Tagarchief: DIY

Handboek voor hulp bij opsporing

Opsporing is niet langer het exclusieve domein van de overheid. Iedereen die dat zou willen kan een bijdrage leveren. Maar hoe kunnen politie en burger(organisaties) samen onze veiligheid en rechtvaardigheid garanderen? En hoe worden wederzijdse verwachtingen in deze samenwerking waargemaakt? Het nieuwe TNO handboek ‘Eerste Hulp bij Opsporing – Handboek Burgerdetectives’ biedt hulp.

Overhandiging handboek hulp bij opsoring

v.l.n.r: Fred Westerbeke (politie), Shanna Wemmers (TNO) en Arnout de Vries (TNO)

De burgerdetectives

Is er sprake van een overheid die burgers betrekt (burgerparticipatie) of van burgers die de overheid betrekken bij misstanden (overheidsparticipatie)? Steeds meer burgers en organisaties onderzoeken misdrijven zoals bijvoorbeeld een fietsendiefstal, ondermijning of oorlogsmisdrijven in Oekraïne en Afghanistan. Deze ontwikkeling is niet te stoppen en wordt aangejaagd doordat data en informatie via sociale media en apps eenvoudig toegankelijk zijn.

Samenwerking essentieel?

TNO doet hier onderzoek naar. En wat blijkt? Burgers hebben niet alleen behoefte aan begeleiding maar men verwacht ook iets terug. Bijvoorbeeld bij een strafzaak. Daarnaast vragen politie en justitie zich af hoe men meer gebruik kan maken van de capaciteit, kennis en kunde vanuit de maatschappij? En hoe aan te sluiten op deze initiatieven? Wat zijn de kansen en wat zijn de risico’s? En hoe ga je daarmee om?

Praktisch toepasbaar

Al deze vragen komen aan bod in het handboek die hulporganisaties kunnen gebruiken om burgerinitiatieven te begeleiden en te ondersteunen. Hierbij gelden de wettelijke regels en politie en het Openbaar Ministerie kunnen aangeven wat de grenzen zijn in de samenwerking met opsporende burgers en het gebruik van informatie die van burgers afkomstig is. Eigenrichting dient te worden voorkomen, in dergelijke gevallen is vervolging van burgeropspoorders die strafbare feiten plegen of andere fundamentele belangen schenden die relevant zijn voor het strafproces, mogelijk. Zo zal de overheid burgers kunnen bekrachtigen waar dat kan, begrenzen waar dat moet en zich inzetten om de veiligheid van alle betrokkenen te beschermen.

In het handboek komen 24 onderzoeksmethodieken aan bod. Deze zijn vanuit de opsporingspraktijk van de politie vertaald naar de praktijk van de burgerrechercheur. De toelichtingen op de methodieken worden gegeven aan de hand van een voorbeeldmisdrijf.

Eerste Hulp bij Opsporing, Handboek Burgerdetectives

Het door TNO ontwikkelde handboek is een kennisbundel gericht op burgers, organisaties en beroepsgroepen die hulp bieden aan slachtoffers van misdrijven. Denk hierbij aan politie, gemeenten, verzekeraars, advocatuur, onderzoeksjournalisten, particuliere recherchebureaus of vrijwilligersorganisaties”.

Lees of download hier het gehele boek.

Bron: TNO

Heel Holland spoort op

Naar een afwegingsmodel voor de politie in de omgang met burgers die zelfstandig onderzoek doen
Auteurs: Arnout de Vries, Shanna Wemmers, Stan Duijf & Victor Kallen, Eerder gepubliceerd in Tijdschrift voor Veiligheid 2020 (19) 2-3

Burgers die zelfstandig misdrijven onderzoeken is een groeiende trend vanwege de democratisering van informatie (zoals sociale media), onderzoeksmiddelen (zoals apps) en kennis (zoals op YouTube). Meer en meer burgers doen hun eigen onderzoek als moderne Sherlocks. Dit artikel onderzoekt hoe de politie participeert in hedendaagse onderzoeken van burgers, inclusief de ervaren voor- en nadelen. De verkregen inzichten van het gepresenteerde onderzoek dienen als leidraad om politieagenten te helpen begrijpen hoe ze kunnen participeren met burgers die zelfstandig onderzoek gestart zijn of willen starten. Het gepresenteerde afwegingsmodel legt uit hoe de politie burgers beter kan begeleiden en stimuleren, maar ook stoppen of beschermen in hun onderzoeksactiviteiten als dat nodig is. In vier politie-eenheden is onder professionele begeleiding een app getoetst waarmee de politie kan participeren in onderzoek dat burgers zelf hebben opgestart en te leren van wederzijdse verwachtingen en ervaringen. De conclusie is dat burgers begeleiding nodig hebben, maar belangrijker nog is dat ze een zekere mate van wederkerigheid verwachten in de samenwerking met de politie bij het strafrechtelijk onderzoek.

Inleiding: moderne Sherlocks

‘Ik bel de politie en ga ervan uit dat ze meteen ingrijpen en die foto’s willen bekijken, toch? Maar nee. Ze zeggen letterlijk: “Die foto’s willen we niet. Je mag ze niet aan ons
laten zien, want als dat strafbare foto’s zijn en jij hebt ze, dan ben jij strafbaar.” Wat?!?’ – passage uit een YouTube-vlog van Vrije Vogels (Van der Meulen, 2018).

Sven van der Meulen, ook wel bekend als de Meppelse vlogger, heeft na zelf onderzoek te doen foto’s en een filmpje ontvangen van een man die jonge jongens drogeert en seksueel misbruikt. Hij wil dit materiaal direct met de politie delen en wil een afspraak met de man maken, maar de politie wijst hem erop dat dit materiaal strafbaar is en slaat dit ‘bewijsaanbod’, en daarmee ook de opvolging in deze zaak, af (Van der Meulen, 2018).

Sven is een voorbeeld van een burger die zelf onderzoek uitvoert naar misdrijven. Burgers kruipen steeds meer in de rol van politie, op gebieden als handhaving, hulpverlening en opsporing. Als ze worden geconfronteerd met een strafbaar feit, starten ze op eigen initiatief met ‘opsporen’. De maatschappelijke aandacht naar dit fenomeen ‘Do-It-Yourself Policing’ groeit al jaren levendig (Denef et al., 2017), net zoals het aantal burgers dat zelf start met opsporen gestaag lijkt toe te nemen (De Vries, 2018). Van het internationale onderzoekscollectief Bellingcat tot aan de vele duizenden lokale WhatsApp-buurtgroepen, heel Holland spoort op, zo lijkt het. Noemenswaardig is dat de aandacht voornamelijk is uitgegaan naar de opsporende burger en het romantiserende mediagenieke Sherlock Holmesgehalte van dit fenomeen dat in de breedte van private opsporing groeit (De Vries, 2015). De casus van Sven illustreert echter dat burgeronderzoek naar misdrijven
iets complexer ligt dan alleen de kunst van deductie. Wettelijke bevoegdheden en beperkingen van politie en burgers zijn niet altijd in lijn met wederzijdse verwachtingen, terwijl de behoefte en mogelijkheden om zelf onderzoek uit te voeren steeds meer lijken toe te nemen.

Participatie binnen de opsporing is een internationale trend, waarin Nederland tot de koplopers lijkt te behoren (Denef et al., 2017). De politie ontwikkelt haar rol binnen deze trend waarin steeds meer burgers op allerlei wijzen en bij allerlei misdrijven participeren of handelen in politietaken (Politie & Justitie, 2019). Dat gaat de ene keer beter dan de andere. Operationele handvatten in de politiepraktijk voor het versterken van voordelen en het minimaliseren van nadelen door amateurspeurneuzen ontbreken echter nog. In dit artikel worden door een reflectie op de huidige situatie wensen en eisen afgeleid voor de omgang tussen politie en initiatiefrijke burgers. De vertaling hiervan is verwerkt in een model met praktijkgerichte handvatten voor de politie om te komen tot de uitvoering van de ontwikkelde visie. Door gebrek aan wetenschappelijk onderzoek naar de operationele interactie tussen burger en politie bij burgeronderzoek dient dit model echter verder
gevalideerd te worden in meer praktijksituaties.

Methode

Op basis van de huidige status en ontwikkelingen van burgeronderzoek bij misdrijven is een afwegingsmodel ontwikkeld voor de samenwerking tussen burgeronderzoekers en politie. Dit model is gebaseerd op de huidige literatuur, casuïstiek, wetgeving en het beleid van de Nederlandse politie. Het model is iteratief ontwikkeld met behulp van diverse expertsessies en een praktijkproef.

Het model is in samenwerking met burgers in de praktijk getoetst aan de hand van de app die de politie samen met het OM op 1 juni 2019 heeft gelanceerd: ‘Mijn Onderzoek’. Met deze app konden burgers zelf onderzoek doen als zij slachtoffer waren geworden van eenvoudige diefstal. Burgers kregen in de proeftuin na aangifte de mogelijkheid om via de app hun onderzoek uit te voeren. Met de app konden zij onderzoekshandelingen verrichten en opsporingsindicaties vastleggen door het uploaden van beeldmateriaal, het maken van notities, het uitvoeren van online buurtonderzoek en het afnemen van getuigeninterviews. Aan de proef deden tientallen burgers (N=46) en politieagenten (N=20) mee uit basisteams van zes verschillende politie-eenheden. Vooraf zijn de deelnemers via enquêtes bevraagd over hun verwachtingen en achteraf is via telefonische interviews gevraagd naar hun ervaringen.

Voorafgaand aan de proeftuin is het afwegingsmodel middels een viertal expertsessies iteratief besproken volgens de Delphi-methode (Dalkey et al., 1963; Ono & Wedemeyer, 1994) en met de opgehaalde feedback verwerkt. Tientallen experts, zoals aanwezig op de conferentie ‘de politie van overmorgen’, kwamen vanuit de politie, Politieacademie, het OM en van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Op een MUSIS-bijeenkomst waren er aanvullend nog strafrechters en strafrechtadvocaten. De proeftuin bood een eerste validatie van het model in een praktijkomgeving. Aan de hand van de resultaten van de proeftuin zijn geen nieuwe iteraties gemaakt aan het model, maar worden wel aandachtspunten in de afsluitende discussie van dit artikel besproken.

Theoretisch kader

Burgeronderzoek
‘Opsporing’ is een juridische term die duidt op het ‘in het Nederlands strafprocesrecht […] doen van onderzoek in verband met strafbare feiten onder gezag van de officier van justitie met als doel het nemen van strafvorderlijke beslissingen’ (art. 132a Wetboek van Strafvordering). Burgers die zelfstandig handelen kunnen dus juridisch gezien niet opsporen; daarom wordt binnen dit artikel de term ‘burgeronderzoek’ toegepast. Dit burgeronderzoek naar strafbare feiten doen burgers regelmatig volledig autonoom en onafhankelijk, bij gelegenheid in wereldwijde (virtuele) netwerken en slechts soms in samenwerking met de politie. Het aantal en de variëteit van initiatieven is groot, de ene burger bericht over zijn gestolen fiets op Facebook2 en de ander spant samen om via een online community pedoseksuelen3 of oorlogsmisdadigers te ontmaskeren.4

2 Fiets is foetsie’ als website waarop burgers hun verloren of gevonden fietsen kunnen posten: www.fietsisfoetsie.nl.
3 Op het YouTube-kanaal ‘Betrapt’ laat men zien hoe vermeende pedoseksuelen worden geconfronteerd,
bijvoorbeeld: www.youtube.com/channel/UC1QRdOZ6zwpe0fUVOyGWuvw.
4 Hackers van Anonymous voeren strijd tegen IS verder op: https://nos.nl/artikel/2069431-hackers-van-anonymous-voeren-strijd-tegen-is-verder-op.html.

Abstracte ontwikkelingen zoals globalisering en individualisering dragen volgens velen bij aan deze ontwikkeling (Duijf, 2018), maar de integratie van technologie en internet in het dagelijks leven lijkt nog prominenter bij te dragen aan het opsporend vermogen van deze zelfstartende Sherlocks (De Vries & Smilda, 2014). Burgers staan in continue verbinding met elkaar en internet biedt informatie op alle vlakken. Denk hierbij aan de opmars van open-bronnenonderzoek. Oprichter van Bellingcat – Elliot Higgins – noemde open-bronnenonderzoek door burgers zelfs een vreedzame revolutie die waarheidsvinding bevordert (Higgins, 2018). Met zijn onderzoek naar de MH17 hielp dit onderzoekscollectief het internationale Joint Investigation Team (JIT) en won het internationaal erkende mediaprijzen. Samenwerking met burgers kan waardevol zijn voor politie en justitie en
hun opsporingsonderzoeken, maar risico’s zijn er ook.

Slimmer samenwerken
Samenwerking met burgers is de politie niet vreemd. De politie zet burgers in wanneer zij mogelijk informatie hebben die de politie kan helpen bij haar opsporingsonderzoek. Denk aan de inzet van Burgernet bij zoekacties of televisieprogramma Opsporing Verzocht, dat ook bewezen effecten sorteert (Van Erp, Van Gastel & Webbink, 2012). Van oudsher worden burgers betrokken bij het opsporingsonderzoek in de rol van bijvoorbeeld slachtoffer, verdachte of getuige. Ook op digitaal vlak heeft de politie de laatste jaren fors geïnvesteerd, zoals in de aanwezigheid op het web met sociale-media-accounts (Meijer, Grimmelikhuijsen, Fictorie, Thaens & Siep, 2012) en zelfs via een politie-podcast zoekt de politie op een moderne manier de interactie met het publiek op (Van der Graaf, 2019).

Een kenmerk van de huidige participatie is dat de politie het initiatief neemt, zij stelt een vraag en verwacht antwoord van de burger. De burger antwoordt en de politie onderzoekt zelf verder. Wanneer de politie het initiatief neemt en de burger ondersteunt of participeert, spreken we van burgerparticipatie (De Vries & Smilda, 2014).

Burgerparticipatie draagt bij aan veiligheid: burgers blijken alerter te worden, voelen zich na enige tijd veiliger, het vertrouwen van burgers in de politie kan worden vergroot en heterdaadkracht is altijd al grotendeels afhankelijk geweest van de inbreng van burgers (Kerstholt, De Vries, Mente & Huis in ’t Veld, 2015; De Vries et al., 2016). Verschillende hedendaagse praktijkvoorbeelden laten zien dat burgerparticipatie op diverse fronten resultaat oplevert (Cornelissens & Ferwerda, 2010). Burgers melden en signaleren via moderne sociale-mediakanalen in hun buurt, middels websites, apps of telefonisch en het zijn juist deze signalen van de burger waar de overheid grotendeels van afhankelijk is. Burgerparticipatie loont, want van alle aangehouden verdachten wordt 85% op heterdaad betrapt en gearresteerd. Daarvan is 60% te danken aan de alertheid en meldingsbereidheid van de burger. Dit komt neer op 51% van het totaal aantal aangehouden verdachten (Lectoraat Gemeenschappelijke veiligheidskunde, 2007).

In een groeiend aantal gevallen wordt het initiatief echter ingegeven door een volgens de burger tekortschietende politie (Schreurs, 2019). Burgers denken dat de politie hun verwachtingen niet kan waarmaken en besluiten zelf op zoek te gaan naar waarheidsvinding en rechtspreking (Duijf, 2018). Bij deze nieuwe vormen van participatie zien we nu dan ook steeds vaker dat de rollen worden omgedraaid. In het voorbeeld van Sven is te zien hoe hij op eigen initiatief onderzoek heeft uitgevoerd en de politie niet of nauwelijks betrokken is geweest. Wanneer Sven zijn onderzoeksresultaten wil overdragen aan de politie voor opvolging, neemt de politie deze niet (zomaar) aan. In de opsporing willen politie en justitie vooral zelf veel invloed en regie hebben op het gehele proces (Duijf, 2018). Het is niet de bedoeling dat burgers onder het mom van ‘onderzoek’ materiaal verzamelen dat strafbaar is. Sven heeft als burger geen (opsporings)bevoegdheid om
dergelijk materiaal te verzamelen. De politie heeft bovendien geen controle over de manier waarop het materiaal wordt verkregen en hoe rechtmatig en betrouwbaar dat heeft plaatsgevonden. Burgers kunnen onbedoeld zaken verstoren als zij op een verkeerde manier met potentieel bewijsmateriaal omgaan. Daarbij heeft de politie geen controle over de mogelijk schadelijke effecten die deze bemoeienis kan hebben.

Politieparticipatie: bekrachtigen, beschermen en begrenzen van burgers

Politieparticipatie, wat wordt ermee bedoeld?

