Tagarchief: kansen

Handboek voor hulp bij opsporing

Opsporing is niet langer het exclusieve domein van de overheid. Iedereen die dat zou willen kan een bijdrage leveren. Maar hoe kunnen politie en burger(organisaties) samen onze veiligheid en rechtvaardigheid garanderen? En hoe worden wederzijdse verwachtingen in deze samenwerking waargemaakt? Het nieuwe TNO handboek ‘Eerste Hulp bij Opsporing – Handboek Burgerdetectives’ biedt hulp.

Overhandiging handboek hulp bij opsoring

v.l.n.r: Fred Westerbeke (politie), Shanna Wemmers (TNO) en Arnout de Vries (TNO)

De burgerdetectives

Is er sprake van een overheid die burgers betrekt (burgerparticipatie) of van burgers die de overheid betrekken bij misstanden (overheidsparticipatie)? Steeds meer burgers en organisaties onderzoeken misdrijven zoals bijvoorbeeld een fietsendiefstal, ondermijning of oorlogsmisdrijven in Oekraïne en Afghanistan. Deze ontwikkeling is niet te stoppen en wordt aangejaagd doordat data en informatie via sociale media en apps eenvoudig toegankelijk zijn.

Samenwerking essentieel?

TNO doet hier onderzoek naar. En wat blijkt? Burgers hebben niet alleen behoefte aan begeleiding maar men verwacht ook iets terug. Bijvoorbeeld bij een strafzaak. Daarnaast vragen politie en justitie zich af hoe men meer gebruik kan maken van de capaciteit, kennis en kunde vanuit de maatschappij? En hoe aan te sluiten op deze initiatieven? Wat zijn de kansen en wat zijn de risico’s? En hoe ga je daarmee om?

Praktisch toepasbaar

Al deze vragen komen aan bod in het handboek die hulporganisaties kunnen gebruiken om burgerinitiatieven te begeleiden en te ondersteunen. Hierbij gelden de wettelijke regels en politie en het Openbaar Ministerie kunnen aangeven wat de grenzen zijn in de samenwerking met opsporende burgers en het gebruik van informatie die van burgers afkomstig is. Eigenrichting dient te worden voorkomen, in dergelijke gevallen is vervolging van burgeropspoorders die strafbare feiten plegen of andere fundamentele belangen schenden die relevant zijn voor het strafproces, mogelijk. Zo zal de overheid burgers kunnen bekrachtigen waar dat kan, begrenzen waar dat moet en zich inzetten om de veiligheid van alle betrokkenen te beschermen.

In het handboek komen 24 onderzoeksmethodieken aan bod. Deze zijn vanuit de opsporingspraktijk van de politie vertaald naar de praktijk van de burgerrechercheur. De toelichtingen op de methodieken worden gegeven aan de hand van een voorbeeldmisdrijf.

Eerste Hulp bij Opsporing, Handboek Burgerdetectives

Het door TNO ontwikkelde handboek is een kennisbundel gericht op burgers, organisaties en beroepsgroepen die hulp bieden aan slachtoffers van misdrijven. Denk hierbij aan politie, gemeenten, verzekeraars, advocatuur, onderzoeksjournalisten, particuliere recherchebureaus of vrijwilligersorganisaties”.

Lees of download hier het gehele boek.

Bron: TNO

Ben je altijd een held als je de politie helpt?

Burgers gedragen zich vaak – gevraagd of ongevraagd – als politieagent of rechercheur en helpen bij opsporingen met tips, getuigenissen en bewijs. Een goede zaak, maar er kunnen hierbij ook gevaarlijke situaties ontstaan. Sven Brinkhoff stelt in zijn minicollege aan de orde waar de grens voor burgers ligt en wanneer hun taak volbracht is.

Mr. Sven Brinkhoff, universitair hoofddocent Strafrecht, verbonden aan de faculteit Cultuur- en rechtswetenschappen hield op woensdag 26 juni 2019 om 16.00 uur het perroncollege ‘Ben je altijd een held als je de politie helpt?’ op Centraal Station Rotterdam. Dit live college vond plaats in het kader van de tweede ronde van de perroncolleges van de Open Universiteit.

Het komt steeds vaker voor, burgers die zich opwerpen als een soort Sherlock Holmes voor de politie. Buurten die hun eigen wijk bewaken, wandelaars op zoek naar slachtoffers van geweld en winkeliers die dieven met portret op Facebook posten. Burgeropsporing ontstaat vanuit alle hoeken van de samenleving. Maar waardoor ontstaat deze beweging eigenlijk? Sven Brinkhoff, universitair hoofddocent strafrecht aan de Open Universiteit, vertelt in dit college over het nut, de risico’s en de noodzaak van helpende burgers.

‘De opkomst van burgerparticipatie op het gebied van strafrecht komt deels voort uit onvrede met het feit dat de politie te weinig capaciteit heeft om alle zaken in behandeling te nemen. Gebeurtenissen zoals fietsendiefstal en inbraken, maar ook complexere zaken waarin weinig aanwijzingen zijn, blijven daardoor vaak op de plank liggen. En daarnaast kan de officier van justitie gebruikmaken van het opportuniteitsbeginsel: hij hoeft niet elke zaak die aangebracht wordt te vervolgen.’

Citizen Science als hulpmiddel voor politie

Aan de andere kant maakt de politie al van oudsher gebruik van tips en getuigenissen om criminelen te achterhalen. Wanneer je getuige bent van een incident dat niet in de haak is, ben je zelfs verplicht dit te melden bij de politie. ‘Daar draait de grote bulk op. Natuurlijk heeft de politie ook andere middelen om bewijs te verzamelen, zoals het afluisteren van telefoongesprekken, maar in het strafrecht is er meestal een slachtoffer waardoor getuigenissen en tips heel belangrijk zijn. Denk maar aan een programma als Opsporing verzocht.’ De laatste jaren neemt Citizen Science een ware vlucht. ‘Wetenschappers doen steeds vaker een beroep op burgers bij hun onderzoeksprojecten – denk aan digitalisering van archieven, het in kaart brengen van dialecten, bodemdiertjes tellen of gegevens over fijnstof verzamelen. In opsporing van strafbare feiten vragen we nu ook veel meer aan burgers, bijvoorbeeld om expertise die de politie soms zelf niet heeft, onder andere bij het opsporen van internetcriminaliteit. Of om extra capaciteit te realiseren wanneer dit nodig is, zoals bij grootschalige zoekacties.’ Een goed voorbeeld hiervan is Burgernet, dat via sms signalementen van gezochte personen of auto’s naar deelnemende burgers stuurt. ‘De nieuwe Mijn onderzoek app, waar vanaf juni mee geëxperimenteerd wordt, stelt burgers zelfs in staat om bewijs te verzamelen, met informatie over hoe je dit het beste kan doen.’

Zelf op zoek

Veelal ontstaat burgeropsporing echter op eigen houtje door burgers die geraakt zijn door een misdaad, of wanneer ze een delict willen voorkomen of oplossen. ‘Bijvoorbeeld in de vorm van buurtapps om de wijk veilig te houden. Of met social media: door een foto van een winkeldief te posten op Facebook in de hoop de dader te identificeren,’ vertelt Brinkhoff. ‘Daarnaast zijn er privédetectives die worden ingehuurd om een zaak op te lossen en initiatieven als Bellingcat, een digitaal collectief dat voorop liep in de onthullingen rondom de MH17. Zij kunnen samenwerken met overheden, maar onderzoeken veelal zaken op eigen initiatief vanuit hun expertise.’

Betrouwbaar bewijsmateriaal

Burgeropsporing kan de politie waardevolle informatie opleveren, maar er kleven ook risico’s aan. ‘Doordat burgers geen opleiding hebben gehad om bewijs te verzamelen bestaat de kans dat zij dit beschadigen, denk aan het besmetten van sporenmateriaal. Of dat ze het niet op de juiste manier verkrijgen; bijvoorbeeld door uitlokking. Denk maar aan het YouTubekanaal Pedojagers, waarbij burgers probeerden pedofielen te lokken en op heterdaad te betrappen. Daar maakt een advocaat in de rechtszaal gehakt van.’ De vraag is dan ook in hoeverre bewijsmateriaal van burgers uiteindelijk wordt toegelaten door de rechter. Wordt dit bewijs wel betrouwbaar geacht? Aan de andere kant maakt de politie soms dankbaar gebruik van dit materiaal om een dader te achterhalen. ‘Omdat burgers zich niet aan allerlei richtlijnen hoeven te houden, wordt er bijvoorbeeld makkelijker DNA-materiaal van mogelijke daders verkregen. Het is wel zo dat de politie dit alleen mag gebruiken als zij er geen weet van heeft; als zij de burger er niet toe heeft aangezet om op die manier informatie te verzamelen.’

Eigen rechter spelen

Veruit het grootste risico is dat van burgers die eigen rechter spelen. ‘Wanneer een burger meewerkt en bewijsmateriaal verzamelt, dan moet de politie dit natuurlijk wel serieus oppakken. Doet zij dat niet, dan bestaat de kans dat er nog meer onvrede ontstaat en kan de burger ervoor kiezen om het recht in eigen hand te nemen. En dat kan weer tot geweld leiden. Voorbeeld hiervan is een zaak waarin een vader ontdekt dat zijn dochter gegroomd wordt en hij de dader vervolgens bewerkt met een knuppel. Of een zaak uit Venlo, waarbij een vader en zijn zoons een gezin bijna doodsloegen omdat ze dachten dat een van hen was betrokken bij een inbraak.’ Maar ook kleinere vergrijpen als naming en shaming op social media vallen hieronder. ‘Het is dan aan de politie om deze ‘eigen rechters’ terug te fluiten of te vervolgen, zoals in de zaak van Willeke Dost is gebeurd waarbij een burger werd vastgezet voor opruiing. Het strafrecht biedt regels om burgers te beschermen. Bij eigenrichting, het recht in eigen hand nemen, zijn die er echter niet. Je loopt de kans bedreigd te worden of erger. Wanneer we allemaal rechter gaan spelen gaan we feitelijk terug naar de middeleeuwen, toen er nog geen politie was.’

