Tagarchief: strafrecht

Ben je altijd een held als je de politie helpt?

Burgers gedragen zich vaak – gevraagd of ongevraagd – als politieagent of rechercheur en helpen bij opsporingen met tips, getuigenissen en bewijs. Een goede zaak, maar er kunnen hierbij ook gevaarlijke situaties ontstaan. Sven Brinkhoff stelt in zijn minicollege aan de orde waar de grens voor burgers ligt en wanneer hun taak volbracht is.

Mr. Sven Brinkhoff, universitair hoofddocent Strafrecht, verbonden aan de faculteit Cultuur- en rechtswetenschappen hield op woensdag 26 juni 2019 om 16.00 uur het perroncollege ‘Ben je altijd een held als je de politie helpt?’ op Centraal Station Rotterdam. Dit live college vond plaats in het kader van de tweede ronde van de perroncolleges van de Open Universiteit.

Het komt steeds vaker voor, burgers die zich opwerpen als een soort Sherlock Holmes voor de politie. Buurten die hun eigen wijk bewaken, wandelaars op zoek naar slachtoffers van geweld en winkeliers die dieven met portret op Facebook posten. Burgeropsporing ontstaat vanuit alle hoeken van de samenleving. Maar waardoor ontstaat deze beweging eigenlijk? Sven Brinkhoff, universitair hoofddocent strafrecht aan de Open Universiteit, vertelt in dit college over het nut, de risico’s en de noodzaak van helpende burgers.

‘De opkomst van burgerparticipatie op het gebied van strafrecht komt deels voort uit onvrede met het feit dat de politie te weinig capaciteit heeft om alle zaken in behandeling te nemen. Gebeurtenissen zoals fietsendiefstal en inbraken, maar ook complexere zaken waarin weinig aanwijzingen zijn, blijven daardoor vaak op de plank liggen. En daarnaast kan de officier van justitie gebruikmaken van het opportuniteitsbeginsel: hij hoeft niet elke zaak die aangebracht wordt te vervolgen.’

Citizen Science als hulpmiddel voor politie

Aan de andere kant maakt de politie al van oudsher gebruik van tips en getuigenissen om criminelen te achterhalen. Wanneer je getuige bent van een incident dat niet in de haak is, ben je zelfs verplicht dit te melden bij de politie. ‘Daar draait de grote bulk op. Natuurlijk heeft de politie ook andere middelen om bewijs te verzamelen, zoals het afluisteren van telefoongesprekken, maar in het strafrecht is er meestal een slachtoffer waardoor getuigenissen en tips heel belangrijk zijn. Denk maar aan een programma als Opsporing verzocht.’ De laatste jaren neemt Citizen Science een ware vlucht. ‘Wetenschappers doen steeds vaker een beroep op burgers bij hun onderzoeksprojecten – denk aan digitalisering van archieven, het in kaart brengen van dialecten, bodemdiertjes tellen of gegevens over fijnstof verzamelen. In opsporing van strafbare feiten vragen we nu ook veel meer aan burgers, bijvoorbeeld om expertise die de politie soms zelf niet heeft, onder andere bij het opsporen van internetcriminaliteit. Of om extra capaciteit te realiseren wanneer dit nodig is, zoals bij grootschalige zoekacties.’ Een goed voorbeeld hiervan is Burgernet, dat via sms signalementen van gezochte personen of auto’s naar deelnemende burgers stuurt. ‘De nieuwe Mijn onderzoek app, waar vanaf juni mee geëxperimenteerd wordt, stelt burgers zelfs in staat om bewijs te verzamelen, met informatie over hoe je dit het beste kan doen.’

Zelf op zoek

Veelal ontstaat burgeropsporing echter op eigen houtje door burgers die geraakt zijn door een misdaad, of wanneer ze een delict willen voorkomen of oplossen. ‘Bijvoorbeeld in de vorm van buurtapps om de wijk veilig te houden. Of met social media: door een foto van een winkeldief te posten op Facebook in de hoop de dader te identificeren,’ vertelt Brinkhoff. ‘Daarnaast zijn er privédetectives die worden ingehuurd om een zaak op te lossen en initiatieven als Bellingcat, een digitaal collectief dat voorop liep in de onthullingen rondom de MH17. Zij kunnen samenwerken met overheden, maar onderzoeken veelal zaken op eigen initiatief vanuit hun expertise.’