Figuur 1 Verschil tussen burgerparticipatie en politieparticipatie

Een traditionele monopoliepositie in de opsporing, daar is al lang geen sprake meer van. Politie en justitie realiseren zich steeds meer dat anderen nodig zijn om de opsporing fundamenteel te verbeteren (Politie, 2018). In haar koersdocument (N.N., 2017) laat de politie dit duidelijk blijken en staat de samenwerking met anderen die opsporen niet meer aan de zijlijn, maar in het speelveld. Maar wat betekent politieparticipatie eigenlijk? De Vries en Smilda (2014) positioneerden politieparticipatie tussen enerzijds burgerparticipatie, waar de burger gevraagd meedoet met de politie, en anderzijds burgeractiviteiten, waar de burger anderzijds zonder enige betrokkenheid van overheden opspoort (figuur 1). Er is sprake van politieparticipatie wanneer de politie deelneemt aan opsporingsactiviteiten die geïnitieerd zijn door burgers en waarin burgers de leiding nemen. In de zaak van Sven, maar ook in minder controversiële zaken zou de rol van de
politie meer participerend moeten zijn naar welwillende burgers om deze zaken in goede banen te leiden, kansen te benutten en risico’s te beperken. Op basis van literatuuronderzoek worden in dit artikel burgers die zelf het initiatief nemen om onderzoek te doen gedefinieerd als: Een of meer burgers die onafhankelijk activiteiten initiëren om informatie te verzamelen in relatie tot een gepleegd strafbaar feit met als doel om de waarheid te vinden en om recht te spreken (Duijf, 2018).

Vandaag de dag is politieparticipatie meer een strategisch voornemen van de politie dan werkelijkheid. Veiligheid is niet alleen een taak voor de overheid; burgers tonen meer en meer de behoefte om actiever te participeren binnen het veiligheidsdomein. De informatie die burgers binnenbrengen kan de politie echter

niet altijd gebruiken. De politie is daarbij gehouden aan bepaalde wettelijke opsporingsbevoegdheden en -beperkingen en heeft een terughoudende attitude wat betreft samenwerking (Duijf, 2018). Doordat burgers geen opsporingsbevoegdheid en hiervoor geen opleiding hebben gehad, bestaat voor de politie het risico dat zij de wet overtreden of onderzoeken verstoren. Om de rechtmatigheid en bewijskracht te verhogen kunnen politie en burgers wel een vorm van samenwerking opzoeken. Politie en justitie hebben daartoe ‘Leidende Principes’ (Politie en justitie, 2019) ontwikkeld binnen het Programma Versterking Opsporing en Vervolging (PVOV)5 in samenwerking met politieagenten, juristen en wetenschappers met diverse achtergronden. Uit deze principes en gebaseerd op haar algemene missie volgt dat afhankelijk van de omstandigheden de politie dient te bekrachtigen, beschermen en begrenzen.6 Bekrachtigen betekent ondersteuning van gewenst gedrag en het creëren van (structurele) samenwerkingsverbanden die de veiligheid bevorderen. Bij het beschermen van burgers gaat het bijvoorbeeld om hun leven, vrijheid en bezittingen. Bij begrenzen gaat het om het beperken en beëindigen van ongeoorloofd gedrag. De principes bieden uitgangspunten voor hoe politie en justitie zich kunnen verhouden tot een samenleving die zelfstandig onderzoek doet dat kan worden opgevolgd in het opsporings- en vervolgingsproces.

Een andere reactie van de politie op de behoefte van burgers die willen bijdragen aan opsporing is de app ‘Mijn Onderzoek’.7 Met deze app is in de zomer van 2019 voor het eerst geëxperimenteerd om de behoeften en kansen van burgeronderzoek te combineren. Met de app kunnen burgers na een delict hun eigen onderzoeksdossier creëren dat bij een aangifte gevoegd kan worden. Middels tips en waarschuwingen communiceert de politie de afwegingskaders uit het ontwikkelde model voor het onderzoek dat de burger uitvoert om daarmee de bewijskracht te verhogen en risico’s zo veel mogelijk te minimaliseren. Deze ondersteuning is bedoeld om burgeractiviteiten in goede banen te leiden, zodat zowel burgers als politie en justitie maximaal baat hebben bij de uitgevoerde onderzoekshandelingen.

5 PVOV is ontwikkeld in 2005: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30300-VI-32-b1.pdf.
6 “Onveranderd is de politie waakzaam en dienstbaar te zijn aan de waarden van de rechtstaat. Deze missie vervult de politie door afhankelijk van de situatie gevraagd en ongevraagd te beschermen, te begrenzen of te bekrachtigen.” Zie: www.politie.nl/over-de-politie/pijlers.html.
7 Zie: www.politie.nl/nieuws/2019/mei/27/00-politie-en-om-lanceren-app-voor-burgeronderzoek.html.

Het kost tijd om een meer open houding te realiseren richting goedwillende burgers en politieprocessen te veranderen naar co-creatie van veiligheid. De politie zoekt naar kaders voor de ondersteuning van wederzijdse behoeften. Tot op heden heeft de (wetenschappelijke) onderzoekswereld opvallend weinig gedegen belangstelling getoond voor de wijze waarop de politie reageert op en interacteert met deze zelfstartende opsporende burger (Duijf, 2018). Opgedane ervaringen kunnen ons iets leren over de gewenste samenwerking, onderlinge verhoudingen en verwachtingen, voor de toekomst. Een casus als illustratief voorbeeld:

De ‘wraakvader’ uit Helmond
‘Wanhopig was hij, omdat de politie maar niet in actie kwam. Dus spoorde bezorgde vader Mario H. de vermeende online belager, Jack S., van zijn dochter zelf op. Daar heeft hij nu spijt van. Eenmaal oog in oog met de man die het voorzien zou hebben op zijn kind escaleert de situatie volledig. Het Openbaar Ministerie vervolgt Mario voor poging tot moord op de vermeende belager Jack. Mario zou hem ernstig toegetakeld hebben met een sneeuwschep. Het is de climax van een periode van bijna twee weken waarin Mario actief naar Jack heeft gezocht.

[…] Begin januari 2017 wordt duidelijk dat de internetliefde van de 14-jarige dochter des huizes niet de tiener Jessie is, maar de 46-jarige ex-TBS-er Jack S. die zijn behandeling er net op heeft zitten. De man stuurt als Jessie rozen en chocolade naar de woning van het meisje. De ouders vertrouwen het niet en gaan op onderzoek uit, waaruit blijkt dat Jack achter de cadeautjes zit. Ze doen aangifte.

Via Facebook start vader Mario vervolgens ook een online zoektocht naar Jack S. Mario’s oproep wordt breed opgepakt. Regionale media schrijven erover en ook landelijke media hebben er aandacht voor. Tips op basis van de oproep “gezocht pedofiel” waarin foto en een kenteken worden getoond, stromen binnen. Het zijn er wel 800.

“Ik doe het niet alleen voor mijn dochters, maar voor alle meiden. Iedereen moet gewaarschuwd zijn”, zegt Mario in een van de verhoren tegen de politie. S. zou niet alleen zijn dochter online lastigvallen, maar ook andere meisjes, zo hoort hij. Mario rijdt zelf ook op meldingen af met het idee dat wanneer hij Jack ziet hij de politie kan inschakelen zodat zij in actie komen. “Ik heb diverse keren gebeld”, zegt hij.

[…] In een brief aan EenVandaag schrijft advocaat Jan Hein Kuijpers: “Uiteraard heeft mijn cliënt spijt van hetgeen hij deed. Dat heeft hij ook meerdere malen, op emotionele wijze geuit jegens zijn verhoorders. Hij had niet voor eigen rechter mogen spelen. Dat weet hij en hij zal zijn verantwoordelijkheid en de consequenties dragen. Mijn cliënt hoopt echter dat zijn daad wel heeft geleid tot het voorkomen van nieuwe lokpogingen en bedreigingen door dhr S. in de richting van andere jonge meisjes.”’8 Uit EenVandaag: https://eenvandaag.avrotros.nl/item/wraakvader-heeft-spijt-morgen-voor-derechter.

Mario H. handelde in de overtuiging dat hij het goede deed. Hij had niet het plan om te vervolgen, maar om op te sporen. Het OM pakt deze vorm van eigenrichting aan en noemt deze vorm van burgeronderzoek een ‘jacht’. Zanger Dean Saunders startte een crowdfundingsactie voor de ‘wraakvader’, die hij Super Mario noemde. Het opgehaalde geld kon H. gebruiken voor de schadevergoeding aan de man die hij heeft geslagen. Mario H. krijgt 4,5 jaar cel.

Hoe moet de politie omgaan mensen als Mario H., die zelfstandig onderzoekshandelingen verrichten, daarover contact zoeken met de politie, maar uiteindelijk terecht kunnen komen in een situatie van eigenrichting?

Komt een burgerspeurneus aan de balie

Er zijn diverse praktijkvoorbeelden en Duijf (2018) deed eerder onderzoek naar bovenstaande vraagstukken om het proces met betrekking tot burgeronderzoekers en politie in kaart te brengen. Een eerste bevinding uit dat onderzoek laat zien dat de politie primair terughoudend en met voorzichtigheid op burgers reageert die, nadat ze met een strafbaar feit werden geconfronteerd, zelf het initiatief namen om onderzoek te doen.

Door onbekendheid en wantrouwen weet de politie niet echt hoe ze om moet gaan met deze burgers en wil ze zo veel mogelijk zelf controle houden in het opsporingsonderzoek. De politie realiseert zich ook dat deze zelfstartende burgers niet makkelijk te stoppen zijn en dat ze mogelijk ook van positieve betekenis zijn voor een onderzoek. Daarnaast realiseert de politie zich dat enige mate van samenwerking hun invloed op het burgerinitiatief kan vergroten. Om deze redenen ontstaat er dikwijls wel enige verbinding tussen initiatiefnemende burgers en politie. Om het bewustzijn over onderzoek bij burgers te vergroten is het dan ook vaak de politie die aanstuurt op een gesprek over potentiële risico’s en consequenties. De politie probeert afspraken te maken over de wijze waarop burgers hun onderzoeksactiviteiten uitvoeren, zodat zij invloed houdt op het proces. De mate van invloed die de politie wil hebben op burgers lijkt daarbij toe te nemen bij omvangrijke, gevoelige onderzoeken met significante impact. De zaak Anne Faber is hierin exemplarisch (Lam, Kop & Plancken, 2019). Deze mate van behoefte aan invloed lijkt vele mate hoger dan bij veelvoorkomende criminaliteit zoals diefstal van een fiets of telefoon. Bij dergelijke ‘kleine’ zaken adviseert de politie juist steeds vaker aan burgers om zelf op onderzoek uit te gaan, met alle risico’s van dien.

‘Dezelfde avond nog ontdekte het meisje dat haar zojuist gestolen fiets online te koop werd aangeboden. Ze belde 0900-8844 om aangifte te doen. Ze kreeg het advies van de politie om online aangifte te doen en een afspraak te maken met de verkoper om te controleren of het ook echt haar fiets was. Wanneer ze haar eigen fiets zou aantreffen, kon ze de politie terugbellen. Het meisje werd door de politie niet gewezen op eventuele risico’s.’ (Duijf, 2018)

Er kunnen diverse praktische vormen van de wijze waarop de politie reageert onderscheiden worden. Een van de meest primaire vormen wanneer burgers onderzoeksinitiatieven nemen, is informatiedeling. Dit is, ook nu nog, vaak eenrichtingsverkeer: van burgers naar politie. De politie heeft in de door Duijf (2018) onderzochte casussen waardevolle informatie gekregen die ook daadwerkelijk bijdroeg aan waarheidsvinding. Hierbij kampt de politie echter met twee vraagstukken. Enerzijds wil de politie burgers betrokken houden, maar doordat ze hun opsporingsinformatie dikwijls niet (mogen) delen, haakt de betrokken burger, door dit gebrek aan wederkerigheid, nog wel eens af. Anderzijds dient de politie er rekening mee te houden dat informatie bewust of onbewust gemanipuleerd kan zijn, bijvoorbeeld informatie afkomstig uit open bronnen. Dergelijke informatie dient vanzelfsprekend niet de betrouwbaarheid van het strafrechtelijk onderzoek in het geding te brengen en de politie moet een weg vinden om hiermee om te gaan.

Het wordt door de politie dan ook als erg moeilijk ervaren om te reageren, laat staan te anticiperen, op onderzoeksactiviteiten door zelfstartende burgers (Duijf, 2018). Deze burgers organiseren zichzelf razendsnel. Dit vraagt van de politie een grote mate van flexibiliteit, een mate die ze lang niet altijd niet gewend is. De politie organiseert zich immers niet zo snel als een fluïde burgerinitiatief dat zojuist is ontstaan op bijvoorbeeld Twitter. Dergelijke dynamiek kan snel uitmonden in honderden burgers die samen klaarstaan om te zoeken naar een vermist persoon, terwijl de politie nog bezig is om alles eerst in haar systeem vast te leggen. Daarnaast wordt informatie vliegensvlug online gedeeld, waardoor de politie alleen al door de snelheid en de hoeveelheid van informatiestromen wordt overweldigd.

Resultaat

Samenwerking in de praktijk
Hoe kan de politie beter omgaan met onderzoekende burgers en hoe kunnen politie en burger de bewijskracht en rechtvaardigheid zo veel mogelijk garanderen middels een vorm van samenwerking, waarbij ook wederzijdse verwachtingen worden waargemaakt?

Wat bleek uit het praktijkonderzoek in de proeftuin was dat zowel burgers (56%) als politie (67%) het overwegend een goed idee vinden dat burgers zelfstandig onderzoek doen. Net als bleek uit diverse expertsessies verwachtten ook de politiedeelnemers uit het onderzoek niet dat elke burger in staat zal zijn zelfstandig onderzoek te doen (slechts 35% verwacht het wel). Ook burgers twijfelen nog over hun eigen capaciteiten: niemand voelt zich goed in staat zelf onderzoek te doen, 60% is neutraal en 40% vind het afhangen van de situatie (type delict en beschikbare tijd) (TNO, 2019).

Uit expertsessies werd bovendien sterk betwijfeld of iedere burger wel zelfstandig onderzoek zou mogen doen en daarin samenwerking met de politie mag verwachten. Onder burgers en politie vindt ongeveer de helft (resp. 50% en 47%) dat iedere burger hetzelfde recht heeft zelf onderzoek te doen, terwijl anderen dit niet altijd (resp. 25% en 29%) of alleen onder bepaalde condities (25% en 24%) zouden toestaan (TNO, 2019).

De voornaamste motieven van burgers zijn ‘het gevoel er alles aan gedaan te hebben’ (31%), een ‘principekwestie’ (19%) en ‘een steentje bijdragen’ (19%). Verrassend genoeg zijn emotionele en financiële motieven in de minderheid (resp. 13% en 6%). Dat maakt de risico’s zoals eigenrichting wellicht iets kleiner, maar verwachtingen ten aanzien van een goede samenwerking en communicatie met politie zijn hoog. Burgers en politie ervaren als belangrijkste resultaat tevredenheid over het proces, de samenwerking en meer begrip voor elkaar. Betekenisvolle
afdoening (ofwel ‘afronding’) wordt door burgers als zeer belangrijk gezien, vooral als de kans op het terugvinden van het gestolen goed of de dader klein is (TNO, 2019).

Afwegingsmodel voor de praktijk
Om de ervaren kansen en risico’s bij burgeronderzoek zo goed mogelijk te kaderen geeft het afwegingsmodel in figuur 2 eerste handvatten voor de operationele interactie met burgeronderzoekers. Het model dient verder gevalideerd te worden door nieuwe toepassingen in de praktijk, niet alleen door expertbeoordelingen en een proeftuin rondom eenvoudige diefstal.

Het model doorloopt het proces van een burger die bij de politie komt en biedt zo veel mogelijk objectieve onderbouwing voor de beoordeling van agenten in diverse onderzoekssituaties. Een belangrijk principe is dat op basis van een transparant proces de politie de burger beter kan begrenzen, beschermen en bekrachtigen in de onderzoeksactiviteiten en optimaal rendement uit het onderzoek en de samenwerking kan halen voor beide partijen.

1. Is er sprake van een strafbaar feit?
De afweging of tot een samenwerking kan worden overgegaan, vangt aan wanneer een burger aangifte of melding doet van een strafbaar feit. Een strafbaar feit is een misdrijf of een overtreding zoals beschreven in respectievelijk Boek 2 en 3 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Een vermissing is door experts nog genoemd als mogelijke uitzondering op deze regel.

2. Zijn er opsporingsindicaties?
Het is van belang om vast te leggen of en welke opsporingsindicaties al door de burger verzameld zijn. De opsporingsindicaties zijn aanknopingspunten voor het onderzoek. De politie kan het burgeronderzoek en de samenwerking op basis van deze indicaties in onderlinge afstemming in goede banen leiden of deze zelf gebruiken voor onderzoek wanneer zij het onderzoek overneemt van de burger.

3. Beoordeling van de bewijsvergaring
In het geval van opsporingsindicaties worden deze beoordeeld op (in) hoe(verre) deze indicaties aanknopingspunten zijn voor (vervolg)onderzoek door burgers of politie op basis van rechtmatigheid, risico-implicaties en kwaliteit. In het beste geval komt een burger met een ronde zaak bij de politie, waarin veilig en rechtmatig onderzoek is uitgevoerd en opsporingsindicaties zijn verzameld die voldoende kwalitatief (onder andere betrouwbaar) zijn voor vervolging: een ‘klip-en-klaar’-zaak. Dit zal echter niet altijd het geval zijn.

De recent ontwikkelde leidende principes burgeropsporing (Politie en Justitie, 2019) stellen dat van samenwerking geen sprake kan zijn indien de burger een strafbaar feit pleegt tijdens de bewijsvergaring, zoals hacken of chantage. Ook wanneer uit verzameld bewijs stevige risico’s blijken, is het onderzoeksbelang van de burger ondergeschikt aan de veiligheid.

