Tagarchief: melden

Help de Wouten?!

Een onderzoek naar de meldingsbereidheid bij VVC-zaken onder de jeugd in ZeelandKim Leonard

De politie is voor de opsporing van daders van misdrijven altijd afhankelijk van de medewerking van de burger. Zonder burgers als getuige, slachtoffer of aangever is er geen opsporing mogelijk. Specifiek is het melden van criminaliteit de voornaamste vorm van burgerparticipatie. Echter, blijkt dat 66% van massaal voorkomend strafbaar gedrag niet gemeld wordt door de burger. Deze veelvoorkomende criminaliteit is hinderlijk en heeft een versterkende werking op de onveiligheidsgevoelens van burger. (Jit wetenschappelijke onderzoek blijkt dat voornamelijk jongeren achterblijven in het melden van veelvoorkomende criminaliteit, ondanks dat zij hier een zeer belangrijke rol in spelen.

Opvallend is dat jongeren wel de overtuiging hebben dat een melding bijdraagt aan het oplossen van een misdrijf en dat zo snel mogelijk contact opnemen met de politie belangrijk is (Kuppens et. al., 2016). Maar ondanks deze overtuigingen bij jongeren blijft een melding vaak achterwege en blijken jongeren vooral passieve consumenten van informatie (Ferwerda, 2015). Hierbij lijkt het vooral moeilijk om jongeren gemotiveerd en betrokken te houden.

De grootste bevorderende factor voor het vergroten van meldingsbereidheid van de jeugd, is het feit dat de jeugd zelf 00k wil participeren (van Doorn, 2017). Anders gezegd is autonome motivatie nodig om de jeugd vanuit zichzelf te laten melden op het moment dat zij een strafbaar feit ontdekken. Wanneer er sprake is van een ander type motivatie dan autonome motivatie, dient een organisatie hier 00k anders mee om te gaan. De jeugd moet dan op een andere manier benaderd en gestimuleerd worden om hen te motiveren om veelvoorkomende criminaliteit te melden. Dit kwalitatieve onderzoek is daarom gericht op de vraag in hoeverre jongeren uit de regio Oosterscheldebekken autonoom gemotiveerd zijn om veelvoorkomende criminaliteit te melden.

Vanuit de literatuur kan worden gesteld dat autonome motivatie ontstaat wanneer iemand wordt bevredigd in de psychologische basisbehoeften autonomie, competentie en verbondenheid. 0m deze vraag te kunnen beantwoorden is daarom onderzocht of jongeren uit de regio Oosterscheldebekken zich bevredigd voelen in deze psychologische basisbehoeften. Dit gevoel is onderzocht door het afnemen van diepte-interviews. Voor het onderzoek zijn in totaal 12 jongeren in de leeftijd van 15 tot 18 jaar geinterviewd. Hierbij werd rekening gehouden met een spreiding tussen geslacht, leeftijd, opleidingsniveau en woonplaats in de regio Oosterscheldebekken.

De resultaten van dit onderzoek laten zien dat de jongeren uit het onderzoek nauwelijks melding maken van veelvoorkomende criminaliteit en dat de psychologische basisbehoeften van de jongeren sterk onder druk staan. Er is dus geen sprake van autonome, maar gecontroleerde motivatie bij de jeugd in de regio Oosterscheldebekken ten opzichte van het melden van veelvoorkomende criminaliteit. Dit betekent dat jongeren een externe stimulans nodig hebben om hun intentie tot het melden te vergroten. Concreet hebben zij behoefte aan uitleg, meer binding met de politie en voldoende gelegenheid om veelvoorkomende criminaliteit op geheel eigen wijze te melden. Wanneer deze stappen worden ondernomen, zal de intentie tot het melden van veelvoorkomende criminaliteit worden vergroot.

Lees of download hier het onderzoeksrapport:

[slideshare id=238425101&doc=helpdewouten-200909065829&type=d]

Bron: Politieacademie

 

App: VeiligR

VeiligRr is een applicatie voor smartphones waarmee je snel en makkelijk een probleem meldt bij de gemeente Rotterdam. Meteen op de plek én het moment dat jij het signaleert. Binnen vier tellen heb je locatie, probleem en foto gemeld met de VeiligR app (iOS, Android).

Een donker hoekje, een groep hangjongeren bij de supermarkt. Wie zich op een bepaalde plek op straat onprettig voelt, kan dat vanaf vandaag melden in de VeiligR-app van de gemeente. Zo wil Rotterdam een beeld krijgen van het onveiligheidsgevoel in de stad en de hotspots aanpakken.

Politie hoeft daar niet altijd aan te pas te komen. ,,Soms is een extra straatlantaren al genoeg om ervoor te zorgen dat iemand zich fijner voelt in zijn eigen buurt’’, zegt de woordvoerder van wethouder Bert Wijbenga (Buitenruimte). Het idee komt van de VVD. Vorig jaar diende fractievoorzitter Vincent Karremans een motie in voor een veiligheidsapp, waarin Rotterdammers direct en laagdrempelig onveilige plekken kunnen melden. Hij kreeg een meerderheid van de raad mee. Wijbenga (ook VVD): ,,Deze app is een laagdrempelige manier om meldingen over onveiligheid bij de gemeente te doen. Iedereen kan er echt van op aan dat de meldingen serieus worden bekeken en opgevolgd. Samen werken we aan een fijne en veilige woonomgeving.’’

Grens

De vraag is wel: waar ligt de grens tussen een melding bij de politie en een melding in de app? Daar kan de gemeente duidelijk over zijn: bij acute situaties moeten inwoners altijd de politie bellen. VeiligR is alleen bedoeld voor situaties waarin mensen zich onprettig voelen, maar er feitelijk niks gebeurt. Na een melding in de app wordt gekeken wat de mogelijkheden zijn. ,,Iemand binnen de gemeente vangt al die meldingen op. Er wordt contact opgenomen met de melder of een bericht doorgestuurd naar de desbetreffende dienst.’’

Leemte

De gemeente richt zich nu nog met name op twee gebieden: Noord en IJsselmonde. Daar worden inwoners gestimuleerd om het programma te downloaden en te gebruiken. Dat betekent niet dat de app in de rest van de stad niet werkt. ,,Iedereen kan meldingen doen, in de hele stad, maar we hebben deze twee buurten gekozen om de app te promoten, zodat we daar aardig wat gebruikers krijgen.’’ Over twee maanden wordt gekeken wat de app heeft opgeleverd en of het raadzaam is om VeiligR in de hele stad onder de aandacht te brengen. ,,Vult de app een leemte of niet?’’ vat de woordvoerder samen.

Bronnen: AD

Beeld in de meldkamer is mensenwerk

Meldingen naar 112 worden nu nog telefonisch gedaan. Maar meldkamers verwachten dat burgers en bedrijven steeds vaker beeld zullen willen sturen. Uit de eerste experimenten blijkt echter dat het gebruik van foto’s en video’s in de meldkamer minder vanzelfsprekend is dan het lijkt.

Door Jonathan Barnhoorn, Marc Menkhorst, Caroline Schilder, Kees van Dongen

We leven in een beeldcultuur. Volgens Facebook worden er per minuut 200.000 foto’s op de site gezet. Samen kijken we een miljard uur per dag video op YouTube. Elke seconde maken 50.000 mensen een foto met hun telefoon. Nederland, waar 93 procent van de inwoners een smartphone heeft, loopt in deze trend wereldwijd voorop. Vooral voor jongeren is de beeldcultuur een feit: 63 procent zegt foto’s en video’s over zichzelf te delen met anderen. Maar vlak ook ouderen niet uit. 9 van de 10 Nederlandse 55-plussers lopen met een smartphone op zak, en 34 procent is volgens het CBS actief op sociale media.

Beelden in de meldkamer

Die maatschappelijke ontwikkeling raakt ook aan veiligheidsprocessen, zoals handhaving, opsporing en hulpverlening. Burgers zetten zelfgenomen beelden van inbraken, ongelukken en (vermeende) daders op internet. Een buurtgroep wil met eigen foto’s en video’s de politie ondersteunen.

Het ligt voor de hand dat door burgers gemaakte beelden ook in toenemende mate gebruikt gaan worden in de meldkamers van 112. Op dit moment is dat nog niet goed mogelijk. Zo zijn de systemen van de centralisten nog niet ingericht op het weergeven en opslaan van foto’s en video’s die burgers sturen. De meldkamers staan echter wel open voor het gebruik hiervan. Ook de samenleving verwacht in toenemende mate dat zelfgemaakte digitale foto’s en video’s de telefonische melding kunnen ondersteunen.

Maar wat is het effect van foto, video en live-beeld in de meldkamer op het 112-intakeproces? En op de 112-centralist? Dat onderzocht TNO in samenwerking met het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Landelijke Meldkamer Samenwerking. Er zijn 2 verkennende experimenten gedaan met 12 centralisten van de Meldkamers Noord-Nederland en Noord-Holland. Zij waren werkzaam in de ambulancezorg, bij de brandweer en bij de politie. Een derde experiment, dat onder andere zou gaan over het effect van de kwaliteit van het aangeboden beeld, moet nog worden uitgevoerd.

Niet sneller en niet per se beter

Het eerste experiment ging om de vraag wat het effect was van foto, video en ‘live’-beeld op de snelheid van het intakeproces en de volledigheid en juistheid van de vergaarde informatie. De deelnemende centralisten werden onder meer geconfronteerd met een door een acteur gedane melding van bijvoorbeeld huiselijk geweld, een persoon te water of een uitslaande brand. In totaal werd gebruikgemaakt van 8 veel voorkomende duidelijke meldingen. De resultaten van dit experiment zijn afgezet tegen een eerder onderzoek met dezelfde meldingen maar dan zonder beeld. Omdat destijds de meldingen alleen verzoeken om noodhulp en zorg betroffen, kon voor dit onderzoek alleen dit type meldingen worden gebruikt.

