Tagarchief: cybercrime

Dark Markets: De IKEA’s van de cybercrime

Hoe begint en opereert iemand in de cybermisdaad? En wat kunnen we doen om dit tegen te gaan? Dat zijn vragen waar criminoloog Rolf van Wegberg zich aan de TU Delft mee bezig houdt. Hij probeert de verbinding te leggen tussen de technische kant van cybercrime en de meer economische en sociale aspecten. En dat soort mensen zijn er nog niet zo veel.?

Het jaar 2018 stond voor Rolf van Wegberg bijna geheel in het teken van zijn onderzoek naar?commoditization in cybercrime. De promovendus van de faculteit Techniek, Bestuur en Management (TBM) presenteerde zijn resultaten op de USENIX Security conferentie in het Amerikaanse Baltimore.

Cybercrime is een groeiend misdaadprobleem en kan vele vormen aannemen, bijvoorbeeld creditcardfraude, digitale afpersing en spyware. Onder commoditization van cybercrime verstaan we het aanbieden van vaardigheden en diensten door gespecialiseerde partijen in de ondergrondse economie, die je als gebruiker kant-en-klaar kunt kopen. Dit maakt het voor cybercriminelen mogelijk om zaken uit te besteden, waardoor de belemmeringen om met cybercrime te beginnen, kleiner worden. ?Je koopt een bepaalde dienst in en je hoeft er dus zelf geen verstand van te hebben om aan de slag te gaan. Je kunt dan bij wijze van spreken naar een ?cybercrime-IKEA? gaan om je gewenste pakket te kopen en samen te stellen?, verklaart Van Wegberg.

Misdrijven als digitale afpersing en creditcardfraude worden dus een stuk eenvoudiger als criminelen de daarvoor benodigde?commodities kunnen aanschaffen op ondergrondse markten, het?dark web. Althans, dat is de theorie. Onderzoekers nemen wel een stijgende?commoditization?van cybercrime waar, maar hoe serieus is het probleem nu echt in de praktijk, vroeg Van Wegberg zich af.

?Wij hebben daarom, samen met collega?s van Carnegie Mellon University (CMU) in de VS, bekeken of die gevreesde?commoditization wel echt zo?n vlucht neemt. We bekeken daarvoor de transactiegegevens van zes jaar van acht online anonieme marktplaatsen, van Silk Road tot AlphaBay. Die dekken samen een groot deel van deze markt af. Het is voor het eerst dat een dergelijke grootschalige analyse is gedaan van deze ondergrondse online economie.?

Cash-out

?We zien dan inderdaad aanwijzingen voor?commoditizationvan allerlei producten en diensten, maar zeker niet voor alle. Niet alles is te koop, je moet altijd iets zelf blijven doen als cybercrimineel. Bovendien is de omvang van de handel zeer beperkt, in vergelijking met bijvoorbeeld de omvang van drugshandel op deze markten. Er is wel groei, maar minder dan verwacht. We schatten de totale omzet van?cybercrime commoditiesop online anonieme marktplaatsen rond de 8 miljoen dollar tussen 2011-2017.?

Zogenaamdecash-out services worden het vaakst verhandeld. Onder elk crimineel businessmodel ligt immers de vraag: hoe krijg je het geld van het slachtoffer op ?verantwoorde? wijze weggesluisd? Iedere ?criminele ondernemer? heeft dit nodig en daarom is de vraag logischerwijs groot. Dit gaat om tussenpersonen, geldezels, bankrekeningen, bitcoin-wisseldiensten en dergelijke.

Het probleem van?commoditization lijkt dus vooralsnog volgens Van Wegberg en zijn collega?s mee te vallen. Hoe waren de reacties op de presentatie van deze onderzoeksresultaten? ?In het algemeen waren die heel positief. Heel belangrijk is voor mij dat het ook goed is ontvangen door de politie, waar we nauw mee hebben samengewerkt.?

Ook vakgenoten op de conferentie in Baltimore reageerden positief. ?Het was op zich al heel bijzonder dat we daar in Baltimore als?softe technologen tussen de?die hard?ICT?ers mochten staan. We waren een vreemde eend in de bijt, ik als criminoloog zeker. Veel cybersecurity- onderzoekers richten zich vooral op de technologie, terwijl wij toch meer proberen te letten op de bredere sociale verbanden en economische patronen. Hoe ziet de hele criminele keten eruit, hoe start iemand in de cybercriminaliteit? Maar ons onderzoek werd in Baltimore goed ontvangen.?

Persaandacht

Naast de vakmensen, kwamen er ook reacties in de pers. ?Ja, dat was wel eervol. Het onderzoek haalde bijvoorbeeld de voorpagina van Trouw.? Kreeg Van Wegberg niet het verwijt dat hij de gevaren van cybercrime enigszins bagatelliseert? ?Misschien was dat een beetje het geval, maar dat is volgens mij niet de goede manier om er naar te kijken. Met de uitkomsten van ons onderzoek kun je namelijk veel gerichter kijken naar het probleem en bijvoorbeeld beperkte politionele middelen en capaciteit beter inzetten. Uiteindelijk wil je namelijk proberen om het criminele ecosysteem kapot te maken. En daar heb je dit soort informatie hard voor nodig.?

We hebben in het onderzoek overigens nog een ander fenomeen bekeken. Want naast criminele aanbieders die handelen met andere criminelen, B2B, vonden we ook een significante hoeveelheid retail cybercrime, dus rechtstreeks naar de eindconsument. Dan gaat het bijvoorbeeld om gehackte Netflix- of Spotify-accounts. We schatten de totale omzet van de handel in deze vorm van cybercrime op online anonieme marktplaatsen rond de acht miljoen dollar tussen 2011-2017.? Ook dat lijkt dus ?vooralsnog ? een relatief onschuldig probleem.?

“De combinatie van vaardigheden en kennis, dus met zowel de technische insteek als de criminologische, is helaas nog vrij zeldzaam. Types als ik, zijn nog op de vingers van ??n hand te tellen.”

Criminoloog

Rolf van Wegberg is sinds 2015 promovendus aan de faculteit TBM (sectie Organisation & Governance) maar is van oorsprong criminoloog. Hij haalde zijn master in Criminologie (cum laude) in 2011 aan de Universiteit van Leiden met een afstudeeronderzoek naar witwassen van geld en naar het financieren van terrorisme in Nederland.

Na zijn afstuderen, ging hij aan de slag bij de afdeling Criminal Law and Criminology aan de Leidse universiteit, als researcher en docent. Daar richtte hij zich vooral op het Nederlandse beleid tegen financi?le misdaad. In 2013 ging hij naar TNO, waar hij nog steeds werkt als wetenschapper op het gebied van (financi?le) cybercrime en ondergrondse markten. Op dit moment is hij drie dagen per week aan het werk bij de TU Delft en twee dagen per week bij TNO. Zijn research is onderdeel van het MALPAY-project, dat zich focust op?malwaregericht op financi?le instellingen. Van Wegberg onderzoekt specifiek de strategie?n van cybercriminelen en de interactie tussen die strategie?n en het (veiligheids)beleid van financi?le dienstverleners en de politie.

Net als op de conferentie in Baltimore, moet de criminoloog Van Wegberg zich aan de TU Delft wel eens een beetje ?anders? voelen, zou je denken. ?Ik ben inderdaad opgeleid in de conventionele tak van het criminologische onderzoek. Maar die aanpak, met enqu?tes, zelfrapportages en aangiftecijfers, kent uiteindelijk zijn beperkingen, zeker als je cybercrime wilt bestuderen. Daarom ben ik blij dat ik dit soort onderzoek aan een technische universiteit veel breder kan maken. De combinatie van vaardigheden en kennis, dus met zowel de technische insteek als de criminologische, is helaas nog vrij zeldzaam. Types als ik, zijn nog op de vingers van ??n hand te tellen.?

?Een ander verschil dat ik hier aan de TU Delft ervaar, is het ?wij?-gevoel. Vanuit mijn studie was ik gewend om ?ik? te zeggen; nu is het veel meer ?wij?. En terecht, want wetenschap is nu eenmaal een teamsport. Het is zonde om maar ??n stel hersens aan een probleem te laten werken.?

Promovendi

In 2019 gaat Van Wegberg zijn promotieonderzoek afronden. ?Daar zal volgend jaar de meeste aandacht en tijd naar toe gaan. Daarnaast geef ik onderwijs, bijvoorbeeld in onze Cyber Security master-opleiding, en begeleid ik masterstudenten bij hun scriptie. Sowieso vind ik het onderwijs, het contact hebben en het samenwerken met studenten, het leukste wat ik hier doe aan de universiteit.?

Maar eerst dus maar eens dat proefschrift afmaken, waar het bovengenoemde onderzoek ook een deel van is. Van Wegberg weet uit ervaring hoe hoog de druk voor promovendi kan zijn en maakt zich daar zorgen over. Hij hield zich bezig met de belangenbehartiging van de promovendi in Nederland en was tot afgelopen zomer voorzitter van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN). ?De positie van promovendi is voor mij echt een belangrijk onderwerp. Niet in het minst omdat die positie naar mijn mening behoorlijk in de knel komt. De arbeidsvoorwaarden staan onder druk en er worden speciale constructies bedacht om toch promovendi te kunnen aanstellen. Aan de TU Delft gaat het gelukkig nog allemaal vrij goed, maar toch moeten we oppassen dat we geen race to the bottom aangaan ten koste van promovendi. In deze hele discussie wordt de stem van de mensen waarom het gaat, te weinig gehoord. Ik ken mijn weg in Den Haag redelijk goed en dus probeerde ik als PNN-voorzitter die stem te laten klinken.?

Bron: TUDelft magazine

Veiligheid te koop?

Waarborgen commerci?le organisaties de grenzen van de rechtsstaat?

Op 20 december vond een debatavond plaats over deze vraag in De Balie te Amsterdam met o.a. strafrechtexperts, beveiligers, burgerrechercheurs en politie over samenwerkingen tussen de publieke en private sector.

