 aangeboden waarvan maar 1000 handmatig getagged hoefden te worden (bron).

Onderzoek naar 5 miljoen tweets die tijdens deze ramp werden gepost, toont aan dat 95% van de tweets valide informatie weergaf. Slechts 0.03% van de tweets trokken deze bulk van twets in twijfel. Andersom gaf het onderzoek ook aan dat het aantal tweets dat andere tweets in twijfel trekt veel groter is bij een gerucht (soms werd zelfs de helft van de valse geruchten meteen in twijfel getrokken). De wijsheid van de massa en het zelfcorrigerend vermogen is sterk. En het wordt nog beter, want onderzoek?toonde ook aan dat twitteraars wiens tweets in twijfel worden getrokken voortaan beter opletten met het produceren en delen van informatie (een reductie van 150% in onbetrouwbare tweets). Toch kan je zomaar als crisisproferssional of burger in?de verkeerde hoek kijken. Technologische ondersteuning kan hierin gelukkig steeds beter helpen.

Met de hulp van Andy Carvin (eerst werkzaam bij de National Public Radio) lukte het steeds beter om semi-automatisch tweets op relevantie te filteren. Computers kunnen namelijk leren waar mensen ook op letten, en Andy leerde de computer zijn journalistieke skills om betrouwbare berichten te onderscheiden van onzin. Zo bleek dat?tweets met BREAKING NEWS en veel uitroeptekens die niet van journalisten afkomstig waren meestal niet erg betrouwbaar waren.

Andy weet als geen ander dat de meeste mensen met hun informatie je niet proberen te misleiden. Er zitten vaak maar een paar rotte appels tussen.

“The vast majority of folks that are posting information, their hearts are in the right place but sometimes the fog of war affects them just as it would any other journalist” (bron).

Betrouwbaarheid automatisch herkennen

Onder andere?Carlos Castillo?(nu collega van Patrick Meier bij QCRI) maakte op technisch?vlak mooie stappen middels zijn paper Predicting Information Credibility in Time-Sensitive Social Media. Hij maakte een classifier waarmee computers de waarheid van een tweet beter konden inschatten, op basis van geleerde eigenschappen uit diverse datasets. Iemand is betrouwbaarder als hij meer volgers heeft, URL’s in de tweets gebruikt en langere berichten plaatst. Hij stelde als eerste 16 eigenschappen vast die betrouwbare tweets onderscheiden van onbetrouwbare tweets:

??Average number of tweets posted by authors of the tweets on the topic in past.
??Average number of followees of authors posting these tweets.
? ?Fraction of tweets having a positive sentiment.
? ?Fraction of tweets having a negative sentiment.
? ?Fraction of tweets containing a URL that contain most frequent URL.
? ?Fraction of tweets containing a URL.
? ?Fraction of URLs pointing to a domain among top 10,000 most visited ones.
? ?Fraction of tweets containing a user mention.
? ?Average length of the tweets.
? ?Fraction of tweets containing a question mark.
? ?Fraction of tweets containing an exclamation mark.
? ?Fraction of tweets containing a question or an exclamation mark.
? ?Fraction of tweets containing a ?smiling? emoticons.
? ?Fraction of tweets containing a ?rst-person pronoun.
? ?Fraction of tweets containing a third-person pronoun.
? ?Maximum depth of the propagation trees.

Hij kwam met deze methode al tot een 86% betrouwbare voorspelling. Annotaties van datasets, gedaan door betrouwbare vrijwilligers zouden in de loop van de tijd deze eigenschappen nog verder verfijnen. Inmiddels kan TweetCred?(een plugin voor Google Chrome) zo’n 45 eigenschappen onderkennen en wordt al toegepast om zgn rumor bombs te herkennen. Een mooi voorbeeld van hoe artificial intelligence door crowdsourcing gevoed wordt (computers die iteratief leren van mensen). En ook het Twitter leugen detector project Pheme, of het EU project Social Sensor met hun alethiometer (Alethia is Grieks voor waarheid) is wat dit betreft interessant om te volgen. Naast de verzamelde lessen in het Content Validation handboek natuurlijk waarover we al eerder blogden.