En wat bleek? De afhandeling van een melding met beeld duurde gemiddeld langer dan een melding zonder beeld. En gemiddeld werd geen kwaliteitsverbetering in de vergaarde informatie waargenomen; eerder een marginale afname. Vooral bij de melding met een live-beeld was er sprake van een (gering) negatief effect. Een interessante waarneming was dat beelden zekerheid, maar ook onzekerheid kunnen veroorzaken bij de centralist. Dit laatste is het geval als beeld en mondelinge melding niet overeen lijken te komen.

Meerwaarde van het beeld

Toch zagen de deelnemende centralisten meerwaarde in het gebruik van beeld. Na afloop was 80 procent positief. Vóór het experiment was dat 25 tot 30 procent. De centralisten gaven achteraf aan dat burgerbeelden de melding kunnen verduidelijken, met name bij gebruik van jargon of bijvoorbeeld bij een taalbarrière. Ook in het geval van een zeer emotionele beller, die bijvoorbeeld geen vragen kan of wil beantwoorden, voegde beeld iets toe. Verder droegen beelden bij om een situatie van een ongeval of stadium van een brand beter te beoordelen. Een ander voordeel, zo vonden centralisten, was dat zij veronderstelden te kunnen zien of instructies daadwerkelijk werden opgevolgd door de melder. Livebeelden genoten de voorkeur, omdat deze de meest actuele beelden gaven en als betrouwbaarder gezien werden.

Impact van beeld

Dat burgers foto’s en video’s maken bij ongevallen, is niet onomstreden. Aan de andere kant kunnen beelden, wanneer die worden gedeeld met de 112-meldkamer, bijdragen aan een beter inzicht in de situatie. Wel kunnen beelden van ongevallen of misdrijven heftige emoties oproepen.

Om te onderzoeken wat de impact van beeld is op centralisten deed TNO een tweede experiment. De 22 eerder genoemde centralisten voerden een gesimuleerde meldkamertaak uit. Tijdens het verwerken van de informatie van de melding werd geen foto, een neutrale foto (zoals een auto) of een heftige foto (zoals een verwonding) getoond.

Emotioneel en mentaal belastend

Om meldingen waarbij foto’s werden getoond te verwerken moesten centralisten meer mentale inspanning leveren dan bij meldingen waarbij geen foto’s werden getoond. Heftige foto’s leidden niet tot meer inspanning dan neutrale foto’s. De emotionele belasting is gemeten met vragenlijsten tijdens het experiment en bevraagd in een interview na afloop. De vragenlijsten lieten geen effect van foto’s op emotionele belasting zien, in de interviews gaven centralisten wel duidelijk aan dat ze verwachten dat heftige beelden in de toekomst belastend kunnen zijn voor henzelf of voor collega’s. Ook vertelden centralisten in de interviews dat de beelden in het experiment ervoor zorgden dat het moeilijker was om de aandacht te verdelen. Dit sluit aan op het resultaat uit het eerste experiment dat centralisten gemiddeld minder volledig waren bij het vergaren van de informatie. Zowel met heftige als met neutrale beelden werden meer auditieve informatie-elementen gemist dan zonder beelden. Bij heftige beelden werd meer gemist dan bij neutrale beelden. Reflecterend vonden centralisten de getoonde foto’s over het algemeen nuttig en zien ze het nut van beelden voor de meldkamer van de toekomst. Ze hielpen om prioriteit en behoefte in te schatten bij een melding.

Toegevoegde waarde

Uit de eerste experimenten blijkt dat beeldmateriaal als ondersteuning van telefonische meldingen niet zonder meer tot kwaliteitsverbetering zal leiden. De grootste toegevoegde waarde van beeld bij het duiden van een melding door de centralist lijkt er te zijn in situaties waarbij de melding of melder onduidelijk is, of de centralist onzeker is over de toestand ter plaatse. De juistheid van deze veronderstelling vraagt om aanvullend onderzoek. Dit staat overigens nog los van de waarde die het beeld verder in de keten kan hebben voor het opbouwen van een informatiepositie op de meldkamer en de opvolging, zoals bijvoorbeeld de waarde voor de opsporing.

Verder blijkt dat beelden zorgen voor extra mentale en emotionele belasting van de centralist. Centralisten geven aan dat ze behoefte hebben aan eigen regie over het bekijken van eventueel beeldmateriaal. Dit kan echter leiden tot keuzestress en dilemma’s. Zij moeten een afweging maken tussen enerzijds het goed uitvoeren van de functie en dus alle beelden uitkijken en anderzijds zichzelf beschermen tegen (te) veel emotionele belasting.

Vaardigheden van de centralist

Het toevoegen van beeld aan het meldproces vraagt daarom niet alleen om technische en analytische skills van de centralist, maar ook typevaardigheid (blind kunnen typen) en het vermogen om te gaan met emotionele stimuli en stress. Hier zal bij de selectie, training en opleiding van personeel rekening mee moeten worden gehouden.

Het gebruik van beeld in de meldkamer zal sterk toenemen. Dit past bij de maatschappelijke trend, waarbij foto’s en video’s steeds nadrukkelijker aanwezig zijn. Initiatieven om beeld in de meldkamer te brengen en te beproeven worden daarom aangemoedigd. De impact van beeld op de centralist mag daarbij niet uit het oog worden verloren. Dit vraagt om zorgvuldig beleid en betrokkenheid van mensen met een achtergrond in het personeelsbeleid en de psychologie. Om het beleid te kunnen formuleren is bovendien meer onderzoek nodig. Bijvoorbeeld naar het effect van de verschillende manieren waarmee beeld het beste aan de centralist kan worden aangeboden.

Onderzoek

Lees ook: J.S. Barnhoorn en C.J.G. Van Dongen (2019) De impact van beeld in 112 meldkamers op de centralist (TNO rapport R10211) en M. Menkhorst en C.M.C. Schilder (2019) Effect van beeld op het 1-1-2 intake proces (TNO rapport R11729). Of lees hieronder de rapporten:

Samenvatting:

[slideshare id=143053720&doc=tno-2019-m10233-190501071611&type=d]

De impact van beeld in 112 meldkamers op de centralist

[slideshare id=143053568&doc=tno-2019-r10211-190501071323&type=d]

Effect van beeld op het 1-1-2 intake proces

[slideshare id=143053619&doc=tno-2018-r11729-190501071426&type=d]

Jonathan Barnhoorn, Marc Menkhorst, Caroline Schilder en Kees van Dongen zijn werkzaam bij TNO. Jonathan Barnhoorn is bereikbaar voor vragen en discussies via e-mail: [email protected]

Bron: Secondant

Sensing Clues: Van wilde natuur naar veilige omgeving

Als politie-onderzoeker kent hij de modernste technologie die wordt ingezet bij opsporing. Met zijn stichting zet Jan-Kees Schakel die in om stroperij in wildparken te bestrijden. “Sensing Clues turns wild spaces into safe havens!” valt te lezen op de website.

De rangers van Wildlife Works in Kenia en Phundundu in Zimbabwe hebben vandaag de dag een nieuw wapen in de strijd tegen stropers, illegale houtkap, en andere bedreigingen. Dankzij een applicatie van de Nederlandse non-profit Sensing Clues kunnen de rangers hun observaties nu in real-time met elkaar delen en combineren.?Natuurgebieden worden voortdurend bedreigd door illegale activiteiten, vari?rend van stroperij tot illegale begrazing, houtkap, ontginning, mijnbouw en afvaldumping. Met name in Afrika wordt de bescherming van bedreigde flora en fauna bemoeilijkt door de enorme omvang van de natuurgebieden, en het beperkte aantal rangers. In Kenia wordt bijvoorbeeld een natuurgebied van ruim 200.000 hectare natuur beschermd door minder dan 150 rangers ? een gebied dat ongeveer zo groot is als de provincie Limburg.

Tot op heden gebruikten veel rangers papieren formulieren om hun ervaringen en observaties te rapporteren. Daardoor krijgen ze pas veel later? soms maanden ? een duidelijk overzicht van wat er in het natuurgebied speelt. Vanaf vandaag hebben de rangers van Wildlife Works en Phundundu de beschikking over de nieuwe applicatie van Sensing Clues om al hun observaties in ??n beveiligde analyse-omgeving te centraliseren.

?Rangers vormen de voorhoede van natuurbeschermingsorganisaties,??zegt Dr. Schakel.??Zij zien veel sporen van illegale activiteiten in het gebied, maar konden hun individuele observaties niet eenvoudig met elkaar delen om hier vervolgens gezamenlijke inzichten uit te destilleren. Onze app geeft ze die mogelijkheid. Zij hebben nu een uiterst professionele observatie- en analysetool die ze helpt om op basis van de verzamelde informatie gericht in actie te komen. Dit is essentieel voor effectieve bescherming, omdat de gebieden immens groot zijn, het aantal ?boots on the ground? zeer beperkt, en stropers hier handig misbruik van maken.?

