SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Coldcases en samenwerking met private partijen en burgers
Sinds 1996 komen in Nederland gemiddeld ongeveer 180 personen per jaar om het leven door moord of doodslag. Hoewel het aantal levensdelicten de laatste jaren aanzienlijk is afgenomen, werden de laatste 10 jaar nog steeds gemiddeld 140 mensen per jaar slachtoffer van geweld met een fatale afloop. De meeste van deze levensdelicten worden door de politie opgelost. Toch heeft de politie ook te maken met een aanzienlijk aantal niet opgeloste zaken. Sinds de vorming van de Nationale Politie zijn zogeheten coldcaseteams bezig met het inventariseren en onderzoeken van onopgeloste levensdelicten. Inmiddels gaat het om ruim 1700 zogenaamde coldcases. Het maatschappelijk effect van deze zaken is groot. Niet alleen gaat de dader vooralsnog vrijuit, de nabestaanden hebben recht op duidelijkheid over het lot van hun dierbaren. Bovendien bestaat de kans dat de dader opnieuw een misdrijf begaat. Het is daarom van groot maatschappelijk belang dat coldcases worden opgehelderd. Helaas is de capaciteit die de politie beschikbaar heeft voor de opsporing, waaronder coldcaseonderzoek, beperkt. Mede om die reden wordt de laatste jaren gezocht naar nieuwe manieren om coldcases aan te pakken. Er vinden experimenten plaats om met behulp van Artificial Intelligence coldcases opnieuw te bekijken voor nieuwe aanknopingspunten. Ook word er steeds vaker gebruik gemaakt van verschillende groepen burgers. Gepensioneerde politiemensen bekijken opsporingsdossiers opnieuw, maar ook hogescholen en universiteiten bekijken coldcases met een frisse blik. Deze inbreng van buiten de politieorganisatie heeft niet alleen als voordeel dat de politiecapaciteit wordt versterkt, maar ook dat kennis, expertise en inzichten worden ingebracht die de politie zelf niet altijd voorhanden heeft. Hierbij valt de denken aan de inzet van forensische nanotechnologie door het Saxion college. Maar ook het inzetten van bijvoorbeeld digitale vaardigheden door burgerexperts. Dat deze werkwijze potentie heeft, blijkt uit het voorbeeld van Serendip. Deze burgeropsporingsgroep wist een aantal jaar
geleden binnen 2½ uur een coldcase op te lossen.
Het samenwerken met burgers en private partijen in een opsporingsonderzoek zijn vergaande vormen van burgerparticipatie, die ook wel cocreatie worden genoemd. Bij cocreatie werken alle
partijen gelijkwaardig samen aan een gezamenlijk doel. Hoewel vanuit zowel de politiepraktijk als de wetenschap wordt verondersteld dat cocreatie mogelijk een waardevolle bijdrage kan leveren aan de opsporing, zijn er tot op heden nauwelijks voorbeelden waarin cocreatie daadwerkelijk is toegepast binnen de context van een opsporingsonderzoek.
Doelstelling
In het kader van vernieuwende en innovatieve werkwijzen organiseerde BlueM Amsterdam op 27 augustus 2019 een Coldcase Hackathon. BlueM is een beweging binnen de politie die als doel heeft om politiemensen uit te dagen om buiten de standaard patronen te denken en beter aan te sluiten op de veranderingen in de maatschappij. Een hackathon is een evenement waarbij teams in een relatief korte tijd proberen om vernieuwende en innovatieve oplossingen te vinden voor problemen of thema’s. Gedurende een hele dag werkten politiemensen samen met medewerkers van defensie, private partijen zoals KPN en TNO en (cyber)vrijwilligers, in verschillende gemengde gelegenheidsteams aan een aantal coldcases die door coldcaseteams werden ingebracht. Het doel was enerzijds het forceren van een doorbraak in de coldcases, anderzijds om te leren en te experimenteren met betrekking tot publiekprivate samenwerking in een opsporingsonderzoek.