Deze technologie kan van pas komen, zeker als geruchten machines prominent zijn.

Tijdens de Boston Marathon bleek uit onderzoek van 8 miljoen (unieke) tweets van 3.7 miljoen accounts, dat 29% van de berichten die viral gingen een gerucht betrof. En 51% van de berichten waren algemene meningen en commentaar, niet per se relevant voor hulpinstanties. De overgebleven 20% was echt relevant te noemen. Deze geruchten waren deels afkomstig van 32.000 Twitter accounts die nog tijdens de ramp aangemaakt werden. Zo’n 20% daarvan werd enige tijd later door Twitter opgedoekt, en naar later bleek dat 99% van deze accounts het woord “Boston” in het account staan. Toch zijn veel van deze accounts zeer invloedrijk geweest in hun berichtgeving. Toch worden er lessen getrokken die in algoritmes te vangen zijn. Zo bleek onder andere dat deze accounts specifiek gedrag vertoonden en vaak ook met elkaar communiceerden. Maar of dergelijk gedrag te generaliseren is naar andere incidenten blijft de vraag.

Een vervolgstudie naar maar liefst veertien grote gebeurtenissen (oa de Londense rellen, aardbeving Virginia, de opstanden in Libi? en orkaan Irene) Credibility Ranking of Tweets during High Impact Events uit 2011 onderzocht 35 miljoen tweets. Daaruit bleek dat zo’n 30% van de tweets waardevolle informatie ten behoeve van omgevingsanalyse bracht en 14% echt spam was. Zo’n 17% van de totale informatie was niet allen relevant, maar ook aantoonbaar betrouwbaar. Deze technologie werd deels ook toegepast om de vele beelden die bij orkaan Sandy langskwamen te beoordelen en het bleek dat het algoritme tot 90% betrouwbaarheid kon komen. Sterker nog, de computer leek beter in het bepalen van de betrouwbaarheid op basis van de eigenschappen van de tweet dan de eigenschappen van het twitteraccount. Ook bij Sandy bleek weer dat er een kleine kerngroep verantwoordelijk was voor het produceren of retweeten van alle valse geruchten (zo’n 30 Twitter accounts was verantwoordelijk voor 90% van de retweets van deze berichten).

In andere situaties heeft de digitale respons echter niet alleen te maken van Big Crisis Data en Big False Data, maar ook met Big Brother. Normale rampen schieten niet terug, maar in sommige landen is informatievalidatie een gevaarlijk proces. Denk aan het werk in Rusland, Libi? of Syri? waar het verzet op die manier ook handig in kaart wordt gebracht, of denk aan wat?Bellingcat?in het MH17 onderzoek?deed waarin Rusland actief haar propagandamachine verdedigd.

Momenteel zoekt ook een onderzoeksgroep in Japan uit of tweets tijdens een ramp kunnen laten zien aan welke producten een tekort is in het gebied. En in Jakarta proberen onderzoekers via tweets te monitoren?wat er gebeurt tijdens een overstroming.

Nieuw geschiedenisboek

Terugkijkend bieden deze crisismapping voorbeelden allen een interessant kijkje op deze incidenten. De kaart geeft je bovendien de mogelijkheid om in je eigen helikopter te stappen en eenvoudig in-en uit te zoomen en chronologisch door de gebeurtenis te wandelen.?Deze tekstberichten zijn vereeuwigd. Stel dat we de stemmen uit het verleden op deze manier hadden kunnen horen, bijvoorbeeld ten tijde van de tweede wereldoorlog of andere belangrijke historische gebeurtenissen.

De open werkwijze van deze grote groepen maakt dat ondemocratische leiders het steeds moeilijker krijgen, terwijl de massa haar kennis (door collectieve waarheidsvinding) en mogelijkheden of rechten alleen maar verder uitbreidt. ?De massa media be?nvloedt niet het standpunt van mensen. Politieke verandering is een twee traps raket, waarin?pas in tweede instantie politieke opinies worden gevormd juist door interactie via social media (aldus ook Clay Shirky). Pas als men gezamenlijk een kaart maakt van de situatie met honderden, duizenden aanwijzingen ziet men gezamenlijk het grotere plaatje en voelt men zich gesteund om een verandering in te gaan.?James Scott noemt dit het delen van het hidden transcript, iets dat onderhuids in de maatschappij al zacht borrelde.