Kunstmatige Intelligentie

Na een testperiode van enkele maanden worden de observaties van de rangers in de applicatie aangevuld met observaties van ?slimme? sensoren. Sensing Clues ontwikkelt sensoren die in de natuur geplaatst worden om mens-gerelateerde signalen, zoals radiocontact en geluiden op te vangen. Met behulp van kunstmatige intelligentie worden geweerschoten, motorzagen en bromfietsen automatisch herkend. Deze observaties worden gedeeld met de rangers, die hierdoor direct in actie kunnen komen.

In de nabije toekomst wordt het softwareplatform volgens Schakel uitgebreid met nog meer databronnen en algoritmes voor het berekenen van risico?s:??Er zijn veel geweldige initiatieven voor het monitoren van wilde dieren. Biologen en ecologen gebruiken bijvoorbeeld gps-chips om bedreigde diersoorten te volgen. Zulke gegevens zijn ook heel waardevol voor misdaadpreventie als ze gecombineerd worden met de bevindingen van rangers en bijvoorbeeld de weersvoorspelling. De inzichten die dit oplevert helpt rangers om op het juiste moment op de juiste plaats te zijn om bedreigde diersoorten te beschermen.?

Een luide knal

De luide knal van een geweerschot. Jan-Kees Schakel en zijn vrouw worden midden in de nacht opgeschrikt in hun bamboehut in de jungle van Laos. Ze zijn op dat moment de enigen in het resort. Verder alleen de herrie van de natuur. En dat schot dus ineens. Ze wachten op wat komen gaat. Angstige minuten. Een kwartiertje later horen ze een bootje wegtuffen op de nabijgelegen rivier, richting bewoonde wereld. Het kan maar ??n ding betekenen, weet Schakel: stropers. Het incident vormt het begin van zijn stichting Sensing Clues. Als onderzoeker en strategisch adviseur bij de politie heeft hij dan al vele jaren ervaring met het gebruik van de modernste waarnemingstechnologie?n die kunnen worden ingezet bij opsporing. Dat kunnen camerabeelden zijn, maar ook Twitterberichten: alles wat maar kan helpen bij het opsporen van criminelen of het zo snel mogelijk signaleren van een crisissituatie.

In zijn hut in de jungle van Laos beseft Schakel dat precies dit soort informatie hard nodig is om de natuur te beschermen. Hier kan hij zijn oude en zijn nieuwe werk combineren; voordat hij bij de politie terechtkwam, heeft Schakel jarenlang in de tropen gewerkt als natuurbeschermer. Met zijn stichting wil hij parkwachters voorzien van de technieken waar ook de politie mee werkt. Sensoren, analyseprogramma?s, apps: alles wat maar kan bijdragen aan de strijd tegen stropers. Als het de natuurbeschermers aan ??n ding ontbreekt, is het real time-informatie.

Jan-Kees Schakel (links) met een parkwachter in Nepal.?Beeld Sensing Clues

Schakel kwam er snel achter wat het grote probleem is: er zijn gadgets genoeg, maar die werken vaak niet goed samen. Of ze zijn gebruiksonvriendelijk. Het gevolg is dat veel informatie nog altijd op traditionele wijze wordt overgebracht; mondeling, als de rangers elkaar ?s avonds bij het eten treffen. Of via opschrijfboekjes, die pas na drie maanden door iemand in de computer worden ingevoerd. De stroper is dan al lang en breed gevlogen.

???

Kies het type spoor dat gevonden is en leg de observatie vast of deel een melding.

Een deel van de oplossing is volgens Schakel de app van?Sensing Clues. Schakel, die inmiddels nog maar de helft van de tijd bij de politie werkt en de helft van zijn inkomsten heeft ingeleverd, laat de app zien. Eenvoud staat voorop; de ranger kan zijn rapportages doen via een aantal icoontjes. Zo kan hij aangeven dat hij resten van een vuur heeft gevonden, of een strik of bandenspoor. ?Rangers weten vaak niet of iets van belang is of niet. Logisch ook; pas in combinatie met andere sporen kan de grote lijn duidelijk worden.?

Schakel noemt als voorbeeld de vondst van een kapot kapmes door ranger 1 en een paar dagen later in hetzelfde gebied batterijen van een zaklantaarn door ranger 2. ?De combinatie van zaklamp met kapmes kan duiden op het stropen van giraffen?, weet Schakel. ?De ene stroper verblindt de giraffe met een krachtige lichtbundel en maakt lawaai met een ratel, waarop het dier in verwarring blijft staan. Zijn collega benadert de giraffe van achter en hakt de achillespezen door, waarop het beest ter aarde stort.? Het vlees van de ? beschermde ? giraffe wordt vervolgens op de markt verkocht als ?bush meat?, goedkoper dan koeien- of geitenvlees.

Vele uren mankracht

?Alles begint met de waarnemingen. Die kunnen van parkwachters zijn, maar ook van andere mensen die je vertrouwt, zoals boeren, gidsen of toeristen.? Een ander belangrijk onderdeel is het data- en analyseplatform. Hier komen alle gegevens binnen. Schakel had dit nooit kunnen ontwikkelen zonder de hulp van allerlei partijen die hij vanuit zijn politiewerk al kende. Consultants, juristen, datawetenschappers, vormgevers en programmeurs hebben allen belangeloos hun steentje bijgedragen. Door software zonder licentiekosten beschikbaar te stellen, maar ook via vele uren mankracht. Het resultaat is een systeem dat iedereen snapt. De ranger ziet ??n duidelijke kaart waarop alle informatie kan worden getoond. Dit alles met als doel meteen actie te kunnen ondernemen.

Verder zijn ook sensoren hard nodig, want mankracht alleen is nooit voldoende. In de Rukinga Wildlife Corridor in Kenia werken bijvoorbeeld zo?n 120 rangers (in groepen van 8) op een gebied van 220 duizend hectare. Dat is maar iets minder dan de provincie Noord-Holland. Op strategische plekken kunnen sensoren worden achtergelaten. Daar komt veel bij kijken, want ze moeten via zonnepanelen (of eventueel een batterij) aan energie komen, maar mogen tegelijk niet opvallen.

Schakel verstopt een zonnecel voor een sensor in een park in Kenia.?Beeld Sensing Clues

Sensing Clues ontwikkelt nu drie typen sensoren: voor het registreren van kunstmatig licht, van elektronica (bijvoorbeeld de signalen die mobieltjes uitzenden) en voor menselijk geluid. ?Stropers maken veel lawaai?, weet Schakel. ?Ze wanen zich onbespied omdat het gebied zo groot is. Ze maken dus gerust een vuurtje en zetten de radio aan.?

Herbert Prins, hoogleraar Natuurbeheer aan de Universiteit van Wageningen, gelooft enorm in het gebruik van sensoren en AI om stropers op te sporen voordat ze een misdaad hebben begaan. Het is de reden dat hij Sensing Clues ondersteunt door in de raad van toezicht plaats te nemen. De natuurbescherming is volgens hem de laatste decennia ?gemilitariseerd?, een slechte ontwikkeling. Volgens Prins moet de geweldsspiraal?? aan beide kanten vallen dodelijke slachtoffers ? doorbroken worden, wat mogelijk is door technologie slim in te zetten. Hij noemt de speciale trackers waaraan het Hilversumse ict-bedrijf Sodaq werkt. Deze worden aangebracht op bijvoorbeeld zebra?s. Door het gedrag van een kudde te analyseren, kan met ?een waanzinnige precisie? voorspeld worden of er stropers in de buurt zijn. ?Zebra?s?reageren anders?op stropers dan op parkwachters of toeristen. Ze ruiken gevaar als ze mensen zien die sluipen of gewoon wandelen en gedragen zich daar dan ook naar door bijvoorbeeld hard weg te lopen.?

Toys for boys

Hoe veelbelovend al dit soort sensoren ook zijn, het zijn geen wondermiddelen, benadrukt Schakel. ?Je hebt niets aan gereedschap als het niet onderdeel is van een hele kist. Alles moet goed op elkaar zijn afgestemd.? En juist daar gaat het vaak mis, volgens Schakel. Hij ziet spectaculaire en mediagenieke voorbeelden voorbijkomen. Camera?s in de hoorn van een neushoorn, drones, noem maar op. ?Dat ziet er allemaal prachtig uit, maar er is niet altijd goed over nagedacht.? In de woorden van Prins:?toys for boys.

Daarom werd Schakel in eerste instantie ook met de nek werd aangekeken toen hij bij parken aanklopte: w??r zo?n westerling die met een gadget komt aanzetten die alles gaat oplossen. Pauline Verheij, programmamanager Wildlife Crime bij dierenwelzijnsorganisatie IFAW, is ?heel enthousiast? over het gereedschap van Sensing Clues. ?Vaak wordt vergeten wat de basisproblemen zijn. Stroperij floreert in landen waar gebrek is aan capaciteit, geld en politieke wil. En waar veel corruptie is. Rangers moeten vaak werken onder slechte omstandigheden, waardoor ze ongemotiveerd zijn. Er is geen benzine, geen uitrusting, geen fatsoenlijke kleding. Dan kun je wel met de nieuwste technieken komen, maar dat lost niets op.? Terwijl techniek volgens Verheij wel degelijk kan helpen om de bestrijding van stroperij effectiever te maken. ?Ik geloof erin als het eenvoudig en laagdrempelig is in het gebruik.? Sensing Clues voldoet daar volgens haar aan.

