Tagarchief: cyber

Evaluatie Coldcase Hackathon

Coldcases en samenwerking met private partijen en burgers

Sinds 1996 komen in Nederland gemiddeld ongeveer 180 personen per jaar om het leven door moord of doodslag. Hoewel het aantal levensdelicten de laatste jaren aanzienlijk is afgenomen, werden de laatste 10 jaar nog steeds gemiddeld 140 mensen per jaar slachtoffer van geweld met een fatale afloop. De meeste van deze levensdelicten worden door de politie opgelost. Toch heeft de politie ook te maken met een aanzienlijk aantal niet opgeloste zaken. Sinds de vorming van de Nationale Politie zijn zogeheten coldcaseteams bezig met het inventariseren en onderzoeken van onopgeloste levensdelicten. Inmiddels gaat het om ruim 1700 zogenaamde coldcases. Het maatschappelijk effect van deze zaken is groot. Niet alleen gaat de dader vooralsnog vrijuit, de nabestaanden hebben recht op duidelijkheid over het lot van hun dierbaren. Bovendien bestaat de kans dat de dader opnieuw een misdrijf begaat. Het is daarom van groot maatschappelijk belang dat coldcases worden opgehelderd. Helaas is de capaciteit die de politie beschikbaar heeft voor de opsporing, waaronder coldcaseonderzoek, beperkt. Mede om die reden wordt de laatste jaren gezocht naar nieuwe manieren om coldcases aan te pakken. Er vinden experimenten plaats om met behulp van Artificial Intelligence coldcases opnieuw te bekijken voor nieuwe aanknopingspunten. Ook word er steeds vaker gebruik gemaakt van verschillende groepen burgers. Gepensioneerde politiemensen bekijken opsporingsdossiers opnieuw, maar ook hogescholen en universiteiten bekijken coldcases met een frisse blik. Deze inbreng van buiten de politieorganisatie heeft niet alleen als voordeel dat de politiecapaciteit wordt versterkt, maar ook dat kennis, expertise en inzichten worden ingebracht die de politie zelf niet altijd voorhanden heeft. Hierbij valt de denken aan de inzet van forensische nanotechnologie door het Saxion college. Maar ook het inzetten van bijvoorbeeld digitale vaardigheden door burgerexperts. Dat deze werkwijze potentie heeft, blijkt uit het voorbeeld van Serendip. Deze burgeropsporingsgroep wist een aantal jaar
geleden binnen 2½ uur een coldcase op te lossen.

Het samenwerken met burgers en private partijen in een opsporingsonderzoek zijn vergaande vormen van burgerparticipatie, die ook wel cocreatie worden genoemd. Bij cocreatie werken alle
partijen gelijkwaardig samen aan een gezamenlijk doel. Hoewel vanuit zowel de politiepraktijk als de wetenschap wordt verondersteld dat cocreatie mogelijk een waardevolle bijdrage kan leveren aan de opsporing, zijn er tot op heden nauwelijks voorbeelden waarin cocreatie daadwerkelijk is toegepast binnen de context van een opsporingsonderzoek.

Doelstelling

In het kader van vernieuwende en innovatieve werkwijzen organiseerde BlueM Amsterdam op 27 augustus 2019 een Coldcase Hackathon. BlueM is een beweging binnen de politie die als doel heeft om politiemensen uit te dagen om buiten de standaard patronen te denken en beter aan te sluiten op de veranderingen in de maatschappij. Een hackathon is een evenement waarbij teams in een relatief korte tijd proberen om vernieuwende en innovatieve oplossingen te vinden voor problemen of thema’s. Gedurende een hele dag werkten politiemensen samen met medewerkers van defensie, private partijen zoals KPN en TNO en (cyber)vrijwilligers, in verschillende gemengde gelegenheidsteams aan een aantal coldcases die door coldcaseteams werden ingebracht. Het doel was enerzijds het forceren van een doorbraak in de coldcases, anderzijds om te leren en te experimenteren met betrekking tot publiekprivate samenwerking in een opsporingsonderzoek.

Dit evaluatierapport maakt deel uit van een bredere onderzoekslijn binnen de politieacademie naar burgerparticipatie in de opsporing. De hackathon biedt aanknopingspunten om vanuit zowel
praktisch als wetenschappelijk perspectief meer inzicht te krijgen in de waarde van cocreatie binnen de opsporing en hoe een dergelijk proces in de toekomst het beste vorm gegeven zou kunnen worden.