Wanneer sprake is van een ronde zaak of wanneer sprake is van reële risico’s of problemen, wordt de zaak beoordeeld door het OM voor verdere besluitvorming en kan de samenwerking (tijdelijk) worden beëindigd. In andere gevallen wordt er in principe van uitgegaan dat meer (kwalitatieve) opsporingsindicaties verzameld  unnen worden. Vervolgens is het dan zaak om de objectieve geschiktheid van het delict voor burgeronderzoek vast te stellen.

4. Is het delict geschikt?
In beginsel wordt zo veel mogelijk de samenwerking opgezocht wanneer een burger aangeeft zelf onderzoek te willen uitvoeren, nog afgezien van de situatie en context. Veiligheid staat echter voorop (Politie & Justitie, 2019) en op basis van alleen al de aard van het delict kan er een (te) hoog risico zijn, bijvoorbeeld op represailles.

Van een aantal misdrijven is het al dan niet betrekken van burgers zelfs wettelijk vastgelegd, zie Boek 1, titel VA en titel VC van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Hierbij gaat het om voorlopige hechtenis (VH-)feiten (art. 67 Sv), waarbij (ook) sprake kan zijn van minimaal het beramen van ernstige misdrijven in georganiseerd verband (art. 126o Sv), terrorisme (art. 126zt en 126zu), of waarbij gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert (art. 126h). Bij dergelijke delicten kan de officier van justitie betrokken worden in het eventuele samenwerkingsproces. Bijstand door burgers aan andere (potentieel risicovolle) feiten dan in Boek 1, titel VA en VC Sv is nog niet wettelijk geregeld. Wanneer vanuit de aard van andere strafbare feiten naar eigen inschatting risico’s blijken, dienen deze meegenomen te worden in combinatie met stap 5, 6 en 7.

5. Wat is de rol en het belang van de burger?
Na de vaststelling van de objectieve aard en ernst van het misdrijf is het zaak de rol, motivaties en het belang van de burger in de specifieke kwestie te onderzoeken. Het expliciet vaststellen van de aard van een misdrijf is van belang om een betere weging te kunnen maken van de mogelijke motivaties van burgers. Zo zijn er duidelijk verschillen tussen bijvoorbeeld vermogens- en geweldsdelicten of bijvoorbeeld afpersingszaken in wat dit zou kunnen betekenen voor de motivatie van betrokkenen om informatie te zoeken en/of te delen. Omdat het hierbij gaat
om de psychologische processen die van invloed (kunnen) zijn op de door de burger genomen beslissing(en), verschilt deze inschatting van de – sec juridische – beoordeling van het misdrijf. En hoewel deze processen (vooralsnog) in de objectieve, juridische, zin van het woord nog lang niet altijd een rol spelen in de (strafrechtelijke) overwegingen, dragen ze wel substantieel bij aan de kwaliteit en betrouwbaarheid van de verkregen informatie. Zo is het een bekend gegeven dat onder hoge (mentale) druk, bijvoorbeeld veroorzaakt door een sterke emotionele betrokkenheid, het oog voor (potentieel relevante) details verloren gaat (Martin, McLeod, Périard, Rattray, Keegan & Pyne, 2019; Levine & Edelstein, 2009). Dat maakt dat de omstandigheden waaronder burgers informatie verzamelen mogelijk relevant zijn voor het op waarde schatten van de resultaten. Dit is overigens een effect dat ook opgaat bij ‘retrieval’ (een bewust opgeroepen herinnering)
wanneer er bijvoorbeeld door betrokkenen later verklaard moet worden (Gagnon, Waskom, Brown & Wagner, 2019; Quervain, Aernni, Schelling & Roozendaal, 2009).

De wetenschappelijke inzichten in dergelijke processen ontwikkelen zich snel. Ook gerelateerd aan persoonlijke factoren zoals motivatie, intenties en zelfs vooroordelen (met bepaalde, vaak onbewuste, vooringenomenheid naar informatie zoeken). De mogelijke praktische consequenties van deze psychologische processen voor de validiteit en betrouwbaarheid van verklaringen of anderszins aangeleverde informatie wordt soms door ‘schade en schande’ maar al te evident. De ontwikkeling van methodes om dergelijke factoren bij aangevers adequaat te kunnen beoordelen staat nog in de kinderschoenen en de beoordeling daarvan steunt daarom vooralsnog op de eigen professionele inschattingen. Voor agenten impliceert dit dat dergelijke factoren een rol (kunnen) spelen in het onderzoek en dat omstandigheden, motivaties en de relatie van de aangever tot het misdrijf mogelijk relevante informatie is die zou kunnen worden meegewogen in de samenwerking, mits objectief vastgelegd (‘ik hoorde dat aangever noemde dat hij de dader wil vinden’ in plaats van ‘aangever was wraakzuchtig’).

6. Wat is het onderzoeksniveau?
Aan de hand van alle genoemde factoren kan gekozen worden voor het bekrachtigen of begrenzen van de onderzoeksmethodieken voor de burger. Deze vorm van dienstverlening is erop gericht de burger handvatten te bieden voor het rechtmatig, veilig en betrouwbaar uitvoeren van onderzoek en dient daarom op zowel de burger als de situatie te worden afgestemd. Het is hier enerzijds van belang af te wegen of de burger dan wel de maatschappij gevaar loopt bij de (vervolg)uitvoering, anderzijds of bewijs zo kwalitatief mogelijk kan worden verzameld.

Wanneer het om politioneel (vervolg)onderzoek gaat, zijn drie factoren van belang, namelijk uiteraard de onderzoeksmogelijkheden die het delict biedt, de kennis en kunde van de burger, maar ook de politiecapaciteit om het burgeronderzoek binnen de wenselijke kaders te laten verlopen. Wanneer de capaciteiten van de burger niet direct helder zijn, kan in ieder geval een aantal basisonderzoeksmethoden aan de meeste burgers worden aangeboden, zoals deels ook al in de Mijn Onderzoek-app is gedaan. Denk aan het bijhouden van een logboek, het vastleggen van een situatie, een buurtonderzoek of een open-bronnenonderzoek. Deze methoden zijn relatief laagdrempelig en veilig uit te voeren.

Gezien de diversiteit in betrokkenheid en kennis en kunde van burgers is de verwachting dat burgers in verschillende mate een bijdrage kunnen leveren. Capaciteiten  van een burger kunnen delictspecifiek worden benut bij het onderzoek. Kennis en kunde kunnen gestoeld zijn op specifieke expertise, maar ook op ervaring met burgeronderzoek. De meest actieve en langstzittende leden van Bellingcat bijvoorbeeld zijn ook door schade en schande wijzer geworden in hoe ze het meest effectief kunnen bijdragen aan een onderzoek. De politie heeft op dit moment nog geen specifieke richtlijn voor het toebedelen van onderzoekmethodieken aan de hand van de capaciteiten van de burger. Het inschatten van het ‘onderzoeksniveau’ op beginner, gemiddeld of geavanceerd is vooralsnog een eigen inschatting van de agent.

7. Samenwerking?
Op basis van de eerdere stappen kan worden afgewogen op welke wijze de samenwerking wordt vormgegeven. De uitkomst van de voorgaande stappen is leidend bij het vormen van de start van een samenwerking. Wanneer het burgeronderzoek op basis van voorgaande stappen relatief veel risico’s meebrengt, dienen eerder meer afspraken gemaakt te worden, zal een indringend gesprek nodig zijn, moet worden afgezien van burgeronderzoek of kan zelfs strafrechtelijke vervolging een maatregel zijn, dan wanneer er weinig risico’s zijn.

De samenwerkingsbeoordeling gedurende het onderzoek is een continu proces. De stappen uit dit model worden dan ook meerdere malen gedurende het proces getoetst. Aan afspraken, of juist het niet nakomen daarvan door burgers, dienen consequenties te worden verbonden. De politie kan besluiten de samenwerking te continueren, de samenwerking bij te sturen of besluiten de samenwerking (tijdelijk) te stoppen. Stoppen is verplicht indien de veiligheid van de burger in het geding komt of als deze strafbare feiten pleegt tijdens het onderzoek (Politie & Justitie, 2019).

Essentieel bij de samenwerking is dat beide partijen op de hoogte zijn van de ‘spelregels’; de wettelijke (on)mogelijkheden van zowel burgers als politie om onderzoek uit te (doen) voeren. Het moet immers voorkomen worden dat de politie (on)bedoeld burgers inzet om strafvorderlijke waarborgen te omzeilen. Eventuele onrechtmatigheid van de bewijsvergaring is dan terug te leiden naar de politie.

8. Afhandeling/opvolging?
Wanneer de burger het onderzoek als afgerond aanlevert, kan de politie beoordelen of de zaak daadwerkelijk kan worden afgehandeld. In dat geval kan de zaak doorgestuurd worden naar het OM. Ook is het mogelijk dat de politie beoordeelt dat meer bewijs is vereist of dat het onderzoek niet in het strafrechtdomein, maar in een ander rechtsdomein dient te worden voortgezet. De politie kan ervoor kiezen het onderzoek op basis van de huidige stand van zaken te beoordelen en deze eventueel weer terug te leggen bij de burger of zelf opvolging te geven aan het dossier.

Discussie: Wat kunnen we aanbevelen?

Door het beschikbaar komen van allerhande technische middelen en mogelijkheden kunnen burgers makkelijker en massaler dan voorheen strafrechtelijk relevante informatie verzamelen en onderzoeken. Er ontstaat hiermee ook een verandering in het verwachtingspatroon van de burger over politie en justitie. Men wil snelle opvolging door politie en vervolging door justitie. De praktijk van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde wordt tegenwoordig echter nog (mede) gekenmerkt door schaarstemanagement, beleidskeuzes en lange doorlooptijden,
waarbij de communicatie of samenwerking met de burger soms niet of moeizaam verloopt. Hierdoor kunnen risico’s ontstaan en potentiële winsten worden misgelopen.

De overheid dient het potentieel van burgers te herkennen en erkennen. Participatie, zowel vormen van burgerparticipatie als van politieparticipatie, is gebaseerd op wederkerigheid en past in de trend van horizontalisering van verhoudingen tussen burgers en overheid (Cleiren, 2010). Rechtsstatelijkheid staat voor de politie en het Openbaar Ministerie daarbij altijd voorop, in iedere vorm van samenwerking. Niet iedere samenwerking is echter juridisch ingekaderd. De proeftuin zoals met de app ‘Mijn Onderzoek’ en eerder onderzoek naar casussen uit de praktijk van Duijf (2018) laten zien dat de politie wel meer kan leren (learning by doing) in de samenwerking met (zelfstartende) onderzoekende burgers. Meer ervaring opdoen met dit fenomeen helpt politie en justitie, maar ook burgers, waarin iedereen kan ontdekken hoe de samenwerking het beste vormgegeven kan worden om kansen te benutten en risico’s te beperken.

Er is meer empirisch onderzoek nodig om vast te stellen hoe burgers en de politie samen participeren in opsporingsonderzoeken, zeker waar dit verder gaat dan een enkel individu. Het wetenschappelijk onderzoek zou voornamelijk gericht moeten zijn op de praktische effecten van een meer participerende rol van de politie en een meer onafhankelijke rol voor zelfstartende onderzoekende burgers in het opsporingsonderzoek, waarbij aan wederzijdse behoeften kan worden voldaan.

Veel politieagenten weten niet hoe ze moeten reageren op burgers die op eigen initiatief starten met het onderzoeken van misdrijven. Voor burgers voelt het nu mogelijk niet transparant als zij in de samenwerking worden afgewezen. Richtinggevende kaders, zoals het gepresenteerde model dat daartoe een eerste aanzet geeft, kunnen politieagenten in de praktijk ondersteunen en voorzien daarnaast mogelijk ook in een meer eenduidige politionele attitude op dit domein. Het zou helpen om deze richtinggevende kaders verder door te ontwikkelen voor doe-hetzelf-burgeronderzoek. Het model bespreekt vooral het voortraject en gaat minder in op fasen van opvolging in het strafrechtdomein. Ook de opvolging in andere rechtsdomeinen behoeft nadere uitwerking. Met het model kan hopelijk gedeeltelijk worden voorkomen dat burgers wettelijke en ethische grenzen overtreden, dat er onnodig gevaarlijke situaties ontstaan en dat bewijs (al dan niet per ongeluk)
gemanipuleerd wordt. Daarnaast kan de politie burgers ook gidsen en ondersteunen in de wijze waarop ze hun onderzoeksactiviteiten uitvoeren: begrenzen, beschermen en bekrachtigen. Burgers die zich mengen in politieonderzoeken en politie die zich mengt in burgeronderzoeken stelt echter nieuwe vragen aan het huidige beleid. Want op het snijvlak van burgerparticipatie en politieparticipatie ontstaan wezenlijk nieuwe dilemma’s voor de verhouding tussen overheid en samenleving.

Literatuur

  • Cleiren, C.P.M. (2010) Evolueren naar meer horizontale en multidimensionale verhoudingen in het strafrecht. Mechelen: Kluwer 2010.
  • Cornelissens, A. & H. Ferwerda (2010) Burgerparticipatie in de opsporing. Een onderzoek naar de aard, werkwijzen en opbrengsten. Apeldoorn: Politie en Wetenschap.
  • Dalkey, N. & O. Helmer (1963) An experimental application of Delphi method to the use of experts. Management Science, 9(3), 458.
  • De Quervain, D.J.-F., A. Aerni, G. Schelling & B. Roozendaal (2009) Glucocorticoids and the regulation of memory in health and disease. Frontiers in Neuroendocrinology, 30(3),
    358-370. doi: 10.1016/j.yfrne.2009.03.002.
  • De Vries, A. (2015) Moderne Sherlock zit in ons allemaal [blog]. Geraadpleegd op 17 januari 2020 op https://socialmediadna.nl/moderne-sherlock-zit-ons-allemaal.
  • De Vries, A. (2018) Opsporen? Doe het zelf! [blog]. Geraadpleegd op 17 januari 2020 op https://socialmediadna.nl/opsporen-doe-het-zelf.
  • De Vries, A. & F. Smilda (2014) Social Media: het nieuwe DNA. Amsterdam: Reed Business Education.
  • De Vries, A., M. Steen, A. Stoter, K. Brouwer, M. den Hengst & C. Nevejan (2016) BART! Rapport: resultaten uit fase 2C. Geraadpleegd op 6 januari 2020 op www.bartportal.nl/
    documents/samenvatting-concrete-resultaten-fase-2c-ha-v-09.
  • Denef, S., A. de Vries, K. Hadjimatheou, A. Roosendal, H. van Vliet, M. Cecowski, J. Diego, R. Fernández, K. Hadjimatheou, J. Coaffee, E. Kermitsis, N. Moustakidis, K. Tani,
    P. de la Torre & F. Williamson (2017) DIY Policing. European Union: Medi@4sec.
  • Duijf, S. (2018) Modern Sherlock Holmes. How will the police respond? A multiple case study into forms of police participation in citizen criminal investigation. Apeldoorn: Canterbury Christ Church University en Politieacademie.
  • Gagnon, S.A., M.L. Waskom, T.I. Brown & A.D. Wagner (2019) Stress Impairs Episodic Retrieval by Disrupting Hippocampal and Cortical Mechanisms of Remembering. Cerebral cortex, 29(7), 2947-2964. doi: 10.1093/cercor/bhy162.
  • Higgins, E. (2016). Finding truth in a post-truth world | Elliot Higgins | TEDxAmsterdam [YouTube]. Geraadpleegd op 17 januari 2020 op TEDxAmsterdam: www.youtube.com/watch?v=mozxTk3Brqw.
  • Kerstholt, J.H., A. de Vries, R. Mente & M. Huis in ’t Veld (2015) Politie en burgers: van informatie delen naar volwaardige samenwerking. Tijdschrift voor Veiligheid 0304(14). doi: 10.5553/TvV/1872794820150140304005.
  • Lam, J., N. Kop & C. Plancken (2019) Burgerparticipatie: leren van de zaak van Anne Faber. Geraadpleegd op 17 januari 2020 op www.websitevoordepolitie.nl/coverstoryburgerparticipatie-leren-van-de-zaak-anne-faber.
  • Lectoraat Gemeenschappelijke veiligheidskunde (2007) Meer heterdaadkracht: ‘Aanhoudend in de buurt’. Geraadpleegd op 17 januari 2020 op www.politieacademie.nl/kennisenonderzoek/kennis/mediatheek/PDF/42929.pdf.
  • Levine, L.J. & R.S. Edelstein (2009) Emotion and memory narrowing: A review and goalrelevance approach. Cognition and Emotion, 23(5), 833-875. doi: 10.1080/02699930902738863.
  • Martin, K., E. McLeod, J. Périard, B. Rattray, R. Keegan & D.B. Pyne (2019) The Impact of Environmental Stress on Cognitive Performance: A Systematic Review. Human Factors, 61(8), 1205-1246. doi: 10.1177/0018720819839817.
  • Meijer, A.J., S.G. Grimmelikhuijsen, D. Fictorie, M. Thaens & P. Siep (2012) Politie & sociale media: Van hype naar onderbouwde keuzen. Apeldoorn: Politie en Wetenschap.
  • N.N. (2017) Naar een toekomstbestendige opsporing en vervolging, Koersdocument. Geraadpleegd op 27 januari 2020 op https%3A%2F%2Fwww.regioburgemeesters.nl%2Fsave419%2F&usg=AOvVaw1zadEfcnxrHzOyzd00nenD.
  • Ono, R. & D.J. Wedemeyer (1994) Assessing the Validity of the Delphi Technique. Futures, 26(3), 289-304.
  • Politie (2018) Ontwikkelagenda Opsporing. Geraadpleegd op 17 januari 2020 op www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2018/11/16/tkbijlage-hoofdlijnenversie-ontwikkelingagenda-opsporing/tk-bijlage-hoofdlijnenversieontwikkelingagenda-opsporing.pdf.
  • Politie & Justitie (2019) Leidende principes Burgeropsporing [intern document].
  • Schreurs, W. (2019) Crossing lines together: how and why citizens participate in the police domain. Enschede: University of Twente. doi: 10.3990/1.9789036548496.
  • TNO (2019) Enquêteresultaten Mijn Onderzoek [intern document].
  • Van der Graaf, A. (2019) Luistermoord: De podcast als opsporingsmiddel. Blauw magazine, 5.
  • Van der Meulen, S. (2018) Undercover met politie – Vrije Vogels [vlog]. Geraadpleegd op 17 januari 2020 op www.youtube.com/watch?v=e_Nu5Jx15PU.
  • Van Erp, J.G., F. van Gastel & H.D. Webbink (2012) Opsporing verzocht. Een quasi-experimentele studie naar de bijdrage van het programma Opsporing Verzocht aan de oplossing van delicten. Apeldoorn: Politie & Wetenschap.