Betrouwbaar bewijsmateriaal

Burgeropsporing kan de politie waardevolle informatie opleveren, maar er kleven ook risico’s aan. ‘Doordat burgers geen opleiding hebben gehad om bewijs te verzamelen bestaat de kans dat zij dit beschadigen, denk aan het besmetten van sporenmateriaal. Of dat ze het niet op de juiste manier verkrijgen; bijvoorbeeld door uitlokking. Denk maar aan het YouTubekanaal Pedojagers, waarbij burgers probeerden pedofielen te lokken en op heterdaad te betrappen. Daar maakt een advocaat in de rechtszaal gehakt van.’ De vraag is dan ook in hoeverre bewijsmateriaal van burgers uiteindelijk wordt toegelaten door de rechter. Wordt dit bewijs wel betrouwbaar geacht? Aan de andere kant maakt de politie soms dankbaar gebruik van dit materiaal om een dader te achterhalen. ‘Omdat burgers zich niet aan allerlei richtlijnen hoeven te houden, wordt er bijvoorbeeld makkelijker DNA-materiaal van mogelijke daders verkregen. Het is wel zo dat de politie dit alleen mag gebruiken als zij er geen weet van heeft; als zij de burger er niet toe heeft aangezet om op die manier informatie te verzamelen.’

Eigen rechter spelen

Veruit het grootste risico is dat van burgers die eigen rechter spelen. ‘Wanneer een burger meewerkt en bewijsmateriaal verzamelt, dan moet de politie dit natuurlijk wel serieus oppakken. Doet zij dat niet, dan bestaat de kans dat er nog meer onvrede ontstaat en kan de burger ervoor kiezen om het recht in eigen hand te nemen. En dat kan weer tot geweld leiden. Voorbeeld hiervan is een zaak waarin een vader ontdekt dat zijn dochter gegroomd wordt en hij de dader vervolgens bewerkt met een knuppel. Of een zaak uit Venlo, waarbij een vader en zijn zoons een gezin bijna doodsloegen omdat ze dachten dat een van hen was betrokken bij een inbraak.’ Maar ook kleinere vergrijpen als naming en shaming op social media vallen hieronder. ‘Het is dan aan de politie om deze ‘eigen rechters’ terug te fluiten of te vervolgen, zoals in de zaak van Willeke Dost is gebeurd waarbij een burger werd vastgezet voor opruiing. Het strafrecht biedt regels om burgers te beschermen. Bij eigenrichting, het recht in eigen hand nemen, zijn die er echter niet. Je loopt de kans bedreigd te worden of erger. Wanneer we allemaal rechter gaan spelen gaan we feitelijk terug naar de middeleeuwen, toen er nog geen politie was.’

Wat mag dan wél en wat mag niet?

Er ligt bij de overheid een belangrijke taak om burgers voor te lichten over de kaders van burgerparticipatie in het strafrecht. Stel, je betrapt een winkeldief, wat mag je dan doen? ‘In het wetboek van strafrecht is er weinig vastgelegd over wat burgers mogen doen, maar zij hebben in ieder geval het recht van ‘aanhouden op heterdaad’ en ‘zelfverdediging bij noodweer’. Je mag bijvoorbeeld iemand die je ziet stelen aanhouden en deze persoon vasthouden tot de politie er is. Rent de winkeldief weg, dan mag je hem niet zomaar neerslaan. Je mag hem wel tegenhouden. Pas wanneer jij vervolgens wordt aangevallen, mag je jezelf verdedigen. Dan is het noodweer. Maar je mag geen excessief geweld gebruiken. Of daar sprake van is wordt naderhand pas beoordeeld door de rechter.’ En opnames maken, mag dat? ‘Ja, dat mag. Je mag ze natuurlijk niet op Facebook zetten, maar wel naar de politie sturen. In de zaak Holleeder, waarin zus Astrid in het geheim opnamen maakte van de gesprekken met haar broer Willem, kan dit soort bewijs mogelijk wel worden toegelaten.’

