Tagarchief: Bellingcat

Evaluatie Coldcase Hackathon

Coldcases en samenwerking met private partijen en burgers

Sinds 1996 komen in Nederland gemiddeld ongeveer 180 personen per jaar om het leven door moord of doodslag. Hoewel het aantal levensdelicten de laatste jaren aanzienlijk is afgenomen, werden de laatste 10 jaar nog steeds gemiddeld 140 mensen per jaar slachtoffer van geweld met een fatale afloop. De meeste van deze levensdelicten worden door de politie opgelost. Toch heeft de politie ook te maken met een aanzienlijk aantal niet opgeloste zaken. Sinds de vorming van de Nationale Politie zijn zogeheten coldcaseteams bezig met het inventariseren en onderzoeken van onopgeloste levensdelicten. Inmiddels gaat het om ruim 1700 zogenaamde coldcases. Het maatschappelijk effect van deze zaken is groot. Niet alleen gaat de dader vooralsnog vrijuit, de nabestaanden hebben recht op duidelijkheid over het lot van hun dierbaren. Bovendien bestaat de kans dat de dader opnieuw een misdrijf begaat. Het is daarom van groot maatschappelijk belang dat coldcases worden opgehelderd. Helaas is de capaciteit die de politie beschikbaar heeft voor de opsporing, waaronder coldcaseonderzoek, beperkt. Mede om die reden wordt de laatste jaren gezocht naar nieuwe manieren om coldcases aan te pakken. Er vinden experimenten plaats om met behulp van Artificial Intelligence coldcases opnieuw te bekijken voor nieuwe aanknopingspunten. Ook word er steeds vaker gebruik gemaakt van verschillende groepen burgers. Gepensioneerde politiemensen bekijken opsporingsdossiers opnieuw, maar ook hogescholen en universiteiten bekijken coldcases met een frisse blik. Deze inbreng van buiten de politieorganisatie heeft niet alleen als voordeel dat de politiecapaciteit wordt versterkt, maar ook dat kennis, expertise en inzichten worden ingebracht die de politie zelf niet altijd voorhanden heeft. Hierbij valt de denken aan de inzet van forensische nanotechnologie door het Saxion college. Maar ook het inzetten van bijvoorbeeld digitale vaardigheden door burgerexperts. Dat deze werkwijze potentie heeft, blijkt uit het voorbeeld van Serendip. Deze burgeropsporingsgroep wist een aantal jaar
geleden binnen 2½ uur een coldcase op te lossen.

Het samenwerken met burgers en private partijen in een opsporingsonderzoek zijn vergaande vormen van burgerparticipatie, die ook wel cocreatie worden genoemd. Bij cocreatie werken alle
partijen gelijkwaardig samen aan een gezamenlijk doel. Hoewel vanuit zowel de politiepraktijk als de wetenschap wordt verondersteld dat cocreatie mogelijk een waardevolle bijdrage kan leveren aan de opsporing, zijn er tot op heden nauwelijks voorbeelden waarin cocreatie daadwerkelijk is toegepast binnen de context van een opsporingsonderzoek.

Doelstelling

In het kader van vernieuwende en innovatieve werkwijzen organiseerde BlueM Amsterdam op 27 augustus 2019 een Coldcase Hackathon. BlueM is een beweging binnen de politie die als doel heeft om politiemensen uit te dagen om buiten de standaard patronen te denken en beter aan te sluiten op de veranderingen in de maatschappij. Een hackathon is een evenement waarbij teams in een relatief korte tijd proberen om vernieuwende en innovatieve oplossingen te vinden voor problemen of thema’s. Gedurende een hele dag werkten politiemensen samen met medewerkers van defensie, private partijen zoals KPN en TNO en (cyber)vrijwilligers, in verschillende gemengde gelegenheidsteams aan een aantal coldcases die door coldcaseteams werden ingebracht. Het doel was enerzijds het forceren van een doorbraak in de coldcases, anderzijds om te leren en te experimenteren met betrekking tot publiekprivate samenwerking in een opsporingsonderzoek.

Dit evaluatierapport maakt deel uit van een bredere onderzoekslijn binnen de politieacademie naar burgerparticipatie in de opsporing. De hackathon biedt aanknopingspunten om vanuit zowel
praktisch als wetenschappelijk perspectief meer inzicht te krijgen in de waarde van cocreatie binnen de opsporing en hoe een dergelijk proces in de toekomst het beste vorm gegeven zou kunnen worden.

Onderzoeksrapport

Het eerste deel van de rapportage gaat in op de deelnemers: de achtergrond van de respondenten (hoofdstuk 1) en de waarde die zij in de burger zien voor het opsporingsonderzoek (hoofdstuk 2).
Hoofdstuk 3 richt zich vervolgens op de algemene ervaring van de hackathon en de kansen en dilemma’s die respondenten daarbij zijn tegengekomen. In hoofdstuk 4 staat de hackathon als werkwijze centraal. Hoofdstuk 5 richt zich op de onderzoeken en de wijze waarop deze zijn ingebracht. Hoe het werken in de gelegenheidsteams door de deelnemers werd ervaren, staat centraal in hoofdstuk 6. De evaluatie van enkele praktische zaken, zoals de gekozen locatie, wordt toegelicht in hoofdstuk 7.

Lees het of download het rapport via onderstaande link:

[slideshare id=238231040&doc=lamkop2020evaluatiecoldcasehackathon201908271-200825125826&type=d]

FASTNL Hackathon: hulp van burgers en private partijen bij de opsporing

Eind 2018 beleefde ‘Truth in a post-truth world’ zijn wereldpremière op de IDFA. Deze prijswinnende documentaire gaat over Bellingcat, een internationaal burgerjournalistiek netwerk, dat met
slimme online zoektechnieken én door inzet van de ‘wisdom of the crowd’ al voor verschillende baanbrekende onthullingen heeft gezorgd. Dit internationale platform voor burger-onderzoeksjournalistiek is vaak sneller en nauwkeuriger dan de officiële instanties. Het collectief onderzoekt via internet, sociale media en andere online kanalen complexe aanvallen en controversiële incidenten wereldwijd, zoals het neerhalen van de MH17 boven de Oekraïne en de aanslag op de voormalige Russische dubbelspion Sergej Skripal.

Geïnspireerd door deze documentaire organiseerde BlueM, een innovatieve beweging binnen de politie, op 24 januari 2019 een masterclass met Eliot Higgins, de oprichter van Bellingcat. Deze
masterclass kreeg een half jaar later een vervolg in de vorm van de Coldcase Hackathon, waarbij 100 Osint (Open Source Intelligence) -experts van binnen en buiten de politie aan de slag gingen
met coldcases, vermissingen en voortvluchtigen. Vooral het opsporen van voortvluchtigen bleek zich goed te lenen voor publiek-private samenwerking.

Daarom werd op dinsdag 21 januari 2020, op de militaire kazerne in Wezep, een 2de hackathon georganiseerd waarbij de opsporing van voortvluchtigen centraal stond. Dit was een gezamenlijk
initiatief van BlueM en het Fugitive Active Search Team Nederland (FASTNL) van de Dienst Landelijke Recherche (DLR). Er werd specifiek gezocht naar voortvluchtige personen die onherroepelijk veroor- deeld zijn en nog minimaal 300 dagen celstraf open hebben staan.

Het doel van de hackathon was om te onderzoeken in hoeverre publiek-private samenwerking bijdraagt aan het rendement van de opsporing. 86 Osint-deskundigen van binnen en buiten de politie beten zich tijdens deze hackathon vast in 85 zaken die door FASTNL werden aangeleverd. Deze manier van samenwerken is te zien als een experiment op het gebied van burgerparticipatie bij de opsporing. De politie wil leren en verbeteren en is blij met deze betrokkenheid van de Politieacademie.

Evaluatie FASTNL Hackathon (Lam & Kop, 2020)

[slideshare id=238231179&doc=lamkop2020fastnlhackathon20200121-200825130609&type=d]

Het is de hoop dat het resultaat van de hackathon bijdraagt aan het nog meer betrekken van burgers en private partijen bij de opsporing. De evaluatie laat er geen misverstand over bestaan; met gedegen open bronnen onderzoek kunnen we gesignaleerden traceren en aanhouden. Deel deze kennis en ervaring en doe mee met opsporingsmogelijkheden waar dat kan!

Pas op met de burger als parttime politieman

We nemen steeds vaker zélf het initiatief bij de opsporing van criminaliteit. Daar zitten voordelen maar ook haken en ogen aan. Op 2 mei organiseren RTL Z en Open Universiteit een online seminar over dit thema, Sven Brinkhoff van Open Universiteit licht vast een tipje van de sluier op.

Een Whatsappgroep waar buurtbewoners elkaar waarschuwen als ze tussen de vitrage iets verdachts zien. Bezorgde burgers die in linie door een bos trekken, op zoek naar de verdwenen Anne Faber. Astrid Holleeder die de ruzies met haar broer opneemt. “Steeds vaker doen burgers opsporingswerk dat gewoonlijk was voorbehouden aan politie en recherche.”, zegt Sven Brinkhoff, universitair hoofddocent strafrecht en strafprocesrecht aan de faculteit Cultuur- en rechtswetenschappen van de Open Universiteit. “Een onmiskenbare trend.”

Volgens Brinkhoff komt burgeropsporing voort uit toenemende onvrede bij burgers over het functioneren van de politie. Met name kleine zaken die blijven liggen zorgen voor veel onvrede. Daarnaast is er de beschikbaarheid van digitale apparatuur, zoals smartphones. “Dat maakt het verzamelen van bewijsmateriaal niet alleen makkelijker, het is ook steeds eenvoudiger om die gegevens snel bij de politie aan te leveren.”

Brinkhoff geeft als voorbeeld de app Sherlock van TNO die de burger helpt bij het aanmaken van een opsporingsdossier. Daarin kunnen gegevens zoals locatie en het mogelijke motief worden genoteerd, maar ook zichtbare sporen en een lijst van gestolen goederen. “Heel handig, want zo’n kant-en-klaar dossier neemt de politie veel werk uit handen.”

Sven Brinkhoff van Open Universiteit

Dat politie en justitie meer medewerking vragen van burgers bij de bestrijding en opsporing van criminaliteit begrijpt hij dan ook wel. Ook in het smartphoneloze tijdperk werden burgers al gevraagd om te getuigen, tips te delen of aangifte te doen.

Maar aan de ontwikkeling van burgerparticipatie zitten ook minder rooskleurige kanten. Brinkhoff noemt de Amerikaanse app Vigilante die oproepen stuurde naar burgers om actief mee te zoeken naar daders in de buurt op het moment dat bijvoorbeeld een overval gaande was. “Daar is een stokje voor gestoken. Niet alleen breng je burgers zo in gevaar, je schaadt ook het geweldsmonopolie van de staat.”

Burgers zijn nu eenmaal burgers en geen getrainde opsporingsambtenaren. Ze weten niet hoe ze een plaats delict veilig moeten stellen. Daardoor kunnen sporen verloren gaan of raakt materiaal ‘vervuild’. Ook met al te actieve opsporing van ‘verdachte personen’ in een buurt kan veel mis gaan, benadrukt Brinkhoff: “Dat werkt eigenrichting of racisme in de hand, waarbij de participerende burger misschien wel een paar tikken verkoopt aan een onschuldige.”

Naast de alertheid die een BuurtWhatsapp-groep opwekt en het snel delen van beeldmateriaal en andere informatie is, zitten er echter ook nog andere nadelen aan burgerparticipatie, aldus Brinkhoff. Een valkuil is de juridische houdbaarheid van door burgers verzameld bewijsmateriaal. “De advocaat van de verdachte schiet daar onmiddellijk gaten in. Met als risico dat al het werk voor niks is geweest.”

Steeds vaker ziet Brinkhoff dat door de opkomst van particuliere recherchebureaus en eigenrichting de route langs politie en OM maar helemaal overgeslagen wordt. Volgens hem is dat een groot probleem omdat burgers die het heft in eigen hand nemen, het geweldsmonopolie van de staat ondermijnen. “Dat is echt een glijdende schaal.”

Brinkhoff waarschuwt dan ook voor te grote verwachtingen van de burger die voor politieagent gaat spelen. Burgerparticipatie mag dan wel een reactie zijn op de permanente onderbezetting bij de politie, het uit handen willen nemen van de opsporing hoeft niet tot minder politiewerk te leiden, zegt Brinkhoff: “Als het digitaal steeds makkelijker wordt om een dossier aan te leveren, dan verwacht de meewerkende burger wel dat daar iets mee gedaan wordt. Als dat vervolgens door capaciteitsproblemen niet gebeurt, dan vergroot je de kloof alleen maar.”

Politie en het OM die gebruik willen maken van burgeropsporing, zullen hoe dan ook moeten voorkomen dat ze hun eigen betrouwbaarheid en rechtvaardigheid op het spel zetten door te veel taken naar de burger door te schuiven, aldus Brinkhoff. Ook al is dat vanwege de permanente bezuinigingen wel verleidelijk.

Brinkhoff verwacht dat de rol van burgers bij opsporingswerk hoe dan ook zal toenemen de komende jaren. Dat heeft niet alleen met capaciteit maar ook met kennis te maken, zegt hij. “Kijk maar naar een collectief als Bellingcat. Dat heeft wel de middelen om hoogopgeleide digitale speurneuzen in te zetten, waar de politie geen geld voor heeft. Die expertise van buitenaf, die blijft natuurlijk welkom.”

Kijk en discussieer mee over dit thema

Op 2 mei gingen Sven Brinkhoff (universitair hoofddocent strafrecht) en Emile Kolthoff (hoogleraar criminologie) van Open Universiteit verder in op dit thema tijdens een online seminar bij RTL Z. Ze bespreken recente voorbeelden van burgerparticipatie bij opsporing en belichten de kansen en bedreigingen voor de politie en het OM. Bekijk het online seminar hier terug.

Bron: RTL Nieuws, Open Universiteit

Doe-het-zelf burgeropsporing en politieparticipatie. Hoe reageert de politie?

Politieparticipatie? De attitude van de politie moet echt veranderen!?Een artikel over doe-het-zelf burgeropsporing & politieparticipatie.

Door gastauteur: Stan Duijf.

Burgers kruipen steeds meer in de rol van de politie. Ze worden geconfronteerd met een strafbaar feit en starten op eigen initiatief met opsporen. Met regelmaat wordt gesteld dat de rol van de politie hierbij meer participerend zou moeten zijn, ook wel politieparticipatie in de (politionele) volksmond. Maar even serieus, politieparticipatie? Een streven misschien, maar (nog) geen werkelijkheid. Burgers die zelf een opsporingsonderzoek starten worden niet toegejuicht. Als het over opsporing gaat wil de politie vooral zelf veel invloed en controle hebben. Hoe reageert de politie op deze opsporende burgers, welke dilemma?s worden er ervaren en kunnen deze zelfstartende burgers van betekenis zijn in het opsporingsonderzoek? In dit artikel worden deze en andere vragen beantwoord.? ?

Weet u nog? De vrouw uit Hoorn die nadat ze misbruikt was zelf via haar iPhone de dader opspoorde en de honderden burgers die zochten naar de vermiste Anne Faber. De aandacht voor dit fenomeen groeit al jaren levendig, net zoals het lijkt dat het aantal burgers dat zelf start met opsporen gestaag lijkt toe te nemen. Noemenswaardig is dat de aandacht voornamelijk is uitgegaan naar de opsporende burger en het romantiserende mediagenieke Sherlock Holmes gehalte van dit fenomeen. Tot op heden heeft de (wetenschappelijke) onderzoekswereld opvallend weinig gedegen belangstelling getoond voor de wijze waarop de politie reageert op deze zelfstartende opsporende burger. Wellicht kunnen opgedane ervaringen ons iets leren voor de toekomst? Hoog tijd om vanuit dit perspectief op basis van onderzoek een aantal inzichten toe te voegen!

De zelfstartende opsporende burger

Burgers hebben vaak als slachtoffer of getuige een traditionele rol in het opsporingsonderzoek. Hun informatie is vaak beslissend voor waarheidsvinding. De laatste jaren is op initiatief van de politie in de opsporing ge?xperimenteerd met een meer prominente rol voor participerende burgers. De rol van burgers in het opsporingsonderzoek is blijkbaar aan verandering onderhevig, maar het is nu niet de politie die dit initieert. Als moderne Sherlock Holmes nemen burgers het initiatief en starten, nadat ze zijn geconfronteerd met een strafbaar feit, zelf een opsporingsonderzoek. Dit doen ze regelmatig volledig autonoom en onafhankelijk, bij gelegenheid in wereldwijde (virtuele) netwerken en soms in samenwerking met de politie. De vari?teit van initiatieven is groot, de ene post zijn gestolen fiets op facebook en de ander spant samen om via een online community pedofielen of oorlogsmisdadigers te ontmaskeren. In veel gevallen wordt de zelfstartendheid ingegeven door een tekortkomende politie (1). Burgers weten dat de politie hun verwachting vaak niet waarmaakt en besluiten zelf op zoek te gaan naar waarheidsvinding en rechtspreking. Abstracte ontwikkelingen zoals globalisering en individualisering dragen volgens velen bij aan deze ontwikkeling,maar de integratie van technologie en internet in het dagelijks leven lijkt veel prominenter bij te dragen aan het opsporend vermogen van deze zelfstartende Sherlocks. Denk hierbij aan de opmars van open bronnen onderzoek. Oprichter van onderzoekscollectief Bellingcat Elliot Higgens (2) noemde open bronnen onderzoek door burgers zelfs een vreedzame revolutie die waarheidsvinding bevorderd. Op basis van literatuuronderzoek zijn in deze studie de burgers die zelf het initiatief nemen om op te sporen gedefinieerd als: ??n of meer burgers die onafhankelijk activiteiten initi?ren om informatie te verzamelen in relatie tot een gepleegd strafbaar feit met als doel om de waarheid te vinden en om recht te spreken.

Op welke wijze is het onderzoek uitgevoerd?

Het kwalitatief empirisch onderzoek, ge?nspireerd op Yin?s case studie methode (3), is uitgevoerd in drie fasen. In de eerste fase werd voornamelijk op basis van een literatuurstudie het theoretisch kader bepaald. De tweede fase bestond uit een meervoudige casestudy, waarin zeven cases individueel zijn onderzocht en uitgewerkt op basis van document analyse en interviews. In de derde fase zijn de uitkomsten van de individuele casestudies cross case geanalyseerd en ter validatie aangeboden aan een groep experts.