Priv?detectives, particuliere beveiligers, burgerrechercheurs; organisaties kiezen er steeds vaker voor zelf een oplossing te vinden voor bijvoorbeeld fraude of cybercrime buiten het OM en de politie om. Ook zorgt een capaciteitsprobleem bij de politie ervoor dat OM en politie steeds vaker naar samenwerking zoeken met beveiligingsbedrijven. Dit vergroot de slagkracht van OM en politie.?Hoe ziet deze samenwerking eruit? Hoe gaan commerci?le organisaties om met bijvoorbeeld waarheidsvinding? Houden deze bedrijven zich aan de grenzen van de rechtsstaat?

Wat bovendien vragen oproept: uitsmijters bij caf?s, voetbalstadion-stewards en beveiligers van de luchthaven hebben gemeen dat zij in dienst zijn van een particuliere organisatie, maar zij worden vaak gezien als onderdeel van de politie. Wat zijn hiervan de gevolgen? Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk verkennen we de toekomst van publiek-private samenwerking en wat het betekent voor de samenleving.

Opsporing en vervolging in de toekomst

Deze avond over beveiliging was de tweede in de programmareeks ?Opsporing & Vervolging in de toekomst?. In samenwerking met de politie en het OM maakt De Balie een serie over de herpositionering van politie en burger in het digitale tijdperk. Hoe kunnen alle partijen het best gezamenlijk anticiperen op technologische en maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot politiewerk en criminaliteit? Hoe kan daarbij de rechtstaat worden gewaarborgd? Brengen technologische ontwikkelingen ons het ultieme veiligheidsklimaat, of zullen we kennismaken met de donkere kanten van nieuwe technologie ? la hitserie Black Mirror? De eerste aflevering in deze serie ging over toenemende burgeropsporing, kijk het programma hier terug.

Bekijk het debat hier terug:

Peter van der Geer is een ervaren gespreksleider. Hij is auteur van Prachtige bijeenkomsten en oprichter van Debat.nl. Hij werkt veel op het snijvlak van overheid en maatschappij.

Met oa:

Martijn van de Beek?is directeur van Hoffmann Bedrijfsrecherche, een toonaangevend bedrijf in de particuliere onderzoeksector dat werkzaam is op de domeinen bedrijfsrecherche, riskmanagement en cybersecurity. Voorheen bekleedde van de Beek jarenlang diverse leidinggevende functies bij de Landelijke Eenheid van de politie.

Pauline Buurma?is straatmanager voor onder andere de Kalverstraat, Heiligeweg en het Rokin. Ze is het directe aanspreekpunt voor de besturen van de lokale ondernemersverenigingen en werkt veel samen met de gemeente. Ook heeft ze nauw contact met de wijkagenten omtrent de veiligheid in het winkelgebied.

Jeroen Goudsmit?is manager Forensic Services bij accountants- en belastingadviseurbedrijf PwC. Goudsmit behaalde een PhD in Mathematical Logic en is gespecialiseerd in digitale onderzoeksmethodieken. Hij houdt zich bezig met data-analyse in het kader van complexe technische vraagstukken.

Tom Heijm?is particulier rechercheur en eigenaar van recherchebureau Heijm voor zowel bedrijfs- als particuliere recherche. Voorheen was Heijm jarenlang werkzaam bij de politie. Recherchebureau Heijm is door politie en justitie erkend met het BPOB keurmerk, Branchevereniging voor Particuliere Onderzoeksbureaus.

Kevin Heller?is werkzaam in de particuliere beveiligingsbranche, onder andere als uitsmijter bij Amsterdamse clubs en persoonsbeveiliger. Ook is hij zelfverdedigingsinstructeur en had hij jarenlang een eigen vechtsportschool.

Bob Hoogenboom?is professor Forensic Business Studies aan de Nyenrode Business University en is betrokken bij de leergang ?Publiek Privaat Security Management?. Ook geeft hij les aan de politie academie en schreef hij een boek over de functie, cultuur en waarden van de Nationale Politie.

Erik de Jong?is Chief Research Officer bij computer- en netwerkbeveiligingsbedrijf Fox-IT. Hij houdt zich bezig met onderzoek naar trends in dreigingen, incidenten en kwetsbaarheden op het gebied van cybersecurity. Fox-IT werkt onder andere voor overheden en financi?le instellingen. De Jong is tevens bestuurssecretaris van Cyberveilig Nederland.

Erwin Schoemaker?is directeur van VEBON-NOVB, en manager van de afdeling beveiliging. VEBON-NOVB behartigt als vereniging de belangen van haar leden op het gebied van brandbeveiliging en criminaleitspreventie, en draagt tevens zorg voor opleiding, certificering en beleidsvorming in de veiligheidssector.

Ronald van Steden?is Universitair Hoofddocent Bestuurswetenschappen en Politicologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is van Steden verbonden aan de Stichting Maatschappij en Veiligheid en schreef hij een proefschrift over de privatisering van politiewerk.

Bron: De Balie

Eerste hulp bij cyberincidenten? Update het meldproces!

Door: Petra Vermeulen en Arnout de Vries, eerder?gepubliceerd in tijdschrift voor de politie

Een nepmail van de bank, online shoppen op een malafide website, een naaktfoto die op het internet belandt, bitcoins moeten betalen om toegang tot een computer terug te krijgen, of niet kunnen internetbankieren door een DDoS aanval. Cyberincidenten treffen onze samenleving steeds vaker.[1]?De impact van deze cyberincidenten kan groot zijn. Zelfs z? groot dat iemand besluit een einde aan het leven te maken. In 2017 pleegde de 15-jarige scholier Onur zelfmoord, na het ontdekken van naaktfoto?s op sociale media.[2]

Hoewel de gevolgen ernstig kunnen zijn, blijft het aantal meldingen van cyberincidenten beperkt. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) concludeerde in september 2017 dat driekwart van de cyberdelicten niet wordt gemeld.[3]?Dit terwijl er naar schatting ruim 2,5 miljoen cyberdelicten werden gepleegd en melden belangrijk is een compleet beeld van cyberincidenten (online diefstal, verstoringen, configuratiefouten, et cetera) te krijgen om trends te kunnen signaleren, te kunnen anticiperen op ontwikkelingen en om te prioriteren in wat er moet worden aangepakt. Volgens de?Cyber Security Raad?(CSR) moeten het meld- en aangifteproces plus de opvolging ervan dan ook worden verbeterd door het proces eenvoudiger te maken.[4]?Maar hoe ziet het huidige proces er precies uit? Waar is nog ruimte voor verbetering? En wat betekent dit voor de?Landelijke Meldkamer Samenwerking? De door TNO uitgevoerde korte verkenning ?Melden Cyberincidenten? pakt deze vragen op.

De korte verkenning leert dat het meldproces voor cyberincidenten nu nog is ingericht vanuit een klassiek veiligheidsoogpunt. Voor vitale aanbieders met een directe link naar de nationale veiligheid is er een centraal meldpunt ingericht. Vanuit veiligheidsoogpunt is dit begrijpelijk. Vitale processen zijn essentieel voor onze samenleving. Uitval of verstoring van deze processen leidt tot ernstige maatschappelijke ontwrichting of vormt een bedreiging voor de nationale veiligheid. De overheid werkt via het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) dan ook samen met de vitale aanbieders, inlichtingendiensten, en hulpverleners om crisisbeheersing goed te regelen.[5]?Maar voor andere partijen als bedrijven en burgers, die vooral persoonlijke schade ondervinden, is er geen centraal meldpunt. En dat is een gemiste kans, want een dergelijk centraal en landelijk meldpunt is wel nodig.

In de eerste plaats zijn incidenten in de cyberwereld niet los te zien van de fysieke wereld. Toegegeven, cyberincidenten bij bedrijven of burgers hebben veelal geen directe gevolgen voor de nationale veiligheid. Ook hebben dergelijke incidenten niet altijd gevolgen voor de fysieke veiligheid. Daarom is de noodzaak van het melden bij deze doelgroepen anders dan bij vitale aanbieders of klassiek 1-1-2 gebruik. Maar er kunnen wel degelijk fysieke gevolgen voortkomen uit een cyberincident. Cyberincidenten hebben zelfs steeds vaker fysieke impact op personen, bedrijven, overheid of de openbare orde en, zoals de zaak van de 15-jarige Onur aantoont, kunnen incidenten verregaande schade veroorzaken waarbij zelfs mensenlevens in gevaar komen.[6]

Ten tweede is er voor burgers nu geen centrale partij die helpt dreigingen zoveel mogelijk te mitigeren, waardoor deze groep relatief kwetsbaar is. Zeker, er zijn veel meldpunten beschikbaar, verdeeld over diverse type incidenten. Zo kan men voor spam terecht bij de website spamklacht (onderdeel van de Autoriteit Consument & Markt), voor kinderporno bij het Meldpunt Kinderporno, voor grooming, sexting, sextortion, voor online seksueel misbruik bij helpwanted.nl, voor identiteitsfraude bij het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en -fouten (CMI) van de rijksoverheid en voor phishing (bankfraude) bij de eigen bank, internetprovider of politie. Maar de veelvoud aan meldpunten maakt het voor burgers lastig om snel het juiste meldpunt te vinden.

Weinig prikkels
Een centraal meldpunt zou dus een verbetering zijn, maar er valt meer te verbeteren blijkt uit de verkenning. Zo toont de verkenning aan dat er weinig handelingsperspectieven worden geboden, zelfs niet als er bij de politie aangifte wordt gedaan. Hierdoor zijn er vermoedelijk weinig prikkels om (nogmaals) te gaan melden. Ook de 1-1-2 meldkamer biedt nog geen eenduidige handelingsperspectieven bij cyberincidenten. Dit terwijl de meldkamer voor burgers een essenti?le ?lifeline? is, een reddingsboei bij alle acute hulpvragen.[7]

Een centraal (uit maatschappelijk oogpunt ingericht) meldpunt of noodnummer zou dan ook een plek moeten zijn waar burgers terecht kunnen voor zowel informatie over bijvoorbeeld aanwezige kwetsbaarheden en dreigingen, als voor preventieadvies (wat te doen om te voorkomen dat je slachtoffer wordt) en hulpverlening (wat te doen als je t?ch slachtoffer wordt).