Wat mag dan wél en wat mag niet?

Er ligt bij de overheid een belangrijke taak om burgers voor te lichten over de kaders van burgerparticipatie in het strafrecht. Stel, je betrapt een winkeldief, wat mag je dan doen? ‘In het wetboek van strafrecht is er weinig vastgelegd over wat burgers mogen doen, maar zij hebben in ieder geval het recht van ‘aanhouden op heterdaad’ en ‘zelfverdediging bij noodweer’. Je mag bijvoorbeeld iemand die je ziet stelen aanhouden en deze persoon vasthouden tot de politie er is. Rent de winkeldief weg, dan mag je hem niet zomaar neerslaan. Je mag hem wel tegenhouden. Pas wanneer jij vervolgens wordt aangevallen, mag je jezelf verdedigen. Dan is het noodweer. Maar je mag geen excessief geweld gebruiken. Of daar sprake van is wordt naderhand pas beoordeeld door de rechter.’ En opnames maken, mag dat? ‘Ja, dat mag. Je mag ze natuurlijk niet op Facebook zetten, maar wel naar de politie sturen. In de zaak Holleeder, waarin zus Astrid in het geheim opnamen maakte van de gesprekken met haar broer Willem, kan dit soort bewijs mogelijk wel worden toegelaten.’

Leer meer over burgeropsporing

In dit college heb je meer geleerd over het nut en de noodzaak van burgerhulp bij het oplossen van misdrijven. Er wordt gebruik gemaakt van Citizen Science om verdachten op het spoor te komen, door getuigenissen en tips, of door bewijs te verzamelen en aan te reiken. Ook vanuit de burger zelf wordt er steeds meer actie ondernomen, van kleinschalige zoektochten tot grote opsporingsinitiatieven. Tegen de voordelen van burgeropsporing moeten ook de risico’s afgezet worden. Bijvoorbeeld het beschadigen van bewijs of eigen rechter spelen. Het is belangrijk dat de overheid investeert in goede voorlichting en dat eigenrichting zoveel mogelijk wordt voorkomen. Hoewel de politie niet kan zónder hulp van burgers, ben je dus niet altijd een held als je helpt bij opsporing.

Over de perroncolleges

Om haar wetenschappelijke kennis te delen heeft de Open Universiteit gratis mini ‘perroncolleges’ ontwikkeld. Op digitale schermen op de perrons van grote stations in Nederland worden video-animaties getoond die prikkelende, actuele (wetenschappelijke) vragen behandelen. Vragen afkomstig uit onze samenleving. Wie wordt niet geconfronteerd met foto’s op social media? Of met de plastic verpakkingen van etenswaren? Wellicht ben je ook wel eens door collega’s buitengesloten op het werk. De Open Universiteit doet onderzoek naar deze vraagstukken en neemt de reiziger in het perroncollege mee in het probleem en de zoektocht naar oplossingen.

De campagne ‘Perroncollege’ is in mei 2019 uitgeroepen tot de beste creatieve Digital Out-of-Home uitvoering tijdens de FEPE International Annual Awards 2019 in Dubai voor beste Creative Digital Execution.

Bron: Open Universiteit

Burgers in opsporing

Meer leren over burgeropsporing? Kom 11 april naar het?Nieuwspoort Seminar ?De Veilige Gemeente 2019 ? Burgers in opsporing? georganiseerd door het Haags Congres Bureau.Met o.a. Wim van Amerongen (Nationale Politie), Arnout de Vries (TNO), Eric Bervoets (Bureau Bervoets), Ronald van Steden (VU Amsterdam, SMV) en Marnix Eysink Smeets (Inholland).

De Veilige Gemeente 2019 -?Burgers in opsporing
Kansen, risico’s & randvoorwaarden
Donderdag 11 april 2019

13.30 – 17.00 uur met gezamenlijke lunch vanaf 12.30 uur
Internationaal Perscentrum Nieuwspoort, Den Haag

Met medewerking van o.a. Dr. Ronald van Steden, Vrije Universiteit Amsterdam, Stichting Maatschappij en Veiligheid (SMV), Dr. Eric Bervoets, Bureau Bervoets,? Arnout de Vries, TNO, Marnix Eysink Smeets, Hogeschool Inholland en Wim van Amerongen, Nationale Politie

Cybervrijwilligers? Buurt Preventie Teams? Buurt Whatsappgroepen?? Burgerrechercheurs?? Platforms van (burger)journalisten??

Burgers helpen gevraagd en ongevraagd steeds vaker in het opsporen van criminelen en ophelderen van zaken.

Hierdoor kan de opsporingskracht van politie, gemeente en OM sterk toenemen. Er zijn echter ook risico’s en dilemma’s die om uw aandacht vragen.?Wat zijn de do’s and don’ts en welke randvoorwaarden moet u in acht nemen bij burgeropsporing?

Tijdens het Nieuwspoort Seminar ‘De Veilige Gemeente – Burgers in opsporing ‘ krijgt u inzicht in:

  • Actuele ontwikkelingen, trends en onderzoeken
  • Voorbeelden van initiatieven op dit gebied
  • Welke kansen bieden de initiatieven u?
  • Welke juridische kaders moet u kennen?
  • Wat zijn de do’s and the dont’s en welke randvoorwaarden moet u in acht nemen?

Welke innovaties zijn voor u als kleine, middelgrote of grote gemeente bruikbaar in de uitvoering??En hoe zorgt u er voor dat u rationeel met risico?s blijft omgaan? Wat vraagt het van u, als gemeente-ambtenaar of politieman/politievrouw?

Met behulp van vele praktijkvoorbeelden, uw eigen kennis en ervaring en die van de andere deelnemers helpen de sprekers u kansen, risico’s en randvoorwaarden in kaart te brengen.

Programma De Veilige Gemeente 2019 -?Burgers in opsporing

Kansen, risico?s en randvoorwaarden

13.30 uur?Opening en introductie op het thema?door uw middagvoorzitter, Eric Bervoets, onderzoeker en eigenaar, Bureau Bervoets

Aan bod komen onder meer:

* Welke trends en ontwikkelingen zijn er op dit gebied?

* Wat zijn daarbij de uitdagingen?

13.45 uur?Opsporing door burgers, Arnout de Vries, onderzoeker en adviseur, TNO

* Risico?s (eigenrichting, vertrouwelijkheid, privacy, eigen veiligheid) en kansen (extra capaciteit en denkkracht, snelheid, preventieve werking)

* Vele voorbeelden uit de praktijk nader onder de loep: Van Bellingcat tot buurtonderzoek in Whatsapp buurtgroepen

* Blik in de toekomst

14.25 uur?Praktijkvoorbeeld 1: Burgerrechercheurs

Wim van Amerongen, Programmadirecteur Toekomstbestendig Opsporen en Vervolgen, Nationale Politie

* Juridisch kader en rechtsbescherming

* Begeleiding en samenwerking

* Rol van de politie in het burger ? burger perspectief

14.45 uur?Vragen stellen aan de inleiders?o.l.v. uw middagvoorzitter

15.15 uur?Pauze met koffie en thee

15.35 uur?Doe-het-zelfsurveillance, Ronald van Steden, VU Amsterdam en SMV

* Resultaten onderzoek naar Whatsapp-buurtgroepen in Almere, Amstelveen, Amsterdam en Tilburg

* Welke lessen kunnen we trekken voor de toekomst?

16.10 uur?Burgeropsporing: veelbelovend landschap of listig mijnenveld??Marnix Eysink Smeets, lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid Hogeschool Inholland

* Samenwerken met de burger of burger als verlengstuk?

* Burgerparticipatie als meerloops geweer: Over effecten op veiligheid, veiligheidsbeleving, sociale cohesie, burgerschap en rechtsstatelijkheid

* Burgers komen van Mars, professionals van Venus

* De noodzaak van precisie, preventie en prudentie

16.45 uur?Wrap Up, door uw middagvoorzitter

17.00 uur Afsluiting en borrel

Dr. Ronald van Steden?is Universitair Hoofddocent Bestuurswetenschappen en Politicologie aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Ook is hij voor ??n dag per week verbonden aan de Stichting Maatschappij en Veiligheid. Meer in het bijzonder houdt Van Steden zich bezig met vraagstukken rondom het thema ?lokale veiligheid en politie?. Hij doceert in de master Besturen van Veiligheid aan de VU. Daarnaast verricht hij onderzoek naar privatisering van veiligheid, toezicht en handhaving van de gemeente, wijkpolitie, veiligheidsnetwerken en vrijwilligers/actieve burgers in veiligheid.

Dr. Eric Bervoets?is?criminoloog en bestuurskundige.?Eric is sinds 1997 actief,?na een doctoraal bestuurskunde in?Rotterdam en een academische promotie?(in 2006) aan de Universiteit Twente in Enschede.?Bureau Bervoets richt zich op toepassingsgericht criminologisch en veiligheidskundig onderzoek, vaak in opdracht van gemeenten, politie en ministeries.?Ambitie is het ondersteunen van het veiligheidsdomein en lokaal bestuur met praktijkgericht onderzoek, advies en onderwijs.? We zijn ervan overtuigd dat kennis en kunde nodig zijn voor de effectiviteit en draagvlak van beleid, projecten en interventies. Maar het commitment en doorzettingsvermogen van de mensen in de uitvoering zijn doorslaggevend, daar kan geen ‘evidence based’ kennis tegenop! Lees verder via de?website van Bureau Bervoets.