Leer meer over burgeropsporing

In dit college heb je meer geleerd over het nut en de noodzaak van burgerhulp bij het oplossen van misdrijven. Er wordt gebruik gemaakt van Citizen Science om verdachten op het spoor te komen, door getuigenissen en tips, of door bewijs te verzamelen en aan te reiken. Ook vanuit de burger zelf wordt er steeds meer actie ondernomen, van kleinschalige zoektochten tot grote opsporingsinitiatieven. Tegen de voordelen van burgeropsporing moeten ook de risico’s afgezet worden. Bijvoorbeeld het beschadigen van bewijs of eigen rechter spelen. Het is belangrijk dat de overheid investeert in goede voorlichting en dat eigenrichting zoveel mogelijk wordt voorkomen. Hoewel de politie niet kan zónder hulp van burgers, ben je dus niet altijd een held als je helpt bij opsporing.

Over de perroncolleges

Om haar wetenschappelijke kennis te delen heeft de Open Universiteit gratis mini ‘perroncolleges’ ontwikkeld. Op digitale schermen op de perrons van grote stations in Nederland worden video-animaties getoond die prikkelende, actuele (wetenschappelijke) vragen behandelen. Vragen afkomstig uit onze samenleving. Wie wordt niet geconfronteerd met foto’s op social media? Of met de plastic verpakkingen van etenswaren? Wellicht ben je ook wel eens door collega’s buitengesloten op het werk. De Open Universiteit doet onderzoek naar deze vraagstukken en neemt de reiziger in het perroncollege mee in het probleem en de zoektocht naar oplossingen.

De campagne ‘Perroncollege’ is in mei 2019 uitgeroepen tot de beste creatieve Digital Out-of-Home uitvoering tijdens de FEPE International Annual Awards 2019 in Dubai voor beste Creative Digital Execution.

Bron: Open Universiteit

Cybercrime in de (strafrecht)praktijk

De ontwikkelingen binnen cybercrime volgen elkaar in rap tempo op en brengen veel juridische uitdagingen met zich mee. Advocaten en rechters zijn echter niet altijd volledig op de hoogte van de ins & outs rondom cybercrime. Bij hen is de behoefte aan nieuwe inzichten groot. TNO doet er alles aan om het kennisniveau van alle betrokkenen op een gelijkwaardig niveau te krijgen.

?Het aantal zaken rondom cybercrime groeit met de dag?, vertelt TNO-onderzoeker Rolf van Wegberg. Uit onderzoek van TNO blijkt dat bitcoins steeds vaker worden gebruikt om illegale handel te drijven en geld wit te wassen. Daarbij zijn het gros van de activiteiten op het Dark Web drugs gerelateerd. Bitcoins zijn echter een legaal betaalmiddel en ook het surfen op een Tor-netwerk is op zich geen strafbaar feit. Als de politie een tap zet op een laptop en constateert dat de gebruiker op een Tor-netwerk actief is, betekent dat juridisch nog niets. Niet gek dus dat deze ontwikkelingen veel juridische uitdagingen met zich mee brengt.

a4d987c4e907b852e129e062924b551f2745d187

Spanningsveld tussen technologie?n en de wet
Om criminelen te kunnen opsporen, vervolgen en berechten, is het voor de betrokken partijen essentieel dat de kennis rondom de ontwikkelingen binnen cybercrime op een hoog niveau is. Hoe belangrijk die kennis is ondervindt Rolf van Wegberg nu hij zelf in een paar strafzaken optreedt als getuige-deskundige. Het aantal strafzaken waarbij digitaal bewijsmateriaal naar voren komt, neemt hand over hand toe. ?De drie partijen in de rechtszaal moeten goed onderbouwd met bewijs kunnen omgaan. Vragen die ik krijg van de rechter-commissaris gaan daar ook over. Als je in drugs handelt op het Dark Web, lijkt de zaak duidelijk. Maar hoe bewijs je wie de personen zijn die achter de aliassen op een Tor-netwerk schuilgaan? Is de politie in de opsporing technisch en juridisch correct te werk gegaan en is te bewijzen wie de feiten heeft gepleegd? Het zijn vragen die steeds vaker opdoemen. Er is ook een spanningsveld tussen nieuwe technologie?n en het in dit verband vaak gedateerde Wetboek van Strafrecht. In een zaak tegen verdachten van het witwassen met bitcoins deed de rechter een beroep op onze expertise. Aan uitleg en inzichten is bij advocaten en rechters grote behoefte.?