Dit evaluatierapport maakt deel uit van een bredere onderzoekslijn binnen de politieacademie naar burgerparticipatie in de opsporing. De hackathon biedt aanknopingspunten om vanuit zowel
praktisch als wetenschappelijk perspectief meer inzicht te krijgen in de waarde van cocreatie binnen de opsporing en hoe een dergelijk proces in de toekomst het beste vorm gegeven zou kunnen worden.
Onderzoeksrapport
Het eerste deel van de rapportage gaat in op de deelnemers: de achtergrond van de respondenten (hoofdstuk 1) en de waarde die zij in de burger zien voor het opsporingsonderzoek (hoofdstuk 2).
Hoofdstuk 3 richt zich vervolgens op de algemene ervaring van de hackathon en de kansen en dilemma’s die respondenten daarbij zijn tegengekomen. In hoofdstuk 4 staat de hackathon als werkwijze centraal. Hoofdstuk 5 richt zich op de onderzoeken en de wijze waarop deze zijn ingebracht. Hoe het werken in de gelegenheidsteams door de deelnemers werd ervaren, staat centraal in hoofdstuk 6. De evaluatie van enkele praktische zaken, zoals de gekozen locatie, wordt toegelicht in hoofdstuk 7.
Lees het of download het rapport via onderstaande link:
Eind 2018 beleefde ‘Truth in a post-truth world’ zijn wereldpremière op de IDFA. Deze prijswinnende documentaire gaat over Bellingcat, een internationaal burgerjournalistiek netwerk, dat met
slimme online zoektechnieken én door inzet van de ‘wisdom of the crowd’ al voor verschillende baanbrekende onthullingen heeft gezorgd. Dit internationale platform voor burger-onderzoeksjournalistiek is vaak sneller en nauwkeuriger dan de officiële instanties. Het collectief onderzoekt via internet, sociale media en andere online kanalen complexe aanvallen en controversiële incidenten wereldwijd, zoals het neerhalen van de MH17 boven de Oekraïne en de aanslag op de voormalige Russische dubbelspion Sergej Skripal.
Geïnspireerd door deze documentaire organiseerde BlueM, een innovatieve beweging binnen de politie, op 24 januari 2019 een masterclass met Eliot Higgins, de oprichter van Bellingcat. Deze
masterclass kreeg een half jaar later een vervolg in de vorm van de Coldcase Hackathon, waarbij 100 Osint (Open Source Intelligence) -experts van binnen en buiten de politie aan de slag gingen
met coldcases, vermissingen en voortvluchtigen. Vooral het opsporen van voortvluchtigen bleek zich goed te lenen voor publiek-private samenwerking.
Daarom werd op dinsdag 21 januari 2020, op de militaire kazerne in Wezep, een 2de hackathon georganiseerd waarbij de opsporing van voortvluchtigen centraal stond. Dit was een gezamenlijk
initiatief van BlueM en het Fugitive Active Search Team Nederland (FASTNL) van de Dienst Landelijke Recherche (DLR). Er werd specifiek gezocht naar voortvluchtige personen die onherroepelijk veroor- deeld zijn en nog minimaal 300 dagen celstraf open hebben staan.
Het doel van de hackathon was om te onderzoeken in hoeverre publiek-private samenwerking bijdraagt aan het rendement van de opsporing. 86 Osint-deskundigen van binnen en buiten de politie beten zich tijdens deze hackathon vast in 85 zaken die door FASTNL werden aangeleverd. Deze manier van samenwerken is te zien als een experiment op het gebied van burgerparticipatie bij de opsporing. De politie wil leren en verbeteren en is blij met deze betrokkenheid van de Politieacademie.
Het is de hoop dat het resultaat van de hackathon bijdraagt aan het nog meer betrekken van burgers en private partijen bij de opsporing. De evaluatie laat er geen misverstand over bestaan; met gedegen open bronnen onderzoek kunnen we gesignaleerden traceren en aanhouden. Deel deze kennis en ervaring en doe mee met opsporingsmogelijkheden waar dat kan!