De zeven cases

  1. Overval tankstation Weert, eigenaar publiceerde de beveiligingsbeeld dezelfde dag nog op YouTube (2010).
  2. Vermissing van broertjes Julian en Ruben, honderden burgers kwamen na een Facebook bericht samen om te zoeken (2013)
  3. MH17, onderzoekscollectief Bellingcat doet open bronnen onderzoek naar de aanleiding van de ramp (2014).
  4. Glanerbrug burgerwacht, de inwoners van het grensdorp komen in actie tegen de drugscriminaliteit (2016).
  5. Gestolen telefoon, slachtoffer start zelf online onderzoek naar locatie en verkoper van de telefoon (2017).
  6. YouTube kanaal Betrapt, vijf jongens openen de jacht op online pedofielen en publiceren de confrontaties online (2017).
  7. Fiets gestolen, nadat haar fiets werd gestolen ging ze zowel online als in de wijk op zoek naar haar fiets.

Politieparticipatie, wat wordt ermee bedoeld?

Een traditionele monopoliepositie in de opsporing, daar is al lang geen sprake meer van. De politie realiseert zich dat anderen nodig zijn om de opsporing fundamenteel te verbeteren. In haar koersdocument (5) laat de politie dit ook duidelijk blijken en staat samenwerken met anderen die opsporen niet meer aan de zijlijn, maar in het speelveld. Echter worden er in de praktijk nog dagelijks dilemma?s ervaren wanneer politieagenten worden geconfronteerd met de opsporende burger. Binnen ?de politie zijn momenteel meerdere bewegingen zichtbaar om politionele opsporing en opsporing door zelfstartende burgers meer richting te geven. Het woord politieparticipatie, wordt steeds vaker gebruikt, zowel te pas als te onpas. Maar let op, voordat we het weten is er sprake van een modewoord en verliest het aan kracht en betekenis. Maar wat betekent politieparticipatie eigenlijk? Een halve eeuw geleden ontwikkelde Arnstein (5) de ladder van participatie. Met acht participatietreden helpt het model om gradaties van participatie te analyseren en te categoriseren. In de kern verschillen de treden in mate van inspraak, invloed en besluitvorming, van pure manipulatie door de overheid tot en met volledige controle van burgers. Smilda en de Vries (8) positioneerde politiepartiparticipatie tussen burgerparticipatie, waar de burger gevraagd meedoet met de politie en burgeractiviteiten, waar de burger zelfgereid zonder enige betrokkenheid van overheden opspoort. Op basis van literatuuronderzoek is in deze studie gesteld dat er sprake is van politieparticipatie wanneer de politie deelneemt aan opsporingsactiviteiten die ge?nitieerd zijn door burgers en waarin burgers de leiding hebben.?

Participatieladder van Arnstein (5)?????????????? ?

Participatieschaal van De Vries en Smilda (6)

Inzichten om toe te voegen, de conclusies

Hoe reageert de politie op deze opsporende burgers? Welke dilemma?s worden er ervaren? Kunnen zelfstartende burgers van betekenis zijn in het opsporingsonderzoek? De resultaten van het onderzoek geven onder andere antwoord op deze vragen.

De politie reageert primair terughoudend en met voorzichtigheid op burgers die, nadat ze met een strafbaar feit werden geconfronteerd, zelf het initiatief namen om te gaan opsporen. De politie wil eigenlijk niet dat burgers op eigen initiatief? zich mengen in het opsporingsproces. Door onbekendheid en wantrouwen weet de politie niet echt hoe ze hier mee om moeten gaan en willen ze zo veel mogelijk zelf controle houden in het opsporingsonderzoek. Echter realiseert de politie zich ook dat deze zelfstartende burgers niet makkelijk te stoppen zijn en dat ze mogelijk ook van positieve betekenis kunnen zijn voor het politionele onderzoek door bijvoorbeeld informatie aan te leveren. Daarnaast realiseert de politie zich ook dat enige mate van samenwerking hun invloed op het burgerinitiatief kan vergroten. Om deze reden ontstaat er dikwijls wel enige verbinding tussen de initiatief nemende burgers en de politie. Om het bewustzijn bij burgers te vergroten is het vaak de politie die aanstuurt op een gesprek over potenti?le risico?s en consequenties van het burgerinitiatief. De politie probeert ook afspraken te maken over de wijze waarop de burgers hun opsporende activiteiten uitvoeren. Menigmaal staat bij het maken van deze afspraken het eigenbelang van de politie voorop, ze willen namelijk graag zo veel mogelijk invloed hebben op de opsporende burger. Merkwaardig is dat de mate van invloed die de politie wil hebben op de zelfstartende burgers toeneemt bij omvangrijke, gevoelige opsporingsonderzoeken met significante impact. Deze mate van behoefte van invloed is vele mate meer dan bij veel voorkomende criminaliteit zoals diefstal van een fiets of telefoon. Hierbij adviseert de politie burgers om zelf op onderzoek uit te gaan, met alle risico?s van dien.

Dezelfde avond nog ontdekte het meisje dat haar zojuist gestolen fiets online te koop werd aangeboden. Ze belde 0900-8844 om aangifte te doen. Ze kreeg het advies van de politie om online aangifte te doen en een afspraak te maken met de verkoper om te controleren of het ook echt haar fiets was. Wanneer ze haar eigen fiets zou aantreffen, kon ze de politie terugbellen. Het meisje werd door de politie niet gewezen op eventuele risico?s.

Vanuit het perspectief van Arnstein?s (5) theorie kan er meer gesproken worden van police-power dan van politieparticipatie. In uitzonderlijke gevallen krijgen burgers van de politie een eigenstandig onderzoekende verantwoordelijkheid in een opsporingsonderzoek zoals in enige mate in de case van de vermiste broertjes. De politie wil voornamelijk in belang van hun opsporingsonderzoek en gezaghebbende positie, zelfstartende burgers be?nvloeden door manipulatie en educatie. Burgers mogen een geluid hebben en deze laten horen in een opsporingsonderzoek, maar het is de politie die probeert hun besluiten te be?nvloeden. Vanuit de theorie van Arnstein (7), reageert de politie voornamelijk op een tokenisme / non-participatie wijze.

Er kunnen diverse praktische vormen van ?de wijze waarop de politie reageert? onderscheiden worden. Een van de meest primaire vormen wanneer burgers opsporende intiatieven nemen is informatiedeling. Vaak is dit eenrichtingsverkeer, van burgers naar de politie. De politie heeft in de onderzochte cases waardevolle informatie gekregen wat ook daadwerkelijk heeft bijgedragen aan waarheidsvinding. De politie wil frequent burgers betrokken houden, maar doordat ze hun opsporingsinformatie dikwijls niet mogen delen haakt de betrokken burger wel eens af. Daarnaast moet de politie er zeker rekening mee houden dat informatie gemanipuleerd kan zijn. Tegenwoordig is namelijk veel informatie afkomstig van open bronnen. Hierdoor mag vanzelfsprekend niet de betrouwbaarheid van het strafrechtelijk onderzoek in het geding komen.

Het Openbaar Ministerie twitterde op 3 januari 2016 dat de informatie van Bellingcat over MH17 serieus zal worden beoordeeld op bruikbaarheid voor het strafrechtelijk onderzoek. Informatie afkomstig uit open bronnen onderzoek kan namelijk gemanipuleerd zijn. Het Internet is voor iedereen toegankelijk. Om te voorkomen dat dit het onderzoek ongewenst be?nvloed wordt, gebruikt het onderzoeksteam Bellingcats bevindingen als deze gevalideerd kunnen worden.

Een andere praktische vorm die voorkomt is dat de politie burgers training geeft in bijvoorbeeld observeren. Dikwijls is de politie hierbij gedreven door educatieve en manipulatieve redenen. Op verzoek van de politie is het bij gelegenheid ook voorgekomen dat burgers hun vaardigheden laten zien aan de politie. De politie is dan vaak gedreven door nieuwsgierigheid en vraagt zich af ?hoe doen zij dat??. Zo nu en dan komt het ook voor dat burgers worden gedwongen om te stoppen met opsporen, zoals in de case van het YouTube kanaal Betrapt. Het overtreden van ethisch en juridische grenzen ligt ten grondslag aan deze dwingende reactie van de politie.

Het wordt door de politie als erg moeilijk ervaren om te anticiperen op opsporingsactiviteiten door zelfstartende burgers. Deze burgers organiseren zichzelf razendsnel. Dit vraagt van de politie een grote mate van flexibiliteit, een mate die ze absoluut niet gewend zijn. De politie organiseert zich immers niet zo snel dan een flu?de burgerinitiatief wat zojuist is ontstaan op bijvoorbeeld Twitter. Dit kan simpelweg resulteren in tienduizend burgers die samen klaar staan om te zoeken naar de vermiste man, waar de politie nog bezig is om alles in haar systeem vast te leggen. Daarnaast wordt informatie online vliegensvlug gedeeld door burgers. Deze informatie wordt ook met de politie gedeeld die door de hoeveelheid en snelheid vaker dan eens wordt overwelmd.

Na de overval op het tankstation publiceerde de eigenaar nog dezelfde dag de beveiligingsbeelden op internet waarop de dader te zien was. De politie probeerde de eigenaar op andere gedachten te brengen, maar hij was vastberaden. De politie wilde namelijk controle houden in het onderzoek en ze hadden daarnaast weinig ervaring met zelfstartende burgers. De politie wilde niet dat de eigenaar zelf de dader ging zoeken. Daarom maakte de politie de afspraak met de eigenaar dat alle informatie die hij zou krijgen na publicatie van de beelden, direct met de politie zou worden gedeeld. De dader werd snel herkend op basis van de gepubliceerde beelden en kon binnen 48 uur worden aangehouden door de politie.

Het omarmen van opsporende activiteiten van burgers in het politionele opsporingsonderzoek, resulteerde meer dan eens in een significante toename van het opsporend vermogen. De politie kon gebruik maken van meer oren, ogen en specifieke kennis en vaardigheden van burgers. Daarnaast stelt het politie en burgers ook in de gelegenheid om van elkaar te leren. In enige mate samen optrekken in het opsporingsonderzoek (het serieus nemen van de burger), geeft burgers het gevoel dat ze van betekenis zijn en dat stelt ze tevreden over de politie.

– Luister naar Stan Duijf op BNR?-

Wat kan er worden aanbevolen?

Op basis van de onderzoeksresultaten en suggesties van respondenten en experts konden een viertal aanbevelingen worden gedaan.

  • De politie zou meer kunnen leren (learning by doing) door zelfstartende opsporende burgers met vertrouwen te omarmen in het politionele opsporingsonderzoek. Hierdoor doet de politie meer ervaring op met dit fenomeen, kunnen ze ontdekken hoe burgers het beste betrokken kunnen worden, leren ze welke flexibiliteit vereist is en hoe hiermee het opsporingsonderzoek verbeterd kan worden.
  • Er is meer empirisch onderzoek nodig op dit domein om te documenteren hoe burgers en de politie samen participeren in opsporingsonderzoek. Het wetenschappelijk onderzoek zou voornamelijk gericht moeten zijn op de praktische effecten van een meer participerende rol van de politie en een meer onafhankelijke rol voor zelfstartende opsporende burgers in het opsporingsonderzoek.
  • Het zou politieagenten helpen om richtinggevende kaders te ontwikkelen. Veel politieagenten weten niet hoe ze moeten reageren op burgers die op eigen initiatief starten met opsporen. Richtinggevende kaders kunnen politieagenten in de praktijk ondersteunen en voorziet daarnaast mogelijk ook in een meer eenduidige politionele attitude op dit domein.
  • Het zou helpen om richtinggevende kaders te ontwikkelen voor doe-het-zelf-burgeropsporing. Hierdoor kan mogelijk gedeeltelijk worden voorkomen dat burgers wettelijke en ethische grenzen overtreden. Daarnaast kan het burgers ook gidsen en ondersteunen in de wijze waarop ze hun opsporende activiteiten uitvoeren.

Het volledige onderzoeksrapport: Modern Sherlock Holmes. How will the police respond? is hieronder te lezen of te downloaden:

Stan Duijf werkt als lokale politiechef ?van het basisteam ?s-Hertogenbosch en deed afgelopen jaar onder begeleiding van het lectoraat Criminaliteitsbeheersing en Recherchekunde van de politieacademie, kwalitatief empirisch onderzoek (3) naar de wijze waarop de politie reageert op zelfstartende opsporende burgers. Op basis van een multiple case studie onderzocht hij zeven eigentijdse cases in diepte waarin burgers zelf het initiatief namen om te starten met opsporen.?

Referenties

  1. Bervoets, E., van Ham, T., & Ferwerda, H. (2016). Samen signaleren, burgerparticipatie bij sociale veiligheid. Den Haag: Platform31. Meijer, A. (2012). New Media and the Coproduction of Safety: An Emperical Analysis of Dutch Practices. American Review of Public Adiminstration , 17-34. Rotmans, J. (2014). Verandering van tijdperk. Boxtel: Aeneas uitgever vakinformatie
  1. Higgins, E. (2016, November 18). Eliot Higgins. Retrieved April 11, 2017, from TEDxAmsterdam: tedx.amsterdam/speakers/elliot-higgens/
  2. Yin, R. (2003). Case Study Research (Vol. 5). Thousand Oaks: Sage.
  3. Politie & OM. (2017). Naar een toekomstbestendige opsporing en vervolging, Koersdocument. Den Haag,: Politie & OM.
  4. Arnstein,S. (1969). A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of Planners, 34 (4), 216-224.
  5. de Vries, A., & Smilda, F. (2014). In Social Media: het nieuwe DNA. Amsterdam: Reed Business Education.

Opsporen? Doe het zelf!

Onderstaand artikel is geplaatst in het politie magazine Blauw in april 2018, tekst van Steven Walter.

Burgers die zelf speuren of de politie hierbij willen helpen, het is een trend. Gestolen fietsen terugvinden, pedoseksuelen ontmaskeren of zelfs een vinger achter de schuldvraag rond de MH17-ramp krijgen, de burgerrechercheur kent vele varianten. ?Dit fenomeen zal alleen maar toenemen?, voorspelt Frank Smilda van de Eenheid Noord-Nederland. ?Misschien wordt er wel eens anders over gedacht, maar niemand heeft het monopolie op opsporing.?

?De vermissing van Anne Faber was een gamechanger?, stelt Smilda. Burgers namen het heft in eigen handen en meldden zich massaal aan om te zoeken naar de vermiste Utrechtse. Daarnaast startte de familie een eigen ?TGO?. ?Deze zaak is de nieuwe standaard. We moeten als politie vanaf het begin samen met burgers optrekken. Dat zag je bij het Faber-onderzoek. Er kwam heel veel nuttige informatie los via die burgers. Ze zijn qua opsporing amateur, maar expert op andere terreinen. Zo hebben ze beroepsmatig misschien veel kennis over social media. Je kunt expertise binnenhalen die je als onderzoeksteam niet altijd direct voorhanden hebt. Door samenwerking kweek je ook goodwill en zullen mensen meer vertrouwen in de politie krijgen en informatie delen.?

7.000 Whatsappgroepen

?Burgeropsporing neemt toe. En qua hoeveelheid wordt het ook steeds moeilijker om te volgen?, zegt Arnout de Vries van onderzoeksbureau TNO. Voor die toename heeft De Vries een aantal verklaringen. Een ervan heeft te maken met technologische ontwikkelingen die elkaar in rap tempo opvolgen. ?Er is een exceptionele groei van WhatsApp-buurtgroepen. In Nederland zijn er nu al meer dan 7.000. Daarnaast willen mensen graag helpen bij opsporing en het bestrijden van criminaliteit. Dankzij de huidige techniek kunnen ze dat en doen ze dat ook.?

‘Het aantal burgerinitiatieven zal alleen maar stijgen, dus wen er maar aan’

Sherlock Holmes

Dat burgers steeds meer de rol van Sherlock Holmes oppakken, vindt Smilda niet vreemd. ?Hoeveel misdrijven worden jaarlijks in Nederland gepleegd? Vier ? vijf miljoen*? Daarvan komt nog geen miljoen bij de politie terecht en minder dan een kwart van die zaken gaat naar het Openbaar Ministerie. Kijk je naar het ophelderingspercentage van bijvoorbeeld inbraken, dan lag dat in 2016 rond de 10 procent**; ondanks al het harde werk van de politie. We roepen mensen op alles te melden, maar vervolgens kunnen we niet altijd alles oppakken. Mede hierdoor gaat de burger zelf aan de slag.?

Het heft in eigen handen nemen is volgens TNO-onderzoeker De Vries niet alleen gebaseerd op onvrede over achterwege blijvend politiewerk. ?Mits goed uitgelegd, snappen mensen ook wel waarom de politie niet altijd of direct in actie komt. Toch schrikken ze als ze bijvoorbeeld horen hoe klein een zedenteam is. Dan willen ze helpen en gaan ze aan de slag. Dat doen ze uit betrokkenheid, maar soms ook omdat ze emotioneel bij een zaak betrokken zijn. Of ze zijn wereldverbeteraars die voldoening halen uit het feit dat ze een steentje bijdragen. Probeer hen in goede banen te leiden.?

Smilda vult aan: ?Het is daarom belangrijk aan melders duidelijk te maken wat de politie wel kan oppakken en wat niet, en waarom. Wees transparant en geef aan wat er allemaal op ons bord ligt. Maar maak ook de burger actief. Vertel wat hij of zij kan doen. Leg uit wat een burgerarrest is en wat bij het opsporen toelaatbaar is.? Het hoofd van de Dienst Regionale Informatie Organisatie verwacht dat samenwerking met burgers een gunstig effect zal hebben op oplossingspercentages. ?Hoe meer ogen op straat, hoe groter de pakkans.?

Omarmen

De Vries en Smilda delen de mening dat de politie burgerparticipatie moet omarmen. Faciliteer burgers, geef hen richtlijnen, beweeg mee met de maatschappelijke beweging, luidt hun advies. Maar dat is voor een hi?rarchische organisatie als de politie best lastig, beseft de TNO?er zich. ?Agenten hebben een belangrijke maatschappelijke rol. Zij zetten zich in voor de veiligheid van anderen. Maar ze bezitten ook een bepaald cynisme omdat ze steeds met criminelen te maken hebben. Ze weten dus niet of ze zomaar iedereen die wil helpen, kunnen vertrouwen. Daarnaast is de politie ?gesloten? van aard. Dit heeft onder meer te maken met allerlei privacywetgeving waaraan zij zich dient te houden. Vergeleken met buitenlandse korpsen is die cultuur in Nederland wel iets opener, maar er zijn allerlei motieven om die burger buiten de deur te houden. ?Ze doen mijn werk; straks heb ik niets meer te doen? hoor ik weleens. Of agenten willen burgers beschermen tegen de heftige kanten van het politiewerk.?