Onderzoeksrapport

Het eerste deel van de rapportage gaat in op de deelnemers: de achtergrond van de respondenten (hoofdstuk 1) en de waarde die zij in de burger zien voor het opsporingsonderzoek (hoofdstuk 2).
Hoofdstuk 3 richt zich vervolgens op de algemene ervaring van de hackathon en de kansen en dilemma’s die respondenten daarbij zijn tegengekomen. In hoofdstuk 4 staat de hackathon als werkwijze centraal. Hoofdstuk 5 richt zich op de onderzoeken en de wijze waarop deze zijn ingebracht. Hoe het werken in de gelegenheidsteams door de deelnemers werd ervaren, staat centraal in hoofdstuk 6. De evaluatie van enkele praktische zaken, zoals de gekozen locatie, wordt toegelicht in hoofdstuk 7.

Lees het of download het rapport via onderstaande link:

[slideshare id=238231040&doc=lamkop2020evaluatiecoldcasehackathon201908271-200825125826&type=d]

Cybervrijwilligers bij politie nodig

In de strijd tegen wraakporno, phishing en ransomware moet het eenvoudiger worden om cyberexperts als vrijwilliger bij de politie in te zetten. Dat wil de VVD. Nu is het zo dat de politie vaak niet de beste mensen krijgt omdat die voor veel meer geld in het bedrijfsleven kunnen werken.

Maar de druk op de politie neemt toe door de veelvoorkomende criminaliteit op internet. De VVD wil dat minister van Justitie Ferdinand Grapperhaus (CDA) zo snel mogelijk om tafel gaat met de korpsleiding van de politie en het bedrijfsleven om te kijken hoe cyberexperts als vrijwilligers kunnen worden ingezet bij de politie.

‘Ik heb zelf ook kinderen’

Zoals Arnout de Vries, die in het dagelijks leven onderzoeker internetveiligheid is bij TNO. In zijn vrije tijd helpt hij de politie met de aanpak van deze internetcriminaliteit, vrijwillig. “Ik ben natuurlijk beroepsmatig al met internetveiligheid bezig. Je ziet zoveel narigheid. Ik heb zelf ook kinderen. Er zijn allerlei redenen waarom ik denk dat ik wat kan bijdragen. Hoe klein die bijdrage ook is.”

De Vries is een van de eerste cyberexpertvrijwilligers bij de politie. “Het is heel hard nodig. De politie heeft echt schaarste op het gebied van cybercrime-expertise. Enorme schaarste. Digitale expertise is sowieso schaars in de hele markt. Ook voor commerci?le bedrijven. En daar moet de politie mee concurreren. Dat is behoorlijk lastig.”

Gesprek bedrijfsleven ?n politie

De VVD wil daarom dat de minister gaat praten met het bedrijfsleven ?n de politie over hoe ze elkaar kunnen helpen.

VVD-Tweede Kamerlid Arno Rutte wil dat ‘het talent dat er al in Nederland is zo slim en zo goed mogelijk wordt ingezet’. “Door een deel van dat talent in te zetten als vrijwilliger bij de politie krijgt de politie toegang tot de slimste koppen van Nederland en kunnen de slimste koppen van Nederland naast hun gewone werk ook iets betekenen voor het hele land.”

Zo voorkom je dat ransomware je computer ‘gijzelt’:

Ransomware zet je computer op slot en ‘gijzelt’ je bestanden. Je kan niets meer op je laptop of pc. Dat wil je het liefst voorkomen of anders zo snel mogelijk oplossen. Nou, dat kan.

Burgerparticipatie bij team high tech crime. Wat zijn de mogelijkheden en kansen voor de toekomst?
[slideshare id=98420843&doc=burgerparticipatiebijteamhightechcrime-180524082413&type=d]
Bronnen: RTL Nieuws

Teenage Cyber Volunteers: scholieren tegen online misdaad

2014-12-09 00:00:00 epa04521585 An employee points to code on a screen at Hewlett Packard's?cyber defence center in Boeblingen, Germany, 09?December 2014. It will protect German clients from cyber crime in the future. The Boeblinger cyber defense center is one of nine run by HP?worldwide. EPA/DANIEL NAUPOLD

Middelbare scholieren die de politie helpen met het opsporen van criminelen op internet: in Noord-Nederland gebeurt het. De NHL Hogeschool en de Politieacademie gaan de komende maanden 25 havo- en vwo-scholieren van middelbare scholen in Drenthe, Friesland en Groningen inlijven als vrijwilligers.

‘Het is een experiment van een half jaar om te bekijken wat jongeren tegen online heling kunnen doen’, legt Luuk van Spijk van de Politieacademie in Apeldoorn uit. De politie kan bijvoorbeeld een foto laten zien van gestolen voorwerpen, waar de havisten en vwo’ers op internet de oorsprong van kunnen opzoeken. Met het oog op privacy zijn de opdrachten die de scholieren kunnen oplossen echter beperkt. De jongeren uit de drie noordelijke provincies krijgen ook geen inzage in politiedossiers.