?Met ons onderzoeksprogramma weten we hoe cybercriminaliteit zich ontwikkelt. Het is een continu kat-en-muisspel?

De hele strafrechtketen opleiden
?De kennis over hoe criminaliteit in de digitale wereld werkt, is namelijk nog beperkt bij partijen die elkaar in de rechtszaal treffen?, zegt Rolf. ?Als expert op dit gebied en onafhankelijke partij stelt TNO zichzelf de taak om de hele strafrechtketen op te leiden in de nieuwste technologie?n die criminelen gebruiken en de consequenties die dat heeft voor het opsporen, vervolgen en berechten van verdachten.? Dat streven om experts bij te spijkeren heeft geleid tot trainingen die TNO in samenwerking met INTERPOL in Singapore heeft georganiseerd voor politiemensen. Rolf ging samen met collega-expert Mark van Staalduinen tijdens die trainingen in op onderwerpen als het anonieme internet en Tor-netwerken (The Onion Router); de technische, juridische en maatschappelijke aspecten van het Dark Web; de bitcoin-technologie en hoe criminelen daar misbruik van maken.

Ecosysteem ontrafelen
Vooral de verwevenheid tussen het Dark Web en het betalen met bitcoins heeft alle aandacht van TNO. ?Hiervoor verdiepen we ons voornamelijk in de steeds veranderende businessmodellen van de criminelen?, zegt Rolf. ?We willen hun ecosysteem ontrafelen. Zij moeten elkaar ook kunnen vertrouwen. Hoe beoordelen ze wie een betrouwbare partner is? Hoe werken hun reviews met sterren en punten? Welk systeem en welke techniek zit daarachter? Als je dat kunt doorgronden, is het de truc het systeem zo te be?nvloeden dat het zich tegen de gebruikers keert. Je kunt een illegale site offline halen, maar dan hebben de gebruikers in no time nieuwe sites en aliassen in de lucht. Het is een continu kat-en-muisspel. TNO onderzoekt hoe de criminelen werken, het is aan politie en justitie om hen met onze kennis aan te pakken.?

Kwaliteit rechtspraak bevorderen
Omdat de ontwikkelingen zich in een rap tempo afwisselen en vanwege de impact die dit heeft op de strafrechtpraktijk, heeft TNO besloten om ook een cursus in Nederland voor advocaten te organiseren. ?Met de kennis die we opdoen in ons Dark Web-onderzoeksprogramma staan we de politie nationaal en internationaal bij?, zegt Rolf. ?Zo weten we hoe cybercriminaliteit zich ontwikkelt, langs welke wegen misdadigers opereren en hoe politie en justitie daarop actie kunnen ondernemen. Tegelijkertijd is het van belang dat alle partijen in het strafrecht goed op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen in cybercrime. Dus zowel politie en OM als de rechtspraak en de advocatuur. Sterker nog, gedegen kennis van de materie bij zowel de Officier van Justitie, de advocaat als de rechter draagt bij aan de kwaliteit van de rechtspraak als geheel. De partijen houden elkaar dan scherp.? Experts van de politie en het OM gaan tijdens de cursus in op de praktijk van opsporing en vervolging en bieden advocaten handvatten voor de strafrechtpraktijk. ?Uit het feit dat ook politie en OM deskundigen beschikbaar stellen voor de cursus, blijkt wel dat ook zij waarde hechten aan advocaten met de nieuwste kennis van de ontwikkelingen in cybercrime.?

De cursus ?Cybercrime in de (strafrecht)praktijk? wordt georganiseerd in samenwerking met SDU en staat onder auspici?n van de Nederlandse Orde van Advocaten. Raadslieden die de cursus volgen behalen hiermee vijf van de twintig jaarlijks benodigde opleidingspunten.