Twee weken na de aardbeving in Ha?ti gaf Hillary Clinton een gedenkwaardige speech over de revolutie die tijdens die ramp duidelijk werd en zei: “The technology community has set up interactive maps to help identify needs and target resources. And on Monday, a 7-year-old girl and two women were pulled from the rubble of a collapsed supermarket by an American search and rescue team after they sent a text message calling for help.”

en ze vervolgde haar betoog met een verwijzing naar andere landen en vrije internettoegang:

By relying on mobile phones, mapping applications, and other new tools, we can empower citizens. So let me close by asking you to remember this little girl who was pulled from the rubble on Monday in Port-au-Prince. She’s alive, she was reunited with her family, she will have the chance to grow up because these networks took a voice that was buried and spread it to the world. No nation, no group, no individual should stay buried in the rubble of oppression. We cannot stand by while people are seperated from the human family by walls of censorship. And we cannot be silent about these issues simply because we cannot hear the cries.

Terwijl Patrick Meier een lans breekt voor de?democratische overheden die ook ‘data filantropie‘ meer zouden moeten stimuleren. Data donoren, data DJ’s, er zijn allerlei rollen denkbaar vanuit het publiek. Als je toch al geld overmaakt om voedsel of water te sturen, waarom dan niet helpen met data?

Met grote dank aan Patrick Meier voor de bundeling van deze?waardevolle kennis. En als het smaakt naar meer: volg zijn blog iRevolution?want daar is?het meeste van bovenstaande (en meer) nog uitgebreider na te lezen.

patrick

Foto 112

logo-foto112

Foto112.nl is een digitale dienstverlening die het mogelijk maakt om binnen enkele seconden een foto en GPS-locatie van een incident naar de centralist van de alarmcentrale te zenden. Mede doordat de melder en/of omstander geen applicatie hoeft te downloaden, is Foto112.nl een snel, eenvoudig en uniek hulpmiddel om?een foto en locatie van een incident te versturen naar de desbetreffende centralist.

Nu kan iedereen de centralisten ondersteunen, door met zijn smartphone een foto van een noodsituatie te versturen via:?www.foto112.nl.Ook kan de centralist specifiek naar een melder een link sturen, waarmee hij/zij meteen een foto met locatie kan terugsturen.

Deze informatie kan in veel situaties een grote meerwaarde zijn voor de centralist, aanrijdende voertuigen en incidentenonderzoeken achteraf.
Na het versturen van de foto kan de melder en/of omstander op zijn toestel gebruik maken van ondersteuning bij het toepassen van eerste hulp. In samenwerking met het Nederlandse Rode Kruis worden de belangrijkste noodsituaties met afbeeldingen en (gesproken) tekst weergegeven op de mobiele telefoon.
De brandweer- en ambulancediensten van de regio’s Haaglanden en Hollands-Midden werken nu een maand met het systeem dat Foto112.nl heet. Vanaf maandag gaat ook de politie in beide regio’s ermee testen en werken. Andere veiligheidsregio’s in Nederland hebben inmiddels ook interesse getoond.,,Zelfs vanuit Belgi? worden we gebeld,” zegt Jan Dijkshoorn van Dijcotec, het bedrijf dat het systeem heeft ontwikkeld. Dijkshoorn werkt zelf ook als hulpverlener bij de brandweer.

Gebruiksvriendelijk
Het systeem zit volgens hem heel gebruiksvriendelijk in elkaar. Met een druk op de knop stuurt de centralist een link naar het mobiele nummer van de melder. Daarmee kan de beller meteen een foto maken en verzenden. Dijkshoorn: ,,Je hoeft dus niet eerst een applicatie te downloaden. Dat zou allemaal extra tijd kosten.”

De melder stuurt tegelijkertijd ook zijn precieze locatie mee via de satellietgegevens. ,,Soms weet je niet precies waar je bent. Bijvoorbeeld als je aan het hardlopen bent of ergens in de polder staat.”