Voor die gereedschapskist van Sensing Clues moet trouwens nog wel betaald worden. Veel is het niet: een paar duizend euro per jaar voor ondersteuning. Sensing Clues heeft nu afspraken met twee beschermde gebieden: Rukinga Wildlife Corridor in Kenia en Phudunda in Zimbabwe. Dat is het begin, als het aan Schakel ligt: ?We hebben de ambitie om honderden parken te helpen.? Zorg is er ook, over de beveiliging van de webomgeving: ?Stroperij is een miljardenbusiness. Zodra stropers zien dat dit een succes is, gaan ze alles uit de kast halen om ons plat te leggen, zodat rangers hun werk niet meer kunnen doen. We moeten er rekening mee houden dat we van alle kanten worden aangevallen.? Schakel zoekt dus nog hulp van de beste cybersecuritybedrijven. De constante wapenwedloop tussen beschermer en stroper zal ook op internet worden gevoerd.

DRONES IN OPKOMST, MAAR EXPERTS HEBBEN TWIJFELS

Sinds een jaar of tien zijn drones flink in opkomst om de natuur te beschermen. De ontwikkelingen gaan hard, zegt Serge Wich, mensaaponderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam ?n dronespecialist. Een van de mogelijkheden is drones te verbinden met camera?s of gps-trackers die op dieren zijn aangebracht, zodat ze altijd kunnen worden gevolgd. Met behulp van kunstmatige intelligentie (AI) zou zo?n drone ook, via beeldherkenning, kunnen bepalen of hij een neushoorn ziet of een stroper. De Lindbergh Foundation werkt samen met AI-bedrijf Neurala om zoiets?voor elkaar te krijgen. Wich heeft zijn bedenkingen over de werking: ?Er wordt van alles geroepen, maar er is nog veel onderzoek nodig.? Het is leuk dat de drone een stroper kan herkennen, maar er wordt niet bij verteld hoe vaak hij hem mist, zegt Wich. Ook is het duur drones in de lucht te houden en is er veel training nodig om een vliegtuigje goed te laten landen. Programmamanager Wildlife Crime Pauline Verheij heeft nog meer bedenkingen: ?Zolang er corruptie is, kunnen drones ook worden misbruikt door stropers om dieren op te sporen.? Ook hoogleraar Natuurbescherming Prins ziet de nodige nadelen aan drones, zeker als ze worden ingezet om via beeldherkenning op jacht te gaan naar stropers. ?Daar wil ik niet aan meewerken. De volgende stap is zo?n drone op stropers te laten schieten.? Wat wil niet zeggen dat drones niet nuttig zijn. Bijvoorbeeld om de informatie die door de sensoren wordt doorgegeven te verwerken. De huidige drones maken volgens hem een ?heel irritant? geluid dat op grote afstand is te horen, vergelijkbaar met een zwerm killer-bijen. Zowel beest als stroper slaat ervan op hol. Prins heeft hoge verwachtingen van een heel nieuw type drone: de??Robird?. Het Nederlandse Clear Flight Solutions is een van de partijen die zo?n klapwiekende drone wil ontwikkelen.

CHIMPFACE

Alexandra Russo probeert met haar kersverse initiatief?ChimpFace?het probleem van illegale handel in chimpansees op een heel andere manier aan te pakken. Met gezichtsherkenningssoftware scant ze internet af op afbeeldingen van chimpansees die in gevangenschap leven. Sociale media staan vol met foto?s van in babykleertjes gehulde apen, maar er zijn ook sites waar ze te koop worden aangeboden. Met de slimme software moet het gemakkelijker zijn om dit soort beelden op te sporen, waarna experts er naar kijken. Uiteindelijk is het doel van Russo om ? net als bij gezichtsherkenningssoftware voor mensen ? specifieke?chimpansees te herkennen?om zo een spoor te kunnen volgen over internet. De schade is altijd groter dan die ene schattige chimpansee, weet Pauline Verheij. ?Om ??n babychimp mee te nemen, wordt een hele familie uitgemoord.? Het vlees daarvan wordt op de markt verkocht.

Drones en smartphones worden ook ingezet om?illegale ontbossing tegen te gaan en Sea Shepherd zet nu ook?drone in tegen walvisjagers.

Bron: De Volkskrant, Emerce

BART! Burger Alert Real Time: verbindingsplatform tussen bewoners, gemeente en politie.

Burger Alert Real Time (BART!) is een digitaal meldingsplatform voor een veilige en leefbare buurt. Zaken met ?n zonder spoed kunnen buurtbewoners?24/7delen met politie, gemeente en andere BART! -gebruikers.

Bij overlast, verdachte situaties of sociale problemen geven burgers een digitale waarschuwing en indien nodig onderneemt de politie of de gemeente direct actie. Geen wachtrijen meer. Ook kan de politie zelf alarmeren: ?Momenteel veel auto-inbraken in uw buurt?.

BART! is een samenwerkingsproject waarin de gemeente Den Haag, de politie, CGI, TNO, TU Delft en TIGNL samen investeren. BART! is nu nog in een testfase. Momenteel wordt met kleine stappen experimenteel gewerkt voor de Haagse stadsdelen Escamp en Leidscheveen/ Ypenburg, zodat kleinere resultaten bijdragen aan de opbouw van een volledig participatiesysteem.

Samen bouwen aan een participatiesysteem dat zorgt voor vertrouwen en verbondenheid

BART! is een samenwerkingsproject waarin de?gemeente Den Haag,?de politie,?CGI,?TNO,?TU Delft?en?TIGNL?samen investeren in een digitaal meldingsplatform voor een veilige buurt. Bij overlast, verdachte situaties of sociale problemen waarschuwen burgers elkaar en indien nodig de politie of gemeente via een app. Ook kan de politie zelf alarmeren:
?Momenteel veel auto-inbraken in de buurt?. BART! is in een testfase. Momenteel wordt met kleine stappen experimenteel gewerkt voor de Haagse stadsdelen Escamp en Leidscheveen/ Ypenburg, zodat kleinere resultaten bijdragen aan de opbouw van een volledig participatiesysteem.



Alle ontwikkelde kennis wordt verspreid onder de partners:

Gemeente Den Haag: BART! is belangrijk voor de gemeente Den Haag, want het zorgt voor meer verbondenheid in de buurt en het stimuleert het gevoel dat de bewoners samen de wijk prettig en veilig houden. BART! bevordert het samen optrekken van buurtgenoten, lokale ondernemers, politie en gemeente. Gemeente Den Haag brengt openbare orde, veiligheid en leefbaarheidskennis in en stelt hiervoor de deskundigheid beschikbaar van professionals, leidinggevenden, wijkmanagers, wijkteams en klantcontactspecialisten.
Politie: De ontwikkeling van BART! sluit aan bij de doelstelling van de politie om een meer moderne, flexibele en effectieve organisatie te worden. Ook kan BART bijdragen aan een gevoel van vertrouwen door sterk politiewerk dichtbij de buurtbewoners. Met BART! wordt een meer eigentijdse dienstverlening gerealiseerd dat betere samenwerking met verschillende partners mogelijk maakt. De politie brengt al haar kennis in.
CGI: Het CGI is een grote dienstverlener op het gebied van informatietechnologie en bedrijfsprocessen. Het bedrijf onderzoekt hoe ICT-technieken het BART-concept kunnen ondersteunen. CGI ontwikkelt kortweg de technische kant van het communicatieknooppunt van BART! Momenteel is een prototype in de maak dat uitgebreid zal worden getest. Daarna wordt het doorontwikkeld op basis van de eerste ervaringen.
TNO: Kennisinstituut TNO brengt innovatie in op het gebied van maatschappelijke veiligheid en met name de inrichting van nieuwe media meldprocessen. De organisatie richt zich vooral op het ontwerpen van de bijbehorende processen en participatiesystemen van de betrokken deelnemers.
TU Delft: De Technische Universiteit Delft levert wetenschappelijke kennis vanuit haar jarenlange onderzoek naar participatiesystemen. Inmiddels heeft de universiteit een speciaal Participatory Systems Lab opgezet. De TU Delft richt zich hiermee op het optimaliseren van de samenwerking en het vertrouwen tussen burgers en overheid (gemeente en politie).
TIGNL: Technology Investment Group (TIG) brengt innovatiemanagement-kennis in met betrekking tot wetshandhaving, burgerparticipatie en private publieke samenwerkingsprojecten. TIGNL doet onderzoek en ontwikkelt inzichten voor aandachtsgebieden als competentie-ontwikkeling, ethiek, privacy en dataprotectie. Daarnaast organiseert en modereert zij verspreiding van kennis en registreert de interne en externe projectactiviteiten. Ook verzorgt TIGNL de administratie en de verantwoording van deze activiteiten.

Videobellen naar 112?

Tekst?Charlotte van den Berg,?Foto?Rob Acket

Wie alarmnummer 112 belt, krijgt een hulpverlener van de meldkamer aan de telefoon. Deze centralist luistert en informeert zo goed mogelijk om snel te bepalen welke hulp nodig is. Hoe mooi zou het zijn als de beller niet alleen kan beschrijven wat er speelt, maar de noodsituatie ook kan laten zien? Deze manier van melden ? m?t beeld – is dit najaar getest met centralisten in twee meldkamers. ?Wat telt is hoe het w?rkelijk gaat, daarom is beeld zo waardevol.?

Wanneer een centralist iemand aan de telefoon krijgt, is het eerste doel: zorgen dat de juiste hulpverlening op de plek belandt waar hulp nodig is. Ambulance, brandweer, politie en marechaussee (of alle vier) moeten zo snel mogelijk de juiste kant op. Zodra eerste hulp onderweg is, vraagt de centralist verder. Hoe is de situatie nu? Hoe reageert een slachtoffer? Alle informatie wordt vermeld in een centraal systeem waar meerdere hulpdiensten uit kunnen putten.