Doe-het-zelfsurveillance

WhatsApp-buurtpreventiegroepen zijn goed voor de sociale cohesie in de buurt, maar je vangt er nauwelijks boeven mee. Dit blijkt uit onderzoek van Mehlbaum onderzoek, de Vrije Universiteit en het Verwey-Jonker Instituut in opdracht van Politie en Wetenschap. De onderzoekers volgden meer dan een jaar zes WhatsApp-buurtgroepen in Almere, Amstelveen, Amsterdam en Tilburg. Politie en gemeente hebben wel baat bij de WhatsApp-buurtgroepen. De wijkagent heeft vaak nauw contact met beheerders en blijft zo op de hoogte van wat er speelt in de wijk. Daarnaast kan de politie de WhatsApp-buurtgroepen voeden met informatie over bijvoorbeeld actieve dadergroepen in de buurt, zodat buurtbewoners hiernaar uit kunnen kijken en preventiemaatregelen kunnen treffen. Hier ligt een kans voor de politie om de verbinding met de wijk te verbeteren, in het bijzonder met buurten die gelden als zogenaamde ?hot spots? of waar weinig contact is met buurtbewoners.

WhatsApp-buurtgroepen zijn een wijdverspreid fenomeen in Nederland en duizenden Nederlanders helpen mee om hun buurt in de gaten te houden en delen verdachte situaties met elkaar. In hoeverre dit daadwerkelijk bijdraagt aan sociale veiligheid is echter nog nauwelijks onderzocht. Dit onderzoek heeft, op basis van een analyse van chatgeschiedenissen en gesprekken met beheerders en andere buurtbewoners, politie- en gemeentemedewerkers, in kaart gebracht wat zich allemaal afspeelt in deze appgroepen. Ook werd gekeken welke maatschappelijke gewenste en ongewenste gevolgen dit met zich meebrengt.

Uit het onderzoek blijkt dat buurtbewoners elkaar door de WhatsApp-buurtgroepen (beter) leren kennen en dit mondt vaak uit in andere vormen van contact, zoals een buurtbarbecue of een gezamenlijke Facebookgroep. Het initiatief voor deze groepen komt vaak vanuit een enthousiaste buurtbewoner die het beheer op zich neemt en de huisregels in de groep handhaaft.
De invloed van de appgroepen op sociale veiligheid lijkt echter beperkt. Respondenten wijzen vooral op de preventieve werking van de appgroepen om inbraken of andere delicten te voorkomen. Of dit daadwerkelijk zo is, is echter lastig hard te maken. Buurtbewoners delen wel verdachte situaties met elkaar, maar dit heeft slechts in 1 casus (Amsterdam) geleid tot aanhoudingen. Behalve dat buurtbewoners relatief weinig verdachte situaties opmerken, vari?rend van 0.08 tot 1,5 per maand, melden ze ook niet alle verdachte situaties aan de politie.

Politie en gemeente hebben wel baat bij de WhatsApp-buurtgroepen. De politie kan buurtbewoners trainen in het melden van verdachte situaties en hoe ze hiermee om kunnen gaan. Het onderzoek wijst uit dat begeleiding en training van politie helpt om ongewenste situaties, zoals eigenrichting of uitsluiting te voorkomen. Deelnemers aan de groepen weten hierdoor wat wel en niet geoorloofd is in de groepen en wijzen elkaar hier op. Ongewenste uitwassen zijn we dan ook nauwelijks tegengekomen in de geanalyseerde appgroepen.
De actieve inzet van buurtbewoners voor de veiligheid van hun buurt, roept echter ook verwachtingen op. Buurtbewoners willen graag terugkoppeling ontvangen, wanneer ze een melding doen bij de politie. Uit het onderzoek blijkt dat dit vaak niet gebeurt, waardoor niet duidelijk is op de meldingen opgevolgd zijn door de politie. Ook verwachten buurtbewoners ondersteuning van de gemeente als het gaat om preventiebordjes of -stickers. Per gemeente wordt hier verschillend mee omgegaan en dit kan leiden tot onvrede onder buurtbewoners.

[slideshare id=120818321&doc=doe-het-zelfsurveillance-181026101007&type=d]

Bronnen: Politie en Wetenschap

Seminar Burgerparticipatie Politieacademie

Burgerparticipatie kent vele facetten. De overheid betrekt burgers bijvoorbeeld al jaren op diverse manieren bij beleidsvorming. Ook voor de politie is burgerparticipatie een belangrijk thema geworden. Burgers worden namelijk steeds actiever op het gebied van criminaliteitsbeheersing. Onder andere door technologische ontwikkelingen zijn burgers steeds beter in staat om zelfstandig veiligheid vorm te geven. Hierbij valt te denken aan de grootschalige zoektochten bij vermissingen, maar ook aan mensen die zelf gestolen goederen opsporen via internet of ?op jacht gaan? naar daders bij bijvoorbeeld een mishandeling of misbruik van minderjarigen.

Deze ontwikkeling brengt bepaalde risico?s met zich mee. Zo zijn er vaak heftige emoties in het spel en bestaat de dreiging van eigenrichting. Tegelijkertijd is de hulp van burgers een gegeven en biedt de samenwerking met burgers ook nieuwe kansen voor de politie. Burgers bieden naast ?extra ogen en oren? bijvoorbeeld ook kennis en expertise die de politie zelf mogelijk niet of onvoldoende in huis heeft. In ieder geval is burgerparticipatie inmiddels niet meer weg te denken uit de samenleving. De uitdaging voor de politie is dan ook om in verbinding te blijven met de burger.

Hoe de politie met deze risico?s, kansen en dilemma?s omgaat, werd duidelijk tijdens dit gevarieerde seminar, dat op 18 september op de politieacademie werd gehouden, Het bestond uit een plenair gedeelte, gevolgd door workshops. Alle onderdelen werden ge?llustreerd met praktijkvoorbeelden.

Wim van Amerongen, Programmadirecteur Opsporing, opende het seminar. In zijn verhaal over Burgeropsporing stonden onder andere ambities zoals flexibiliteit en de snelle aanpassing aan nieuwe veiligheidsvraagstukken centraal. Oebele Brouwer, de tweede plenaire spreker, behandelde vervolgens vanuit zijn rol als Officier van Justitie de juridische mogelijkheden van burgerinzet en de bewijswaarde hiervan in het strafrecht. Ook bespreekt hij aan de hand van casu?stiek het managen van emoties bij burgerparticipatie in relatie tot het strafproces. Tenslotte hield?Izanne de Wit, specialist vermiste personen van de regionale recherche van de politie Midden-Nederland een mooi pleidooi over nieuwe vormen van samenwerking met allerlei burgergroepen in vermissingszaken. In juni van dit jaar gaf zij nog een interessant interview in de Volkskrant?over de worsteling van de politie bij burgerhulp.

Vervolgens was er?een grote verscheidenheid aan workshops:

1. Runnen in de Bovenwereld?(Law Enforcement Only)
De TCI (Team Criminele Inlichtingen) maakt bij uitstek gebruik van burgers in het verkrijgen van informatie. Veelal zijn deze burgers criminelen die om verschillende motieven hun informatie met de TCI willen delen.
Daarnaast is het van belang om informatiepositie te krijgen bij burgers die zich niet in de traditionele criminele omgevingen bevinden, maar een sleutelpositie hebben binnen het maatschappelijke leven (de Bovenwereld).
Een inzicht in de wereld van Criminele Inlichtingen en Runnen in de Bovenwereld.
Coordinator TCI Landelijke Eenheid

2. “Maar even serieus, politieparticipatie?”?
Politieparticipatie? Een streven misschien maar (nog) geen werkelijkheid. Stan Duijf deed onderzoek naar? verschillende vormen van politieparticipatie. Aan de hand van casuistiek neemt deze workshop je mee in de wereld van burgers die zelf starten met opsporen en de wijze waarop de politie op deze burgers reageert. U krijgt in deze workshop antwoord op vragen zoals, hoe reageert de politie op deze opsporende burgers, welke dilemma’s worden er ervaren en kunnen deze zelfstartende burgers van betekenis zijn voor het opsporingsonderzoek?
Stan Duijf

3.?Hoe verbetert Opsporingscommunicatie de effectiviteit van de opsporing.
Tijdens deze workshop nemen we je mee in een van de meeste bekende vormen van burgerparticipatie in de opsporing, de inzet van Opsporingscommunicatie. We maken als politie al 35 jaar Opsporing Verzocht en met succes. Wekelijks trekt het programma gemiddeld 1,2 miljoen kijkers en in 43% van de zaken die oa hier worden gebracht worden aanhoudingen verricht. Maar Opsporingscommunicatie gaat inmiddels veel verder alleen een opsporingsprogramma. Tijdens deze workshop laten we jullie ervaren hoe je Opsporingscommunicatie kan inzetten als strategisch interventiemiddel en tonen we jullie toonaangevende praktijkvoorbeelden.
Linda Buitenweg

4. Vrijwillig, getraind en Ready2Help: Samen met de politie zoeken bij urgente vermissingen?
Ready@Help?is een burgernetwerk dat in 2014 door het Rode Kruis is opgezet. Het doel is om samen met aangesloten vrijwilligers tijdens grote incidenten een bijdrage te kunnen leveren aan hulpverlening en veiligheid. Inmiddels bestaat het netwerk uit bijna 40.000 mensen en is Ready2Help sinds 2014 al meer dan 300 keer in actie gekomen. Ongeveer een jaar geleden is er experiment gestart waarbij de politie Rotterdam Ready2Help traint in het zoeken bij vermissingszaken. Tijdens deze workshop wordt ingegaan op deze samenwerking met de Eenheid Rotterdam bij het zoeken naar urgent vermiste personen en wordt een verkenning gedaan naar mogelijke andere samenwerkingsvormen met de politie.
Petra Koster

5. ?oh oh ze denken mee!?. Burger internetrechercheurs in vermissingszaken.
De workshop zal gaan over het feit dat burgers hobbymatig steeds actiever met ons mee speuren in vermissingszaken. Als politie is het lastig handelen met de informatie die zij aanleveren. Welke werkwijze hebben zij gehanteerd die geleid heeft tot het verkrijgen van deze informatie?? Hoe gaan zij om met hypothese en scenario?s?? Maar wat nu als informatie die zij verstrekken klopt?
Izanne de Wit

6. Boeven vangen doen we samen! Lessen uit Kootwijkerbroek.
Burgers organiseren zichzelf via WhatsApp of speciale buurtapps en attenderen elkaar ?n ons op veiligheidszaken en verdachte situaties in de buurt. Als politie zijn we heel blij met deze betrokkenheid, want; met vele ogen zien we meer en dit vergroot de kans op heterdaad aanhoudingen! Maar wat doen we als een dergelijke groep uitgroeit tot een burgerwacht die 24/7 paraat staat om met eigen middelen de veiligheid in de wijk te bewaken?
Onderwerpen die in deze workshop aan bod komen zijn onder andere:
? Burgers organiseren zich zelf, maar wat verwachten ze van de overheid?
? Hoe kun je burgerparticipatie goed en slim organiseren?
? En wat zijn de do?s en don?ts voor een goede samenwerking?
Wilma Borren

7. Participeer! Kom je alleen info halen of doe je mee??
In deze workshop nemen twee politiekundigen u mee in hun afstudeeronderzoek naar burgerparticipatie. Zij deden onderzoek naar de kansen voor burgerparticipatie in het district Oost-Utrecht. Daarvoor spraken zij onder andere met burgerrechercheurs en buurtvaders over de samenwerking met de politie. Ook onderzochten zij welk beeld politiemedewerkers van? burgerparticipatie hebben en welke mogelijkheden collega’s zien om paticipatie meer te benutten. Naast het bespreken van de resultaten van het onderzoek gaan zij graag met u in gesprek om samen verder te leren.
Wilma Borren & Bas van der Hee

8. Verschil Maken. Het spanningsveld tussen burgerparticipatie en de waarden van de rechtstaat.
Anne Faber kent u waarschijnlijk wel. Edwin Takens waarschijnlijk niet. Beiden werden eind 2017 in de omgeving van Soest vermist. De zoektocht naar Anne Faber werd een nationale aangelegenheid met tal van burgerinitiatieven. Bij Edwin Takens gebeurde dat niet. Hoe gingen wij om met dat verschil?
We zijn nieuwsgierig naar waar de politie zich door laat leiden bij het bepalen van de inzet van schaarse capaciteit? In het maken van die keuze dienen wij de waarden van de rechtsstaat en staan wij voor gelijkheid. Maar het vermogen om zelf voor veiligheid te zorgen is ongelijk verdeeld in de samenleving. Die maatschappelijke ongelijkheid zouden wij kunnen negeren, nivelleren of juist uitvergroten. Negeren door in alle gevallen gelijke inzet te plegen, nivelleren door een stap terug doen waar burgers participerend en redzaam zijn en andersom. En uitvergroten door juist mee te bewegen met de publieke opinie en inzetten op die zaken die burgers in beweging brengen. Hoe gaan wij om met maatschappelijke ongelijkheid en deugt het wat wij doen? Tijdens deze workshop wordt het denkraam van een onderzoek naar de spanning tussen burgerparticipatie en de waarden van de rechtsstaat gepresenteerd. En willen we op een interactieve manier discussi?ren over dit spanningsveld.
Susanne Huijing & Machteld van den Bosch

9. De Landelijke Deskundigheidheidsmakelaar: Inzet van externe deskundigen
Er is een toenemende vraag naar externe deskundigen (burgers) die een bijdrage kunnen leveren aan het opsporings- en vervolgingsproces. Het kan echter moeilijk zijn om te bepalen wie en op welke wijze een burger/deskundige een bijdrage kan leveren? in een onderzoek. Onduidelijkheid hierover gaat soms ten koste van de kwaliteit van het onderzoek. Er zijn echter veel kwalitatief uitstekende en betrouwbare? externe deskundigen (burgers) die meer en vooral eerder ingezet kunnen worden dan nu het geval is. De Landelijke Deskundigheidsmakelaar (LDM) wil de politie, openbaar ministerie, bijzondere opsporingsdiensten en zittende magistratuur? hierbij graag ondersteunen en adviseren. De LDM heeft een register met daarin gescreende en getoetste externe deskundigen die geraadpleegd kunnen worden.
Mariska van Diepen & Jan Verkaik

10. Wanneer werk je wel of niet samen met burgers in opsporing?
Burgers hebben meer dan alleen ogen en oren, en willen in toenemende mate meedenken en doen in het opsporingsproces. Denk aan meezoeken bij vermissingzaken, of het speuren naar gestolen spullen op internet. Maar wanneer werk je nu als politie echt samen met burgers, en wanneer niet? Wanneer laat je burgers hun gang gaan, en wanneer moet je het in goede banen leiden? Of hoe kun je ingrijpen als het schadelijke gevolgen kent? In deze workshop willen we met jullie in discussie over benodigde instrumenten voor politie en burgers om deze processen in goede banen te leiden. Aan de hand van in ontwikkeling zijnde tools zoals het burgeropsporingsplatform Sherlock willen we interactief op zoek naar voorbeelden uit de praktijk en eindigen met voorlopige antwoorden op deze vragen. Sherlock: https://socialmediadna.nl/sherlock/
Sven Schultz & Arnout de Vries

11. Burgerparticipatie: de buurt en de agent (Veiligebuurt app)
Bewoners starten buurtpreventie initiatieven (m?t en z?nder de wijkagent) om hun buurt veiliger te maken. WhatsApp heeft zijn beperkingen voor bewoners ?n voor de wijkagent. Veiligebuurt.nl app is speciaal ontwikkeld en wordt nu door politie eenheden gebruikt.
In deze workshop wordt de voorbeeldcase met Politie Bommelerwaard uitgediept en de succesfactoren en resultaten vanuit het Ministerie van J&V besproken.
Natuurlijk staan we ook stil bij uw ervaringen, tips en hoe u kunt genieten van de voordelen (zonder eventuele belemmeringen).
Tim van Belkom