Bij de vermissing van Anne Faber hadden burgers veel expertise te bieden. Zelfs als dat niet zo is, moet de politie burgers serieus nemen, adviseert de Politieacademie. Nicolien Kop en Jerôme Lam deden onderzoek naar de rol van burgers bij de zoektocht naar Anne Faber. Zij adviseren om beter te inventariseren welke taken aan burgers uitbesteed kunnen worden.
Anne Faber werd in het najaar van 2017 twee weken vermist. Uiteindelijk bleek dat zedendelinquent en psychiatrisch patiënt Michael P. haar had misbruikt en gedood. Voor Schouder aan schouder: Burger- en politieparticipatie tijdens de vermissing van Anne Faber is onder meer aan veertien medewerkers van de politie gevraagd welke lessen ze trekken uit deze periode.
„De zoektocht naar Anne Faber was een kantelpunt”, zegt Lam. Familieleden gingen voortvarend te werk: ze hadden contacten bij Defensie en vroegen gedetailleerde kaarten op van het gebied waar Anne voor het laatst was gezien. Ze organiseerden een tijdelijk hoofdkantoor en via appgroepen werden verschillende zoekgroepen aangestuurd.
In de eerste dagen van de vermissing vond het zoekproces van de politie en de burgers min of meer onafhankelijk van elkaar plaats, staat in Schouder aan schouder. De politie was in die dagen wel „ter ondersteuning” aanwezig in het gebied waar Anne Faber vermist is geraakt, maar gaf geen sturing omdat ze nog niet zeker wist of ze nog in het gebied was.
De aanwezigheid van de agenten schiep verwarring. „De houding van de politie tegenover de familie werd als storend ervaren”, zegt een van de politiemedewerkers in het onderzoek. Familieleden zagen de politie als een „black box”: de familie deelde al hun bevindingen maar de politie vertelde weinig over wat zij ontdekte.
De samenwerking werd steeds nauwer, onder meer omdat de politie zich aansloot bij het dagelijkse overleg van de familie. Op dag twaalf van de zoektocht liepen burgers en de Mobiele Eenheid van de politie in linie – schouder aan schouder – door het zoekgebied.
„Burgers bieden zich steeds vaker aan”, zegt Lam. „Als je samen kunt werken omdat er zoals bij de familie van Anne Faber veel expertise is, moet je dat doen, maar als je slecht kunt samenwerken moet je er ook iets mee zodat het onderzoek geen schade oploopt.”
Aanbevelingen voor politiepraktijk: ‘judo met burgers’
Burgerparticipatie is niet meer weg te denken uit de moderne samenleving. Burgers pakken steeds vaker gevraagd en ongevraagd hun rol op het gebied van veiligheid en criminaliteit. Dit vraagt om een cultuuromslag bij de politie: accepteer dat burgerparticipatie een onderdeel is van het moderne politiewerk. Dit betekent niet dat de politie alle burgerinitiatieven klakkeloos moet goedkeuren. Sommige burgeracties zijn waardevol, andere juist onwenselijk vanuit ethisch en/of juridisch perspectief of omdat ze een bedreiging vormen voor het opsporingsonderzoek. Beoordeel per onderzoek welke vormen van burgerinitiatief ontstaan, hoe en waar deze burgerparticipatie versterkt kan worden, of juist bijgestuurd of begrensd moet worden. De essentie voor de politie is om niet tegen burgerinitiatieven te ‘vechten’, maar deze te omarmen en samen de juiste kant op te bewegen: ‘participatie-judo’. Participatiejudo (zie figuur hieronder) voor de politieorganisatie is gebaseerd op drie principes, die hieronder worden toegelicht.
1. Maak contact
Leg in een vroeg stadium contact met betrokkenen, zoals familie of initiatiefnemers. De politie is een actief onderdeel van de samenleving. Wat de politie doet, heeft vaak direct invloed op burgers en omgekeerd. Burgerinitiatieven bij bijvoorbeeld een vermissing, hebben vaak een directe impact op het politiewerk, doordat mensen zelf gaan zoeken of informatie gaan verzamelen. De uitdaging is om hier als politieorganisatie goed op te anticiperen. Een deel van het moderne politiewerk is daarom zien waar burgers mee bezig zijn en daarover contact onderhouden.