Het niet-vitale bedrijfsleven bevindt zich overigens in een vergelijkbare situatie als de burgers. Ook hier kennen online incidenten regelmatig fysieke gevolgen. Denk bijvoorbeeld aan verstoring door een DDoS aanval, of een datalek zoals bij de commerci?le datingsite Ashley Madison waarbij (e-mail)adressen, telefoonnummers, geboortedata, foto?s en versleutelde wachtwoorden op straat kwamen te liggen. Leden ontvingen daarop ook fysieke bedreigingen en vreesden zelfs voor hun leven.[8]

Net als bij burgers heeft ook deze doelgroep te maken met versnippering in het meldlandschap en een gebrek aan handelingsperspectieven. Men heeft het gevoel dat melden geen zin heeft.[9]?Voor concrete hulp zijn bedrijven nu aangewezen op (kostbare) private ICT-dienstverleners. Er is nog geen eenduidige (nood)hulp bij maatschappelijke onrust of schade in de keten als gevolg van een cyberincident. Weliswaar heeft de overheid in 2018 een?Digital Trust Center?(DTC) opgezet om de cyberweerbaarheid van bedrijven te verbeteren, maar het DTC biedt slechts enkele handelingsperspectieven via een doorverwijspagina, en is op zichzelf geen meldpunt (dus ook geen noodnummer) of CERT.[10][11]?Het DTC is momenteel vooral gericht op het beperken van economische schade via informatiedeling, niet op het inrichten van maatschappelijke hulpverlening.

Concluderend zijn er voor vitale aanbieders en niet-vitale bedrijven diverse processen opgezet om de cyberweerbaarheid te verhogen en cybercrises te mitigeren. Voor burgers is dit echter nog niet het geval, waardoor deze groep bijzonder kwetsbaar is. Bij cyberincidenten is er daarnaast geen enkele vorm van hulpverlening beschikbaar: spoed of niet.

Dit alles zorgt ervoor dat bedrijven en burgers weinig worden gestimuleerd om incidenten te melden. Men heeft het gevoel dat dit geen zin heeft. Om het melden van cyberincidenten voor deze groepen te stimuleren en om ervoor te zorgen dat ook in de online wereld burgers en bedrijven geholpen worden bij acute hulpvragen, is een update nodig: een update naar ??n online meldpunt, een update van de samenwerking tussen meldpunten en vooral een update van de geboden handelingsperspectieven. Alleen zo zal het melden van cyberincidenten meer zin krijgen.

Dit artikel maakt onderdeel uit van het onderzoeksprogramma Het Nieuwe Melden. Dit multidisciplinaire onderzoeksprogramma voert TNO uit in samenwerking met het ministerie van Justitie en Veiligheid, het programma LMS en de verschillende partners in het meldkamerdomein. De publicatie wordt breed verspreid om de opgebouwde kennis ten goede te laten komen aan het gehele meldkamerdomein en ook aan aanpalende domeinen. De publicatie kan tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven niet gezien worden als het beleidsstandpunt van betrokken partijen.

[1]?VTM Groep, 2018. ?Aantal cybersecurity incidenten in 2017 bijna verdubbeld?. Februari 2018. Beschikbaar via:?https://www.vtmgroep.nl/nieuws/aantal-cybersecurity-incidenten-in-2017-bijna-verdubbeld

[2]?Tweede Kamer, 2017. ?Beantwoording Kamervragen over zelfmoord ten gevolge van sexting?. April 2017. Referentie 1167229. Beschikbaar via:?https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2017/04/10/beantwoording-kamervragen-over-een-zelfmoord-ten-gevolge-van-sexting/beantwoording-kamervragen-over-een-zelfmoord-ten-gevolge-van-sexting.pdf

[3]?Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 2017. Driekwart van de cybercrimedelicten niet gemeld. Datum: 25-09-2017. Beschikbaar via:?https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/39/drie-kwart-cybercrimedelicten-niet-gemeld

[4]?Cyber Security Raad (CSR), 2017. Naar een landelijk dekkend stelsel informatieknooppunten ? Advies inzake informatie-uitwisseling met betrekking tot cybersecurity en cybercrime. CSR-advies 2017 nr 2. Beschikbaar via:?https://www.cybersecurityraad.nl/binaries/CSR-advies%202017%20nr.%202%20-%20Naar%20een%20landelijk%20dekkend%20stelsel%20van%20informatieknooppunten_tcm56-269317.pdf

[5]?Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC), 2018. ?ICT Response Board? ; ?Information Sharing and Analysis Centers (ISAC?s)?; en ?Weerbare Vitale Infrastructuur?. 2018. Beschikbaar via:?https://www.ncsc.nl/samenwerking/ict-response-board.html?en?https://www.ncsc.nl/samenwerking/isacs.html?en?https://www.nctv.nl/binaries/18.%20Factsheet%20Vitale%20Infrastructuur_tcm31-32336.pdf

[6]?Tweede Kamer, 2017. ?Beantwoording Kamervragen over zelfmoord ten gevolge van sexting?. April 2017. Referentie 1167229. Beschikbaar via:?https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2017/04/10/beantwoording-kamervragen-over-een-zelfmoord-ten-gevolge-van-sexting/beantwoording-kamervragen-over-een-zelfmoord-ten-gevolge-van-sexting.pdf

[7]?Gebaseerd op Wet Veiligheidsregio?s, ? 6., artikel 35

[8]?Vice News, 2015. ?How the Ashley Madison Hack Could Threaten People?s Lives?. Beschikbaar via:?https://news.vice.com/article/how-the-ashley-madison-hack-could-threaten-peoples-lives

[9]?Forum, VNO-NCW, 2016. Forum-onderzoek: nationale politie heeft ondernemers niets opgeleverd. En opiniestuk: Help, ik ben gehackt! D?t kun je dan verwachten van de politie. Beschikbaar via:?https://www.vno-ncw.nl/forum/forum-onderzoek-nationale-politie-heeft-ondernemers-niets-opgeleverd. En:?https://www.vno-ncw.nl/forum/help-ik-ben-gehackt-d%C3%ADt-kun-je-dan-verwachten-van-de-politie-0

[10]?VNO-NCW, 2018. ?Factsheet Digital Trust Centre (DTC)?. Maart 2018. Beschikbaar via:?https://www.vno-ncw.nl/meer-informatie/factsheet-digital-trust-centre-dtc

[11]?CERT staat voor Computer Emergency Response Team, en wordt ook wel CSIRT (Computer Security Incident Response Team) genoemd. Het zijn aparte organisaties of organisatieonderdelen die verantwoordelijk zijn voor het voorkomen, isoleren en mitigeren van computer- en informatiebeveiligingsincidenten in computers of netwerken. Daarmee wordt de beschikbaarheid van informatiestromen en diensten gegarandeerd. In Nederland hebben de vitale aanbieders vaak een eigen CERT/CSIRT. Daarnaast is er een nationale CERT/CSIRT voor de rijksoverheid: NCSC-NL. Zie ook:?https://www.cert.nl/

Bron: Tijdschrift voor de politie

Dark Web, spannend voor politievrijwilligers

De politie zet vanaf deze week zogenoemde cybervrijwilligers in. Vorig jaar bleek uit een inventarisatie dat bij de politie ruim tweehonderd vrijwilligers werken die relevante ICT-kennis hebben die nog niet werd gebruikt. Veertien van hen hebben inmiddels aanvullende trainingen gedaan en kunnen nu aan de slag.

Onder die geselecteerde vrijwilligers bevinden zich meerdere ICT-consultants, een gepensioneerde natuurkundige, een kankeronderzoeker en een bio-informaticus, aldus de politie. ,,Eigenlijk lagen deze kwaliteiten van de vrijwillige collega?s voor het grijpen, maar werden hun vaardigheden nog niet door ons benut??, aldus programmadirecteur cybercrime Theo van der Plas.

Een deel gaat aan de slag bij het cybercrimeteam in Rotterdam, maar de meeste vrijwilligers worden ingezet bij het darkwebteam. Het darkweb is een afgeschermd deel van het internet waar naar schatting van de politie 57 procent van alle daar actieve zogenoemde domeinen zich bezighoudt met illegale activiteiten. ,,Je kunt ze zien als een flink aantal extra ogen en expertise voor de surveillance op het darkweb??, aldus Van der Plas.

Zo moet het zelfs mogelijk worden ict?ers een bedrijfsdagje bij de politie te laten houden. Zij kunnen dan deelnemen aan bijvoorbeeld een ?hackathon?, een fenomeen waarbij binnen een korte tijd gezamenlijk digitaal wordt gewerkt aan het oplossen van een probleem.

Met het salaris kan de politie techneuten lang niet altijd weglokken bij grote bedrijven. Maar de spanning en betekenis die politiewerk kan geven, zorgt dat expertise wel op deze manier binnen kan worden gehaald, zegt Theo van der Plas, programmadirecteur Digitalisering en Cybercrime. ,,Burgers willen heel graag een steentje bijdragen. Bij ons kunnen ze hun kennis maatschappelijke betekenis geven.??

?We werken al samen met universiteiten, hogescholen en bedrijven en in dit geval met politievrijwilligers die in hun baan met die ontwikkelingen in aanraking komen?, zegt Van der Plas. ?Zo halen we actuele kennis die buiten de politie beschikbaar is ook naar binnen bij ons.? Volgens de programmadirecteur moet de inzet van de vrijwilligers het onderzoek op internet een ?extra impuls?.