Zo’n 40 jongeren van onder andere het Comenius in Leeuwarden, ROC Friese Poort en het Drachtster Lyceum steunen de politie Noord-Nederland bij de aanpak van criminaliteit. Via de pilot ‘Teenage Crimefighters’ wil de politie van jongeren tussen de 16 en 18 jaar leren hoe ze zich in de digitale wereld bewegen. De jongeren krijgen incidenten voorgelegd waarbij de politie wil weten hoe ze dat met de hulp van nieuwe media zouden oplossen. De eerste zaak waarnaar ze kijken, is die van de moordpoging op de directeur van Clafis, Bert Jonker.

Bert Jonker werd begin januari beschoten op het parkeerterrein bij Thialf?in Heerenfeen. Volgens de politie krijgen de jongeren alleen geen inzicht in de onderzoeksgegevens.

‘We willen zoveel mogelijk werken met bestaande zaken, bijvoorbeeld door namen te veranderen’, zegt projectleider Joyce Kerstens van het lectoraat Cybersafety van de NHL Hogeschool. ‘Vergeleken met zedenzaken of geweldsdelicten is de prioriteit voor diefstal laag bij de politie. Dan zijn helpende jongeren een uitkomst.’ Ook studenten Forensische orthopedagogiek van de Universiteit van Amsterdam en een onderzoeksgroep van criminologen werken mee aan de proef.

De NHL Hogeschool heeft eerder online criminaliteit bestudeerd. Recent onderzocht een groep studenten van het lectoraat Cybersafety onder 700 respondenten of die phishing, een vorm van internetfraude, op websites konden herkennen.

hacker-rolt-bitcoinbende-op

Frisse idee?n

De politie moet snel meer kennis opdoen over cybercriminaliteit en digitalisering, vindt Wouter Stol, lector Cybersafety op NHL Hogeschool en de Politieacademie en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit. ‘We moeten niet langer een onderscheid maken tussen gewone agenten en specialisten zoals het landelijke Team High Tech Crime. Al voor de eeuwwisseling hebben we specialisten aangesteld in verschillende regio’s, maar de hele politieorganisatie moet aan de nieuwe digitale werkelijkheid wennen.’

Met zo’n 60 duizend medewerkers heeft de Nationale Politie die kennis niet meteen in huis, erkent Stol. Jongeren kunnen agenten helpen met het bijspijkeren van digitale vaardigheden, denkt projectleider Kerstens. ‘Online trends gaan erg snel. Jongeren van zestien gebruiken het internet alweer heel anders dan mensen die nu 25 zijn. Scholieren kunnen de politie leren waar de digitale hangplekken zijn en waar zij de juiste informatie kunnen vinden.’

De Engelse inlichtingendienst zoekt niet alleen jongeren, maar graag ook specifiek meer meiden:

Max Daniel van de politie Noord-Nederland zegt dat de jeugd wat toe kan voegen aan de kennis van digitale rechercheurs.?”De jeugd gaat echter anders om met internet en social?media. Je ziet in dat gebruik al verschillen tussen jongeren van 15 en zeg 20. Ik wil graag weten waar zij bijvoorbeeld hun informatie over een misdrijf kunnen vinden.”

teenage-mutant-ninja-turtles

Bronnen:?De Volkskrant

Social Media Spear Phishing

Geeta_Bijsterbosch_0

Een nepprofiel op Facebook?? Facebook

Facebook-vriend blijkt hacker

Krijg jij de laatste tijd ook steeds vaker vreemde vriendschapsverzoeken op Facebook van knappe vrijgezelle vrouwen of mannen, die jou graag willen leren kennen? Pas dan maar op, want het gaat hier om ‘spear phishing’.

De kans is vrij groot dat die onbekende dame of jongeman op Facebook eigenlijk een crimineel is, die op jouw geld uit is. Internetcriminelen zoeken steeds naar nieuwe manieren om geld te verdienen door ons op te lichten.

Gerichte acties
“De ouderwetse phishingmails en spam werken niet meer”, zegt Pim Takkenberg, cybersecurity-expert van TNO. Daar trappen we niet meer in. Daarom proberen de criminelen het nu met gerichte acties, ‘spear phishing’ genoemd. “Phishing is uit, spear phishing is in.”

“Criminelen sturen mensen nu heel specifiek een mail waarbij software wordt ge?nstalleerd. Die mail is vaak helemaal op jou toegespitst”, zegt Takkenberg. “En op Facebook proberen ze je vriend te worden, zodat ze toegang krijgen tot jouw vriendengroep, wat hen veel info oplevert. Maar ook zodat ze met je kunnen chatten en een link kunnen sturen, waarmee dan weer software wordt ge?nstalleerd.”