Good, bad en ugly

Volgens De Vries bestaan er drie soorten helpers. Hij noemt ze de ?good?, de ?bad? en de ?ugly?. ?Meer dan 90 procent behoort tot de good. Dat zijn mensen die echt willen helpen zaken op te lossen, maar de regels niet kennen. Neem hen bij de hand. De bad zijn burgers die overgaan tot strafbare feiten, zoals eigenrichting en inbreuk op privacy. De meest interessante is de ugly. Dat zijn mensen die dingen doen waardoor de politie de wenkbrauwen fronst. Zoals recent een vlogger die een pedofiel wilde ontmaskeren en op ?undercoverdate? ging. Hij ontving kinderporno en ging daarmee naar de politie. De politie werkte mee door de pedofiel aan te houden, maar de vlogger liep het risico zelf te worden aangehouden voor het bezit van kinderporno. Mensen snappen dat niet. Leg dus uit wat mag en wat niet. Leer ze hoe ze sporen, ook digitale, moeten vastleggen en overdragen aan de politie.?

Eigenrichting

Gevaar voor eigenrichting ligt op de loer, benadrukt Smilda. Zoals overvallen winkeliers die digitale schandpalen oprichten met bewakingsbeelden waarop een dief is te zien. ?Dat moet je niet willen. Daarom is het belangrijk dat je die welwillende burger bij de hand neemt. Iemand kan zichzelf in gevaar brengen als hij niet goed weet wat hij doet. Geef instrumenten mee waarmee mensen iets kunnen doen. Maak duidelijk wat ze wel mogen en kunnen. Zelf iets kunnen betekenen, vergroot het veiligheidsgevoel. En geef duidelijk aan dat mensen niet voor eigen rechter kunnen spelen. Dus geen namen noemen of foto?s plaatsen.?

Alarmbellen

?Het aantal burgerinitiatieven zullen alleen maar stijgen, dus wen er maar aan?, zegt Smilda. De Vries geeft een praktijkvoorbeeld: ?Twee meiden waren getuige van een ernstige mishandeling door drie jongens. Binnen korte tijd achterhaalden ze via Facebook de identiteit van een van de aanvallers, waarna ook de andere twee betrokkenen boven water kwamen. Met hun speurwerk gingen ze naar de politie, die de jongens aanhield. ?De advocaat van de jongens vond deze werkwijze niet kunnen en deed het af als amateurspeurwerk. Onrechtmatig in zijn ogen. De rechter zag dit echter anders en zei: Welkom in de eenentwintigste?eeuw.?

De Vries voorspelt dat dit soort acties zal toenemen. Als de politie op dat soort momenten niet thuis geeft, tast dat het vertrouwen van burgers in de politie aan. ?Het heeft effect op de legitimiteit van de politie. Want waar sta je dan als politie??

Probeer als politie en burger de juiste balans te vinden. Dat verschilt per zaak, want de vraag blijft: ?Hoe ver mag je als burger gaan?? De Vries: ?Ga het gesprek aan over wat toelaatbaar is. Weet ook als politie wanneer het moment is dat je het werk van de burger moet overnemen. Dat moet je leren aanvoelen. Zo kun je bijvoorbeeld voorkomen dat bijvoorbeeld een wraakvader de belager van zijn dochter mishandelt.? Als een burger bij de politie meldt dat hij weet wie en waar de verdachte is, dan moeten wat de TNO-onderzoeker betreft ?alarmbellen gaan rinkelen? en moet de politie de zaak overpakken. Ik hoop dat de politie wil leren en gaat experimenteren. Het gaat vast een keer mis, maar dat gaat het nu ook al. Wees dus niet bang en accepteer die extra hulp van burgerspeurders?, zegt De Vries.

* cijfers gebaseerd op het jaar 2015
** Bron: jaarverantwoording politie 2016

?Doe-het-zelfpolitie: kansen en risico?s

?Kansen:

  • veiligheid verbeteren
  • digitaal kundige burgers
  • betrouwbare binding met burgers
  • vaardigheden van burgers
  • kennis van de massa

Risico?s:

  • gebrek aan juridische kennis
  • incomplete, partijdige of eenzijdige informatie
  • informatie-overload
  • verminderde privacy
  • ?eigen rechter spelen? (burgers die het recht in eigen hand nemen)

Dit zijn enkele voor- en nadelen die volgens Europese veiligheidsexperts kleven aan doe-het-zelfpolitie. Zij bespraken dit onlangs tijdens de eerste internationale workshop Do It Yourself Policing in Berlijn van het EU project Media4Sec.

Bron: Blauw

Priv?detective Eliot Higgins van onderzoekscollectief Bellingcat

Sommige mensen delen vakantiekiekjes op Facebook. Anderen gebruiken sociale media om de verborgen agenda van het Russische ministerie van Defensie bloot te leggen. Eliot Higgins, oprichter van onderzoekscollectief Bellingcat, achterhaalt hoe MH-17 werd neergeschoten. Onderstaand is een artikel van Paul Serail in Quest:

In de eerste dagen na 17 juli 2014 waren er al voorbijgangers die foto?s en video?s op sociale media zetten van een luchtafweersysteem dat vervoerd werd door Oekra?ne. Ze praatten er online over. Waar zijn die foto?s genomen en wanneer? Iedereen kan helpen om dat uit te zoeken. Het is een vrij eenvoudige taak. Er ontstond een groep mensen die naging wat er met vlucht MH-17 gebeurd was. Sommigen deden al langer dit soort werk, anderen niet. Een paar maanden nadat het vliegtuig was neergeschoten, nam het Joint Investigation Team contact op: de offici?le onderzoeksgroep die helder moet krijgen wat er gebeurd is, ondervroeg mij over onze technieken. Achteraf gezien heb ik ze een gratis training gegeven. Ze waren blij met wat we ontdekten, vertrokken en een paar maanden later presenteerden ze hun eigen onderzoek, gebaseerd op dit soort methoden.?

?De Russen zijn niet ge?nteresseerd in de waarheid. Ze willen verwarring zaaien?

De verhalen (1)

?Het Russische ministerie van Defensie gaf op 21 juli 2014 een persconferentie vol onzin. De Russen beweerden eigenlijk niets, ze verspreidden vooral informatie. Ze zeiden dat het toestel zijn koers drastisch gewijzigd had waarna het in de gevarenzone kwam. Ze lieten satellietbeelden zien van Oekra?ense Buk-raketsystemen. En een van de eerste claims was dat ze radarbeelden hadden van een Oekra?ens Su-25 grondaanvalsvliegtuig dat op drie tot vijf kilometer van MH-17 vloog. Ze zeiden niet dat het toestel MH-17 neerschoot, ze zeiden: ?Er was een Oekra?ens toestel in de buurt. Wat kan dat betekenen?? Vervolgens beantwoordden de Russische media en de online-gemeenschap die vraag. Zo ontstond een verhaallijn: een Oekra?ense straaljager heeft het vliegtuig neergeschoten. Het verhaal van Oekra?ne en het Westen is dat een Russische Buk-raket MH-17 neerschoot: twee sterke verhaallijnen die met elkaar botsen, dat maakt het werk nog interessanter. Informatie die vrij beschikbaar is op internet, wijst aan welk verhaal waarschijnlijk waar is.?

De foto?s (1)

?Het is een soort ?zoek-de-verschillen? voor volwassenen. De lanceerinstallatie staat op een vrachtwagen. En de eigenaar van de vrachtwagen zegt zelf dat geen van zijn trucks op dezelfde manier beschilderd zijn. We zien dus steeds dezelfde vrachtwagen. Gebaseerd op getuigen en op de tijden waarop de foto?s genomen zijn, is het onmogelijk dat er verschillende raketsystemen op die truck gestaan hebben. Het zou ook onzinnig zijn om er een af te laden en een andere op te laden. De markeringen en de beschadigingen op de lanceerinstallatie komen steeds overeen. De rubberen flappen die de rupsbanden afschermen, trekken krom op hun eigen specifieke manier. We zien elke keer dezelfde. De nummers staan steeds op exact dezelfde plaats en in hetzelfde lettertype. Dat is niet voor de hand liggend. We hebben veel raket?systemen van Rusland en Oekra?ne vergeleken. Twee lanceerinstallaties met hetzelfde nummer op exact dezelfde plaats in dezelfde schrijfstijl, zou heel ongewoon zijn.?

Het team

?Begin gewoon. Kies een eenvoudig onderwerp en schrijf daarover een blog. Zo oefen je je schrijfvaardigheid en ga je door alle analyses. Je moet een reputatie opbouwen. Je kunt niet met een grote zaak beginnen en verwachten dat anderen het meteen oppikken. Maar als je een blog bijhoudt, krijgen anderen een idee van je werk. Mensen komen naar mij toe en laten zien wat ze gedaan hebben. Leveren ze goed werk af, dan werk ik graag met ze samen. Als je er lol in hebt, aarzel dan niet om er een hobby van te maken. Er zijn niet zo veel mensen die dit werk doen en er is zo veel informatie te vinden. Als je de eerste bent in een land of over een onderwerp, dan kun je zomaar de expert op dat gebied worden.?

De foto?s (2)

?Volgens het Russische ministerie van Defensie liet een foto van 14 juli 2014 zien dat er Buk-raketinstallaties stonden op een Oekra?ense legerbasis. Op een foto van 17 juli zijn ze verdwenen. De Russen vragen zich af wat er gebeurd kan zijn. Tijdens workshops over het gebruik van satellietbeelden gebruik ik dit voorbeeld. Ik heb Google gevraagd of ze satellietbeelden van rond 17 juli 2014 online konden zetten op Google Earth. Iedereen kan die beelden bekijken. Op de foto?s van de Russen is begroeiing te zien, terwijl die meestal weggehaald wordt in juli. Op de beelden van 17 juli van Google is die vegetatie inderdaad verdwenen. De Russische foto?s laten sporen in het gras zien. Die matchen met beelden van Google, maar dan wel van anderhalve maand voordat MH-17 werd neergeschoten. De foto?s van de Russen zijn gemaakt tussen de laatste dag van mei en midden juni. Dat was eenvoudig te bewijzen. We hebben dus een duidelijke aanwijzing dat iemand niet helemaal eerlijk is.?

?Een rechter overtuig je niet met een gammele complottheorie?

De verhalen (2)

?De Russen zeggen dat ze de radargegevens met daarop de Oekra?ense Su-25 zijn kwijtgeraakt na de persbijeenkomst van 21 juli 2014. Maar wat gebeurt een paar dagen voordat het Joint Investigation Team op 28 september 2016 een persconferentie geeft? De Russen vinden hun radarbeelden terug. Verrassing! Of een poging om de persbijeenkomst van het JIT te ondergraven? Volgens de teruggevonden radargegevens is MH-17 niet afgeweken van zijn koers. Dat is inderdaad nooit gebeurd, blijkt uit het onderzoek van het JIT. Daarover hebben de Russen dus gelogen. Er is ook geen vliegtuig te zien in de buurt van MH-17. Het verhaal is nu dat er niets te zien is op de beelden, ook geen Buk-raket. Dat zou bewijzen dat de raket niet is afgeschoten door de separatisten. Het zijn dezelfde mensen die op basis van dezelfde gegevens een heel ander verhaal vertellen. Ze liegen net zo makkelijk als dat ze ademhalen.?

De foto?s (3)

?De meest waardevolle berichten zijn geplaatst voordat het vliegtuig is neergeschoten. Niemand kon schrijven: dit is de raket waarmee MH-17 straks neergeschoten wordt. Want niemand wist dat het ging gebeuren. Op Google Streetview gaan we de locatie na. Aan schaduwen op de foto?s zien we wanneer ze genomen zijn. Zo konden we de route achterhalen die het raketsysteem afgelegd heeft en kregen we een tijdslijn van de gebeurtenissen. Een paar weken geleden plaatste het JIT een foto van de lanceerinstallatie die niet eerder onderzocht was. Ze vroegen het publiek na te gaan wat de locatie was. Ze dachten aan Makijivka, net buiten Donetsk. Uit onze tijdslijn weten we dat het raketsysteem rond die tijd in Donetsk geparkeerd was. De beelden die we hebben van Google Streetview komen overeen met wat we op de foto zien. Mensen gingen erheen. De rots die je ziet, de bast van de boom: het klopt precies.?

De vragen

?De Russen zijn niet ge?nteresseerd in het achterhalen van de waarheid. Ze proberen verwarring te zaaien. Dus stellen ze vragen in plaats van dat ze statements maken. Zolang mensen vragen blijven stellen, komen ze niet tot conclusies. Het is ook het motto van de Russische nieuwszender?Russia Today:?Question More. Het gaat om nog?meer vragen stellen en geen antwoorden vinden. Want als je antwoorden hebt, kun je ergens in geloven. Als je vragen blijft stellen, raak je in de war en geloof je niets.?

De foto?s (4)

?Veel Russen fotografeerden het konvooi met Buk-raketinstallaties toen het tussen 23 en 25 juni door Rusland reed. We volgden het spoor. De legereenheid komt uit Koersk. De nummerplaten op de voertuigen zijn van het Moskow Military District. Er is maar ??n brigade bij Koersk van het Moskow Military District met Bukraketsystemen en dat is de 53ste luchtafweerbrigade. Die eenheid heeft een eigen pagina op VKontakte, een soort Russische Facebook. Je kunt de profielen van alle militairen bekijken. Ze taggen elkaar, zetten opmerkingen bij foto?s. Ik spreek geen Russisch, maar dat hoeft ook niet. Met sleutelwoorden is een eerste schifting te maken. En het is vooral klikken op links. Zie ik mensen in uniform? Zie ik het bataljonnummer? Het is bizar om te zien hoeveel online te vinden is. Soldaten maken foto?s van de presentielijst van die dag. Dan weet je meteen wie er in hun eenheid zitten en wie die dag aan het werk is.?

De antwoorden (1)

?We konden vaststellen wie de raketsystemen naar de grens met Oekra?ne hebben gebracht. We achterhaalden wie de commandant was van de lanceerinstallaties in het konvooi. Een van de raketsystemen is dezelfde als de installatie die de grens over ging en MH-17 neerschoot. We hebben geen bewijs dat de militairen samen met hun lanceerinstallaties de grens overgestoken zijn. Maar die systemen zijn niet eenvoudig te bedienen. Er is een goed getrainde bemanning nodig. Ik kan onmogelijk geloven dat het bediend is door een paar Oekra?ense separatisten die nooit eerder een Buk-raketinstallatie hebben gezien. De waarschijnlijkheid is heel groot dat een Russische bemanning het raketsysteem bediend heeft.?

De verhalen (3)

?Er is een heel actieve groep mensen die eigen conclusies trekt. Ze vinden iemand met een nieuwe theorie, dat haalt?Russia Today?en zij nodigen een ?expert? uit om deze?wacky theory?te verkondigen. Twee weken later komt een andere ?deskundige? met de volgende versie van de gebeurtenissen. De beste manier om mensen in de war te brengen is informatie vrij laten komen die in tegenspraak is met eerdere informatie.

Dit soort mensen is continu op zoek naar alternatieve theorie?n over MH-17. Zodra ze iets vinden, overtuigen ze zichzelf ervan dat het waar is. En als bewezen wordt dat het niet zo is, vergeten ze het weer en stappen ze over op het volgende verhaal. Terwijl het na alle onderzoeken helder is wat er gebeurd is. MH-17 is neergeschoten met een Buk-raketinstallatie die van Rusland naar Oekra?ne is gebracht. Daarna is het raketsysteem teruggegaan. Naar mijn idee dachten de militairen dat ze een transportvliegtuig hadden neergehaald. Daarom klinken ze blij in de afgetapte telefoongesprekken. Als ze zich realiseren wat ze gedaan hebben, raken ze in paniek. Als ze er de volgende dag over praten, zijn ze ge?rriteerd.?

De antwoorden (2)

?Waarom de Russen niet ge?nteresseerd zijn in de waarheid? Ze hebben 298 mensen gedood, daarom. En dat gebeurde op een moment waarop de Russische overheid ontkende dat ze Russische militairen naar Oekra?ne stuurde. Een Russisch raketsysteem dat vanaf een veld dat in handen is van de separatisten een vliegtuig neerschiet, ondergraaft die bewering. En het maakt de Russen gevoelig voor juridische sancties.?

De verhalen (4)

?Iedereen mag zijn complottheorie aanhangen en denken dat hij slimmer is dan alle anderen, uiteindelijk komt de zaak voor de rechter. Hij wordt grondig uitgezocht door serieuze mensen. Als iemand opduikt die beweert dat hij een straaljager zag op 17 juli, dan streept dat het andere bewijsmateriaal niet weg. Met een gammele complottheorie ga je de rechter niet overtuigen.

MH-17 werd trouwens neergeschoten drie dagen nadat we Bellingcat begonnen. Dat gegeven brengt ook allerlei complottheorie?n voort. Alsof ik op een of andere manier geweten zou hebben dat dat zou gaan gebeuren. Ik vind het heerlijk als ik op Twitter weer eens dat verwijt krijg.?

Wie is Eliot Higgins?

8 januari 1979:?Higgins wordt geboren in Shrewsbury in Engeland. Zijn achtergrond in twee woorden: jaren negentig. ?Ik keek het satirisch programma?TV Nation.?Ik?hield van comedians als Bill Hicks en ik luisterde Rage Against the Machine.?

1998:??Ik was een slechte student. Ik kon me niet motiveren.? Higgins doet ?media studies? aan het Southampton Institute of Higher Education. ?Als ik mijn studie afgemaakt had, was ik goed geweest in tapes aan elkaar plakken. Maar ik ben gestopt in mijn tweede jaar.?

2011:?Higgins werkt een rijtje administratieve banen af. Daarnaast volgt hij de Arabische Lente op het livelog van de krant?The Guardian.??Ik?kreeg naam omdat ik zo vaak commentaar toevoegde.?

19 oktober 2011:??Een dag voordat Kadhafigedood werd, werd mijn dochter geboren.? Higgins is zes maanden thuis om voor haar te zorgen. ?Ik had verder niks te doen.? Hij begint het Brown Moses-blog, waarin hij smartphonefoto?s en video?s uit Syri? analyseert.

2014:?Higgins richt Bellingcat op, waarin onderzoekers samenwerken en hun speurtechnieken toelichten.

2017:?na audioanalyse van een telefoongesprek wijst Bellingcat een Russische generaal aan als vermoedelijke leidinggevende van pro-Russische strijders in Oekra?ne in 2014.