Mobiel

?Als een melder foto?s of filmpjes heeft die de situatie kunnen verduidelijken, wil je zulk beeld als hulpdienst natuurlijk gebruiken?, vertelt Marjan Dol, directeur van?meldkamer Noord-Nederland. Maar hoe krijg je die beelden goed en snel de meldkamer in? ?Als iemand ons nu beelden wil sturen, lossen we dat hier op dit moment praktisch op: we geven het nummer van een mobiele telefoon van de meldkamer en bekijken de beelden daarop. Ik houd wel van die pragmatische aanpak; wat telt is dat we iemand zo snel en goed mogelijk te hulp kunnen komen.?

‘Het kan toch niet zo zijn dat we als meldkamer alleen de telefoon kunnen opnemen?’

Marjan Dol, directeur van meldkamer Noord-Nederland in Drachten

Wil je beeld structureel, goed en snel gebruiken, dan moet melden met beeld een solide plek krijgen op het computerscherm van de centralisten. En dat willen de meldkamers, omdat ze op die manier zo goed mogelijk kunnen aansluiten bij mensen die hulp zoeken. Dol: ?Het kan toch niet zo zijn dat we alleen de telefoon kunnen opnemen? Daarom willen we graag meedoen aan experimenten die alle meldkamers beter laten aansluiten bij de samenleving.? Bij jongeren bijvoorbeeld, die gewend zijn elkaar foto?s en video?s te sturen. ?De samenleving communiceert al met beelden. Wat je zou willen is dat de melder in staat is dat beeld snel aan ons over te brengen, in aanvulling op het telefoongesprek. Zodat je als melder je camera kunt aanzetten en de beelden?live?kunt laten zien aan onze centralist.?

Camerabeelden

Meldkamers maken al gebruik van beelden: livebeelden die gemaakt worden door openbare camera?s, politiehelikopters of ?drones. Maar de hulpverleningsdiensten willen meer, vertelt Dol: ?Je zorgt als meldkamer dat je de basis van je werkzaamheden op orde houdt, zodat je betrouwbare hulpverlening kunt bieden. Daarnaast is het belangrijk je bezig te houden met onderzoek, zodat je met innovaties en ontwikkelingen ook in de toekomst de goede dingen blijft doen.? Daarom staat ook de?Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) achter meer gebruik van beeld.

Levensecht

Voor het experiment, dit najaar gehouden in meldkamers van Noord-Nederland en Noord-Holland, zijn acht levensechte meldingen nagebootst door acteurs. Deze fictieve meldingen bevatten zo veel mogelijk elementen van een gecompliceerde noodsituatie. Groot verschil met eerder onderzoek: de twaalf centralisten konden nu ook gebruik maken van foto?s, video?s en zelfs live beeld van de calamiteit. Beeldmateriaal dat zogenaamd gemaakt is door de melder aan de telefoon.

Regie

Alle centralisten waren na afloop van het experiment positief: het gebruik van beeld gaat volgens hen werken in de praktijk. Vooral een verbinding die het mogelijk maakt rechtstreekse beelden van de noodsituatie te zien, helpt hen met meer zekerheid in te schatten wat er gebeurd is. En ook in welk perspectief ze de melding moeten zien. Want wat voor een melder een gigantische wond is, kan voor de centralist heel anders zijn.

De belangrijkste ervaring die de centralisten deelden, was dat ze zelf regie willen behouden: ze willen zelf bepalen of en wanneer ze beeld te zien krijgen. ?Zodat zij vanuit hun vakmanschap kunnen beoordelen wanneer het zien van beelden kan helpen en in welke situatie het alleen zou afleiden?, aldus Dol.

Scherp

Voldoet de huidige situatie in de meldkamers dan niet? Dol: ?Op basis van de woorden van de beller analyseren centralisten een noodsituatie. Ze zijn daar geoefend in en doen dat uitstekend. Maar het blijft zo dat je gebaseerd op wat je hoort, een beeld vormt dat altijd enigszins afwijkt van de werkelijkheid. En wat telt is natuurlijk hoe het buiten w?rkelijk gaat, daarom is beeld zo waardevol. Het helpt ons zo veel mogelijk feitelijke informatie naar boven te krijgen en daarmee de situatie zo scherp mogelijk te krijgen. Daarom gaat het werken met beeld echt helpen.?

Melden met Beeld

Een ander experiment in dezelfde meldkamers testte het effect dat beeld heeft op centralisten zelf. Hoe belastend is het voor hen om een werkdag lang geconfronteerd te worden met heftige beelden? Dol: ?Stel je voor dat je in de meldkamer de hele dag beelden ziet van gewonde mensen. Ik vergelijk het altijd zo: een centralist maakt op een dag ongeveer vijftig keer zo veel mee als hulpverleners die op straat werken. Daar bestaat dus wat zorg over.? Samen zullen de?twee experimenten?antwoord geven op de vraag: ?Wanneer heeft welk soort beeld impact bij het doen van een 112-melding en welke impact is dat??

Bron: JenV Magazine 2018 nr4

‘Zoekt u mee naar deze fiets?’, vraagt de chatbot

Met het project BART! brengt Den Haag bewonersinformatie van digitale buurtgroepen en sociale media overzichtelijk samen in de meldkamer. Met algoritmes en chatbot-technologie doet de gemeente steeds meer beroep op het zelfoplossend vermogen van de bewoners. ?Zij kunnen van grotere betekenis zijn voor de veiligheid in hun eigen buurt.?

Een verloren fiets, vuilnis op de stoep buiten de ophaaltijden, een verdachte auto langs de weg. Dit soort problemen komen van oudsher op het bordje van de politie of de gemeente. Maar hoe effectief is dat? Tegenwoordig zijn veel mensen met elkaar verenigd in WhatsAppgroepen of op Facebook. Digitale buurtgroepen zijn inmiddels ingeburgerd. Daar delen buurtbewoners van alles en ze helpen elkaar verder met het terugvinden van voorwerpen en personen of ze houden een extra oogje in het zeil. Op deze manier tonen flink wat wijken een groot zelfoplossend vermogen, zonder overheidsinterventie. Dat is een enorme verschuiving in de samenleving. Echter, al die groepen vormen kanaaltjes naast elkaar, de gedeelde informatie komt niet samen.

?Het is aan ons om een meldkamer te verzinnen, waarin we signalen van burgers bij elkaar kunnen krijgen?

?Vroeger schreven we een brief aan de gemeente, toen kwam de telefoon, maar nu communiceren mensen veel meer via WhatsApp of sociale media?, zegt Pauline Krikke, burgemeester van Den Haag, in een filmpje over?Burgers Alert Real Time (BART!). ?Het is aan ons, de gemeente, om een meldkamer te verzinnen, waarin we signalen van burgers bij elkaar kunnen krijgen en daar goed op te kunnen reageren.? De meldkamer, operationeel centrum, is nog ingericht op telefonisch contact. Tekstberichten, foto?s en videobeelden zijn moeilijk te verwerken voor een operationeel centrum. Hoe haakt het aan op de digitale buurtgroepen? Daar zijn er inmiddels zoveel van, hoe hou je het overzicht in de databrij?

Zwerfvuil en verdachte zaken

BART! biedt een platform waar bewoners, politie en gemeente met elkaar samenwerken aan leefbaarheid en veiligheid in wijken. Het kan duiding geven aan telefonische informatie of van het socialemedia-verkeer tussen wijkbewoners, politie en gemeente. Vorig jaar experimenteerde Den Haag ermee in de wijken Berestein en Ypenburg. Samenredzaamheid is de kerngedachte van BART!: wijkbewoners nemen eigenaarschap over een probleem in hun buurt, ze zoeken eerst zelf een oplossing. Bijvoorbeeld door mee uit te kijken naar een verloren fiets, een medebewoner aan te spreken als hij zijn huishoudelijk afval niet op de juiste manier aanbiedt of uit te zien naar de eigenaar van de verdachte auto. Lukt het de bewoners niet om zelf het probleem te adresseren, dan kunnen ze het bij de gemeente of politie neerleggen.

Eerst zelf zoeken naar een oplossing?

?BART! is een experimenteel project en technisch gezien een?Complex Event Processor, een CEP?, legt Richard Vriesde uit. Vanuit de politie-eenheid Den Haag is hij betrokken bij dit project, samen met de gemeente Den Haag,?TU Delft,?TNO,?CGI?en?TIGNL. De CEP is in staat om uit een stroom data informatie uit digitale buurtgroepen te destilleren en hanteerbaar te maken. Via BART! communiceert de gemeente Den Haag straks met verschillende buurtgroepen, zoals?Veilige Buurt,?MijnBuur,??Waaksamen?en?Next Door. Hier kunnen bewoners anoniem tekstberichten, foto?s, video?s en locatiegegevens delen. Ze hoeven niet te kiezen waar een melding heen moet en ze komen ook niet in een wachtrij terecht. Met de CEP kan het operationeel centrum de databrij structureren, een beeld geven van wat er aan de hand is en een melding doorgeven aan politie, gemeente, of het via chatbot-technologie teruggeven aan de gemeenschap. Bewoners gaan dan eerst met elkaar zoeken naar een oplossing.

?Wat als een Hagenaar in een tekstbericht laat weten dat er ‘geklauwd’ of ‘gejat’ is?’