Tips
Hoe voorkom je dat de cybercriminelen jou te grazen nemen? “Allereerst door nooit zomaar een vreemd vriendschapsverzoek te accepteren”, zegt socialmedia-expert Jeroen Bertrams. “Ze misbruiken zo’n Facebook-vriendschap vaak voor datingfraude, om producten te verkopen of om een linkje naar je te sturen met schadelijk software.”

Zijn belangrijkste advies is dus: druk niet gelijk op ja als een knappe vrouw of man vrienden wil worden op Facebook. “Kijk eerst goed naar het profiel van zo iemand. Bestaat het profiel al lang? Wordt er Nederlands op zijn of haar profiel gesproken? En: heb je gemeenschappelijke vrienden of is het een totaal onbekende? Trap er niet in!”

Bronnen: RTL Nieuws

Dark Web: De Social Media onderwereld

Nederland zou door cybercriminelen steeds vaker worden genoemd als plek om te vermijden of omzeilen bij online illegale praktijken.

Dat melden Mark van Staalduinen van kenniscentrum TNO en Roeland van Zeijst van de Nationale Politie in het rapport European Cyber Security Perspectives 2015.

Nederland zou veel worden genoemd op fora op het zogenoemde darknet, dat enkel met de versleutelde TOR-browser te bezoeken is. Cybercriminelen zouden elkaar op de fora waarschuwen niet vanuit Nederland of via Nederlandse verbindingen te opereren, volgens het rapport uit angst voor opsporing.

In het rapport wordt besproken hoe de High Tech Crime Unit van de politie een rol speelde bij het oprollen van illegale zwarte markt Silk Road 2.0. De eerste versie van die online zwarte markt op het darknet werd in 2013 opgerold, waarna een nieuwe versie ontstond.

Die versie werd enige tijd in Nederland gehost, waardoor de site opgerold kon worden en de oprichter werd gearresteerd. Na het oprollen van Silk Road 2.0 en vergelijkbare sites Black Market Reloaded en Utopia zouden cybercriminelen elkaar meer zijn gaan waarschuwen voor Nederland.

Digitale lokfietsen

In hetzelfde rapport legt KPN uit hoe het zogenoemde ‘Honeypots’ gebruikt om zelf zo goed mogelijk bij te blijven met cybercriminelen. Honeypots laten zichzelf volgens de provider het best beschrijven als het digitale equivalent van de lokfiets.

De Honeypots zien er uit als kwetsbare systemen, maar zijn eigenlijk bedoeld om cybercriminelen in de val te lokken. KPN heeft in 2014 verschillende soorten en gradaties honeypots verspreid. Van simpele honeypots om de interesse van cybercriminelen te peilen, tot geavanceerde versies om de werkwijze van cybercriminelen in kaart te brengen.

Op die manier kan het netwerk volgens KPN beter worden beschermd tegen aanvallen en misbruik. In 2015 worden er volgens de provider meer machines met verschillende soorten honeypots geplaatst.

TNO publiceerde in samenwerking met het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC), Team High Tech Crime van de politie en KPN de tweede editie van het jaarlijkse European Cyber Security Perspectives?rapport.

Met de European Cyber Security Perspectives publicatie krijgt u inzicht in de recente ontwikkelingen, initiatieven en successen op het gebied van cyber security, cyber crime en cyber resilience. In de nieuwe editie laat TNO onder meer haar licht schijnen op de actuele ?trends to watch? en de almaar toenemende rol van?threat intelligence in het cyber domein. Op aanvraag zijn ook gedrukte exemplaren beschikbaar.

Bronnen: Nu.nl

Alert Online

Eind 2013 heeft de overheid de AlertOnline campagne gelanceerd om het bewustzijn over online veiligheid te vergroten. Nederland behoort tot de landen met de meeste internetaansluitingen, de grootste adoptie van social media en de meeste internetbankierende mensen. We zijn altijd en overal online. Dat geeft Nederland een voorsprong en biedt kansen voor innovatie en economische groei. Maar het betekent ook dat iedereen zich bewust moet zijn van gevaren en risico?s. Want?we moeten constateren dat er op veel plaatsen in de samenleving nog een schrijnend gebrek aan bewustzijn over de eigen en andermans digitale veiligheid bestaat.

Op een verantwoorde manier gebruik maken van social media, internet en van een computer, mobiele telefoons en andere digitale middelen is vaak eenvoudiger dan je denkt. Met een beetje gezond verstand kom je al een heel eind.?Iedereen kent ondertussen?het nut van een goede virusscanner op je priv?-computer, of het gebruik van een sterk wachtwoord. Maar ken je ook het risico van onbetrouwbare WiFi-netwerken? Of weet je wat je moet doen om je smartphone tegen een virus of malware te beschermen?

