Tagarchief: webcare

BART! Burger Alert Real Time: verbindingsplatform tussen bewoners, gemeente en politie.

Burger Alert Real Time (BART!) is een digitaal meldingsplatform voor een veilige en leefbare buurt. Zaken met ?n zonder spoed kunnen buurtbewoners?24/7delen met politie, gemeente en andere BART! -gebruikers.

Bij overlast, verdachte situaties of sociale problemen geven burgers een digitale waarschuwing en indien nodig onderneemt de politie of de gemeente direct actie. Geen wachtrijen meer. Ook kan de politie zelf alarmeren: ?Momenteel veel auto-inbraken in uw buurt?.

BART! is een samenwerkingsproject waarin de gemeente Den Haag, de politie, CGI, TNO, TU Delft en TIGNL samen investeren. BART! is nu nog in een testfase. Momenteel wordt met kleine stappen experimenteel gewerkt voor de Haagse stadsdelen Escamp en Leidscheveen/ Ypenburg, zodat kleinere resultaten bijdragen aan de opbouw van een volledig participatiesysteem.

Samen bouwen aan een participatiesysteem dat zorgt voor vertrouwen en verbondenheid

BART! is een samenwerkingsproject waarin de?gemeente Den Haag,?de politie,?CGI,?TNO,?TU Delft?en?TIGNL?samen investeren in een digitaal meldingsplatform voor een veilige buurt. Bij overlast, verdachte situaties of sociale problemen waarschuwen burgers elkaar en indien nodig de politie of gemeente via een app. Ook kan de politie zelf alarmeren:
?Momenteel veel auto-inbraken in de buurt?. BART! is in een testfase. Momenteel wordt met kleine stappen experimenteel gewerkt voor de Haagse stadsdelen Escamp en Leidscheveen/ Ypenburg, zodat kleinere resultaten bijdragen aan de opbouw van een volledig participatiesysteem.



Alle ontwikkelde kennis wordt verspreid onder de partners:

Gemeente Den Haag: BART! is belangrijk voor de gemeente Den Haag, want het zorgt voor meer verbondenheid in de buurt en het stimuleert het gevoel dat de bewoners samen de wijk prettig en veilig houden. BART! bevordert het samen optrekken van buurtgenoten, lokale ondernemers, politie en gemeente. Gemeente Den Haag brengt openbare orde, veiligheid en leefbaarheidskennis in en stelt hiervoor de deskundigheid beschikbaar van professionals, leidinggevenden, wijkmanagers, wijkteams en klantcontactspecialisten.
Politie: De ontwikkeling van BART! sluit aan bij de doelstelling van de politie om een meer moderne, flexibele en effectieve organisatie te worden. Ook kan BART bijdragen aan een gevoel van vertrouwen door sterk politiewerk dichtbij de buurtbewoners. Met BART! wordt een meer eigentijdse dienstverlening gerealiseerd dat betere samenwerking met verschillende partners mogelijk maakt. De politie brengt al haar kennis in.
CGI: Het CGI is een grote dienstverlener op het gebied van informatietechnologie en bedrijfsprocessen. Het bedrijf onderzoekt hoe ICT-technieken het BART-concept kunnen ondersteunen. CGI ontwikkelt kortweg de technische kant van het communicatieknooppunt van BART! Momenteel is een prototype in de maak dat uitgebreid zal worden getest. Daarna wordt het doorontwikkeld op basis van de eerste ervaringen.
TNO: Kennisinstituut TNO brengt innovatie in op het gebied van maatschappelijke veiligheid en met name de inrichting van nieuwe media meldprocessen. De organisatie richt zich vooral op het ontwerpen van de bijbehorende processen en participatiesystemen van de betrokken deelnemers.
TU Delft: De Technische Universiteit Delft levert wetenschappelijke kennis vanuit haar jarenlange onderzoek naar participatiesystemen. Inmiddels heeft de universiteit een speciaal Participatory Systems Lab opgezet. De TU Delft richt zich hiermee op het optimaliseren van de samenwerking en het vertrouwen tussen burgers en overheid (gemeente en politie).
TIGNL: Technology Investment Group (TIG) brengt innovatiemanagement-kennis in met betrekking tot wetshandhaving, burgerparticipatie en private publieke samenwerkingsprojecten. TIGNL doet onderzoek en ontwikkelt inzichten voor aandachtsgebieden als competentie-ontwikkeling, ethiek, privacy en dataprotectie. Daarnaast organiseert en modereert zij verspreiding van kennis en registreert de interne en externe projectactiviteiten. Ook verzorgt TIGNL de administratie en de verantwoording van deze activiteiten.