Arnout de Vries is onderzoeker en adviseur op het gebied van internet en maatschappelijke veiligheid bij TNO. Hij ontwikkelt en onderzoekt digitale middelen die hulp kunnen bieden bij een effectievere burgerparticipatie, zoals applicaties voor burgeropsporing: ?Samen Zoeken? en ?Sherlock?. Daarnaast schrijft hij op zijn site SocialMediaDNA over social media in relatie tot maatschappelijke veiligheid.

Marnix Eysink Smeets?is sinds 2007 lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid en voorzitter van de Onderzoeksgroep Recht & Veiligheid. Samen met studenten en (docent)onderzoekers draagt hij bij aan de ontwikkeling van (veiligheids)beleid dat burgers vertrouwen geeft. Eysink Smeets houdt zich vooral bezig met de vraag hoe de burger veiligheid beziet en beleeft, en hoe dat kan worden verbeterd. Formeler gezegd: met het publiek vertrouwen in veiligheid en veiligheidszorg. Met veiligheidsbeleving, vertrouwen en rechtsvaardigheidsbeleving als belangrijke deelgebieden.?Naast zijn werk voor Inholland is Marnix Eysink Smeets voorzitter van de Landelijke Expertisegroep Veiligheidsbeleving, een netwerkorganisatie die zich richt op innovatief onderzoek en advies op het gebied van veiligheidsbeleving. Verder is hij actief lid van onder andere de wetenschappelijke Politiekring van het Directoraat-Generaal Politie, de redactie van het veiligheidsvakblad Secondant en de landelijke Expertgroep Zelfredzaamheid. Ook is hij co-redacteur van het blog Bordwatching.

Wim van Amerongen?is programmadirecteur Toekomstbestendig Opsporen en Vervolgen bij de politie. Als gevolg van de snelle ontwikkelingen in maatschappij en technologie werken politie en het openbaar ministerie in dit programma nauw samen op het realiseren en versterken van de vernieuwings- en innovatiekracht in de opsporing en vervolging. Als programmadirecteur houdt hij zich daarnaast bezig met thema?s als ketensamenwerking, burgeropsporing en datadeling binnen de strafrechtketen. Zijn ervaringen met veranderprocessen zowel binnen als buiten de politie helpen hem bij het vinden van transitiestrategie?n die de effectiviteit van de opsporing kunnen vergroten.

Politie en actief burgerschap: een veilig verbond? Onderzoek naar samenwerking, controle en (neven)effecten

De politie werkt steeds vaker samen met burgers op het terrein van veiligheid, toezicht en openbare orde, maar dit heeft niet alleen maar positieve effecten. De ruimte die burgers claimen ? bijvoorbeeld via buurtpreventieteams en app-groepen ? kan leiden tot onrechtmatigheden en risico?s voor niet-actieve burgers. Dit blijkt uit een uitgebreid etnografisch onderzoek van socioloog Vasco Lub en criminoloog Tom de Leeuw. In het onderzoek zijn voor het eerst ook app-data tussen politie en burgers geanalyseerd.

Het onderzoek vond plaats in veilige en onveilige wijken in verschillende gemeenten aan de hand van observaties, interviews en analyse van buurtapp-communicatie. Het laat diverse vormen zien van effectieve samenwerking, bijvoorbeeld op het terrein van heling-aanpak, diefstal en inbraakpreventie. Maar het illustreert tegelijk dat de politie nog vaak op afstand opereert van actieve burgers. De politie is nog vooral gericht op urgente meldingen van actieve burgers, waardoor minder urgente maar waardevolle informatie, over bijvoorbeeld minder zichtbare ondermijnende criminaliteit, onbenut blijft.

Door de ruimte die actieve bewoners claimen ?n krijgen, wordt de sociale controle van burgers op straat bovendien steeds concurrerender ten opzichte van het toezicht van de politie. Het onderzoek laat zien dat dit tot onrechtmatigheden kan leiden, bijvoorbeeld actieve burgers die zelf tot opsporing overgaan, die jongeren of personen met een migratieachtergrond discrimineren of verdachte personen staande houden. De politie is wettelijk bevoegd voor taken rond opsporing, toezicht en handhaving, wordt geacht onpartijdig te zijn, en valt onder de controle van de overheid. Burgers hebben die bevoegdheden niet en handelen ? bewust of onbewust ? regelmatig ook uit eigen belang.

Als aanbeveling formuleren de onderzoekers dat de politie in de praktijk meer betrokken moet zijn om actief burgerschap op het terrein van veiligheid in goede banen te leiden (niet verslappen of verstoppen). Verder kan de politie zich in onveilige wijken beter richten op haar kerntaken dan op het werven van nieuwe vrijwilligers. Ook kan zij meer gebruik maken van burgerfora om aan gedeelde referentiekaders te werken en het informatiebeheer van digitale communicatiekanalen met burgers zoals buurtapps moet verbeteren.

[slideshare id=127772405&doc=politieenactiefburgerschap-190111150341&type=d]

Bronnen: Politie en Wetenschap, Nu.nl

Was wraakvader Mario Haazen een uitzondering? ‘Burgers sporen steeds vaker zelf criminelen op’

Twee weken had Mario Haazen nodig om de man te vinden die zijn dochter maandenlang online lastig viel. Zijn gewelddadige ontmoeting met deze Jack S. moest hij vervolgens bekopen met 4,5 jaar cel voor poging tot doodslag. Een drama voor alle betrokkenen. Hoe moet de politie omgaan met mensen die zelf op onderzoek uitgaan?

“Ook de politie weet dat je dit niet kan tegenhouden, maar er is nog genoeg huiver”, zegt Arnout de Vries, onderzoeker bij TNO en expert als het gaat om opsporen via internet.

Achtervolging
Het ging mis bij Mario Haazen. Zijn 14-jarige dochter dacht dat ze contact had met een leuke jongen van zeventien via sociale media. Het bleek een oud-tbs’er van 47. Toen hij dit hoorde deed Haazen direct aangifte bij de politie. Maar hij zette ook zelf de achtervolging in.

Bij zijn zoektocht naar de dader gebruikte de vader niet alleen de zoekbalk op Facebook en Google. Hij zocht ook contact met vestigingen van Albert Heijn en Hema om erachter te komen wie cadeautjes kocht voor zijn dochter. Van de Hema kreeg hij bewakingsbeelden waarop te zien was hoe Jack S. precies dat deed. Haazen wist vervolgens te achterhalen waar de man woonde. Hoe het afloopt weten we.

‘Niet te stoppen’
Volgens De Vries kun je het niet stoppen dat mensen zelf op onderzoek uitgaan. “Je moet dit zo goed mogelijk begeleiden.” Dat is volgens hem cruciaal om te voorkomen dat mensen uiteindelijk zelf rechter kunnen gaan spelen, zoals bij Haazen. “Hier moet de politie burgers ook tegen zichzelf in bescherming nemen.”

In het geval van Haazen deed de politie weinig met de informatie die de vader doorspeelde. Dat had volgens De Vries wel gemoeten. Maar hij ziet toch ook grote voordelen in burgers die helpen met het opsporen van boeven. “Je ziet nu al dat het merendeel van de zaken wordt opgelost met hulp van burgers. Zij zijn expert in hun eigen straat, en anderen zijn weer heel goed op internet. Die hulp kan je heel goed inschakelen.”

Om de politie ?n burgers te helpen, is De Vries bezig met de ontwikkeling van de app My Sherlock. Hierin wordt het mogelijk gemaakt voor mensen om gestructureerd onderzoek te doen en om dit te delen met de politie. “In de app kan je een onderzoek starten met behulp van professionele methoden die door de politie en het Openbaar Ministerie zijn ontwikkeld.”

Aanwijzingen online delen
Zo kunnen mensen op een simpele manier aanwijzingen invoeren die ze online hebben gevonden. Ook kan er een digitale compositietekening worden gemaakt. En er kan een motief van een verdachte worden toegevoegd. De politie kan dit profiel makkelijk inzien en de voortgang van het onderzoek volgen. “Het is dan wel zaak dat de politie de zaak op een gegeven moment overneemt.”

Volgens De Vries is het een manier om de behoefte van burgers om tot actie over te gaan op een positieve manier in te zetten. “De aangiftes van mensen worden alleen maar beter op deze manier. We hopen dat het oplossingspercentage hiermee omhoog gaat.”

Maar er is volgens de onderzoeker nog ‘genoeg huiver’ bij de politie en in het lokaal bestuur. De angst dat hordes amateur-Sherlocks het recht in eigen hand nemen, of sporen vernietigen, is moeilijk af te schudden. “Een paar jaar geleden worstelde de politie hier enorm mee. Maar je zag bij de zaak rond Anne Faber dat de politie ook is gaan samenwerken met mensen die gingen zoeken. Ze weten ook dat je dit niet kan tegenhouden. Bij zo’n vermissingszaak kan je moeilijk een rood-wit lint om het hele bos spannen.”

Bron: Omroep Brabant?of beluister na 41 mins het korte radio item?erover.

Internettrollen vervuilen het web met gevaarlijk gedrag

Op het internet duiken steeds meer spookaccounts op, die nepnieuws verspreiden. Deze internettrollen zijn ook verantwoordelijk voor online haatmisdrijven en kunnen de rechtsorde bedreigen. Hoe kunnen online veiligheid en leefbaarheid gewaarborgd worden in de 21ste eeuw?

