Tagarchief: agent

Ben je altijd een held als je de politie helpt?

Burgers gedragen zich vaak – gevraagd of ongevraagd – als politieagent of rechercheur en helpen bij opsporingen met tips, getuigenissen en bewijs. Een goede zaak, maar er kunnen hierbij ook gevaarlijke situaties ontstaan. Sven Brinkhoff stelt in zijn minicollege aan de orde waar de grens voor burgers ligt en wanneer hun taak volbracht is.

Mr. Sven Brinkhoff, universitair hoofddocent Strafrecht, verbonden aan de faculteit Cultuur- en rechtswetenschappen hield op woensdag 26 juni 2019 om 16.00 uur het perroncollege ‘Ben je altijd een held als je de politie helpt?’ op Centraal Station Rotterdam. Dit live college vond plaats in het kader van de tweede ronde van de perroncolleges van de Open Universiteit.

Het komt steeds vaker voor, burgers die zich opwerpen als een soort Sherlock Holmes voor de politie. Buurten die hun eigen wijk bewaken, wandelaars op zoek naar slachtoffers van geweld en winkeliers die dieven met portret op Facebook posten. Burgeropsporing ontstaat vanuit alle hoeken van de samenleving. Maar waardoor ontstaat deze beweging eigenlijk? Sven Brinkhoff, universitair hoofddocent strafrecht aan de Open Universiteit, vertelt in dit college over het nut, de risico’s en de noodzaak van helpende burgers.

‘De opkomst van burgerparticipatie op het gebied van strafrecht komt deels voort uit onvrede met het feit dat de politie te weinig capaciteit heeft om alle zaken in behandeling te nemen. Gebeurtenissen zoals fietsendiefstal en inbraken, maar ook complexere zaken waarin weinig aanwijzingen zijn, blijven daardoor vaak op de plank liggen. En daarnaast kan de officier van justitie gebruikmaken van het opportuniteitsbeginsel: hij hoeft niet elke zaak die aangebracht wordt te vervolgen.’

Citizen Science als hulpmiddel voor politie

Aan de andere kant maakt de politie al van oudsher gebruik van tips en getuigenissen om criminelen te achterhalen. Wanneer je getuige bent van een incident dat niet in de haak is, ben je zelfs verplicht dit te melden bij de politie. ‘Daar draait de grote bulk op. Natuurlijk heeft de politie ook andere middelen om bewijs te verzamelen, zoals het afluisteren van telefoongesprekken, maar in het strafrecht is er meestal een slachtoffer waardoor getuigenissen en tips heel belangrijk zijn. Denk maar aan een programma als Opsporing verzocht.’ De laatste jaren neemt Citizen Science een ware vlucht. ‘Wetenschappers doen steeds vaker een beroep op burgers bij hun onderzoeksprojecten – denk aan digitalisering van archieven, het in kaart brengen van dialecten, bodemdiertjes tellen of gegevens over fijnstof verzamelen. In opsporing van strafbare feiten vragen we nu ook veel meer aan burgers, bijvoorbeeld om expertise die de politie soms zelf niet heeft, onder andere bij het opsporen van internetcriminaliteit. Of om extra capaciteit te realiseren wanneer dit nodig is, zoals bij grootschalige zoekacties.’ Een goed voorbeeld hiervan is Burgernet, dat via sms signalementen van gezochte personen of auto’s naar deelnemende burgers stuurt. ‘De nieuwe Mijn onderzoek app, waar vanaf juni mee geëxperimenteerd wordt, stelt burgers zelfs in staat om bewijs te verzamelen, met informatie over hoe je dit het beste kan doen.’

Zelf op zoek

Veelal ontstaat burgeropsporing echter op eigen houtje door burgers die geraakt zijn door een misdaad, of wanneer ze een delict willen voorkomen of oplossen. ‘Bijvoorbeeld in de vorm van buurtapps om de wijk veilig te houden. Of met social media: door een foto van een winkeldief te posten op Facebook in de hoop de dader te identificeren,’ vertelt Brinkhoff. ‘Daarnaast zijn er privédetectives die worden ingehuurd om een zaak op te lossen en initiatieven als Bellingcat, een digitaal collectief dat voorop liep in de onthullingen rondom de MH17. Zij kunnen samenwerken met overheden, maar onderzoeken veelal zaken op eigen initiatief vanuit hun expertise.’

Betrouwbaar bewijsmateriaal

Burgeropsporing kan de politie waardevolle informatie opleveren, maar er kleven ook risico’s aan. ‘Doordat burgers geen opleiding hebben gehad om bewijs te verzamelen bestaat de kans dat zij dit beschadigen, denk aan het besmetten van sporenmateriaal. Of dat ze het niet op de juiste manier verkrijgen; bijvoorbeeld door uitlokking. Denk maar aan het YouTubekanaal Pedojagers, waarbij burgers probeerden pedofielen te lokken en op heterdaad te betrappen. Daar maakt een advocaat in de rechtszaal gehakt van.’ De vraag is dan ook in hoeverre bewijsmateriaal van burgers uiteindelijk wordt toegelaten door de rechter. Wordt dit bewijs wel betrouwbaar geacht? Aan de andere kant maakt de politie soms dankbaar gebruik van dit materiaal om een dader te achterhalen. ‘Omdat burgers zich niet aan allerlei richtlijnen hoeven te houden, wordt er bijvoorbeeld makkelijker DNA-materiaal van mogelijke daders verkregen. Het is wel zo dat de politie dit alleen mag gebruiken als zij er geen weet van heeft; als zij de burger er niet toe heeft aangezet om op die manier informatie te verzamelen.’

Eigen rechter spelen

Veruit het grootste risico is dat van burgers die eigen rechter spelen. ‘Wanneer een burger meewerkt en bewijsmateriaal verzamelt, dan moet de politie dit natuurlijk wel serieus oppakken. Doet zij dat niet, dan bestaat de kans dat er nog meer onvrede ontstaat en kan de burger ervoor kiezen om het recht in eigen hand te nemen. En dat kan weer tot geweld leiden. Voorbeeld hiervan is een zaak waarin een vader ontdekt dat zijn dochter gegroomd wordt en hij de dader vervolgens bewerkt met een knuppel. Of een zaak uit Venlo, waarbij een vader en zijn zoons een gezin bijna doodsloegen omdat ze dachten dat een van hen was betrokken bij een inbraak.’ Maar ook kleinere vergrijpen als naming en shaming op social media vallen hieronder. ‘Het is dan aan de politie om deze ‘eigen rechters’ terug te fluiten of te vervolgen, zoals in de zaak van Willeke Dost is gebeurd waarbij een burger werd vastgezet voor opruiing. Het strafrecht biedt regels om burgers te beschermen. Bij eigenrichting, het recht in eigen hand nemen, zijn die er echter niet. Je loopt de kans bedreigd te worden of erger. Wanneer we allemaal rechter gaan spelen gaan we feitelijk terug naar de middeleeuwen, toen er nog geen politie was.’

Wat mag dan wél en wat mag niet?

Er ligt bij de overheid een belangrijke taak om burgers voor te lichten over de kaders van burgerparticipatie in het strafrecht. Stel, je betrapt een winkeldief, wat mag je dan doen? ‘In het wetboek van strafrecht is er weinig vastgelegd over wat burgers mogen doen, maar zij hebben in ieder geval het recht van ‘aanhouden op heterdaad’ en ‘zelfverdediging bij noodweer’. Je mag bijvoorbeeld iemand die je ziet stelen aanhouden en deze persoon vasthouden tot de politie er is. Rent de winkeldief weg, dan mag je hem niet zomaar neerslaan. Je mag hem wel tegenhouden. Pas wanneer jij vervolgens wordt aangevallen, mag je jezelf verdedigen. Dan is het noodweer. Maar je mag geen excessief geweld gebruiken. Of daar sprake van is wordt naderhand pas beoordeeld door de rechter.’ En opnames maken, mag dat? ‘Ja, dat mag. Je mag ze natuurlijk niet op Facebook zetten, maar wel naar de politie sturen. In de zaak Holleeder, waarin zus Astrid in het geheim opnamen maakte van de gesprekken met haar broer Willem, kan dit soort bewijs mogelijk wel worden toegelaten.’

Leer meer over burgeropsporing

In dit college heb je meer geleerd over het nut en de noodzaak van burgerhulp bij het oplossen van misdrijven. Er wordt gebruik gemaakt van Citizen Science om verdachten op het spoor te komen, door getuigenissen en tips, of door bewijs te verzamelen en aan te reiken. Ook vanuit de burger zelf wordt er steeds meer actie ondernomen, van kleinschalige zoektochten tot grote opsporingsinitiatieven. Tegen de voordelen van burgeropsporing moeten ook de risico’s afgezet worden. Bijvoorbeeld het beschadigen van bewijs of eigen rechter spelen. Het is belangrijk dat de overheid investeert in goede voorlichting en dat eigenrichting zoveel mogelijk wordt voorkomen. Hoewel de politie niet kan zónder hulp van burgers, ben je dus niet altijd een held als je helpt bij opsporing.

Over de perroncolleges

Om haar wetenschappelijke kennis te delen heeft de Open Universiteit gratis mini ‘perroncolleges’ ontwikkeld. Op digitale schermen op de perrons van grote stations in Nederland worden video-animaties getoond die prikkelende, actuele (wetenschappelijke) vragen behandelen. Vragen afkomstig uit onze samenleving. Wie wordt niet geconfronteerd met foto’s op social media? Of met de plastic verpakkingen van etenswaren? Wellicht ben je ook wel eens door collega’s buitengesloten op het werk. De Open Universiteit doet onderzoek naar deze vraagstukken en neemt de reiziger in het perroncollege mee in het probleem en de zoektocht naar oplossingen.

De campagne ‘Perroncollege’ is in mei 2019 uitgeroepen tot de beste creatieve Digital Out-of-Home uitvoering tijdens de FEPE International Annual Awards 2019 in Dubai voor beste Creative Digital Execution.

Bron: Open Universiteit

Zorgen om buurtwachten en burgeropsporing: ?Voor eigen rechter spelen ligt op de loer?

Burgers die de politie helpen via appgroepen en buurtpreventieteams gaan daarin soms te ver, blijkt uit onderzoek. Zo zouden burgers zelf tot opsporing overgaan en is er sprake van discriminatie tegenover jongeren en mensen met een migratieachtergrond.

Onderzoekers van het onafhankelijke programma Politie en Wetenschap concluderen dat de hulp van burgers in bepaalde vormen effectief kan zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor diefstal en inbraakpreventie. Maar ze zien ook gebreken in de groeiende sociale controle van actieve bewoners, die concurreert met het toezicht van de politie.

Zelf opsporen
Aan de hand van interviews en buurtapp-communicatie blijkt dat burgers soms onrechtmatig handelen. Onrechtmatigheden, zoals beschreven in het onderzoek, als ‘actieve burgers die zelf tot opsporing overgaan, die jongeren of personen met een migratieachtergrond discrimineren of verdachte personen staande houden.’


Volgens Vasco Lub van Politie en Wetenschap zou de politie meer betrokken moeten zijn om burgerhulp soepeler te laten verlopen. “De verhouding tussen de politie en de burger is niet goed ingekaderd. Er is een risico dat burgers zich miskend voelen en zelf ingrijpen en een opsporing opzetten. Dat is niet de bedoeling. Je mag als burger niet voor politieagent spelen.”

Beter begeleiden
De politie zou burgers die hen proberen te helpen beter moeten begeleiden, zegt Vasco Lub. “Het is makkelijk gezegd om burgers in te zetten, maar burgergroepen beginnen steeds meer zelf te doen: opsporing, patrouilleren zonder dat de politie het weet en voertuigcontrole.” Hij vraagt zich af of dit wenselijk is.

In een reactie laat de politie weten dat zij burgerparticipatie in veiligheidsvraagstukken zien ‘als een belangrijke en positieve ontwikkeling in de samenleving.’ De politie zegt te willen voorkomen dat ‘burgers andere burgers daarbij in hun vrijheden beperken of schade berokkenen’.

Volgens de politie zijn veel burgerinitiatieven relatief nieuw, waardoor de spelregels duidelijk opgesteld moeten worden. Dit gaat om kwesties als de privacyregels die burgers moeten respecteren en ervoor zorgen dat bewijs dat burgers verkrijgen bruikbaar is. “We zijn als politie een landelijk project gestart om via lokale experimenten adviezen en spelregels op te stellen om de samenwerking tussen burgers en de politie in de opsporing te versterken.”

Bronnen: EenVandaag, RTL Nieuws, Hart van Nederland, AD. Nu.nl

Veiligheid te koop?

Waarborgen commerci?le organisaties de grenzen van de rechtsstaat?

Op 20 december vond een debatavond plaats over deze vraag in De Balie te Amsterdam met o.a. strafrechtexperts, beveiligers, burgerrechercheurs en politie over samenwerkingen tussen de publieke en private sector.

Priv?detectives, particuliere beveiligers, burgerrechercheurs; organisaties kiezen er steeds vaker voor zelf een oplossing te vinden voor bijvoorbeeld fraude of cybercrime buiten het OM en de politie om. Ook zorgt een capaciteitsprobleem bij de politie ervoor dat OM en politie steeds vaker naar samenwerking zoeken met beveiligingsbedrijven. Dit vergroot de slagkracht van OM en politie.?Hoe ziet deze samenwerking eruit? Hoe gaan commerci?le organisaties om met bijvoorbeeld waarheidsvinding? Houden deze bedrijven zich aan de grenzen van de rechtsstaat?

Wat bovendien vragen oproept: uitsmijters bij caf?s, voetbalstadion-stewards en beveiligers van de luchthaven hebben gemeen dat zij in dienst zijn van een particuliere organisatie, maar zij worden vaak gezien als onderdeel van de politie. Wat zijn hiervan de gevolgen? Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk verkennen we de toekomst van publiek-private samenwerking en wat het betekent voor de samenleving.

Opsporing en vervolging in de toekomst

Deze avond over beveiliging was de tweede in de programmareeks ?Opsporing & Vervolging in de toekomst?. In samenwerking met de politie en het OM maakt De Balie een serie over de herpositionering van politie en burger in het digitale tijdperk. Hoe kunnen alle partijen het best gezamenlijk anticiperen op technologische en maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot politiewerk en criminaliteit? Hoe kan daarbij de rechtstaat worden gewaarborgd? Brengen technologische ontwikkelingen ons het ultieme veiligheidsklimaat, of zullen we kennismaken met de donkere kanten van nieuwe technologie ? la hitserie Black Mirror? De eerste aflevering in deze serie ging over toenemende burgeropsporing, kijk het programma hier terug.

Bekijk het debat hier terug:

Peter van der Geer is een ervaren gespreksleider. Hij is auteur van Prachtige bijeenkomsten en oprichter van Debat.nl. Hij werkt veel op het snijvlak van overheid en maatschappij.

Met oa:

Martijn van de Beek?is directeur van Hoffmann Bedrijfsrecherche, een toonaangevend bedrijf in de particuliere onderzoeksector dat werkzaam is op de domeinen bedrijfsrecherche, riskmanagement en cybersecurity. Voorheen bekleedde van de Beek jarenlang diverse leidinggevende functies bij de Landelijke Eenheid van de politie.

Pauline Buurma?is straatmanager voor onder andere de Kalverstraat, Heiligeweg en het Rokin. Ze is het directe aanspreekpunt voor de besturen van de lokale ondernemersverenigingen en werkt veel samen met de gemeente. Ook heeft ze nauw contact met de wijkagenten omtrent de veiligheid in het winkelgebied.

Jeroen Goudsmit?is manager Forensic Services bij accountants- en belastingadviseurbedrijf PwC. Goudsmit behaalde een PhD in Mathematical Logic en is gespecialiseerd in digitale onderzoeksmethodieken. Hij houdt zich bezig met data-analyse in het kader van complexe technische vraagstukken.

Tom Heijm?is particulier rechercheur en eigenaar van recherchebureau Heijm voor zowel bedrijfs- als particuliere recherche. Voorheen was Heijm jarenlang werkzaam bij de politie. Recherchebureau Heijm is door politie en justitie erkend met het BPOB keurmerk, Branchevereniging voor Particuliere Onderzoeksbureaus.

Kevin Heller?is werkzaam in de particuliere beveiligingsbranche, onder andere als uitsmijter bij Amsterdamse clubs en persoonsbeveiliger. Ook is hij zelfverdedigingsinstructeur en had hij jarenlang een eigen vechtsportschool.

Bob Hoogenboom?is professor Forensic Business Studies aan de Nyenrode Business University en is betrokken bij de leergang ?Publiek Privaat Security Management?. Ook geeft hij les aan de politie academie en schreef hij een boek over de functie, cultuur en waarden van de Nationale Politie.

Erik de Jong?is Chief Research Officer bij computer- en netwerkbeveiligingsbedrijf Fox-IT. Hij houdt zich bezig met onderzoek naar trends in dreigingen, incidenten en kwetsbaarheden op het gebied van cybersecurity. Fox-IT werkt onder andere voor overheden en financi?le instellingen. De Jong is tevens bestuurssecretaris van Cyberveilig Nederland.

Erwin Schoemaker?is directeur van VEBON-NOVB, en manager van de afdeling beveiliging. VEBON-NOVB behartigt als vereniging de belangen van haar leden op het gebied van brandbeveiliging en criminaleitspreventie, en draagt tevens zorg voor opleiding, certificering en beleidsvorming in de veiligheidssector.

Ronald van Steden?is Universitair Hoofddocent Bestuurswetenschappen en Politicologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is van Steden verbonden aan de Stichting Maatschappij en Veiligheid en schreef hij een proefschrift over de privatisering van politiewerk.

Bron: De Balie

17 miljoen agenten: van betrokken burger tot amateur smeris

Wie een vermist kind thuisbrengt of een zakkenroller overmeestert is van oudsher een held. Met gebruik van sociale media lukt het burgers steeds vaker om met succes vermiste personen of daders op te sporen. Maar bewijsmateriaal kan ook zoek raken, aangetast of meegenomen worden. Hoe kan je als burger helpen zonder de politie voor de voeten te lopen? In De Balie onderzoeken burgers en experts waar in onze rechtstaat de grenzen liggen bij burgerparticipatie.

Technologische ontwikkelingen plaatsen de samenwerking tussen politie en burgers in een nieuwe context. Terwijl de politie enerzijds gebaat is bij de inzet en expertise van burgers in opsporingsonderzoek werpt deze samenwerking ook een aantal ethische en rechtsstatelijke vraagstukken op. Onder andere omtrent privacy, burgerexecutie (eigenrichting) en leefbaarheid. Op 15 november confronteert De Balie het publiek met deze vraagstukken. Burgers en experts worden uitgenodigd om hun licht te laten schijnen op misdrijven, opsporing en digitalisering in het heden en de toekomst. We spreken onder andere met?Arnout de Vries?(onderzoeker?TNO),?Karlijn Roex?(socioloog) en?Sven Brinkhof?(strafrechtexpert).


De avond over burgeropsporing is de eerste in een Programmareeks ?Opsporing & Vervolging in de toekomst?:
In samenwerking met de politie en het OM maakt De Balie een serie over de herpositionering van politie en burger in het digitale tijdperk. Hoe kunnen alle partijen het best gezamenlijk anticiperen op technologische ontwikkelingen in relatie tot politiewerk en criminaliteit? En hoe kan daarbij de rechtstaat worden gewaarborgd? Brengen technologische ontwikkelingen ons het ultieme veiligheidsklimaat, of zullen we kennismaken met de donkere kanten van nieuwe technologie ? la hitserie?Black Mirror?

Peter van der Geer?is een ervaren gespreksleider. Hij is auteur van Prachtige bijeenkomsten en oprichter van?Debat.nl. Hij werkt veel op het snijvlak van overheid en maatschappij.

Arnout de Vries?is onderzoeker en adviseur op het gebied van sociale media en maatschappelijke veiligheid bij?TNO. Hij ontwikkelt digitale middelen die hulp kunnen bieden bij een effectievere burgerparticipatie, zoals de applicatie ‘Samen Zoeken?. Daarnaast schrijft hij op zijn site?SocialMediaDNA?over sociale media en de maatschappelijke veiligheid.

Karlijn Roex?is socioloog en promoveert eind november aan het?Max Planck Instituut?in Keulen. Daarnaast is zij oprichtster van?Spreekuur 89, een collectief dat opkomt voor mensen die tegen hun wil met de GGZ in aanraking komen. Ze werkt aan een boek over de discussie omtrent ?verwarde personen? en betoogde in het Parool dat de oproep om ?verwarde personen? in de gaten te houden kan zorgen voor een surveillance staat.

Sven Brinkhoff?als strafrechtexpert verbonden aan de Open Universiteit waar hij o.a. onderzoek doet naar de rol van burgers bij opsporing en de gevolgen daarvan voor strafzaken. Hij begon zijn loopbaan bij het openbaar ministerie en is werkzaam geweest in de rechterlijke macht.

Bekijk het debat hier terug:

Redactie:?Ianthe Mosselman (De Balie) en Rokhaya Seck (De Balie) in samenwerking met politie & Openbaar Ministerie

Burgeropsporing: Agent? Dat ben je zelf

Het blijven indrukwekkende cijfers. Jaarlijks krijgt de politie niet minder dan 40.000 meldingen van verdwijningen. Dat zijn er dus niet minder dan 100 per dag. De meeste vermiste personen vinden we gelukkig gezond weer terug. Maar soms gebeurt dat helaas niet. Dat zijn de verhalen die het nieuws halen, waar mensen over praten, die nog jaren in het geheugen blijven hangen. Het lijkt heel mooi dat bij elke verdwijning iedereen in actie komt. Zoals vroeger het hele dorp meezocht als er een kind verdween, is er nu de huidige global village, een hele digitale gemeenschap die tot leven komt: Whatsapp, Facebook, Reddit, gps-tracker, enzovoort, enzovoort.

Maar is het verstandig dat burgers de politie een handje helpen bij het oplossen van misdaad, bijvoorbeeld rond de vermissing van de 25-jarige Anne Faber? Ir. Arnout de Vries, gespecialiseerd
in dit onderwerp, over de plussen en minnen van burgeropsporing. Burgers die speuren naar Anne Faber en een kaartendeskundige die een scenario over haar fietsbewegingen op Facebook zet.

De vermissing van de jonge vrouw uit Utrecht zet menigeen aan tot actie. Mensen willen de mysterieuze zaak ontrafelen. Googelend op hun zolderkamer. Spiedend tussen de struiken.
?Dat mensen in zo?n vermissingszaak meezoeken met de politie, is nauwelijks te voorkomen?, reageert ir. Arnout de Vries, gespecialiseerd in burgeropsporing. Hij is verbonden aan onderzoeksinstituut TNO, waar hij onderzoek doet op het terrein van maatschappelijke veiligheid?en nieuwe media. ?Burgers willen helpen. De meesten doen dat met de beste bedoelingen. En de politie kan veel baat hebben bij hun hulp.?

Rare bijbedoelingen
Toch kunnen er wel adders onder het gras schuilen als burgers hun diensten aanbieden. ?Mensen kunnen rare bijbedoelingen hebben. Toen in 2013 de broertjes Julian van 7 en Ruben van 9 uit
Zeist waren vermist, zocht ook een soort pedofielenclubje mee. Misschien vanuit goede intenties, maar menigeen fronste toch de wenkbrauwen. Mensen kunnen een slaatje slaan uit een? vermissing, door bijvoorbeeld op internet geld in te zamelen voor een zoekactie, maar dat geld voor zichzelf?houden. Of denk aan firma?s die na een misdrijf zelfverdedigingscursussen aanbieden. Dergelijke aanbiedingen worden toch vaak als onethisch gezien.?
Een ander risico van burgeropsporing is dat burgers het recht in eigen hand nemen, zet de TNO-deskundige uiteen. ?Zoals wanneer mensen een vermeende pedofiel op het spoor komen en
die te grazen nemen.? Zeker zo bedenkelijk is als mensen zo?n kennelijke misdadiger chanteren. ?Kwaadwillenden proberen dan bijvoorbeeld online contact te maken met een bankier van wie ze
vermoeden dat hij pedofiel is. Ze doen zich voor als jong meisje en proberen onzedelijke foto?s los te krijgen. Vervolgens eisen ze geld van de bankier. Gaat die daar niet op in, dan dreigen ze de beelden openbaar te maken.?

Kistje
Als goedwillende burgers de sterke arm willen helpen, is het zaak dat de politie zo?n burgeractie in goede banen leidt, benadrukt De Vries. ?Neem de zoektocht naar Anne Faber. De politie moet
mensen dan duidelijk maken dat een bos in linie, dus systematisch, moet worden uitgekamd. Toen in 2013 complete families op zoek wilden naar de vermiste broertjes Julian en Ruben, is een van de rechercheurs toch maar even op een kistje gaan staan om de helpers toe te spreken. ?Weet u waar u aan begint? Beseft u dat u een kinderlichaampje in het bos kunt aantreffen?? Toen hebben
sommige ouders toch maar wijselijk hun kinderen, die mee wilden helpen zoeken, naar oma gestuurd.? Burgers moeten beseffen dat bij hun opsporingsacties voorzichtigheid geboden is, zegt De Vries. ?Zo moeten ze oppassen om, onbedoeld, sporen uit te wissen. In een bos kunnen zich sporen van een verdachte of slachtoffer bevinden. Zoals bloed-, schoen- of bandensporen. Daar moeten burgers tijdens een zoektocht naar het slachtoffer niet overheen banjeren.?
Ook eigen en andermans veiligheid verdienen aandacht. ?Burgers kunnen na?ef te werk gaan. Ooit lag een vermist persoon vermoedelijk in een gracht. Een burger trok zijn duikpak aan en
verdween onder water. Op de bodem trof hij een vat aan. Hij trok dat open; het bleek vol chemisch afval te zitten. Voor je het weet veroorzaak je dan een milieuramp.?

Burgers op speurderspad

  • Burgers helpen de politie meer dan eens een misdrijf op te lossen. Drie voorbeelden.
    In oktober 2016 probeert een 28-jarige Somalische man in Hoorn een vrouw te verkrachten. Hij steelt haar telefoon. De vrouw weet via een digitale opsporingstechniek het toestel ?n de man te traceren. De rechtbank in Alkmaar veroordeelt de Somali?r in juni tot een celstraf van anderhalfjaar, waarvan een halfjaar voorwaardelijk.
  • Op zondag 4 juni 2017 zoeken tal van Bunschotenaren naar de vermiste Savannah. Het lichaam van het 14-jarige meisje wordt op een industrieterrein in het dorp gevonden, al is dat niet direct het resultaat van de door burgers georganiseerde speurtocht. Ze is slachtoffer van een misdrijf.
  • In Amsterdam schoppen en slaan twee jongens in maart 2017 een meisje dat op de grond ligt. Een omstander filmt de mishandeling en zet de beelden op Facebook. De jongens melden zich
    daarop bij de politie.

Doos
Tot op heden beschikt de politie nauwelijks over deugdelijk voorlichtingsmateriaal voor burgers die willen meehelpen met de opsporing, zegt De Vries. Samen met
vertegenwoordigers van justitie en politie werkt de TNO?er aan een informatiepakket (?met tips en trucs?) ?n een app die burgers op dit terrein meer zekerheid moeten bieden. ?Noem het een handboek ?Eerste hulp bij opsporing?, een Zwitsers zakmes.? Medio volgend jaar moet dat pakket beschikbaar komen. Binnenkort wordt een pilot gestart.

Goed zou zijn als de politie burgers duidelijker voorschrijft hoe om te springen met bewijsmateriaal of opsporingsmethodieken, geeft de TNO?er aan. ?Burgers moeten weten dat ze iets verdachts niet meteen moeten oprapen. Of dat het handig kan zijn om een schoenspoor in de achtertuin af te schermen met een doos, zodat regen het spoor niet zomaar kan wegspoelen.
Een andere mogelijkheid is om het spoor te fotograferen met je smartphone.?

Spoedcursus
De politie kan dankbaar gebruik maken van buurt-WhatsAppgroepen, weet De Vries. ?Nu gaat de recherche na een misdrijf vaak deur aan deur langs bij omwonenden. Maar de helft is vaak niet thuis. Dan kan het handig zijn dat de politie mensen achter een buurt-WhatsAppgroep inschakelt om zo snel meer informatie te krijgen over bijvoorbeeld een woninginbraak in de buurt. Daarbij is het wel zaak dat beheerders van zo?n WhatsAppgroep?buurtgenoten de juiste vragen stellen. Daar zou de politie dus beheerders meer in moeten trainen. Een soort spoedcursus buurtonderzoek.?

Voor burgeropsporing op digitaal gebied bestaan er nauwelijks voorschriften, schetst De Vries. Hij neemt onderzoekscollectief Bellingcat als voorbeeld. Dat is een groep amateurs die via digitaal speurwerk op internet nauwkeurig in beeld bracht hoe (hoogstwaarschijnlijk) het transport verliep van de Buk-raket waarmee vlucht MH17 in 2014 is neergehaald. ?In dat onderzoekscollectief zitten ook een paar Nederlandse jongens. Al kort na de ramp publiceerden ze op internet gevonden selfies van pro-Russische militairen die bij de Buk-raket poseerden.

Op het moment van hun vondst moest het offici?le, internationale justitieteam eigenlijk nog aan zijn opsporingswerk beginnen. Maar kort na deze vondst van Bellingcat hebben de pro-Russische
soldaten in allerijl hun selfies van internet gehaald. De vraag is of justitie er nog wel in zal slagen om wettig en overtuigend te bewijzen dat die selfies daadwerkelijk op internet hebben gestaan.?

Nodig is daarom dat burgers duidelijke voorschriften krijgen voor hoe ze op internet gevonden bewijsmateriaal ergens deugdelijk kunnen opslaan, benadrukt De Vries. ?Burgers worden, zeker op
internet, steeds meer de oren en ogen van de politie. Daarom is het zaak dat mensen belastend fotomateriaal goed veilig kunnen stellen, zodat dat later in de rechtszaal ook gebruikt kan worden.?

Drugsverslaafde
Duidelijke richtlijnen voor digitaal speurwerk naar gestolen spullen zijn er amper, constateert De Vries. ?Mensen van wie de smartphone is gestolen, kunnen achterhalen waar dat toestel is. Vervolgens is de vraag: wie haalt die op? Mijn advies: schakel de politie in.

Na aangifte van diefstal van een kostbaar horloge horen burgers nogal eens van de politie dat die geen tijd heeft om die zaak op te pakken. De gedupeerde krijgt dan min of meer het advies toegefluisterd om op Marktplaats te gaan zoeken. Ook dan is weer de vraag: stel dat de gedupeerde de dief traceert, wie gaat het horloge dan ophalen? Weer zeg ik: laat de politie dat doen. Breng je zelf niet onnodig in gevaar. Je kunt zomaar bijvoorbeeld een gevaarlijke drugsverslaafde tegen het lijf lopen.?

In de nesten
Bestaat het gevaar dat burgers die achter criminelen aan zitten?zichzelf in de nesten werken???Daar moeten mensen zeker op bedacht zijn. En de politie moet burgers daarop wijzen?, reageert
De Vries. ?Zeker in sommige stadswijken, waar jeugdbendes actief zijn, heerst onder burgers angst voor represailles. Je moet goed weten wat je bijvoorbeeld via de buurt-WhatsApp-groep deelt
over een verdachte in de buurt. Zo?n verdachte kan via via achter je 06-nummer komen en je gaan bedreigen.?
In hun enthousiasme om een vermist persoon terug te krijgen, kunnen mensen brokken maken. ?Per jaar worden 40.000 mensen vermist. Het overgrote deel van hen is na een dag weer terug.
Familie moet oppassen om te snel foto?s van een vermiste op internet te plaatsen. Die beelden komen het web niet meer af. Iemand die na een dag weer opduikt, kan daar later in zijn leven veel last van krijgen. Denk aan vervelende vragen over je jeugd tijdens een sollicitatiegesprek.?

?Politie schakelt burgers te weinig in?

De politie neemt weliswaar af en toe burgers in de arm om de misdaad te bestrijden, maar ze zou veel vaker een beroep kunnen doen op hun kennis en kunde. Dat vindt dr. Nicolien Kop, lector criminaliteitsbeheersing en recherchekunde aan de Politieacademie. Ze schreef vorig jaar in het Tijdschrift voor de Politie een essay over de thematiek.

Zo zou de politie vaker een beroep kunnen doen op burgers die handig zijn met computers. Kop wijst op een project in Engeland en Wales waarbij vrijwilligers worden ingezet in de strijd tegen internetcriminaliteit. Ook kan de politie bijvoorbeeld gebruikmaken van de stichting Signi Zoekhonden in vermissingszaken, betoogt Kop.

Nuttig kan zijn dat de politie burgers actief oproept om mee te denken over een scenario rond een misdrijf, schrijft Kop. Een voorbeeld daarvan is de zogenaamde Jumbozaak in 2015. De Groningse politie deelde informatie uit een opsporingsonderzoek met burgers, in de hoop zo de afpersers van de supermarktketen te pakken. De afpersers werden opgespoord.

Frank Smilda schreef er een blog over:

“Er is iets wat we regelmatig niet zo goed doen: en dat is samenwerken. Te vaak zijn politie en betrokken familieleden en/of vrienden nog los van elkaar bezig. Dat terwijl het juist belangrijk is om bij een vermissing vanaf het allereerst begin goed samen te werken (de ervaring leert dat de eerste 24 uur cruciaal zijn). Het zoeken wordt zoveel effectiever als er informatie wordt uitgewisseld, bijvoorbeeld over in welk gebied het beste gezocht kan worden. Of als er real-time inzicht is waar door politie, bezorgde familie en betrokkenen en andere instanties op dat moment wordt gezocht.
Als politie moeten we op het gebied van samenwerking met burgers een grote sprong voorwaarts maken. We zitten immers in een grote transitie, waarbij mensen steeds meer zelf het heft in handen nemen. Het is een ontwikkeling die je niet alleen in ?ons? veiligheidsdomein ziet, maar ook in het onderwijs, de sociale zekerheid en de huisvesting. Als je erover nadenkt is het vreemd dat we in onze opleiding veel leren, maar nauwelijks hoe je samenwerkt met de mensen voor wie we ons werk uiteindelijk doen.
Wat bij de transitie hoort is het ontwikkelen van heel nieuwe tools. Al eerder schreef ik?een column over de opsporingsapp?die het mogelijk maakt dat mensen met politie gaan samenwerken? en?over een in de VS ontwikkelde vigilante-app?waarbij burgers en politie bij dreigende situaties elkaar informeren en sturen.? Bij de tools hoort ook de app die binnenkort wordt gelanceerd.
Met deze app kan je bij een vermissing niet alleen je netwerk inschakelen, maar ook de politie. Met een enkele klik worden de sociale media bereikt. De app helpt verder het zoekgebied te verkleinen en geeft tips en tricks bij het zoeken naar vermiste personen. Zo zorgt het ervoor dat al in een vroeg stadium structuur en richting aan een zoekactie wordt gegeven. De app heet trouwens ?Samen Zoeken?. Dat is precies wat bezorgde ouders, familieleden, collega?s, buurtgenoten ?n professionals willen een moeten doen als iemand wordt vermist.”

Bronnen: Reformatorisch Dagblad, 11 oktober 2017, Politieacademie

App: Buurtwacht Nunspeet

Vol trots presenteert Melvin Bakker de nieuwe Buurtwacht app. ?ik heb jaren gewerkt aan Buurtwacht Nunspeet, en ik ben erg blij om nu?ook een app te lanceren?, aldus Melvin.
Melvin Bakker (22) hoeft niet lang na te denken als wijkagent Benjamin de Vries hem vraagt te surveilleren in een buurt in Nunspeet waar de bewoners de begrafenis van hun buurman willen bijwonen. Natuurlijk wil hij een oogje in het zeil houden.

De buurt vreest voor inbraken tijdens de uitvaartplechtigheid. Vooral de weduwe is bang en roept de hulp van de politie in. Die heeft de mankracht niet en dus trommelt ‘buurtwacht’ Melvin een aantal mensen op en samen houden ze urenlang de wacht in de wijk. Opvallend met portofoons en camera’s en onopvallend, net om het hoekje. Dat hielp. ,,Nog niet zo heel lang geleden is in deze straat in een aantal huizen ingebroken tijdens een begrafenis. De schrik zit er goed in. Dat begrijp ik. Vooral de weduwe vreest voor een inbraak. En dat terwijl ze al zoveel aan haar hoofd heeft. Dus ik hoefde niet lang na te denken om te helpen”, licht Melvin toe.

De jonge Nunspeter richtte Buurtwacht Nunspeet op om buurtbewoners samen te brengen en elkaar alert te maken op verdachte situaties binnen Nunspeet. Hij werkt veel samen met de wijkagenten. Op die manier hoopt Melvin zijn omgeving ietsje veiliger te maken. Vanwaar die betrokkenheid? ,,De politie heeft steeds minder tijd. En ik wil graag iets voor de mensen betekenen. Ik denk dat we met Buurtwacht het verschil kunnen maken. Hoe eerder mensen op de hoogte zijn, hoe groter de pakkans is.”

Hij heeft sinds kort ook een eigen app: de Buurtwacht-app (Google Play?store?en Appstore van Apple). ,,De app is een aanvulling op Buurtwacht Nunspeet. Ik plaatste vooral berichten op Facebook en Twitter maar vanaf nu dus ook via de app. Gebruikers ontvangen push-berichten van bijvoorbeeld vermissingen of verdachte situaties.”

Hij verdient er geen cent mee, doet het allemaal op vrijwillige basis en met veel liefde. Naast zijn fulltime baan in drukkerij Wedding in Harderwijk.

,Ik heb op dit moment ruim vijfduizend volgers op Facebook, die mijn berichten op hun beurt weer delen. En de berichten bereiken dertigduizend mensen. De politie maakt daar graag gebruik van. Dat is ook prima. Ik help graag. Maar soms wordt het mij ook wel iets te veel.”

Dus wil hij binnenkort eens met de gemeente en de politie praten wat de mogelijkheden zijn en of er niet ergens nog een potje is om in ieder geval de kosten te dekken. ,,Dat zou mooi zijn.”

???

Verdachte situaties:
Nadat de politie is ingelicht bij een verdachte situatie, is het ook mogelijk om de verdachte situatie te melden via de app van de buurtwacht.?Nadat melding is gemaakt, kunnen de beheerders een bestaande Whatsapp?groep inlichten om mee te kijken naar verdachte situaties en/of personen.?Afgelopen woensdag en donderdag heeft de Buurtwacht op verzoek van de politie en buurtbewoners vrijwillig gesurveilleerd in een wijk in Nunspeet. Voorgaande jaren is er ingebroken onder een?uitvaartplechtigheid in deze wijk, waarop nu besloten werd om vrijwillig te gaan?surveilleren. Buurtbewoners spraken vol lof over deze vrijwillige actie.

Nieuwe ontwikkelingen:
De eerste?offici?le?versie is uitgebracht maar deze staat nu alweer in de steigers.?Er zijn al plannen voor de toekomst: ?Bij bijvoorbeeld een woninginbraak kan de Buurtwacht app binnen een straal van een aantal kilometer mensen een push?bericht sturen, waardoor getuigen zich sneller kunnen melden bij de politie.?

De buurtbewoners zijn in elk geval heel blij met Melvin en zijn opgetrommelde buurtwachten. ,,Er was koffie, duimen werden naar ons opgestoken en waren er veel bedankjes na afloop op de goede afloop. Dat is heel fijn.”

Bronnen: De Stentor (26 juni 2017), Nunspeet.nu, Buurtwacht Nunspeet

Algoritme als agent

Kan de computer misdaad voorspellen? Binnenkort gebruikt de Nederlandse Politie een algoritme om te bepalen waar de kans op een inbraak of overval het grootst is. De politietop is enthousiast, maar experts zetten vraagtekens bij de effectiviteit.

Onderstaand artikel is eerder gepubliceerd in De Ingenieur, tekst van Marc Seijlhouwer.?

Een schimmig zijstraatje in Amsterdam. Hier is het risico op een inbraak het grootst in de hele stad, zo weet de politie. Daarom houden agenten de straat deze avond extra in de gaten. Statistisch gezien is de kans immers aanzienlijk dat hier straks een roof,
inbraak of autokraak gaat plaatsvinden.

De agenten weten dat niet vanwege hun jarenlange ervaring met criminelen en de stad. Nee, een computer heeft hen verteld hoe het allemaal zit. Een algoritme, om precies te zijn, met de naam CAS. Dit Criminaliteits Anticipatie Systeem voorspelt voor elk gebied van 125 bij 125 m hoe groot de kans is dat er iets gebeurt in de komende twee weken. Dit alles op basis van tientallen informatiebronnen: het aantal inbraken of overvallen, de samenstelling van de bevolking aan de hand van CBS-cijfers, de adressen van veelplegers in een buurt en de geografische eigenschappen van een wijk, zoals de afstand tot een snelwegoprit die als makkelijke vluchtroute kan dienen.

Al die gegevensstromen zijn in drie jaar tijd tweewekelijks verzameld en in een zelflerend algoritme gestopt. Het programma ontwaarde patronen in deze informatie en kon op die manier een overzichtelijke kaart maken: risicovakjes zijn rood, andere oranje of geel. Een commandant ziet in ??n oogopslag waar de politie het meest nodig is en kan daar zijn surveillancerooster op baseren.
In theorie werkt CAS voorbeeldig. De voorspellingen zijn nauwkeurig en de agenten kunnen op de kaarten makkelijk zien waar ze heen moeten. Maar de praktijk blijkt weerbarstig. Toch springt de politie, in zijn zoektocht naar hulpmiddelen om effici?nter te werken, er fanatiek op. Is dat verantwoord? En wat zijn de gevolgen voor de maatschappij?

Tachtig datastromen
In mei maakte de Nationale Politie bekend CAS te gaan gebruiken bij 168 politieteams. Daarmee is Nederland het eerste land dat landelijk predictive policing (voorspellend politiewerk) toepast. De boodschap kwam na pilot-programma?s in Amsterdam en vier andere gemeentes (Enschede, Groningen-Noord, Hoefkade en Hoorn). Volgens de politie verliepen deze pilots dus succesvol genoeg om het systeem in te voeren. CAS lijkt inderdaad een handig gereedschap voor de drukke roostermakers die met een beperkte hoeveelheid agenten toch zoveel mogelijk misdaad willen voorkomen. Voordat CAS bestond, gebeurde dat goeddeels op basis van ervaring, rapportages van politieanalisten en het gevoel van de agenten. Subjectieve maatstaven dus. CAS, of breder: voorspellend politiewerk, geeft een schijnbaar objectiever advies. Het is immers gebaseerd op harde cijfers.

Predictive policing begon in 2009 in Los Angeles, toen antropoloog dr. Jeffrey Brantingham als eerste een manier bedacht om data te gebruiken om criminaliteit terug te dringen. Hij ontwierp een simpel algoritme waarin drie datastromen ? het soort misdrijf, de misdrijflocatie en het misdrijfmoment ? samenkwamen en een heat map van de Californische superstad opleverden. Die kaart leek al snel een goede voorspelling te geven en de misdaadcijfers daalden mede dankzij het gebruik van PredPol. Predictive policing was een hit. Bij de Nederlandse Politie ontwierp vervolgens dataminer drs. Dick Willems CAS. Dat was qua opzet een stuk ambitieuzer: niet drie, maar tachtig datastromen gingen in eenzelfde soort algoritme. ?Het is begrijpelijk dat de politieagenten hier snel op springen?, stelt ir. Arnout de Vries, sociaal onderzoeker bij onderzoeksorganisatie TNO. Hij kijkt al een aantal jaar naar de mogelijkheden en risico?s van predictive policing. ?Het geeft houvast bij een onzekere kant van het?werk. En het kan volgens onderzoeken in theorie enorm helpen.? Volgens CAS-ontwerper Willems, die een artikel over ?zijn? algoritme schreef in het Tijdschrift voor de Politie, kan 40 % van de inbraken en 60 % van de straatroven worden voorspeld. Dat betekent dat dergelijke misdrijven plaatsvonden in of nabij de voorspelde hokjes op de CAS-kaarten. Als al die misdrijven daarmee ook voorkomen kunnen worden, is dat natuurlijk enorme winst voor de veiligheid in de buurt.

pred1

Voorbeeld van een heat map. Vierkantjes van 125 bij 125 m krijgen een kleur, afhankelijk van de kans dat er een inbraak of roof plaatsvindt. Vervolgens kan de politie bijvoorbeeld meer surveilleren of een extra lantaarnpaal laten plaatsen om het risico te verkleinen.

Meer is niet beter
Toch is predictive policing niet alleen maar rozengeur en maneschijn. De eerste onderzoeken naar het gebruik van CAS, gedaan nadat de pilot ten einde kwam, laten zien dat het effect beperkt is. Dat wil zeggen: de pakkans bij inbraken en roof is vergroot, maar het is moeilijk om te bepalen of dat door CAS komt of doordat er meer agenten zijn ingezet om dergelijke misdrijven aan te pakken. Dat laatste gebeurde de afgelopen jaren namelijk ook, vanwege een wens uit de politiek.

Een onderzoek van de Politieacademie liet verder zien dat de interpretatie van de CAS-kaart problemen oplevert. ?De interpretatie van de kaart ging regelmatig mis, doordat de mensen die dat moeten doen te weinig kennis hebben?, vertelt dr.ir. Marielle den Hengst-Bruggeling, voormalig lector bij de Politieacademie, auteur van het rapport over CAS en universitair docent aan de TU Delft. Het onderzoek laat zien hoe ingewikkeld data-interpretatie kan zijn. ?Als agenten daar niet voor hebben geleerd, kan het effect van een algoritme kleiner zijn. We ontdekten dat de voorspellingen van CAS goed en betrouwbaar waren. Maar het omzetten van een voorspelling in een actie bleek lastig.? Daarnaast waren de reacties op de kaarten vanuit de politieleiding niet altijd adequaat. ?De meest voorkomende reactie was ?meer agenten inzetten op een plek?. Maar dat is lang niet altijd de beste optie. Als er een lantaarnpaal stuk is, werkt een monteur sturen beter om de locatie veiliger te maken.? Het academieonderzoek was voornamelijk kwalitatief; Den Hengst-Bruggeling en collega?s spraken met agenten en leidinggevenden en met de makers van CAS. Zo ontdekten ze wat er goed ging en wat niet. ?Maar harde cijfers hebben we niet, want het is lastig te onderzoeken.?

[slideshare id=73217737&doc=predictivepolicing-lessenvoordetoekomst-170316163022&type=d]

Bij PredPol lijken de resultaten wel hoopgevend. Bedenker Brantingham deed een onderzoek naar zijn eigen systeem, waarbij hij wijken die m?t PredPol waren geanalyseerd vergeleek met soortgelijke wijken (qua misdaadcijfers) zonder PredPol. En daaruit bleek dat PredPol werkt: het is twee keer zo goed in het voorspellen van misdrijflocaties als ervaren misdaadanalisten en het vermindert de hoeveelheid criminaliteit met 7 procent.

[slideshare id=53787686&doc=randomizedcontrolledfieldtrialsofpredictivepolicing-151011071940-lva1-app6892&type=d]

Dat zijn opmerkelijke cijfers, die echter ook meteen controversieel werden. Brantinghams onderzoeksmethodologie rammelde; de criteria?voor misdaaddaling waren bijvoorbeeld nogal los en het was niet altijd duidelijk of een daling aan de voorspellingen van PredPol lag of aan andere zaken.

Een onafhankelijk onderzoek naar PredPol of andere in de praktijk gebruikte voorspellingssystemen is er niet. Het dichtst in de buurt komt een Amerikaans onderzoek van de denktank The?RAND Corporation. Die paste een zelfontworpen model toe op het stadje Shreveport in Louisiana en vond niet significant minder misdaad dan in controlewijken. RAND ontkrachtte ook claims van de stad Chicago. Die stad gebruikte een ?voorspellingslijst? van mensen die vermoedelijk binnenkort een misdaad zouden begaan. Volgens Chicago had die lijst effect, RAND ontdekte dat dit effect niet significant was.

[slideshare id=39335396&doc=randrr531-140921011149-phpapp02&type=d]

Of het systeem in Nederland werkt, is nog moeilijker te zeggen; gedegen statistisch onderzoek naar het effect begint nu langzaam te komen, maar is nog lang niet voltooid. De Vries van TNO: ?We werken voor de evaluatie van CAS aan een kwantitatieve analyse die ons wat meer houvast geeft. Het onderzoek in Nederland is tot nu toe voornamelijk kwalitatief.?

Overigens bleek ook uit die kwalitatieve analyse van de Politieacademie geen significant verschil tussen criminaliteit zonder CAS en met. Bij het Nederlandse onderzoek vergeleek men de cijfers van een jaar voordat CAS begon met het jaar met CAS. ?Vergelijken blijft lastig, maar onze bevindingen geven wel een indicatie dat het ergens mis gaat met de voorspellingen?, zegt Den Hengst-Bruggeling. ?We weten dat de voorspelling zelf goed is, dus moet het probleem in de opvolging zitten.?

En ook als we over de bezwaren tegen het positieve onderzoek van Brantingham heen stappen, is dat moeilijk als bewijs voor de effectiviteit van CAS te zien. PredPol is ingezet in de Verenigde Staten, waar de cultuur en manier van werken van de politie totaal anders zijn. Bovendien verschillen de algoritmes behoorlijk. Vooral de veel grotere hoeveelheid datastromen in CAS valt op. ?Misschien zou je denken dat meer data altijd een betere voorspelling oplevert. Maar dat hoeft niet?, zegt de Vries. ?Zoveel data kan de voorspelling ook minder duidelijk maken, of kan ervoor zorgen dat er te veel aandacht wordt gegeven aan de verkeerde data. Meer is niet altijd beter.?

Big Brother Award
De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid kwam vorig jaar met een rapport dat waarschuwde voor de gevolgen van big data in overheidsbeleid. Predictive policing valt daar ook onder en moet volgens de raad dus uiterst voorzichtig worden uitgerold.

[slideshare id=61479991&doc=bigdataineenvrijeenveiligesamenleving-160428204125&type=d]

Internetprivacyorganisatie Bits of Freedom is ook kritisch over het gedrag van de politie; in 2015 gaf die de politie de Big Brother Award voor grootschalige privacyschending via een hun dataverzameling en -gebruik. Voorlopig is de data van de politie echter niet te gebruiken om individueel gedrag te detecteren. Dat lijkt men ook niet van plan, maar de mogelijkheid bestaat wel als systemen zoals CAS eenmaal gemeengoed zijn.

Zo objectief mogelijk
PredPol liet tijdens het gebruik ook al een risico zien van dit soort data-analyse. In achterbuurten werden vaker misdaden gepleegd, dus focuste het algoritme zich volledig op die buurten. Daardoor ging er meer politie heen, werd er meer misdaad ontdekt, enzovoort. Aangezien in de achterbuurten relatief veel Afro-Amerikanen woonden, zorgde het algoritme in feite voor een raciale ?bias? bij de politiemacht, ook al was etniciteit geen onderdeel van het model. De politie ging immers vaker naar die wijken en arresteerde daardoor vaker Afro-Amerikanen.
Dat probleem zou hier mogelijk nog groter kunnen zijn dan in de VS. Daar werkt het algoritme puur op criminaliteitscijfers, terwijl CAS onder andere CBS-gegevens over inwoners gebruikt, wat de kans op onbedoelde raciale profilering nog groter maakt.

Maar hoe voorkom je dat dan? De Vries: ?Het is lastig, want dit soort vooroordelen zijn niet geprogrammeerd; ze ontstaan uit de statistische regels van het programma. Dat maakt ze niet waar; de tunnelvisie is een soort glitch in de statistiek. Dat kun je voorkomen door ruis in de data te gooien. Normaal vertroebelt dat de analyse, maar met een beetje ruis kun je het algoritme uit zijn tunnelvisie halen en op een ander pad zetten. Zo maak je vooroordelen minder waarschijnlijk.?
Ook moet je kritisch kijken naar de criteria waarmee je een wijk bestempeld als ?risicovol?, zegt De Vries. ?Zit daar iets in dat te maken heeft met vooroordelen? Dat moet je als ontwerper weten voordat je je algoritme gaat gebruiken.?

Daarnaast proberen de ontwerpers van de algoritmes een zo objectief mogelijke maatstaf te nemen. Dat is doorgaans de aangifte die een slachtoffer doet. Die is niet gebaseerd op de aanwezigheid van politie in de wijk en geeft zodoende een eerlijker beeld van de hoeveelheid misdrijven dan een steeds terugkerende agent. Mede door die maatstaf is predictive policing op dit moment alleen te gebruiken voor zogenoemde high impact crimes: misdrijven die mensen raken in hun levenssfeer en veiligheidsgevoel. Van dat soort misdrijven doet men namelijk bijna altijd aangifte, dus geven ze een vrij volledig beeld van de hoeveelheid misdaad in een wijk.

Inbreekbereik
Terwijl de politie zich gereedmaakt om CAS in het hele land te gebruiken, zijn er ook al onderzoekers en politieonderdelen die naar de volgende stap kijken. CAS is namelijk beperkt: het zegt alleen waar iets gaat gebeuren, niet wat je ertegen moet ondernemen. Dat is echter wel mogelijk, denkt TNO. Daar werkt data-onderzoeker dr. Selmar Smit samen met de Vries en andere onderzoekers aan iets wat ze prescriptive policing noemen. Doel van dit onderzoek: een algoritme dat aan de hand van data voorschrijft wat een agent het beste kan doen. ?We willen de agenten helpen om een keuze te maken, zonder dat ze de vrijheid verliezen om zelf een interventie te kiezen?, vertelt De Vries. Dus voorspelt het systeem van een aantal ingrepen hoe effectief ze kunnen zijn. Als er een donker straatje is waar veel overvallen plaatsvinden, is een straatlamp of een beveiligingscamera misschien wel de beste oplossing. Zijn er veel inbraken? Dan kan een andere patrouilleroute een wereld van verschil maken. ?Ons systeem berekent het effect van elke interventie en geeft die informatie aan agenten. Zij kiezen vervolgens wat de beste optie is, aan de hand van het systeem en hun ervaring op straat.?

Het klinkt als een simpel systeem, maar dat is het niet. ?Om zo?n voorspellend algoritme te maken, moet je niet alleen veel data hebben, je moet ook het effect van een interventie meenemen in je berekening?, vertelt Smit. ?Als je dat niet doet, voorspel je alleen de situatie in vergelijking met het scenario waarin de politie niets doet. Maar dat is onrealistisch; de politie zal hoe dan ook altijd proberen in te grijpen. Daarom zijn de huidige algoritmes ook niet altijd toepasbaar.? Zo?n recursief algoritme, waarin je de uitkomst van de berekeningen terugvoert aan het algoritme, is niet makkelijk te maken. ?Met alleen criminaliteitscijfers of bevolkingsdata ben je er nog niet. Dus moet er kennis over mensen, in dit geval over het gedrag van criminelen, in het algoritme worden verwerkt.?

Al vier jaar werken Smit en collega?s aan hun prescriptive policing, en het gaat stapje voor stapje vooruit. ?De belangrijkste vooruitgang zit eigenlijk op het menselijke vlak. We spreken veel met experts, ervaren rechercheurs en agenten die ons vertellen hoe criminelen werken. Die kennis, vaak kwalitatief van aard, probeer ik in het algoritme te stoppen.? Als voorbeeld noemt Smit inbreekgedrag: ?Een crimineel zal niet bij zijn buren inbreken, maar?zal ook niet tientallen kilometers rijden op zoek naar een goede kraak. Zijn ?kraakgebied? is dus relatief goed te voorspellen. De politie weet dat, en wij proberen een maximaal bereik vanaf het huis van een inbreker te bepalen voor in het algoritme.?

Op die manier produceert het prescriptive algoritme niet alleen heat maps, maar ook een lijstje met mogelijke acties voor agenten. Bij elke actie staan ??n tot vijf ?ballen? om de voorspelde effectiviteit aan te geven. ?Daarbij komt dan een korte motivatie vanuit het algoritme.
Die motivatie komt vooral van vergelijkingen met andere wijken waar we al iets over weten. Dan staat er bijvoorbeeld: ?Een camera ophangen in een donkere straat werkte erg goed in deze
vergelijkbare wijk in Almere.? Op die manier weet de agent waar de voorspelling vandaan komt.

[slideshare id=61354641&doc=104tnorpredictivepolicingweb-160426065651&type=d]

Hongerig algoritme
Die vergelijkingen zijn voorlopig de kern van het prescriptive-algoritme. Echt de gevolgen van ingrepen simuleren gaat nog te ver, vindt Smit. ?De toekomst simuleren is een vaag onderzoeksgebied. We kunnen op korte termijn misschien wel iets voorspellen, maar het is onmogelijk om langetermijngevolgen te overzien met zo?n simulatie. Met wijkvergelijkingen weet je dat vaak wel, omdat de ?toekomst? van de ene wijk het verleden van een andere, soortgelijke buurt is.?
Wat TNO doet, is volgens De Vries en Smit op dit moment uniek in de wereld. ?Amerika, en Los Angeles in het bijzonder, volgt ons werk met veel interesse?, zegt De Vries.

Het risico van een bevooroordeeld algoritme geldt hier nog steeds. ?Het zou kunnen dat er eerder dan bij predictive policing al vooringenomenheid voor bepaalde wijken of bepaalde wijksoorten ontstaat doordat eerdere reacties van wijkagenten al is meegenomen.? Voorlopig is dat echter lastig na te gaan, want er is nog niet genoeg data om het hongerige algoritme mee te voeden. Om te weten welke interventies effectief zijn in bepaalde situaties, moet een computerprogramma immers weten of het werkte op een andere plek.
Daarom probeert Smit nu agenten te overtuigen om hun data te delen. Met hun telefoon en een gps-logger, bijvoorbeeld, of met een app waarop een agent kort aangeeft wat hij deed en waarom. ?Dat is meer moeite voor de agent, en het kan een vrij grote privacyinbreuk zijn. Hij of zij kan zich beperkt voelen in zijn of haar vrijheid, omdat elke beweging nu wordt gevolgd en opgeslagen. Ik probeer ze ervan te overtuigen dat ze als dataproducent met een gps op zak ook meer vrijheid kunnen krijgen op de lange termijn. Denk bijvoorbeeld aan ?een praatje maken?. Nu is dat voor de leidinggevenden vaak geen actie die als werk ?telt?. Als ons algoritme straks aantoont dat praten juist helpt om lokale criminaliteit te verminderen, krijgt de agent mogelijk meer vrijheid in zijn manier van werken.?

Komende vijf jaar is prescriptive policing nog geen realiteit. Maar met de landelijke invoering lijkt het voorspellend politiewerk van CAS moeilijk tegen te houden. Hoewel ze zelf aan de mogelijke opvolger van CAS werken, kijken ook Smit en De Vries niet alleen positief tegen de techniek aan. ?Het risico van bias is alleen te verminderen als de algoritmes transparant blijven. Daar zal bij elke verdere ontwikkeling op gelet moeten worden?, stelt Smit.

Op dit moment zijn de algoritmes in principe nog helder genoeg; predictive policing gebruikt statistische methodes die patronen uit data ontwaren. Zo ?leert? het programma met analyses die terug te volgen zijn tot de bron. Dat is doorzichtiger dan deep learning, waarbij een computer via verschillende ?lagen? een beslissing neemt. Deze methode zorgt nu al voor onnavolgbare uitkomsten bij verschillende zelflerende programma?s van Google en andere softwarebedrijven. Begrijpelijk dat de overheid en politie daar vandaan blijven.

Ondertussen denken de wetenschappers van TNO dat het essentieel is om de voorspellende techniek te ontwikkelen. ?Je houdt dit niet tegen. En ik geloof dat het beter is dat wij het doen, namens de overheid, dan dat een marktpartij een voorspellend ? maar niet transparant ? algoritme bouwt om daar winst mee te maken?, aldus Smit.

Hackrisico
Een vraag die CAS ook oproept, is: moet je bij iets wat misschien niet werkt wel al die gegevens van burgers willen gebruiken? Den Hengst-Bruggeling nuanceert het gevaar van privacy-inbreuk: ?De gegevens die CAS gebruikt, zijn nu in principe ook al beschikbaar voor de politie. Het algoritme maakt er overzichtelijke kaarten van, maar het werkt niet op het niveau van individuen.? Ze vindt de landelijk uitrol dan ook niet vreemd. ?Ik denk dat het een goed moment is. De politie gebruikt veel methodes die niet per se wetenschappelijk bewezen zijn. Dat is logisch, want het is altijd erg moeilijk om aan te tonen dat de criminaliteit daalt door een bepaald beleid. Hopelijk gaat de politie meer inzetten op het duiden van de data. Dat is belangrijk om van CAS een systeem te maken dat ook echt invloed heeft op de hoeveelheid criminaliteit.?

?Je kunt het systeem op een ethische manier invoeren zolang het algoritme maar transparant blijft en er bij elke verdere stap een discussie ontstaat?, zegt De Vries van TNO. Hij geeft wel meteen toe dat er nog de nodige beren op de weg zijn. ?De privacywetgeving en -handhaving zijn op dit moment slecht geregeld, zeker voor zaken als big data. Daar moet meer beleid voor komen. Daarnaast is er een belangrijke rol weggelegd voor het Openbaar Ministerie, rechters en de advocaten van verdachten. Die moeten kritische vragen stellen bij rechtszaken die als gevolg van predictive of prescriptive policing voorkomen: ?Hoe is mijn cli?nt gepakt? Is dat voor de wet te verantwoorden? Alleen als de juridische partijen zich mengen in de discussie krijg je een volledig debat.?
?Wat problematisch is?, voegt De Vries nog toe, ?is het ontbreken van een onafhankelijke landelijke of Europese ICT-autoriteit die initiatieven als CAS toetst aan de wet of aan ethische richtlijnen. Voor veel andere taken van de overheid bestaan zulke commissies wel, maar niet voor dergelijke algoritmes. Dat is eigenlijk vreemd; het zorgt er nu voor dat de controle op het gebruik van dit soort technieken van andere plekken moet komen.?

Los van al deze ethisch-maatschappelijke bezwaren kan het algoritme ook een veiligheidsrisico worden. ?Als criminelen een systeem kunnen hacken of namaken, hebben ze in feite een kaart die altijd de perfecte inbraakplek weergeeft. De dieven kunnen dan immers de politie omzeilen door naar de locatie te gaan waar het algoritme de kans op een inbraak het laagst schat.?
Aangezien de opzet van CAS relatief eenvoudig is, is het kraken van het systeem een realistische optie. Nu CAS prominenter wordt, wordt het ook verleidelijker om tijd en moeite in het hacken te stoppen. Bovendien zijn in Londen de misdaadcijfers openbaar, en er bestaat ook een open source predictive-algoritme. Daarmee kunnen mensen dus makkelijk een ?omgekeerde? misdaadkaart
maken.

Nu CAS landelijk is uitgerold, is voorspellend politiewerk in Nederland realiteit geworden. Of steden zoals Amsterdam daar uiteindelijk ook veiliger van worden, is alleen de vraag. In dit geval is de belofte van een techniek al genoeg geweest om hem door te laten breken. Ondertussen werkt men aan de volgende stap, waarvoor TNO nu data verzamelt bij de politie zelf. Daarmee be?nvloeden nieuwe technieken zoals zelflerende algoritmes en big data nu, naast het zakenleven en de wetenschap, ook het werk van de politie op straat. Dat werk zal er alleen niet per se makkelijker op worden. Er is gespecialiseerde kennis nodig die lang niet iedere agent of informatiewerker nu heeft. Hopelijk geldt dat hoe langer de agenten met het systeem werken, des te beter ze het weten te gebruiken. En wie weet wordt predictive policing daardoor straks effectiever dan het onderzoek tot nu toe laat zien.

Agenten sturen is niet altijd de beste oplossing om misdaad te voorkomen. Ook zorgen voor adequate verlichting kan een goede zet zijn. Op het Hoekenrodeplein bij Station Bijlmer Arena
is er dankzij zogenoemd adaptief licht altijd de juiste sfeer voor optimale veiligheid en gezelligheid. Zo heeft de politie minder werk.

Bronnen: De Ingenieur

App: Archives + Absences

?Archives + Absences,? een app (iOS) die je een notificatie stuurt als een agent iemand in de VS doodschiet. De app laat het aantal dodelijke schietincidenten van de afgelopen tijd ook zien, en afgelopen week waren er weer acht slachtoffers.?De app is zeer minimalistisch, want er staat niets over de omstandigheden van de dood. Er is wel een kaart, maar links naar overige nieuwsberichten over het incident ontbreken. Je krijgt alleen een naam op je scherm te zien, zoals??Jim Redmond? of??Timothy Albert?. Je kent deze mensen eigenlijk niet, maar je weet ??n ding: ze leven niet meer.
De app werd gemaakt door Josh Begley, een data-kunstenaar en onderzoeksjournalist bij The Intercept.?Begley staat erom bekend controversi?le programmaatjes te maken. Zijn “Dronestream” app, die drone aanvallen van de VS over de hele wereld laat zien, werd verwijderd uit Apple’s App Store omdat het (volgens Apple) “overdreven ruw of aanstootgevende inhoud” had.

archives3
Josh Begley/iTunes

De schaarse feedback van gebruikers op iTunes is een een of vijf-sterren recensie. “Iedere burger van de VS zou deze app moeten hebben”, schrijft een reviewer. Een ander klaagt: “Wat dacht je van een app die elke keer een agent toont die wordt gedood door deze?misdadigers“.

Na een paar zoektermen in Google?ontdekken we dat Jim bravis Redmond Jr. op 19 januari een Harvey’s supermarkt beroofde in Hahira, Ga., een zeer kleine stad 215 mijl ten zuiden van Atlanta.
“Volgens voorlopige getuigenverklaringen liet de man zijn wapen niet laten vallen voordat er op hem geschoten werd,” zei Jamy Steinberg van het Georgia Bureau of Investigation.?Redmond werd ook nog?gezocht door het Amerikaanse leger?omdat hij niet meer kwam opdagen. Hij was gelegerd in Fort Bragg, N.C.

archives4

Een inmiddels verwijderde Facebook-pagina laat via een opgeslagen cache Missing Jim bravis Redmond?zien dat het?foto’s en berichten over Redmond bevatte. Het lijkt te zijn geschreven door zijn ex-vriendin en moeder van zijn kind.?”Jim verdween in november met een vrouw, Crystal Griffin,” staat in een bericht van 27 december “Ik ben verontrust door zijn mogelijke betrokkenheid, ik ken Jim sinds de zevende klas en?probeer hem nu te vinden en zou graag hulp willen vragen. Hij is de vader van mijn kind, en ik ben een alleenstaande moeder met beperkte middelen. Hij werd laatst gezien met Crystal Griffin.”

Een website genaamd USFallenwarriors.com heeft een overlijdensbericht?onder het kopje ?”vredestijd Slachtoffers” voor een (ogenschijnlijk) andere Jim bravis Redmond. Deze sergeant van het Amerikaanse leger werd in 1967 geboren in Louisiana en stierf 9 november 1996 op de leeftijd van 29. Onder zijn beroep staat “Intelligence Analyst.” Bij het incident type staat?”Niet-vijandige dood”. Bij oorzaak staat?” Zelf toegebracht “.?De zeven agenten?die betrokken waren bij de schietpartij van Jim bravis Redmond Jr. hebben verlof gekregen, terwijl de politie onderzoek doet naar het toeval.

Om dodelijke schietpartijen te voorkomen en hopelijk?verminderen zijn sommige politiekorpsen inmiddels?bezig met aangepaste?opleidingsprogramma’s en worden protocollen opnieuw tegen het licht gehouden:

Bronnen: CityLab, Technica.ly, Refinery29, PBS

Agenten twitteren dom?

politie twitter

Linda Duits reageerde in NRC in een artikel “Agent, u twittert zelf ook dom” op (re)acties van de politie op Twitter. Want het digitale politiebeleid hangt van willekeur aan elkaar, zegt?Linda Duits.

Als u op Facebook of Twitter meldt dat u met vakantie bent, is uw inboedelverzekering niet langer van kracht. Dat klinkt raar en bespottelijk, en het is dan ook niet waar. Deze claim werd niet gemaakt in een dubieuze kettingbrief, maar werd in de zomer van 2013 op sociale media verspreid door verschillende politieagenten.

verzekeren

Afgelopen weekend verstuurde het twitterkanaal van de wijkagenten Sint-Michielsgestel een foto waarop een Pegida-aanhanger met een vlaggestok inslaat op een agent. Er stond bij: ?Deze politieman was misschien gisteren bezig aanranders op te sporen. Vandaag overkwam hem dit. Wereld op zijn kop.?

De foto gaat al een tijdje op sociale media rond, maar is een hoax: het is geen Duitse agent en het Pegida-logo is erin gephotoshopt. De oorspronkelijke foto is genomen tijdens rellen in Athene in 2009. De wijkagenten hebben de tweet verwijderd met als ?excuus? dat ze geen boze opzet hadden. Dit weekend liet datzelfde account zich uit over de rechtsstaat: ?Een #advocaat adviseert een verdachte (bijna) altijd zich te beroepen op zwijgrecht. Respect voor slachtoffers is ver te zoeken.? Ook deze tweet is inmiddels verwijderd, maar ditmaal zonder toelichting.

De politie heeft een algemeen twitteraccount en iedere politieregio heeft een eigen twitterkanaal. Daarnaast is er een wildgroei aan lokale accounts. Ze voeren meestal het logo van de politie en in de bio staat vaak vermeld dat het een officieel account betreft. Wijkagenten of -bureaus informeren burgers over van alles en nog wat via zulke kanalen. Ze schrijven over bijzondere gebeurtenissen, geven anti-inbraaktips of laten hun mening horen. Er lijkt daarbij geen enkele sturing of controle van bovenaf te zijn. Het aantal feitelijk onjuiste of ethisch discutabele berichten is inmiddels zo hoog dat er niet meer van incidenten gesproken kan worden. Een ander voorbeeld. Een wijkagent uit een kleine gemeente op de Veluwe twitterde deze zomer een foto van een meisje dat buiten westen op een bankje lag, voorzien van de tekst ?laveloos op straat aangetroffen, 15 jaar, weet wat je kinderen doen zo laat nog op straat?. Het zal ongetwijfeld goed bedoeld zijn, maar het meisje droeg opvallende kleding die door bekenden zeker herkend zou worden. De wijkagent nagelde dus een minderjarige aan de digitale schandpaal. Verschillende twitteraars reageerden vol afschuw en de wijkagent verwijderde de tweet. Excuses of een verklaring zijn nooit gekomen.

In hetzelfde weekend twitterde correspondent Olaf Koens dat hij tijdens zijn bezoek aan Lowlands gefouilleerd was door undercoveragenten. In een bericht erna schreef hij ?ACAB?, een Engelse afkorting die vooral gebezigd wordt in subculturen waar ze het niet zo op de politie hebben. Hij staat voor ?All Cops Are Bastards?, maar om onder rechtsvervolging uit te komen kun je gemakkelijk claimen dat het wat anders betekent. ?Acht Cola, Acht Bier? bijvoorbeeld, en dat was dan ook de reactie van de journalist toen hij online overstelpt werd door boze politiemensen. Zij riepen hun collega?s op massaal aangifte te doen van belediging. Ook zijn vaste opdrachtgever RTL Nieuws werd aangespoord afstand te nemen van Koens? uitspraak.

ACAB Agenten uiten niet alleen online hun woede over beledigingen aan het adres van de politie, ze ondernemen ook offline actie. De politie van Schiedam schreef in augustus triomfantelijk dat ze aan de deur waren geweest bij ?een man die het nodig vond om ons te beledigen via Social Media?. De man, die niet bij naam genoemd werd, heeft de tweet verwijderd en zijn excuses aangeboden. Het is niet duidelijk wat de belediging inhield en of hij direct gericht was aan een specifieke agent. Op Twitter vroegen mensen de politie Schiedam om toelichting. De reactie was simpel: ?Wij tolereren geen beledigingen, ook niet online?.

Agenten in functie mogen online blijkbaar van alles roepen, maar de burger mag dat dus niet. Zijn vrijheid van meningsuiting is in het geding. NRC berichtte woensdag dat de politie huisbezoeken brengt aan burgers die zich op sociale media negatief uitlaten over asielzoekerscentra. De woordvoerder van de Nationale Politie zei in de krant dat hiervoor geen specifieke regels zijn: er wordt steeds een nieuwe inschatting gemaakt. Het is voor de burger zo moeilijk om te weten wat strafbaar is en wat niet. Racistische tweets lijken voor de politie bijvoorbeeld geen reden tot ferm optreden. Burgers die daarvan aangifte doen lopen op tegen een muur van bureaucratie, zoals blijkt uit de ervaringen van kunstenaar Quinsy Gario.

Bovengenoemde voorbeelden zijn indicatief voor een veranderde bedrijfscultuur bij de politie. Antropoloog?Paul Mutsaers promoveerde in juni 2015 aan Tilburg University op de handelingsvrijheid van Nederlandse agenten. Net als bij allerlei andere overheden en commerci?le organisaties is er volgens hem bij de politie sprake van een psychologisering van werkrelaties. Agenten wordt gevraagd hun persoonlijkheid mee naar het werk te nemen. Die cultuur moedigt het aan om vanuit eigen politieke opvattingen keuzes te maken bij arrestaties, of dat nu gaat om ?ongezellige? demonstranten tegen het Koningshuis, een twitteraar die op zijn plek gezet moet worden of een burger die boos is over het opvangbeleid van zijn gemeente. Willekeur en voor rechter spelen liggen op de loer. Er geldt bovendien een ongelijke machtsverhouding. De politieagenten hoeven niet steeds verantwoording af te leggen voor hun blunders en fouten, maar burgers lopen wel het risico opgepakt te worden wegens een uitglijder.

De politie is een organisatie waar een strakke top-down cultuur wenselijk is en waar een individu in diensttijd ondergeschikt is aan zijn publieke rol. Een agent moet op zijn werk niet ?lekker zichzelf zijn?, maar hij moet waakzaam op en dienstbaar zijn aan de waarden van de rechtsstaat. Dat geldt ook voor de digitale werkvloer.
Agent, u twittert zelf ook dom

Bronnen: NRC, Universiteit Tilburg

Twee NYPD agenten uit wraak doodgeschoten

Twee agenten zijn in Brooklyn in de VS in een hinderlaag door het hoofd geschoten terwijl ze zaten te wachten in een patrouillewagen.Geen van twee?n overleefde de aanval, zo meldt CNN. Ook de schutter zelf kwam om het leven, volgens de politie heeft hij zichzelf tijdens zijn vlucht om het leven gebracht in een metrostation.

Agenten Wenjian Liu en Rafael Ramos ‘werden simpelweg vermoord’, aldus Bill Bratton, de commissaris van de politie in New York tijdens een persconferentie vanavond. Burgemeester Bill de Blasio spreekt van een ‘executie’. De verdachte heet volgens de commissaris Ismaaiyl Brinsley en was 28 jaar oud. Hij kwam uit de stad Baltimore, waar hij eerder op de dag zijn vriendin neerschoot en verwondde.

De schietpartij vond plaats in de buurt Bedford-Stuyvesant in stadsdeel Brooklyn. De schutter kwam vanuit een huis gelopen en schoot de agenten zonder enige aanleiding neer. Ze werden nog zwaargewond naar een ziekenhuis overgebracht, maar overleden korte tijd later aan hun verwondingen. Diverse omstanders waren getuige van de aanslag.

De ene agent werkte twee jaar bij de New Yorkse politie, de andere was al zeven jaar in dienst. Brinsley zou uit wraak hebben gehandeld. De moord zou een vergelding zijn voor het politiegeweld tegen minderheden. Op sociale media zou de man al hebben gedreigd met geweld tegen de politie.

Politiegeweld
De schietpartij komt op een moment dat de Amerikaanse politie hevig onder druk staat vanwege het excessieve gebruik van geweld bij arrestaties van vooral zwarte burgers. Dat leidde onder meer tot de dood van Eric Garner, een zwarte man die tijdens zijn arrestatie stikte. Toen bekend werd dat de agent die Garner in een wurggreep had gehouden niet vervolgd zou wroden, braken door het hele land protesten uit. Diverse agenten zijn bij protesten in New York aangevallen en bedreigd.

De weduwe en de moeder van Eric Garner, ??n van de afro-Amerikaanse mannen die is gedood door de politie, hebben een emotionele oproep gedaan. Ze vragen geen geweld te gebruiken om hun man of zoon te wreken. De oproep komt er nadat een zwarte man dit weekend twee agenten heeft vermoord in New York. Hij zou dat mede hebben gedaan uit wraak voor Eric Garner. “Mijn echtgenoot was geen gewelddadig man”, vertelt weduwe Esaw Garner. “Ik wil dan ook niet dat eender welke vorm van geweld met zijn naam wordt verbonden. Het is triest wat de familie van de twee neergeschoten agenten meemaken.” De 43-jarige Eric Garner stierf nadat hij in juli in een wurggreep werd gehouden door een agent in New York. De wetsdokter noemde het moord, maar de agent moest zich niet verantwoorden voor een rechter. De dood van Eric Garner zou samen met die van de zwarte jongen Michael Brown uit Ferguson te maken hebben met de moord op twee agenten dit weekend. Ismaaiyl Brinsley, een zwarte man van 28 schoot twee agenten koelbloedig dood. Daarna pleegde hij zelfmoord in een metrostation. De man zou zich op sociale media erg vijandig hebben uitgelaten over de politie. Hij noemde daarbij ook de namen van Michael Brown en Eric Garner.