Onderzoek: Social media gebruik onder politiezones Belgi

Op 25 september is er een inspiratiedag voor de politie over het inzetten op sociale media, georganiseerd door socialemediaburo.be en CPL Belgium. Sprekers zijn onder andere Ron De Milde (directeur nieuwe media politie Nederland), procureur des Konings Dominique Reyniers en federaal minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Jan Jambon. In de aanloop van deze dag hebben de organisatoren?een? onderzoek gehouden?naar het gebruik van sociale media bij politiezones, waarvan hieronder een verslag.

Inspiratiedag 25 september

Sociale media zijn uitermate geschikte kanalen om in te zetten voor politiewerk. Niet alleen voor corporate communicatie, maar ook om de dienstverlening uit te bouwen (webcare) en de dialoog aan te gaan op het online dorpsplein. Bovendien bieden sociale media ook heel wat kansen voor de vijf pijlers van de gemeenschapsgerichte politiezorg. Door te monitoren wat reilt en zeilt op dat online dorpsplein, vangt u ook signalen op en weet u wat er leeft. Net?als patrouilleren op de wekelijkse markt. Door sociale media tenslotte, kunnen ploegen aangestuurd worden in de meldkamer. Evenementen worden gemonitord op sociale media, zodat u als organisatie aanwezig en bereikbaar bent vanuit de broekzak.

De inspiratiedag focust op de mogelijkheden van sociale media voor bestuurlijke politie en openbare orde (en niet voor gerechtelijke politie en recherche). Net als de sociale mediaplatformen, trekt de organisatie daar de grens. Ze zoeken de grijze zone op en laten experts hier ook over reflecteren.

Door als politiezone zeer laagdrempelig aanwezig te zijn op sociale media en daar ook open en transparant in interactie te gaan met de bevolking ?n verantwoording af te leggen, kan dit tot meer respect voor politiewerk leiden.

1. Facebook wordt het populairste kanaal

Bij politiezones is Facebook met grote voorsprong het populairste platform. Zo heeft 80% van de Vlaamse politiezones een corporate Facebook-account. Wanneer we naar Twitter kijken is dit 68% en met 21% zien we dat veel politiezones Instagram nog aan het ontdekken zijn, of nog moeten ontdekken.
Voor het eerst is Facebook het populairste kanaal, vorig jaar was dit nog Twitter (met 68% versus Facebook toen 64%).

2. Nog te weinig interactie?

We merken dat politiezones sociale media nog altijd te veel inzetten als ?pushkanaal? om vooral berichten te sturen naar hun doelgroep. Slechts 37% van de politiezones gaan ook effectief de interactie aan op Facebook en 29% op Twitter. We zien wel dat er op Facebook een stijging is in het aantal interacties en conversaties als we vergelijken met 2017 (terwijl dit op Twitter vermindert).

3. Drempels

13% van de politiezones geeft aan geen drempels te hebben om actiever in te zetten op sociale media. Ervaren de zones wel drempels, dan staat een ?gebrek aan capaciteit? op de eerste plaats met bijna 59%. Een andere veel voorkomende drempel is ?tijdsgebrek? (57%). Bijna 20% geeft aan dat het algemeen kennisniveau over sociale media in de organisatie te laag is.? Gebrek aan visie wordt niet als een drempel ervaren, terwijl net visie nodig is om stappen vooruit te kunnen zetten.

Met wat scoort de politie op sociale media?

Posts over dieren scoren over het algemeen heel goed op sociale media bij de politie. Van een verloren gelopen hond, dieren in de auto tot een zeehondje op het strand. Ook deze inhaker op Werelddierendag met een politiehond deed het bijzonder goed. Andere goed scorende posts gaan over nieuw materiaal zoals voertuigen of verkeerscontroles, zoals een flitsmarathon.

Hoe goed scoort elke politiezone op sociale media?

Ontdek het zelf op?deze interactieve kaart.