Dit gebeurt deels simpelweg door kennis die al aanwezig is aan te wenden. Vorig jaar bleek uit een inventarisatie dat tweehonderd van de huidige vrijwilligers voor de politie relevante expertise bezit. Een ?groot deel? van die groep bleek bereid die kennis voor de politie in te zetten. Tegelijk moet de samenwerking uitdrukkelijk de banden tussen experts uit het bedrijfsleven en de politie zelf versterken. Er wordt vanuit de politie zelfs actief contact gezocht met specialisten bij bedrijven die kennis en kunde kunnen bijdragen.

De vrijwilligers hebben een training gehad waarbij hun onder meer is geleerd hoe ze een proces-verbaal over cyberzaken moeten opstellen. Ook wordt aan hun ?mentale weerbaarheid? gewerkt zodat ze beter kunnen omgaan met bijvoorbeeld gewelddadige beelden of kinderporno, mochten ze daar onbedoeld op stuiten. ?Ik denk dat het belangrijk is dat mensen wat ze tegenkomen kunnen verwerken.? Hun hoofdtaak ligt voorlopig echter elders. Ze zullen in eerste instantie vooral op zoek gaan naar informatie over verkooppunten voor wapentuig en verdovende middelen.

Darkwebteam

De vrijwilligers is op het hart gedrukt dat ze in hun zoektocht niets mogen bestellen, zegt Van der Plas. ?Daar hebben we anderen voor, onder gezag van het Openbaar Ministerie.? Uitlokking ligt op de loer, net als vermenging van commerci?le belangen en mogelijke problemen met de veiligheid. Duidelijke briefings vooraf, goede begeleiding en controle op de rapportage die de vrijwilligers indienen, moet ervoor zorgen dat ze binnen de kaders van de wet blijven opereren.

Een supermarktketen heeft al aangeboden data-analisten uit te lenen aan de politie. Daar onderzoeken ze dan niet het gedrag van consumenten, maar van daders van misdaden. Zij kunnen bijvoorbeeld kijken naar patronen die te halen zijn uit drugsdumpingen. Informatie over zo?n onderwerp is via openbare bronnen terug te vinden, waardoor geen directe toegang tot politie-informatie nodig is. In andere gevallen wordt vertrouwelijke informatie wel gedeeld. Van der Plas benadrukt dat er echter geen concessies aan de veiligheid worden gedaan.

Een van de cybervrijwilligers die nu al zijn aangesteld is Arieh Tal. ?Ik heb tijd genoeg en ik vind het fascinerend.? De pas gepensioneerde Tal, van huis uit natuurkundige, werkte twintig jaar als ict-manager aan de?Technische Universiteit Eindhoven. De laatste jaren was hij bio-informaticus bij het Nederlands Kanker Instituut.

Tal: ?Ik houd van uitdagingen, dit vrijwilligerswerk voor de politie is een interessante puzzel.? De oud-ict-manager helpt het Darkwebteam. ?Veel details mag ik er niet over geven, maar we kijken rond en als we iets crimineels vinden, nemen we contact op met justitie.? Tal is zo enthousiast over het werk, dat hij grotendeels vanuit huis doet, dat hij er naar eigen zeggen 7 dagen per week voor uittrekt. ?Ik vind het belangrijk om te doen. Ik ben als student lang geleden vanuit?Tel Aviv?naar Nederland gekomen om onderzoek te doen en ik ben gebleven. Ik vind dit een fijn land en voel me hier thuis. Nu ik met pensioen ben, wil ik graag wat terugdoen.?

Bronnen: AD, Dagblad van het Noorden, De Volkskrant, NRC

An Inconvenient Truth: The dark side of digital

Sciencefiction wordt werkelijkheid, met ook de nadelige gevolgen. Sommige scenario?s uit series als Black Mirror zijn realiteit. Criminelen en het commerci?le bedrijfsleven lopen voorop en een data-gretige overheid maken maar wat graag gebruik van digitale technologie. En niet te vergeten: kunstmatige intelligentie geeft super-powers aan kwaadwillenden. Hoe ziet de toekomst eruit? Moeten we ons zorgen maken of valt het wel mee?

Op 28 mei vertelden Frank Smilda en organisator Jarno Duursma over de gevolgen en gevaren van nieuwe technologie. Bekijk hieronder hun verhaal terug:

Jarno Duursma is technologie trendwatcher en auteur van het boek: De digitale butler ? Kansen en bedreigingen van kunstmatige intelligentie. Hij heeft 12 redenen waarom we bezorgd moeten zijn over de kwalitatieve groeispurt van kunstmatige intelligentie waaronder privacy, face&voice recognition, loss of skills, de macht van techbedrijven en biased algorithms.

Dark web, Ransomware-as-a-service en cybercriminaliteit. Het topje van de ijsberg van digital crime. De georganiseerde misdaad heeft de voordelen van de digitale wereld ontdekt. Frank Smilda is ?Head of the intelligence organisation? bij de politie en gespecialiseerd in de inzet van digitale machtsmiddelen van criminelen en overheid. Criminelen zijn zeer inventief op het gebied van digitale technologie en wat zet de politie daar tegenover? Hoe ver is het bijvoorbeeld met ?predictive policing??


Op Noordz een artikel over de bijeenkomst:

?De werkelijkheid is soms bizarder dan Homeland.? Het is een uitspraak van Dick Schoof, de Nationaal Co?rdinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). En die uitspraak kwam tijdens de 69e?editie van de Social Media Club 050 veelvuldig terug. En met recht. De avond had als thema ?The dark side of digital?. Die donkere kant werd door sprekers Jarno Duursma en Frank Smilda volop belicht. Want sciencefiction wordt werkelijkheid, met ook de nadelige gevolgen.

Duursma liet zijn eigenlijke rol als gastheer even voor wat die was en had de regie van de avond in de handen gelegd van Lykle de Vries. Op die manier kon de technologie trendwatcher en eigenaar van Studio Overmorgen zelf het podium gebruiken om de gevaren van kunstmatige intelligentie uit de doeken te doen. Frank Smilda is ?Head of the intelligence organisation? bij de politie en gespecialiseerd in de inzet van digitale machtsmiddelen van criminelen en overheid. Hij sprak over hoe criminelen digitale technologie?n inzetten en wat de politie daar onder meer tegenover zet.

Kunstmatige intelligentie

Duursma trapte af met de serie Black Mirror. Wanneer je ge?nteresseerd ben in de toekomst en technologie?n, dan is het advies van de spreker om die serie absoluut te volgen. ?En sommige zaken lijken dan zo ver weg, maar vergis je niet: de groei binnen de technologie is exponentieel. Er is een enorme groeispurt in wat slimme systemen kunnen.?

Zo komt Duursma bij het onderwerp kunstmatige intelligentie. Dat klinkt voor velen positief in de oren, want hoe slimmer de wereld wordt, hoe beter? Dat is zeker niet het geval. Hij somt twaalf redenen op waarom mensen zich zorgen moeten maken over deze enorme groei van kunstmatige intelligentie.

Vooringenomen algoritmes

Het begint allemaal met een gebrek aan transparantie. Duursma: ?Het bekende black-box probleem. We weten vaak niet exact wat er in de systemen allemaal gebeurt. En we leggen veel in de handen van de systemen, maar daar gaat geregeld wat fout.? Ter onderbouwing van zijn woorden laat hij voorbeelden zien waar een mens wordt gekwalificeerd als een gorilla en een husky als een wolf.

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

Jarno Duursma SMC050 Kunstmatige intelligentie

Ook noemt hij vooringenomen algoritmes, een gevaar dat hij uitlegt met een voorbeeld uit de Verenigde Staten. ?Een opgepakte blanke Amerikaan met meerdere overtredingen werd door een systeem als een lager risico ingeschaald dan een donkere afro Amerikaan die slechts eenmalig was aangehouden zonder daarbij geweld te gebruiken?, vertelt Duursma. ?De cijfers? Eerstgenoemde kreeg een 3 als risicofactor, de ander een 10. Dat lijkt op een vooroordeel, want de donkere Amerikaan kreeg een veel negatievere beoordeling dan de blanke.?

Verbazing

Maar er is nog veel meer. Een digitale assistent die zo getraind is dat het afspraken voor je kan maken. Dat klinkt leuk, maar die stem is vrij gemakkelijk te klonen. ?Dan kun je van je baas horen om even 1000 euro over te maken naar een bepaald bedrijf. Maar is die stem wel echt jouw baas?? Inmiddels zijn we ook al zo ver dat we een foto van het internet kunnen halen en die in bewegend beeld kunnen integreren. Duursma: ?Dus als je iemand op een scherm ziet praten, is dat wel echt die persoon? Dat is onderdeel van ?Faceswap video blackmailing?. Je kunt straks je eigen oren en ogen niet meer geloven.?

?Dan kun je van je baas horen om even 1000 euro over te maken naar een bepaald bedrijf. Maar is die stem wel echt jouw baas??

Bij elke nieuwe reden die Duursma opsomt, valt er verbazing uit de zaal te horen. Een grote zorg van de trendwatcher is dat ?technologie vaak een doel heeft dat altijd blijft, ook als wij dat doel inmiddels al niet meer tof vinden.? Hij noemt Facebook als voorbeeld. ?De nieuwsfeed van Facebook had als doel dat mensen zo lang mogelijk bleven kijken. Maar een filter zat er niet in, waardoor onder andere ?fake news? kon ontstaan.?

Opschaling

Wanneer Frank Smilda het podium overneemt, maakt de avond een wending naar het criminele circuit. ?Er is een daling in het aantal inbraken en andere bekende criminaliteit, maar cybercrime neemt juist enorm toe.? Duidelijke taal. Smilda neemt de zaal mee in diverse voorbeelden, ook enkele die specifiek uit Noord-Nederland komen.

?Tegenwoordig wordt een bankoverval niet meer op de ouderwetse manier met bivakmutsen gepleegd. Dat gaat nu gewoon via grote hacks. Er is een enorme opschaling binnen de criminaliteit. Jaren terug was er de ?Great Train Robbery?, dat was toen een grote opschaling. In een trein kon je natuurlijk veel geld vervoeren. Die opschaling zie je nu digitaal.?

