Tagarchief: politievrijwilligers

Politievrijwilligers in de opsporing

Politievrijwilligers in de opsporing: Over de wijze waarop politievrijwilligers van meerwaarde kunnen zij bij zoekzaken

Auteur: Koen Matheeuwsen

De opsporing heeft anno 2018 te kampen met een zogenaamde ‘effectiviteitscrisis’. Uitgangspunt van deze crisis is dat er slechts minder dan 1 op de 4 geregistreerde misdrijven wordt opgelost. Gesteld wordt dat burgers een belangrijke rol kunnen spelen in het opvijzelen van deze minimale cijfers. Burgers zijn immers de belangrijkste succesfactor voor effectief en efficiënt opsporen.
Politievrijwilligers betreffen burgers die zich zowel binnen de politieorganisatie als de burgermaatschappij bevinden. Uit onderzoek is gebleken dat politievrijwilligers over het algemeen
hoog opgeleid zijn en dat er door de politie niet of onvoldoende gebruik wordt gemaakt van de kennis en expertise die vrijwilligers meenemen vanuit hun betaalde functies. Vanuit deze hoedanigheid hebben politievrijwilligers de potentie interessant te zijn voor problemen die in de opsporing op specialistische terreinen spelen.

Dit gegeven wordt ingezien binnen het programma ‘herijking opsporing’, dat zich bezig houdt met het verhogen van de kwaliteit binnen de opsporing. Voor de politie-eenheid Midden-Nederland is
Margriet Algera de kartrekker van dit programma. Zij wilde dat er onderzoek gedaan werd naar de wijze(n) waarop politievrijwilligers van meerwaarde kunnen zijn voor de opsporing binnen de politie-eenheid Midden-Nederland. Hiertoe staat in onderhavige studie deze onderzoeksvraag centraal:

Op welke wijze(n) kunnen politievrijwilligers van meerwaarde zijn voor de opsporing binnen de politie-eenheid Midden-Nederland?

Ter beantwoording van de onderzoeksvraag zijn interviews afgenomen onder politievrijwilligers en leidinggevenden van de opsporing in de politie-eenheid Midden-Nederland. Hierbij stond centraal over welke meerwaarde(n) politievrijwilligers überhaupt beschikken, op welke wijze(n) zij ingezet kunnen worden ten aanzien van hun meerwaarde(n) en welke kansen, valkuilen en randvoorwaarden aan deze inzet verbonden zijn. Deze kansen, valkuilen en randvoorwaarden zijn ook besproken in een interview met een expert op het gebied van de inzet van politievrijwilligers binnen de opsporing. Ten behoeve van deze studie stonden zoekzaken centraal. Op basis van de interviews kan gesteld worden dat iedere politievrijwilliger ‘extra handjes’ kan leveren binnen de opsporing. Door deze ‘extra handjes’ kan de capaciteit van de opsporing vergroot worden. Dit kan worden beschouwd als een kwantitatieve meerwaarde.

Daarnaast beschikken politievrijwilligers over (de navolgende) kwalitatieve meerwaarden. Zo beschikt de politievrijwilliger over, al dan niet specialistische, kennis en ervaring. Deze kennis en
ervaring kan van meerwaarde zijn voor de opsporing. Hiermee kan immers het pallet van kennis en ervaring van de opsporingsorganisatie uitgebreid worden. Dit kan zaaksinhoudelijk of procesmatig nieuwe inzichten voor de opsporing opleveren.

Er bestaat een gerede kans dat politievrijwilligers over competenties beschikken die van meerwaarde kunnen zijn voor de opsporing. Binnen deze competenties kan een onderscheid gemaakt
worden tussen vaardigheden die raken aan de professionele beroepsomgeving van politievrijwilligers en meer algemene vaardigheden en eigenschappen.

Uit de interviews is gebleken dat de politievrijwilligers inhoudelijk beschikken over zeer verschillende netwerken. Al deze netwerken kunnen door hun expliciete kennis en ervaring, via de
politievrijwilligers, het pallet van kennis binnen de opsporing eveneens vergroten. Politievrijwilligers beschikken over een frisse blik en in mindere mate ook over creativiteit en innovatieve vermogens. Deze aspecten kunnen van meerwaarde zijn voor de opsporing. Vanuit zaaksinhoudelijk oogpunt kunnen deze aspecten tot nieuwe of andere inzichten binnen zaken leiden.
Procesmatig gezien kunnen deze aspecten leiden tot een effectievere en/of efficiëntere herziening van de opsporingsinstrumenten en –methoden.

Ten aanzien van bovengenoemde meerwaarden kunnen politievrijwilligers in de rol van (assistent-)rechercheur of in de rol van adviseur binnen de opsporing ingezet worden. In de rol van
(assistent-)rechercheur werken politievrijwilligers inhoudelijk aan een zaak mee. Al de genoemde meerwaarden zouden in deze rol tot uiting kunnen komen. In de adviseursrol adviseren politievrijwilligers onderzoeksteams, al dan niet vanuit kennis- en ervaringsachtergrond, in bepaalde zaken. Hierbij komen eveneens, met uitzondering van de ‘extra handjes’, alle meerwaarden tot uiting.

De inzet van politievrijwilligers in de gestelde rollen zou genoemde meerwaarden als kansen voor de opsporing kunnen opleveren, wat vervolgens tot een effectievere en efficiëntere opsporing kan leiden. Een inzet als (assistent-)rechercheur stuit echter op een aantal praktische valkuilen. De belangrijkste valkuil is dat politievrijwilligers slechts beperkt beschikbaar zijn voor de opsporing. Dit
zorgt voor een ongewenste vertraging in de voortgang van zaken. Deze valkuil geldt niet voor de inzet van politievrijwilligers in de rol van adviseur. Het onderzoek blijft immers voortgang houden indien de politievrijwilliger als adviseur wordt ingezet.