Het volledig rapport?van het kwantitatief onderzoek?vind je hier?als download of lees het hieronder online:

[slideshare id=116301516&doc=onderzoekgebruiksocialemediabijpolitiezones2018-180924153204&type=d]

Bronnen: VanDenBroele Uitgeverij, Sociale Media Buro

Zelfmoord voorkomen via Instagram

Politie voorkomt zelfmoord via Instagram en wil meer doen op social media met?webcare

” Wat gaan jullie doen als iemand zm gaat plegen? En als u niet weet wat zm betekent, dat is dus zelfmoord…”

De bovenstaande twee Instagram-berichten stuurde een meisje naar een politieagent in Enschede. Het is een voorbeeld van het toenemende gebruik van sociale media, waar de politie op inzet.

In Twente loopt een proef met speciale socialmediateams. Zo’n twintig agenten beheren bij toerbeurt de Instagram- Twitter- en Facebookaccounts van de politie in verschillende gemeenten. Ze gaan in op klachten en tips van burgers, maar kunnen ook strafbare feiten signaleren en opsporen.
Sjoerd Obbink is teamchef van de politie Hengelo, waar ook een socialmediateam is. “Het gaat niet zozeer om speuren, maar om in verbinding staan met de burger op straat. De digitale wereld is nou eenmaal een feit en daar willen wij bij aansluiten.”

De proef met speciale teams loopt nu alleen in Midden-Twente en vanaf september in heel Twente. Maar in heel Nederland zijn al 2300 wijkagenten actief op Twitter.
Ron de Milde is bij de landelijke politie verantwoordelijk voor de toepassing van nieuwe media. Hij hoopt dat het gebruik van sociale media bij de politie een vlucht gaat nemen. “We kopen dingen online, boeken reizen, sluiten vriendschappen, dus de politie moet er ook aanwezig zijn.”

En dat gaat voortaan een stuk makkelijker, denkt De Milde. “Er zijn duizenden smartphones uitgereikt aan agenten en zo kunnen ze de kanalen bedienen.”
Volgdiensten

Een van de manieren waarop agenten verbinding proberen te maken is met zogenoemde volgdiensten. “Je kan zeggen: rent-a-cop”, vertelt De Milde. “Dan gaan ze surveilleren in een wijk in en dan kunnen mensen via Facebook-messenger aangeven waar de agenten moeten gaan kijken of waar er overlast vandaan komt.”

De landelijke politie wil dat verschillende afdelingen binnen drie jaar structureel beter georganiseerd zijn op sociale media. Maar het ouderwetse politiewerk blijft natuurlijk ook bestaan, vertelt hij. “Je moet een goede balans vinden, warme contacten in de wijk en aan de andere kant snelle contacten via digitale kanalen.”
Het verhaal in Enschede loopt goed af, maar de politie heeft meer voorbeelden waarin de juiste snaar wordt geraakt op sociale media. De onderstaande brief zette ‘politievlogger’ Jan-Willem Schut een paar dagen geleden op Twitter.

Toch zijn er nog wel stappen te maken erkent De Milde, want agenten vliegen ook weleens uit de bocht. “Ja, het kan ook misgaan. We willen collega’s wel de ruimte geven om hun eigen creativiteit te benutten, maar we geven ook trainingen. Daarbij geven we aan: doe dit wel, doe dit niet.”

Bronnen: NOS, Tubantia (1, 2), De Telegraaf

 

 

Debat: digitale dienstverlening politie

Wat kan de politie nog meer doen om de (digitale) dienstverlening te verbeteren? Op 31 mei jl. organiseerde de politie een strategisch debat aan de Uitleg in Den haag waar een studio werd opgebouwd die de uitzending live digitaal op het internet verzorgde. Hieronder een kijkje achter de schermen met politievloggers Jan-Willem & Tess, die betrokken waren bij de voorbereidingen:

TNO heeft samen met het ministerie VenJ en LMO een onderzoeks- en innovatieprogramma “Het Nieuwe Melden” waarin gekeken wordt naar toekomstige manieren van melden. Vandaag de dag is dat vaak nog telefonisch: 112 en 0900-8844 zijn de nummers waar burgers terecht kunnen als ze hulp willen inschakelen van de overheid. Er zijn meerdere redenen om naar nieuwe kanalen te kijken, Zo zijn er doelgroepen die niet of nauwelijks meer kunnen of willen bellen. Doven en slechthorenden is een voor de hand liggende groep die nu al om een 112 app vraagt, maar ook de nieuwe generatie belt steeds minder. Onderzoeken wijzen ook uit dat jongeren ook verwachten dat noodhulp verzoeken op social media worden gezien en opgevolgd. Facebook, Twitter Google en andere social media partijen werken daar zelf ook hard aan. Zo kun je met Twitter al noodberichten ontvangen van de politie (zie hieronder een screenshot van Metropolitan Police die het gebruikt), Facebook werkt onder andere samen met Amber Alert en Google heeft diverse succesvolle emergency response diensten?zoals de Person Finder.