Hack met enorme impact

Het donkere web is voor de politie geen onbekende wereld, zo laat Smilda zien. Er wordt volop aandacht aan gegeven en veel aan gewerkt. ?Maar voorkomen is zo ontzettend moeilijk?, geeft hij aan. ?Eigenlijk niet te doen. Momenteel gaat het voor ons al heel snel en ver. Maar als je dan het verhaal van Jarno Duursma net hoort over mogelijkheden, of eigenlijk de gevaren, van kunstmatige intelligentie??

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

Frank Smilda SMC050 cybercrime hacks

De hack die onder meer de Rotterdamse haven platlegde wordt naar voren gehaald. Weinigen hadden zo?n grote impact van een hack verwacht. ?Als iemand een jaar geleden had gezegd dat een hack zo veel invloed zou kunnen hebben, had ik dat niet geloofd. Wat er in juni gebeurde ging mijn fantasie te boven en gaf stof tot nadenken?, zo liet de Rotterdamse havenmeester weten na de grootschalige hack. Het geeft de exponenti?le groei aan van tech-mogelijkheden.

Predictive policing

Naast de vele grootschalige hacks is ook de illegale handel een voorbeeld dat Smilda gebruikt. Prostitutie, wapenhandel, drugs. Er zit een enorme wereld achter. ?Voor de handel wordt ook innovatie gebruikt. Het gaat de hele wereld over. We zijn de VOC van verdovende middelen.?

De politie maakt zelf ook gebruik van nieuwe technologie?n. Onder de noemer ?predictive policing? worden voorspellingen gedaan waar inbraken plaats gaan vinden. Dat heeft al mooie resultaten opgeleverd. ?Met voorspelling van misdaad hebben we in een Groningse pilot een derde van de inbraken in de stad goed weten te voorspellen. Dankzij de technologie kunnen we nu voorspellingen doen en daar onder andere onze mankracht op inzetten en aanpassen.?

De politie maakt zelf ook gebruik van nieuwe technologie?n. Onder de noemer ?predictive policing? worden voorspellingen gedaan waar inbraken plaats gaan vinden.

Daarmee wordt de avond besloten met een positief gevolg van de groei van technologie en digitaal. Maar dat de technologische ontwikkelingen voornamelijk goed zijn voor de wereld, daar kan de hele zaal nu vraagtekens bij zetten. Zeker als ?door verkeerde handen wordt gebruikt?.

SMC050 is een initiatief om professionals, bedrijven en experts op het gebied van nieuwe media, technologische trends en digitale innovatie in de regio bij elkaar te brengen. Een maal in de zes weken is er in Martiniplaza een avond met twee of drie lezingen. Videoregistraties van die avonden zijn terug te vinden op Youtube.

Bronnen: SMC050, Noordz

Debat: digitale dienstverlening politie

Wat kan de politie nog meer doen om de (digitale) dienstverlening te verbeteren? Op 31 mei jl. organiseerde de politie een strategisch debat aan de Uitleg in Den haag waar een studio werd opgebouwd die de uitzending live digitaal op het internet verzorgde. Hieronder een kijkje achter de schermen met politievloggers Jan-Willem & Tess, die betrokken waren bij de voorbereidingen:

TNO heeft samen met het ministerie VenJ en LMO een onderzoeks- en innovatieprogramma “Het Nieuwe Melden” waarin gekeken wordt naar toekomstige manieren van melden. Vandaag de dag is dat vaak nog telefonisch: 112 en 0900-8844 zijn de nummers waar burgers terecht kunnen als ze hulp willen inschakelen van de overheid. Er zijn meerdere redenen om naar nieuwe kanalen te kijken, Zo zijn er doelgroepen die niet of nauwelijks meer kunnen of willen bellen. Doven en slechthorenden is een voor de hand liggende groep die nu al om een 112 app vraagt, maar ook de nieuwe generatie belt steeds minder. Onderzoeken wijzen ook uit dat jongeren ook verwachten dat noodhulp verzoeken op social media worden gezien en opgevolgd. Facebook, Twitter Google en andere social media partijen werken daar zelf ook hard aan. Zo kun je met Twitter al noodberichten ontvangen van de politie (zie hieronder een screenshot van Metropolitan Police die het gebruikt), Facebook werkt onder andere samen met Amber Alert en Google heeft diverse succesvolle emergency response diensten?zoals de Person Finder.

Maar naast de nieuwe generatie en specifieke doelgroepen is er nog een andere reden om naar nieuwe kanalen te kijken. De aard van de meldingen gaat in de toekomst veranderen. Nu al zie je dat er een behoefte bestaat onder burgers om hulp van de overheid te vragen als ze slachtoffer zijn van ransomware (zoals WannaCry of de Blue Whale Challenge). Omdat er mensen zijn die zelfs zelfmoord plegen nalv ransomware als gedreigd wordt dat hun hele digitale hebben en houden online gaat als ze niet binnen een paar uur betalen, kun je wel spreken van een spoedje. Nu hoef je daar 112 niet voor te bellen. Maar ook het melden met data neemt toe. Steeds meer mensen hebben een internetding, een smartwatch bijvoorbeeld die een hartslag kan versturen. De meldkamers van vandaag de dag zijn nog niet klaar om die te ontvangen. Maar ook live beelden van een drone of ander apparaat dat opnames kan maken kan zeer waardevol zijn voor de meldkamer om een beter situationeel beeld te verkrijgen.

Ruim 4000 mensen hebben (delen van) de talkshow via politie.nl gevolgd. Op Twitter was de hashtag #incontact enige tijd trending topic.

Bekijk hieronder de hele video:

Digitale Dienstverlening from Politie on Vimeo.

Er waren 3 tafelrondes met de volgende tafelgasten:
1. Het Nieuwe Melden

2. Nieuw slachtofferschap

3. Cybercrime

De talkshow was de start van een nieuwe koers waarin we de ambitie hebben om sneller nieuwe vormen van digitale dienstverlening in te zetten om zo het contact tussen burgers en politie te verbeteren. Iedereen kan met?#incontact communiceren om deze ambitie blijvend waar te maken. Op Twitter zijn?volgers gevraagd een enqu?te in te vullen over de politievlogs en digitale dienstverlening. Dat heeft waardevolle informatie opgeleverd. De volgende tweet illustreert dat:

Bronnen: Politie.nl

Teenage Cyber Volunteers: scholieren tegen online misdaad

2014-12-09 00:00:00 epa04521585 An employee points to code on a screen at Hewlett Packard's?cyber defence center in Boeblingen, Germany, 09?December 2014. It will protect German clients from cyber crime in the future. The Boeblinger cyber defense center is one of nine run by HP?worldwide. EPA/DANIEL NAUPOLD

Middelbare scholieren die de politie helpen met het opsporen van criminelen op internet: in Noord-Nederland gebeurt het. De NHL Hogeschool en de Politieacademie gaan de komende maanden 25 havo- en vwo-scholieren van middelbare scholen in Drenthe, Friesland en Groningen inlijven als vrijwilligers.

‘Het is een experiment van een half jaar om te bekijken wat jongeren tegen online heling kunnen doen’, legt Luuk van Spijk van de Politieacademie in Apeldoorn uit. De politie kan bijvoorbeeld een foto laten zien van gestolen voorwerpen, waar de havisten en vwo’ers op internet de oorsprong van kunnen opzoeken. Met het oog op privacy zijn de opdrachten die de scholieren kunnen oplossen echter beperkt. De jongeren uit de drie noordelijke provincies krijgen ook geen inzage in politiedossiers.

Zo’n 40 jongeren van onder andere het Comenius in Leeuwarden, ROC Friese Poort en het Drachtster Lyceum steunen de politie Noord-Nederland bij de aanpak van criminaliteit. Via de pilot ‘Teenage Crimefighters’ wil de politie van jongeren tussen de 16 en 18 jaar leren hoe ze zich in de digitale wereld bewegen. De jongeren krijgen incidenten voorgelegd waarbij de politie wil weten hoe ze dat met de hulp van nieuwe media zouden oplossen. De eerste zaak waarnaar ze kijken, is die van de moordpoging op de directeur van Clafis, Bert Jonker.

Bert Jonker werd begin januari beschoten op het parkeerterrein bij Thialf?in Heerenfeen. Volgens de politie krijgen de jongeren alleen geen inzicht in de onderzoeksgegevens.

‘We willen zoveel mogelijk werken met bestaande zaken, bijvoorbeeld door namen te veranderen’, zegt projectleider Joyce Kerstens van het lectoraat Cybersafety van de NHL Hogeschool. ‘Vergeleken met zedenzaken of geweldsdelicten is de prioriteit voor diefstal laag bij de politie. Dan zijn helpende jongeren een uitkomst.’ Ook studenten Forensische orthopedagogiek van de Universiteit van Amsterdam en een onderzoeksgroep van criminologen werken mee aan de proef.

De NHL Hogeschool heeft eerder online criminaliteit bestudeerd. Recent onderzocht een groep studenten van het lectoraat Cybersafety onder 700 respondenten of die phishing, een vorm van internetfraude, op websites konden herkennen.

hacker-rolt-bitcoinbende-op

Frisse idee?n

De politie moet snel meer kennis opdoen over cybercriminaliteit en digitalisering, vindt Wouter Stol, lector Cybersafety op NHL Hogeschool en de Politieacademie en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit. ‘We moeten niet langer een onderscheid maken tussen gewone agenten en specialisten zoals het landelijke Team High Tech Crime. Al voor de eeuwwisseling hebben we specialisten aangesteld in verschillende regio’s, maar de hele politieorganisatie moet aan de nieuwe digitale werkelijkheid wennen.’

Met zo’n 60 duizend medewerkers heeft de Nationale Politie die kennis niet meteen in huis, erkent Stol. Jongeren kunnen agenten helpen met het bijspijkeren van digitale vaardigheden, denkt projectleider Kerstens. ‘Online trends gaan erg snel. Jongeren van zestien gebruiken het internet alweer heel anders dan mensen die nu 25 zijn. Scholieren kunnen de politie leren waar de digitale hangplekken zijn en waar zij de juiste informatie kunnen vinden.’