Organiseer een duidelijke politiestructuur waarbij de juiste mensen worden geïnformeerd en in positie gebracht. Goed judo vraagt om balans en een basis om stevig te kunnen staan. Dit is te vergelijken met een goede interne organisatiestructuur, zoals bijvoorbeeld de inrichting van het opsporingsproces of het SGBO-structuur. Informatie is vervolgens de energie die door
deze structuur stroomt. Stevig staan houdt in dat de onderdelen van de interne structuur op elkaar afgestemd moeten zijn. Concreet betekent dit goede interne communicatie en duidelijke afstemming van taken, rollen en posities tussen organisatieonderdelen en processen, bijvoorbeeld de verhouding en afstemming tussen TGO en SGBO. Daarnaast vraagt judo om een goede grip, zodat beide partijen elkaar stevig beet kunnen pakken.
Zorg ervoor dat er stevige contactpunten zijn tussen de politieorganisatie en de burgers, bijvoorbeeld in de rollen van familieagent- en rechercheur.
• Ondersteun goede burgerinitiatieven zich zo sterk mogelijk te organiseren De essentie van judo is om gebruik te maken van de kracht en de structuur van de ander. Vergelijkbaar heeft de politie baat bij een duidelijke structuur bij burgerinitiatieven. Een sterke burgerpartner maakt namelijk dat het makkelijker is om contact te onderhouden en informatie te geven of te halen. Of om gezamenlijk afspraken te maken. Help daarom burgers die in staat zijn om zich te organiseren en om waar nodig een structuur op te zetten.
2. Beweeg mee
• Laat de juiste politiemensen aansluiten bij burgerinitiatieven
Hierdoor kan tussentijds worden beoordeeld of de initiatieven waarde hebben voor het zoekproces of het opsporingsonderzoek. Door bijvoorbeeld politiemensen in te zetten die het opsporingsproces goed kennen, kan de toegevoegde waarde of de opbrengsten van de burgerparticipatie beter worden ingeschat. Politiemensen kunnen burgers ook ondersteunen bij initiatieven, waardoor hun waarde wordt vergroot. Activiteiten kunnen gericht zijn op het fysieke zoekproces, alsook van belang zijn voor de intelligence of het opsporingsonderzoek.
• Wees voorbereid op de informatie die door burgers kan worden gegenereerd en worden gevraagd
Net als bij judo, zijn burgers voortdurend aan het duwen tegen en trekken aan de politieorganisatie. Vaak doen zij dit door informatie te geven (duwen) en informatie te vragen (trekken) Wanneer burgers betrokken raken bij een opsporingsonderzoek of een vermissing, kan de politie overspoeld raken met informatie. Tips die via verschillende kanalen binnenkomen, kunnen oplopen tot enkele duizenden. Daarnaast kan het gaan om zowel digitaal als fysiek bewijsmateriaal, bijvoorbeeld camerabeelden die worden veiliggesteld of mogelijke sporen die burgers vinden. Aan de ene kant is deze informatie onmisbaar voor het politieonderzoek, tegelijkertijd vormt het een belasting voor de organisatie. Bovendien vragen burgers, zoals familieleden, ook veel informatie en uitleg. Iets waar de politie niet altijd voldoende op voorbereid is. Zorg daarom dat het effectief en serieus omgaan met deze informatiestromen op de juiste wijze in de organisatiestructuur is ondervangen, zodat de politie kan meebewegen met de informatiebehoefte van burgers.
• Beoordeel informatie van burgers op de wijze waarop deze is verkregen en waar deze op is gebaseerd Burgers kunnen voor het onderzoek allerlei informatie aanleveren op basis van bronnen
die die politie (nog) niet heeft. Denk aan tips, hypotheses of scenario’s. Lang niet alle informatie zal waardevol zijn, sommige zaken echter wel. Een manier om het kaf van het koren te scheiden, is na te gaan hoe burgers tot hun bevindingen zijn gekomen. Dat vraagt van de politie een actieve en open houding in het aangaan van het gesprek: “Als een burger in een moordonderzoek naar je toekomt en zegt: ‘dat doe je echt niet goed, omdat…’. Dan kun je zeggen: ‘Wij zijn al honderd stappen verder’. Maar je kunt ook zeggen: ‘Wij gaan even zitten, want jij hebt een verhaal. Vertel eens’.”