Maar naast de nieuwe generatie en specifieke doelgroepen is er nog een andere reden om naar nieuwe kanalen te kijken. De aard van de meldingen gaat in de toekomst veranderen. Nu al zie je dat er een behoefte bestaat onder burgers om hulp van de overheid te vragen als ze slachtoffer zijn van ransomware (zoals WannaCry of de Blue Whale Challenge). Omdat er mensen zijn die zelfs zelfmoord plegen nalv ransomware als gedreigd wordt dat hun hele digitale hebben en houden online gaat als ze niet binnen een paar uur betalen, kun je wel spreken van een spoedje. Nu hoef je daar 112 niet voor te bellen. Maar ook het melden met data neemt toe. Steeds meer mensen hebben een internetding, een smartwatch bijvoorbeeld die een hartslag kan versturen. De meldkamers van vandaag de dag zijn nog niet klaar om die te ontvangen. Maar ook live beelden van een drone of ander apparaat dat opnames kan maken kan zeer waardevol zijn voor de meldkamer om een beter situationeel beeld te verkrijgen.

Ruim 4000 mensen hebben (delen van) de talkshow via politie.nl gevolgd. Op Twitter was de hashtag #incontact enige tijd trending topic.

Bekijk hieronder de hele video:

Digitale Dienstverlening from Politie on Vimeo.

Er waren 3 tafelrondes met de volgende tafelgasten:
1. Het Nieuwe Melden

2. Nieuw slachtofferschap

3. Cybercrime

De talkshow was de start van een nieuwe koers waarin we de ambitie hebben om sneller nieuwe vormen van digitale dienstverlening in te zetten om zo het contact tussen burgers en politie te verbeteren. Iedereen kan met?#incontact communiceren om deze ambitie blijvend waar te maken. Op Twitter zijn?volgers gevraagd een enqu?te in te vullen over de politievlogs en digitale dienstverlening. Dat heeft waardevolle informatie opgeleverd. De volgende tweet illustreert dat:

Bronnen: Politie.nl

Wie belt er nog?

De manier waarop we communiceren verandert. Dit heeft invloed op de manier van het?melden van gebeurtenissen aan politie, brandweer, ambulancezorg en bijvoorbeeld?gemeenten. Als er iets bedreigends gebeurt bel je nu natuurlijk 112 of 0900-8844.?Kan het wachten, dan doe je een melding via het web. Maar hoe ziet ?Het Nieuwe Melden??er in 2025 uit?

Het ministerie van Veiligheid en Justitie en de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) hebben TNO gevraagd waar zij rekening mee moeten houden bij het moderniseren van het meldproces. Welke nieuwe manieren van melden zijn er nu al en welke gaan er in de toekomst ontstaan? Welke kansen biedt dat? Hoe integreer je dat in toekomstbestendig beleid? Om deze vragen te beantwoorden heeft een team van TNO-experts een roadmap 2025 voor het meldkamer- en politiedomein ontwikkeld. Aan de hand van toekomstverkenningen beschrijven zij welke stappen gezet moeten worden om vernieuwende manieren van melden mogelijk te maken.

Dit boekje dat vandaag aan de Tweede Kamer is aangeboden schetst een langere termijn visie en roadmap voor het (spoedeisend) melden in?het domein van de openbare orde, veiligheid en ambulanzezorg. Het beschrijft ?Het Nieuwe?Melden? in uiteenlopende toekomstige leefwerelden en stelt de vragen: wie wil je zijn en?wie moet je zijn als overheid in 2025 (visie), welke keuzes maak je dan om burgers te?bedienen in het (nieuwe) meldproces en hoe kom je daar (roadmap)?

Op de weg naar Het Nieuwe Melden voorziet TNO een aantal transities. Deze transities zijn?al in gang gezet, maar er is nog een innovatieve weg te gaan. De toekomstverkenning in?dit boekje is daarom geen eindpunt, maar is bedoeld als startpunt voor een discussie over?dienstverlening en het melden in de toekomst, waaraan ?lle overheden, markt- en?ketenpartijen en ook burgers deelnemen. Op naar een toekomst waarin burgers kunnen?blijven bouwen op de dienstverlening van de overheid.

Bronnen: TNO, Tweede Kamer