12. Ondernemers Alert, ”Ondermijning met een hapje en een drankje”
En dan is het ineens je buurman ondernemer op het industrieterrein waar de hennep zit en waar een ripdeal plaatsvind. De wijkagent komt erachter dat die buurman best wel wat wist.. maar helaas vaak achteraf. We willen naar de voorkant komen, hoe ga je samenspannen met ondernemers en hen bewustmaken van de signalen en weer in verbinding komen met de overheid. We zijn het gewoon gaan doen met ons publiek private netwerk ondermijners, zo’n 2 jaar geleden is het Platform Veilig ondernemen,? MKB- VNO, Politie, gemeenten, ondernemersverenigingen, samen voorlichtingen gaan geven op industrieterrein, daar waar het gebeurd, zoals in de loods waar XTC geproduceerd werd. Met een hapje en een drankje in?informele bijeenkomsten waarbij de burger als ondernemer en 1overheid weer in gesprek komen. Inmiddels landelijk gevolgd, 1200 ondernemers verder een 30 tal lokale bijeenkomsten, Haagse politici tot en met de minister die deze bijeenkomsten ook aanschuiven. In deze workshop vertellen we ons persoonlijke story over hoe een schijnbaar kleine interventie lokale, soms onverwachte, mooie effecten kan hebben in het herstellen van de publiek private verbinding.
Petra van den Bergh

13. Sarea Samen Zoeken?
Jaarlijks worden meer dan 40.000 mensen als vermist opgegeven. Gelukkig zijn 70% van de personen binnen 24 uur teruggevonden. In sommige gevallen helaas niet. Burgers starten vaak zelf een zoekactie voordat de politie in beeld komt. Dat is goed, want juist de eerste 24 uur zijn cruciaal.
Burgers willen graag, maar weten niet altijd hoe ze een zoekactie moeten leiden. Hoe weet je wie waar zoekt? Hoe stuur je mensen aan? De vermissingsapp Sarea helpt door de zoekactie te structureren en te organiseren. Doordat Sarea een afgebakend zoekgebied bepaalt en doordat de co?rdinator overzicht behoudt van waar wel en niet gezocht is, zorgt Sarea voor cruciale afstemming en samenwerking tussen alle partijen die betrokken zijn bij het zoeken naar een vermiste persoon. Wat komt erbij kijken als je met een app met burgers wil gaan samenwerken op het gebied van zoekacties? Van idee naar uitvoer, daar gaat de workshop over.
Ronnie Hessels & Henk-Jan Kazemir

14. Als je normale vragen stelt, krijg je ook normale antwoorden. Over de rol van de burger in de opsporing
? Wie vertrouwt zijn DNA toe aan de overheid?
? Wie durft te getuigen over een hennepplantage in de buurt, of over een moord?
? Wat doet de politie als de burger iets van de overheid wil in ruil voor zijn bijdrage?
? Wat mag is de prijs van de vooruitgang?
In deze workshop gaat Maarten Bollen in op de rol van de burger in de opsporing. Welke overeenkomsten hebben de burgers die in Friesland DNA afstonden voor het verwantschapsonderzoek naar de moord op Marianne Vaatstra met de dealende criminelen die hun celgenoot erbij lapt in ruil voor minder straf? Maarten Bollen was betrokken bij het onderzoek 3D waarin verwantschapsonderzoek voor het eerst werd ingezet. Hij is op dit moment projectleider Bijzondere Getuigen in de regio Oost.
Maarten Bollen

Bron: Politieacademie

Doe-het-zelf burgeropsporing en politieparticipatie. Hoe reageert de politie?

Politieparticipatie? De attitude van de politie moet echt veranderen!?Een artikel over doe-het-zelf burgeropsporing & politieparticipatie.

Door gastauteur: Stan Duijf.

Burgers kruipen steeds meer in de rol van de politie. Ze worden geconfronteerd met een strafbaar feit en starten op eigen initiatief met opsporen. Met regelmaat wordt gesteld dat de rol van de politie hierbij meer participerend zou moeten zijn, ook wel politieparticipatie in de (politionele) volksmond. Maar even serieus, politieparticipatie? Een streven misschien, maar (nog) geen werkelijkheid. Burgers die zelf een opsporingsonderzoek starten worden niet toegejuicht. Als het over opsporing gaat wil de politie vooral zelf veel invloed en controle hebben. Hoe reageert de politie op deze opsporende burgers, welke dilemma?s worden er ervaren en kunnen deze zelfstartende burgers van betekenis zijn in het opsporingsonderzoek? In dit artikel worden deze en andere vragen beantwoord.? ?

Weet u nog? De vrouw uit Hoorn die nadat ze misbruikt was zelf via haar iPhone de dader opspoorde en de honderden burgers die zochten naar de vermiste Anne Faber. De aandacht voor dit fenomeen groeit al jaren levendig, net zoals het lijkt dat het aantal burgers dat zelf start met opsporen gestaag lijkt toe te nemen. Noemenswaardig is dat de aandacht voornamelijk is uitgegaan naar de opsporende burger en het romantiserende mediagenieke Sherlock Holmes gehalte van dit fenomeen. Tot op heden heeft de (wetenschappelijke) onderzoekswereld opvallend weinig gedegen belangstelling getoond voor de wijze waarop de politie reageert op deze zelfstartende opsporende burger. Wellicht kunnen opgedane ervaringen ons iets leren voor de toekomst? Hoog tijd om vanuit dit perspectief op basis van onderzoek een aantal inzichten toe te voegen!

De zelfstartende opsporende burger

Burgers hebben vaak als slachtoffer of getuige een traditionele rol in het opsporingsonderzoek. Hun informatie is vaak beslissend voor waarheidsvinding. De laatste jaren is op initiatief van de politie in de opsporing ge?xperimenteerd met een meer prominente rol voor participerende burgers. De rol van burgers in het opsporingsonderzoek is blijkbaar aan verandering onderhevig, maar het is nu niet de politie die dit initieert. Als moderne Sherlock Holmes nemen burgers het initiatief en starten, nadat ze zijn geconfronteerd met een strafbaar feit, zelf een opsporingsonderzoek. Dit doen ze regelmatig volledig autonoom en onafhankelijk, bij gelegenheid in wereldwijde (virtuele) netwerken en soms in samenwerking met de politie. De vari?teit van initiatieven is groot, de ene post zijn gestolen fiets op facebook en de ander spant samen om via een online community pedofielen of oorlogsmisdadigers te ontmaskeren. In veel gevallen wordt de zelfstartendheid ingegeven door een tekortkomende politie (1). Burgers weten dat de politie hun verwachting vaak niet waarmaakt en besluiten zelf op zoek te gaan naar waarheidsvinding en rechtspreking. Abstracte ontwikkelingen zoals globalisering en individualisering dragen volgens velen bij aan deze ontwikkeling,maar de integratie van technologie en internet in het dagelijks leven lijkt veel prominenter bij te dragen aan het opsporend vermogen van deze zelfstartende Sherlocks. Denk hierbij aan de opmars van open bronnen onderzoek. Oprichter van onderzoekscollectief Bellingcat Elliot Higgens (2) noemde open bronnen onderzoek door burgers zelfs een vreedzame revolutie die waarheidsvinding bevorderd. Op basis van literatuuronderzoek zijn in deze studie de burgers die zelf het initiatief nemen om op te sporen gedefinieerd als: ??n of meer burgers die onafhankelijk activiteiten initi?ren om informatie te verzamelen in relatie tot een gepleegd strafbaar feit met als doel om de waarheid te vinden en om recht te spreken.

Op welke wijze is het onderzoek uitgevoerd?

Het kwalitatief empirisch onderzoek, ge?nspireerd op Yin?s case studie methode (3), is uitgevoerd in drie fasen. In de eerste fase werd voornamelijk op basis van een literatuurstudie het theoretisch kader bepaald. De tweede fase bestond uit een meervoudige casestudy, waarin zeven cases individueel zijn onderzocht en uitgewerkt op basis van document analyse en interviews. In de derde fase zijn de uitkomsten van de individuele casestudies cross case geanalyseerd en ter validatie aangeboden aan een groep experts.

De zeven cases

  1. Overval tankstation Weert, eigenaar publiceerde de beveiligingsbeeld dezelfde dag nog op YouTube (2010).
  2. Vermissing van broertjes Julian en Ruben, honderden burgers kwamen na een Facebook bericht samen om te zoeken (2013)
  3. MH17, onderzoekscollectief Bellingcat doet open bronnen onderzoek naar de aanleiding van de ramp (2014).
  4. Glanerbrug burgerwacht, de inwoners van het grensdorp komen in actie tegen de drugscriminaliteit (2016).
  5. Gestolen telefoon, slachtoffer start zelf online onderzoek naar locatie en verkoper van de telefoon (2017).
  6. YouTube kanaal Betrapt, vijf jongens openen de jacht op online pedofielen en publiceren de confrontaties online (2017).
  7. Fiets gestolen, nadat haar fiets werd gestolen ging ze zowel online als in de wijk op zoek naar haar fiets.

Politieparticipatie, wat wordt ermee bedoeld?

Een traditionele monopoliepositie in de opsporing, daar is al lang geen sprake meer van. De politie realiseert zich dat anderen nodig zijn om de opsporing fundamenteel te verbeteren. In haar koersdocument (5) laat de politie dit ook duidelijk blijken en staat samenwerken met anderen die opsporen niet meer aan de zijlijn, maar in het speelveld. Echter worden er in de praktijk nog dagelijks dilemma?s ervaren wanneer politieagenten worden geconfronteerd met de opsporende burger. Binnen ?de politie zijn momenteel meerdere bewegingen zichtbaar om politionele opsporing en opsporing door zelfstartende burgers meer richting te geven. Het woord politieparticipatie, wordt steeds vaker gebruikt, zowel te pas als te onpas. Maar let op, voordat we het weten is er sprake van een modewoord en verliest het aan kracht en betekenis. Maar wat betekent politieparticipatie eigenlijk? Een halve eeuw geleden ontwikkelde Arnstein (5) de ladder van participatie. Met acht participatietreden helpt het model om gradaties van participatie te analyseren en te categoriseren. In de kern verschillen de treden in mate van inspraak, invloed en besluitvorming, van pure manipulatie door de overheid tot en met volledige controle van burgers. Smilda en de Vries (8) positioneerde politiepartiparticipatie tussen burgerparticipatie, waar de burger gevraagd meedoet met de politie en burgeractiviteiten, waar de burger zelfgereid zonder enige betrokkenheid van overheden opspoort. Op basis van literatuuronderzoek is in deze studie gesteld dat er sprake is van politieparticipatie wanneer de politie deelneemt aan opsporingsactiviteiten die ge?nitieerd zijn door burgers en waarin burgers de leiding hebben.?

Participatieladder van Arnstein (5)?????????????? ?

Participatieschaal van De Vries en Smilda (6)

Inzichten om toe te voegen, de conclusies

Hoe reageert de politie op deze opsporende burgers? Welke dilemma?s worden er ervaren? Kunnen zelfstartende burgers van betekenis zijn in het opsporingsonderzoek? De resultaten van het onderzoek geven onder andere antwoord op deze vragen.

De politie reageert primair terughoudend en met voorzichtigheid op burgers die, nadat ze met een strafbaar feit werden geconfronteerd, zelf het initiatief namen om te gaan opsporen. De politie wil eigenlijk niet dat burgers op eigen initiatief? zich mengen in het opsporingsproces. Door onbekendheid en wantrouwen weet de politie niet echt hoe ze hier mee om moeten gaan en willen ze zo veel mogelijk zelf controle houden in het opsporingsonderzoek. Echter realiseert de politie zich ook dat deze zelfstartende burgers niet makkelijk te stoppen zijn en dat ze mogelijk ook van positieve betekenis kunnen zijn voor het politionele onderzoek door bijvoorbeeld informatie aan te leveren. Daarnaast realiseert de politie zich ook dat enige mate van samenwerking hun invloed op het burgerinitiatief kan vergroten. Om deze reden ontstaat er dikwijls wel enige verbinding tussen de initiatief nemende burgers en de politie. Om het bewustzijn bij burgers te vergroten is het vaak de politie die aanstuurt op een gesprek over potenti?le risico?s en consequenties van het burgerinitiatief. De politie probeert ook afspraken te maken over de wijze waarop de burgers hun opsporende activiteiten uitvoeren. Menigmaal staat bij het maken van deze afspraken het eigenbelang van de politie voorop, ze willen namelijk graag zo veel mogelijk invloed hebben op de opsporende burger. Merkwaardig is dat de mate van invloed die de politie wil hebben op de zelfstartende burgers toeneemt bij omvangrijke, gevoelige opsporingsonderzoeken met significante impact. Deze mate van behoefte van invloed is vele mate meer dan bij veel voorkomende criminaliteit zoals diefstal van een fiets of telefoon. Hierbij adviseert de politie burgers om zelf op onderzoek uit te gaan, met alle risico?s van dien.

Dezelfde avond nog ontdekte het meisje dat haar zojuist gestolen fiets online te koop werd aangeboden. Ze belde 0900-8844 om aangifte te doen. Ze kreeg het advies van de politie om online aangifte te doen en een afspraak te maken met de verkoper om te controleren of het ook echt haar fiets was. Wanneer ze haar eigen fiets zou aantreffen, kon ze de politie terugbellen. Het meisje werd door de politie niet gewezen op eventuele risico?s.

Vanuit het perspectief van Arnstein?s (5) theorie kan er meer gesproken worden van police-power dan van politieparticipatie. In uitzonderlijke gevallen krijgen burgers van de politie een eigenstandig onderzoekende verantwoordelijkheid in een opsporingsonderzoek zoals in enige mate in de case van de vermiste broertjes. De politie wil voornamelijk in belang van hun opsporingsonderzoek en gezaghebbende positie, zelfstartende burgers be?nvloeden door manipulatie en educatie. Burgers mogen een geluid hebben en deze laten horen in een opsporingsonderzoek, maar het is de politie die probeert hun besluiten te be?nvloeden. Vanuit de theorie van Arnstein (7), reageert de politie voornamelijk op een tokenisme / non-participatie wijze.

Er kunnen diverse praktische vormen van ?de wijze waarop de politie reageert? onderscheiden worden. Een van de meest primaire vormen wanneer burgers opsporende intiatieven nemen is informatiedeling. Vaak is dit eenrichtingsverkeer, van burgers naar de politie. De politie heeft in de onderzochte cases waardevolle informatie gekregen wat ook daadwerkelijk heeft bijgedragen aan waarheidsvinding. De politie wil frequent burgers betrokken houden, maar doordat ze hun opsporingsinformatie dikwijls niet mogen delen haakt de betrokken burger wel eens af. Daarnaast moet de politie er zeker rekening mee houden dat informatie gemanipuleerd kan zijn. Tegenwoordig is namelijk veel informatie afkomstig van open bronnen. Hierdoor mag vanzelfsprekend niet de betrouwbaarheid van het strafrechtelijk onderzoek in het geding komen.

Het Openbaar Ministerie twitterde op 3 januari 2016 dat de informatie van Bellingcat over MH17 serieus zal worden beoordeeld op bruikbaarheid voor het strafrechtelijk onderzoek. Informatie afkomstig uit open bronnen onderzoek kan namelijk gemanipuleerd zijn. Het Internet is voor iedereen toegankelijk. Om te voorkomen dat dit het onderzoek ongewenst be?nvloed wordt, gebruikt het onderzoeksteam Bellingcats bevindingen als deze gevalideerd kunnen worden.

Een andere praktische vorm die voorkomt is dat de politie burgers training geeft in bijvoorbeeld observeren. Dikwijls is de politie hierbij gedreven door educatieve en manipulatieve redenen. Op verzoek van de politie is het bij gelegenheid ook voorgekomen dat burgers hun vaardigheden laten zien aan de politie. De politie is dan vaak gedreven door nieuwsgierigheid en vraagt zich af ?hoe doen zij dat??. Zo nu en dan komt het ook voor dat burgers worden gedwongen om te stoppen met opsporen, zoals in de case van het YouTube kanaal Betrapt. Het overtreden van ethisch en juridische grenzen ligt ten grondslag aan deze dwingende reactie van de politie.

Het wordt door de politie als erg moeilijk ervaren om te anticiperen op opsporingsactiviteiten door zelfstartende burgers. Deze burgers organiseren zichzelf razendsnel. Dit vraagt van de politie een grote mate van flexibiliteit, een mate die ze absoluut niet gewend zijn. De politie organiseert zich immers niet zo snel dan een flu?de burgerinitiatief wat zojuist is ontstaan op bijvoorbeeld Twitter. Dit kan simpelweg resulteren in tienduizend burgers die samen klaar staan om te zoeken naar de vermiste man, waar de politie nog bezig is om alles in haar systeem vast te leggen. Daarnaast wordt informatie online vliegensvlug gedeeld door burgers. Deze informatie wordt ook met de politie gedeeld die door de hoeveelheid en snelheid vaker dan eens wordt overwelmd.