Bronnen: Quest.nl

Nederlands inkijkje bij de DIY Detectives van Bellingcat

Pieter van Huis is een Nederlands lid van Bellingcat, internationaal platform voor burger-onderzoeksjournalistiek. Hij spreekt op het congres Participerende politie van 10 november a.s. Onderstaand artikel is tot stand gekomen middels een interview met Arnout de Vries,?onderzoeker en adviseur op het gebied van social media en maatschappelijke veiligheid bij TNO.

In maart 2012 begon Eliot Higgins, een werkloze Britse boekhouder, te bloggen over de Syrische oorlog onder
het pseudoniem Brown Moses. Door op systematische wijze vrij toegankelijke informatie op sociale media te
analyseren en te verifi?ren, kon hij laten zien dat het Syrische leger clusterbommen gebruikte. De opvolger van dit
blog werd het online platform voor burger-onderzoeksjournalistiek Bellingcat, dat na een crowdfundingactie startte in de zomer van 2014.
Met Bellingcat wilde Higgins deze vorm van onderzoeksjournalistiek een stap verder brengen en professionaliseren.
?Het is ongelofelijk hoe weinig mensen weten hoe je open source onderzoek uitvoert?, zei hij eerder in een interview
met Journalism.co.uk. En dat terwijl online content steeds vaker strategisch wordt gebruikt, meent Higgins. Bellingcat ging direct online en werd onder meer ingezet bij ? en in Nederland ook veel bekender met ? de analyse van het neerhalen van vlucht MH17.

Een van de Nederlandse leden van Bellingcat is Pieter van Huis, vorig jaar cum laude afgestudeerd als historicus aan de Universiteit Leiden en spreker op het congres over Participerende Politie.

“Ik heb nog nooit zoveel geleerd over de wereld als de afgelopen twee jaar”

Hoe kwam je met Bellingcat in aanraking?
?Ik was als student al langer ge?nteresseerd in de voormalige Sovjet-Unie en de islamitische wereld, en ik kende Eliot
Higgins al eerder van naam, omdat we beiden actief waren op een forum waarop veel mensen de conflicten in het
Midden-Oosten en later ook Oost-Europa aandachtig volgden.
Zo werd ik er getuige van hoe hij, puur als hobby, begon met een blog waarop hij de wapenhandel richting Syri? in?kaart bracht aan de hand van verzamelde YouTube-video?s.?
?Nadat ik Eliot met een eigen onderzoek?had benaderd, dat ook werd geplaatst, nodigde hij me uit om lid te worden van het Bellingcat MH17-onderzoeksteam. Dat bestond toen nog uit slechts zeven man, maar het groeide door en hield zich uiteindelijk ook steeds meer bezig met andere onderwerpen.?

Wat was en is je motivatie om er zoveel tijd in te stoppen?
?Voornamelijk mijn interesse in oorlog en conflicten, maar ook het gevoel iets te willen betekenen voor mensen die
groot onrecht is aangedaan. Er komt een soort verantwoordelijkheidsgevoel bij kijken, want veel van de gegevens die
wij verzamelen en opslaan, zouden uiteindelijk weer voorgoed zijn verdwenen.?
?De meesten van ons, waaronder ikzelf, kunnen echter niet fulltime voor Bellingcat werken. Bijna niemand van ons
verdient geld met bijdragen, dus alles gaat ten koste van onze eigen vrije tijd. Op een gegeven moment bereikt iedereen wel een punt waarop hij of zij tegen een grens aanloopt. Zo ben ik zelf ook lange tijd inactief of semi-actief geweest, omdat ik simpelweg geen tijd en energie over had.?

Kun je wat projecten noemen waar jij je voor hebt ingezet?
?Mijn eerste onderzoek ging over de gevechten en gewelddadigheden in de stad Marioepol op 9 mei 2014. Oekra?ense
soldaten werden er in de media van beschuldigd dat zij opzettelijk op burgers hadden geschoten. Deze beschuldigingen speelden een belangrijke rol in de Russische propaganda en werden soms ook overgenomen in de internationale media. Ze werden echter nooit goed geverifieerd.?

victim4impact
?Met een grondige analyse kon ik aantonen dat zich in Marioepol iets heel anders had afgespeeld. Uit de beschikbare
beelden op sociale media bleek dat militanten verkleed als burgers een politiebureau hadden bestormd. Een aanval
die opzettelijk werd gepleegd op een beladen feestdag, om zo een confrontatie met het publiek uit te lokken. Ook schoten mensen van achter de menigte met vuurwapens op de soldaten. Het belangrijkste was echter dat ik kon aantonen dat Oekra?ense soldaten niet opzettelijk op burgers hadden geschoten. Wel waren ze onprofessioneel bezig geweest. Zo schoten ze herhaaldelijk voor de voeten van betogers om zo de menigte op afstand te houden. Een getrainde militair weet?echter dat hij dat op straat nooit moet doen, want de kogel ketst dan vaak af, een zogeheten ricochet.?

ShootingLocation1

?Verder heb ik als gezegd ook kunnen bijdragen aan het MH17-onderzoek. In eerste instantie leek het lastig om aan
te haken bij een project dat andere leden al veel langer bezighield. Maar op een gegeven moment raakte een aantal
van de onderzoekers duidelijk uitgeput. Mede doordat ik goed bleek te kunnen samenwerken met heel actief lid en
Nederlander Daniel Romein, heb ik uiteindelijk toch belangrijke bijdragen kunnen leveren.?

Kun je wat mooie resultaten noemen van Bellingcat-projecten?
?Dan denk ik meteen aan de onderzoeken naar de gifgasaanval op de buitenwijken van Damascus. En ik heb best veel heftige beelden uit Syri? voorbij zien komen, maar de video?s van zwaargewonde kinderen door gifgasaanvallen blijven mij het meeste bijstaan. De beelden die Eliot wist te verzamelen en te lokaliseren, tonen duidelijk aan dat het Syrische leger verantwoordelijk moet zijn geweest voor deze misdaad. Een belangrijk gegeven, want zowel Syri? als Rusland wijzen tot op de dag van vandaag met de vinger naar hun politieke tegenstanders, een tactiek die wel vaker voorkomt.?
?Het onderzoek toonde ook aan dat de buitenlandse inlichtingendiensten nog weinig gebruik maakten van open
source-intelligence. Als reactie op de gifgasaanval leek de VS van plan om militair in te grijpen tegen Assad. Het was
dus in het eigen belang om met goed bewijs te komen. Het Witte Huis gaf vervolgens een kaart vrij met daarop de
vermeende frontlinies, die de beschuldigingen slecht ondersteunde. De met gifgas gevulde raketten hadden een
bereik van maximaal ongeveer drie kilometer, terwijl de kaart van de Amerikanen de illusie gaf dat het Syrische
leger op grotere afstand was gestationeerd. Met het verzamelen en lokaliseren van alle relevante beelden kon Eliot
echter aantonen dat het Syrische leger diezelfde dag binnen het bereik van de raketten bezig was met een legeroperatie.?

Wat voor soort mensen zijn lid van Bellingcat?
?Dat is vrij divers. Ik moet daarbij meteen onderscheid maken tussen de inzenders en de leden van het onderzoeksteam. Veel journalisten, zowel beginners als mensen met een lange staat van dienst, hebben onderzoeken
aangeleverd bij Bellingcat die op de website worden geplaatst. Het voordeel voor hen is dat Bellingcat geen
woordenlimiet heeft, in tegenstelling tot de meeste mediakanalen. Bovendien wordt alleen goed onderzoek geaccepteerd, waardoor de publicaties meteen al veel aandacht krijgen.?

?Dan is er nog het onderzoeksteam waar iemand alleen?op uitnodiging bij kan komen. Momenteel hebben bijna
twintig mensen toegang tot alle lopende onderzoeken, maar slechts de helft daarvan is actief. De leden komen uit
verschillende Europese landen, de Verenigde Staten en het Midden-Oosten. De meeste leden daarvan zijn al vaders met een gemiddelde leeftijd van ergens in de dertig, maar de laatste tijd zijn er steeds meer studenten bijgekomen. Ook hebben we nu ??n vrouwelijk lid.?

?De meest actieve leden van het onderzoeksteam heb ik leren kennen als mensen met een grote interesse in internationale betrekkingen en mensenrechten. Een aantal heeft journalistiek of Russisch of Arabisch gestudeerd en hield zich eerder al professioneel bezig met gerelateerde onderwerpen. Anderen zijn ICT?er, maar ook bij hen is de interesse in de buitenlandse politiek leidend. In principe hoef je geen bijzondere ICT-kennis te hebben voor open sourceonderzoek, maar ik merk wel op dat alle leden bijzonder snel kunnen omgaan met computers en internet.?

Een van de beelden van de Bukraket die MH-17 zou hebben neergehaald, die Bellingcat achterhaalde op Russischtalige social media (VK.com).

Hoe blijft Bellingcat objectief en onafhankelijk?
?In principe door ook onderzoeken te doen of te accepteren die niet populair zullen zijn bij de eigen regeringen van de leden. Onze critici verspreiden nogal eens het bericht dat wij alleen de belangen behartigen van NAVO-landen. Dit is onterecht, want een aantal onderzoeken op Bellingcat kaarten ook de misstanden aan van NAVO-landen of partners?daarvan. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet dat Eliot om te beginnen bekendheid kreeg toen hij liet zien dat wapens die geleverd werden met hulp van de CIA in handen waren gekomen van jihadisten. Dit bracht het Witte Huis alleen maar in verlegenheid.?

?Het blijft voor ons echter het meest uitdagend om tegen staatspropaganda in te gaan en deze is nou eenmaal het
sterkst in niet-democratische landen. Dit is ook wat het publiek lijkt te interesseren. Om een omgekeerd voorbeeld
te geven: door een van ons was een artikel geschreven over de Amerikaanse luchtaanvallen op het ziekenhuis in
Kunduz in Afghanistan. Dit onderzoek bleek minder populair te zijn, want de VS gaf vrij snel toe verantwoordelijk
te zijn geweest voor de burgerslachtoffers. Als zij in de ontkenning waren geschoten, zoals Rusland structureel
doet, dan was het onderzoek waarschijnlijk veel populairder geweest.?

Zou Bellingcat commerci?ler kunnen gaan werken?
?Echt commercieel zal Bellingcat nooit worden, schat ik zo in. In principe geven we de onderzoeken gratis vrij. Soms
houden we ongecensureerde versies achterwege die alleen worden gedeeld met politie en justitie. Maar ook dan wordt er geen geld voor gevraagd. Misschien dat in de toekomst onderzoeken voor een geldbedrag aan kranten kunnen worden verkocht, maar ook dat zie ik niet snel gebeuren.?

?Eliot is wel continu op zoek naar sponsoren om de teamleden te kunnen betalen voor hun diensten. Zelf krijgt
hij een beurs van Google, die net hoog genoeg is om ??n ander lid een salaris te geven. Samen beheren zij de website.
Ook is er in het verleden samengewerkt met de Atlantic Council, een Amerikaanse denktank, om een rapport over
Russische soldaten in Oost-Oekra?ne te promoten. Hier werd uiteindelijk een korte documentaire over gemaakt door
Vice. Maar een salaris voor iedereen lijkt op korte termijn niet re?el. Niemand van de teamleden weet zeker of hij of zij lang door kan blijven gaan op puur vrijwillige basis.?

Hoe worden taken en werk verdeeld?
?We maken online gebruik van Slack voor de communicatie en het uitwisselen van bestanden. Elk onderzoek heeft zijn eigen kanaal en leden kiezen zelf of zij zich hiervoor aanmelden. De leden kunnen vervolgens een bijdrage aan een onderzoek doen. Er worden eigenlijk nooit verwachtingen gecre?erd, want het blijft vrijwilligerswerk, maar mensen met een specialisatie of de juiste talenkennis wordt doorgaans gevraagd om te assisteren.?

Kun je voorbeelden geven van het validatieproces van Bellingcat en eventuele methoden of tools die daarbij gebruikt worden?
?Eigenlijk maken we niet zoveel gebruik van speciale tools. Als we een interessante bron vinden (foto?s, video?s, tweets, Facebookberichten, etc.) dan valideren we deze vooral door meer bronnen te verzamelen. E?n bron is geen bron, met meerdere kunnen we nagaan of alles overeenstemt. Letten op de kleinste details, zoals schade aan gebouwen, weersomstandigheden of de stand van de zon is dan belangrijk.?

?Soms schakelen we de hulp in van derde partijen. Zo hebben journalisten ons in het verleden geholpen door foto?s
te nemen van bepaalde plekken om belangrijke filmopnames te verifi?ren. Ook hebben we eerder met behulp van
crowdfunding satellietfoto?s opgekocht. Deze tonen aan dat het Russische ministerie van Defensie opzettelijk gemanipuleerd MH-17 bewijs heeft aangeleverd. Zonder crowdfunding was dat niet gelukt, want ??n satellietfoto kost al snel meer dan duizend euro.?

Zou je het anderen aanraden om ook mee te doen?
?Als iemand grote interesse heeft in de buitenlandse politiek en snel is met computers. Ik denk dat het onderzoeken
van sociale media in de toekomst een steeds grotere rol zal gaan spelen. Niet alleen in de journalistiek, maar ook in de politiek, het strafrecht, de terreurbestrijding en bij mensenrechtenactivisme. Je specialiseert je daarmee in iets waar nog maar weinig mensen verstand van hebben. Bovendien is het erg interessant; ik heb nog nooit zoveel geleerd over de wereld als in de afgelopen twee jaar.?

Welke risico?s zie je als mensen meedoen?
?Dat is moeilijk in te schatten. In principe is ons werk veel veiliger dan het met een camera naar de frontlinies trekken (wat enkelen van ons ook hebben gedaan, zoals ons Nederlandse lid Christiaan Triebert). Wel zijn er veel mensen die niet blij zijn met ons werk. De meesten van ons werken vanuit landen die bescherming kunnen bieden, mocht het ooit uit de hand lopen. Anderen werken vanuit niet-democratische landen en moeten wel een schuilnaam gebruiken.?

Welke kansen of toekomst zou jij graag zien voor Bellingcat of soortgelijke initiatieven?
?Ik zou vooral willen zien dat er in de media meer ruimte komt voor langdurige onderzoeksjournalistiek. Nu moeten
veel journalisten het doen met een mager salaris en zijn kranten en journaals almaar bezig met het samenvatten van
de laatste berichtgeving. Vandaag de dag hebben velen van hen steeds meer moeite om op eigen benen te blijven staan, dus misschien biedt een investering in een andere en nieuwe manier van onderzoek voor hen nieuwe perspectieven.? ?

Eerder gaf Pieter een?radio interview?en zat?hij in DWDD:

Bronnen: Tijdschrift voor de Politie,?jg.79/nr.7/17

Bellingcat: ?Wij laten zien hoe regeringen liegen, stap voor stap?

bellingcat4

Artikel van Petra ter Doest dat eerder is gepubliceerd op Reporters Online.

Als iemand laat zien hoe door nieuwe technologie de grenzen vervagen tussen mensenrechten, journalistiek, recherchewerk en internationale betrekkingen, is het wel Eliot Higgins. Met zijn onderzoeksteam Bellingcat maakt hij wereldnieuws, onder meer over MH17. Petra ter Doest reisde naar Leicester, Groot-Brittanni?; en praatte twee uur met hem over zijn drijfveren, en over hoe sociale media en nieuwe techniek alles veranderen wat wij mensen kunnen weten, blootleggen en ervaren.

De naam en faam van Bellingcat laat zich niet aflezen aan het kantoor. Het pand is oud en imposant en ligt aan een achttiende-eeuws voetgangerspad dat dwars door de stad Leicester loopt. Maar als je de voordeur voorbij bent, is het gedaan met de charme. Een kale receptie leidt naar een kale lift en gang, en vervolgens naar de nog kalere kamer van Bellingcat. Een bureau, twee stoelen, een plafonni?re en een laptop. Dat is het.
Eliot Higgins (37) zelf is langer en vooral dunner dan gedacht op basis van foto?s, maar dat komt, zo zal hij later uitleggen, door het dieet dat zijn vrouw volgt en waardoor opeens ook bij hem de kilo?s eraf vlogen. Een stuk gezonder, vindt hij. De voormalige financi?le administratiemedewerker/ blogger/ autodidactische onderzoeker die van achter zijn computerscherm al vaak voor wereldnieuws zorgde, zit voornamelijk alleen in zijn kantoor. Het contact met zijn team loopt via het messengerprogramma Slack.
Higgins maakt een open indruk. Hij vraagt tijdens het gesprek een enkele keer om iets niet te publiceren, maar vraagt niet om inzage in de publicatie. We praten op 3 augustus 2016 twee uur en mailen nog wat na. Het gesprek gaat over zijn drijfveren, zijn frustratie over de journalistiek, het activisme, de leugenachtigheid van regeringen en machthebbers, zijn financiers, het businessmodel van Bellingcat, het eindeloos moeten bekijken van gruwelijk videomateriaal, zijn eigen veiligheid en vooral natuurlijk over het belang en de mogelijkheden van ?openbronnenonderzoek?. Intussen komen spannende wapenfeiten van Bellingcat voorbij zoals die van de Siberische selfie-soldaten en het Kroatische wapenverhaal.

Kun je me vertellen wie jouw publiek is? Voor wie schrijf je?
?Dat is een goede vraag. Bellingcat gaat niet primair over journalistiek zoals je misschien denkt. Bellingcat gaat over openbronnenonderzoek en de verspreiding van dat soort onderzoek over zo veel mogelijk terreinen. Journalistiek is meer een eindproduct voor ons. Bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zijn er op dit moment een paar zaken over Oekra?ne waarbij door ons verzamelde informatie een rol speelt. Ik bespreek nu met juristen hoe we van onze informatie forensisch bewijs kunnen maken. Want wij doen wel goed onderzoek maar wat we vinden, houdt niet zomaar stand in een rechtszaak. Dus hoe krijgen we dat voor elkaar?
?Ik werk ook met de politie in verschillende landen. Dat kan over van alles gaan. De politie hier in Leicester wil weten hoe ze een openbronnenonderzoek kunnen toepassen bij zaken rond vermiste personen of bij misbruikzaken. De Nederlandse politie is twee keer hier geweest vanwege het onderzoek naar het neerstorten van de MH17. De eerste keer vroeg ze me om stap voor stap door het proces te gaan met ze, zodat ze ervan kon leren. De tweede keer hadden ze zelf al een afdeling opgezet. Dus dat doe ik ook: politieagenten trainen. Mijn ideale publiek omvat eigenlijk iedereen die een openbronnenonderzoek kan gebruiken.?

higgins

Journalistiek is voor jou een middel om de boodschap te helpen verspreiden?
?Ja, een goed voorbeeld daarvan is ons eerste lange rapport over de Buk-raket waarmee MH17 werd beschoten. (Ptd: Hierin wordt aan de hand van open bronnen zoals satellietbeelden en video?s en foto?s op sociale media geconcludeerd dat een Buk-installatie van de 53ste Brigade van het Russische leger werd gebruikt om de raket af te schieten.) Onze blogpost waarin we een samenvatting gaven van het rapport, kreeg 100.000 views dankzij de journalisten die ons werk volgen. Er werden tientallen artikelen over geschreven over de hele wereld, die weer door miljoenen mensen zijn bekeken. We weten van een Russische site die alleen al een half miljoen views had. Mij kan het niet schelen wie ons werk kaapt ?- als ze maar de juiste credits geven, is het prima.?