Lees ook:

Bronnen: TNO

Moderne Sherlock zit in ons allemaal

Het aantal erkende detectivebureaus vertienvoudigde tussen 2000 en 2012, tot ruim 400. Ze worden ingezet bij bedrijfsfraude en diefstal, maar ook bij overspel gaan priv?detectives op pad. Hoe leer je zo’n?vak? Martin Kuiper van het?Parool ging op?pad met cursisten die de felbegeerde ‘gele pas’ willen bemachtigen, en deed verslag.

mr-holmes2

Gespannen volgt priv?detective Hans de Zeeuw (48) de grijze Peugeot 206 die voor hem rijdt. De Peugeot heeft haast en is onderweg naar een ‘deal’ waar De Zeeuw graag bij wil zijn, maar dan mag hij hem niet uit het oog verliezen. Via de portofoon houdt de detective contact met zijn collega die achter hem rijdt. “De verdachte neemt de rotonde rechtdoor, ik sla hier af. Neem jij het over?”

Het is zaterdagmiddag, iets na twaalven; in Zuid-Limburg valt de regen met bakken uit de hemel. Boomtoppen zwiepen heen en weer, afgebroken takken liggen op de gladde wegen. Op ??n van die wegen rijdt Hans de Zeeuw, gevolgd door collega Ymke Bos (26), achter een man aan die verdacht wordt van diefstal van decoupeerzagen, boormachines en hogedrukspuiten. De detectives werken in opdracht van de bouwmarkt Hubo, de werkgever van de verdachte, die meer inzicht wil krijgen in het duistere handeltje van zijn werknemer.

Nou ja, in opdracht van: ze doen eigenlijk alsof. Want De Zeeuw en Bos zijn (nog) geen echte detectives. En ook de achtervolging is in sc?ne gezet, die is onderdeel van de ‘waarnemingsoefening’. De twee cursisten volgen een achtdaagse cursus die opleidt tot priv?detective. Normaal wordt de cursus gegeven in Amsterdam, maar voor de praktijkopdracht is de groep uitgeweken naar Limburg.

Cursisten leren waarnemen en schaduwen, het wetboek interpreteren, sporen onderzoeken, verdachten interviewen. Doel: de felbegeerde ‘gele pas’. Die pas geeft het recht aan de slag te gaan als particulier onderzoeker en werd in 2014 aan 200 Nederlanders uitgereikt, blijkt uit cijfers van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties (SVPB).

Dat verrast niet. De branche van Nederlandse recherchebureaus zit sinds jaren in de lift. Tussen 2000 en 2012 vertienvoudigde het aantal erkende detectivebureaus van ongeveer 40 tot ruim 400. De meeste bureaus houden zich bezig met bedrijfsfraude en diefstal, maar ook bij overspel gaat de detective op pad. In 2015 staat de teller op 442, volgens cijfers van het ministerie voor Veiligheid en Justitie. Of de toename een positieve goede ontwikkeling is? Een woordvoerder van Veiligheid en Justitie: “Het is niet aan de overheid om daarover te oordelen. Het voorziet blijkbaar in een behoefte.”

De groei komt volgens strafrechtjurist Sven Brinkhoff ‘doordat de Nederlandse politie steeds vaker recherchewerk laat liggen’. Brinkhoff: “Wat je ziet is dat burgers daardoor steeds vaker bij detectivebureaus aankloppen. En door alle media-aandacht neemt ook de interesse voor de opleiding toe.”

Sherlock Holmes
In Amsterdam worden de lessen gegeven door een lange man met een Limburgs accent: Bert (50), hij wil om privacy redenen niet met zijn echte naam in de krant). Zijn benadering is informeel. Enthousiast. Grappig ook. Een kruising tussen de ouderwetse leraar die mensen aanspreekt bij hun achternaam en Sherlock Holmes. Geen gortdroge stof, maar het Wetboek van Strafrecht in vogelvlucht met sappige anekdotes: “Als leerlingen plezier hebben, gaat het leren vanzelf.”