Na de overval op het tankstation publiceerde de eigenaar nog dezelfde dag de beveiligingsbeelden op internet waarop de dader te zien was. De politie probeerde de eigenaar op andere gedachten te brengen, maar hij was vastberaden. De politie wilde namelijk controle houden in het onderzoek en ze hadden daarnaast weinig ervaring met zelfstartende burgers. De politie wilde niet dat de eigenaar zelf de dader ging zoeken. Daarom maakte de politie de afspraak met de eigenaar dat alle informatie die hij zou krijgen na publicatie van de beelden, direct met de politie zou worden gedeeld. De dader werd snel herkend op basis van de gepubliceerde beelden en kon binnen 48 uur worden aangehouden door de politie.

Het omarmen van opsporende activiteiten van burgers in het politionele opsporingsonderzoek, resulteerde meer dan eens in een significante toename van het opsporend vermogen. De politie kon gebruik maken van meer oren, ogen en specifieke kennis en vaardigheden van burgers. Daarnaast stelt het politie en burgers ook in de gelegenheid om van elkaar te leren. In enige mate samen optrekken in het opsporingsonderzoek (het serieus nemen van de burger), geeft burgers het gevoel dat ze van betekenis zijn en dat stelt ze tevreden over de politie.

– Luister naar Stan Duijf op BNR?-

Wat kan er worden aanbevolen?

Op basis van de onderzoeksresultaten en suggesties van respondenten en experts konden een viertal aanbevelingen worden gedaan.

  • De politie zou meer kunnen leren (learning by doing) door zelfstartende opsporende burgers met vertrouwen te omarmen in het politionele opsporingsonderzoek. Hierdoor doet de politie meer ervaring op met dit fenomeen, kunnen ze ontdekken hoe burgers het beste betrokken kunnen worden, leren ze welke flexibiliteit vereist is en hoe hiermee het opsporingsonderzoek verbeterd kan worden.
  • Er is meer empirisch onderzoek nodig op dit domein om te documenteren hoe burgers en de politie samen participeren in opsporingsonderzoek. Het wetenschappelijk onderzoek zou voornamelijk gericht moeten zijn op de praktische effecten van een meer participerende rol van de politie en een meer onafhankelijke rol voor zelfstartende opsporende burgers in het opsporingsonderzoek.
  • Het zou politieagenten helpen om richtinggevende kaders te ontwikkelen. Veel politieagenten weten niet hoe ze moeten reageren op burgers die op eigen initiatief starten met opsporen. Richtinggevende kaders kunnen politieagenten in de praktijk ondersteunen en voorziet daarnaast mogelijk ook in een meer eenduidige politionele attitude op dit domein.
  • Het zou helpen om richtinggevende kaders te ontwikkelen voor doe-het-zelf-burgeropsporing. Hierdoor kan mogelijk gedeeltelijk worden voorkomen dat burgers wettelijke en ethische grenzen overtreden. Daarnaast kan het burgers ook gidsen en ondersteunen in de wijze waarop ze hun opsporende activiteiten uitvoeren.

Het volledige onderzoeksrapport: Modern Sherlock Holmes. How will the police respond? is hieronder te lezen of te downloaden:

Stan Duijf werkt als lokale politiechef ?van het basisteam ?s-Hertogenbosch en deed afgelopen jaar onder begeleiding van het lectoraat Criminaliteitsbeheersing en Recherchekunde van de politieacademie, kwalitatief empirisch onderzoek (3) naar de wijze waarop de politie reageert op zelfstartende opsporende burgers. Op basis van een multiple case studie onderzocht hij zeven eigentijdse cases in diepte waarin burgers zelf het initiatief namen om te starten met opsporen.?

Referenties

  1. Bervoets, E., van Ham, T., & Ferwerda, H. (2016). Samen signaleren, burgerparticipatie bij sociale veiligheid. Den Haag: Platform31. Meijer, A. (2012). New Media and the Coproduction of Safety: An Emperical Analysis of Dutch Practices. American Review of Public Adiminstration , 17-34. Rotmans, J. (2014). Verandering van tijdperk. Boxtel: Aeneas uitgever vakinformatie
  1. Higgins, E. (2016, November 18). Eliot Higgins. Retrieved April 11, 2017, from TEDxAmsterdam: tedx.amsterdam/speakers/elliot-higgens/
  2. Yin, R. (2003). Case Study Research (Vol. 5). Thousand Oaks: Sage.
  3. Politie & OM. (2017). Naar een toekomstbestendige opsporing en vervolging, Koersdocument. Den Haag,: Politie & OM.
  4. Arnstein,S. (1969). A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of Planners, 34 (4), 216-224.
  5. de Vries, A., & Smilda, F. (2014). In Social Media: het nieuwe DNA. Amsterdam: Reed Business Education.

Opsporen? Doe het zelf!

Onderstaand artikel is geplaatst in het politie magazine Blauw in april 2018, tekst van Steven Walter.

Burgers die zelf speuren of de politie hierbij willen helpen, het is een trend. Gestolen fietsen terugvinden, pedoseksuelen ontmaskeren of zelfs een vinger achter de schuldvraag rond de MH17-ramp krijgen, de burgerrechercheur kent vele varianten. ?Dit fenomeen zal alleen maar toenemen?, voorspelt Frank Smilda van de Eenheid Noord-Nederland. ?Misschien wordt er wel eens anders over gedacht, maar niemand heeft het monopolie op opsporing.?

?De vermissing van Anne Faber was een gamechanger?, stelt Smilda. Burgers namen het heft in eigen handen en meldden zich massaal aan om te zoeken naar de vermiste Utrechtse. Daarnaast startte de familie een eigen ?TGO?. ?Deze zaak is de nieuwe standaard. We moeten als politie vanaf het begin samen met burgers optrekken. Dat zag je bij het Faber-onderzoek. Er kwam heel veel nuttige informatie los via die burgers. Ze zijn qua opsporing amateur, maar expert op andere terreinen. Zo hebben ze beroepsmatig misschien veel kennis over social media. Je kunt expertise binnenhalen die je als onderzoeksteam niet altijd direct voorhanden hebt. Door samenwerking kweek je ook goodwill en zullen mensen meer vertrouwen in de politie krijgen en informatie delen.?

7.000 Whatsappgroepen

?Burgeropsporing neemt toe. En qua hoeveelheid wordt het ook steeds moeilijker om te volgen?, zegt Arnout de Vries van onderzoeksbureau TNO. Voor die toename heeft De Vries een aantal verklaringen. Een ervan heeft te maken met technologische ontwikkelingen die elkaar in rap tempo opvolgen. ?Er is een exceptionele groei van WhatsApp-buurtgroepen. In Nederland zijn er nu al meer dan 7.000. Daarnaast willen mensen graag helpen bij opsporing en het bestrijden van criminaliteit. Dankzij de huidige techniek kunnen ze dat en doen ze dat ook.?

‘Het aantal burgerinitiatieven zal alleen maar stijgen, dus wen er maar aan’

Sherlock Holmes

Dat burgers steeds meer de rol van Sherlock Holmes oppakken, vindt Smilda niet vreemd. ?Hoeveel misdrijven worden jaarlijks in Nederland gepleegd? Vier ? vijf miljoen*? Daarvan komt nog geen miljoen bij de politie terecht en minder dan een kwart van die zaken gaat naar het Openbaar Ministerie. Kijk je naar het ophelderingspercentage van bijvoorbeeld inbraken, dan lag dat in 2016 rond de 10 procent**; ondanks al het harde werk van de politie. We roepen mensen op alles te melden, maar vervolgens kunnen we niet altijd alles oppakken. Mede hierdoor gaat de burger zelf aan de slag.?

Het heft in eigen handen nemen is volgens TNO-onderzoeker De Vries niet alleen gebaseerd op onvrede over achterwege blijvend politiewerk. ?Mits goed uitgelegd, snappen mensen ook wel waarom de politie niet altijd of direct in actie komt. Toch schrikken ze als ze bijvoorbeeld horen hoe klein een zedenteam is. Dan willen ze helpen en gaan ze aan de slag. Dat doen ze uit betrokkenheid, maar soms ook omdat ze emotioneel bij een zaak betrokken zijn. Of ze zijn wereldverbeteraars die voldoening halen uit het feit dat ze een steentje bijdragen. Probeer hen in goede banen te leiden.?

Smilda vult aan: ?Het is daarom belangrijk aan melders duidelijk te maken wat de politie wel kan oppakken en wat niet, en waarom. Wees transparant en geef aan wat er allemaal op ons bord ligt. Maar maak ook de burger actief. Vertel wat hij of zij kan doen. Leg uit wat een burgerarrest is en wat bij het opsporen toelaatbaar is.? Het hoofd van de Dienst Regionale Informatie Organisatie verwacht dat samenwerking met burgers een gunstig effect zal hebben op oplossingspercentages. ?Hoe meer ogen op straat, hoe groter de pakkans.?

Omarmen

De Vries en Smilda delen de mening dat de politie burgerparticipatie moet omarmen. Faciliteer burgers, geef hen richtlijnen, beweeg mee met de maatschappelijke beweging, luidt hun advies. Maar dat is voor een hi?rarchische organisatie als de politie best lastig, beseft de TNO?er zich. ?Agenten hebben een belangrijke maatschappelijke rol. Zij zetten zich in voor de veiligheid van anderen. Maar ze bezitten ook een bepaald cynisme omdat ze steeds met criminelen te maken hebben. Ze weten dus niet of ze zomaar iedereen die wil helpen, kunnen vertrouwen. Daarnaast is de politie ?gesloten? van aard. Dit heeft onder meer te maken met allerlei privacywetgeving waaraan zij zich dient te houden. Vergeleken met buitenlandse korpsen is die cultuur in Nederland wel iets opener, maar er zijn allerlei motieven om die burger buiten de deur te houden. ?Ze doen mijn werk; straks heb ik niets meer te doen? hoor ik weleens. Of agenten willen burgers beschermen tegen de heftige kanten van het politiewerk.?

Good, bad en ugly

Volgens De Vries bestaan er drie soorten helpers. Hij noemt ze de ?good?, de ?bad? en de ?ugly?. ?Meer dan 90 procent behoort tot de good. Dat zijn mensen die echt willen helpen zaken op te lossen, maar de regels niet kennen. Neem hen bij de hand. De bad zijn burgers die overgaan tot strafbare feiten, zoals eigenrichting en inbreuk op privacy. De meest interessante is de ugly. Dat zijn mensen die dingen doen waardoor de politie de wenkbrauwen fronst. Zoals recent een vlogger die een pedofiel wilde ontmaskeren en op ?undercoverdate? ging. Hij ontving kinderporno en ging daarmee naar de politie. De politie werkte mee door de pedofiel aan te houden, maar de vlogger liep het risico zelf te worden aangehouden voor het bezit van kinderporno. Mensen snappen dat niet. Leg dus uit wat mag en wat niet. Leer ze hoe ze sporen, ook digitale, moeten vastleggen en overdragen aan de politie.?

Eigenrichting

Gevaar voor eigenrichting ligt op de loer, benadrukt Smilda. Zoals overvallen winkeliers die digitale schandpalen oprichten met bewakingsbeelden waarop een dief is te zien. ?Dat moet je niet willen. Daarom is het belangrijk dat je die welwillende burger bij de hand neemt. Iemand kan zichzelf in gevaar brengen als hij niet goed weet wat hij doet. Geef instrumenten mee waarmee mensen iets kunnen doen. Maak duidelijk wat ze wel mogen en kunnen. Zelf iets kunnen betekenen, vergroot het veiligheidsgevoel. En geef duidelijk aan dat mensen niet voor eigen rechter kunnen spelen. Dus geen namen noemen of foto?s plaatsen.?

Alarmbellen

?Het aantal burgerinitiatieven zullen alleen maar stijgen, dus wen er maar aan?, zegt Smilda. De Vries geeft een praktijkvoorbeeld: ?Twee meiden waren getuige van een ernstige mishandeling door drie jongens. Binnen korte tijd achterhaalden ze via Facebook de identiteit van een van de aanvallers, waarna ook de andere twee betrokkenen boven water kwamen. Met hun speurwerk gingen ze naar de politie, die de jongens aanhield. ?De advocaat van de jongens vond deze werkwijze niet kunnen en deed het af als amateurspeurwerk. Onrechtmatig in zijn ogen. De rechter zag dit echter anders en zei: Welkom in de eenentwintigste?eeuw.?

De Vries voorspelt dat dit soort acties zal toenemen. Als de politie op dat soort momenten niet thuis geeft, tast dat het vertrouwen van burgers in de politie aan. ?Het heeft effect op de legitimiteit van de politie. Want waar sta je dan als politie??

Probeer als politie en burger de juiste balans te vinden. Dat verschilt per zaak, want de vraag blijft: ?Hoe ver mag je als burger gaan?? De Vries: ?Ga het gesprek aan over wat toelaatbaar is. Weet ook als politie wanneer het moment is dat je het werk van de burger moet overnemen. Dat moet je leren aanvoelen. Zo kun je bijvoorbeeld voorkomen dat bijvoorbeeld een wraakvader de belager van zijn dochter mishandelt.? Als een burger bij de politie meldt dat hij weet wie en waar de verdachte is, dan moeten wat de TNO-onderzoeker betreft ?alarmbellen gaan rinkelen? en moet de politie de zaak overpakken. Ik hoop dat de politie wil leren en gaat experimenteren. Het gaat vast een keer mis, maar dat gaat het nu ook al. Wees dus niet bang en accepteer die extra hulp van burgerspeurders?, zegt De Vries.

* cijfers gebaseerd op het jaar 2015
** Bron: jaarverantwoording politie 2016

?Doe-het-zelfpolitie: kansen en risico?s

?Kansen:

  • veiligheid verbeteren
  • digitaal kundige burgers
  • betrouwbare binding met burgers
  • vaardigheden van burgers
  • kennis van de massa

Risico?s:

  • gebrek aan juridische kennis
  • incomplete, partijdige of eenzijdige informatie
  • informatie-overload
  • verminderde privacy
  • ?eigen rechter spelen? (burgers die het recht in eigen hand nemen)

Dit zijn enkele voor- en nadelen die volgens Europese veiligheidsexperts kleven aan doe-het-zelfpolitie. Zij bespraken dit onlangs tijdens de eerste internationale workshop Do It Yourself Policing in Berlijn van het EU project Media4Sec.

Bron: Blauw

Burgers zetten steeds vaker de politiepet op

De rol van burgers in de opsporing van daders en in handhavingstaken groeit. Denk aan burgers die iemand staande houden of online sporen veiligstellen. Er zijn echter ook dilemma?s rondom de bevoegdheden van burgers die via het internet de politie helpen. Welke grenzen stel je daarbij? En wat doe je met het delen van opsporingsbeelden?

Kunnen politie en justitie aan slagkracht winnen door burgers intensiever te betrekken bij politiewerk? In menig beleidsstuk en ook vanuit de wetenschap wordt de potenti?le rol van burgers onderstreept. Er lijkt echter een verschuiving gaande van participerende burgers naar een participerende politie. Burgers gaan steeds meer zelf aan de slag en lossen veiligheidszaken op. Het geweldsmonopolie en vervolgingsmonopolie zijn evident en eenduidig in wetgeving vastgelegd, maar een monopolie op andere veiligheidstaken is er niet. Als het de politie lukt om?DIY-policing?(doe-het-zelf) in goede banen te leiden, kan dit gepaard gaan met grote maatschappelijke winsten:

  • toegenomen politiecapaciteit, zonder of met een minimaal financieel prijskaartje;
  • sterkere binding tussen politie en burgers, en tussen burgers onderling;
  • beter beeld van de werkelijke criminaliteit;
  • dalende criminaliteitscijfers door hogere pakkans en meer, met politie samenwerkende ogen op straat.

Informatiepositie van burgers

Door sociale media wordt de informatiepositie van burgers gedemocratiseerd en ook kennis en kunde zijn door het internet steeds meer openbaar. YouTube is een doe-het-zelf-academie. Instructievideo?s en allerlei tools worden door vrijwilligers gratis aangeboden als apps. De adoptie van sociale media is zo groot in Nederland dat burgers elkaar weten te vinden en te mobiliseren. Het?rapport?over de MH17 laat zien dat burgers niet schromen hun krachten te bundelen na een ramp. Ook in opsporing laten burgers van zich horen, getuige de?zaak?waarin een vrouw haar eigen aanrander opspoort en in de val lokt. En vanuit hun emoties startten burgers een massale klopjacht op de?‘kopschoppers‘.

Doe-het-zelf-politie

Deze doe-het-zelf-politie verandert het werk van de politie radicaal. Zaken die nu op de plank blijven liggen kunnen worden opgelost door burgers, of met hun hulp. Burgers en politie komen bovendien nader tot elkaar door nieuwe samenwerkingsmogelijkheden. Maar het kan ook helemaal misgaan. Als burgers het recht in eigen hand nemen bijvoorbeeld. Of als zij in gevaarlijke situaties belanden, omdat zij onrecht bestrijden.