Geconcludeerd kan worden dat de meerwaarden van politievrijwilligers het meest effectief tot hun recht komen in de rol van adviseur. Om deze reden wordt aanbevolen om politievrijwilligers in een rol als adviseur binnen de opsporing in te zetten. Hiertoe dient van alle politievrijwilligers helder te zijn welke opleidings- en werkachtergrond zij hebben. Deze achtergronden dienen in een database geregistreerd te worden. Onderzoeksteams kunnen in gevallen dat zij verlegen zitten om bepaalde kennis, deze database ter hand nemen en vervolgens een beroep doen op een politievrijwilliger met specifieke kennis en ervaring. Tevens bestaat er een mogelijkheid om als opsporing politievrijwilligers breed over (specialistische) problemen binnen de opsporing te bevragen. Hiervoor is instemming van de politievrijwilligers benodigd.

Lees of download hier het gehele rapport:

[slideshare id=238425304&doc=politievrijwilligersin-200909070850&type=d]

Bronnen: Politieacademie

Teenage Cyber Volunteers: scholieren tegen online misdaad

2014-12-09 00:00:00 epa04521585 An employee points to code on a screen at Hewlett Packard's?cyber defence center in Boeblingen, Germany, 09?December 2014. It will protect German clients from cyber crime in the future. The Boeblinger cyber defense center is one of nine run by HP?worldwide. EPA/DANIEL NAUPOLD

Middelbare scholieren die de politie helpen met het opsporen van criminelen op internet: in Noord-Nederland gebeurt het. De NHL Hogeschool en de Politieacademie gaan de komende maanden 25 havo- en vwo-scholieren van middelbare scholen in Drenthe, Friesland en Groningen inlijven als vrijwilligers.

‘Het is een experiment van een half jaar om te bekijken wat jongeren tegen online heling kunnen doen’, legt Luuk van Spijk van de Politieacademie in Apeldoorn uit. De politie kan bijvoorbeeld een foto laten zien van gestolen voorwerpen, waar de havisten en vwo’ers op internet de oorsprong van kunnen opzoeken. Met het oog op privacy zijn de opdrachten die de scholieren kunnen oplossen echter beperkt. De jongeren uit de drie noordelijke provincies krijgen ook geen inzage in politiedossiers.

Zo’n 40 jongeren van onder andere het Comenius in Leeuwarden, ROC Friese Poort en het Drachtster Lyceum steunen de politie Noord-Nederland bij de aanpak van criminaliteit. Via de pilot ‘Teenage Crimefighters’ wil de politie van jongeren tussen de 16 en 18 jaar leren hoe ze zich in de digitale wereld bewegen. De jongeren krijgen incidenten voorgelegd waarbij de politie wil weten hoe ze dat met de hulp van nieuwe media zouden oplossen. De eerste zaak waarnaar ze kijken, is die van de moordpoging op de directeur van Clafis, Bert Jonker.

Bert Jonker werd begin januari beschoten op het parkeerterrein bij Thialf?in Heerenfeen. Volgens de politie krijgen de jongeren alleen geen inzicht in de onderzoeksgegevens.

‘We willen zoveel mogelijk werken met bestaande zaken, bijvoorbeeld door namen te veranderen’, zegt projectleider Joyce Kerstens van het lectoraat Cybersafety van de NHL Hogeschool. ‘Vergeleken met zedenzaken of geweldsdelicten is de prioriteit voor diefstal laag bij de politie. Dan zijn helpende jongeren een uitkomst.’ Ook studenten Forensische orthopedagogiek van de Universiteit van Amsterdam en een onderzoeksgroep van criminologen werken mee aan de proef.

De NHL Hogeschool heeft eerder online criminaliteit bestudeerd. Recent onderzocht een groep studenten van het lectoraat Cybersafety onder 700 respondenten of die phishing, een vorm van internetfraude, op websites konden herkennen.

hacker-rolt-bitcoinbende-op

Frisse idee?n

De politie moet snel meer kennis opdoen over cybercriminaliteit en digitalisering, vindt Wouter Stol, lector Cybersafety op NHL Hogeschool en de Politieacademie en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit. ‘We moeten niet langer een onderscheid maken tussen gewone agenten en specialisten zoals het landelijke Team High Tech Crime. Al voor de eeuwwisseling hebben we specialisten aangesteld in verschillende regio’s, maar de hele politieorganisatie moet aan de nieuwe digitale werkelijkheid wennen.’

Met zo’n 60 duizend medewerkers heeft de Nationale Politie die kennis niet meteen in huis, erkent Stol. Jongeren kunnen agenten helpen met het bijspijkeren van digitale vaardigheden, denkt projectleider Kerstens. ‘Online trends gaan erg snel. Jongeren van zestien gebruiken het internet alweer heel anders dan mensen die nu 25 zijn. Scholieren kunnen de politie leren waar de digitale hangplekken zijn en waar zij de juiste informatie kunnen vinden.’

De Engelse inlichtingendienst zoekt niet alleen jongeren, maar graag ook specifiek meer meiden:

Max Daniel van de politie Noord-Nederland zegt dat de jeugd wat toe kan voegen aan de kennis van digitale rechercheurs.?”De jeugd gaat echter anders om met internet en social?media. Je ziet in dat gebruik al verschillen tussen jongeren van 15 en zeg 20. Ik wil graag weten waar zij bijvoorbeeld hun informatie over een misdrijf kunnen vinden.”

teenage-mutant-ninja-turtles

Bronnen:?De Volkskrant