In de praktijklaboratoria van Berestein en Ypenburg werden 5 praktijkcasussen ge?nsceneerd, zoals een inbraak, een verdachte persoon bij een pinautomaat en een gewonde op straat. Vriesde: ?We stuurden mensen op pad met mobiele telefoons en we richtten een operationeel centrum in, ons laboratorium, waar professionals van het operationeel centrum van het?Real Time Intelligence Center?(RITC) en het Regionaal Service Centrum samenwerkten, om te zien wat er gebeurt als een bewoner in een tekstbericht een melding doet van een verdachte situatie. En wat is er vanuit ons nodig om te reageren?? Onderzoekers van TNO en de ontwikkelaars van de CEP, namen het werkproces en de privacyaspecten onder de loep en bekeken welke informatie de politie nodig heeft om betekenis te kunnen geven aan de informatie uit de data.

Technische horden

De ontwikkelaars van de CEP vinden allerlei praktische en technologische hobbels op hun pad. ?Bij een verdachte omstandigheid gebruiken burgers geen woorden die voorkomen in het wetboek van strafrecht?, zegt Vriesde. ?De CEP categoriseert op steekwoorden als ?verdacht persoon? en ?diefstal?, maar wat als een Hagenaar in een tekstbericht laat weten dat er ?geklauwd? of ?gejat? is? De slimme technologie moet politievakjargon en gewone spreektaal kunnen begrijpen, zodat wij uit de informatiestroom politie-informatie kunnen genereren. Google gaat voor ons niet zo ver.?

Een andere technische horde die het team nu moet nemen, is om te kunnen inschatten hoe actueel en urgent een melding is. Vereist het directe actie, kan het wachten tot morgen of speelde dit vorige week? De CEP moet de data chronologisch in de tijd kunnen plaatsen. En waar heeft een incident precies plaatsgevonden? Een centralist van het operationeel centrum kan weinig met een melding van een vermist kind dat voor het laatst is gezien in de Albert Heijn, als hij niet over de gps-locatie beschikt. Een buurtbewoner zal direct weten om welke winkel het gaat. Directe uitwisseling van geografische data is essentieel.

?De centralist kan op basis van de woordwolk al zien wat er speelt’

Momenteel sleutelt het team aan het geografisch verwerken van de informatie, zodat er bij meerdere meldingen een woordwolk ontstaat rondom een bepaald gebied. ?Op basis van steekwoorden zoals ?verdacht persoon? en ?auto?, krijgen we al snel een beeld van wat er gaande is,? aldus Vriesde. ?Nog voordat de centralist alle tekstberichten heeft doorgenomen of 5 bellers te woord heeft gestaan, kan hij op basis van de woordwolk al zien wat er speelt en erop reageren.?

Veranderende taak van de centralist

Wat voor gevolgen heeft deze ontwikkeling voor de centralisten? Om daar een goed antwoord op te vinden, bekijken de betrokken onderzoekers de invloed daarvan op politieprocessen. In plaats van een individuele beller, heeft het operationeel centrum nu een hele buurt tegelijk aan de lijn, legt Vriesde uit. ?Door datagestuurd te werken, gaan we over naar een-op-veel-communicatie. Nu neemt de centralist een melding een-op-een aan en geeft dat door. Met de nieuwe digitale werkvorm, verschuift zijn werk naar analyse, waarbij hij veel meer de regie krijgt in de operatie.? Het systeem heeft al vastgesteld wat er aan de hand is, de centralist controleert vervolgens of dat juist is en geeft daar duiding aan.

?We laten het volume van de data toenemen, om het algoritme nauwkeuriger te maken?

Door het werken met CEP en chatbot-technologie, kan er automatisch een handelingsperspectief uitgaan naar de digitale buurtgroepen: heeft u al naar buiten gekeken, heeft u het kenteken genoteerd, zoekt u mee naar deze persoon? Het kan zelfs een ingezonden foto blurren en delen in de betreffende buurtgroep, volgens de eisen van de privacywetgeving. In de nabije toekomst kan die interactie razendsnel datagestuurd gebeuren. De centralist komt dan vooral in beeld om de professionals aan te sturen. Hoeveel politie-inzet is gewenst, hoeveel auto?s zijn er nodig, is de situatie onder controle of moeten we opschalen? Vriesde: ?De centralist zal nog steeds veel beslissingen moeten nemen, maar hij wordt enorm geholpen door de technologie.?

Tijdens de pilots is gestart met het ontwikkelen van algoritmes, die in combinatie met chatbot-technologie grote hoeveelheden data heel vlot inzichtelijk kunnen maken. ?Nu proberen we de ongestructureerde data te structureren?, besluit Vriesde. ?We laten het volume van de data toenemen, om het algoritme nauwkeuriger te maken en de CEP beter tot zijn recht te laten komen. Op die manier worden de inspanningen van de bewoners krachtiger en zij kunnen van grotere betekenis zijn voor de veiligheid in hun eigen buurt.?

Bron: Secondant

Alert op de toekomst

Wanneer zich in Nederland een incident of ramp voordoet welke een potentieel gevaar vormt voor de bevolking, heeft de overheid de taak hen te alerteren. Het domein van alertering is in de afgelopen jaren onderhevig geweest aan een aantal transities door allerlei ontwikkelingen in de maatschappij.? In de publicatie ?Alert op de toekomst? schetst TNO een langere termijnvisie.

Voorheen ging alertering van de bevolking met sirenes, maar inmiddels zijn er andere systemen bijgekomen zoals NL-alert, AMBER Alert, etc. Bij een calamiteit ontvangt de burger ook steeds vaker en gemakkelijker informatie vanuit allerlei andere richtingen zoals sociale media en kan zij gemakkelijk zelf op zoek naar informatie. Daarbij is ook ‘fake news’ opkomend. In de publicatie ?Alert op de toekomst? schetst TNO een langere termijnvisie op alerteringen in het veiligheidsdomein aan burgers.

De wereld verandert

Veranderingen in de maatschappij brengen teweeg dat de overheid opnieuw wil en moet nadenken over haar rol binnen het domein van alertering. Waarvoor zou zij verantwoordelijk moeten zijn, met welk doel, en hoe ziet dat er dan uit? Voor welk soort incidenten moet er eigenlijk een alertbericht uitgaan? Wat moet er dan gecommuniceerd worden en naar wie wel en wie niet? Welk kanaal moet er worden gebruikt? Maar ook niet onbelangrijk, wat is eigenlijk de behoefte van de burger in dit hele verhaal?

Toekomstige leefwerelden

Om deze vragen te kunnen beantwoorden zijn experts binnen het veld gevraagd naar hun visie, los van huidige bestaande processen en systemen. Daarnaast is gekeken naar de manier waarop de maatschappij zich de komende jaren ontwikkelt. Daartoe zijn mogelijke toekomstige leefwerelden geschetst met elk hun eigen ontwikkelingen en behoeften en dus elk hun eigen implicaties voor alertering. Dit geeft richting aan de keuzes die gemaakt moeten worden in het heden.

Transities

Op de weg naar het nieuwe alerteren voorzien wij een aantal transities met verschillende opties. Op basis van de toekomstinschattingen van de experts zal alertering in ieder geval de richting uit moeten gaan van meer dienstverlening die inspeelt op de individuele behoeften van burgers, en van meer duurzame betrokkenheid in de leefomgeving van burgers. Daarnaast staat vast dat de overheid haar verantwoordelijkheid voor alertering moet behouden voor incidenten die betrekking hebben op fysieke veiligheid. Alle burgers die het aangaat moeten bereikt kunnen worden en handelingsperspectief ontvangen. Voor de burger moet duidelijk zijn dat de informatie die zij ontvangt, van een betrouwbare, gezaghebbende en authentieke bron komt.

Alert op de toekomst

Bovengenoemde transities zijn deels al in gang gezet, maar er is nog een innovatieve weg te gaan. De toekomstverkenning in het boekje ?Alert op de toekomst? is daarom geen eindpunt, maar juist een startpunt voor discussie, om ? alert op de toekomst ? vandaag de juiste keuzes te kunnen maken voor morgen. Keuzes waarin alle overheden, markt- en ketenpartijen en niet in de laatste plaats burgers moeten worden betrokken.

[slideshare id=94009008&doc=tno-2018-alert-180416191715&type=d]

Deze toekomstvisie is een vervolg op de?TNO-publicatie ?Wie belt er nog???in het kader van Het Nieuwe Melden, verschenen in 2016.

[slideshare id=59600264&doc=hetnieuwemelden-160315191155&type=d]

Bronnen: TNO

Impact van beeld door Het Nieuwe Melden

Meldingen naar 112 en 0900-8844 worden nu nog telefonisch gedaan. Maar meldkamers in Nederland verwachten dat ze binnen vijf jaar met beelden uit meldingen zullen werken. Zegt een beeld meer dan duizend woorden, of resulteert beeld in een verkeerde weergave van een bepaalde situatie? Kan het tot verkeerde beslissingen leiden?

In de publicatie ?Wie kijkt er mee?” verkent TNO de impact van het melden met beelden door burgers bij meldkamers van hulpverleningsdiensten.

Beeld wordt doorgaans alleen gebruikt voor de opvolging van een melding en nog niet als een wezenlijk onderdeel van een (spoedeisende) melding. Hoe kun je dan toch effectief en verantwoord omgegaan met beeld? Hiervoor is een beschouwing nodig van de impact van beeld vanuit diverse invalshoeken: mens, organisatie, proces, technologie, wetgeving en ethiek.