De lessen hebben een vaste opzet. Eerst de ‘minder leuke tak van sport’: het theoretische gedeelte. In rap tempo raast hij met behulp van dia’s door de Nederlandse Grondwet heen. Met controlerende vragen als: wanneer mag je camera’s ophangen voor een onderzoek? Hoe ver mag je gaan met een observatie? probeert hij de wetsartikelen tot leven te brengen. “Zo onthouden de cursisten ze beter.”

Daarna steekt hij door naar het ‘spannende’ praktijkgedeelte: waarnemen en rapportage. Zoals schaduwen (‘Mannen moeten geen roze polo dragen, dat is een dominante kleur’), sporenonderzoek (‘hoe stel je die veilig?’). En het verhoor dus, waarbij je de verdachte op de plaats van het delict moet zien te krijgen met een dichtgetimmerd verhaal.

Dat ‘dichtgetimmerde verhaal’ wordt vanmiddag geoefend in het NOB-hoofdkwartier in Wessem. De verdachte, een lange man in een Adidas-sportjasje en een spijkerbroek, wordt ge?nterviewd door detectives in spe Ruben Brand (24) en Ymke Bos. De andere cursisten volgen het gesprek in een andere kamer op een groot beeldscherm.

“Leent u uw Peugeot 206 wel eens uit?” gaat Brand voortvarend van start.

“Heel af en toe aan mijn broer,” reageert de verdachte laconiek.

Brand: “En bent u vanochtend ook nog met de auto weggeweest?”

“Neuh, ik heb uitgeslapen.”

“Oh?” reageert Bos verbaasd. “Wij hebben namelijk een foto van u op een carpoolstrook. En een vrouw die zegt dat u haar spullen heeft verkocht. Hoe verklaart u dat?”

De man kijkt bedenkelijk, schuttert even, en duikt dan in elkaar. Lang verhaal kort: de man bekent de diefstal.

Open vragen
De docent is tevreden over het interview. De verdachte heeft bekend en ook de vragen waren prima. Maar er zijn ook ‘leermomenten’, vindt Bert. “Pas op met opmerkingen die voor weerstand zorgen bij de verdachte. Het is heel belangrijk dat je een band opbouwt met degene die je verhoort.” En: “Denk er om: stel open vragen, dan moet het antwoord uit de geest van de verdachte komen.” Ook op de achtervolging heeft hij hij nog wat aan te merken. “Houd afstand als je iemand volgt, des te meer tijd heb je om zelf na te denken. En vergeet niet je lichten uit te doen als je vanuit de auto iemand in de gaten houdt. En denk erom dat samenwerken heel belangrijk is tijdens een onderzoek.”

Ymke Bos vond het een leerzame middag. Het lijkt haar leuk in de toekomst naast haar huidige werk ook als priv?detective aan de slag te gaan. De Zeeuw – jaren werkzaam bij de GGZ, maar tegenwoordig sporthaluitbater en klusjesman – is daar nog niet zo zeker van: “Ik vind het heel leuk, maar of ik hier echt in verder ga? Ik weet het nog niet.”

Bos vindt de kleinschaligheid (maximaal acht cursisten per klas) fijn. “Je wordt echt gehoord. Als ik een vraag heb, wordt die binnen een minuut beantwoord.”

Of de tien lessen genoeg handvatten bieden om in de toekomst zelfstandig aan de slag te gaan als particulier onderzoeker? Een kleine civiele zaak afhandelen is ??n ding; het oplossen van een grote strafrechtelijke zaak, zoals die van het zestienjarige meisje in Valkenburg (zie kader), is een heel ander verhaal.

Strafrechtjurist Brinkhoff is sceptisch. “Veel pas geschoolde priv?detectives doen onderzoek op een onwetmatige manier. Ze zetten de verdachte te zwaar onder druk, tappen telefoongesprekken af en leveren schimmig bewijsmateriaal in rechtszaken. Ze begeven zich te veel op het terrein van de politie en de overheid. Maar waar die twee aan regeltjes en wetten gebonden zijn, worden particuliere onderzoekers door niemand gecontroleerd.” Daar is de woordvoerder van het ministerie van Veiligheid en Justitie het niet mee eens: “Via een groot onderzoek screenen we tegenwoordig de recherchebureaus.”