– Een artikel van Arnout de Vries geplaatst in Secondant

Sociale media zijn breed beschikbaar en worden door jong en oud en onschuldige maar soms ook kwaadwillende personen gebruikt. We kennen sociale media vooral als een geweldig middel om met elkaar verbonden te raken via chat en door (vakantie)foto?s te delen. Toch kan je niet alleen je hart luchten met andere gebruikers, maar ook mensen isoleren, van anderen vervreemden en vernederen. Dit varieert van kleine pesterijen tot regelrechte oorlogsvoering. Want kinderen?gamen online, maar in dezelfde spelletjes zitten vaak ook neonazi?s, zoals in het online oorlogsspel Clash of Clans. Soms zitten zij in eenzelfde chatsessie met jonge, zeer be?nvloedbare kinderen. Toezicht op de online normoverschrijdingen is beperkt, of afwezig.

Het zogeheten trollen als vorm van normoverschrijdend gedrag online neemt toe. Trollen kan beginnen met pesten, maar verergeren tot intimideren en stalken. Het kan slachtoffers zelfs tot zelfmoord drijven. Als dit online gedrag de veiligheid en leefbaarheid schaadt, komt het als verschijnsel in beeld bij de overheid.

Veiligheidsconferentie

In mei dit jaar werd in Londen een internationale veiligheidsconferentie gehouden over ?trolling?. Onderzoekers en specialisten uit bedrijfsleven en overheden vanuit meer dan 15 Europese landen kwamen bijeen om de kansen voor een vernieuwde aanpak te bespreken. Ook de bedreigingen van deze ontwikkelingen kwamen aan bod. Al deze partijen uit de veiligheidssector hebben als doel om het internet veiliger en leefbaarder te maken.*

De techniek heeft zich in de afgelopen jaren zodanig ontwikkeld dat internet een vanzelfsprekendheid is voor veel mensen. Echter, ook anonimiteit door encryptietechnieken en het gebruik van kunstmatige intelligentie worden steeds normaler. De internetgedragscodes veranderen sinds het ontstaan ervan mee, maar: Wat is acceptabel en wat niet? Wat staan we met moderne technologie toe en wat niet? Nieuwe ontwikkelingen bieden nieuwe kansen, maar vormen ook nieuwe bedreigingen. Op het wereldwijde web zijn de meningen verdeeld over hoe ver vrijheid van meningsuiting mag gaan en elk socialemediaplatform hanteert hierbij zijn eigen huisregels. Socialemediaplatforms dulden bijvoorbeeld alleen echte mensen en toch duiken steeds meer valse en machinegestuurde accounts op om te trollen.

Dilemma?s in moeizame aanpak trollen

De conferentie focuste op preventie en interventies in handhaving en vervolging met aandacht voor sociale en technologische innovaties.?Best practices?werden gedeeld, zoals die van John Donovan, werkzaam bij?The Online Hate Crime Hub?van de Metropolitan Police. Sinds 2017 pakken de speciaal getrainde politieagenten online misstanden aan. De Hub onderzoekt meldingen van online haatmisdrijven, waaronder racisme en discriminatie gericht op beperking, religie, of geaardheid en acteren hierop, voor zover mogelijk. Donovan benoemde diverse juridische obstakels bij het trollen, zoals onduidelijke wettelijke kaders die de vervolging van trollen bemoeilijken. Ondersteuning van het slachtoffer staat dan wel centraal bij de Hub, maar als slachtoffers niet willen meewerken aan verdere actie blijven trollen vaak anoniem en ongestraft. Daarmee gaat dan weer geen afschrikkende werking uit tegen herhaling.

Normloosheid van gamingplatforms

Gamingplatforms werden expliciet uitgelicht, omdat het normoverschrijdende gedrag hierin n?g prominenter lijkt. Cybercriminoloog Thomas-Gabriel R?diger vergeleek online games met een fysieke speeltuin: rond de spelende kinderen zien we borden met simpele gedragsregels en ouders die vanaf een bankje wat toezicht houden. Online houdt niemand zo toezicht. Via online??speeltuinen??zoals Minecraft, Roblox en MovieStarPlanet worden steeds meer kinderen het slachtoffer van?grooming, terwijl ouders denken dat ze een onschuldig spelletje spelen.

Online zijn gedragsregels op zijn minst anders te noemen, maar eigenlijk vaak afwezig. Wat vinden we van deze normloosheid? R?diger liet zien hoeveel online groepen met nazinamen in de game Clash of Clans te vinden zijn, hoe die gesprekken verlopen en ook met welk gebrek aan online normen het spel soms gespeeld wordt. Naast dit spel zijn er vele games waarin gecommuniceerd wordt, via tekst, maar ook via spraak, zoals bijvoorbeeld het populaire schietspel Fortnite: 100 spelers strijden tot de laatste overblijft. Een spel waarin de norm lijkt dat online alles geoorloofd is om maar die laatste te zijn.

Sterkte-zwakteanalyse

De conferentie resulteerde op grond van de vele voorbeelden in een sterkte-zwakteanalyse, waarbij kansen en bedreigingen werden benoemd voor een effectievere aanpak voor veiligheidspartijen die trollen willen aanpakken: *

Figuur 1> SWOT-analyse van aanpak trollen door veiligheidsdiensten

Trollen bedreigen de rechtsorde

Trollen vindt niet alleen plaats op individueel niveau. Uit?onderzoek?van?NRC?bleek dat Russische internettrollen op Twitter probeerden anti-islamsentimenten in Nederland aan te wakkeren. Dit gebeurde vanuit een??trollenfabriek? in Sint-Petersburg, het beruchte Internet Research Agency (IRA). Dat beheerde zeker 3841 trol-accounts. Sommige tweets zijn door de nepaccounts verstuurd op de dag van de aanslagen in Brussel, 22 maart 2016, andere ten tijde van de Nederlandse verkiezingen.

Volgens Facebook is 2 tot 3 procent van hun accounts vals, maar experts schatten dat het eerder 10 procent is. Ook Twitter heeft last van miljoenen spookaccounts. Bij de grote zomerschoonmaak verwijderde Twitter?70 miljoen nepaccounts. Facebook blokkeerde zelfs?1.3 miljard accounts.

Internettechnologie

Twitter-directeur Jack Dorsey beklaagde zich er onlangs over hoe fictieve accounts zijn berichtendienst misbruiken. Hij wil weer een gezond debat met echte mensen, maar heeft geen idee hoe de klok terug te draaien. Internettechnologie ontwikkelt zich intussen verder. Volgens sommige trendwatchers is 2018 het jaar van de??social bot??(online robotaccounts die communiceren). Veel omarmen dat in hun klantgerichte dienstverlening. Nu al kan een computer kunstmatig aangemaakte portretfoto?s genereren en voorzien van namen. Accounts aangedreven door kunstmatige intelligentie worden dan een?chatbot. Je kunt nu al een bot maken die praat als president Trump en nieuwe ?Trump-uitspraken? doet op basis van oude uitspraken.

Onder kinderen zijn social bots enorm populair. Opeens kunnen ze chatten met Minions, die precies praten zoals in de film. Minion-bots bieden ook producten aan: ?Heb je al aan papa en mama verteld dat een nieuwe Minion-film uitkomt?? Chinese kinderen vertrouwen hun diepste geheimen toe aan dit soort?bots, terwijl kinderen vaak erg be?nvloedbaar zijn. Papa en mama weten ondertussen niet welke informatie hun kinderen delen en welke informatie gedeeld wordt.

Nederlandse trollen hadden in 2012 al een aantal keren flinke impact. Een jongen twitterde bijvoorbeeld tijdens Project X dat een meisje was overleden. Hij deed dit voor de lol en noemde zich ?hoax creator?, maar dat wisten hulpdiensten, media en maatschappij niet, met alle gevolgen van dien. De jongen werd niet vervolgd, omdat wat hij deed dan wel niet ethisch, maar ook niet ?zomaar? strafbaar was.

Offline en online maatschappij

We stevenen af op een kantelpunt waarin het onderscheid tussen echt of nep steeds lastiger wordt. De jeugd praat graag online met Justin Bieber, ook al weten ze ergens wel dat hij niet echt is. Vele partijen spelen, goed en kwaad, in op deze ontwikkelingen. Alleen met bewustzijn en verantwoordelijkheid, ook onder technologieaanbieders en overheden, kunnen online leefbaarheid en veiligheid in de 21ste eeuw geborgd worden. Samenwerking, juist internationaal, moet hierom volwassener worden. Passende wet- en regelgeving moet die samenwerking ondersteunen.

Door gebrekkige kennis van sociale media en gamen wordt de kloof tussen de offline en online maatschappij alleen maar verder vergroot, zolang hier niks mee gedaan wordt. Die kloof kan kleiner worden door relaties te versterken tussen specifieke groepen en veiligheidsinstanties. Wat staan we toe en waar ligt de grens? Er bestaan al genoeg voorbeelden van bedreigingen die de leefbaarheid verminderen en die de grens al ver gepasseerd zijn. Gelukkig bestaan ook genoeg kansen. Als we deze samen aangrijpen hoeft het niet van kwaad tot nog erger te gaan. <<

Europees project

Het onderzoeksproject MEDI@4SEC brengt de kansen en bedreigingen in kaart die nieuwe communicatietechnologie?n teweegbrengen voor de veiligheid en veiligheidsinstanties. Dit artikel is het derde van een serie artikelen over specifieke thema’s binnen dit onderwerp als: Do It Yourself (DIY) Policing; Rellen en massabijeenkomsten; Dagelijks politiewerk; Dark Web; Trolling en; Innovatieve marktoplossingen. Lees ook het inleidende artikel in Secondant over de kansen van nieuwe communicatietechnieken voor justitie en politie.