Taken verdelen
Hulpverleners die onderweg zijn, kunnen uiteindelijk de foto’s meteen zien in de brandweerwagen, ambulance of politieauto. ,,In de brandweerwagen verdelen we onderweg de taken,” weet Dijkshoorn. ,,Wie knipt de auto open, wie staat het slachtoffer bij, wie gaat de brand blussen. Zo kunnen we ook beter inschatten hoeveel mensen welke taak op zich nemen. En of er extra politie-inzet nodig is als er bijvoorbeeld sprake is van een autobrand op een druk kruispunt.”

In het beste geval is het kenteken zichtbaar in beeld. ,,Dan kunnen we meteen opzoeken of het een benzineauto is of dat het gaat om een lpg-auto of een elektrische.” Omstanders van de noodsituatie kunnen eveneens foto’s uploaden, via de website foto112.nl. Zo krijgt de meldkamer een nog beter beeld van het voorval.

In paniek
Hoewel het systeem zich nog vooral in de testfase bevindt, hebben de veiligheidsregio’s Haaglanden en Hollands-Midden enthousiaste verwachtingen. ,,Soms krijgen we wat onduidelijke meldingen,” zegt Bas de Leeuw, hoofd meldkamer van de brandweer.

,,Mensen kunnen bijvoorbeeld in paniek zijn of niet goed weten waar ze zijn. Centralisten zijn getraind om via de juiste vragen een zo goed mogelijk beeld te krijgen. Maar een foto en vooral de locatie die de telefoon meestuurt, kunnen ons nog beter helpen.”

Vanaf volgend jaar kunnen centralisten de link in veertien verschillende talen versturen, handig als de beller alleen zijn eigen taal spreekt. Melders kunnen ook instructies opvragen om eerste hulp te verlenen. De privacy van slachtoffers is gewaarborgd: gemaakte foto’s komen niet terecht in iemands telefoon.

app5-482x427 app3-482x427 app2-482x427 app1-482x427 app6-482x427

Bronnen: Dijcotec, CCV, Radio1, AD

Ready2Help

Op zaterdag 1 november 2014 lanceerde het Rode Kruis Ready2Help. De noodhulporganisatie bereidt zich met dit nieuwe burgerhulpnetwerk voor op de grootste rampenoefening in haar geschiedenis.

In februari 2015 wil het starten met een omvangrijk project dat ertoe moet leiden dat burgers snel kunnen worden ingeschakeld als zich een grote ramp voordoet.?Doel van de oefening is te zien of het oproepsysteem via Ready2Help werkt en op welke manier mensen gehoor geven aan de oproep. De rampenoefening vindt gedeeltelijk online plaats: de Ready2Help-ers zullen via sociale media moeten aangeven dat zij de oproep hebben ontvangen en dit met een virtuele actie bevestigen. Voor het praktische deel van de rampenoefening krijgt een aantal mensen de vraag om zich zo snel mogelijk te melden op een Rode Kruis-locatie ergens in het land. Mensen die willen helpen in het geval van grote rampen of calamiteiten kunnen zich alvast?aanmelden.

“De oefening zal uitgaan van een rampenscenario waarbij grote groepen mensen getroffen worden en er op verschillende manieren hulp geboden moet worden”, meldt het Rode Kruis. Mensen die zich hebben aangemeld voor het project worden via sms opgeroepen. Hen wordt gevraagd aan te geven of zij op dat moment inzetbaar zijn.

Het netwerk van opgeleide en getrainde noodhulpvrijwilligers wil het Rode Kruis gaan versterken met behulpzame burgers. De noodhulporganisatie is van plan deze nieuwe helpers op te roepen bij grote rampen en calamiteiten, als aanvulling op de hulpverlening van reguliere hulpdiensten. Voor Ready2Help zijn geen eerstehulpverleners nodig, maar burgers die in actie willen komen bij een noodsituatie. Met praktische hulp als zandzakken vullen, opvang en vervoer van mensen of tolken in een vreemde taal bijvoorbeeld. Wie zich aanmeldt voor Ready2Help krijgt op het moment van een noodsituatie een oproep per sms met de vraag of hij op dat moment inzetbaar is.