Burgers hebben niet de autoriteit of de bevoegdheden die de politie geniet

Burgers hebben niet de autoriteit of de bevoegdheden die bijvoorbeeld de politie geniet. Nu ontbreekt het bij burgers meestal aan de kennis en middelen om rechtmatig bewijsmateriaal op te bouwen tegen een verdachte. Het zijn processen die in goede banen kunnen worden geleid, als de overheid een faciliterende rol inneemt. Tijdens de eerste internationale?workshop?Do It Yourself Policing in Berlijn zijn niet alleen de sterktes en zwaktes benoemd van burgers die veiligheidstaken op zich nemen, maar ook de kansen en bedreigingen werden ge?nventariseerd. Hier hebben verschillende experts uit wetenschap, politie en bedrijfsleven uit verschillende Europese landen aan bijgedragen. Vanuit Nederland waren onder andere de politie, het Nederlands Genootschap van Burgemeesters, Privacy Company en Universiteit Utrecht vertegenwoordigd.? In figuur 1 is deze SWOT-analyse (Strengths, Weaknesses, Opportunities & Threats) weergegeven.

Figuur 1>? SWOT-analyse van Do It Yourself Policing

Dilemma’s rondom Doe-het-zelf-politie

Uit bovenstaande analyse zijn verschillende praktische en oplosbare vraagstukken af te leiden, maar ook lastig te slechten dilemma?s. Een praktisch en oplosbaar vraagstuk is bijvoorbeeld het gebrek aan kennis over sociale media, of de wijze waarop politie en burger laagdrempelig en snel met elkaar kunnen samenwerken. In het Europese onderzoeksproject?INSPEC2T?wordt bijvoorbeeld een nieuwe community-policing oplossing ontwikkeld en in meerdere experimenten getest, zoals in?Buurtlab Groningen. Met een online-community-policing-platform kunnen burgers, gemeente en politie op moderne manieren met elkaar contact zoeken en samenwerken. In Den Haag loopt een onderzoek naar een publiek-privaat samenwerkingsconcept genaamd BART!: Burger Alert Real Time.

Project BART! in Den Haag
Lees ook:?Met BART! werken aan een veilige buurt

Lastigere dilemma?s komen om de hoek kijken als het gaat om de bevoegdheden van burgers die via internet van over de hele wereld kunnen meedoen. Welke grenzen stel je wanneer en voor wie? Nieuw beleid moet vastleggen wat burgers (niet) mogen en wat tot de taak van de politie en het OM behoort. Echter, het opstellen van regels en richtlijnen, maar ook het toetsen van praktijksituaties zal niet makkelijk zijn. De vraag is of van een burger, die ook nog persoonlijk betrokken is door een relatie met het slachtoffer, dezelfde zelfbeheersing kan worden verwacht als van een niet-betrokken politiebeambte. Denk aan het voorbeeld van de??wraakvader?, die de vermeende online belager van zijn dochter via Facebook opspoorde.

Burgers bieden een overschot aan denkkracht en capaciteiten

Een ander voorbeeld van een lastig dilemma is het delen van beelden. Het gebeurt steeds vaker dat mensen beelden van mogelijke misdrijven online zetten in de hoop de dader(s) op te sporen. ?Zolang het in een neutrale context gebeurt? heeft het OM er geen problemen mee dat mensen op eigen houtje opsporingsbeelden op sociale media zetten, en: ?Het is niet strafbaar?. Het OM stelt dat het online zetten van opsporingsbeelden alleen strafbaar is ?als er een belediging wordt geuit aan het adres van de gefilmde persoon? of wanneer deze wordt beschuldigd van iets wat hij/zij niet heeft gedaan. Toch ligt?naming & shaming?op de loer, een online fenomeen waar niemand momenteel vat op lijkt te hebben.

Groeiende rol van burgers

Niet gehinderd door de uitdagingen en (ethische) dilemma?s zetten burgers steeds vaker de ?Sherlock?-pet op bij opsporing of de politiepet bij handhavingstaken. Burgers wachten niet tot beleid of draaiboeken om met burgers samen te werken zijn uitgekristalliseerd. De duizenden WhatsApp-buurtgroepen in Nederland zijn een goed voorbeeld van Do It Yourself Policing. Buurtbewoners vormen samen met de wijkagent en soms ook gemeente een barri?re tegen criminelen. In het rapport?Worldwide Mapping of Best Practices and Lessons Learnt?zijn vele internationale voorbeelden van Do It Yourself Policing te vinden.

Burgeropsporing, burgerhandhaving, burgerhulpverlening, burgertoezicht ? ? Burgers die eerste hulp verlenen, iemand staande houden of eerste hulp bij opsporing leveren door alvast online sporen veilig te stellen. Het zijn voorbeelden van werkvoorbereiding door burgers die zeer waardevol kunnen zijn. Daarna nemen professionals de zaak over. Burgers bieden een overschot aan denkkracht en capaciteiten die door de politie nog onvoldoende worden benut.

In het in oktober 2017 gepresenteerde programma ter verbetering en vernieuwing van opsporing en vervolging, omarmt de politie deze toenemende rol van burgers (zie ook het rapport?Handelen naar Waarheid,?dat een belangrijke start betekende voor het Programma Herijking Opsporing). Onderzocht wordt hoe de nieuwe, gerechtvaardigde, verwachtingen van burgers waargemaakt kunnen worden. Samenwerking wordt gefaciliteerd door sociale media en webcare, maar ook met apps waarmee burgers zelf kunnen opsporen in geval van bijvoorbeeld een vermissing, autodiefstal of woninginbraak. <<

Europees project
Het onderzoeksproject MEDI@4SEC brengt de kansen en bedreigingen in kaart die nieuwe communicatietechnologie?n teweegbrengen voor de veiligheid en veiligheidsinstanties. Dit artikel is het eerste van 6 artikelen over specifieke thema’s binnen dit onderwerp: ) Do It Yourself (DIY) Policing; 2) Rellen en massabijeenkomsten; 3) Dagelijks politiewerk; 4) Dark Web; 5)?Trolling?en; 6) Innovatieve marktoplossingen. Lees ook het inleidende?artikel?in Secondant over de kansen van nieuwe communicatietechnieken voor justitie en politie.
Meer informatie over MEDI@4SEC is te vinden op de?projectwebsite. Hier zijn ook de volledige onderzoeksrapporten te downloaden zodra deze openbaar zijn.

Arnout de Vries en Carlijn Broekman zijn werkzaam bij TNO. Zij zijn bereikbaar voor vragen en discussie via e-mail:?arnout.devries(at)tno.nl?en?carlijn.broekman(at)tno.nl.

Bron: Secondant.nl

Priv?detective Eliot Higgins van onderzoekscollectief Bellingcat

Sommige mensen delen vakantiekiekjes op Facebook. Anderen gebruiken sociale media om de verborgen agenda van het Russische ministerie van Defensie bloot te leggen. Eliot Higgins, oprichter van onderzoekscollectief Bellingcat, achterhaalt hoe MH-17 werd neergeschoten. Onderstaand is een artikel van Paul Serail in Quest:

In de eerste dagen na 17 juli 2014 waren er al voorbijgangers die foto?s en video?s op sociale media zetten van een luchtafweersysteem dat vervoerd werd door Oekra?ne. Ze praatten er online over. Waar zijn die foto?s genomen en wanneer? Iedereen kan helpen om dat uit te zoeken. Het is een vrij eenvoudige taak. Er ontstond een groep mensen die naging wat er met vlucht MH-17 gebeurd was. Sommigen deden al langer dit soort werk, anderen niet. Een paar maanden nadat het vliegtuig was neergeschoten, nam het Joint Investigation Team contact op: de offici?le onderzoeksgroep die helder moet krijgen wat er gebeurd is, ondervroeg mij over onze technieken. Achteraf gezien heb ik ze een gratis training gegeven. Ze waren blij met wat we ontdekten, vertrokken en een paar maanden later presenteerden ze hun eigen onderzoek, gebaseerd op dit soort methoden.?

?De Russen zijn niet ge?nteresseerd in de waarheid. Ze willen verwarring zaaien?

De verhalen (1)

?Het Russische ministerie van Defensie gaf op 21 juli 2014 een persconferentie vol onzin. De Russen beweerden eigenlijk niets, ze verspreidden vooral informatie. Ze zeiden dat het toestel zijn koers drastisch gewijzigd had waarna het in de gevarenzone kwam. Ze lieten satellietbeelden zien van Oekra?ense Buk-raketsystemen. En een van de eerste claims was dat ze radarbeelden hadden van een Oekra?ens Su-25 grondaanvalsvliegtuig dat op drie tot vijf kilometer van MH-17 vloog. Ze zeiden niet dat het toestel MH-17 neerschoot, ze zeiden: ?Er was een Oekra?ens toestel in de buurt. Wat kan dat betekenen?? Vervolgens beantwoordden de Russische media en de online-gemeenschap die vraag. Zo ontstond een verhaallijn: een Oekra?ense straaljager heeft het vliegtuig neergeschoten. Het verhaal van Oekra?ne en het Westen is dat een Russische Buk-raket MH-17 neerschoot: twee sterke verhaallijnen die met elkaar botsen, dat maakt het werk nog interessanter. Informatie die vrij beschikbaar is op internet, wijst aan welk verhaal waarschijnlijk waar is.?

De foto?s (1)

?Het is een soort ?zoek-de-verschillen? voor volwassenen. De lanceerinstallatie staat op een vrachtwagen. En de eigenaar van de vrachtwagen zegt zelf dat geen van zijn trucks op dezelfde manier beschilderd zijn. We zien dus steeds dezelfde vrachtwagen. Gebaseerd op getuigen en op de tijden waarop de foto?s genomen zijn, is het onmogelijk dat er verschillende raketsystemen op die truck gestaan hebben. Het zou ook onzinnig zijn om er een af te laden en een andere op te laden. De markeringen en de beschadigingen op de lanceerinstallatie komen steeds overeen. De rubberen flappen die de rupsbanden afschermen, trekken krom op hun eigen specifieke manier. We zien elke keer dezelfde. De nummers staan steeds op exact dezelfde plaats en in hetzelfde lettertype. Dat is niet voor de hand liggend. We hebben veel raket?systemen van Rusland en Oekra?ne vergeleken. Twee lanceerinstallaties met hetzelfde nummer op exact dezelfde plaats in dezelfde schrijfstijl, zou heel ongewoon zijn.?

Het team

?Begin gewoon. Kies een eenvoudig onderwerp en schrijf daarover een blog. Zo oefen je je schrijfvaardigheid en ga je door alle analyses. Je moet een reputatie opbouwen. Je kunt niet met een grote zaak beginnen en verwachten dat anderen het meteen oppikken. Maar als je een blog bijhoudt, krijgen anderen een idee van je werk. Mensen komen naar mij toe en laten zien wat ze gedaan hebben. Leveren ze goed werk af, dan werk ik graag met ze samen. Als je er lol in hebt, aarzel dan niet om er een hobby van te maken. Er zijn niet zo veel mensen die dit werk doen en er is zo veel informatie te vinden. Als je de eerste bent in een land of over een onderwerp, dan kun je zomaar de expert op dat gebied worden.?

De foto?s (2)

?Volgens het Russische ministerie van Defensie liet een foto van 14 juli 2014 zien dat er Buk-raketinstallaties stonden op een Oekra?ense legerbasis. Op een foto van 17 juli zijn ze verdwenen. De Russen vragen zich af wat er gebeurd kan zijn. Tijdens workshops over het gebruik van satellietbeelden gebruik ik dit voorbeeld. Ik heb Google gevraagd of ze satellietbeelden van rond 17 juli 2014 online konden zetten op Google Earth. Iedereen kan die beelden bekijken. Op de foto?s van de Russen is begroeiing te zien, terwijl die meestal weggehaald wordt in juli. Op de beelden van 17 juli van Google is die vegetatie inderdaad verdwenen. De Russische foto?s laten sporen in het gras zien. Die matchen met beelden van Google, maar dan wel van anderhalve maand voordat MH-17 werd neergeschoten. De foto?s van de Russen zijn gemaakt tussen de laatste dag van mei en midden juni. Dat was eenvoudig te bewijzen. We hebben dus een duidelijke aanwijzing dat iemand niet helemaal eerlijk is.?

?Een rechter overtuig je niet met een gammele complottheorie?

De verhalen (2)

?De Russen zeggen dat ze de radargegevens met daarop de Oekra?ense Su-25 zijn kwijtgeraakt na de persbijeenkomst van 21 juli 2014. Maar wat gebeurt een paar dagen voordat het Joint Investigation Team op 28 september 2016 een persconferentie geeft? De Russen vinden hun radarbeelden terug. Verrassing! Of een poging om de persbijeenkomst van het JIT te ondergraven? Volgens de teruggevonden radargegevens is MH-17 niet afgeweken van zijn koers. Dat is inderdaad nooit gebeurd, blijkt uit het onderzoek van het JIT. Daarover hebben de Russen dus gelogen. Er is ook geen vliegtuig te zien in de buurt van MH-17. Het verhaal is nu dat er niets te zien is op de beelden, ook geen Buk-raket. Dat zou bewijzen dat de raket niet is afgeschoten door de separatisten. Het zijn dezelfde mensen die op basis van dezelfde gegevens een heel ander verhaal vertellen. Ze liegen net zo makkelijk als dat ze ademhalen.?

De foto?s (3)

?De meest waardevolle berichten zijn geplaatst voordat het vliegtuig is neergeschoten. Niemand kon schrijven: dit is de raket waarmee MH-17 straks neergeschoten wordt. Want niemand wist dat het ging gebeuren. Op Google Streetview gaan we de locatie na. Aan schaduwen op de foto?s zien we wanneer ze genomen zijn. Zo konden we de route achterhalen die het raketsysteem afgelegd heeft en kregen we een tijdslijn van de gebeurtenissen. Een paar weken geleden plaatste het JIT een foto van de lanceerinstallatie die niet eerder onderzocht was. Ze vroegen het publiek na te gaan wat de locatie was. Ze dachten aan Makijivka, net buiten Donetsk. Uit onze tijdslijn weten we dat het raketsysteem rond die tijd in Donetsk geparkeerd was. De beelden die we hebben van Google Streetview komen overeen met wat we op de foto zien. Mensen gingen erheen. De rots die je ziet, de bast van de boom: het klopt precies.?

De vragen

?De Russen zijn niet ge?nteresseerd in het achterhalen van de waarheid. Ze proberen verwarring te zaaien. Dus stellen ze vragen in plaats van dat ze statements maken. Zolang mensen vragen blijven stellen, komen ze niet tot conclusies. Het is ook het motto van de Russische nieuwszender?Russia Today:?Question More. Het gaat om nog?meer vragen stellen en geen antwoorden vinden. Want als je antwoorden hebt, kun je ergens in geloven. Als je vragen blijft stellen, raak je in de war en geloof je niets.?

De foto?s (4)

?Veel Russen fotografeerden het konvooi met Buk-raketinstallaties toen het tussen 23 en 25 juni door Rusland reed. We volgden het spoor. De legereenheid komt uit Koersk. De nummerplaten op de voertuigen zijn van het Moskow Military District. Er is maar ??n brigade bij Koersk van het Moskow Military District met Bukraketsystemen en dat is de 53ste luchtafweerbrigade. Die eenheid heeft een eigen pagina op VKontakte, een soort Russische Facebook. Je kunt de profielen van alle militairen bekijken. Ze taggen elkaar, zetten opmerkingen bij foto?s. Ik spreek geen Russisch, maar dat hoeft ook niet. Met sleutelwoorden is een eerste schifting te maken. En het is vooral klikken op links. Zie ik mensen in uniform? Zie ik het bataljonnummer? Het is bizar om te zien hoeveel online te vinden is. Soldaten maken foto?s van de presentielijst van die dag. Dan weet je meteen wie er in hun eenheid zitten en wie die dag aan het werk is.?

De antwoorden (1)

?We konden vaststellen wie de raketsystemen naar de grens met Oekra?ne hebben gebracht. We achterhaalden wie de commandant was van de lanceerinstallaties in het konvooi. Een van de raketsystemen is dezelfde als de installatie die de grens over ging en MH-17 neerschoot. We hebben geen bewijs dat de militairen samen met hun lanceerinstallaties de grens overgestoken zijn. Maar die systemen zijn niet eenvoudig te bedienen. Er is een goed getrainde bemanning nodig. Ik kan onmogelijk geloven dat het bediend is door een paar Oekra?ense separatisten die nooit eerder een Buk-raketinstallatie hebben gezien. De waarschijnlijkheid is heel groot dat een Russische bemanning het raketsysteem bediend heeft.?

De verhalen (3)

?Er is een heel actieve groep mensen die eigen conclusies trekt. Ze vinden iemand met een nieuwe theorie, dat haalt?Russia Today?en zij nodigen een ?expert? uit om deze?wacky theory?te verkondigen. Twee weken later komt een andere ?deskundige? met de volgende versie van de gebeurtenissen. De beste manier om mensen in de war te brengen is informatie vrij laten komen die in tegenspraak is met eerdere informatie.

Dit soort mensen is continu op zoek naar alternatieve theorie?n over MH-17. Zodra ze iets vinden, overtuigen ze zichzelf ervan dat het waar is. En als bewezen wordt dat het niet zo is, vergeten ze het weer en stappen ze over op het volgende verhaal. Terwijl het na alle onderzoeken helder is wat er gebeurd is. MH-17 is neergeschoten met een Buk-raketinstallatie die van Rusland naar Oekra?ne is gebracht. Daarna is het raketsysteem teruggegaan. Naar mijn idee dachten de militairen dat ze een transportvliegtuig hadden neergehaald. Daarom klinken ze blij in de afgetapte telefoongesprekken. Als ze zich realiseren wat ze gedaan hebben, raken ze in paniek. Als ze er de volgende dag over praten, zijn ze ge?rriteerd.?