3. Leid waar nodig
• Stel aan het begin van een onderzoek de vraag wat burgerparticipatie voor het onderzoek kan betekenen
Om een opsporingsonderzoek effectief te leiden, is het van belang dat de politieorganisatie een beeld heeft van het te behalen doel en hoe dat te bereiken. Op het moment dat dit doel scherp is, kan de vraag worden gesteld of burgerparticipatie hierin iets kan betekenen. Soms is dat niets, bijvoorbeeld vanwege de veiligheid van de betrokkenen bij een liquidatieonderzoek. n andere gevallen kunnen burgers met hun kennis en expertise mogelijk een waardevolle bijdrage leveren.
• Communiceer duidelijk over welke partij de regie heeft
Het is niet vanzelfsprekend dat de politie altijd de leidende rol op zich neemt. Soms is het wenselijk of noodzakelijk dat de politie een ondersteunende of faciliterende rol vervult. Bijvoorbeeld omdat de politie (nog) geen concrete aanwijzingen heeft om een onderzoek op te starten of een lopend onderzoek richting te geven. In dergelijke gevallen kan de politie wel informatie geven of op andere wijze ondersteuning bieden. De politieorganisatie moet zich goed bewust zijn van het gegeven dat burgers vaak ‘het uniform’ als autoriteit zien en de politie als expert. Dit maakt dat de burger impliciet of expliciet een leidende rol vanuit de politie verwacht. Om misverstanden en verkeerde verwachtingen te voorkomen, is het van belang om aan het begin de verschillende rollen en verantwoordelijkheden expliciet te benoemen.
• Informeer burgers en wees transparant in keuzes
Het effectief leiden van burgerparticipatie vraagt vaak om de juiste vragen stellen aan burgers. Dit betekent mogelijk dat de politie meer informatie aan burgers geeft dan zij gewend is. Immers, als je de helft geeft, krijg je ook maar de helft terug. Net als bij judo zal de politie soms moeten ‘duwen’, door burgers de informatie te geven en ze de juiste kant op te laten bewegen. Vanzelfsprekend kan de politie niet alle inhoudelijke informatie delen in een onderzoek. Maar daar waar keuzes het publiek raken of verontrusten, kunnen die uitgelegd worden. Bijvoorbeeld waarom de politie in het ene geval maximaal inzet en in een ander geval niet. Voor het behoud van haar legitimiteit en de relatie met burgers, heeft de politie namelijk niet alleen de verantwoordelijkheid om het goede te doen, maar ook om te verantwoorden wat het goede is.
Het lectoraat Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde organiseerde op 11 september jongstleden het seminar ?Cocreatie in de opsporing.? Een druk bezochte bijeenkomst met vertegenwoordigers uit de politiepraktijk, het politieonderwijs en ? inherent aan het thema ? burgemeesters, gemeenteraadsleden en vertegenwoordigers van andere partners in de veiligheidsketen. In de maandelijkse seminars van de Politieacademie delen lectoraten hun visie en onderzoeksresultaten met politiepraktijk en -onderwijs.?Conclusie van deze avond: cocreatie kan de politie veel brengen, maar vraagt ook veel. Kansen en risico?s, dilemma?s, opbrengsten, randvoorwaarden en succesvolle voorbeelden: het lectoraat zal een belangrijke bijdrage hebben door deze in kaart te brengen.?
?