Naar Oostenrijks voorbeeld

Ready2Help is opgericht naar een voorbeeld van het Oostenrijkse Rode Kruis, dat met Team ?sterreich meer dan 35.000 extra mensen kan oproepen om te helpen bij een ramp of calamiteit. Helpers van Team ?sterreich zijn sinds 2006 succesvol ingezet bij onder meer grote ongelukken, overstromingen en zoekacties naar vermiste personen.

Bronnen: Nu.nl, RodeKruis

 

De kracht van bloggen: verhalen van een politieagent

verhalen

Piet Kats, Brigadier noodhulp Politie eenheid Rotterdam, motorrijder en ANPR verkeersco?rdinator heeft al een paar jaar een succesvol blog waarop hij politieverhalen deelt met de wereld. Hij deelt?op een indringende wijze wat politiewerk is vanuit zijn eigen ervaringen en waarom het soms heel bijzonder werk is. Ook schuwt hij niet om in te gaan op de lastige aspecten van het politiewerk waarin hij soms?met asociale burgers moet omgaan die het werk moeilijk maken. Voor Piet is het?bijzondere en leerzame ontwikkeling geweest om deze verhalen te delen. Zo ontdekte hij na een blogpost?waarin hij het hufterige gedrag van weggebruikers maatschappelijk aan de orde wilde stellen. Als motorrijder begeleidde hij langs een file een vader en een moeder naar hun stervende kind. photoPiet vertelt: “Wat ik onderweg meemaakte, was ongekend. Dat heb ik opgeschreven in mijn blog. Het leidde tot duizenden hits. De dag na mijn blog stond de telefoon roodgloeiend en kon ik zowat in ieder TV programma komen opdraven. Mijn blog waarin ik een professioneel dilemma met mensen deelde, had kennelijk een gevoelige snaar geraakt en een discussie op gang gebracht”.

Piet deelt zijn blog?ervaringen graag met collega?s en laat zie hoe de ?kracht van bloggen? kan bijdragen aan de essentie van politiewerk.

Er zijn ook andere collega’s?van Piet die als blogschrijver hun verhalen met de wereld delen, waarvan sommige blogitems gebundeld ook op politie.nl/blogs staan.

blogger-3-hugo-roossink-met-hond

Hugo Roossink (44)?werkt als brigadier in Noord-Nederland, district Fryslan. Al 22 jaar in ’t blauw en sinds 2001?commandant Mobiele Eenheid (ME)?hondenbrigade, surveillance-hondengeleider?en?informatiemanager en co?rdinator bij de Veiligheidsregio Fryslan. Hugo: ‘In de jaren dat ik dienst draai, heb ik genoeg meegemaakt. Omdat je in een tweet maar 140 leestekens kwijt kunt en ik toch inzichtelijk wil maken dat ons werk zoveel meer is dan alleen bonnen schrijven, ben ik blogs gaan schrijven.?De verhalen van de straat.’

In zijn blog vertelt hondengeleider Hugo Roossink bijvoorbeeld over een groep studenten van verschillende nationaliteiten die met elkaar op de vuist gaat omdat de Chinese maaltijd niet beviel. Lees meer verhalen op het blog van Hugo Roossink

photoOok?Han Tummers?schrijft verhalen over wat hij?tijdens zijn politiediensten op straat meemaak, samen met mijn collega’s. Hij vertelt: “Meestal leveren zijn verhalen geen problemen op. Soms, gevoelsmatig wel en dan laat ik dit achterwege uit pi?teit met de nabestaanden, slachtoffers of de impact van de gebeurtenis”.?

Lees bijvoorbeeld zijn verhaal “Komt een vrouw aan het bureau“…

anita-tejero-goedAnita Tejero Loijens (48 jaar) werkt sinds?2005?bij de politie?regio Zeeland-West-Brabant, district Breda als medewerker Intake & Service. Ze is het eerste aanspreekpunt voor?burgers die met de politie in contact willen komen. Dit contact kan persoonlijk zijn maar er is?ook interactie?via?telefoon, e-mail of?webcam. Anita bemant de balie,?beantwoordt gesprekken via het landelijke telefoonnummer 0900-8844 en neemt?aangiftes op.