De Engelse inlichtingendienst zoekt niet alleen jongeren, maar graag ook specifiek meer meiden:

Max Daniel van de politie Noord-Nederland zegt dat de jeugd wat toe kan voegen aan de kennis van digitale rechercheurs.?”De jeugd gaat echter anders om met internet en social?media. Je ziet in dat gebruik al verschillen tussen jongeren van 15 en zeg 20. Ik wil graag weten waar zij bijvoorbeeld hun informatie over een misdrijf kunnen vinden.”

teenage-mutant-ninja-turtles

Bronnen:?De Volkskrant

Cybercrime in de (strafrecht)praktijk

De ontwikkelingen binnen cybercrime volgen elkaar in rap tempo op en brengen veel juridische uitdagingen met zich mee. Advocaten en rechters zijn echter niet altijd volledig op de hoogte van de ins & outs rondom cybercrime. Bij hen is de behoefte aan nieuwe inzichten groot. TNO doet er alles aan om het kennisniveau van alle betrokkenen op een gelijkwaardig niveau te krijgen.

?Het aantal zaken rondom cybercrime groeit met de dag?, vertelt TNO-onderzoeker Rolf van Wegberg. Uit onderzoek van TNO blijkt dat bitcoins steeds vaker worden gebruikt om illegale handel te drijven en geld wit te wassen. Daarbij zijn het gros van de activiteiten op het Dark Web drugs gerelateerd. Bitcoins zijn echter een legaal betaalmiddel en ook het surfen op een Tor-netwerk is op zich geen strafbaar feit. Als de politie een tap zet op een laptop en constateert dat de gebruiker op een Tor-netwerk actief is, betekent dat juridisch nog niets. Niet gek dus dat deze ontwikkelingen veel juridische uitdagingen met zich mee brengt.

a4d987c4e907b852e129e062924b551f2745d187

Spanningsveld tussen technologie?n en de wet
Om criminelen te kunnen opsporen, vervolgen en berechten, is het voor de betrokken partijen essentieel dat de kennis rondom de ontwikkelingen binnen cybercrime op een hoog niveau is. Hoe belangrijk die kennis is ondervindt Rolf van Wegberg nu hij zelf in een paar strafzaken optreedt als getuige-deskundige. Het aantal strafzaken waarbij digitaal bewijsmateriaal naar voren komt, neemt hand over hand toe. ?De drie partijen in de rechtszaal moeten goed onderbouwd met bewijs kunnen omgaan. Vragen die ik krijg van de rechter-commissaris gaan daar ook over. Als je in drugs handelt op het Dark Web, lijkt de zaak duidelijk. Maar hoe bewijs je wie de personen zijn die achter de aliassen op een Tor-netwerk schuilgaan? Is de politie in de opsporing technisch en juridisch correct te werk gegaan en is te bewijzen wie de feiten heeft gepleegd? Het zijn vragen die steeds vaker opdoemen. Er is ook een spanningsveld tussen nieuwe technologie?n en het in dit verband vaak gedateerde Wetboek van Strafrecht. In een zaak tegen verdachten van het witwassen met bitcoins deed de rechter een beroep op onze expertise. Aan uitleg en inzichten is bij advocaten en rechters grote behoefte.?

?Met ons onderzoeksprogramma weten we hoe cybercriminaliteit zich ontwikkelt. Het is een continu kat-en-muisspel?

De hele strafrechtketen opleiden
?De kennis over hoe criminaliteit in de digitale wereld werkt, is namelijk nog beperkt bij partijen die elkaar in de rechtszaal treffen?, zegt Rolf. ?Als expert op dit gebied en onafhankelijke partij stelt TNO zichzelf de taak om de hele strafrechtketen op te leiden in de nieuwste technologie?n die criminelen gebruiken en de consequenties die dat heeft voor het opsporen, vervolgen en berechten van verdachten.? Dat streven om experts bij te spijkeren heeft geleid tot trainingen die TNO in samenwerking met INTERPOL in Singapore heeft georganiseerd voor politiemensen. Rolf ging samen met collega-expert Mark van Staalduinen tijdens die trainingen in op onderwerpen als het anonieme internet en Tor-netwerken (The Onion Router); de technische, juridische en maatschappelijke aspecten van het Dark Web; de bitcoin-technologie en hoe criminelen daar misbruik van maken.

Ecosysteem ontrafelen
Vooral de verwevenheid tussen het Dark Web en het betalen met bitcoins heeft alle aandacht van TNO. ?Hiervoor verdiepen we ons voornamelijk in de steeds veranderende businessmodellen van de criminelen?, zegt Rolf. ?We willen hun ecosysteem ontrafelen. Zij moeten elkaar ook kunnen vertrouwen. Hoe beoordelen ze wie een betrouwbare partner is? Hoe werken hun reviews met sterren en punten? Welk systeem en welke techniek zit daarachter? Als je dat kunt doorgronden, is het de truc het systeem zo te be?nvloeden dat het zich tegen de gebruikers keert. Je kunt een illegale site offline halen, maar dan hebben de gebruikers in no time nieuwe sites en aliassen in de lucht. Het is een continu kat-en-muisspel. TNO onderzoekt hoe de criminelen werken, het is aan politie en justitie om hen met onze kennis aan te pakken.?

Kwaliteit rechtspraak bevorderen
Omdat de ontwikkelingen zich in een rap tempo afwisselen en vanwege de impact die dit heeft op de strafrechtpraktijk, heeft TNO besloten om ook een cursus in Nederland voor advocaten te organiseren. ?Met de kennis die we opdoen in ons Dark Web-onderzoeksprogramma staan we de politie nationaal en internationaal bij?, zegt Rolf. ?Zo weten we hoe cybercriminaliteit zich ontwikkelt, langs welke wegen misdadigers opereren en hoe politie en justitie daarop actie kunnen ondernemen. Tegelijkertijd is het van belang dat alle partijen in het strafrecht goed op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen in cybercrime. Dus zowel politie en OM als de rechtspraak en de advocatuur. Sterker nog, gedegen kennis van de materie bij zowel de Officier van Justitie, de advocaat als de rechter draagt bij aan de kwaliteit van de rechtspraak als geheel. De partijen houden elkaar dan scherp.? Experts van de politie en het OM gaan tijdens de cursus in op de praktijk van opsporing en vervolging en bieden advocaten handvatten voor de strafrechtpraktijk. ?Uit het feit dat ook politie en OM deskundigen beschikbaar stellen voor de cursus, blijkt wel dat ook zij waarde hechten aan advocaten met de nieuwste kennis van de ontwikkelingen in cybercrime.?

De cursus ?Cybercrime in de (strafrecht)praktijk? wordt georganiseerd in samenwerking met SDU en staat onder auspici?n van de Nederlandse Orde van Advocaten. Raadslieden die de cursus volgen behalen hiermee vijf van de twintig jaarlijks benodigde opleidingspunten.

Lees ook:

Bronnen: TNO

Zo wassen criminelen bitcoins op het web wit

witwassen

Geld witwassen? Al Capone deed het via wasserettes.

Hoe de Al Capone van de 21e eeuw zijn geld witwast? Online natuurlijk! Wetenschapper Rolf van Wegberg van de TU Delft ging na hoe je dat met bitcoins doet. Criminelen passen daarbij onder meer een digitale wisseltruc toe.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op Kennislink, en is geschreven door?.?Dit artikel is onderdeel van een tweeluik. Lees ook Nadert het einde van de bitcoin?

Daar zit je dan als crimineel met al die bitcoins, het elektronische betaalmiddel. Je hebt een levendig drugshandeltje op het dark net opgezet, een deel van het internet waar je anoniem rond surft en het bijzonder lastig is om getraceerd te worden. Klanten laten uitstekende recensies over de kwaliteit en snelle levering van jouw pillen achter en het loopt storm. De bitcoins stromen binnen.

En dan? Ze zomaar omwisselen voor euro?s is onverstandig. Dat valt de politie meteen op. ?Natuurlijk kun je online van alles en nog wat kopen met het elektronische betaalmiddel. Het is zelfs mogelijk om er huizen mee aan te schaffen. Maar dat zal een crimineel nooit doen, omdat de politie je dan al snel op het spoor is. Bovendien krijgen succesvolle criminelen vaak meer geld binnen dan ze uit kunnen geven?, zegt Rolf van Wegberg, als?cybercrime-onderzoeker verbonden aan de TU Delft en TNO.

witwassen bitcoins Helix

Rechtszaken

Veel boeven op het dark net kiezen daarom voor het witwassen van hun zwarte bitcoins. Net zoals bijvoorbeeld de beruchte maffiabaas Al Capone deed met zijn zwarte geld. Hij waste het wit door een keten van wasserettes op te zetten, en daar komt de term witwassen dus ook vandaan. Capone verdiende veel geld met zijn illegale (drank)handel. Bij de wasserettes van Capone stonden de wasmachines altijd aan. Op die manier kon hij beweren dat hij heel veel klandizie had, terwijl hij in wezen zijn eigen geld in zijn wasserettes pompte en over de ?winst? die hij zo maakte netjes belasting betaalde. Daarmee was zijn zwarte geld dus wit geworden. ?Dat criminelen bitcoins online witwassen is wel zeker, maar hoeveel het er precies zijn, daar hebben we nog geen zicht op?, zegt Van Wegberg. Onlangs nog werden er in Nederland een aantal gesnapt. Inmiddels zijn er rechtszaken tegen deze verdachten in voorbereiding. Van Wegberg trad in de voetsporen van de misdadigers en probeerde hetzelfde te doen als zij: bitcoins witwassen.

Opmerkelijk genoeg kun je nu al helemaal nagaan welke weg bitcoins hebben afgelegd. Dat komt door de zogeheten blockchain van het elektronisch betaalmiddel. Eenvoudig gezegd is dat een soort openbaar kasboek dat iedereen in kan zien, waardoor je na kunt gaan waar de bitcoins zijn geweest.