Meer informatie over MEDI@4SEC is te vinden op de projectwebsite. Hier zijn ook de volledige onderzoeksrapporten te downloaden zodra deze openbaar zijn.

Bron: Secondant

Wat kunnen politie en justitie in het digitale domein?

Nieuwe communicatiemiddelen zoals sociale media bieden politie en justitie grote kansen. Maar zij zien zich ook voor uitdagingen gesteld. Zo kunnen criminelen via het Dark Web terrorisme financieren en op verzoek misdaden plegen. Hoe gaan veiligheidsinstanties met deze kansen en uitdagingen om?

Rechter geeft stalker ?digitaal straatverbod? kopte de?NRC. EenVandaag maakte een uitgebreide?reportage?onder de titel??Politiewerk onder vergrootglas door social media?. Burgers kijken steeds meer mee met de politie en nemen bijvoorbeeld opsporingstaken (deels) op zich. Digitale burgeropsporing lijkt onvermijdelijk, maar het resultaat kan 2 kanten op rollen. Denk aan de ?kopschoppers van Eindhoven? voor een ongewenste wending van?burgeropsporing?waardoor de daders strafvermindering kregen.?Bellingcats rapport?over de MH17-ramp leverde juist een gewenst resultaat op, dat het Joint Investigation Team dankbaar in ontvangst nam. Om ??n ding kunnen we in ieder geval niet heen: sociale media hebben het veiligheidslandschap flink veranderd.

Nieuwe communicatiemiddelen

Wat doen veiligheidshandhavers in Nederland, maar ook ver daarbuiten nu met deze nieuwe communicatiemiddelen? Wat voor kansen bieden sociale media of het?Dark Web?en worden ze wel voldoende benut? Wat mag nu precies wel en niet? En welke bedreigingen moeten in de gaten gehouden worden? Kortom: wat moeten, mogen en kunnen veiligheidshandhavers, en wat juist n?et?

Het Dark Web is voor criminelen interessant, omdat anonimiteit daar de norm is

Dit is een eerste artikel van een reeks waarin we antwoorden op deze vragen zoeken, als onderdeel van het Europese onderzoeksproject?MEDI@4SEC. Dat buigt zich over de kansen en bedreigingen die sociale media bieden voor veiligheidsinstanties.

Criminele handelingen op het Clear Web

Nieuwe communicatietechnieken zoals sociale media worden voor steeds meer criminele ? en ongewenste ? handelingen gebruikt. Denk bij ongewenste handelingen bijvoorbeeld aan cyberpesten, stalken, of het versturen van (doods)bedreigingen. In het 3-jarige onderzoeksproject wordt niet alleen gekeken naar wat er op het?Clear Web?gebeurt. Dat is het normale web, dat met een normale webbrowser toegankelijk is en via gebruikelijke zoekmachines als Google kan worden doorzocht.

Figuur 1: Metafoor voor het Clear Web versus het Deep web. Slechts een deel van de content op internet wordt ge?ndexeerd en getoond na een zoekopdracht

Illustratie: het CCV

Anonimiteit van het Dark Web

Juist het Dark Web (onderdeel van het Deep Web) is voor criminelen interessant, omdat anonimiteit daar de norm is. Voor dit deel van het web heb je een speciale TOR-browser nodig en de webpagina?s worden niet door Google doorzoekbaar gemaakt (figuur 1). Criminelen maken handig gebruik (of eigenlijk misbruik) van deze nieuwe technologische mogelijkheden. Voorbeelden van nieuwe criminele toepassingen zijn:

  • IS-strijders werven, door middel van versleutelde berichten;
  • terrorisme financieren, door anonieme crowdfunding (concept waarbij vele mensen bijdragen aan de financiering. Betaling met Bitcoins waarborgt een bepaalde anonimiteit);
  • criminele cyberaanvallen aanbieden, zoals een DDoS (al vanaf 10 euro per uur);
  • misdaden op verzoek plegen, via?crimesourcing, of?crime as a service;
  • beeldmateriaal anoniem delen, door en voor pedofiel-netwerken.

Maar wat zijn nu eigenlijk de taken van de politie en het OM in deze digitale domeinen? Waar kan of moet het bedrijfsleven de handschoen oppakken? Wat kan, moet en mag men online doen om veiligheid te handhaven?

Internettrollen plaatsten een gerucht dat er haaien in de straten van Manhattan zwommen

Hebben politie en justitie eigenlijk wel voldoende middelen, kennis en mogelijkheden om de verwachtingen in de digitale samenleving waar te maken? Of is er behoefte aan meer (nieuwe) middelen, zoals technische tools of kennis gericht op gedragsbe?nvloeding?

Kansen voor veiligheidsinstanties

Sociale media bieden voor verschillende operationele processen kansen voor de veiligheidsinstanties, waaronder de politie. Maar deze gaan vaak ook gepaard met uitdagingen en/of bedreigingen. Een aantal van deze kansen beschrijven we hierna.

Crisismanagement en alarmering

Sociale media worden hierbij bijvoorbeeld ingezet om snel een indruk te krijgen van de situatie (situational awareness), om hulpvragen te signaleren en eventueel uit te zetten. Toepassingen zoals Twitter of NL Alert worden hierbij gebruikt om mensen te informeren. De grote hoeveelheden berichten die moeten worden geanalyseerd en de interpretatie hiervan, vormen hierbij grote uitdagingen. Opruiende nepberichten die veel paniek kunnen veroorzaken zijn zelfs een bedreiging. Deze worden ook wel hoaxes genoemd. Een voorbeeld van een hoax is het bericht tijdens Project X Haren. Daarin werd met een foto als ?bewijs? aangekondigd dat er Hell?s Angels onderweg waren die ?wel even zouden komen helpen?. Een ander voorbeeld zijn internettrollen die een gerucht plaatsten dat er haaien in de straten van Manhattan zwommen, terwijl de orkanen Irene en Sandy over New York raasden.

Surveillance

Analyse van berichten op sociale media kan de effectiviteit en effici?ntie van surveillance vergroten. Capaciteit kan op basis van verkregen inzichten worden ingepland en opgeschaald bij potenti?le incidenten en vermoedens van criminele activiteiten. Men experimenteert door soms vroegtijdig reacties op berichten te plaatsen met als doel gedragsbe?nvloeding. Tijdens grote evenementen gebeurt dit al. Bijvoorbeeld tijdens de Olympische spelen van 2012 in Londen of tijdens diverse evenementen in Nederland.

Voorkomen moet worden dan burgers voor eigen rechters gaan spelen

Er is grote behoefte aan het monitoren van online berichtenverkeer, maar partijen als Twitter en Facebook willen surveillancetoepassingen momenteel juist weer blokkeren om de privacy van hun klanten te beschermen. Wetgeving loopt achter op deze ontwikkelingen, maar er zijn ook kansen voor samenwerking doordat bedrijven, burgers en politie andere wettelijke kaders hebben.

Opsporing na een delict

Het?rapport?van Bellingcat over de MH17-ramp is misschien wel het beste recente voorbeeld van hoe sociale media het mogelijk maken om bij te dragen in een belangrijk politieonderzoek. Met meerdere gemotiveerde speurneuzen zijn vele beelden en inzichten samengebracht tot een serieus onderzoeksrapport met waardevolle informatie. Onderzoek van?Julian Foster?liet zien dat 54 procent van de bevraagde politieorganisaties waardevolle informatie ontvangen via sociale media. In het Verenigd Koninkrijk is zelfs het aantal zaken dat opgelost kon worden door Facebook te gebruiken, met 540 procent?gestegen. Achterblijvende wet- en regelgeving over wat wel en niet mag, ook in de samenwerking met burgers die digitaal sporen veilig proberen te stellen, vormt hierbij nog wel een uitdaging.

Community Policing

Sociale media faciliteren en stimuleren een?Community Policing-strategie?waarin iedereen mee kan werken aan veiligheid. Bekende voorbeelden in Nederland zijn de WhatsApp-buurtgroepen. Een van de uitdagingen bij deze moderne vorm van Community Policing is om de groepsdynamiek en samenwerking in goede banen te leiden. Voorkomen moet worden dat burgers voor eigen rechter gaan spelen. Juridisch ligt het lastig om als wijkagent onderdeel te worden van een WhatsApp-buurtgroep, terwijl men wel op nieuwe manieren met elkaar in contact wil staan.

Intelligence

Sociale media en Dark Web vormen rijke bronnen van informatie die met behulp van (complexe) analyses tot politionele intelligence kunnen worden veredeld. Sociale media bieden bovendien toegang tot een ?wisdom of the crowd?. Zo beschikt de Nederlandse politie over nieuwe organisatieonderdelen zoals Real-Time Intelligence Centers (RTIC), die collega?s van relevante informatie ten tijde van incidenten kunnen voorzien. Ook wordt er ge?xperimenteerd met nieuwe technologie zoals Predictive Policing. De politie van de Australische staat?Victoria?gebruikt sociale media intelligence zelfs om te kijken naar de prestaties van hun eigen medewerkers. De politie moet leren omgaan met blijvende uitdagingen, zoals de overmaat aan berichten die uit verschillende sociale media en fora op het Dark Web moeten worden gedestilleerd en geanalyseerd. Dat geldt ook voor de interpretatie van deze berichten in combinatie met de relatieve anonimiteit van de afzenders.