Naast je priv?-mobiel, computer of tablet heeft je werkgever wellicht ook digitale middelen beschikbaar gesteld. Priv? en zakelijk gebruik lopen steeds meer door elkaar. Apparaten aangesloten op het bedrijfsnetwerk kunnen vaker thuis worden gebruikt. Het is daarom van belang om de computers, netwerken en bedrijfsinformatie goed te beveiligen tegen onder andere hackers, virussen en gegevensdiefstal. Voor je het weet liggen er gevoelige bedrijfs-, personeels- of klantgegevens op straat.

AlertOnline heeft een aantal praktische, makkelijk uit te voeren ?tips voor je op een rij gezet. Zowel voor zakelijk als voor priv? gebruik. Uiteraard is er veel meer mogelijk en is dit overzicht niet compleet.?Meer informatie over wat je als priv?gebruiker of als ondernemer allemaal nog meer kunt doen, vind je onder andere op?www.digibewust.nl?of op?www.beschermjebedrijf.nl. Hier vind je handreikingen over informatiebeveiliging en hoe je hiermee in je eigen organisatie aan de slag kunt. Ook zijn er specifieke sites, zoals bijvoorbeeld over het wisselen van wachtwoorden, waarschuwingsdienst voor virussen. Er is een spel?‘Je bent zichtbaarder dan je denkt’?dat je laat zien welke sporen je digitaal achterlaat.


Hieronder zijn enkele factsheets van het NCSC?die tips geven over social media gevaren of wanneer je uitgelekte gegevens rondzwerven op social media. En ook de NCTV doet mee in de voorlichting met filmpjes en documenten.?En ook vanuit andere landen is er veel informatie beschikbaar, zoals de Engelse site?GetSafeOnline.

C – Cyberpesten

banner-IUTYOp 5 november 2012 verscheen een advertentie in de Twentsche Courant Tubantia. Er werd hierin een ondubbelzinnig verband gelegd tussen de zelfmoord van de twintigjarige scholier Tim uit Tilligte en pesten (zie ons blog hierover). Nederland reageerde geschokt. De dood van Tim werd direct trending topic en onderwerp van een journalistiek onderzoek dat moest bewijzen dat hij helemaal niet werd gepest. Pesten kan dodelijk zijn en digitaal pesten dus ook. Amanda Todd was het slachtoffer van online pesten. Zij was ooit zo dom geweest om haar borsten op het web te laten zien. Daar was een foto van genomen waarmee ze werd gechanteerd. In een video vertelde Amanda haar verhaal over de pesterijen, die een jaar en twee verhuizingen voortduurden. Ze gaf er haar digitale lifestyle voor op, maar bleef vindbaar via de social media. Ook voor haar oud-klasgenoten. Op 10 oktober 2012 ? een maand na het posten van de video op YouTube ? pleegde ze zelfmoord. Een klein jaar later werd de veel geprezen documentaire Submit gemaakt dat op indringende wijze aandacht vraagt voor cyberpesten en het nieuwere fenomeen sexting.
Vier op de tien kinderen worden gepest via internet of mobiele telefoon.?Scholen en hulpverleners slaan alarm. Ouders weten vaak van niets.?Uit onderzoek van de Radboud Universiteit?Nijmegen in 2008 onder 13.000 jongeren blijkt dat 4 procent van alle kinderen zich zelf schuldig maakt aan cyberpesten.?De Millennials, de generatie tussen 12 en 25, drukt zich uit in 140 tekens op Twitter. Maar de digitale revolutie leidt ook tot sociaal (on)handige tieners.


Dit digitale- ofwel elektronisch pesten is harder en agressiever dan het traditionele ‘straatpesten’, licht de?Nijmeegse onderzoeker dr. Maerten Prins toe. Uit zijn studie ‘De deugd van tegenwoordig’ blijkt ook dat?jongeren, naast school, gemiddeld bijna drie uur per dag achter de computer zitten, waarvan 2,6 uur online.?Aan MSN besteden ze de meeste tijd: 2,3 uur. Meer dan 96,8 procent van alle jongeren tussen de 12 en 18?jaar ‘chat’ via MSN. Vooral daar gaat het mis. Het gaat er niet zachtzinnig aan toe. Een kwart van de?jongeren gebruikt grove taal, ruim 14 procent scheldt.?En 4 procent daarvan durft toe te geven echt te pesten.Ik vrees dat veel meer jongeren het doen, maar dit verzwijgen of het niet eens zo benoemen”.