Deze verkenning is een vervolg op de TNO publicatie van Het Nieuwe Melden veschenen in 2016. Hierin worden de nieuwe vormen van melden tot aan 2025 en die meldkamers op termijn drastisch kunnen veranderen, op een rij gezet. Zo is bijvoorbeeld het gebruik van apps om te communiceren met de meldkamer in opkomst. Daarom is het programma Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO) nu bezig met de ontwikkeling van een 112 app. Ook op sociale media is allerlei informatie te vinden. Deze kanalen kunnen in de toekomst misschien gebruikt worden als meldkanaal. De sterk toenemende rol beeld in de maatschappij heeft als gevolg dat we alles vastleggen via de smartphone en andere devices. Foto?s, filmpjes en real-time video?s delen we via sociale media.

Beeld is een overheersend element in socialemediatoepassingen. Het gebruik van beeld in het meldproces is een logisch gevolg van maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Niet alleen voor het meldkamerdomein, maar ook bij de politie, brandweer en ambulancezorg.

Wil je meer weten over melden met beeld? Download de publicatie ‘Wie kijkt er mee?’ Of bekijk het online:

[slideshare id=84628078&doc=107tnohnmbeeldonline-171221140013&type=d]

Live View

Het benutten van beelden is in de meldkamer is niet helemaal nieuw. Zo wordt al langer gebruik gemaakt van publieke en private camera?s om de omgeving te monitoren in cameratoezichtcentrales.

Met Live View kan de meldkamer van de politie rechtstreeks meekijken met de camerabeelden van een winkelier of horecaondernemer. Als een bedrijf zijn bewakingscamera heeft aangesloten bij een particuliere alarmcentrale, krijgt deze bij onraad via een (alarm)sensor een melding. Een beveiligingsmedewerker van de alarmcentrale kan vervolgens de beelden zien en alle gegevens en de live beelden desgewenst doorschakelen naar de meldkamer van de politie. Door de tussenkomst van de particuliere alarmcentrale ? de poortwachter ? wordt nodeloos uitrukken voorkomen. In de meldkamer kan vervolgens live worden meegekeken. De meldkamer kan ook vragen om (indien mogelijk) de camera te draaien, in te zoomen of een andere camera te activeren en de beelden daarvan te delen. Het aangeboden beeld wordt nu nog niet openomen en moet achteraf worden gevorderd. Beeld opvragen ? bijvoorbeeld ter verificatie van een gaand incident ? van camera?s onder regie van de politie is inmiddels gewoongoed. Voor beelden die zijn gemaakt in de niet-publieke ruimte is dit bewerkelijker.

Live View is oorspronkelijk ontworpen voor het verminderen van het aantal overvallen en het verhogen van het oplossingspercentage. Het is daarmee gericht op het vergroten van de heterdaadkracht. Het idee dat de politie rechtstreeks kan meekijken werkt tevens preventief. Live View is beschikbaar in alle 112-meldkamers en een aantal private bedrijven. Het wordt inmiddels gebruikt voor 112-waardige gebeurtenissen met (nu nog) de nadruk op politiegerelateerde incidenten.

De mens

De gevolgen voor betrokkenen bij een incident kunnen groot zijn. Omstanders en slachtoffers worden immers op beeld vastgelegd, en die informatie gaat alle kanten op. Maar zelfs een dader heeft recht op privacy. Beeld kan een enorme impact hebben op de professional in de meldkamer en de hulpverlener op straat. Beeld kan niet alleen heel schokkend zijn, het kan ook zorgen voor meer werklast. En wat is precies het effect van beeld op een goede besluitvorming?

Het belangrijkste doel van de centralist is zo snel mogelijk de juiste inzet te bepalen en de weg op te sturen. Kwaliteit EN snelheid dus. Snel communiceren met een persoonlijke focus kan heel goed met telefonie, zeker als je getraind bent om goed te luisteren. Na deze eerste fase volgt vaak een verdieping: ?Wat is er precies gebeurd??, waarin belangrijke details over de situatie aan bod komen. Deze complexe boodschappen zijn gemakkelijker over te brengen met een rijker medium.

Beeld kan betekenen dat centralisten zich op andere dingen richten dan ze nu doen in een telefoongesprek. Beeld kan positieve, maar ook negatieve gevolgen voor het meldproces hebben. Uit de cognitieve psychologie kennen we vele valkuilen, ook wel cognitive biases (denkfouten) genoemd, die een rol zouden kunnen spelen bij het introduceren van beeld in de meldkamer. Zoals:

  • Bizarreness effect:?Mensen onthouden verrassende informatie vaak beter.
  • Picture superiority effect:?Concepten uit beelden worden veelal beter onthouden dan concepten uit woorden.
  • Anchoring:?Mensen richten zich soms te sterk op ??n stuk informatie ? vaak datgene dat als eerst binnenkomt ? voor het nemen van een beslissing. Wat zegt dit over de timing van het invoegen van beeld in het meldproces?
  • Empathy gap:?Mensen zijn van nature geneigd de intensiteit van eigen gevoelens of die van de ander te onderschatten. Is het een idee om centralisten zelf te laten bepalen of ze een heftige afbeelding wel of niet willen zien?
  • Framing effect:?De manier waarop informatie wordt gepresenteerd kan be?nvloeden welke conclusies iemand trekt.

Het meldproces

We onderzoeken nu al de impact van beeld op het huidige 112-protocol. Beeld geeft namelijk niet alleen antwoorden, maar stelt ons ook in staat de juiste vragen te stellen. Past het 112 protocol zich aan op het beeld, of ontstaat er vanuit het protocol regie op het beeld? En is er nog wel een protocol mogelijk bij al die ongestructureerde grote hoeveelheden beelden die binnenkomen?

Een beeld zegt meer dan duizend woorden, en dus kan het voor de centralist tijd schelen om duidelijk te krijgen waar een melding over gaat. De centralist heeft zo misschien ook meer zekerheid over de verkregen informatie. Omdat beeld een universele taal is, is het uitermate geschikt voor meldingen door een grote doelgroep, waaronder anderstaligen. Het gebruik van beeld heeft echter ook nadelen. Doordat de drempel om te melden lager is, kan dit leiden tot nepmeldingen of misbruik. Bovendien kan beeldmateriaal worden gemanipuleerd of kan een melder oud beeldmateriaal gebruiken om te suggereren dat het om een actueel incident gaat. Verder kunnen heftige beelden grote impact hebben op de centralist zelf. Het bekijken van foto-en videomateriaal kan ook meer tijd kosten, omdat dit veel aandacht vraagt.

De overheid als organisatie

De overheid trekt zich terug. Ook moeten steeds minder mensen steeds meer doen. Dat vraagt om prioriteiten. De overheid zal dus keuzes moeten maken: welke taak is aan de overheid, en welke wordt belegd bij burgers en het bedrijfsleven? De samenwerking tussen de overheid, bedrijfsleven en burger zal hoe dan ook worden ge?ntensiveerd. Meer dan 97% van alle camera?s is in private handen. Met het internet der dingen wordt dat alleen maar meer. De rol en de taak van burgers, bedrijfsleven en overheid kan voor specifieke situaties in de toekomst verschuiven. Volgens de wetenschap kosten meer natuurlijke vormen van communicatie zoals beeldbellen minder energie. Ook zijn ze effectiever. Ofwel, hoe rijker het medium, hoe geschikter om een ingewikkelde boodschap over te brengen. Maar geldt dit ook voor de meldkamer? Centralisten en observanten zullen aan steeds hogere eisen moeten voldoen als ze gaan werken met beeld. Waar een centralist het nu alleen met audio moet doen, kan hij straks ook gebruikmaken van beelden. Een observant zal steeds meer camerabeelden moeten uitkijken, weliswaar geholpen door de techniek, maar door de explosieve toename van beschikbare beelden zal dit een blijvende uitdaging zijn. Er is dus regie op het aanbod nodig.

Technologie
Burgers en sensoren (camera?s) produceren enorme hoeveelheden beeld. Hoe kan de meldkamer die hoeveelheden verwerken en analyseren? Hoe gaan we dat technisch oplossen met internettechnologie? Het proces moet namelijk niet alleen snel en gemakkelijk zijn, maar ook betrouwbaar. ?No lost calls? wordt nu ?No lost data?.

Steeds meer hulpverleners, drones en voertuigen worden uitgerust met camera?s die beelden opnemen en streamen. De camera is een van de meest veelzijdige sensoren en zorgt in veel van die apparaten voor de mogelijkheid om te reageren op gebeurtenissen in de omgeving. Er zijn?allerlei technologie?n om beelden vast te leggen, te verwerken, verrijken, interpreteren of te cre?ren.

De ontwikkelingen in de technologie voor automatische en real-time interpretatie van beelden zitten momenteel in een stroomversnelling, omdat er steeds meer beelddata beschikbaar is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de detectie van afwijkend gedrag en het herkennen van sentimenten van een groep mensen of een enkel individu. Op basis van ?visuele intelligentie? die computers opbouwen uit grote beeldbanken is het mogelijk nieuwe visuele informatie te interpreteren en om te zetten in natuurlijke taal, zodat mensen de juiste beslissingen kunnen nemen voor opvolging.

Valse beelden

Beelden worden steeds vaker gemanipuleerd en zullen de meldkamer binnenkomen. Een neptoespraak van president Trump op Facebook is grappig, maar iemand anders kan dezelfde technologie gebruiken om diens reputatie te beschadigen en een crisis te veroorzaken. Manipulatietechnieken die vroeger alleen haalbaar waren voor experts, kunnen zomaar als app beschikbaar komen voor het grote publiek. Iedereen kan dan iemand anders ouder laten lijken (Face-app), de toespraak van een bekend persoon manipuleren (Stanfords Face2Face) of een schilderij maken (deepart.io). En dat terwijl deze geavanceerde technologie nog maar net is ontwikkeld. Iedereen kan nu met ?deep learning?-algoritmes zijn eigen huis schilderen in de stijl van van Gogh. De toekomst van manipulatiedetectie voorspellen is daarom lastig.