?Dat maakt criminelen kwetsbaar?, zegt Van Wegberg. Je kunt bitcoins volkomen anoniem gebruiken. Maar stel dat een boef een foutje heeft gemaakt en een emailadres heeft achtergelaten? ?Of dat een ander de identiteit van de crimineel onthult? Dan kan de politie het spoor van de bitcoins achterhalen?, aldus Van Wegberg.

money1

Je kunt bitcoins die zijn verdiend met illegale praktijken vrij eenvoudig witwassen.

Grabbelen

Dat maakt criminelen begrijpelijkerwijs zenuwachtig. ?Daarom is op het dark net een oplossing bedacht: de zogeheten bitcoin-mixer. Dat is een soort virtuele grabbelton. Meerdere criminelen gooien daar hun bitcoins in. Vervolgens krijgen ze volstrekt willekeurig andere ervoor terug.?

Die zijn waarschijnlijk tevens met criminele activiteiten verdiend. Anders gebruik je immers deze grabbelton niet zo snel. ?Maar ze zijn niet verdiend met jouw eigen handel. En dus kun je altijd naar eer en geweten ontkennen dat jij iets te maken had met hoe deze ?nieuwe? bitcoins zijn verdiend. Als jij in Apeldoorn een handeltje hebt en jouw bitcoins uit de mixer komen uit Itali?, dan heb je vrijwel altijd een alibi. Het elektronische geld is nog wel te traceren maar niet meer naar jouw handeltje.?

Geen spoor

Van Wegberg testte in totaal vijf mixers. Twee werkten uitstekend, de drie anderen werden gerund door oplichters. ?Dat is het risico van deze grabbeltonnen. Op het dark net zijn daarom allemaal reviews te vinden van de mixers en die kloppen voor de vijf mixers die wij testten. Als er ??n een slechte of twijfelachtige reputatie had, dan klopte dat.? De mixers vragen zo?n drie procent voor hun diensten.

15285694851_ede084b833_o

Van Wegberg probeerde een jaar lang op alle mogelijke manieren na te gaan of de bitcoins die hij in de grabbeltons stopte tot hem te herleiden vielen. ?Maar we vonden geen spoor van het elektronische geld dat we zelf in de mixer stopten. Kortom, die virtuele grabbeltonnen zorgen er inderdaad voor dat het elektronische geld welhaast niet meer te koppelen valt aan de crimineel die het verdiende.?

Maar dan is de crimineel er natuurlijk nog niet. Een boef heeft nog altijd bitcoins en geen euro?s, dus is er nog een stap nodig. Ze gebruiken daarvoor criminele dienstverleners, die ook op het dark net actief zijn. ?Via deze dienstverleners, maar ook via platforms als PayPal en Western Union kun je eenvoudig en anoniem bitcoins omzetten in geld?, zegt Van Wegberg.

Neapolitan pizza

Rolf van Wegberg kocht pizza?s van zijn ?witgewassen? bitcoins.?

Pizza

Is dat niet vreemd? Je kunt immers aan de bitcoins zien dat ze door een mixer zijn gegaan en zeer waarschijnlijk door illegale handel zijn verkregen? ?Ja, dat is inderdaad opmerkelijk. Zowel Western Union als Paypal zouden moeten weten dat het gebeurt. Ze komen voor in onderzoeken van Interpol. Officieel moeten zij, net als onder meer banken en casino?s, het melden als ze vermoeden dat er een luchtje aan geld zit. Maar bitcoins worden niet als officieel geld gezien, dus valt het daarom niet onder de meldplicht.? Om te laten zien hoe makkelijk het allemaal gaat, wisselde Van Wegberg zijn bitcoins die door de mixer gingen om via een dienstverlener voor euro?s bij Paypal. Vervolgens kocht hij er bij de website thuisbezorgd.nl pizza?s voor. ?Die werden netjes bezorgd. Er werden geen vragen gesteld?, zegt hij.

Nu zal een boef natuurlijk geen pizza?s bestellen van zijn bitcoins, maar het laat zien hoe verrassend eenvoudig het witwassen is. ?Een crimineel zal natuurlijk nog allerlei constructies opzetten om ervoor te zorgen dat het geld echt niet herleidbaar is tot hem of haar. Dus die maakt het bijvoorbeeld over naar een nep-goed doel in het buitenland, die weer een dienst levert aan een ander. Zo komt via een omweg het geld weer terug bij de crimineel.?

Lucratief

Op deze manier veel geld, bijvoorbeeld zestigduizend euro witwassen is potentieel niet zo moeilijk, geeft Van Wegberg aan. Maar elke dag zestigduizend euro witwassen, dat is wel ontzettend lastig. ?Daarom nemen criminelen vaak wel een waardeverlies van vijftig procent voor lief. Het geld gaat dan naar allerlei manieren en trucjes om het geld wit te wassen. De methode die ik heb onderzocht levert maximaal zo?n vijftien procent waardeverlies, maar dan ben je met je omgewisselde geld al bij Paypal. Dat is dus zeer lucratief. Het kan daarom gezien worden als een prikkel voor criminelen om online hun geld wit te wassen.?

Hoe bewijst de politie dat iemand op deze manier geld witwast? ?Dat is erg lastig. Er lopen meerdere zaken, maar juridisch is het een uitdaging. De kennis die we nu hebben opgedaan, helpt ongetwijfeld. Door zelf geld wit te wassen ? uiteraard niet met ?cht crimineel geld ? begrijpen we namelijk beter welke beslissingen een crimineel neemt. En natuurlijk ook waar hij of zij een foutje kan maken.?

Bronnen: Kennislink

De virtuele wijkagent: haalbaar of niet?

image-5712455

Agenten die handhaven op de digitale straat. Is dat haalbaar of niet?

Burgemeester Paul Depla van Breda is van mening dat zijn stad een virtuele wijkagent nodig heeft om zo ook het leven dat zich online afspeelt in de gaten te houden. Maar hoe kan dat worden vormgegeven? Klopt het dat deze online wijkagent signalen kan oppikken die anders niet worden opgemerkt? Wordt de informatiepositie van de politie beter wanneer zij ook virtuele wijkagenten inzet?

bais politiezorg

Handhaving op internet

?Begin eens met de wet handhaven op dat vrije internet?, zo luidt de titel van een artikel uit het NRC. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werden in 2014 een op de negen Nederlanders slachtoffer van cybercrime; 0,8% van de Nederlanders kreeg te maken met identiteitsfraude, 3,5% kreeg te maken met koop- en verkoopfraude en 5,2% kreeg te maken met een?hack?(inbraak) op computer, smartphone, e-mailaccount of website. Door de steeds beter wordende internetverbinding, het feit dat 98% van de huishoudens verbonden is met het internet, door het online gaan met smartphones en tablets (75% van de bevolking heeft een smartphone of tablet) en het gebruik van computers en laptops digitaliseert de samenleving. Doordat steeds meer mensen online zijn verspreiden de veiligheidsproblemen zich ook op het internet. Digitale apparatuur en informatie is kwetsbaar en kan worden misbruikt. ?Cybercrime neemt hand over hand toe‘. Het NCSC schrijft: ??Het aantal experts, de kennis en de middelen moeten dito toenemen, willen we het gevecht winnen en de ICT-veiligheid kunnen garanderen??. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) heeft als taak Nederland weerbaarder te maken op internet. Maar wie doet de online handhaving van veiligheid?

Wat is de rol van de politie?

Henk van Essen, lid van de korpsleiding van de Nationale Politie, zei in het politiedebat van 18 november 2015 op de politieacademie: ??Wat is nou de rol van politie in de digitale wereld? Wat kan je van ons wel verwachten en wat kan je van ons niet verwachten. Het is fair om te zeggen dat we daar nog geen antwoord op hebben op dit moment.? Wanneer je zou zeggen dat die rol er wel is voor de politie en je je voorstelt dat deze rol handhaving betreft, dan kan dit onderzoek van pas komen. Diverse partijen, zowel de politie als private partijen, zien de noodzaak in tot het optreden op internet. De politie is aan het onderzoeken hoe zij meer en beter aanwezig kan zijn op het internet. Private partijen ontwikkelen software, geven beveiligingsadviezen en stellen middelen ter beschikking aan de politie. En eindgebruikers, zoals burgers, letten een beetje op elkaar.

Wanneer het gaat over online handhaving is het ook de vraag of de politie de aangewezen partij is om te handhaven op internet. De politie heeft diverse specialistische teams die zich op het internet begeven, maar de specialistische teams hebben veel minder kennis van wat zich op lokaal niveau afspeelt dan de basis politiezorg. Het internet kent vele spelers en eigenaren. Vrijwel iedereen in Nederland heeft toegang tot het internet, maar vrijwel alle websites staan op private servers van serviceproviders. Het internet is dus deels een publieke en deels een private ruimte. De politie is primair verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid. Om de specialistische teams te ondersteunen met, zoals voor dit onderzoek is gekozen, de online handhaving, wordt in dit onderzoek gefocust op de online handhaving in de basis politiezorg. Pieter Jaap Aalbersberg, korpschef van Amsterdam, heeft tegen de eerder genoemde Henk van Essen gezegd: ??ik heb in mijn organisatie 82 personen binnen de BPZ werken met een afgeronde HBO-opleiding?. Er zit veel kennis in de basis politiezorg van korps Amsterdam en zij hebben ook lokale kennis. Deze combinatie zou goed benut kunnen worden. De manier waarop dat kan plaatsvinden zou kunnen blijken uit dit onderzoek.