cyberpesten

Ook voor Truusje Diepenmaat, medewerkster gezondheidsbevordering bij de GGD Zuid-Limburg, is dat geen
reden om te denken dat het probleem wel meevalt. Vele onderzoeken produceren vele verschillende cijfers.” Diepenmaat twijfelt over de juistheid van de onlangs gepresenteerde cijfers.?Als ik de pesters vraag, dan zou dat cijfer hoger moeten liggen.?Maar al zou maar ??n op de 25 kinderen langdurig en systematisch worden gepest, dan nog vind ik dat het?alle aandacht verdient.”?Diepenbeek weet uit eigen studie dat lieve kleine meisjes achter een beeldscherm soms de grootste?monstertjes kunnen worden”. Het begint onschuldig. Kinderen realiseren zich niet wat ze typen. Ze hebben
weinig empathie voor hun slachtoffers en beseffen niet de impact als ze bijvoorbeeld schrijven: ik maak je?dood.”
Pesten is pubergedrag. Onderzoek wijst uit dat vooral jongeren tussen de tien en veertien jaar er een sport?van maken hun slachtoffers via de digitale snelweg te treiteren. Dat terwijl tussen de 60 tot 80 procent van de?kinderen het niet vertelt als ze slachtoffer zijn van (cyber)pesten.

Omdat dader en slachtoffer vaak enkel via de computer verbonden zijn, verschuiven hierdoor grenzen en is?het effect op slachtoffers vele malen groter. Ouders en leerkrachten hebben vaak veel moeite om te ?ontdekken dat hun kind slachtoffer is van pesterijen of zelf iemand pest. Men weet gewoon vaak niet wat?kinderen uitspoken achter de computer, en tegenwoordig ook achter hun mobieltje of iPad”, zegt?Diepenbeek.?Vooral meisjes zijn nogal eens slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Door elkaars wachtwoorden te achterhalen, wordt in naam van andere kinderen vaak ook valse of?compromitterende compromitterende informatie doorgegeven. Kinderen moeten leren fietsen.

Ze zijn technisch heel vaardig, maar realiseren zich vaak nog niet wat ze anderen emotioneel kunnen?aandoen.” Diepenbeek pleit voor een harde aanpak van pesters, maar ook voor meer alertheid bij ouders en?leerkrachten. En goede voorlichting. Het gaat om vroegtijdig signaleren, het probleem in de kiem smoren.?Vaak zeggen ouders: mijn kind pest niet. Vaak weten ze echter niet wat zich achter het beeldscherm op de?kinderkamer afspeelt.?Ze zouden hun kind niet alleen moeten vragen: wat heb je vandaag op school gedaan, maar ook: wat heb je?op de computer gedaan?”

Een voorbeeld

Dat het met de ‘digitale kletsclub’ MSN behoorlijk mis kan gaan, ondervond Noor (15), vierdeklasser vwo. Zij?werd via een omweg slachtoffer van pesterij. Een van haar ‘beste vriendinnen’ hackte haar MSN-account en?de lijst met alle contacten. Noor kwam er pas achter dat er iets mis was, nadat ze dagen niet met haar eigen?wachtwoord kon inloggen. Het kwaad was geschied. De ‘vriendin’ was uit naam van Noor behoorlijk aan het?pesten en beledigen geslagen.?Klasgenoten negeerden vervolgens Noor. Een meisje vroeg me: ‘Waarom scheld je me op MSN zo uit voor?stomme hoer en trut en zeg je dat ik niet zo dom moet doen?’ Ze had de prints waar alles op stond al aan de?mentrix van onze klas laten zien.

Ik zei dat ik het echt niet had gedaan.”?Ook Noor’s neef belde. Of ze het wel normaal vond hem ‘lekker ding’ te noemen en hem te vragen om met?haar naar bed te gaan?”?Clara, de moeder van Noor, zag de ernst van de situatie in. Mijn man en ik zijn meteen ouders gaan bellen?om uit te leggen wat er aan de hand was, maar vooral om te vertellen dat het niet Noor was die zo pestte.We?hebben ook MSN hotmail ingeschakeld.?Zij werkten goed mee en zo achterhaalden we dat die vriendin het had gedaan.We vonden een mail van?haar waarin ze schreef: ‘Goed h?, ik heb haar gehackt’.”?Toen alles uitkwam, bood een medeplichtige vriendin excuses aan.?Clara: De hoofdschuldige niet.?Haar ouders wilden niet geloven dat hun dochter zoiets had gedaan.?Maar die snapten ook helemaal niet waar het over ging.”
Noors ouders deden aangifte bij de politie. Ze namen het heel serieus, maar wisten niet precies hoe ze het?moesten aanpakken, onder welk artikel van hetWetboek van Strafrecht cyberpesten viel. Jammer alleen dat?de politie er verder nooit meer iets mee heeft gedaan. Anderhalf jaar later kreeg ik een telefoontje of het?goed was dat het dossier werd gesloten??Ik heb maar ‘ja’ gezegd.”

Ondanks de nare ervaringen in het verleden, logt Noor nog steeds in op MSN en speelt ze virtuele spelletjes. Ze wil erbij blijven horen. Meestal is het ‘gezellig’, maar Noor, die vaak zwarte kleding draagt, wordt ook nog steeds ‘gewoon’ gepest. Ze schelden me uit voor ‘kutgothic’ en ‘zelfmoordje’. Daar word ik echt niet vrolijk van. Als het me echt te gek wordt, blok ik iemand gewoon af en dan praat die maar niet meer mee.”