Europees project
Het onderzoeksproject MEDI@4SEC brengt de kansen en bedreigingen in kaart die nieuwe communicatietechnologie?n teweegbrengen voor de veiligheid en veiligheidsinstanties. Dit artikel ging in op algemene kansen en bedreigingen voor veiligheidsinstanties, en in het bijzonder een aantal operationele taakstellingen van de politie. In volgende artikelen zullen 6 specifieke thema?s centraal staan: 1)?Do It Yourself (DIY) Policing; 2) Rellen en massabijeenkomsten; 3) Dagelijks politiewerk; 4) Dark Web; 5)?Trolling?en; 6) Innovatieve marktoplossingen.
Meer informatie over MEDI@4SEC is te vinden op de?projectwebsite. Hier zijn ook de volledige onderzoeksrapporten te downloaden zodra deze openbaar zijn.

Carlijn Broekman, Arnout de Vries en Marcel van Berlo zijn werkzaam bij TNO. Zij zijn bereikbaar voor vragen en discussie via e-mail:?carlijn.broekman(at)tno.nl,?arnout.devries(at)tno.nl?en?marcel.vanberlo(at)tno.nl.

Bronnen: Secondant

De rol van social media bij rellen en grootschalige evenementen

Afgelopen week was er op 9 mei een Europese bijeenkomst?over de rol van social media in relatie tot massaprotesten, evenementenveiligheid, het ontstaan van rellen en uitdagingen bij grootschalige evenementen rondom massa migratie. De bijeenkomst is onderdeel van een serie workshops in het kader van het Europese project Media4Sec, dat de impact van social media op politiewerk onderzoekt.

Door de inherente aard zijn grootschalige?evenementen gevoelig voor verschillende grote bedreigingen. Denk aan het ontstaan van onlusten of rellen, massale paniek die kan leiden tot diverse ongelukken en geweld onder deelnemersgroepen. Tegelijkertijd is een grootschalige evenementen een aantrekkelijk doel voor terroristische aanslagen. Door de omvang en de mogelijke gevolgen kan het menselijk leed enorm zijn.

Hoewel veel grootschalige evenementen van te voren tot in detail kunnen worden gepland en op een duidelijk gedefinieerde locaties plaatsvinden, zoals sportevenementen, culturele festivals en zelfs politieke bijeenkomsten, zet de toename van spontane gebeurtenissen die ontstaan meer druk op de politie?om de veiligheid te waarborgen. Social media hebben de dynamiek en aanpak van grootschalige gebeurtenissen fors veranderd. Aan de ene kant hebben social media de organisatie en co?rdinatie van evenementen vergemakkelijkt doordat er betere communicatie mogelijk is tussen grote aantallen mensen. Aan de andere kant zijn er ook veel nieuwe uitdagingen en kansen voor de politie.

Het evenement op 9 mei in Athene was al snel volgepland, maar je kunt nog steeds bijdragen aan de discussie door je ervaringen te delen op de Media4Sec LinkedIn-groep voor het evenement en door #Media4Sec te volgen op Twitter.

Lees het verslag op Storify:

Lees het onderzoek naa de state of the art analyse over de rol van social media in rellen en grootschalige evenementen (Hoofdstuk 6):

[slideshare id=71624367&doc=media4sec-stateoftheartreview-chapterdarkweb-170201084446&type=d]

En de ethische vraagstukken die in de workshop centraal staan in het gebruik van social media:

[slideshare id=71215898&doc=ethicsandlegalissuesinventoryonsocialmedia-170120111839&type=d]

Bronnen: Media4Sec

Verslag Seminar De Moderne Sherlock

Door: Matthijs Hogendoorn

Op 10 februari jl. organiseerde Reed Business Education samen met TNO een seminar over online burgeropsporing. Locatie: PIT, Almere. Dagvoorzitter: Diederik Greive, hoofdofficier bij het OM en onder meer portefeuillehouder Opsporingsberichtgeving. Voor een publiek van circa 100 mensen werd aan de orde gesteld: hoe pakt men het in de opsporing aan, gegeven de ontwikkelingen in social media en maatschappelijke betrokkenheid en bemoeienis? Wat staat de ?gevestigde? partijen op dat gebied te doen en te wachten?

Weliswaar waren alle aanwezigen het er over eens dat er een fundamentele verandering heeft plaatsgevonden en nog gaande is in de mate waarin de burger betrokken is bij veiligheids- en opsporingsvraagstukken, maar de nuanceverschillen in de benadering waren interessant.

Burgemeester Annemarie Jorritsma van Almere introduceerde het gemeentebeleid met een kort filmpje over de Veiligheidsaanpak 2015-2018.

De gemeente heeft de inbreng van burgers steeds intensiever proberen te initi?ren. Want: ?Wij overschatten als gemeente stelselmatig hoe goed wij onze burgers bereiken. En dat is wel het doel: dat we kunnen gaan spreken van overheidsparticipatie,? aldus Jorritsma.

Waar de burgemeester het nog vooral had over de informatievoorziening tussen burgers en overheid over en weer, vervolgde hoofd recherche Midden-Nederland Henk Bril met de praktijk van de opsporing. Die wordt be?nvloed door die informatievoorziening en dat gaat op heel veel manieren. Bril illustreerde dat met een aantal sprekende voorbeelden.

Hbril

Zoals bij de zaak Ruben en Julian: ?een Twitterbom die ontplofte? en burgers die zelf een bos gingen doorzoeken. Na de verdwijning van Lisanne Froon en Kris Kremers: de actieve houding van betrokken familie. Na de dood van Els Borst: de ?actieve betrokkenheid vanuit de politiek?. En bij de afpersing van John en Linda de Mol veel diverse reacties en bemoeienissen. Koppel daaraan een vaak zeer actieve ?mediakaravaan? en de eventuele rol van de ?zelfbenoemde expert? en je ziet de ontwikkeling zoals Bril hem noemde: ?Van burger en opsporing naar burgeropsporing.?

Dat levert heel veel verschillende informatie en situaties op, die soms absoluut maar ook niet altijd bevorderlijk zijn voor de opsporing. Hoe moet je al die info vooraf duiden? Is ze betrouwbaar? Bruikbaar voor beleid, co?rdinatie of uitvoering? Daarom alleen al is voor de politie een goede afdeling communicatie onontbeerlijk, stelde Bril. Want je kunt niet anders dan meegaan met wat de maatschappij van je vraagt, maar wel binnen grenzen.

Bril: ?Uiteindelijk gaat het om waarheidsvinding en de deugdelijkheid van het onderzoek: hypothesen, scenario?s, verifi?ren en falsificeren. Dus het klassieke rechercheren blijven we doen, naast de modernere mogelijkheden.?

Henk Bril benadrukte daarmee de kern van de middag: in hoeverre gaan de klassieke instituties mee met de ontwikkelingen, in welke mate is het gewenst dat ze dat doen en hebben ze daar eigenlijk nog enige zeggenschap in? Bril vond dat er al veel gebeurde om de burger te betrekken.

Nieuwe inrichting

Hoofdofficier van justitie in Midden-Nederland Johan Bac maakte als volgende spreker de vergelijking met de huisarts van tegenwoordig. Die ontvangt een veel beter ge?nformeerde pati?nt dan vroeger in de spreekkamer, zeker bij de eenvoudige aandoeningen. Naarmate de klacht medisch gecompliceerder is, neemt de huisarts of uiteindelijk de specialist het meer over van de pati?nt.

JBac

Bac: ?Hier gaan we ook naar toe in de opsporing. Er zullen eenvoudige zaken zijn, waarbij de politie kan kijken naar wat de burger zelf al heeft gedaan. Van het maken van een foto tot het opnemen van een verklaring of het invullen van een aangifte. De politie zal daarin ondersteunend zijn. En dan hebben we het over 80% van de criminaliteit.?

Maar dat houdt dus ook in dat de rollen worden omgedraaid. Van Opsporing verzocht naar Opvolging gezocht, zoals Bac het formuleerde. De burger reageert niet meer, maar initieert. Dat zal uiteindelijk resulteren in eigen verantwoordelijkheden. Bac: ?Denk aan de eigen belastingaangifte met een verklaring dat je die naar waarheid hebt opgemaakt, iets dergelijks.?

Bac erkende dat die situatie totaal nieuw zou zijn en een totaal nieuwe inrichting van het strafproces zou betekenen. Hij maakte een kanttekening: ?In de analogie met de medische wereld, ook wij hebben ons specialistische werk. En zware zaken zijn vaak onzichtbaar. Daar moet wel capaciteit voor blijven.?

Daarnaast wees hij op de rechtsstatelijke belangen: ?Wij als OM zijn niet alleen doorgeefluik. We hebben ook onze procesnormen en die zijn er niet voor niets.?

Geen flexibiliteit

Daarna werd het grovere geschut in stelling gebracht in de persoon van Maurice de Hond, naast opiniepeiler onder meer bekend van zijn optreden in de Deventer moordzaak. Hij waste als verwacht de strafrechtsketen stevig de oren met tal van ongerijmdheden uit het onderzoek naar de moord op de weduwe Wittenberg. Bij uitstek maakte hij gebruik van ?burgerdeskundigen? om de bevindingen van onder meer het NFI onderuit te halen. De Hond: ?Het begon als crowdsourcing avant la lettre met een blog dat ik schreef. Dat groeide uit tot een gezamenlijke expertise van heel veel mensen.?

MHond

De Hond is behoorlijk gedesillusioneerd geraakt in de kwaliteit van het opsporingsproces. Het gaat er hem niet om dat ??n partij het standaard bij het verkeerde eind zou hebben. ?Ik trok met mijn website over de zaak ook gekken aan die onzin uitkraamden.? Maar het schokte hem vooral dat de keten zo afwijzend reageerde. Er was geen enkele flexibiliteit te bespeuren.