Cocreatie is een van de speerpunten van het lectoraat, zo maakte lector Nicolien Kop al duidelijk in haar lectorale rede op 21 juni ?Van opsporing naar criminaliteitsbeheersing.? Volgens Kop moet de politie van een incidentgerichte, reactieve werkwijze naar een meer pro-actieve, op problemen gerichte aanpak van criminaliteit. De samenwerking met burgers en veiligheidspartners en publiek-private samenwerking is daarin onontbeerlijk. Kop: ?Het is niet effectief om de politie alleen verantwoordelijk te stellen voor het opsporen van daders van gepleegde misdrijven. Willen we echt wat doen aan de veiligheid in Nederland dan moeten we meer inzetten op het voorkomen van misdrijven en zowel burgers, bestuur als bedrijfsleven daarbij betrekken.? Nicolien verwees daarbij naar enkele actuele voorbeelden uit de praktijk, onder meer in Rotterdam-Rijnmond (zie?www.helpmonikavinden.nl).
Vermaatschappelijking
Na de inleiding van Nicolien Kop was het woord aan Pieter Tops, portefeuillehouder kennis en onderzoek binnen het College van Bestuur van de Politieacademie. Hij sprak over ?vermaatschappelijking van de opsporing? als verbijzondering van de vijfentwintig jaar geleden ingezette vermaatschappelijking van de politie als geheel. Tops sprak in navolging van Kop van een onvermijdelijke ontwikkeling, maar wees ook op de ?geboortepijnen? die ermee gepaard gaan. In dat kader benadrukte hij het belang van wederkerigheid. ?Cocreatie is niet een kwestie van over de schutting gooien van taken. Het vraagt van de politie dat zij ook informatie deelt en terugkoppelt wat zij doet met informatie. Om vrijblijvendheid te voorkomen is het van het grootste belang om betrouwbaar te zijn als politie, om afspraken na te komen. Dat vraagt om het nadrukkelijk uitspreken van verwachtingen tussen de samenwerkende partijen.? De Politieacademie gaat onderzoek uitvoeren naar de invoering van de Nationale Politie. Dat onderzoek zal zich onder meer toespitsen rondom de robuuste basisteams en de rechercheteams. Tops deed hierbij een oproep aan de aanwezige recherchechefs om zich hiervoor aan te melden.
?
Cultuurverandering
Albert Meijer van?de Universiteit Utrecht, ging vervolgens dieper in op de kenmerken en het ontstaan van cocreatie en het gebruik??van nieuwe media voor cocreatie in de opsporing. Ook hij benadrukte dat het veel verder gaat dan het benutten van de burger als informatiebron. De relatie moet wederkerig zijn en de burger is nadrukkelijk bezig met het bedenken van creatieve idee?n. Volgens Meijer past het versterken van burgerparticipatie bij een ?strong democracy? en zijn er indicaties voor positieve opbrengsten voor de politie. Wel zijn er ook ongewenste effecten, maar dat is geen reden om het niet te doen. Volgens Meijer vraagt cocreatie wel om een cultuurverandering bij de politie.
?
Opbrengsten en randvoorwaarden
De volgende spreker, Martin van Bochove van het Centrum Versterking Opsporing, gaf aan dat in zijn optiek cocreatie onvermijdelijk is en derhalve niet om een??cultuurverandering bij de politie vraagt maar die cultuurverandering zelf zal brengen. Hij ging verder in op cocreatie als een van de drie hefbomen die een dreigende crisis in de opsporing moet bezweren. Naast cocreatie zijn dat netwerkend werken en directe aanpak & afhandeling. Arnout de Vries van TNO ging vervolgens in op?Burgeropsporing?online: van crowdsourcing naar online cocreatie. Met een pakkende presentatie wist hij de aanwezigen mee te nemen in de nabije toekomst waar de politie in haar netwerken effectief is als gelijkwaardige partner in het proces naar criminaliteitsbe?nvloeding. De avond werd afgesloten met een paneldiscussie tussen de sprekers en het publiek.?Een van de aanwezige burgemeesters zei de politie in de praktijk als een ?gesloten bastillon? te ervaren, met weinig oog voor de verantwoordelijkheid voor veiligheid van het openbaar bestuur. Een tweede aanwezige burgemeester had daar weer heel andere ervaringen mee. Beiden erkenden het belang van cocreatie voor de politie. Er lijkt nog een wereld te winnen.