Maar het is toch interessant wie wat doet sinds journalisten het monopolie op nieuws publiceren zijn kwijtgeraakt. Dus?
?Wat interessant is aan de journalistiek, althans voor een buitenstaander, want zo zie ik mezelf, is dat traditionele journalisten die een verhaal in handen hebben, dat voor zichzelf willen houden. Neem die film Spotlight, over het misbruikschandaal in de katholieke kerk in Boston dat door journalisten naar buiten wordt gebracht. De journalisten in die film hebben het de hele tijd over wie het verhaal als eerste heeft! Bij Bellingcat en organisaties waarmee wij werken zoals het OCCRP (Ptd: Organized Crime and Corruption Reporting Project; dit is een journalistieke non-profitorganisatie die al veel grote onderzoeken uitvoerde en daarvoor ook prijzen kreeg), gaat het om samenwerken en elkaar aanvullen. Wij zijn goed in openbronnenonderzoek, anderen kunnen weer dingen waar wij niet goed in zijn.
?Zo hebben we ook gewerkt in het geval van de selfie-soldaten. Na onze eerste publicaties over de aanwezigheid van Russische troepen in Oekra?ne ten tijde van MH17 kwam de denktank Atlantic Council naar ons toe met de vraag of we wilden helpen met een openbronnenonderzoek voor een rapport dat zijzelf wilden uitbrengen. Dat werd het rapport ?Hiding in Plain Sight?. E?n van de dingen die we deden, was het bestuderen van honderden Facebook-selfies van Russische soldaten. Zo identificeerden we een regiment uit Siberi?. We konden de achtergronden in de selfies van de soldaten van dit regiment herleiden naar locaties in Oekra?ne ten tijde van de aanslag op MH17.
?Terwijl we bezig waren met ons onderzoek, liep ik in Kiev de Amerikaanse journalist Simon Ostrovsky van Vice News tegen het lijf en vertelde hem wat we aan het doen waren. Hij zag er een reportage in en we hebben toen nauw samengewerkt om alle locaties van de Facebook-selfies van ??n soldaat terug te vinden. Simon reisde de weg terug waarlangs deze soldaat gekomen was en eindigde in zijn geboortestad in Siberi?. We waren letterlijk met hem online op het moment waarin hij aan het einde van de reportage contact legt met de soldaat die weer terug is en hem vraagt wat hij in Oekra?ne deed. De reportage ?Selfie Soldiers: Russia checks into Ukraine? was een groot succes voor Vice News en voor Simon. We hebben met liefde ons werk met ze gedeeld. Als we dit verhaal voor onszelf hadden gehouden, zou het veel minder impact hebben gehad.?

bellingcat3

Als je zo praat over impact klink je een ook beetje als een activist; die wil ook alleen maar impact.
[Grote zucht] ?Ik denk dat activisme, net als journalistiek, verschillende dingen betekent voor verschillende mensen. Toen ik na MH17 onderzoek ging doen naar de ramp, was dat niet omdat ik dacht: h? Rusland! Ik dacht: wat interessant, wat is daar gebeurd? En daarna zijn we op allerlei zaken gestuit. Er zijn veel mensen die zeggen dat ik er alleen maar op uit ben om Rusland de schuld te geven. Ik zie ze de hele dag op Twitter, maar dat was nooit het geval. We deden alleen zo veel ontdekkingen over voertuigen die van Rusland naar Oekra?ne gingen, dat we daar verder in zijn gedoken. Van het een kwam het ander. Ik volgde het conflict op de Krim niet totdat MH17 in juli 2014 naar beneden werd geschoten. Ik was nog totaal gefocust op Syri?.?

Waarom wil je de kat de bel aanbinden??Je was toen ook net begonnen met Bellingcat?
?Ik had in juli 2014, net voor MH17, de website Bellingcat gelanceerd als opvolger van mijn oude blog Moses Brown waarmee ik enige bekendheid had verworven. Ik had al veel geschreven over het afluisterschandaal hier in Engeland en natuurlijk over Syri?. Dat ik een website begon, was omdat ik veel mensen zag die net als ik online onderzoek deden naar allerlei onderwerpen, maar veel minder aandacht kregen dan ik. Dat vond ik zonde en ik wilde ze een plek geven om te schrijven. Er kwam ook meer belangstelling voor openbronnenonderzoek, dus ik wilde ook een plek maken waar je dit kunt leren. Er staat dan ook veel leermateriaal op de site.?

?We hebben te maken met regeringen in Rusland, in Syri?, maar ook in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk die zoveel onzin, leugens en nep-informatie verspreiden. Sinds de Irak-oorlog, het ?dodgy? dossier (Ptd: het rammelende MI6-dossier dat premier Tony Blair gebruikte om het Britse parlement mee te trekken de Irak-oorlog in) en George Bush is het moeilijk overheden nog te vertrouwen, iedereen weet nu dat ze tegen je liegen. Maar wat we de afgelopen vijf jaar ook hebben gezien, is de komst van een immense hoeveelheid bronnen online via satellieten, via sociale media. Al die nieuwe beelden stellen ons in staat, ook al zitten we op grote afstand van een bepaalde situatie, om toch inzicht te krijgen in wat daar gebeurt.
?De beelden helpen ook om offici?le verklaringen te onderzoeken die regeringen doen. Soms lukt dat omdat ze in technisch opzicht achter de feiten aanlopen, soms omdat het ze niets kan schelen. Dat laatste geldt voor de Russische benadering van informatie-oorlogvoering waardoor niets waar is en alles mogelijk is. Je hebt de tv-zender Russia Today, je hebt alle andere door de staat gecontroleerde media en je hebt het Russische ministerie van Defensie. En al die partijen spinnen tegenstrijdige verhalen, net zolang tot mensen niet meer weten wat de waarheid is. Ze raken alleen maar in de war en geven ?t op om de wereld nog te begrijpen. Die tactiek is heel effectief geweest voor Rusland.
?Wat wij tegenover dat liegen stellen, is het volgende: je kunt informatie verzamelen van uiteenlopende, onafhankelijke bronnen, die kun je verifi?ren, je kunt feiten naast elkaar leggen en vergelijken en dat alles met het doel zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen. E?n van de redenen waarom de Russen zo heftig regeren op mij en op Bellingcat is dat ze ons als bedreiging zien. Als ze nu liegen, zeggen wij: wij gaan laten zien hoe je liegt, we laten in onze presentaties en verslagen elke stap van een leugen zien. En dat is beschadigend voor ze. Als het wantrouwen bij het publiek al groot is en je wordt als leider constant als leugenaar weggezet, dan ben je niet langer leugenachtig, dan word je belachelijk. En dat is veel beschadigender. Als mensen gaan lachen om een overheid, nemen ze die niet meer serieus.?

bellingcat2

Dus regeringen logen altijd al, maar pas nu hebben we de kans om ze te ontmaskeren?
?Het gaat me niet alleen om regeringen. Dat ik ging bloggen, was ook omdat ik verslagen tegenkwam in de media van gebeurtenissen waarvan ik wist uit open bronnen dat de situatie complexer was dan wat ik las, of dat er meer details bekend waren, of dat de journalisten iets over het hoofd zagen. Mijn drijfveer is dus een frustratie over de manier waarop zowel overheden als media dingen weergeven: over een gebrek aan diepgang en accuratesse.?

Waarom raakt je dat zo?
?Soms voelt het alsof ik de enige ben die zo werkt. Neem het debat over de saringas-aanvallen in Syri? op 21 augustus 2013. De Syrische regering zei dat de rebellen gifgas hadden gebruikt, de rebellen zeiden dat de Syrische regering het had gedaan. Ik weet dat het de regering was, omdat ik een jaar lang elke flinter informatie heb bekeken die ik maar kon vinden en alles wees maar ??n kant uit. En toen kregen we de Pulitzer-prijswinnaar Seymour Hersh die schreef (Ptd: in de London Review of Books) dat de rebellen het hadden gedaan. Hij had ??n of twee anonieme bronnen en een verhaal dat nergens op sloeg. Ik had foto?s, video?s, alles. Als ik niet al dat werk had gedaan en al die tijd had doorgezet, wie had het dan wel gedaan?
?Daarom trainen we zo veel mogelijk organisaties en mensen: we trainen Koerdische journalisten uit Noord-Irak, Syrische journalisten, journalisten uit heel Oost-Oekra?ne. Dat we zo populair zijn bij al die mensen, is slecht nieuws voor sommige publieke figuren. Maar als een journalist een verhaal maakt met onze methoden en aantoont dat Amerika iets slechts heeft gedaan, ben ik ook blij dat hij onze kennis heeft gebruikt.?

bellingcat1

Maar waar komt die gedrevenheid vandaan?
?Ik heb een licht obsessieve persoonlijkheid. De drang om me bezig te houden met grote conflicten in de wereld kwam, toen ik werkte bij een uitvoeringsorganisatie die bezig was met huisvesting voor vluchtelingen. Ik deed de administratie: spreadsheets bijhouden, dat soort dingen. Toen mijn organisatie geen nieuw contract kreeg, hadden we naar verloop van tijd zo weinig vluchtelingendossiers onder handen dat ik veel tijd overhield die ik doorbracht op een live blog dat The Guardian bijhield over de opstanden in het Midden-Oosten. Na het uitbreken van de opstand in Libi? in 2011, bekeek en las ik echt alles wat ik maar kon vinden, dag in, dag uit. Je kon makkelijk geobsedeerd raken door de frontlinies op de voet te volgen. Want je zag het conflict gewoon van dag tot dag voortbewegen. Dat ik er ook over begon te bloggen, was omdat ik tweets voorbij zag komen van strijders die vertelden wat ze gingen doen. En dat was vaak iets heel anders dan wat ik verslaggevers in het gebied hoorde vertellen. Die hadden het over artillerie hier en dat daar? Ik had een macro-beeld, zij zaten ertussenin. Ik zag het patroon dat zij niet konden zien. Wat ik opschreef, werd op dat moment grotendeel genegeerd, want de verhalen van de verslaggevers klonken interessanter. Toen rukten de rebellen op naar Tripoli, en dat kon je van bovenaf zien aankomen. De val van de hoofdstad was voor mij een heel stuk minder verrassend dan voor een hoop andere mensen die ermee bezig waren.?

Daarna kwam het volgende conflict op stoom, de burgeroorlog in Syri??
?In 2012 kwam de eerste grote massamoord in het Syrische conflict bij Houla. Ik was in die tijd nog een beetje aan het posten op mijn blog en op sociale media over wat ik tegenkwam in tweets en in video?s op internet, zonder dat het veel effect had. Maar toen gebeurden er twee dingen. Ten eerste ging ik me realiseren dat Syrische groepen video?s publiceerden op specifieke YouTube-kanalen, het werd me duidelijk dat er in verschillende delen van Syri?, verschillende groepen hun eigen specifieke YouTube-kanalen hadden en dat je al die video?s kon verzamelen en catalogiseren en kon volgen. Inmiddels volg ik zo?n duizend videokanalen op YouTube. De tweede ontwikkeling in 2012 was dat een nieuwsorganisatie een keer doorlinkte naar mijn blog waardoor ik opeens tweehonderd views had. Ik dacht: wow, wat ik doe, kan dus interessant zijn voor een nieuwsorganisatie!
?Ik bleef dagelijks al die bronnen volgen en ging er meer over schrijven. Dat leidde tot het Kroatische wapens-verhaal. (Ptd: Hierbij wierp Higgins licht op een geheime operatie waarbij westerse landen de Syrische rebellen bewapenden met wapens uit Kroati?. De wapens doken, onder andere, op in YouTube-video?s van Ansar al-Islam, een jihadistische groep. Het verhaal werd groots opgepakt door The New York Times.) Omdat ik nu meer bekendheid kreeg, drong door dat ik ook als eerste had geschreven over het gebruik van clusterbommen door de Syrische regering. Opeens kwam Human Rights Watch langs om te vragen of ik alle video?s van clusterbommen voor ze kon verzamelen. Ik kreeg er een kleine consultancy fee voor en realiseerde me voor het eerst dat ik ook geld kon verdienen met dit soort onderzoek.
?Ik deed trouwens ook als eerste onderzoek naar het gebruik van de barrel bomb (zelfgemaakte explosief) en het gebruik van chemische wapens natuurlijk.?

Duizenden video?s bekijken van wapens en wat ze aanrichten, is dat niet heel zwaar?
?Ik praat hier vaak over met een nieuwsorganisatie die First Draft heet en zich bezighoudt met media die gemaakt zijn door ooggetuigen. (Ptd: First Draft vraagt aandacht voor het risico op secundair oorlogstrauma bij mensen die voor hun werk de hele dag media van ooggetuigen bekijken.) Belangrijk is dat je leert compartimenteren, je kijkt naar iets maar je weet voor jezelf: dit is niet mijn leven, dit gaat niet over mij. E?n van de dingen die ik nooit doe, is het geluid aanzetten van een video. Als je het geluid uitzet, blijft het beeld nog steeds afschuwelijk, maar het komt minder binnen. Overigens hoef ik in veel gevallen geen video?s met slachtoffers te bekijken. Die video?s hebben zelden nieuwswaarde voor ons. Ze hebben shockerende waarde en nieuwsorganisaties zullen ze daarom soms publiceren, maar ze leveren zelden nieuwe inzichten op.
?De moeilijkste video voor mij was die over James Foley. (Ptd: De Amerikaanse journalist en videoverslaggever James Foley werd in 2012 in Syri? ontvoerd, in augustus 2014 werd hij onthoofd door ISIS, formeel als represaille voor Amerikaanse aanvallen op Noord-Irak.) James had me een paar keer gemaild met wat vragen, ik kende hem niet goed maar ik kende wel veel van de mensen om hem heen. Er waren zo velen die met hem hadden gewerkt, voor zijn vrijlating hadden gevochten en campagne voor hem hadden gevoerd. Ik belde er meteen zo veel mogelijk op om te zeggen: ga niet op sociale media kijken want ze posten beelden van de onthoofding en het is te erg. Vervolgens waren er zo veel mensen die de inhoud van de video wilden weten maar zelf niet wilden kijken, dat ik een transscript heb gemaakt van wat James zei. En een apart transscript van wat zijn moordenaar zei. Zodat zijn laatste woorden gescheiden zijn van de jihadistische propaganda.?

Wat een mooi eerbewijs aan Foley?
?Ja, alleen om dat te doen, moest ik de hele video heel langzaam bekijken en elke vijf seconden stoppen om de transscriptie te kunnen maken. Maar goed, nog erger was de allereerste keer dat ik de video zag. Ik zag die avond eerst een tweet voorbijkomen over een nieuwe video van ISIS. Ik voelde er niets voor om meteen te kijken, want met aandacht voed je ze alleen maar, zo was nog de redenatie. Maar een half uur later zag ik een tweet van iemand die zei: is dat niet James Foley op een video? Toen ging ik ook kijken. Je moet je bedenken dat ze bij ISIS van die video?s van 400 megabyte of groter maken en alleen over hele langzame providers beschikken, omdat ze geen gebruik kunnen maken van de standaard snelle providers. Dus toen ik deze video van 5 minuten downloadde, kon ik telkens 10 seconden zien en moest dan weer 5 minuten wachten op de volgende 10 seconden beeld. De eerste helft van de video was onzin, maar in de tweede helft ging ik denken: ze gaan dit toch niet echt doen? En dat deden ze dus wel.?

Dan moet je toch ook bang zijn voor een posttraumatisch stress-syndroom??Video?s van gifgasaanvallen zijn toch ook heftig?
?We hebben veel onderzoek gedaan naar de saringas-aanvallen op 21 augustus 2013. Een belangrijk deel van het werk was vaststellen welke stof er was gebruikt, want de artsen en hulptroepen op de grond wisten natuurlijk ook niets van sarin. We moesten dus kijken naar de symptomen die mensen hadden. We zijn toen systematisch voorbeelden gaan verzamelen van beelden van alle chemische aanvallen die plaatshebben. We hebben die methode nu geformaliseerd zodat we ook nieuwe video?s met deze beelden meteen goed opslaan. Dus hier op mijn scherm zie je allemaal video?s van chemische aanvallen. Maar dat waren dus honderden video?s in totaal die we bekeken en waarbij ook heel veel kinderen in beeld kwamen. Hierdoor werden de beelden ervan extra belangrijk als bewijsmateriaal, maar het is heel moeilijk om ernaar te kijken, zeker als je net zelf kinderen hebt.?

?Ik denk dat dat dan onderhand al wel was gebeurd. Maar ik snap wel waarom anderen daarvan last krijgen. Je wordt gevoelloos, soms vind ik het moeilijk om nog te beoordelen hoe andere mensen op iets zullen reageren. Er was een tijd dat een onthoofding me echt shockeerde en nu kan ik er gewoon naar kijken, ik vind het niet fijn maar die fysieke reactie waarbij je huid begint te prikken en dat soort dingen, die heb ik niet meer. Alleen soms word je opeens overvallen door wat je ziet en kun je niet langer denken: dit gaat niet over mijn leven. Dat gebeurde bijvoorbeeld toen ik beelden zag van een gewonde baby die precies dezelfde luier draagt als mijn dochter. Het gebeurde ook bij het bekijken van de video?s van de brokstukken van MH17. Je bent op zoek naar tekenen van de inslag en opeens ligt daar een knuffel tussen het puin, precies dezelfde die mijn dochter net had gekregen. Dat is dan meteen het einde van zo?n werkdag.?