Brinkhoff: “Oud-politiemensen die als priv?detective werken, hebben kaas gegeten van het vak; die weten hoe ze onderzoek moeten doen. Bij andere groepen speelt vaak het belang van de klant een te grote rol. De klant is koning, daarom gaan detectives zo ver als nodig is om hun klus te klaren.”

Bert hoort het commentaar gelaten aan. Zijn cursisten en pas opgeleide detectives gedragen zich altijd ‘binnen de kaders van de wet’, zegt hij. “Het is als autorijden: als je net je rijbewijs hebt, gaat het nog wat moeizaam, maar na een poosje gaat het vanzelf. Als je net je gele pas hebt gehaald, heb je een goede basis voor kleinere zaken zoals een diefstalletje. Grotere zaken zijn voor later. Daar komt bij dat we na de cursus contact houden met onze cursisten. Er zijn ’terugkomdagen’ waarop we de lesstof herhalen en oud-cursisten ondersteunen bij hun eerste opdrachten. We gooien ze heus niet in het diepe.”

Opleidingsinstituut
Opleidingsinstituut NOB is opgericht door Nederlands bekendste priv?detective: Ben Zuidema. Hij is gespecialiseerd in het opsporen van gestolen kunst en maakte eind jaren tachtig faam met de Noortman-zaak. Het leek een grote kunstroof, maar de Maastrichtse galeriehouder Noortman bleek negen vermiste schilderijen, met een totale waarde van vijf miljoen euro, zelf verduisterd te hebben. Een aantal van Zuidema’s zaken zijn gepubliceerd in boekvorm; een tv-serie is in de planning.

Zedenzaak valkenburg
Ook de ouders van het vermiste meisje uit Heerlen maakten voor de opsporing van hun dochter gebruik van de diensten van een priv?detective van het NOB. Ze werd gevonden nadat de detective haar telefoonsignaal had laten uitlezen. Het meisje – in de media Kimberley genoemd – werd aangetroffen in een hotelkamer in Valkenburg, waar ze onder druk van een loverboy seks had met mogelijk tachtig mannen. Een deel van hen is inmiddels veroordeeld tot werkstraffen en korte celstraffen. De loverboy kreeg een celstraf van twee jaar.

Afluisteren – mag dat?
Een priv?detective mag, in tegenstelling tot de politie, geen gesprek aftappen. Gesprekken heimelijk opnemen mag wel, maar alleen als de detective zelf deel-neemt aan het gesprek. Ook mag de priv?detective een gesprek opnemen in opdracht van een opdrachtgever, maar dan moet het belang van het onderzoek zwaarder wegen dan de privacy.

Bronnen: Het parool (29 juli 2015),

De moderne agent: mobiel effectiever op straat

MEOS2Scan een rijbewijs, controleer de identiteit en antecedenten van een bestuurder,?een bekeuring in en stuur deze direct toe. Binnenkort kan het allemaal op straat op de smartphone. Op het bureau is er vooral koffie, geen administratie.

De huidige minister Ivo Opstelten wil vooral meer blauw op straat. Maatregelen als meer ZSM zaken en het Programma Informatievoorziening Strafrechtketen (PROGIS) moeten ervoor zorgen dat politiewerk effici?nter wordt. Via zijn smartphone kan de agent op straat de identiteit en antecedenten van een verdachte vaststellen. Van nieuwe nog onbekende personen wordend e verplicht getoonde wettige identiteitsbewijzen gescand en opgeslagen, samen met vingerafdrukken en een foto.

De introductie van de mobiele werkplek waarmee het werken op straat dynamisch wordt ondersteund. Informatie is snel beschikbaar, compleet en automatisch herbruikbaar voor vervolghandelingen. 25.000 collega’s werkend in “toezicht en handhaving” gaan via apps op een telefoon, scannen, identificeren, integraal bevragen en een bon schrijven. Het programma Mobiel Effectiever Op Straat (MEOS): meer kwaliteit, betere informatiepositie, verhoging veiligheid, blauw meer op straat, overal en altijd beschikbaar. Bedacht door, ontwikkeld met en ingevoerd voor “Blauw”.

Een aantal politie-eenheden raadplegen al mobiel op straat politie-informatiesystemen via BVI-B, maar anderen doen het nog altijd via de porto. Maar het initiatief MEOS ging nog een stap verder. Want ook het uitschrijven van bonnen op straat (met de nodige na-administratie aan het bureau) zou verleden tijd zijn.

In de tweede helft van 2014 moet MEOS technisch klaar zijn. Een voorbeeld. Een agent kan zometeen op afstand een kenteken met de smartphone scannen, net als een politieauto dat met ANPR kan (Automatic Number Plate Recognition). Het RDW (Rijks Dienst Wegverkeer)?wordt onmiddellijk geraadpleegd en vermeld of het een gestolen voertuig betreft. Ook of de eigenaar van de auto vuurwapengevaarlijk is kan op het scherm verschijnen. Ook als het een andere bestuurder betreft kan diens rijbewijs gescand worden (het nieuwe model rijbewijs heeft zelfs een chip) om te zien of het document geldig is. De gegevens verschijnen in het scherm en kunnen komen uit de GBA (Gemeentelijke Basis Administratie), BVH (Basis Voorziening Handhaving) of HKS (Herkenningsdienstsystemen dat gegevens over verdachten registreert). Als de persoon ergens van verdacht wordt is dit direct zichtbaar.?Als de bestuurder geen gordel aan had kan direct een bekeuring worden uitgegeven. De locatie van de bekeuring wordt vastgelegd en er kan eventueel een foto worden toegevoegd van de situatie. ?De agent selecteert uit de top 10 van feitcodes ‘HELMGRAS’ simpelweg ‘Gordel’ en alle elementen komen in beeld. Tijdstip en gegevens van de persoon en voertuig worden gebundeld en de agent handelt de bekeuring ter plekke af. Automatisch ligt de bekeruing binnen vijf dagen op de mat van de bestuurder.

“Dit is lik-op-stuk op zijn best”zegt Ciska de Vogel, brigadier in Oost-Nederland die momenteel met MEOS werkt. Het opstellen van een digitale bon is pas de eerste stap in een proces van verregaande digitalisering van de politieadministratie vertelt Edwin Delwel, landelijk programmamanager MEOS en landelijk programmaleider Digitaal Werken in de Strafrechtketen (DWS). “De snelle en correcte bon is niet de grootste winst. De echte winst is dat we nu razendsnel over alle informatie kunnen beschikken en dat die informatie beter geverifieerd is. Bij een vechtpartij zou je ter plekke een foto kunnen maken van het letsel, een korte gesproken verklaring van de aangever opnemen en een gesproken getuigenverklaring van de portier. Alle identiteiten stel je vast met de scanner van de smartphone. Met al deze informatie kan al een beslissing genomen worden voordat de verdachte op het bureau is en beschik je al over een groot deel van de gegevens voor je digitale dossier. Zo ver zijn we nog niet, maar het is een kwestie van tijd.”

Agenten kunnen nu al filmen op straat, maar er ontbreken op de meeste bureau’s nog altijd computers die de beelden met geluid kunnen afspelen. “Het papier gaat eruit. De smartphone wordt de voornaamste werkplek van de politieagent” aldus Delwel, die vervolgt: ?”Dat betekent dat justitie en de rechterlijke macht dezelfde inhaalslag moeten maken als de politie. Er moet ??n digitale strafrechtketen komen, waarin iedereen kan werken. Voor mobiel werken moeten we niet meer alleen in apps denken. Apps hebben het risico dat we het politieproces gaan versnipperen. Ik wil een diender geen zestien apps op zijn telefoon geven voor zestien processen. De oplossing ligt in een goed en volledig processysteem, ondersteund door moderne technologie. Daar maken we nog lang niet voldoende gebruik van.”

MEOS

Bronnen: artikel Blauw januari 2014: “Bureau op straat”en VKA.nl, Ministerie VenJ, Leertuin Mobiel Werken Vreemdelingenpolitie