Om privacyredenen zijn de namen van Noor en Clara gefingeerd.

Dat cyberpesten tot heftige consequenties kan leiden, is te zien in onderstaand filmpje (echt gebeurd):

Deskundigen

Bamber Delver, een van de belangrijkste cyberpest-deskundigen in ons?land. Hij is directeur van de stichting De Kinderconsument, die onder meer voorlichting geeft over?cyberpesten. Ook heeft Delver een gezinscoachingspraktijk op het gebied van jeugd en media.?Samen met Kinderconsument-collega Liesbeth Hop schreef hij het boek: “Pesten is Laf ! Cyberpesten is?laffer”. ?Delver: Cyberpesten is echt anders dan pesten op het schoolplein.?Het is veel harder. Degene die pest, is onzichtbaar. En kinderen en jongeren hebben nog nooit zoveel?privacy gehad als nu door de digitale technieken. Ouders weten niet wat er gaande is. Opvoeders bevinden?zich niet in de digitale wereld. Dat maakt de slachtoffers die nare verwensingen krijgen of zelfs met de dood?worden bedreigd, des te eenzamer.”?Niet alleen ouders, ook leerkrachten, hulpverleners, politie en justitie, weten zich volgens Delver met?cyberpesten vaak geen raad: Ze zitten met hun handen in het haar. Ze snappen het niet.”

Ondertussen grijpt het cyberpesten als een inktvis met zijn tentakels om zich heen.?Elektronisch pesten is?veel meer dan schelden via de pc en netiquette. Naaktfoto’s, gemaakt in kleedhokjes van de gymzaal, worden verspreid?per mobiele telefoon.

Scholen

Scholen zijn?cyberpestprojecten gestart , bijvoorbeeld met behulp van lespakketten die steeds?meer beschikbaar komen, maken protocols voor correct computergebruik en geven voorlichting aan ouders.?Schoolpedagoog: Marjoke Laan daarover: Wat wij op school zien, is soms te erg voor woorden. Meiden?hebben ’s nachts en ’s ochtends gechat op MSN en als dat uit de hand is gelopen, gaat het op school met?woorden door. Er is veel ruzie en onrust.”

Was een veilige school vroeger een school die brandveilig was en voldeed aan de arbo-wet, tegenwoordig?komt er veel meer bij kijken, zegt?Wim de?Luij, vertrouwenspersoon, orthopedagoog en veiligheidsco?rdinator van de Helicon vmbo Groen Eindhoven.?Er is veel meer aandacht voor de sociale veiligheid:?(cyber)pesten, agressie, geweld en seksuele intimidatie.

Docenten en ouders

Veel docenten en ouders onderschatten echter het probleem, vindt ook Marjoke Laan. Ze denken dat het?wel meevalt, maar vaak weten ze eigenlijk helemaal niet waar het over gaat.We vragen ouders ook wel of ze?zich realiseren hoeveel uren hun kind achter de computer zit? Ze weten het niet. Kinderen zijn z? vingervlug,?met ??n druk op de knop zitten ze op een andere site. Jongeren hebben een geheimtaal op internet.?De kloof tussen ouders en kinderen is echt heel groot.”
Deskundige Delver is het daar mee eens: Kinderen hebben recht op begeleiding en steun.?Maar ze staan op die drukke digitale snelweg helemaal alleen.”

Innovatie en wetenschap

Momenteel loopt er een?project?bij de Open universiteit op het gebied van cyberpesten, gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs.?Het cyberpesten project is een project waarbij brugklassers van het VMBO drie online adviezen op maat ontvangen. Het doel van deze adviezen is om deze jongeren te leren zich beter te weren tegen de negatieve effecten van cyberpesten. Dit wordt gedaan door ze inzicht te geven in het 5G-schema, dat gebaseerd is op Rationeel Emotieve Gedrags Therapie.

  • Ze krijgen bij het eerste advies inzicht in:
  • Een negatieve cyberpest-ervaring (gebeurtenis)
  • Veroorzaakt irrationele negatieve gedachtes (gedachtes)
  • Leidt tot erg negatieve emoties (gevoel)
  • Resulteert in passieve of provocatieve reacties (gedrag) naar de cyber-pester
  • Welke een escalatie van het pestgedrag laat plaatsnemen (gevolg)

De interventie richt zich vooral op de gedachtes, gevoelens en gedragingen van slachtoffers van cyberpesten. Een cyberpest gebeurtenis kan makkelijk lijden tot negatieve gedachtes over jezelf. Deze negatieve gedachtes veroorzaken een negatief gevoel, waardoor je op een bepaalde (vaak ongunstige) manier reageert (gedrag). Via het online advies op maat wordt gepoogd deze negatieve gedachtes om te zetten in behulpzame, positieve gedachtes. Ook worden emotieregulatie vaardigheden aangeleerd.