Een ander punt dat je persoonlijk raakt, is je veiligheid. Daar denk je natuurlijk ook over na. Bellingcat staat niet op de gevel van dit pand, maar je adres staat wel op de website.
?Het punt is dat ik wettelijk verplicht ben als mediaorganisatie een adres te hebben. De Engelstalige Russische zender Russia Today stond hier al eens op de stoep om me te interviewen. Gelukkig was ik er niet. Maar we hebben hier ook te maken met Graham Phillips, een kaalhoofdige Britse blogger die zich in Oekra?ne ophoudt. De man is gek. Hij is net bij een onderzoekscollectief in Berlijn, Correctiv, naar binnengegaan en heeft staan schreeuwen. Ze hebben de politie erbij moeten halen. Ik zit erop te wachten dat hij ook zoiets probeert.?

En de Russen, maak je je zorgen over hen?
?Nou ja, de Russen hebben me aangevallen op Sputnick, Russia Today en allerlei Russische Russischtalige nieuwswebsites. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken heeft me aangevallen op een persconferentie. Een paar weken geleden hadden we weer last van een trollencampagne waarbij ik en mijn werk werden aangevallen. Maar dat heeft ons juist ook weer geholpen om allerlei websites te identificeren die deel uitmaken van deze trollenfabrieken. Je gaat al snel de punten waarop ze je aanvallen herkennen. Maar ik moet zeggen, na 45 artikelen over mezelf waarin ik word zwart gemaakt, weet ik het wel.
Al met al denk ik dat als iemand me echt zichtbaar zou aanvallen, dat dat wel heel stom zou zijn. Ik ken een hoop juristen en andere deskundigen die zeker zullen helpen. Dus ik gok dat mijn netwerk en mijn reputatie me zullen beschermen. Iedereen weet maar al te goed dat Rusland me in de gaten houdt en me lastig valt.?

Wat doe je over tien jaar??Wat houdt jullie financi?le onderzoek in?
?We doen dit samen met het OCCRP, het Organized Crime and Corruption Reporting Project. We gaan ze helpen met een openbronnenonderzoek naar witwas- en smeergeldpraktijken. Paul Radu, die aan het hoofd staat, wil een netwerk uitbouwen van financieel specialisten waardoor je geldstromen kunt volgen door Europa of waar zo?n stroom ook maar naar toegaat. Belangrijk aan zo?n netwerk is dat je in elk land mensen hebt zitten die goed inzicht hebben in wat er in hun land met dat soort geld gebeurt. En ja, dat gaat ook over Amsterdam. Nu al komt er veel geld naar Groot-Brittanni? waar iets mee is. Ik sluit niet uit dat na de Brexit wordt geprobeerd om delen van de financi?le sector zo te dereguleren dat hier nog veel meer geld naartoe komt.
?Voor ons financi?le onderzoekswerk hebben we net geld gekregen van het fonds voor onafhankelijke journalistiek van de Open Society Foundation van George Soros en daarmee hebben we nu een specialist kunnen aantrekken. We hebben de afgelopen jaren al een proef gedaan met het onderzoek The London Project Investigation dat vooral was gericht op geld witwassen in Groot-Brittanni?. Dat gebeurt op hele grote schaal en wat we tegenkomen, is echt schokkend.?

Maar wat is het businessmodel?
?Dat is op dit moment fondsenwerving. Trainingen kunnen een bron van inkomsten zijn, maar tot nu toe hebben we hiervoor geen structuur. Als een van ons een training geeft, rekent hij dat zelf af. We moeten ook professionaliseren om geld binnen te kunnen halen. Het Nederlandse fonds Adessium (Ptd: van defamilie Van Vliet, een gulle gever op het gebied van onderzoeksjournalistiek) heeft ons net geld gegeven om professionele hulp te zoeken bij het opstellen van een goed businessplan. Want al heb ik vaak financieel werk gedaan, van businessplannen heb ik weinig begrepen.?

Wanneer doe je dit allemaal, hoe besteed je je tijd?
?Dat is een groot probleem, ik ben zo veel tijd kwijt met belastingaangiften, facturen, fondsen aanvragen, samenwerken met organisaties, praten met de media, want dat laatste is ook echt een groot deel van mijn werk. En dan probeer ik tijd voor mijn gezin te vinden. Ik reis ook nog veel tegenwoordig en als ik dan terugkom, zegt mijn vrouw niet: okay, ga lekker terug naar je werk. Nee, ik heb dan iets goed te maken. Al met al ben ik veel meer manager geworden dan me voor ogen stond, dus daarom is professionalisering hard nodig. Ik ben in oktober uitgenodigd voor een bijeenkomst in Itali? die Beyond Disruption heet. Een van de organiserende partijen is uit Nederland, even kijken, ? hier staat het: de Stichting Democratie en Media. Afijn, ze hebben vijftig mensen uitgenodigd van organisaties zoals het OCCRP en andere organisaties zoals wij met een ongebruikelijk businessmodel. Maar er komen ook topmanagers van de traditionele nieuwsmedia. We gaan drie dagen praten, ik hoop daar echt iets te bereiken.?

Je bent nu 37 jaar. Hoeveel slaap je dan?
?Ik heb twee jonge kinderen, dus meestal ga ik rond 23.00 uur naar bed en word ik wakker om 6.00 uur en twee keer gedurende de nacht.?

Dus je zit niet tot 3.00 uur ?s nachts achter je scherm?
?O nee, ik ga om tien uur naar bed als ik kan. Ik slaap zo veel mogelijk. Soms werk ik bij de Atlantic Council met Max, dat is een briljante vent die maar doorgaat. Na vier, vijf dagen met hem ben ik helemaal kapot.?

Maar goed, het is je toch gelukt: zo te horen vindt iedereen Bellingcat zo belangrijk dat ze er geld voor wil geven. Soros, Atlantic Council, Google, Adessium?
?Het duurt echt een tijd voor zoiets op gang komt. Niemand wil de eerste zijn die je geld geeft. Overal waar je een aanvraag indient, vragen ze: wie steunt je nog meer? Gelukkig gaf Google Media ons op een goed moment geld. Dat hielp. De bekendheid die we kregen door ons MH17-onderzoek heeft ook enorm geholpen. Maar nu komen we op een ander punt aan: we moeten een structuur bouwen waardoor ik tegen een potenti?le donor of investeerder kan zeggen: dit en dit ga ik met je geld doen. We hebben wel veel gulle vrienden, maar zij betalen voor de sexy dingen. We hebben nu geld nodig voor de niet sexy dingen als organisatie en archivering. Een complicatie hierbij is dat ik niet bij ??n partij in de broekzak wil zitten. Ik heb onlangs een heel groot bedrag afgeslagen, puur omdat ik niet afhankelijk wilde zijn van hen. Het liefst wil ik met vijf of zes partijen praten en ze allemaal om 100.000 euro vragen.?

Maar hoe zit jullie organisatie nu in elkaar?
?Ik werk sinds een tijdje twee dagen per week voor de Atlantic Council. De enige fulltime-employ? in de afgelopen jaren was Aric Toler die ik heb leren kennen na MH17. Hij is nu projectleider voor Oost-Europa. We hebben een projectleider voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika en een financi?le onderzoeker. Daarnaast hebben we het onderzoeksteam van Bellingcat met zo?n vijftien vrijwilligers zoals Christiaan Triebert, die het Turkse WhatsApp-verhaal heeft gedaan. Het onderzoeksteam is ontstaan door Aric die na MH17 online eerst met mij in discussie ging en vervolgens in gesprek is gegaan met mensen die online contact met ons opnamen en suggesties deden voor verder onderzoek of die goede vragen hadden. Zo kwam het team tot stand.
?Ik zal je laten zien hoe we werken: op het computerscherm zie je het programma Slack waarmee we al onze communicatie doen. De mensen die je hier ziet staan, zijn mensen uit mijn team die ik vertrouw en die goed zijn in wat ze doen. En hier staan de onderwerpen ? en nee, je mag ze niet fotograferen, sommige van deze onderzoeken zijn geheim. Hier in deze kolom zie je de discussies die we hebben. Deze discussie gaat over de Russische luchtaanvallen in Syri?, en deze is over een onderzoek van Christiaan. Hij werkt samen met Airwars, een organisatie die zich bezighoudt met het registreren van luchtaanvallen en tellen van slachtoffers in de Syrische oorlog.?

Christiaan zit toch in Singapore?
?Ik heb eerlijk gezegd geen idee waar hij nu zit. De laatste keer dat ik hem sprak, zat hij in Maleisi?, hij reist constant. Het zou geweldig zijn als we Christiaan bijvoorbeeld fulltime in dienst zouden kunnen nemen, hij doet fantastisch werk. Maar ik kan hem niet te veel lastig vallen, want hij moet afstuderen. Hij studeert aan King?s College in Londen.?

Is het moeilijk wat jullie doen? Wat moet je ervoor kunnen?
?Wat ik vooral zoek in mensen is een obsessief trekje. We hebben mensen nodig die honderden, duizenden foto?s met aandacht bekijken, een eindeloze stroom berichten op sociale media kunnen doornemen. Maar ik moet ook oppassen: ze moeten niet gek zijn, want daar heb je er ook genoeg van op de wereld. Ze moeten helder kunnen denken en dat betekent ook dat ze niet emotioneel betrokken mogen zijn. MH17 had natuurlijk een grote invloed in Nederland. Veel Nederlanders hebben hulp aangeboden om mee te werken aan ons onderzoek, maar daar konden we niet altijd op ingaan.
?Het is belangrijk dat onze mensen altijd beseffen dat ze met aannames werken en een streep kunnen trekken waar ze niet overheen gaan. Slack speelt daarbij een grote rol: via het programma discussi?ren we over onze idee?n en wat we tegenkomen. We bestrijden constant elkaars aannames en door dat te doen ga je na verloop van tijd steeds beter aanvoelen waar de valkuilen zitten.?

Veel mensen maken zich zorgen over onze wereld. Doe jij dat ook??Een beetje obsessief, maar niet gek: hoe vis je die mensen eruit?
?Veel mensen mailen ons en schrijven: ik wil graag helpen. Maar dan krijg je opeens een mail van iemand die schrijft: ?Ik heb een blog waarop ik informatie verzamel over inslagkraters in Oekra?ne. Ik heb ze allemaal in kaart gebracht.? Dat is nu precies dat obsessieve dat je zoekt: je leest zo?n mail en je weet dat dat werk op die manier geen zin heeft, maar zo iemand heeft wel de juiste instelling.
?En met dit onderzoek naar kraters zijn we via Slack met hem verder gegaan, we hebben alle kraters nagemeten en bepaald wat de richting van de inslag moet zijn geweest. Al die data hebben we verwerkt in een Google Fusion Table om het gemiddelde te berekenen en op basis daarvan hebben we uiteindelijk de lanceerlocatie kunnen bepalen, over de grens in Rusland. Toen we die eenmaal hadden, konden we aanvullend onderzoek doen op basis van geolocation naar die plek en hebben we posts op sociale media gevonden van soldaten die vanaf die basis schieten op Oekra?ne. Dit onderzoek is vervolgens aangehaald door een expertgetuige in een Russische rechtbank. En de rechter heeft daarop gezegd: wat een briljant onderzoek! Dus nu hebben we een Russische rechter die bewijs accepteert op basis van mijn methode. En dat heeft er weer toe geleid dat we benaderd zijn voor een zaak die speelt voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens waarnaar deze Russische rechtszaak wordt verwezen. Dus je begint met iets heel kleins en het bouwt op tot iets heel interessants.?

?Nou, dat hangt af van de Amerikaanse verkiezingen. Gisteravond was ik even mezelf kwijt op Twitter over Donald Trump (Ptd: Higgins verstuurde ruim twintig tweets over Trump in een uur), maar doorgaans ben ik niet iemand die zich vaak zorgen maakt. Als ik me zorgen maak over iets, moet ik er ook iets aan kunnen doen. Aan veel dingen kan ik niets doen.?

Maar neem de aanslagen in Europa, houden die je net zo bezig als de oorlog in Syri??
?Drie dagen na de aanslagen in Parijs vonden we de Facebookpagina van een van de aanslagplegers, Bilal Hadfi. We vonden hem, omdat hij op de beelden die via de media werden verspreid hetzelfde shirt droeg als op een Facebookpagina. (Ptd: Dit onderzoek wees uit dat Bilal Hadfi nog een Facebookpagina had onder de naam ?Billy du Hood? waarop hij met wapens op foto?s staat, waaronder een automatisch AKMS-geweer.) We hebben zeker twee uur lang met het team foto?s vergeleken om vast te stellen dat hij precies hetzelfde shirt droeg ?n dat hij een bruine vlek tussen zijn wenkbrauwen had. In dit soort situaties bekijken we elk stukje huid, elke moedervlek en elke haar in een gezicht voordat we ook maar iets naar buiten brengen of de politie informeren.
?En heb je gezien wat we dit voorjaar met de ISIS-mediacampagne hebben gedaan? Er werd door ISIS een video aangekondigd waarover grote opwinding ontstond op social media onder de aanhangers. Tegelijkertijd moedigde ISIS de fans aan om een stukje papier te posten met daarop de hashtag van de campagne en dan: ISIS is hier en dan de naam van het land of de stad: Parijs, Londen of Amsterdam. Ik zag de eerste foto?s op social media voorbijkomen en dacht: er staat zo veel achtergrond op die foto?s dat we de plekken waar ze gemaakt zijn, kunnen lokaliseren. Op de foto die vanuit Duitsland was gepost, is bijvoorbeeld een advertentiezuil in beeld. We zochten het bedrijf op dat deze buitencampagnes doet en op hun website staat een interactieve kaart waarop al hun zuilen te vinden zijn. In no time hadden we de plek van de foto gevonden. Andere locaties vonden we terug door op social media te vragen of iemand een plek herkende.
?Het hele punt van de ISIS-campagne was natuurlijk: wij zijn ISIS, we zitten overal, want dat is de narrative die ISIS probeert de pushen. Maar nu gebeurde het omgekeerde: door te laten zien dat we makkelijk konden achterhalen waar de foto?s waren gemaakt, werd de campagne in plaats van angstaanjagend en ongrijpbaar opeens een beetje knullig. Over de ISIS-video waar het allemaal om ging, en die eigenlijk een interessante speech bevatte, had niemand het meer.
?Alleen al daarom zou ik meer van dit soort dingen willen doen. Maar er zijn een heleboel goede organisaties en individuen die goed onderzoekswerk doen naar ISIS. En soms moet je dan ook denken: als ik hier nog meer over ga publiceren, verspil ik ook een hoop energie die we hard nodig hebben voor andere onderzoeken. Maar ik beschouw dit wel als een groot succes omdat we hebben laten zien hoe je openbronnenonderzoek ook kunt gebruiken om iets om te draaien en te laten zien: zo zit het echt!?

Dat maakt jouw werkterrein nog veel omvangrijker. Hoe kijk jij naar de machtspositie die Facebook en andere grote Silicon Valley bedrijven hebben verzameld als het om onze informatievoorziening gaat? Vind je dat een probleem?
?Ik weet het niet. Als ik een presentatie houd voor de Atlantic Council praten we over de ?medium and the message? en hoe de boodschap is verspreid in de laatste duizend jaar. Dan beginnen we met de slagvelden van de Engelsen en hoe dat verhaal wordt verteld op tapijten zoals in Bayeux. Daarna kwam de schilderkunst, toen de drukpers, en vervolgens kranten, radio en tv. De echte grote verandering is van de laatste tien jaar, door sociale media komt de informatie nu van individuen. Maar het gaat inmiddels niet meer alleen om hoe informatie wordt verspreid maar om hoe wij die ervaren. Neem VR (Ptd: virtual reality).
?Wat ik interessant vond aan de laatste speech die Mark Zuckerberg hield over de toekomst van Facebook, was dat hij vertelde over hoe je een film of video in je eigen huis kunt maken en die kunt delen op Facebook zodat mensen meteen via VR de ervaring kunnen delen. Dus als je naar de mediadragers kijkt die worden gebruikt: tapijt, schilderij, foto, video, high-definiton-video, VR, naar ervaringen waarbij je volledig wordt ondergedompeld (immersive experiences). Dat is waar we naartoe gaan. Hoe mensen dingen delen, is dus van borduren naar tweeten gegaan. Delen is een instant gebeurtenis geworden en nu komen we op het punt dat mensen in een kamer zitten, op een knop drukken en dan zit er opeens nog iemand anders in de kamer. De onmiddellijkheid van informatie, daar gaat het om. Je kunt midden in een luchtaantal van Syri? zitten en die beelden livestreamen. We zien nu al 360-video uit Syri? komen. Ik zit te wachten op de eerste 360-video van ISIS.
?We hebben al allemaal een videocamera, draagbare technologie en camera?s op het dashboard van de auto. Nog even en al onze telefoons hebben 3D- en 360-camera?s.?

?We zullen nog veel meer materiaal moeten bekijken, dat staat wel vast. Als over tien jaar de oorlog in Syri? nog steeds voortduurt en iedereen loopt rond met een 3D- of 360-camera die je kunt streamen, dan hebben we duizenden livestreams tegelijk en dat constant. Hoe gaan we dat monitoren? Als iemand wil livestreamen hoe een ander in stukken wordt geschoten? Dat kan en daar is publiek voor.?

Dus over deze bedrijven en wat zij van ons weten, maak je je niet zo?n zorgen. Wel over de mogelijkheden die ze cre?ren?
?Nou ja, de social-mediabedrijven cre?ren de manieren waarop wij informatie delen. Zij beslissen uiteindelijk hoe informatie wordt gedeeld. Daar zitten interessante juridische kanten aan. Als je denkt aan die vrouw die een livestream op Facebook maakte van haar vriend die net is beschoten door de politie en bloedend en stervend naast haar zit terwijl zij vertelt wat er is gebeurd. (Ptd: Diamond Reynolds uit Minnesota maakte deze livestream op 6 juli 2016.) Wat voor bewijs is dat? Dit soort dingen zullen we steeds vaker zien.?

Op jullie eigen blog laten jullie Amerikaanse politieagenten zien die video?s maken van hun arrestaties tijdens de Republikeinse Conventie.
?Precies! En daarmee komen we terug om mijn punt dat het gaat om het wantrouwen dat mensen voelen. Dat er onderhand altijd en bij iedereen een verwachting is dat er beelden zijn waaruit blijkt hoe iets echt is gegaan. Zolang ze geen beelden hebben gezien, weten mensen niet meer of ze nu het ene verhaal moeten geloven of het andere.?