De Hond: ?Het gaat dan toch, zoals Henk Bril zei, inderdaad om de waarheidsvinding? Waarom wordt die aantoonbare expertise van zovelen niet eens meegenomen?? De conclusie van De Hond was dat de ?crowd? die de instituties binnen het strafproces voor zich zien, nog steeds ?intern? is. Er wordt nog te hi?rarchisch gedacht.

Doodeng

In de discussie tussen de panelleden (zonder Jorritsma) en met de zaal onder leiding van Diederik Greive werden de bovenstaande posities nader uitgewerkt. Daarbij behield Henk Bril (?Er gebeurt al veel?) zijn wat behoudender stelling, was De Hond het meest radicaal (?De instituties kunnen niet volgen?) en nam Bac de middenpositie in (?We lopen er achteraan, maar misschien is dat onze rol ook wel?).

panel

publiekMaurice de Hond leek de zaal voor zich gewonnen te hebben. Belgisch oud-hoofdcommissaris Steven de Smet: ?We werken met de kaders uit het industri?le tijdperk.? Interessant was het diverse blikveld op privacy: waar politie en OM duidelijk ook die waarden in hun afweging willen meenemen, sprak De Hond zich duidelijk uit: ?We bestaan niet meer als individu. We houden het niet tegen. Het enige wat ons rest is de kwaliteit van ons werk zo hoog mogelijk te houden.?

Dat de expertise van de burger moet worden ingezet, daar was iedereen het wel over eens. En ook dat je het niet redt met het openstellen van ?een extra kanaal?. Anders loopt het het systeem uiteindelijk over de schoenen. Dus incorporeren is het devies.

Uit de zaal kwam Arnout de Vries, co-auteur van Social Media, het nieuwe DNA, met de hamvraag: hoe organiseer je het dan? Daar bleef het nog even stil op, behalve dat de betrokkenheid van jongeren (Bac: ?Ik ben met mijn 45 jaar stokoud.?) en in een vroeger stadium faciliteren van burgers nuttig kunnen zijn. En blijven communiceren: ?Als je op een scheldpartij inhoudelijk antwoordt, blijkt het in negen van de tien gevallen om heel nette en serieuze mensen te gaan,? zei De Hond.

Johan Bac: ?We moeten vooruit, ook al weet ik op 1000 vragen geen antwoord. Dat maakt het tegelijkertijd doodeng.?

publiek2

Social media SWOT: sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen

SOCIAL MEDIA SWOT ~met een twist~: Strengths, Weaknesses, Opportunties, Threats

Social media zijn booming, en zoals bij elke verandering zijn er voor- en tegenstanders. Voorstanders zweren bij social media en zien ongekende mogelijkheden: ?We zijn van alles op de hoogte, kunnen meepraten en hebben contact met de wereld?. Tegenstanders zien vooral de gevaren van social media: ?Hoe zit het met onze privacy? In het oerwoud aan social media raakt iedereen de weg kwijt, mensen zitten hele dagen op internet?. Als altijd ligt de waarheid in het figuurlijke midden. Om voor- en nadelen goed in kaart te brengen is een antieke methode in een nieuw jasje gestoken: een SWOT van social media.

De?definitie van social media?en de?relatie met web 2.0?is eerder uiteengezet en laten we hier achterwege.?Recent nog?zijn hier belangrijke kansen en risico?s benoemd.?Tijd voor een poging een vollediger overzicht te maken van de kansen, bedreigingen vanuit de sterktes en zwaktes van Social Media. Tijd voor een SWOT ~met een twist~: niet opgesteld vanuit een specifieke organisatie, maar eentje die uitgaat van sterktes en zwaktes van social media zelf en ingaat op kansen en bedreigingen die social media kunnen bieden. Hierop kunnen bedrijven, overheden, gemeenschappen en zelfs individuen vervolgens een specifieke strategie op baseren: hoe kun je die sterktes benutten, zwaktes wegpoetsen, kansen inkoppen en bedreigingen afdekken?

Dit deel gaat in op 8 sterktes van social media, welke in verband gezien kunnen worden met de zwaktes, kansen en bedreigingen die in 3 komende delenworden behandeld. Een?confrontatiematrix?wordt in dit verkorte artikel achterwege gelaten.


STERKTES
1. Altijd & Overal
Door de intrinsieke eigenschap van het internet is social media potentieel overal ter wereld en altijd (24/7) te gebruiken. Social media zijn plaats-en tijdonafhankelijk. In toenemende mate wordt deze potentie waarheid doordat internet steeds meer alomtegenwoordig (ubiquitous) is.
2. Laagdrempelig
Social media (en het internetgebruik in het algemeen) stellen tot op zekere hoogte steeds lagere eisen aan digitale vaardigheden, kennisniveau (oa mediawijsheid) en welvaart. De verbeterde gebruiksvriendelijkheid en lage kosten maken social media laagdrempelig en breed toegankelijk.
3. Snel
De snelheid van ontvangen neemt toe met de adoptie van breedband en mobiel internet. Nu kan je overal en op elk moment informatie en communicatietoepassingen gebruiken. Waar eerder asynchrone communicatie zoals e-mail en nieuwsgroepen overheersten faciliteren social media vele vormen van instantane (real time) communicatie. Niet alleen door snellere internetverbindingen maar ook doordat men in ?de cloud? communiceert, in plaats van tussen twee partijen, kan razend snelle data en informatie-uitwisseling plaatsvinden tussen grote groepen.
4. Direct
Door social media kunnen individuen heel gericht en tegelijkertijd op grote schaal bereikt worden. Dit is uniek aan het medium, iets dat met traditionele media bijna onmogelijk of veel te kostbaar is. Social media maken de wereld in ??n keer plat (zoals oa. beschreven in ?The World is flat? of ?Easycratie?), waardoor hi?rarchieloze en directe communicatie mogelijk is. Iedereen kan met elkaar in contact komen. Social media faciliteren het vinden van, en direct communiceren met wie je wilt.
5. Transparant
Doordat informatie beter te vinden is, is de wereld transparanter geworden. ?Eerlijkheid duurt het langst? lijkt steeds meer op te gaan, doordat alles wat op internet, en met name in social media, gebeurt sporen nalaat. Bovendien is bij social media het adagium delen belangrijker dan bezitten, waardoor vrijwel alles dat gepubliceerd wordt (en steeds vaker ook wat geconsumeerd wordt) gedeeld wordt. Hiermee lijkt informatie gemeengoed te zijn geworden.
6. Rijk en divers
Het palet aan?informatie-en communicatievormen?is enorm toegenomen. Nieuwe modaliteiten ontstaan (naast tekst, beeld, video en spraak nu bijvoorbeeld metgebaren) om informatie te cre?ren, te consumeren en met elkaar te communiceren. Hierdoor wordt het medium rijker en zijn mensen beter in staat op?natuurlijke wijze?met elkaar in contact te staan.
7. Dialoog
Middels social media kan laagdrempelig en (vrijwel) kosteloos een dialoog worden aangegaan. Communicatie verschuift voor velen van zenden naar twee- maar ook naar multi-weg communicatie.
8. Persoonlijk
Individuen en organisaties zijn heel gericht, maar tegelijkertijd ook op grote schaal te bereiken. Dit is uniek aan een sociaal medium, iets dat met traditionele media bijna onmogelijk of veel te kostbaar is. Bovendien zijn individuen en organisaties niet alleen te bereiken, maar kan er op een laagdrempelige manier een dialoog gevoerd worden (tweeweg communicatiekanaal). Persoonlijk en gepersonaliseerd gaan hierin samen: je kunt niet alleen informatie op maat brengen, maar ook beter communicatie op maat met elkaar voeren, met gevoel. Het is ook mogelijk om dergelijke individuele communicatie op te schalen, maar hier worstelen veel organisaties nog mee.

ZWAKTES
1. Intensiteit
Doordat internet en social media altijd en overal gebruikt kunnen worden ligt ineffici?nt gebruik op de loer met oa. productiviteitsverlies als gevolg. Het sociale aspect brengt (ogenschijnlijke) verwachtingen en sociale druk met zich mee, en dat in een hoeveelheid en onophoudelijk tempo dat (te) veel aandacht kan vergen, en zelfs stress.
2. Toegangsdrempel
Hoewel internet voor bijna iedereen toegankelijk is, zijn er nog steeds groepen die een hogere toegangsdrempel kennen in het gebruik ervan. Dit kan oa te maken hebben met gebrek aan randapparatuur (PC, telefoon, mobiel of draadloos netwerk), restricties in het gebruik op bijvoorbeeld het werk, thuis (tieners), met politiek beleid (China) of met een handicap (oa verstandelijk of motorisch).
3. Snel veranderlijk
Groeiende technologische mogelijkheden?(toekomstig internet) en de transparantie (open innovatie) hebben als gevolg dat het social media landschap in hoog tempo veranderd. Er komen steeds meer oplossingen bij, met nieuwe gevaren en mogelijkheden. Voordat een social media toepassing helemaal geland is en ook bij de latere adopters terecht kan komen en voordat beleid, en wet en regelgeving zijn afgestemd, zijn er al vele nieuwe en andere toepassingen gelanceerd.
4. Overload
Door de omvang van het social media landschap, de intensiteit (snelheid, directheid, hoeveelheid) en door de verspreidheid (vele verschillende social media) is er voor individuen en organisaties al snel sprake van een?overload?aan informatie en communicatie.?Statistieken?tonen aan dat er nu elke week exabytes geproduceerd worden; meer dan alle data die een paar jaar geleden op het internet in totaliteit aanwezig was. De toename van social media gebruik is hierin de belangrijkste oorzaak.
5. Transparant
Digitale sporen, je sociale netwerk en identiteit zijn steeds eenvoudiger traceerbaar. Dit komt onder andere doordat internet activiteiten gekoppeld worden aan identiteiten in sociale netwerken, en het aantal toepassingen groeit dat gegevens uit diverse bronnen koppelt en aggregeert. Het is bijzonder moeilijk geworden om bijvoorbeeld je digitale sporen uit te wissen, onwenselijke content te verwijderen of je persoonlijke gegevens te beschermen. Het is daarnaast moeilijker geworden om te bepalen wie eigenaar is van informatie.
6. Decentraliteit
Ondermeer?door de?empowerment?van het individu in organisaties en gemeenschappen maken social media?centrale aansturing?en formele uitingen lastig. De consistentie van de boodschap dreigt verloren te gaan doordat iedereen via social media de mogelijkheid heeft ?zijn zegje? te doen. Broadcasting verliest aan kracht en veel mensen zijn niet meer volledig ge?nformeerd door de overload aan informatie.
7. Onvolwassen
Hoewel we al best lang digitaal met elkaar communiceren en informatie uitwisselen, kent digitale communicatie nog steeds tekortkomingen, met miscommunicatie als gevolg. Daarnaast zijn de netwerken, computers, en software waar social media van afhankelijk is in veel gevallen nog niet robuust genoeg; de technologie is nog relatief onvolwassen. Spraak krijgt op veel netwerken nog steeds voorrang op dataverkeer, social media diensten zijn vluchtig en onvoorspelbaar en een plaatsvervanger is snel ge?ntroduceerd. Daarnaast is wet- en regelgeving nog niet voldoende afgestemd op de mogelijkheden van social media.
8. Waarde onduidelijk
Waarde in de volledige breedte (voor alle betrokkenen) wordt nog nauwelijks onderzocht. Een kosten-baten analyse voor ??npartij is al moeilijk te maken, laat staan de maatschappelijke waarde. Toch zijn op diverse deelaspecten van waarde steeds meer inzichten over hoe je dit kunt meten en bewijzen van wat het kan opleveren.