Het tweede advies bestaat uit het vervangen van ineffectieve coping strategie?n voor effectieve coping strategie?n. Uit onderzoek blijkt dat er twee types slachtoffers zijn, die ieder op hun eigen manier copen met cyberpesten. Deze twee types slachtoffers zijn; slachtoffers en pesters/slachtoffers.

Het derde advies is een booster interventie waarin de jongeren beloond worden voor positieve veranderingen (rationele/behulpzame gedachtes en effectieve coping strategie?n) die hen aanmoedigt om constructieve overtuigingen te internaliseren en om effectief te copen met cyberpesten. De interventie wordt volgens de Intervention Mapping benadering opgebouwd. Met behulp van gedragsdoelen voor de slachtoffers van cyberpesten en de determinanten van dit gedrag worden veranderdoelen gemaakt. Deze veranderdoelen worden met behulp van theorie?n en methodes uit de wetenschappelijke literatuur omgezet naar een praktische aanpak. Om de effectiviteit van de interventie te bepalen, wordt gekeken naar of onder andere zelfvertrouwen en self-efficacy toenemen, en of concentratie problemen en spijbelen afnemen.

Bronnen: “Van hoer tot dreigen met de dood” (Limburger).?”Draaiboek veilige school”(Eindhovens dagblad).

De fact sheet van IACP (USA) over cyberpesten vanuit de politie:

Er zijn heel veel onderzoeken op het gebied van cyberpesten, maar toch wordt er nog (te) weinig gedaan aan de diverse vormen, ook omdat die aan vari?teit toenemen. Hieronder een aantal van die onderzoeken:

B – Bezemen

Bezemen is een vorm van cyberpesten. Bezem is straattaal voor hoer. Bezemen is een meisje online afschilderen als een hoer. Meestal minderjarige jongeren halen foto?s van meisjes van social media, monteren die achter elkaar en zetten er vervolgens beledigende of bedreigende seksistische teksten bij in een filmpje. Soms staan naam en toenaam van het meisje in kwestie er ook bij. Een muziekje eronder, uploaden naar YouTube en klaar. De jongeren die dit doen zien er zelf meestal weinig kwaad in, maar voor het slachtoffer begint de ellende dan pas, want dergelijke filmpjes gaan een eigen leven leiden. Ze zijn ook moeilijk van het web te verwijderen. Uit onderzoek onder tieners en jong volwassenen blijkt dat jongeren het slechts zien als digitaal flirten, 39 procent geeft aan dat ze het wel eens gedaan hebben. Maar bezemen kan tot juridische stappen leiden, omdat er sprake kan zijn van smaad en/of laster, belediging en soms zelfs discriminatie of bedreiging. Met het programma Ghostbuster kunnen ouders een account koppelen aan de Twitter- en Facebookprofielen van hun kinderen en krijgen ze een waarschuwing als hun kind foto’s op het web zet of contact heeft met een verdacht profiel.

Bronnen: Vraaghetdepolitie.nl, Wikipedia

Veilig op sociale netwerken: factsheet NCSC

De afgelopen jaren zijn sociale netwerken bijzonder populair geworden en hebben ze een vaste plek veroverd in de communicatie. Sociale netwerken zijn interactieve internettoepassingen die gebruikers in staat stellen om een persoonlijk profiel te cre?ren, informatie te delen en contacten te onderhouden met andere gebruikers. Hoewel sociale netwerken een waardevol en leuk interactieplatform zijn voor het uitwisselen en beschikbaar stellen van informatie, kleven er ook allerlei beveiligings- en privacyrisico?s aan voor gebruikers.

De belangrijkste feiten

  • Sociale netwerken zijn aantrekkelijk voor kwaadwillenden vanwege
    – het grote aantal gebruikers;
    – de beschikbaarheid van (persoonlijke) informatie;
    – het vertrouwen tussen gebruikers;
    – de relatief zwakke beveiliging.
  • De twee belangrijkste risico?s van sociale netwerken:
    – Uw computer, tablet, smartphone etc. kan ge?nfecteerd raken met malware.
    – Uw persoonsgegevens kunnen in handen van kwaadwillenden komen.
  • Kwaadwillenden passen bestaande en innovatieve aanvalsmethoden toe.
  • Uw profielgegevens zijn door standaard gebruikersinstellingen vaak publiek toegankelijk.
  • Bescherm uw online identiteit: neem maatregelen om toegang tot uw persoonlijke gegevens te beperken tot mensen die u kent en vertrouwt.