Anita: ‘Kort gezegd is mijn werk?”burgers te woord staan”. Het is echter veel meer dan dat. Wij moeten van veel zaken kennis hebben, zowel in de breedte als in de diepte en binnen en buiten de politie, om?burgers te kunnen helpen. Geen dienst is hetzelfde en daardoor blijft?het werk?een mooie uitdaging. Ook binnen het?politiebureau maken we veel mee. Ik zou een boek kunnen schrijven over mijn werk en al mijn ervaringen. Misschien dat ik dat ooit nog ga doen maar voorlopig blijft het bij het schrijven van blogs‘.

dirk-jan-grootenboer Dirk-Jan Grootenboer is 34 jaar en werkt als hoofdagent bij de noodhulp in Dordrecht en omstreken. Dirk-Jan: ‘Tussen de 112-meldingen door ben ik dichtbij de burger dankzij het gebruik van social media. Op die manier wil ik laten?zien hoe mooi en uitdagend het politievak kan zijn’.

Lees meer van zijn verhalen op?zijn eigen blog.

 

blogger-arthur-van-der-vliesArthur van der Vlies (46) is voormalig politieman met 21 jaar ervaring. Hij werkte bij de surveillancedienst,?bereden brigade en was buurtagent en lid van het bedrijfsopvangteam.?Nu geeft hij lezingen en advies over de impact van het politiewerk en schrijft voor?www.reflectieinblauw.nl. Verder?geeft hij advies aan leidinggevenden binnen de politie en is hij?gesprekspartner voor diverse politie-eenheden.?Arthur: ?Ik schrijf blogs en verhalen omdat ik aan burgers en collega?s wil laten zien dat politiemensen in hun werk veel dingen meemaken. Veel leuke dingen maar ze komen ook regelmatig?voor dilemma?s te staan. Dilemma?s waar velen niet of nooit over na hoeven te denken. Mijn motto is: politiewerk blijft mensenwerk’.

Lees bijvoorbeeld over zijn ervaring?als?jonge ruiter?bij zijn?eerste voetbaldienst bij de Kuip.

andre-besemsAndr? Besems (53)?werkt als brigadier/wijkagent in Barendrecht, eenheid Rotterdam. 25 jaar in de noodhulp, vier jaar bij de recherche en nu al enkele jaren als wijkagent met een sociale insteek.
‘Op mijn?eerste verhaal kwamen zulke leuke reacties dat ik besloot verder te gaan met schrijven. Daarna zijn mijn verhalen in boekvorm uitgegeven. Mijn doel is de lezer midden in het verhaal te laten staan en te laten zien dat politiewerk veel meer is dan het uitschrijven van een bekeuring’.

Lees bijvoorbeeld zijn verhaal?over zijn ervaringen op afgelopen koningsdag.

kevin-van-de-breeKevin van Bree is 35 jaar en werkt als brigadier bij de politie in Delfshaven. Hij vervulde de afgelopen?veertien jaar diverse blauwe functies binnen de eenheid Rotterdam.?Kevin: ‘Ik ben al een paar jaar?ambassadeur voor de politie en vertel mijn verhalen om te laten beleven dat het werk meer is dan wat zichtbaar is. Daar gebruik ik nu sociale media voor zoals Twitter en Facebook. Een aantal van mijn belevenissen heb ik opgeschreven; dat zijn mijn blogs.’ Lees een stuk van hem over zijn?rol als brenger van slecht nieuws en hoe die nooit went.

De blogs zijn te lezen op politie.nl/blogs, maar ook op hun eigen blogsites. En een verzamelplaats voor verhalen van hulpverleners, en gastpublicaties op diverse sites als geweldtegenpolitie. ?Bovenstaand overzicht is verre van volledig, want er zijn gelukkig nog meer bloggende agenten en hopelijk zullen er nog vele volgen om alle facetten van het politievak te delen met het publiek.