KANSEN
1. Bereik
Niet alleen door het aantal mensen dat actief is middels social media is het bereik toegenomen, het bereik is ook effectiever geworden doordat informatie en communicatie snel en vrij direct door sociale netwerken stroomt om de juiste personen te bereiken. Principes als?six degrees of seperation?worden door sociale netwerken en social media sneller en eenvoudiger benut. Daarnaast wordt het bereik versterkt doordat social media veel breder en eenvoudiger toegankelijk zijn zodat je vanuit elke plek ter wereld altijd dit krachtige bereik kan benutten.
2. Vereniging
Door social media kunnen mensen effici?nter en effectiever dan ooit hun krachten bundelen. Hoe groot de impact van deze gebundelde kracht is, is inmiddels meermaals gebleken hebben diverse bedrijven en overheden ondervonden. De kracht van gebundelde kennis en vaardigheden (wisdom of the crowd en crowdsourcing) verandert hoe organisaties, de overheid en de maatschappij acteren.?Voorbeelden zijn onder andere Nestl??sKitKat-case, veranderde waardeketens (Encyclopedia Brittanica vs Wikipedia) en zelfs de omslag in een land (revolutie in Tunesi?). Tevens is duidelijk geworden dat een massa amateurs niet onderdoet voor professionals (Pro-Am revolution).
3. Involveren
Social media maakt het voeren van een dialoog mogelijk, en dit kun je nog verder doortrekken (denk aan?cocreatie?en zie onder andere de?participatieladder). Tweeweg verkeer is voor veel organisaties en individuen al een nieuwe kans, maar nadat er verbinding is gelegd en de communicatie op gang is gekomen ontstaan er hogere doelen zoals het involveren van alle belanghebbenden of ?betrokkenheid?. Social media maken het mogelijk de massa op allerlei manieren te betrekken bij processen waarbij dit voorheen ondenkbaar was.
4. Be?nvloeding
De invloed die organisaties en opinieleiders voorheen hadden, ondermeer door de onwetendheid van de massa, verminderd door social media. De massa kan zichzelf beter informeren en kan gemakkelijk zijn mening aan de wereld kenbaar maken en be?nvloedt elkaar (social contageon). Bovendien kan incorrecte, of gekleurde informatie gecorrigeerd worden.
5. Nieuwe waardeketens
Social media bieden mogelijkheden voor nieuwe samenwerkingsverbanden, sociale innovatie en voor technologische innovatie. Er is een trend richting open innovatie gaande, er zijn veranderende relaties tussen stakeholders. Social media hebben geleid tot transparantie en?open data, hebben de drempel tot deelname in een waardeketen verlaagd, en bieden mogelijkheden voor niches (Longtail). Dit levert nieuwe businessmodellen op.
6. Empowerment
Social media geven individuen de mogelijkheid eenvoudig en (vrijwel) kosteloos te communiceren met de wereld. Hiermee geven social media veel macht aan individuen op diverse gebieden, zoals zorg (patient empowerment), energie (prosumers) en veiligheid (zelfredzaamheid). Door vereniging bieden social media bovendien de mogelijkheid om een gezamenlijke vuist te vormen.
7. Veranderlijk
Het snel veranderende karakter van het social media landschap maakt dat organisaties, maar ook individuen zich kunnen onderscheiden door als eerste gebruik te maken van nieuwe mogelijkheden.
8. Waarde creatie
Social media bieden de mogelijkheid om een relatie aan te gaan met derden en hiermee waarde voor elkaar te cre?ren. Door de dialoog aan te gaan kan informatie gedeeld worden, argwaan en frustratie weggenomen worden, en idee?n kunnen gedeeld worden.

BEDREIGINGEN
1. Miscommunicatie
Onder andere door informatie overload, vertalingen, inkortingen en incomplete informatie, maar ook door te snelle communicatie (slordigheid waardoor nuance mist, gebrek aan compenseren van gemiste non-verbale communicatie) ontstaat miscommunicatie, waardoor onterechte conclusies worden getrokken. Door de snelheid kan (te) snel gereageerd worden, waardoor grote onterechte discussies gevoerd worden die kunnen ‘exploderen’.
2. Digitale kloof
De??Digital Divide??verwijst naar het groter wordende verschil tussen early adopters en late followers in ICT-gerelateerde innovaties. Deze kloof wordt in Nederland kleiner, maar is wereldwijd gezien nog fors. De oorzaak van deze ?kloof? ligt in faciliteiten, maar ook in de vaardigheden, interesse en motivatie om de vernieuwde mogelijkheden eigen te maken.?De gevolgen?worden potentieel groter als de interactie meer digitaal plaatsvindt (denk aan online stemmen, financi?le transacties, reizen boeken en de overgang op?e-books).
3. Chaos
Daar waar klassieke media goed te beheersen zijn, kan niemand kan social media besturen en het doet denken aan een anarchie. Er is geen centrale aansturing in het oerwoud van social media en met de mierenhoop aan mensen is communicatie niet meer in handen is van de organisatie, of overheid. Soms zijn het georganiseerdezwermen, maar overwegend lijkt het chaos waardoor effectief gebruik zich moeilijk laat voorspellen.
4. Geen controle
Doordat iedereen empowered is door social media en doordat individuen zich gemakkelijk(er) kunnen verenigen en anderen kunnen be?nvloeden komt controle in het geding. Verenigen via social media kan nadelige en zelfs gevaarlijke gevolgen hebben doordat ook diegene met slechte bedoelingen gemakkelijker de krachten bundelen. Daarnaast wordt (over)empowerment regelmatig onderschat en kan ??n bericht heel wat schade teweeg brengen.
5. Misbruik
Kwaadwillenden kunnen social media op veler wijzen misbruiken om zichzelf daarmee te verrijken. Misbruik van social media kan inbreuk betekenen op voorwaarden van social media aanbieders (zoals??scraping?), wetgeving (o.a. privacy en auteursrecht) of ongeschreven normen en waarden (o.a.?user profiling). Dit misbruik kan gaan over content, persoonsgegevens of je sociale netwerk, en is allemaal het gevolg van transparantie zoals o.a.pleasrobme?duidelijk maakt. Hoewel getracht wordt misbruik te minimaliseren door middel van wet- en regelgeving (en?jurisprudentie), wordt deze bedreiging alsmaar groter.
6. Sociobesitas
Het internet speelt een steeds belangrijkere rol in ons leven en social media heeft deze trend versterkt. Naast?infobesitas?voegt social media een sociale component toe, die vraagt om overal en altijd online zijn. Wanneer de mogelijkheden van social media tot het uiterste worden gedreven, gaat dit ten koste van effici?ntie en?gezondheid.
7. Zeepbel
Voor velen is het onduidelijk wat social media te bieden hebben, en er is veel hausse en hype. Eerst hoorde je er niet bij als individu of bedrijf als je niet een plekje had inSecond Life, nu moet je op?Facebook?aanwezig zijn en zonder?Twitter-account tel je niet mee. De snelle veranderingen leveren onzekerheden op ten aanzien van investeringen in tijd en geld. Is bijvoorbeeld Facebook duurzaam of uiteindelijk een zeepbel?
8. Be?nvloeding
Direct gevolg van de empowerment van personen en de community, en van de afname aan controle,?is het risico op waardedestructie. Iedereen kan informatie (correct, dan wel incorrect) via social media de wereld insturen, zonder dat dit veel geld of moeite kost (virals, zoalsslacktivisme). Gevolg hiervan is dat schade aangericht kan worden aan (rechts)personen en instanties, zoals imagoschade (Nestl??KitKat-case), boycot (Telegraaf?of?BP), of zelfs het ten gronde brengen van een organisatie (val van?DSB) of regering (revolutie in Tunesi?).