Nu is het nog eenvoudig om bepaalde manipulaties te detecteren, omdat de populaire tools zijn gebaseerd op duidelijk zichtbare eigenschappen in het beeld. Maar de detectiestrategie?n zijn te omzeilen. Het is vooral moeilijk te voorspellen wanneer de noodzakelijke tegenmaatregelen ? tools voor in de meldkamers, voor journalisten en voor burgers ? beschikbaar komen en andersom, in welke mate kwaadwillenden gebruik gaan maken van dergelijke geavanceerde technieken.

Toch is de mens nog hard nodig in duiding van beelden, want computers en Artificial Intelligence gebruiken rekenregels die meestal uitgaan van situaties uit het verleden. Daarom worden in de humanitaire hulp zogenaamde crisismappers en andere digitale hulpverleners massaal ingezet om foto?s te taggen of op een kaartje te plotten. Een voorbeeld hiervan is het platform CrowdCrafting, dat dient om burgers te vragen berichtgeving, bijvoorbeeld op de sociale media of beelden van drones, uit een rampgebied nader te duiden.

Wetgeving

Voor het melden met beeld gelden dezelfde regels als voor gegevensverzameling in het algemeen. Er is in principe geen onderscheid in het soort beeld: foto, video of real-time streaming. Voor stelselmatig opnemen gelden andere regels dan voor incidentele beelden die op de meldkamer binnenkomen. Ook burgers en bedrijven mogen niet zomaar de hele dag in de openbare ruimte, nog los van de vraag of het ethisch wel klopt om anderen herkenbaar vast te leggen en die beelden te delen. Voor het gebruik van de ontvangen informatie zijn minder regels van toepassing, mits die informatie verkregen is voor een duidelijk doel.

Ethiek

Er is met het benutten van beeld van alles mogelijk. Maar wat is wenselijk? Hoe kan het gebruik van beeld bijdragen aan een vrije, rechtvaardige en open samenleving? Er zijn drie kernwaarden die in gevaar kunnen komen bij het gebruik van beeld, namelijk: vrijheid, gelijkwaardigheid en verantwoordelijkheid.

Op maatschappelijk niveau speelt de privacy door de drie kernwaarden heen. Als iemand mij op straat filmt of fotografeert kan dat tot privacybezwaren leiden en kan ik me minder vrij voelen. Als een algoritme mensen op basis van foto?s in bepaalde categorie?n indeelt kan dat leiden tot discriminatie. Als de politie allerlei databronnen met elkaar koppelt zal men dat moeten kunnen uitleggen, en daarover verantwoording afleggen.

Overigens ervaren we privacy steeds anders. Achter de voordeur willen we volledige privacy, tenzij we in nood verkeren, dan mogen hulpdiensten zomaar binnenkomen. Zodra we op straat komen leveren we privacy in. Bij veiligheidscontroles op het vliegveld leveren we veel privacy in voor de veiligheid. Privacy is dus dynamisch en contextafhankelijk.

We willen dat organisaties verantwoording kunnen afleggen over hun manier van werken (accountability), en we verwachten transparantie. Meldingen komen nu nog binnen via de telefoon. De centralist vraagt uit via een protocol en kan op een scherm aantekeningen maken en bronnen raadplegen. Met beeld verandert dat. De centralist moet dan ook de binnenkomende beelden interpreteren. Hoe snel en nauwkeurig moet dat en hoe is dat in een protocol te vatten? Ze moeten dus afwegingen maken: snelheid versus nauwkeurigheid, privacy versus veiligheid.

Beeldenstorm

In 2025 is het de gewoonste zaak van de wereld om op allerlei manieren met beeld te communiceren. Dat wordt nu ook al volop gedaan. Facebook, YouTube, Instagram en Snapchat zijn voorbeelden waarmee jong en oud elkaar informeren met stilstaand en bewegend beeld.

In de TNO publicatie zijn voor een viertal totaal verschillende leefwerelden incidentscenario?s ontwikkeld waaruit consequenties voor beleid, uitvoering en burgers zijn uitgewerkt. Deze vier geschetste toekomstvisies leiden tot prioriteiten waar altijd rekening mee moet worden gehouden (zogenaamde ?no regrets?). Deze zijn in de tijd geplaatst vormen daarmee een roadmap. Gekoppeld hieraan zijn er een aantal dilemma?s die te vertalen zijn in beleidskeuzes voor hoe de overheid zich in de toekomst wil ontwikkelen. ?De roadmap is daarmee geen eindpunt, maar slechts een begin: het is een eerste aanzet in het beleidsproces, een discussie met als doel de complexiteit te reduceren tot een iteratief/incrementeel innovatieplan, om daarmee de menselijke maat te waarborgen in het innovatieproces.

Er is veel behoefte aan experimenten die verder gaan dan het oude reactieve handelen binnen meldkamers. Als meldkamers straks een permanent beeld hebben, in letterlijke en figuurlijke zin, kunnen we dan ook situaties vroegtijdig signaleren of voorkomen? Beeld kan helpen om de noodzakelijke transitie binnen de meldkamer te realiseren. Van reactief naar proactief en misschien zelfs preventief. En als dit kan, hoe ziet de meldkamer er dan uit? Welke keuzes moet je vandaag maken om voorbereid te zijn op morgen? Alleen door te leren en te experimenten kunnen we de juiste richting bepalen.

Deze verkenning met diverse vormen van impact, de visies uit de leefwerelden en de roadmap vormen belangrijke input voor de huidige beleidsvorming van de overheid.

Bron: TNO

SOS functie op je telefoon

Mam, mag ik je even bellen als ik over dat donkere weggetje moet fietsen?’?– een vraag die menig meisje of jongen weleens stelt. En anders is het wel een van je ouders die eist dat je even belt als je alleen naar huis moest fietsen.

Tegenwoordig kun je ook een SOS-functie instellen op je telefoon, zodat je je meer op je hoede voelt als je over dat afgelegen bospaadje naar huis moet. Dat kon natuurlijk al een tijdje, maar na de zaak van Anne Faber gaat de functie viral. Met de SOS-functie kun je in geval van nood makkelijk een vriend, familielid of de hulpdiensten inschakelen. Het?instellen van noodcontacten (ICE)?op je telefoon kon al langer op de meeste smartphones. Maar de nieuwste Galaxy-telefoons van Samsung (draaiend op?Android 5.0 of hoger) en sinds vorige maand ook Apple’s?iOS 11 hebben een aparte SOS-functie voor noodsituaties.

NOS legt hieronder uit hoe je de functie instelt:

Zo stel je de SOS-functie in je telefoon in

iPhone (iOS 11)

Bij de?iPhone moet je deze functie wel zelf instellen. Dat doe je door bij ‘Instellingen’?de optie ‘SOS-noodmelding‘?in te schakelen. Hier kun je zelf jouw?SOS-contactpersonen kiezen en is er de aanvullende functie ‘Aftelgeluid’. Daarmee laat je iPhone een schel waarschuwingsgeluid horen die mogelijke belagers afschrikt en omstanders alarmeert.?Eenmaal ingesteld werkt de SOS-functie dan bij?5 keer snel de aan/uit-knop indrukken.

Samsung (Galaxy S4 en hoger)

De SOS-functie zit ook bij de laatste Galaxy-modellen van Samsung?ingebakken. Bij de?Galaxy S4 en opvolgers?S5, S6,?S7 en S8?is het mogelijk om noodberichten te sturen. Bij ‘Instellingen’ onder ‘Geavanceerde functies’ bij de optie ‘SOS-berichten verzenden’. Daarbij stuur je bovendien je locatiegegevens door (met behulp van gps of wifi) en kun je ook foto’s en geluidsopnames meesturen. Bij deze Samsung-modellen?werkt de SOS-functie dan bij?3 keer snel de aan/uit-toets indrukken.

Andere smartphones

Bij overige Android-toestellen is er ook een manier om een noodknop in te stellen. In dat geval is het nodig om???n van de vele apps?te downloaden en deze naar wens in te stellen.

Of bekijk de uitleg van RTL Nieuws:

“Door de zaak van Anne Faber worden mensen eraan herinnerd dat er mensen rondlopen die dit soort dingen doen”, zegt Willy van Berlo van kenniscentrum voor seksualiteit Rutgers.

Maar, benadrukt Van Berlo, het gaat hier wel om een extreem geval. “Een onbekende die je van je fiets trekt?komt heel weinig?voor. “

Bij zo’n tachtig procent van de zaken van seksueel geweld is volgens Van Berlo de dader een bekende van het slachtoffer, vaak de huidige relatie of een ex. Bij de overige zaken kan het ook gaan om bijvoorbeeld iemand die je net in de kroeg hebt ontmoet. Seksueel geweld van iemand die je helemaal niet kent, is zeldzaam.

In totaal is 14 procent van de vrouwen onder de 25 jaar weleens gedwongen seksuele dingen te doen tegen hun zin in. Bij een kwart van hen werd geweld gebruikt.

Ze kan zich voorstellen dat de SOS-functie een goede manier is om iets van angst weg te nemen. “Net als met z’n twee?n fietsen kan het een gevoel van veiligheid geven. Het zou niet nodig moeten zijn, maar als vrouw blijf je toch bedachtzaam”, zegt van Berlo.

Bronnen: Bright, NOS