En daarom is kennis over verificatie zo belangrijk? Omdat je moet vaststellen of en hoe beeldmateriaal is gemanipuleerd?
?Er is een rapport uit 2014 dat heet Syria?s social mediated civil war van het United States Institute of Peace waarin wordt uitgelegd dat met zo veel informatie van zo veel verschillende partijen, er een rol ontstaat voor wat de rapportschrijvers de ?gatekeepers? noemen. Dat zijn de specialisten op een bepaald onderwerp, zoals een oorlog, mensen die al die informatie onderzoeken en cureren, en er iets begrijpelijks van maken dat ze kunnen doorgeven aan journalisten. De gatekeepers worden net zo invloedrijk als de seniorredacteuren van kranten in het verleden. Er ontstaat dus een nieuwe laag tussen gebeurtenis en journalist, en het is aan journalisten om uit te vinden wie de betrouwbare gatekeepers zijn.?

Bronnen: Reporters Online

Alles weten zonder tappen

Slimme speurders als zien politici hopeloos achterlopen
bellingcat NAC

Politici hebben nog geen flauw benul van de mogelijkheden van speuren naar informatie in openbaar beschikbare data. Dat merkten oprichter Eliot Higgins van burgerjournalistenforum Bellingcat en Maks Czuperski van de Atlantic Council tijdens een gesprek met enkele Tweede Kamerleden.

?Je zag ze de spreekwoordelijke slaap uit de ogen wrijven?, blikt Czuperski van de Amerikaanse denktank terug op de ontmoeting.

Bellingcat werd in 2014 op slag wereldberoemd nadat Higgins, ondersteund door een groep vrijwilligers, binnen enkele dagen een overtuigende serie bewijzen op een rijtje had gezet dat het een Russische Buk-raket was die vlucht MH17 trof. Hoe Bellingcat daaraan kwam? Gewoon, door slim te speuren op sociale media, zoals YouTube en Vkontakte, de Russischtalige versie van Facebook.
Via Vkontakte en een ander sociaal netwerk wist Bellingcat bovendien de gehele 53e Luchtafweerraketbrigade in kaart te brengen, compleet met naam en foto. Het is informatie die het Nederlandse Openbaar Ministerie dankbaar in ontvangst nam, vertelt Higgins.

Of er wat met de informatie gedaan wordt, weet hij niet. ?De twee gesprekken die ik heb gehad, waren eenrichtingsverkeer.?
Wat Bellingcat doet, is precies het tegenovergestelde. De site probeert juist de kennis van verschillende specialisten te bundelen, waarna op een internetplatform elkaars bevindingen worden gecontroleerd.

Het contrast met de grote inlichtingendiensten is enorm: geen duizenden medewerkers en gigantische datapakhuizen zoals bij de Amerikaanse NSA, laat staan de roep om het massaal aftappen van al het internetverkeer, waarover in ons land discussie is. ?Er is al zo veel informatie beschikbaar?, legt Higgins uit. ?In een fotobestand zit vaak informatie over de locatie waar de foto genomen is. Die kan je naast andere foto?s van de plek leggen.?

Toch komt er ook na doorvragen geen spoortje van kritiek op het werk van westerse opsporingsinstanties. Zou dat komen omdat Higgins banden heeft met de CIA, zoals her en der wordt beweerd? De oprichter, ??n van de twee vaste betaalde krachten bij Bellingcat, heeft die vraag al zo vaak gehoord dat hij erom kan glimlachen. ?Dat is Russische propaganda. En tegelijkertijd ook het enige antwoord dat ze op ons hebben.?

Dat inlichtingendiensten zo niet werken, komt voort uit luxe, denkt Czuperski. ?Waarom zou je een detail van een foto onderzoeken als je het recht hebt bij iemand binnen te vallen?? Ook loopt wetgeving per definitie achter op de technologische ontwikkelingen.

Sociale media uitschakelen is op internet volgens het duo niet meer denkbaar. Higgins: ?In Turkije doet Erdogan dat na aanslagen. Wat gebeurt er? Vele duizenden mensen leren hoe ze via een digitaal omweggetje in het buitenland alsnog op Twitter kunnen komen.?

digital-tunnel-wallpaper1

Czuperski vergelijkt de werkwijze met een digitaal oor. ?Dat moet je goed richten, maar dan kun je vanuit de hele wereld mensen horen praten. Media hebben het nu over hoe onduidelijk de situatie in Azerbeidzjan is. Nou, op sociale media kun je gewoon lezen dat iedereen daar om hulp schreeuwt.?

De voormalige Russische deelstaat is in oorlog met het oude moederland. Weer president Poetin. Net als dinsdag, wanneer Bellingcat de propaganda over de deelname aan de oorlog in Syri? zal ?debunken? met behulp van Russische data.

Waarom neemt Bellingcat hem steeds op de korrel? Daar zit geen enkel politiek motief achter, bezweert Higgins. ?Het is gewoon de meest interessante man van deze tijd.?

Bronnen: De Telegraaf, Pressreader

Nederlandse speurders van Bellingcat

bellingcat_HP_logo_black

Al enige tijd bloggen wij over het Bellingcat?initiatief. Een online platform voor burger-onderzoeksjournalistiek die?op geheel eigen wijze bijdragen?aan de opsporing, zoals een uitgebreide?analyse van de neergehaalde vlucht MH17. Eliot Higgins?startte het initiatief?in de zomer van 2014 op?na?een crowdfunding actie op KickStarter. Binnen exact vier weken?behaalde hij zijn target van 47.000 pond op Kickstarter, nadat hij eerder al via Indiegogo geld binnenhaalde voor zijn Brown Moses-blog?waarop de destijds werkloze boekhouder op systematische wijze vrij toegankelijke informatie op sociale media begon te analyseren en verifi?ren en erachter kwam hoe het?Syrische leger clusterbommen gebruikte.

Met Bellingcat wil Higgins deze vorm van onderzoeksjournalistiek een stap verder brengen en professionaliseren. ?Het is ongelofelijk hoe weinig mensen weten hoe je?open source-onderzoek uitvoert?, zei hij in een eerder?interview?met?Journalism.co.uk. En dat terwijl online content steeds vaker strategisch wordt gebruikt, meent Higgins. Bellingcat ging direct online en werd ingezet bij de analyse van de neergehaalde vlucht MH17.

Inmiddels is er al veel geschreven over Bellingcat, dus hoog tijd om ook wat te horen van de Nederlandse leden die hebben bijgedragen in diverse zaken, waaronder de voor Nederland zo omvangrijke opsporingszaak MH17.

Een interview met?Pieter van Huis

20160224-dwdd-gesprek2_8

Een van die leden is Pieter van Huis. Ik stelde?hem een paar vragen over hoe hij het werk via dit platform ervaart.?Eerder gaf hij een?radio interview?en zat?hij in DWDD:

  1. Kun je wat vertellen over wie je bent en wanneer en hoe je met Bellingcat in aanraking kwam?

Ik ben momenteel aan het afstuderen in geschiedenis. Mijn interesse in de voormalige Sovjet-Unie en de islamitische wereld bracht mij in aanraking met Bellingcat. Ik kende de oprichter, Eliot Higgins, al voordat hij zijn eerste blog was begonnen. Niet persoonlijk, maar we waren actief op hetzelfde forum waarop veel mensen zaten die de conflicten in het Midden-Oosten en later ook Oost-Europa aandachtig volgden. Zo werd ik er getuige van hoe hij, puur als hobby, was begonnen met een blog?waarop hij de wapenhandel richting?Syri? in kaart bracht aan de hand van verzamelde YouTube video?s.

Op een gegeven moment stapte?ik zelf met een onderzoek op hem af?dat uiteindelijk ook op de website werd geplaatst. Nadat hij de eerste opzet van mijn onderzoek had gelezen werd ik uitgenodigd om lid te worden van het Bellingcat MH17-onderzoeksteam. Dit team bestond toen nog slechts uit zeven man. Het team bleef groeien en hield zich uiteindelijk steeds meer bezig met onderwerpen die niet aan de MH17 gerelateerd waren.

  1. Wat is of was jouw motivatie om er zoveel tijd in te stoppen?

Voornamelijk mijn interesse in oorlog en conflicten, maar ook het gevoel iets te willen betekenen voor mensen die groot onrecht is aangedaan. Er komt een soort verantwoordelijkheidsgevoel bij kijken, want veel van de gegevens die wij verzamelen worden weer verwijderd. Als wij deze niet tijdig opslaan dan zijn ze wellicht voorgoed verdwenen.

De meesten van ons, waaronder ikzelf, kunnen echter niet fulltime voor Bellingcat werken. Bijna niemand van ons verdient geld met bijdragen, dus alles gaat ten koste van onze eigen?vrije tijd. Op een gegeven moment bereikt iedereen een punt waarop hij uitgeput lijkt te raken. Zo ben ik zelf ook lange tijd inactief geweest, of semi-actief omdat ik simpelweg geen tijd en energie over had.

  1. Noem een paar voorbeelden van projecten waar jij je voor hebt ingezet.

Mijn eerste onderzoek ging over de gevechten en gewelddadigheden in de stad Marioepol op 9 mei 2014. Oekra?ense soldaten werden er in de media van beschuldigd dat zij opzettelijk op burgers hadden geschoten. Deze beschuldigingen speelden een belangrijke rol in de Russische propaganda en werden soms ook overgenomen in de internationale media. Ze werden echter nooit goed geverifieerd. Vooraf leek het geen groot onderzoek, maar uiteindelijk groeide het uit tot een groot onderzoek dat enkele maanden kostte om in mijn eentje te voltooien.

victim4impact

Met een grondige analyse kon ik aantonen dat er zich in Marioepol iets heel anders had afgespeeld. Uit de beschikbare beelden op social media bleek dat militanten verkleed als burgers bezig waren met de bestorming van een politiebureau. Een aanval die opzettelijk werd gepleegd op een beladen feestdag om zo een confrontatie met het publiek uit te lokken. Ook schoten mensen vanachter de menigte met vuurwapens op de soldaten. Het belangrijkste was echter dat ik kon aantonen dat Oekra?ense soldaten niet opzettelijk op burgers schoten. Wel waren ze onprofessioneel bezig. Zo schoten ze herhaaldelijk voor de voeten van betogers om zo de menigte op afstand te houden. Een getrainde militair weet echter dat hij dat op straat nooit moet doen, want de kogel ketst af (ricochet).

ShootingLocation1

Verder heb ik ook kunnen bijdragen aan het MH17-onderzoek. In eerste instantie leek het lastig om in te haken in een onderzoek dat andere leden al veel langer bezig hield. Echter, op een gegeven moment raakte een aantal van de onderzoekers duidelijk uitgeput. Toen schoot ik te hulp. Mede doordat bleek dat ik goed kon samenwerken met Daniel Romein (hieronder meer over hem), ??n van de meest actieve leden en ook?Nederlander, heb ik uiteindelijk toch belangrijke bijdragen kunnen leveren.

  1. Wat zijn voorbeelden van mooie resultaten die je gezien hebt in de diverse?Bellingcat?projecten?

Dan denk ik meteen aan de onderzoeken naar de gifgasaanval op de buitenwijken van Damascus. Nu heb ik veel heftige beelden uit Syri? voorbij zien komen, maar de video?s van zwaargewonde kinderen door gifgasaanvallen blijven mij het meeste bijstaan. De beelden die Eliot wist te verzamelen en te lokaliseren tonen duidelijk aan dat het Syrische leger verantwoordelijk moet zijn geweest voor deze misdaad. Een belangrijk gegeven, want zowel Syri? als Rusland wijzen tot op de dag van vandaag met de vinger naar hun politieke tegenstanders (een bekende tactiek).

Het onderzoek toonde ook aan dat de buitenlandse inlichtingendiensten nog weinig?gebruik maakten van open-source intelligence. Als reactie op de gifgasaanval leek de VS van plan om militair in te grijpen tegen Assad. Het was dus in hun eigen belang om met goed bewijs te komen. Het Witte Huis gaf vervolgens een kaart vrij met daarop de vermeende frontlinies die de beschuldigingen slecht ondersteunde. De met gifgas gevulde raketten hadden een bereik van maximaal ongeveer drie kilometer, terwijl de kaart van de Amerikanen de illusie gaf dat het Syrische leger op grotere afstand was gestationeerd. Met het verzamelen en lokaliseren van alle relevante beelden kon Eliot echter aantonen?dat het Syrische leger diezelfde dag binnen het bereik van de raketten bezig was met een legeroperatie.

  1. Wat voor soort mensen zijn lid van Bellingcat? (van begin tot nu)

Dat is vrij divers. Ik moet daarbij meteen onderscheid maken tussen de inzenders en de leden van het onderzoeksteam. Veel journalisten, zowel beginners als mensen met een lange staat van dienst, hebben onderzoeken aangeleverd bij Bellingcat die op de website worden geplaatst. Het voordeel voor hen is dat Bellingcat geen woordenlimiet heeft, in tegenstelling tot de meeste mediakanalen. Bovendien wordt alleen goed onderzoek geaccepteerd, waardoor de publicaties meteen al veel aandacht krijgen.

Dan is er nog het onderzoeksteam waar iemand alleen op uitnodiging bij kan komen. Momenteel hebben bijna 20 mensen toegang tot alle lopende onderzoeken, maar slechts de helft daarvan is actief. De leden komen uit verschillende Europese landen, de Verenigde Staten en het Midden-Oosten. De meeste leden daarvan zijn al vaders met een gemiddelde leeftijd van ergens in de 30, maar de laatste tijd zijn er steeds meer studenten bijgekomen. Ook hebben we nu ??n vrouwelijk lid.

De meest actieve leden van het onderzoeksteam heb ik leren kennen als mensen met een grote interesse in internationale betrekkingen en mensenrechten. Een aantal hebben journalistiek of Russisch/ Arabisch gestudeerd en hielden zich eerder al professioneel bezig met gerelateerde onderwerpen. Anderen zijn ICT’er, maar ook bij hen is de interesse in de buitenlandse politiek leidend. In principe hoef je geen bijzondere ICT-kennis te hebben voor open-source onderzoek, maar ik merk wel op dat alle leden bijzonder snel kunnen omgaan met computers en internet.

  1. Hoe blijft Bellingcat objectief en onafhankelijk?

In principe door ook onderzoeken te doen of te accepteren die niet populair zullen zijn bij de eigen regeringen van de leden. Onze critici verspreiden doorgaans het bericht dat wij alleen de belangen behartigen van NAVO-landen. Dit is onterecht, want een aantal onderzoeken op Bellingcat kaarten ook de misstanden aan van NAVO-landen of partners daarvan. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet dat Eliot als eerste bekendheid kreeg toen hij liet zien dat wapens die geleverd werden met hulp van de CIA in de handen waren gekomen van jihadisten. Dit bracht het Witte Huis alleen maar in verlegenheid.

Het blijft voor ons echter het meest uitdagend om tegen staatspropaganda in te gaan en deze is nou eenmaal het sterkst in niet-democratische landen. Dit is ook wat het publiek lijkt te interesseren. Zo werd er door ??n van ons een artikel geschreven?over de Amerikaanse luchtaanvallen op het ziekenhuis in Kunduz (Afghanistan). Dit onderzoek bleek minder populair te zijn, want de VS gaf vrij snel toe verantwoordelijk te zijn geweest voor de burgerslachtoffers. Als zij in de ontkenning waren geschoten, zoals Rusland structureel doet, dan was het onderzoek waarschijnlijk veel populairder geweest.

  1. Hoe verandert Bellingcat? Wordt Bellingcat professioneler? Wordt het commerci?ler? Waar werkt het wel of niet mee samen?

Echt commercieel zal Bellingcat nooit worden, schat ik zo in. In principe geven we de onderzoeken gratis vrij. Soms houden we ongecensureerde versies achterwege die alleen worden gedeeld met politie en justitie. In beide gevallen wordt er geen winst mee gemaakt. Misschien dat in de toekomst onderzoeken voor een geldbedrag aan kranten kunnen worden verkocht, maar ook dat zie ik niet snel gebeuren.

Eliot is wel continu op zoek naar sponsoren om de teamleden zelf te kunnen betalen voor hun diensten. Zelf krijgt hij een beurs van Google, die net hoog genoeg is om ??n ander lid in een salaris te voorzien. Samen beheren zij de website. Ook is er in het verleden samengewerkt met de Atlantic Council (een Amerikaanse denktank) om een rapport over Russische soldaten in Oost-Oekra?ne te promoten. Hier werd uiteindelijk een korte documentaire over gemaakt door Vice. Een salaris voor iedereen lijkt op korte termijn echter niet re?el. Niemand van de teamleden weet zeker of hij of zij lang door kan blijven gaan op puur vrijwillige basis.

  1. Hoe worden taken en werk verdeeld??

We maken gebruik van Slack voor de communicatie en het uitwisselen van bestanden. Elk onderzoek heeft zijn eigen kanaal en leden kiezen zelf of zij zich hiervoor aanmelden. De leden kunnen vervolgens zelf een bijdrage aan een onderzoek doen. Er worden eigenlijk nooit verwachtingen gecre?erd, want het blijft vrijwilligerswerk, maar mensen met een specialisatie of de juiste talenkennis worden doorgaans gevraagd om te assisteren.

  1. Kun je voorbeelden geven van het validatieproces van Bellingcat en eventuele methoden of tools?die daarbij gebruikt worden??

Eigenlijk maken we niet zoveel gebruik van speciale tools. Als we een interessante bron vinden (foto?s, video?s, tweets, facebookberichten, etc.) dan valideren we deze vooral door meer bronnen te verzamelen. E?n bron is geen bron, maar met meerdere bronnen kunnen we echter nagaan of alles overeenstemt.?Letten op de kleinste details, zoals schade aan gebouwen, weersomstandigheden en de stand van de zon is dan belangrijk.

Soms schakelen we de hulp in van derde partijen. Zo hebben journalisten ons in het verleden geholpen door foto?s te nemen van bepaalde plekken om belangrijke filmopnames te verifi?ren. Ook hebben we eerder met behulp van crowdfunding satellietfoto?s opgekocht. Deze tonen aan dat het Russische ministerie van Defensie opzettelijk gemanipuleerd MH-17 bewijs heeft aangeleverd. Zonder crowdfunding was dat niet gelukt, want ??n satellietfoto kost al snel meer dan duizend Euro.

  1. (Wanneer) Zou je het anderen aanraden om ook mee te doen??

Als iemand grote interesse heeft in de buitenlandse politiek en snel is met computers. Ik denk dat het onderzoeken van social media in de toekomst een steeds grotere rol zal geen spelen. Niet alleen in de journalistiek, maar ook in de politiek, het strafrecht, de terreurbestrijding en bij mensenrechtenactivisme. Je specialiseert je daarmee in iets waar nog maar weinig mensen verstand van hebben. Bovendien is het erg interessant; ik heb nog nooit zoveel geleerd over de wereld als in de afgelopen twee jaar.