De antwoorden (2)

?Waarom de Russen niet ge?nteresseerd zijn in de waarheid? Ze hebben 298 mensen gedood, daarom. En dat gebeurde op een moment waarop de Russische overheid ontkende dat ze Russische militairen naar Oekra?ne stuurde. Een Russisch raketsysteem dat vanaf een veld dat in handen is van de separatisten een vliegtuig neerschiet, ondergraaft die bewering. En het maakt de Russen gevoelig voor juridische sancties.?

De verhalen (4)

?Iedereen mag zijn complottheorie aanhangen en denken dat hij slimmer is dan alle anderen, uiteindelijk komt de zaak voor de rechter. Hij wordt grondig uitgezocht door serieuze mensen. Als iemand opduikt die beweert dat hij een straaljager zag op 17 juli, dan streept dat het andere bewijsmateriaal niet weg. Met een gammele complottheorie ga je de rechter niet overtuigen.

MH-17 werd trouwens neergeschoten drie dagen nadat we Bellingcat begonnen. Dat gegeven brengt ook allerlei complottheorie?n voort. Alsof ik op een of andere manier geweten zou hebben dat dat zou gaan gebeuren. Ik vind het heerlijk als ik op Twitter weer eens dat verwijt krijg.?

Wie is Eliot Higgins?

8 januari 1979:?Higgins wordt geboren in Shrewsbury in Engeland. Zijn achtergrond in twee woorden: jaren negentig. ?Ik keek het satirisch programma?TV Nation.?Ik?hield van comedians als Bill Hicks en ik luisterde Rage Against the Machine.?

1998:??Ik was een slechte student. Ik kon me niet motiveren.? Higgins doet ?media studies? aan het Southampton Institute of Higher Education. ?Als ik mijn studie afgemaakt had, was ik goed geweest in tapes aan elkaar plakken. Maar ik ben gestopt in mijn tweede jaar.?

2011:?Higgins werkt een rijtje administratieve banen af. Daarnaast volgt hij de Arabische Lente op het livelog van de krant?The Guardian.??Ik?kreeg naam omdat ik zo vaak commentaar toevoegde.?

19 oktober 2011:??Een dag voordat Kadhafigedood werd, werd mijn dochter geboren.? Higgins is zes maanden thuis om voor haar te zorgen. ?Ik had verder niks te doen.? Hij begint het Brown Moses-blog, waarin hij smartphonefoto?s en video?s uit Syri? analyseert.

2014:?Higgins richt Bellingcat op, waarin onderzoekers samenwerken en hun speurtechnieken toelichten.

2017:?na audioanalyse van een telefoongesprek wijst Bellingcat een Russische generaal aan als vermoedelijke leidinggevende van pro-Russische strijders in Oekra?ne in 2014.

Bronnen: Quest.nl

Sherlock – DIY opsporingsplatform voor burgers

Daar sta je dan. Net terug van een feestje, lijkt er thuis ingebroken te zijn. De sporen van een inbraakpoging zijn duidelijk te zien. De adrenaline giert door je lijf. Die inbreker ga je opsporen! Maar hoe pak je dat aan? Met de Sherlock-app voor burgeropsporing, ontwikkeld door TNO en de politie.

Via de Sherlock-app openen slachtoffers van bijvoorbeeld vernieling, cyberpesten, een poging tot woninginbraak of diefstal hun eigen opsporingsdossier. Daarin leggen ze ? afhankelijk van het misdrijf ? de locatie, zichtbare sporen, mogelijk motief, getuigenverklaringen en gestolen goederen vast. Een andere mogelijkheid is het samenstellen van een compositiefoto van een verdachte. Veel mensen vinden het moeilijk om de juiste ogen, oren of neus op een gezicht te plakken. Daarom bevat de app een trainingsspel, waarmee gezichten van bekende personen ?bij elkaar geklikt? moeten worden. Is het dossier compleet? Dan deelt de gebruiker eenvoudig via diverse socialmediakanalen of e-mail een opsporingsbericht, en stuurt hij het complete dossier naar de politie zodat zij actie kan ondernemen. Vervolgens wisselen de gebruiker en politie updates uit via de app.

Zelf buurtonderzoek doen

?De app maakt het mogelijk om gebruik te maken van ?the wisdom of the crowd??, vertelt Arnout de Vries, onderzoeker bij TNO. ?De politie schakelt burgers nu nog vrij traditioneel in, bijvoorbeeld via Opsporing Verzocht. Maar burgers hebben niet alleen ogen en oren waarmee ze kunnen waarnemen, ze hebben ook hersenen met kennis en denkkracht, en handen en benen om iets te doen. Dat mobiliseren we via de app. Een buurtonderzoek kost bijvoorbeeld veel tijd en mankracht. Wat is er handiger dan dat ik na een inbraak zelf bij mijn buren langsga voor een verklaring? Ik weet wanneer ze thuis zijn en dankzij de app weet ik ook wat ik moet vragen. De politie hoeft niet meer alles zelf te doen. Zij kan haar schaarse capaciteit voortaan zo effectief mogelijk inzetten, waardoor er hopelijk meer zaken worden opgelost.?

?Een buurtonderzoek kost veel tijd en mankracht. Wat is er handiger dan dat ik na een inbraak zelf bij mijn buren langsga voor een verklaring??

Risico’s van zelf daders opsporen

Als burgers zelf daders gaan opsporen, brengt dat risico?s met zich mee. Hoogoplopende emoties kunnen bijvoorbeeld leiden tot eigenhandig optreden. De Vries is zich daarvan bewust, maar stelt dat dit ook zonder de app al het geval is: ?Je kunt burgers niet zomaar tegenhouden. Ze starten nu al hun eigen onderzoek via Facebook, omdat ze merken dat de politie aan lang niet alle zaken prioriteit geeft of te kampen heeft met capaciteitsgebrek.?

Burgeropsporing

Burgeropsporing is nu nog relatief klein, maar het is wel een trend die steeds belangrijker wordt. Daar moet je wat mee.? Daarom helpt de Sherlock-app niet alleen bij de opsporing, maar geeft het burgers ook informatie over preventie en over wat volgens de wet wel en niet mag. Daarnaast maakt de app inzichtelijk wat de consequenties zijn van sommige handelingen, zoals het online delen van namen en foto?s van verdachten en slachtoffers.

?Het kost tijd om een meer open houding te realiseren richting goedwillende burgers, en politieprocessen te veranderen?

Programma ‘herijking opsporing’

Op dit moment is de Sherlock-app nog een prototype en niet daadwerkelijk in gebruik. TNO hoopt deze innovatieve app verder te ontwikkelen, in het kader van het programma ?Herijking opsporing? van de politie. Burgerparticipatie krijgt binnen dit vernieuwingsprogramma de nodige aandacht, omdat het besef binnen de politie doordringt dat een ?chte revolutie nodig is: een actieve rol van, en samenwerking met burgers. De Sherlock-app is daarvoor een goed middel.

Cultuurverandering noodzakelijk

De Vries is realistisch genoeg om te weten dat hiervoor een cultuurverandering nodig is. ?Binnen de politie wordt niet voor niets gesproken over blauw ? de agenten op straat ? en grijs ? de recherche. De opsporingstak van de politie heeft dagelijks te maken met misdrijven en vertrouwt niet zomaar burgerspeurneuzen die zelf hun zaak willen oplossen. Het kost tijd om een meer open houding te realiseren richting goedwillende burgers, en politieprocessen te veranderen.?

?Burgeropsporing is nu nog relatief klein, maar het is wel een trend die steeds belangrijker wordt. Daar moet je wat mee?

Samenwerken met de politie

Daarnaast is een verandering in mindset nodig. Nu wordt burgerparticipatie vaak nog gezien als een laatste redmiddel om een zaak op te lossen. Ook zijn politieprofessionals bang dat burgers een zaak schaden, waardoor een dader niet berecht kan worden. ?Uit de onderzoeken die ik doe, blijkt dat de meeste burgers van goede wil zijn en bereid zijn om samen te werken met de politie. Daarom gaan TNO en de politie na een testfase het in gebruik nemen van de app verkennen. Zo gaan we op bezoek bij slachtoffers van een inbraak en maken we samen met hen een opsporingsdossier. Politie en burgers kunnen de samenwerking op die manier aan den lijve ervaren, waardoor meer respect en vertrouwen in elkaar kan ontstaan. De moderne Sherlock met app heeft de toekomst.?

Bronnen: TNO Time

Kansen en risico’s van burgeropsporing

Burgers helpen graag bij het vinden van een vermiste. Apps maken dat makkelijker. Het risico is dat de burger voor rechercheur, Openbaar Ministerie en rechter speelt. Onderstaand artikel?in NRC van?Kasper van Laarhoven gaat in op de kansen en risico’s van burgeropsporing.

Stel, je dochtertje van vier verdwijnt. Wat doe je? De politie bellen en afwachten? Nee, zegt agent Ronnie Hessels, je gaat direct zelf zoeken. Met die gedachte ontwikkelde hij een app die burgers helpt samen effici?nt op zoek te gaan naar een vermiste.

Vrijdag kreeg Hessels voor deze app de Innovatieprijs 2018, een nieuwe prijs om creatieve idee?n binnen de politie te stimuleren.

Agent Hessels kwam op het idee voor de app doordat het meezoeken van familieleden, vrienden en bezorgde burgers bij vermissingszaken de politie vaak voor problemen plaatst. ?Altijd rijzen dezelfde vragen: hoe kun je de vrijwilligers co?rdineren? Hoe groot is het gebied dat je moet doorzoeken? En waar heeft men al gezocht?? Aan de ene kant is de politie blij dat mensen willen helpen, en dat levert soms ook echt wat op. Zo waren het vrienden van Anne Faber die in oktober haar jas vonden met daarop het DNA-spoor dat uiteindelijk tot de vondst van haar lichaam leidde.

Maar zonder co?rdinatie kan een zoektocht ook leiden tot chaos, dubbel werk, en het voor de voeten lopen van de politie. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2013, toen burgers massaal uitrukten om de vermiste broers Ruben (9) en Julian (7) op te sporen. Zonder overleg met de autoriteiten struinden honderden mensen door de bossen rondom Doorn, Leersum en Rhenen. Gebieden werden niet, onzorgvuldig of juist dubbel doorzocht; bewijsmateriaal werd mogelijk gemist, aangetast of meegenomen.

Zoekgebied op telefoon

De app van agent Hessels, die?Samen Zoeken?heet, kan dit soort problemen voorkomen. Wie meezoekt, krijgt op zijn telefoonscherm een kaartje te zien van het gebied waarin de vermiste zich waarschijnlijk bevindt. Dat zoekgebied bepaalt de app op basis van de leeftijd van de vermiste, de plek van verdwijnen en mogelijke vervoersmiddelen. Over het kaartje ligt een raster heen. Als in ??n van de rastervakjes wordt gezocht, kleurt dit vakje donkerder. Hoe meer burgers daar zoeken, hoe donkerder het vakje. Zo voorkomt de app dat zoekgebieden worden overgeslagen terwijl andere steeds opnieuw worden doorzocht. De politie kan in de app zoektips delen met burgers, en deelnemers kunnen elkaar berichtjes en foto?s sturen, bijvoorbeeld als ze op sporen stuiten.

Het betrekken van burgers bij het oplossen van vermissingen en misdrijven is in Nederland geen nieuw fenomeen. Dat begon ooit met politie-oproepen in kranten en op de radio. Later kwamen daar het tv-programma?Opsporing Verzocht?(1982) en het verzenden van politieberichtjes via Burgernet (2006) en ?Amber Alert? (2008) bij.

Frank Smilda, hoofd van de informatiedienst van de politie Noord-Nederland, zette in 2006 een website op waarop de politie Utrecht zogenoemde ?cold cases? deelde, zaken van lang geleden die de politie niet had kunnen oplossen. Burgers konden op die manier mee rechercheren. ?Wisdom of the crowd, heet dat?, zegt Arnout de Vries, onderzoeker bij TNO en mede-ontwikkelaar van Samen Zoeken. ?Als je duizend mensen het gewicht van een koe laat raden, dan klopt het gemiddelde behoorlijk goed.?

Een mini-dossier opbouwen

Momenteel werkt hij met Smilda aan een app (werktitel?Sherlock) waarmee slachtoffers van een misdrijf zelf een mini-dossier kunnen opbouwen, nog v??r de politie ter plaatse is. Hoe sneller na het misdrijf getuigenverklaringen vastgelegd worden, hoe betrouwbaarder ze zijn, zegt De Vries. Met deze app kunnen gebruikers straks de vluchtroute van de dader intekenen op een kaartje, een snelle compositietekening in elkaar knutselen en verklaringen van omstanders opnemen.

De Vries ontwikkelde eerder al eens een computerspel met de politie, dat burgers vanuit huis moest laten meehelpen echte zaken op te lossen. Deze game liet een gedetailleerde simulatie zien van de plaats delict, toonde verhoorverslagen en had zelfs een digitaal forensisch lab. Het spel bleek echter te duur en kwam nooit verder dan een prototype.

De Vries, Hessels, en Smilda zien vooral voordelen in het ontwikkelen van nieuwe digitale hulpmiddelen waarmee de burger actief kan bijdragen aan recherchewerk. Strafrechtjurist Sven Brinkhoff van de Radboud Universiteit kijkt daar heel anders tegenaan. Hij doet onderzoek naar de rol van burgers in opsporing en de gevolgen hiervan voor strafzaken. De risico?s zijn volgens hem te groot. ?Stel dat de Samen Zoeken-app wordt ingezet en het vermiste kindje is meegenomen door iemand met kwaad in de zin?, zegt hij, ?wat gebeurt er dan als de zoeker ineens oog in oog komt te staan met de ontvoerder?? De kidnapper kan dan ?iets doen wat hij helemaal niet van plan was?.

Een ander risico is dat een burger die het kind vindt bij een volwassene ervan uitgaat dat diegene de kidnapper is, zegt Brinkhoff. De zoeker zou dan op fysiek geweld kunnen overgaan, terwijl die ander het kindje misschien net zelf gevonden heeft. Een derde gevaar is dat de zoeker de identiteit van de verdachte bekendmaakt nog voor schuld bewezen is.

Dat laatste gebeurde bijvoorbeeld in 2013 in de Verenigde Staten, toen leden van het forum Reddit probeerden aan de hand van camerabeelden de dader van de aanslag op de Boston Marathon te achterhalen. Het scenario dat de meeste steun kreeg van de forumbezoekers, ging over student Sunil Tripathi. Journalisten pikten de beschuldiging op en binnen enkele uren zag heel Amerika deze Tripathi, die later onschuldig bleek, als hoofdverdachte. Zijn familie werd bedreigd en lastiggevallen door de media, wat de FBI weer dwong vroegtijdig de namen van de echte verdachten prijs te geven.

Onrechtmatig verkregen bewijs

?Het gevaar is dat de burger steeds meer de rol van opspoorder, aanklager ?n rechter op zich neemt?, zegt Brinkhoff. ?Op den duur ondermijnt dit de positie van politie, OM en rechterlijke macht. Zij verliezen niet alleen hun monopolie, maar ook het initiatief en de controle.?

Onrechtmatig verkregen bewijs, dat door burgers aangeleverd is, kan later voor problemen zorgen tijdens de rechtszaak. Brinkhoff: ?De politie is verplicht bij een aanhouding te zeggen dat een verdachte het recht heeft te zwijgen, terwijl een burger die iemand op heterdaad denkt te betrappen, de verdachte soms juist tot een bekentenis dwingt.?

Als zo?n bekentenis met een mobieltje wordt gefilmd, is het de vraag of de opname later gebruikt mag worden in de rechtszaak, aldus Brinkhoff. ?Voor je het weet is bewijs besmet en kan de rechter het niet meer meenemen. Dit verkleint de kans op bestraffing, ook als de verdachte w?l schuldig is.?

De risico?s die Brinkhoff noemt, zijn bekend, zegt Wendy Gehrmann, woordvoerder van de Nationale Politie. Maar voor de politie wegen de voordelen van burgers die meespeuren op tegen de nadelen. Bovendien gaan mensen nu eenmaal zoeken als een dierbare vermist raakt. Het is voor de politie de kunst dit soort burgerzoektochten in goede banen te leiden, en daarbij rekening te houden met de rol van Twitter en Facebook. ?We kunnen niet ontkennen dat social media het hele opsporingsproces be?nvloeden. Daarom is het juist van belang er zelf actief in te investeren.? Vandaar dat de politie de app die agent Hessels ontwikkelde, beloonde met de nieuwe Innovatieprijs.

Brinkhoff vreest dat de politie zich op een glijdende schaal begeeft. ?Het begint met onschuldige apps, maar op de lange termijn moet je je afvragen of je het wel wilt stimuleren dat de burger zich steeds meer uitgenodigd voelt om aan recherchewerk bij te dragen?, zegt hij. ?Je wilt niet in een politiestaat leven, maar al helemaal niet in een amateurpolitiestaat.?

Bronnen: NRC