Onderzoek?handhaving van de openbare orde en veiligheid op internet

Het onderwerp van dit onderzoek is: ?handhaving op internet door de basis politiezorg?. Doordat steeds meer mensen online zijn verspreiden de veiligheidsproblemen zich ook naar het internet. In 2014 werden 1 op de 9 Nederlanders slachtoffer van cybercrime. Er is al veel bekend en onderzocht over (online) opsporing, maar het thema (online) handhaving wordt vaak vergeten. Wanneer het over online handhaving gaat is het de vraag of de politie de aangewezen partij is om te handhaven op internet. Aangezien er nog geen wetenschappelijke onderzoeken zijn die zich richten op deze preventieve kant van de basis politiezorg online,? richt dit onderzoek zich daarop. Het doel daarbij is om inzicht te bieden in de mate waarin agenten in de basis politiezorg in staat zijn om te handhaven op internet en welke mogelijkheden er zijn om de handhaving op internet te bevorderen. Het externe doel is daarbij om kaders te bieden waarbinnen deze handhaving kan plaatsvinden, voor zover het mogelijk is om die kaders te schetsen. De vragen die moeten bijdragen aan het bereiken van deze doelstelling gaan over: offline handhavingstaken en de vertaling daarvan naar online handhavingstaken, het juridische kader waarbinnen handhaving op internet zich kan afspelen, welke best practices en knelpunten er al bekend zijn, welke vaardigheden de agent moet hebben en welke kennis en middelen daar voor nodig zijn. Tot slot is bekeken in hoeverre private partijen een rol kunnen spelen in de handhaving op internet.

politie-twitter-150x150

Reguliere handhavingstaken

Onder de basis politiezorg vallen alle politietaken die niet apart zijn ondergebracht bij specialistische politieonderdelen. Een van de voornaamste taken van de basis politiezorg is het handhaven van de openbare orde onder het gezag van de burgemeester. De agenten in de basis politiezorg werken in verschillende functies. Het doel bij de dagelijkse werkzaamheden van de politie is het verbeteren van de informatiepositie, het de-escalerend optreden bij conflicten en het aangeven van kaders omtrent de openbare orde. De opsporing wijkt daar vanaf, aangezien de politie in dat kader onder het gezag van de officier van justitie valt en als doel heeft om strafvorderlijke beslissingen te ondersteunen. Handhaving is iedere actie die erop gericht is de naleving van het bij of krachtens wet- en regelgeving geldende recht te bevorderen en te bewerkstelligen. De offline handhavingstaken bestaan volgens respondenten uit het leefbaar houden van de wijk, het handhaven van de openbare orde en het bijsturen van gedrag of het uitdelen van boetes wanneer mensen zich niet aan de regels houden. Online kan dat mogelijk net zo plaatsvinden maar dan op digitale plekken. Echter, op het internet kan een agent zich niet net zo identificeren als op straat. Daarnaast kan worden afgevraagd of het internet onder de publieke ruimte valt. Online handhaving kan worden ingezet als instrument, maar kan daarnaast ook worden ingezet als middel tegen online overtredingen zonder dat deze gepaard gaat met een actie op de fysieke straat.

Bevoegdheden en wet- en regelgeving

Alle agenten moeten zich houden aan de politiewet. De politiewet is een aanvulling op het wetboek van strafvordering. In deze wetten is de opsporing strikter vastgelegd dan de handhaving. Opsporing mag alleen worden gedaan door een opsporingsambtenaar. Wettelijk gezien bedient de burgemeester zich bij het handhaven van de openbare orde van de politie. Dat is tevens vastgelegd in de politiewet en de gemeentewet. De burgemeester heeft hiervoor een aantal bevoegdheden. Of hij die online kan, mag en gaat gebruiken is nog veel discussie. Daarnaast is nog steeds onduidelijkheid over wat de agent wel en niet mag op het internet. Daarop heeft het Openbaar Ministerie een matrix opgesteld die in maart 2016 is verspreid binnen de politie. Daarin staat per actie aangegeven welke bevoegdheid de agent al heeft en/of moet vragen. De vraag is of de kaders online wel of niet anders zijn, of zouden moeten zijn, dan op straat. Kan de scope van het Wetboek van Strafvordering gezien de ontwikkelingen en de samenleving worden geprojecteerd op de digitale straat?

ruben1

Online handhaving binnen de politie

Binnen de politie zijn verschillende onderdelen die zich op het internet richten en betrekking hebben op handhaving. Deze onderdelen zijn het Crisis Communicatie Team, het Open Source Intelligence Team, het Real Time Intelligence Center en wijkagenten en jeugdagenten die actief zijn op social media. Daarnaast maakt het communicatieteam van iedere politie-eenheid ook gebruik van het internet. Deze onderdelen van de politie gebruiken internet met name voor berichtgeving en voor hun eigen informatievoorziening. Daarvoor gebruiken zij programma’s die het internet scannen op trefwoorden. Een overkoepelend onderdeel binnen de politie is de Dienst Regionale Informatie Organisatie. Daar komt vrijwel alle regionale informatie van alle politieonderdelen bijeen. Zij hebben ook de bevoegdheid om de informatie van de verschillende? politieonderdelen in te zien.

De politie heeft enkele goede ervaringen met het gebruik van internet in de vorm van handhaving. De politie in Groningen kreeg via een social media monitoringprogramma een twitterbericht te zien waarin stond dat iemand het aanstaande Sinterklaasfeest wilde verstoren. Daarop heeft de politie gereageerd. De persoon in kwestie had geen reactie verwacht en bood zijn excuses aan. Daarnaast blijkt het effect van het gebruik van social media bij evenementen groot. De informatie-inwinning, het managen van grote groepen mensen (crowd control) en het geven van voorlichting zijn daarbij erg belangrijk.

Tegenover goede ervaringen staan ook knelpunten. en slechte ervaringen, omdat een online actieve politie ook kwetsbaar is. De politie is nog terughoudend met het gebruik van internet. Online zijn is nieuw voor de oudere agenten en protocollen zijn onvoldoende aanwezig binnen de eenheid of de agent weet niet van het bestaan van de protocollen. Doordat er geen speciale internetpolitie is moeten agenten uit de basis politiezorg deze taken ook deels op zich nemen. Momenteel wordt dat nog niet gedaan volgens een vastomlijnd kader. De ene agent is erg actief op het internet en de andere agent maakt vrijwel geen gebruik van internet. Tot slot is de politie erg geori?nteerd op het zenden van informatie. Het ontvangen van informatie en het verwerken van informatie behoeft een grote verbeterslag. Daarbij gaat het zowel om informatie vanuit internet- en social media monitoring programma?s als om de algemene interactie met de burger.

Kennis, vaardigheden en middelen

Er zijn voor de politie cursussen en workshops beschikbaar die ondersteuning bieden aan agenten om actief te zijn op social media, zoals cursussen in het effectief zoeken op internet. Deze cursussen hebben tot doel om de agenten bekwamer te maken in het gebruik van internet als communicatiemiddel en handhavingsmiddel of gecombineerd. Deze cursussen en workshops zijn voor iedereen opgenomen in de politieopleiding, maar veel van de huidige agenten hebben die daarom nog niet gehad. Zij kunnen bijgeschoold worden na een aanvraag voor een cursus of workshop. Om goed met internet te kunnen werken is het belangrijk om expertise binnen de politiebureaus te hebben. Agenten worden steeds meer uitgerust met een smartphone waarmee zij veel zaken op en via internet kunnen regelen. Zo kunnen zij op social media, maar ook kunnen zij politiesystemen raadplegen en een bekeuring uitschrijven zonder dat zij daarvoor een computer nodig hebben. Er is op het intranet van de politie uitleg gegeven over het opzetten van een twitteraccount en waar het twitteraccount exact aan moet voldoen. Om kennis en middelen om te zetten naar vaardigheden en deze ook daadwerkelijk toe te passen is een goede scholing nodig. Aangezien nog niet iedere agent deze scholing heeft gehad en/of iets doet met de scholing op het gebied van social media bij het uitvoeren van de alledaagse werkzaamheden, is het lastig om handhaving op internet te bewerkstelligen.

Private partijen

De politie werkt op specialistisch niveau samen met private partijen zoals Facebook, Twitter, ICT bedrijven en internet service providers. Daarbij wordt zowel aan handhaving als aan de bestrijding en opsporing van cybercrime gedaan.? De handhaving die hier wordt uitgevoerd betreft het verwijderen van account wanneer personen zich niet aan de regels van de website houdt. Ook waarschuwt facebook een gebruiker wanneer deze zich niet houdt aan de door haar gestelde regels.

Bij evenementen wordt veel gebruik gemaakt van social media. Daarbij werken private partijen (organisatoren van evenementen) veel samen met de communicatieteams van de politie. Daar zijn voornamelijk bij de bevrijdingsfestivals van 2015 in Nederland goed successen mee geboekt.

Aanbevelingen

Het is aanbevolen om landelijk ??n beleid te voeren op het gebied van opleiding en gebruik van social media. Daarnaast is het belangrijk om de kennis van nieuw ingestroomde agenten op het gebied van social media te benutten en in te zetten om het kennisniveau van de oudere agenten te verhogen. Tot slot moet er meer samen worden gewerkt tussen private partijen en de politie, zonder dat de private partijen de handhaving uitvoeren in plaats van de politie. De daadwerkelijke uitvoering van de handhaving zou idealiter moeten plaatsvinden door de politie, waarbij de private partijen de informatie aanleveren voor de politie. Door samen te werken op het gebied van informatie vergaren en verwerken kan de politie effectiever zijn.

Aangezien dit onderzoek niet alle aspecten kan belichten van de handhaving op internet is het belangrijk om bepaalde aspecten nader te onderzoeken. Bijvoorbeeld of de agent zich online ook moet identificeren en zo ja, hoe hij dat moet doen. Tevens is het belangrijk om de wijzigingen die aanstaande zijn in het wetboek van strafvordering te volgen. Ook de resultaten van een onderzoek over de bestuurlijke bevoegdheden van de burgemeester op internet en een matrix/schema van het openbaar ministerie over de bevoegdheden van de agent op internet zijn waardevolle aanvullingen op dit onderzoek. Tot slot zou onderzoek moeten worden gedaan naar het opzetten van een social media team per robuust basisteam.

ruben2

Lees en/of download hieronder het hele rapport:

[slideshare id=63048046&doc=tno-2016-s10720-160614115614&type=d]

Bronnen: TNO