  1. Welke gevaren zie je voor (werk of leden van) Bellingcat?

Dat is moeilijk in te schatten. In principe is ons werk veel veiliger dan het met een camera naar de frontlinies trekken (wat enkelen van ons ook doen, zoals ons nieuwste Nederlandse lid Christiaan Triebert). Wel zijn er veel mensen die niet blij zijn met ons werk. De meesten van ons werken vanuit landen die bescherming kunnen bieden, mocht het ooit uit de hand lopen. Anderen werken vanuit niet-democratische landen en moeten wel een schuilnaam gebruiken.

  1. Welke kansen of toekomst zou jij graag zien voor Bellingcat of soortgelijke initiatieven?

Ik zou vooral willen zien dat er in de media meer ruimte komt voor langdurige onderzoeksjournalistiek. Nu moeten veel journalisten het doen met een mager salaris en zijn kranten en journalen alsmaar bezig met het samenvatten van de laatste berichtgeving. Vandaag de dag hebben velen van hen steeds meer moeite om op eigen?poten te blijven staan, dus misschien biedt een investering in een andere en nieuwe manier van onderzoek voor hen nieuwe perspectieven.

0ecdd85f-89a0-43d2-9be2-93feea43869d

‘Daniel Romein’

Een ander Nederlands lid is Daniel Romein, een pseudoniem, dat zich stortte op het MH17 onderzoek en er bijna een obsessie van maakte. “Ik ben er in mijn hoofd erg vaak mee bezig”, zegt de man die?met de Volkskrant?sprak in een caf?.

Onwennig gaat hij zitten. Hij heeft een vriendelijk gezicht. Af en toe schiet zijn blik met een ruk naar rechts. Dan kijkt hij wie er buiten in de regen loopt. ‘Ik probeer de tegenstander altijd een stap voor te zijn’, zegt hij. Met tegenstander bedoelt hij de Russen. Hij wil voorzichtig zijn. ‘Als ict’er weet ik welke maatregelen ik moet nemen.’

Hij?werkt in het geheim voor onderzoekscollectief Bellingcat. Bijna niemand die het weet. Familie, vrienden, collega’s: de meesten hebben geen idee. Hij houdt de kring graag klein. Zelf schat hij het aantal op maximaal tien. Het afgelopen jaar onderzocht hij in de avonduren welke Russische militairen betrokken waren bij het neerschieten van vlucht MH17.

Zijn computer als wapen. Urenlang kijkt hij naar dat scherm en struint hij Russische sites en sociale media af. Hij doet het vrijwillig, naast een baan als ict’er. Soms wordt het laat – 2 uur ’s nachts – en zit hij met kleine ogen de volgende morgen op kantoor. Soms ziet hij het even niet meer zitten. Dan gaat het stroef en kan hij er met niemand over praten.

Hoewel hij nooit in Oost-Oekra?ne is geweest, staat de kaart van het rebellengebied in zijn hoofd geprent. Dan praat hij over dat ‘ene weggetje bij de grens met Sjeverny’, alsof hij er staat: ‘Voor de grens, die overigens niet helemaal duidelijk is, moet je door een nauw straatje, door een straat die over een heuvel gaat met een scherpe haarspeldbocht, of door een stuk grasland. De militaire voertuigen kiezen duidelijk voor dit laatste en gaan niet over de heuvel met haarspeldbocht omdat dat een moeilijke manoeuvre is.’

Het begint allemaal met het neerstorten van de MH17 in Oost-Oekra?ne. De beelden kan hij moeilijk loslaten. De ramp is voor hem een mix van ontzetting en obsessie met de landen die het treft: Nederland, Oekra?ne en Rusland. Al langer interesseert hij zich voor die regio. Lang geleden leerde hij Russisch. Toen de Russen de Krim binnenvielen, zocht hij naar informatie over de geschiedenis van de Krim. Net zoals toen de oorlog in Oost-Oekra?ne begon.

Romein is binnen Bellingcat degene die zich honderden, misschien wel meer dan duizend uren verdiepte in het zoeken?naar sporen op social media van militairen die betrokken zijn bij het neerhalen van het vliegtuig van Malaysia Airlines. Dat leidde tot een?rapport?dat vandaag is gepubliceerd.

“De ramp heeft mij enorm aangegrepen”, verklaart Romein?zijn motivatie. “Ik vond het zo afschuwelijk. Ik was zo kwaad. Ook al ken ik geen van de slachtoffers persoonlijk. Ik wilde weten welke idioten hierachter zaten.”

Er zit toch een risico aan dit werk, want ik weet dat de Russen echt niet blij zijn met onze onderzoeken.

In het meer dan 100 pagina’s tellende rapport staat niet?wie op de knop van de installatie heeft gedrukt waarmee de?Buk-raket is gelanceerd. Maar binnen een?groep van zo?n twintig?Russische officieren en soldaten van het Tweede Bataljon van de 53ste Brigade uit Koersk weet men volgens Romein wel wie het heeft gedaan. “We weten zeker dat het Tweede Bataljon de Buk-installatie naar de grens met Oekra?ne heeft gebracht.”

Bezeten bezoekt hij allerlei webfora. ‘Ik wilde weten wie het had gedaan.’ Mensen op Nederlandse fora blijken slecht ge?nformeerd. Al snel struint hij Oekra?ense en Russische fora af. De informatiestroom gaat hard.?Onderzoekscollectief Bellingcat komt na een paar dagen al met de eerste rapporten over mogelijke Russische betrokkenheid.?Romein stopt zijn zoektocht. Totdat Bellingcat in september met een nieuw rapport komt en Rusland aanwijst als herkomstland van de BUK. Romein heeft een nieuw onderzoeksdoel: ‘Ik ben daarna gaan kijken naar ander Russisch materieel dat naar Oekra?ne was gegaan.’

Hij bekijkt foto’s die Russische militairen op VKontakte zetten en ontdekt zo steeds meer over het gebied en de Russische militaire aanwezigheid. Zijn topografische kennis heeft hij voornamelijk van Google en de Russische tegenhanger Yandex. Voor het lokaliseren van gevonden foto’s kijkt hij naar amateurbeelden van dashcams – camera’s die de weg filmen tijdens het rijden. Uren dwaalt hij zo vanuit zijn kamer door het grensgebied tussen Rusland en Oekra?ne.

De Nederlander die vanuit huis het MH17-gebied uitkamde

Het overzicht stuurt hij in november naar Elliot Higgins, de Britse oprichter van Bellingcat. Die bedankt hem per kerende post vriendelijk. Twee weken later krijgt hij wederom een mail van Higgins. Romein: ‘Hij was onder de indruk, of ik meer wilde doen.’ Dat doet hij. Er is mailcontact en Higgins vraagt Romein of hij bij ‘de groep’ wil komen.

Wat dat inhoudt, kan Romein moeilijk toelichten. Er is geen selectiecommissie, hij hoeft geen brief te sturen of een telefonisch interview te doen. Hij ontmoet niemand. Higgins heeft hij nooit de hand geschud. Eigenlijk verandert er niets. Nou ja, hij krijgt toegang tot de ‘i-kanalen’ van Bellingcat: een informatieplatform waar leden van Bellingcat elkaar berichten sturen. De berichten zijn versleuteld. Romein is dan het zevende lid van Bellingcat.

Rond Kerst mailde Romein namens Bellingcat de bevindingen naar het Openbaar Ministerie (OM), dat de leiding heeft over het internationale strafrechtelijk onderzoek naar de ramp met vlucht MH17. Het?OM liet weten “de informatie serieus te zullen onderzoeken en beoordelen op bruikbaarheid voor het strafrechtelijk onderzoek”. Begin van dit jaar berichtte de?NOS hierover.

Vanaf januari stort hij zich volledig op de 53ste luchtafweergeschutbrigade van het Russische leger. De BUK-installatie is door het tweede bataljon van deze brigade naar de grens met Oekra?ne gebracht. Romein wil de namen en foto’s hebben van de militairen die het transport begeleidden. Zo wil hij de daders van MH17 vinden.

Romein is een van de elf medewerkers van Bellingcat die met het onderzoek bezig zijn geweest; hij schreef het grootste deel van het rapport. Maar over zijn rol wil hij in het openbaar niets vertellen. “Er zit toch een risico aan dit werk, want ik weet dat de Russen echt niet blij zijn met onze onderzoeken.”

Bovendien wil hij dat de aandacht uitgaat naar het vinden van de daders, niet naar hem. En dus wil Romein anoniem blijven. Alleen zijn collega?s bij Bellingcat kennen zijn ware identiteit. “Ik heb soms het gevoel een dubbelleven te leiden.”

Ontdekkingen

Romein is sinds november 2014 actief voor Bellingcat. Niet dat de ICT’er enige ervaring heeft als journalist. Wel beheerst hij de Russische taal enigszins en heeft hij naar eigen zeggen?iets met fotografie. “Voor dit werk moet je veel foto?s bekijken. Ik merk dat ik de gezichten van mensen goed kan herkennen, ook al is de foto niet scherp.”

Maar Romein weet uit eigen ervaring dat je pas iets aan dit soort vaardigheden hebt, als je ook de motivatie en de bereidheid hebt om veel tijd in een onderzoek te steken. Sinds hij voor Bellingcat onderzoek doet, besteedde Romein na zijn werkdag bijna iedere avond aan speurwerk. Ook hele weekeinden gingen eraan op.

Tijdens zijn sessies, die soms tot diep in de nacht duurden, deed hij veel ?ontdekkingen?. “De laatste was afgelopen najaar toen ik een officier op een recente foto herkende. Hij staat ook op een foto van de brigade uit 2013 in dezelfde functie. Het zou raar zijn als hij in 2014 een andere functie had.”

Zijn speurtocht naar de waarheid begon al direct na 17 juli 2014. Lezend op verschillende internationale en Russische internetfora vond hij aanwijzingen: namen, foto’s van militair materieel. Maar met de informatie kon hij niet veel. Pas toen hij een?publicatie van Bellingcat las, over de ontdekking dat MH17 door een Russische Buk-raket is?neergehaald, en toen hij oprichter Eliot Higgins in een televisieprogramma erover hoorde praten, besloot hij contact op te nemen.

Zijn verzamelde ‘bewijs’ werd positief ontvangen en Romein mocht als zevende vrijwilliger meezoeken. Al na een paar maanden publiceerde hij zijn eerste?artikel: de mogelijke lanceerlocatie van de Buk-raket. Daarna stortte hij zich samen met collega?s op het reconstrueren van het Tweede Bataljon van de 53ste Brigade.

Online vindt hij handgeschreven presentielijsten van de brigade. Ze vermelden wie er in de cruciale periode in het bataljon zaten. Het zijn er veel te veel, hij moet verder selecteren. Hij vindt een pagina van studenten van een technische universiteit uit Rusland. Toevallig bezochten zij een legerbasis waar de 53ste brigade was. Zo komt Romein stapje voor stapje dichterbij. Het is een lastig proces. Soms spannend, soms frustrerend en eenzaam. ‘Ik ben er zoveel tijd aan kwijt en vraag mezelf geregeld af: waarom doe ik dit eigenlijk?’

Hoewel hij op het Russische VKontakte steeds meer soldaten in het vizier krijgt, mist hij belangrijke informatie over de officieren. Dat blijkt op een andere profielensite te staan, Odnoklassniki, waar school- en klasgenoten elkaar kunnen vinden. Een goudmijn. ‘Eerst dacht ik: het zou al mooi zijn als we de betrokken soldaten kunnen identificeren. Maar we vonden nu ook de officieren.’

Alle officieren blijken met elkaar gelinkt te zijn in Odnoklassniki. Er is alleen een valkuil: ze kunnen zien wie hun profiel heeft opgevraagd. Romein lost het op door voor een paar euro per maand een profiel te kopen waarmee hij onzichtbaar door andere profielen kan zoeken. ‘Ik ben verbaasd over hoeveel de Russen delen. Het bewijs ligt voor het oprapen.’

De foto's van 'potenti?le getuigen en daders', zoals Bellingcat schrijft, zijn verzameld op sociale media.

Maanden werkt hij eraan om het plaatje compleet te krijgen. Om de officieren te vinden die betrokken moesten zijn bij het transport van de BUK-installatie. In de 53ste brigade zaten ongeveer 300 militairen en zo’n 60 officieren. Ongeveer eenderde daarvan zat bij het tweede bataljon. ‘Ik vond ze bijvoorbeeld doordat ik iemand herkende bij een oefening van de brigade. Als je dat ziet in 2013 en weer in 2015, is het aannemelijk dat die persoon er in 2014 ook bij zat.’

Hij begint weer bezield te vertellen over zijn bevindingen en het gebied. Alsof hij ineens ter plekke is. ‘In dat dorpje kun je allerlei richtingen op. Daarna moet je onder een spoorbrug door. Het gaat de diepte in. De brug blijkt 4,50 meter hoog te zijn en de BUK kan daar niet onderdoor en heeft zeer waarschijnlijk een zijweg genomen. Alleen lagen er barricaden voor een treinrails. Maar die kunnen tijdelijk weggehaald zijn op 17 juli 2014, of ze hebben er iets opgelegd, zodat de BUK er toch over kon rijden.’

In de zomer loopt Romein even vast. Hoewel het rapport bijna af is, vindt hij het niet goed genoeg. Hij heeft er samen met een ander lid van Bellingcat aan gewerkt. Maar hij heeft niet genoeg informatie, niet genoeg namen en niet genoeg bewijs. Hij gaat alleen verder.

In zijn zoektocht naar nieuw bewijs heeft hij in oktober een prettige meevaller. Op de pagina van de officieren van de 53ste verschijnt ineens extra informatie. Meer foto’s, meer bewijsmateriaal. De puzzel is dan bijna af. ‘Ik heb het gevoel dat we de daders op de hielen zitten. We vermoeden wie er betrokken zijn geweest, maar alleen van de commandant staat de betrokkenheid vast.’

Het resterende bewijs zal hij niet kunnen vinden, zegt Romein. Want er zijn belangrijke omissies. Niet iedereen heeft nog een profiel op sociale media. De commandant van de brigade haalde die van hem er al snel af. Ook specifieke informatie over het BUK-transport op de dag van 17 juli 2014 is nauwelijks te vinden.

Het belangrijkste: niemand weet wie de BUK over de grens met Oekra?ne heeft gebracht. Dat valt niet meer uit openbare bronnen te halen. Romein: ‘Dan kom je bij informatie van inlichtingendiensten.’ En dat is een taak voor het internationale team dat een strafrechtelijk onderzoek uitvoert naar het neerhalen van de MH17.

De Nederlander die vanuit huis het MH17-gebied uitkamde

Romein sprak twee keer met ze. Hij gaf hun een paar weken geleden zijn hele rapport, inclusief al het ruwe materiaal. Foto’s, screenshots, routes, uploaddata. Hoewel zij hem niets konden vertellen over het mogelijke bewijsmateriaal, was hij onder de indruk van hun kennis. ‘Zij weten echt veel, dat kon ik opmaken uit de gesprekken. Veel meer dan ze tot nu toe gepubliceerd hebben.’

Getuige

Dat hun werk serieus wordt genomen, blijkt wel uit de reacties die Bellingcat krijgt van het?Joint Investigation Team. Dat voert het strafrechtelijk onderzoek uit naar de ramp met MH17 onder leiding van het Nederlandse OM.?”Ze zijn blij met onze inspanningen en ons werk. Ze prijzen het dat burgers op deze manier de politie bij een onderzoek helpen en moedigen dit zeker aan”, zegt Romein, die geregeld?contact heeft met rechercheurs van het JIT.

Zo heeft hij op uitnodiging van het JIT al meerdere keren informatie met het team gedeeld over het Bellingcat-onderzoek. Oprichter Eliot?Higgins werd twee keer als getuige gehoord.

Ondanks al hun inspanningen heeft?Bellingcat geen hard bewijs kunnen leveren?wie de Buk-raket heeft afgevuurd. “Dat we dat niet hebben kunnen vinden, is jammer. Maar het was?wel te verwachten”, zegt Romein. “Geen enkele Russische soldaat zal na het neerschieten van een vliegtuig met onschuldige passagiers trots op social media zeggen dat hij daarvoor verantwoordelijk was.”

MH17 rusland top

Hij is er nu bijna klaar mee. Romein wil het rustiger aan gaan doen. Het kost hem te veel energie. Ook omdat alles wat over de MH17 gaat gepolitiseerd is. Hij heeft nooit Rusland willen aanwijzen als de hoofddader, hij heeft onderzoek willen doen. ‘Ik heb juist altijd wat met Rusland gehad. Ik ben ook gaan inzien dat je Rusland niet van alles in de oorlog de schuld kunt geven.’ Maar ja, de MH17 werd nu eenmaal neergeschoten door een BUK-raket van de Russen, zegt Romein. Vergoelijkend: ‘Ze hebben het niet met opzet gedaan. Daar heb ik geen twijfel over. Niemand had daar een belang bij. Het zit alleen niet in de Russische cultuur om een fout toe te geven.’

eliot H

Hoe de Nederlandse Bellingcat-onderzoekers tot hunbevindingen kwamen

  • Reconstructie
    Legt foto’s, screenshots, routes en uploaddata naast elkaar om de namen te reconstrueren van de mannen die op 17 juli 2014 in de regio waren
  • Eindrapport
    Geeft alle ruwe materialen, screenshots, profieldata en aantekeningen aan het internationale onderzoeksteam en schrijft eindrapport over MH17
  • Vkontakte
    Speurt op VKontakte, de Russische tegenhanger van Facebook, naar Russische militairen: ontdekt meer over het gebied en de Russische aanwezigheid
  • Route
    Haalt topografische kennis van Google en Yandex (Russische zoekmachine), construeert op die manier de route die Russisch materiaal naar grens aflegt
  • Dashcams
    Lokaliseert gevonden foto’s aan de hand van amateurbeelden van dashcams
  • Namen
    Zoekt afgeschermde profielen op VKontakte met Google, zo achterhaalt hij namen van de 53ste luchtverdedigingsbrigade
  • Presentielijsten
    Vindt online handgeschreven presentielijsten van de brigade, ze vermelden wie er in de cruciale periode in het bataljon zaten
  • Meer namen
    Ziet een webpagina van studenten van een technische universiteit uit Rusland. Zij bezoeken toevallig een basis van de 53ste brigade. Vindt zo meer namen
  • Ontbrekende stukken
    Vindt officieren op de profielensite Odnoklassniki en stuit er onverwachts op de ontbrekende stukken in de puzzel

Het laatste rapport: