Onderstaand artikel is geplaatst in het politie magazine Blauw in april 2018, tekst van Steven Walter.

Burgers die zelf speuren of de politie hierbij willen helpen, het is een trend. Gestolen fietsen terugvinden, pedoseksuelen ontmaskeren of zelfs een vinger achter de schuldvraag rond de MH17-ramp krijgen, de burgerrechercheur kent vele varianten. ‘Dit fenomeen zal alleen maar toenemen’, voorspelt Frank Smilda van de Eenheid Noord-Nederland. ‘Misschien wordt er wel eens anders over gedacht, maar niemand heeft het monopolie op opsporing.’

‘De vermissing van Anne Faber was een gamechanger’, stelt Smilda. Burgers namen het heft in eigen handen en meldden zich massaal aan om te zoeken naar de vermiste Utrechtse. Daarnaast startte de familie een eigen “TGO”. ‘Deze zaak is de nieuwe standaard. We moeten als politie vanaf het begin samen met burgers optrekken. Dat zag je bij het Faber-onderzoek. Er kwam heel veel nuttige informatie los via die burgers. Ze zijn qua opsporing amateur, maar expert op andere terreinen. Zo hebben ze beroepsmatig misschien veel kennis over social media. Je kunt expertise binnenhalen die je als onderzoeksteam niet altijd direct voorhanden hebt. Door samenwerking kweek je ook goodwill en zullen mensen meer vertrouwen in de politie krijgen en informatie delen.’

7.000 Whatsappgroepen

‘Burgeropsporing neemt toe. En qua hoeveelheid wordt het ook steeds moeilijker om te volgen’, zegt Arnout de Vries van onderzoeksbureau TNO. Voor die toename heeft De Vries een aantal verklaringen. Een ervan heeft te maken met technologische ontwikkelingen die elkaar in rap tempo opvolgen. ‘Er is een exceptionele groei van WhatsApp-buurtgroepen. In Nederland zijn er nu al meer dan 7.000. Daarnaast willen mensen graag helpen bij opsporing en het bestrijden van criminaliteit. Dankzij de huidige techniek kunnen ze dat en doen ze dat ook.’

‘Het aantal burgerinitiatieven zal alleen maar stijgen, dus wen er maar aan’

Sherlock Holmes

Dat burgers steeds meer de rol van Sherlock Holmes oppakken, vindt Smilda niet vreemd. ‘Hoeveel misdrijven worden jaarlijks in Nederland gepleegd? Vier à vijf miljoen*? Daarvan komt nog geen miljoen bij de politie terecht en minder dan een kwart van die zaken gaat naar het Openbaar Ministerie. Kijk je naar het ophelderingspercentage van bijvoorbeeld inbraken, dan lag dat in 2016 rond de 10 procent**; ondanks al het harde werk van de politie. We roepen mensen op alles te melden, maar vervolgens kunnen we niet altijd alles oppakken. Mede hierdoor gaat de burger zelf aan de slag.’

Het heft in eigen handen nemen is volgens TNO-onderzoeker De Vries niet alleen gebaseerd op onvrede over achterwege blijvend politiewerk. ‘Mits goed uitgelegd, snappen mensen ook wel waarom de politie niet altijd of direct in actie komt. Toch schrikken ze als ze bijvoorbeeld horen hoe klein een zedenteam is. Dan willen ze helpen en gaan ze aan de slag. Dat doen ze uit betrokkenheid, maar soms ook omdat ze emotioneel bij een zaak betrokken zijn. Of ze zijn wereldverbeteraars die voldoening halen uit het feit dat ze een steentje bijdragen. Probeer hen in goede banen te leiden.’

Smilda vult aan: ‘Het is daarom belangrijk aan melders duidelijk te maken wat de politie wel kan oppakken en wat niet, en waarom. Wees transparant en geef aan wat er allemaal op ons bord ligt. Maar maak ook de burger actief. Vertel wat hij of zij kan doen. Leg uit wat een burgerarrest is en wat bij het opsporen toelaatbaar is.’ Het hoofd van de Dienst Regionale Informatie Organisatie verwacht dat samenwerking met burgers een gunstig effect zal hebben op oplossingspercentages. ‘Hoe meer ogen op straat, hoe groter de pakkans.’

Omarmen

De Vries en Smilda delen de mening dat de politie burgerparticipatie moet omarmen. Faciliteer burgers, geef hen richtlijnen, beweeg mee met de maatschappelijke beweging, luidt hun advies. Maar dat is voor een hiërarchische organisatie als de politie best lastig, beseft de TNO’er zich. ‘Agenten hebben een belangrijke maatschappelijke rol. Zij zetten zich in voor de veiligheid van anderen. Maar ze bezitten ook een bepaald cynisme omdat ze steeds met criminelen te maken hebben. Ze weten dus niet of ze zomaar iedereen die wil helpen, kunnen vertrouwen. Daarnaast is de politie “gesloten” van aard. Dit heeft onder meer te maken met allerlei privacywetgeving waaraan zij zich dient te houden. Vergeleken met buitenlandse korpsen is die cultuur in Nederland wel iets opener, maar er zijn allerlei motieven om die burger buiten de deur te houden. “Ze doen mijn werk; straks heb ik niets meer te doen” hoor ik weleens. Of agenten willen burgers beschermen tegen de heftige kanten van het politiewerk.’

Good, bad en ugly

Volgens De Vries bestaan er drie soorten helpers. Hij noemt ze de “good”, de “bad” en de “ugly”. ‘Meer dan 90 procent behoort tot de good. Dat zijn mensen die echt willen helpen zaken op te lossen, maar de regels niet kennen. Neem hen bij de hand. De bad zijn burgers die overgaan tot strafbare feiten, zoals eigenrichting en inbreuk op privacy. De meest interessante is de ugly. Dat zijn mensen die dingen doen waardoor de politie de wenkbrauwen fronst. Zoals recent een vlogger die een pedofiel wilde ontmaskeren en op “undercoverdate” ging. Hij ontving kinderporno en ging daarmee naar de politie. De politie werkte mee door de pedofiel aan te houden, maar de vlogger liep het risico zelf te worden aangehouden voor het bezit van kinderporno. Mensen snappen dat niet. Leg dus uit wat mag en wat niet. Leer ze hoe ze sporen, ook digitale, moeten vastleggen en overdragen aan de politie.’

Eigenrichting

Gevaar voor eigenrichting ligt op de loer, benadrukt Smilda. Zoals overvallen winkeliers die digitale schandpalen oprichten met bewakingsbeelden waarop een dief is te zien. ‘Dat moet je niet willen. Daarom is het belangrijk dat je die welwillende burger bij de hand neemt. Iemand kan zichzelf in gevaar brengen als hij niet goed weet wat hij doet. Geef instrumenten mee waarmee mensen iets kunnen doen. Maak duidelijk wat ze wel mogen en kunnen. Zelf iets kunnen betekenen, vergroot het veiligheidsgevoel. En geef duidelijk aan dat mensen niet voor eigen rechter kunnen spelen. Dus geen namen noemen of foto’s plaatsen.’

Alarmbellen

‘Het aantal burgerinitiatieven zullen alleen maar stijgen, dus wen er maar aan’, zegt Smilda. De Vries geeft een praktijkvoorbeeld: ‘Twee meiden waren getuige van een ernstige mishandeling door drie jongens. Binnen korte tijd achterhaalden ze via Facebook de identiteit van een van de aanvallers, waarna ook de andere twee betrokkenen boven water kwamen. Met hun speurwerk gingen ze naar de politie, die de jongens aanhield. ‘De advocaat van de jongens vond deze werkwijze niet kunnen en deed het af als amateurspeurwerk. Onrechtmatig in zijn ogen. De rechter zag dit echter anders en zei: Welkom in de eenentwintigste eeuw.’

De Vries voorspelt dat dit soort acties zal toenemen. Als de politie op dat soort momenten niet thuis geeft, tast dat het vertrouwen van burgers in de politie aan. ‘Het heeft effect op de legitimiteit van de politie. Want waar sta je dan als politie?’

Probeer als politie en burger de juiste balans te vinden. Dat verschilt per zaak, want de vraag blijft: “Hoe ver mag je als burger gaan?” De Vries: ‘Ga het gesprek aan over wat toelaatbaar is. Weet ook als politie wanneer het moment is dat je het werk van de burger moet overnemen. Dat moet je leren aanvoelen. Zo kun je bijvoorbeeld voorkomen dat bijvoorbeeld een wraakvader de belager van zijn dochter mishandelt.’ Als een burger bij de politie meldt dat hij weet wie en waar de verdachte is, dan moeten wat de TNO-onderzoeker betreft ‘alarmbellen gaan rinkelen’ en moet de politie de zaak overpakken. Ik hoop dat de politie wil leren en gaat experimenteren. Het gaat vast een keer mis, maar dat gaat het nu ook al. Wees dus niet bang en accepteer die extra hulp van burgerspeurders’, zegt De Vries.

* cijfers gebaseerd op het jaar 2015
** Bron: jaarverantwoording politie 2016

 Doe-het-zelfpolitie: kansen en risico’s

 Kansen:

  • veiligheid verbeteren
  • digitaal kundige burgers
  • betrouwbare binding met burgers
  • vaardigheden van burgers
  • kennis van de massa

Risico’s:

  • gebrek aan juridische kennis
  • incomplete, partijdige of eenzijdige informatie
  • informatie-overload
  • verminderde privacy
  • ‘eigen rechter spelen’ (burgers die het recht in eigen hand nemen)

Dit zijn enkele voor- en nadelen die volgens Europese veiligheidsexperts kleven aan doe-het-zelfpolitie. Zij bespraken dit onlangs tijdens de eerste internationale workshop Do It Yourself Policing in Berlijn van het EU project Media4Sec.

Bron: Blauw

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *